Van Oorschot Nieuws
Fladderend spook'Dit is schrijven als een beest'
Tirade 448
Nieuwe verhalen met een klassieke toon
Een van mijn reuzen: J.L. Heldring
'Veel sprankelender dan eerdere vertalingen'
Alles loopt altijd anders
David Smalhout - Daarheen en weer terug
De meeuw, Oom Vanja en vele andere meesterlijke toneelstukken
Jubileumeditie
Onze eeuw, Heldring en Spoor jubelend besproken
Jubileumjaar - verzameljaar

Fladderend spook
Het tiende deel in de dagboekenreeks van Frida Vogels is verschenen. In NRC Handelsblad verscheen al een recensie van het boek. Janet Luis schrijft: ‘Ook in dit tiende deel vind je op elke bladzijde mooie uitspraken.’ Ze merkt op dat dit dagboekdeel meer nog dan de eerdere delen in het teken staat van een opbloeiend schrijverschap. ‘Door haar miskleunen te vereeuwigen, krijgt ze er greep op, en dan pas kan ze zich, bij vlagen, “een mens” voelen, “hoe schriel en schamel ook”, en geen “fladderend spook”.’ Volgens de krant is het boek vier sterren (of eigenlijk ballen) waard.Frida Vogels (1930), die ook voorkomt in het werk van J.J. Voskuil, debuteerde begin jaren negentig met het driedelige boek De harde kern. Voor het tweede deel daarvan werd haar in 1994 de Libris Literatuurprijs toegekend. Ze weigerde de prijs in ontvangst te nemen en schuwt over het algemeen de publiciteit, op een enkel interview na. Haar dagboeken verschijnen sinds 2005. Feitelijk gaat het in haar werk om de onmogelijkheid om iets van je binnenwereld over te dragen aan een ander. Maar ondertussen bereikt ze al jarenlang een grote schare lezers, die zich herkennen in haar gevoelens en gedragingen.
Frits Abrahams in NRC Handelsblad: ‘Ik heb haar lief. Om de onbarmhartige openheid waarmee ze over zichzelf en haar omgeving schrijft. Ik ken geen andere schrijver die daarin zó ver durft te gaan.’

'Dit is schrijven als een beest'
In De Volkskrant verscheen een lovende bespreking van de Verhalen van Isaak Emmanoeïlovitsj Babel. Recensent Arjan Peters gaf dit nieuwe deel in de Russische Bibliotheek vijf sterren en schreef: ‘In een paar pagina’s roept Isaak Babel (1894-1940) een wereld op die warmte en tragiek insluit. Een dromer met een goede eetlust, dat kan een karakteristiek zijn van de stijl die deze opvolger van Tsjechov als grootmeester van het Russische korte verhaal ongehoord maakt: een ruige romanticus, die niet alleen over het leven wilde schrijven, maar er ook nadrukkelijk aan deelnam. Ongeremd nieuwsgierig, altijd op pad, als soldaat en oorlogsverslaggever, in een tijd waar de oude verhalen van rabbijnen en grootmoeders nagonsden, en de pas aangebroken communistische tijd er eentje van uitbundige vrijheid en nieuwe vormen leek.’ Peters besluit met: ‘Dit is schrijven als een beest.’De verhalen van Babel zijn vertaald door Froukje Slofstra. Als u deze kortingsbon uitprint en inlevert bij uw boekhandelaar, krijgt u vijf euro korting. Deze actie loopt tot eind juli.

Tirade 448
Het tweede nummer van de nieuwe redactie van Tirade is verschenen. In nummer 448 staan verhalen van A.H.J. Dautzenberg, Marijke Schermer, Flannery O’Conner, Renske van Enckevort, Isaak Babel en de in Vietnam woonachtige debutant Rob Verschuren. Daarnaast poëzie van debutante Hannah van Binsbergen, Peter Swanborn, Y.M. Dangre en Anneke Claus, een brief aan Delhi van Marte Kaan en een nieuwe kroniek van Carel Peeters, ditmaal over De dode arm van Allard Schröder. Het nummer opent met een bijdrage van Renate Dorrestein over Slaughterhouse-Five van Kurt Vonnegut. Daarmee is een nieuwe rubriek van start gegaan, waarin schrijvers hun liefde betuigen aan een boek. Dorrestein over Slaughterhouse-Five: ‘Ik ken geen andere roman waarbij ik zo vaak en zo onstuitbaar in de lach schiet en die me tegelijkertijd zo diep aangrijpt.’Volgens Wouter van Oorschot zijn er weinig schrijvers die zichzelf zó goed in hun werk verstoppen als Tsjechov. In zijn stuk ‘De Tsjechov die ik mis’ geeft hij enkele voorbeelden van passages waarin de lezer volgens hem een glimp van de schrijver kan opvangen.
Tirade 448 is hier te bestellen.

