Biografie Bibliografie Titel
Jan van Nijlen (1884-1965) was van 1919 tot 1949 als taaldeskundige verbonden aan het departement van justitie te Brussel. Hij behoorde tot de generatie tussen Van Nu en Straks en Ruimte. Zijn werk is vaak vergeleken met dat van zijn Nederlandse tijdgenoot J.C. Bloem en velen kennen vooral zijn gedicht ‘Bericht aan de reizigers’ met de beroemde regel ‘Bestijg den trein nooit zonder uw valies met dromen’. Maar Van Nijlen schreef veel meer: elf bundels poëzie, de prozateksten Druilende burgerij. Jeugdherinneringen van een eenzelvig man (1982) en Herinneringen aan E. du Perron (1955).

Van Nijlen was sterk georiënteerd op de Franse literatuur, wat onder meer blijkt uit een aantal essays, o.a. over Francis Jammes (1918) en Charles Péguy (1919). In 1955 ontving hij de Belgische Staatsprijs en in 1963 de Constantijn Huygensprijs voor zijn oeuvre.

Jan van Nijlen
Verzamelde gedichten

ISBN 9789028200449
Poëzie, 432 pagina’s
Verschenen in 2003
3e druk
Gebonden   € 32.50

bestellen
Minstens even goed als die van Bloem, maar veel minder gelezen: de poëzie van de dichter Jan van Nijlen (1884–1965). Dat velen Van Nijlen alleen kennen van zijn, overigens prachtige, gedicht ‘Bericht aan de reiziger’ met de beroemde regel ‘Bestijg den trein nooit zonder uw valies met dromen’, is onterecht. Want er is veel meer prachtig werk van zijn hand verschenen: meer dan elf bundels poëzie, en de prozateksten Druilende burgerij, Jeugdherinneringen van een eenzelvig man (1982); Herinneringen aan E. du Perron (1955).

De uitgave van Jan van Nijlens Verzamelde gedichten heeft een lange geschiedenis. Allereerst werd een selectie van zijn poëzie verzameld in de bundel Gedichten 1904-1938, gevolgd door Gedichten 1904-1948. In 1964 verscheen een sterk verruimde uitgave, onder de titel Verzamelde gedichten. Die druk werd voor de nu te verschijnen uitgave herzien en uitgebreid met een register. De bundel geeft een prachtig beeld van de poëzie van Van Nijlen, de dichter die onsentimenteel wist te schrijven over heimwee en verlangen.

De jonge wolf

Kom, laat mij los, laat mij maar lopen,
ik vind de weg wel door het bos.
Mijn hart is sterk, mijn oog is open
Kom, laat mij lopen, laat mij los.

Vrees je dat ik de weg niet vind,
mijn vrijheid al te duur zal kopen?
Jij vader was ook eenmaal kind,
en toch ben jij ook weggelopen.

Kom, laat mij lopen, laat mij los.

Druilende burgerij  (1982)
Verzamelde gedichten  (2003)