
Het optimistische plan was, jaarlijks zes à acht delen te presenteren. Dat bleek niet haalbaar, vanwege onvoldoende vertaalsubsidie uit het land van herkomst. De frequentie werd daarom teruggebracht tot twee à drie delen per jaar. Bovendien werd gekozen voor nadruk op de hedendaagse letterkunde.
De Franse Bibliotheek staat onder redactie van Manet van Montfrans. Zij promoveerde op het werk van Georges Perec en is verbonden aan de Universiteit van Amsterdam, waar zij Franse taal- en letterkunde doceert. Vertalingen worden onder meer verzorgd door Rokus Hofstede, Marianne Kaas, Peter Verstegen, Jan Versteeg en Frans van Woerden.
‘In de nerveuze jacht op bestsellers die het hedendaagse literaire klimaat kenmerkt, worden nogal wat Franse eendagsvliegen zonder veel decorum op de Nederlandse markt gegooid. Gelukkig zijn er nog altijd dappere uitgevers die zich daar deels of zelfs volledig aan onttrekken en hun aandacht op erkende oeuvreschrijvers blijven richten. Een aantal van hen (Pierre Bergounioux, Francois Bon, Michèle Desbordes, Pierre Michon, Jean Rouaud) heeft een plaats gevonden in de Franse Bibliotheek van Van Oorschot.’ Martin de Haan en Rokus Hofstede in de Volkskrant, 5 maart 2004
Wat wéten wij intussen nog van de Fransen en hun cultuur? In tegenstelling tot de jaren zestig van de 20ste eeuw, toen het Franse taalonderwijs in Nederland vanzelf sprak en menige boekhandelaar nog een ruime Franstalige afdeling had, is het Frans tegenwoordig voor bijna alle Nederlanders een even exotische taal geworden als Arabisch, Chinees of Russisch. Het Nederlandse onderwijsbeleid, met zijn in de wetgeving verankerde voorkeur voor het Engels, is daar in hoge mate debet aan. Natuurlijk is Frankrijk tegenwoordig in het ‘concert der volken’ minder toonaangevend dan vroeger – aardige Fransen, en waarom zouden er mindere aardige Fransen dan aardige Nederlanders zijn –, weten dat best. Voor Nederlanders is en blijft Frankrijk echter een van de belangrijkste spelers op het Europees toneel en goed nabuurschap, of desnoods eigenbelang, vereist daarom dat wij belangstellen in haar bewoners en cultuur. Intussen is de Nederlandse lezer grotendeels aangewezen op uitstekende vertalingen van zowel klassieke als belangrijke hedendaagse literatuur uit dit land.

‘Veel van de mooiste dingen op de wereld zijn ontstaan uit een gemis, op de manier van Ravels pianoconcert voor de linkerhand. Als Kafka niet aan paranoia had geleden zouden de boeken waar hij nu beroemd om is niet zijn geschreven. Iets dergelijks geldt voor Van Oorschots Franse Bibliotheek: deze collectie zou niet bestaan als er in Nederland nog Frans werd gelezen. Maar dat doet bijna niemand meer, en als gevolg van dit gemis is deze schitterende reeks vertalingen ontstaan. (...) Het blijkt niet moeilijk uit de klassieke Franse literatuur nog steeds nieuwe en onverwachte keuzes te maken, zoals hier met de Portugese brieven van Guilleragues (1669), De verliefde duivel van Jacques Cazotte (1772) en vooral een werkelijk prachtig boek als Dominique van Eugène Fromentin (1862). Nog afgezien van klassieken als Zola (die bij elke herlezing indrukwekkender wordt), Baudelaire’s Les Fleurs du mal in de vertaling van Peter Verstegen, hors concours net als Céline’s Voyage in die van Kummer. Maar ook uit de romanproductie van de laatste tien jaar kunnen opvallende selecties worden gemaakt – bijvoorbeeld de werken van jonge schrijvers als Jean Rouaud, François Bon, Pierre Michon en Pierre Bergounioux. De Hoorn des Overvloeds waar zij uit komen omvat verder vertalingen van Tous les matins du monde (bekend door de verfilming) van Pascal Quignard, het curieuze Le long séjour (Het lange verblijf) van Régine Detambel en het niet minder merkwaardige Lac (Meer) van Jean Echenoz.’