In 1996 keerden Voskuil en Maarten Koning terug in de kolossale roman Het Bureau die in totaal zeven delen telt: Meneer Beerta, Vuile handen, Plankton, Het A.P. Beerta-Instituut, En ook weemoedigheid, Afgang, De dood van Maarten Koning. De roman beschrijft het leven van Maarten Koning als medewerker van het Bureau: het Amsterdamse Instituut voor Dialectologie, Volkskunde en Naamkunde. Kern van de roman is de vraag hoe mensen die dag in dag uit met elkaar moeten samenwerken zich tot elkaar verhouden.
In 2002 verscheen Requiem voor een vriend, waarin Voskuil voor het eerst zijn alter ego Maarten Koning loslaat. De hoofdpersoon van het boek is niet de schrijver zelf, maar Jan Breugelman. Het boek is een geschiedenis van een vriendschap, die haar oorsprong vindt op de middelbare school, vorm krijgt op de universiteit en in de jaren daarna steeds hechter wordt.
In februari 2004 verscheen het eerste deel van de Voettochten: Terloops. Het bevat tien verslagen in dagboekvorm van wandelingen door Frankrijk. Het tweede deel, Buiten schot verscheen in 2005. Het derde en laatste deel, Gaandeweg, is in de zomer van 2006 van verschenen.
In maart 2007 verscheen Onder andere, een verzameling portretten en herinneringen. Voskuil overleed op 1 mei 2008 na een kort ziekbed.
Voor meer informatie over de schrijver J.J. Voskuil en Het Bureau zie de website J.J. Voskuil – Feiten en meningen.
Het Bureau werd door Krijn ter Braak en Peter te Nuyl bewerkt tot een ‘radiodrama’ van maar liefst 90 uur, verdeeld over 360 afleveringen, dat sinds 5 april 2004 (tot voorjaar 2006) op werkdagen te beluisteren valt op 747AM en Radio 1. Zie hiervoor ook www.hoorspelhetbureau.nl.
![]() | J.J. Voskuil Buiten schot Voettochten 1974-1982 ISBN 9789028241046 Proza, 352 pagina’s Verschenen in 2005 2e druk Ingenaaid € 19.50 bestellen |
In de jaren zeventig verandert het Franse platteland ingrijpend. Verbindingswegen worden geasfalteerd, het autoverkeer en het toerisme nemen hand over hand toe, de busjes die een halve eeuw de contacten tussen de dorpen en de marktplaats hebben onderhouden, houden er de een na de ander mee op, de jongeren trekken weg, de winkels sluiten, steeds meer dorpshotels verdwijnen. Wat blijft, is een langzaam verwilderende ruimte rond de in verval rakende dorpen en boerderijen, waarin alleen nog oude mensen wonen die hun stek niet meer verlaten, zodat de paden die eeuwenlang als een netwerk over het land lagen overwoekerd raken. Daartussen ontwikkelen zich een aantal toeristische centra, op afstanden die met een auto gemakkelijk zijn te overbruggen, maar de wandelaar voor problemen stellen. Voor wie het Frankrijk van vlak na de Tweede Wereldoorlog nog had gekend, betekende dat een onherstelbaar verlies aan authenticiteit.
Op zoek naar die verloren intimiteit richten de twee wandelaars in deze dagboekaantekeningen hun schreden eerst naar de Franse en Oostenrijkse Alpen, en als ook daar het leven van alledag door het toerisme blijkt te zijn vergiftigd, naar Cornwall en Wales. In die laatste streken treffen ze een aangeharkt parklandschap, bewoond door hypersociale mensen, die er voortdurend op verdacht lijken niet uit hun rol te vallen, en van wie de levensstijl door de betrekkelijke armoe waarin Engeland zich na de oorlog lange tijd bevindt, herinnert aan het Nederland van de jaren dertig en vijftig. Het contrast met Frankrijk en de Fransen had niet groter kunnen zijn. Dit contrast drukt zijn stempel op de aantekeningen in dit deel.
Deze titel is tevens in de volgende uitvoering beschikbaar:
Buiten schot (gebonden)