Van Oorschot Nieuws
De sprekende slang twee keer in Boeken
Hotel van Hassel
NRC leest, wij kijken
Tirade: 432 en 433
Nescio: verzameld proza en brieven uit Veere
Tsjechov deel 5 in de nieuwe vertaling
Verschenen: Een jongen met vier benen
Verschenen: Jeugdherinneringen

De sprekende slang twee keer in Boeken
John Jansen van Galen schrijft een zeer positieve recensie van De sprekende slang in het katern Boeken van Het Parool. Op dezelfde pagina als waar Rudy Kousbroek voor zijn Restjes wordt bedeeld met vier sterren, krijgt Dros er vijf. John Jansen van Galen: 'De schrijver veroordeelt niet, dweept evenmin, zwelgt niet in nostalgie. Zijn stijl wordt getypeerd door souplesse, zijn toon door mildheid. Zo mogen meer boeken worden geschreven' - verleidelijk het citaat hier af te breken - 'over de kleine godsdienstoorlogen die in de bolwerken van het Nederlandse gereformeerdendom hebben gewoed.' Het boek wordt momenteel herdrukt.
En afgelopen zondagochtend was Dros een uur later te zien in het programma Boeken van Wim Brands. Klik hier om de uitzending te bekijken.
Overal ter wereld strijden gelovigen met elkaar over de zuiverheid van hun religie. Vandaag de dag denken Nederlanders graag dat religieuze fundamentalisten vooral in andere culturen of verre werelddelen met elkaar overhoop liggen. Toch is het nog niet zo lang geleden dat dergelijke conflicten zich ook in ons eigen land afspeelden. Nico Dros beschrijft dit in deze prachtige klein geschiedenis van een twist die diep in onze genen zit.
De gereformeerde synode van Assen sprak in 1926 het laatste woord over de uitleg van een passage in het bijbelboek Genesis. Was de slang die Eva tot de erfzonde verleidde een reptiel met een vleiend spraakvermogen? Of moest men het dier opvatten als een zinnebeeld van de duivel? Het ging hier om een heuse slang, oordeelde de synode, en wie een andere uitleg voorstond maakte zich schuldig aan Schriftaanranding. Deze uitspraak zou de bron worden van een kerkelijk conflict dat links en rechts in ons land oplaaide en jarenlang de gemoederen beheerste. Dit boek gaat over de ingrijpende gevolgen van Assen voor het Texelse vissersdorp Oosterend, ook wel bekend als het kleine Jeruzalem van het noorden. Meer lezen.

Hotel van Hassel
In het weekend van 16 tot en met 18 april wordt er in De Balie in Amsterdam "Hotel van Hassel" georganiseerd: een lang weekend korte verhalen. Het programma is opgesteld door Sanneke van Hassel en verschillende schrijvers uit het Van Oorschotfonds doen er aan mee of staan in de belangstelling. Op zaterdagochtend om 11:00 bijvoorbeeld spreekt Mohana van den Kroonenberg, schrijfster van Moorddiner, het boek dat in mei verschijnt, met Librisprijswinnares D.Hooijer. Hooijer verschijnt het weekend nog een aantal keren op het podium. Verschillende voorstellingen worden gepresenteerd door Erik Menkveld, andere door Tiraderedacteur Jeroen van Kan. Op zondag spreekt Aaf Brandt Corstius over de dierenverhalen van Koolhaas.
Een groot deel van de verhalen die dit weekend worden voorgelezen, staat in het volgende Tiradenummer dat dit weekend gepresenteerd wordt en voor het eerst verschijnt met DVD. Lees voor meer informatie over dit nummer een van de berichten hieronder. Komt allen de 16e, 17e en/of 18e!

NRC leest, wij kijken
Ga naar www.nrcboeken.nl om Pieter Steinz te zien en horen spreken over Karel van het Reve, Verzameld werk deel 4. "Wanneer wij België en China met elkaar vergelijken, dan valt die vergelijking uit in het voordeel van China." Aldus opent een stuk dat Van het Reve onder de naam Henk Broekhuis publiceerde in NRC Handelsblad. Steinz legt uit waarom hij het zo'n briljante openingszin vindt.
Op dezélfde website, afgelopen vrijdag verschenen in het boekenkatern van de papieren krant, een mooie bespreking van deel vier door Wilfred Takken. "Leefde Karel van het Reve nog maar," schrijft hij. "Was Van het Reve in de eerste twee delen nog een serieuze jongen die nog wat vlak en academisch formuleerde, in deel 3 is zijn schrijftalent tot volle wasdom gekomen. In deel 4 is Van het Reve veel meer ontspannen en vrolijk, en breidt hij zijn aandachtsgebieden enorm uit." De verklaring voor die ontspannen manier van schrijven ligt volgens Takken te in de geboorte van Henk Broekhuis. "Als Broekhuis schrijft hij losser, baldadiger, geestiger. Als Broekhuis kon hij beter poseren als de zelfgeschoolde arbeider die quasi-naïef en ongenuanceerd op ieders tenen gaat staan."
Behalve de nieuwe Broekhuisstukken staan in dit deel vier onder meer de twee beroemde essays "Een dag uit het leven van de reuzenkoeskoes" en "Het raadsel der onleesbaarheid", en Uren met Henk Broekhuis, de in '78 verschenen bundel die volgens Takken zijn beste is.
Op www.literairnederland.nl staat een andere digitale recensie, geschreven door Machiel Jansen. Wel op papier maar niet op het net: de recensie geschreven door Jos Bloemkolk die verscheen in Het Parool. Die zat nogal in zijn maag met de toekenning van sterren aan boeken, wat tegenwoordig gebruikelijk is op de krantenredacties. Want deel drie gaf hij de hoogste waardering (vijf sterren) en nu kan hij deel vier niet nóg meer sterren geven, want zes sterren uitdelen mag niet. "Dit is Karel van het Reve op de top van zijn kunnen," schrijft hij.

