Algemeen arrow Verzameld werk 6


Karel van het Reve
Verzameld werk 6

ISBN 9789028242647
Verzameld werk, 960 pagina's
€ 45,00

Bestellen

Ongekend was het enthousiasme waarmee pers en publiek de eerste vijf delen Verzameld werk van Karel van het Reve ontvingen. De auteur werd alom geprezen om zijn scherpe pen, zijn onafhankelijke geest en zijn blijvende actualiteitswaarde. Een heel nieuwe generatie heeft inmiddels kunnen kennismaken met deze grote essayist. En velen zien verlangend uit naar de twee delen Verzameld werk die nog zullen volgen.
De rijkdom aan ongebundelde stukken in deel 6 zal andermaal voor aangename verrassingen zorgen. Dit deel omvat de jaren 1985–1994. Het bevat, onder veel meer, de spraakmakende bundels De ongelooflijke slechtheid van het opperwezen (talloze lezers waren destijds door het titelopstel diep geschokt) en De ondergang van het morgenland. In het essay Zie ook onder Mozes behandelt de auteur de klemmende kwestie wat een ontwikkeld mens dient te weten. (Vraag bijvoorbeeld nooit: 'Wat is dat, de Ilias?')
De brede selectie uit het ongebundelde werk beslaat ditmaal meer dan 300 pagina's. Daartussen zijn stukken over Rusland en Russische schrijvers, over Multatuli, Freud en Nabokov. Ook actuele onderwerpen, in memoriams en columns uit de Parool-rubriek 'Achteraf' zijn ruim vertegenwoordigd.

'Ik stond op het punt de preekstoel van de Hooglandse kerk in Leiden te betreden om de Huizinga-lezing te houden. Ik had aan die lezing maandenlang gewerkt, en ik wist eigenlijk wel dat het een goed betoog was. Maar ik wist niet of ik, op die hoge preekstoel staande en het publiek nauwelijks ziende, dat publiek zou kunnen boeien. Verder wist ik dat ik de hele academische wereld over me heen zou krijgen, althans diegenen in die wereld die het woord 'literatuur' in hun leeropdracht hadden staan. Ook begreep ik dat de mensen die mij openlijk bij zouden vallen aan de vingers van één verminkte hand te tellen zouden zijn. Bij al deze overwegingen voegde zich de in zulke gevallen gebruikelijke plankenkoorts. Bert Poll moet dat gevoeld hebben. Toen ik op het punt stond om die trap op te gaan zei hij zachtjes: 'Het is best een aardige lezing.' Voor die woorden ben ik hem nog steeds dankbaar.'