Tirade: 432 en 433
Het eerste Tirade-nummer van 2010 ligt al in de winkel. Onder meer verhalen van Monica Metz over de HaHoHa-avonden van de zondagsschool, waar iedereen zich met HAnd, HOofd en HArt diende in te zetten. Verder onder meer twee interessante debutanten en veel essays: Michel Hoffer over Joseph Fouché, Willem van Spronsen over Marten Toonder, Willem Jan Otten over Vondel, Piet Gerbrandy over Hans Faverey, Joost de Vries over Colum McCann, W.J.A. Cornelissen over de verdwenen arbeiders, Wanda Reisel en Thomas Verbogt over Gerard Reve en Carel Peeters over Godenslaap van Erwin Mortier. Peeters verbaast zich er in zijn eerste 'Kroniek van de roman', de kersverse Tirade-rubriek, over dat Mortier de AKO Prijs gekregen heeft: 'Er zijn zinnen en vergelijkingen, waarvan het mij niet duidelijk is of het schitterend dan wel al te mooi is gezegd.'
Op www.tirade.nu zijn van alle bijdragen de eerste pagina te lezen. Nog veel interessanter is die website vanwege de mooie bijdragen van Lieke Marsman, Tirade's nieuwe "blogger in residence".
Nummer 2 van dit jaar, 433, verschijnt in het weekend van 16 april, ter gelegenheid van Hotel van Hassel, een lang weekend korte verhalen in De Balie. Zeven Nederlandse auteurs, Walter van den Berg, Maartje Wortel, Jan van Mersbergen, Elke Geurts, Vincent Overeem, Bianca Boer en Lodewijk van Oord, kregen een log line, de samenvatting van een film in één zin, naar aanleiding waarvan ze een verhaal schreven. Bij dit nummer gaat een DVD met daarop de zeven films, die de zeven schrijvers als het goed is nog niet gezien hebben.
Verder vertaalde verhalen van Tobias Wolff, Petina Gappah, Gyrðir Elíasson, Andrea Pisac en Aaron Blumm, onvertaalde van D.Hooijer en Sander Kollaard en essays van Manon Uphoff, Dirk van der Straaten en Annelies Verbeke.

Nescio: verzameld proza en brieven uit Veere
Kort geleden kwamen twee brieven voor de dag, geschreven door de jonge Frits Grönloh, de latere schrijver Nescio, aan zijn vrouw Agaat Tiket. En wat voor een brieven! Grönloh is in juli 1908 veertien dagen in Middelburg en Veere, in z’n eentje; zijn hoogzwangere vrouw is thuisgebleven. Aanvankelijk kan hij er zijn draai niet goed vinden, maar dan wordt hij gegrepen door Veere en het dagelijks leven daar. Hij geeft zich geheel over aan het ritme van de getijden en het uitvaren en binnenkomen van de boten, gaat mee met de vissers, zit uren op de toren van de Grote Kerk en verliest ieder besef van tijd en plaats: ‘Ik doe aldoor ’t zelfde net als ’t water en de Arnemuiders. De eene golf rolt over de andere en daarna zie je ze nooit weer om, zoo leef ik hier, de uren beteekenen hoogstens eten, overigens is ’t water hoog of ’t is laag en als ’t een tijdje donker is ga je naar bed.’ Het is alsof Japi de uitvreter hier aan het woord is.
Eveneens verscheen speciaal voor deze Boekenweek een prachtige uitgave van Verzameld proza en nagelaten werk. In Verzameld proza en nagelaten werk is allereerst het door de schrijver zelf uitgegeven werk opgenomen: De uitvreter, Titaantjes, Dichtertje en de bundels Mene Tekel en Boven het dal. Daarnaast bevat dit deel een zeer ruime keuze uit Nescio’s literaire nalatenschap.
Al dit nagelaten werk ging ongebruikt in Nescio’s bureaula en kwam daaruit tevoorschijn in 1996, tot vreugde van de vele bewonderaars van zijn werk.

Tsjechov deel 5 in de nieuwe vertaling
Het vijfde en laatste deel van de verzamelde verhalen van Tsjechov werd gelanceerd met een Voorleesmarathon in De Balie. Marja Pruis, Wim Brands, Willem Jan Otten, Arjan Peters, Stephan Enter en nog vele anderen lazen twaalf uur lang onafgebroken voor uit de complete nu in vijf banden verzamelde verhalen. Dat de hele zaal haast continu volzat bewijst de populariteit van Tsjechov, die er gelukkig nog altijd is - niet ondenkbaar dat dat door de geheel nieuwe vertalingen van Aai Prins, Anne Stoffel en Tom Eekman komt. ''Wat moet het drietal vertalers een plezier hebben gehad, de afgelopen jaren, en wat is het jammer dat ze dat tintelende geluk nooit meer smaken: dat zij ons de eeuwige verhalen van Tsjechov mogen gaan doorgeven,' schreef Arjan Peters in de Volkskrant. En Jos Bloemkolk in Het Parool: 'Tsjechov de verhalenschrijver is onovertroffen. Zelfs zijn landschapsbeschrijvingen, bij de meeste schrijvers goed voor saaie passages, zijn bij hem, net als bij Toergenjev, helder en fris. Zijn stijl is een prachtige, elegante mengeling van glasheldere observaties en dialogen.'
Tot 25 april is het vijfde deel voor 34 euro in de boekhandel te krijgen, daarna voor 39 euro. Maak uw collectie boeken uit de Russische Bibliotheek dus nú compleet met dit nieuwe deel. Het bevat Tsjechovs beroemdste verhalen, zoals 'De dame met het hondje', 'In het ravijn' en 'De bisschop'. Laat ons ondertussen niet treuren dat dit het laatste deel is: immers, welke schrijver kan men onbeperkt herlezen? Steeds weer nemen we enig deel ter hand en zijn opnieuw verloren. We vergeten de tijd, onze plichten en huishouden, zeggen afspraken af en denken: 'Tsjechov voor altijd!'

Verschenen: Een jongen met vier benen
Het in 1982 verschenen Een jongen met vier benen werd in korte tijd zes maal herdrukt. Er wordt in beschreven hoe de jonge puber uit de titel zich om uiteenlopende redenen ‘anders’ voelt. Er is een minder begaafde klasgenoot; er zijn dialect sprekende buurmeisjes die hem verleiden; er is de leeftijdgenoot die zijn jeugdliefde wordt. Ten slotte is er de vader van een vriendinnetje, met wie hij een seksuele verhouding krijgt. De relatie tussen Verheuls alter ego en een man van middelbare leeftijd werd oorspronkelijk in de pers besproken als vrijmoedig en leidde nergens tot protest. Er verschenen jubelende recensies.
Frits Abrahams in Vrij Nederland: ‘Het is het ontroerende hoogtepunt van een boek dat zonder opzichtig effectbejag de gevoelswereld van een in de provincie opgroeiend jongetje in kaart brengt.’ Pas later ontstond tegenover pedoseksualiteit een vanzelfsprekend geachte houding van emotionele afkeer. In het aan deze druk toegevoegde essay geeft Kees Verheul zijn persoonlijke visie. Meer lezen.

Verschenen: Jeugdherinneringen
Op vrijdag 19 februari verscheen Jeugdherinneringen van J.J. Voskuil (1926–2008). De herinneringen in dit boek zijn dikwijls hilarisch opgeschreven en altijd helder en doeltreffend geformuleerd. Het verhaal ‘Mijn socialistische jeugd’, dat de hoofdmoot van dit boek vormt, is echter in de eerste plaats een even scherp als ontroerend portret van Voskuils vader. In de oorlogsjaren, Voskuil was 15 of 16 jaar oud, registreerde hij voor het eerst diens kwetsbaarheid: ‘Hij verloor zijn gezag niet, maar hij kwam dichterbij en het gevoel dat hij mij beschermde, maakte geleidelijk plaats voor het gevoel dat hijzelf evengoed beschermd moet worden.’ Er is een passage waarin zijn vader, met hulp van de buren, de meidoorn uit de voortuin omzaagt. Die passage vergeet je niet meer, zo mooi beschrijft Voskuil een vader die buiten de huiskamer niet zo sterk blijkt als zijn zoon zich hem voorstelt. Jeugdherinneringen bevat prachtige beschrijvingen van een jeugd in Den Haag.
Niet eerder gepubliceerde foto’s maken dit boek een must voor liefhebbers van J.J. Voskuil.
Archief: 2010 | 2009 | 2008