Nieuwe verhalen met een klassieke toon
Sommige schrijvers hebben afstand nodig om des te nauwkeuriger het leven van alledag in hun geboorteland te schetsen. Sinds twintig jaar schrijft Kerim Göçmen in Nederland over het alledaagse leven van de Turkse middenklasse. Ambtenaren, leraren, studenten, kleine fabrikanten, werklui en hun vrouwen, hun zonen en dochters. Recent verscheen zijn debuutbundel Het geheim van de kromme neuzen.Göçmen fixeert zijn personages op een cruciale fase in hun leven, waarin een relatie niet meer loopt, een feest niet georganiseerd lijkt te kunnen worden, een maatschappelijk doel maar steeds niet bereikt wordt, de fabriek die al generaties in de familie is langzaam maar onafwendbaar op een faillissement afstevent. Het nietig bestaan in het hedendaags Turkije wordt door deze verhalenverteller tot benaderbaar drama verheven. In Het geheim van de kromme neuzen speelt het Turkije de hoofdrol dat zich niet laat vangen door de westerse blik die het land tracht weg te zetten als exotisch of door religie gestuurd. De hoofdfiguren in deze bundel zijn hedendaagse Turken die leven op het snijvlak van stad en platteland, religiositeit en wereld, ontwikkeling en stilstand, werkelijkheid en illusie. De bundel telt negen lange verhalen, waarvan er vier eerder verschenen in de literaire tijdschriften Tirade, Hollands Maandblad en De Revisor.

Een van mijn reuzen: J.L. Heldring
door Wouter van OorschotDe aanhef in de paar brieven die ik hem schreef is nooit ‘Beste Jerôme’ geworden. Het paste mij niet. Feitelijk paste me het gebruik van zijn voornaam al niet, maar omdat ik ‘Beste Heldring’ te familiair en te afstandelijk tegelijk vond, werd het ten slotte – na één keer een gemeend ‘Hooggeleerde heer’ want ik vónd hem dat – ‘Beste Jerôme Heldring’. Dat hij mij alleen bij mijn voornaam antwoordde, bevestigde onze verhouding het beste – naar mijn idee tenminste, het was geen vraag.
Onze schriftelijke kennismaking verliep via het door hem regelmatig aangehaalde boek Het fascisme en de nieuwe vrijdheid van J. de Kadt, waarvan ik in 1980 een derde, vermeerderde druk voorbereidde. Aan de man die toen nog slechts Mr. J.L. Heldring voor mij was, had ik op instigatie van mijn vader Geert gevraagd een aanbeveling te schrijven voor de achterflap van dit boek. Hij stuurde een stukje in dat op elf regels paste en waarin hij zó bondig de vraag beantwoordde waarom De Kadts analyse van het fascisme veertig jaar na de eerste druk in 1939 nog actueel was, dat het me licht teleurstelde...
In aanmerking genomen dat Heldring zijn rubriek ‘Dezer dagen’ in 1960 begon, valt te beredeneren waarom zijn eerste keuze daaruit pas in 1975 verscheen. Terwijl in die jaren geen andere uitgever belangstelling zal hebben gehad voor het werk van de politiek als ‘te rechts’ gekenschetse commentator, zal het even geduurd hebben voordat Geert in een keuze uit zulke korte stukken een ‘bruikbaar’ boekengenre is gaan zien. Dat Het verschil met anderen zoals Heldrings eerste boek heette, het tij niet meehad, kon Geert ongetwijfeld niet schelen: hij zal het hebben willen publiceren als ‘daad’ in een tijd dat het door hem verfoeide Nieuw Links door zijn invloed op de toenmalige regering Den Uyl hoog te paard zat.
Een mens moge tijdens zijn leven niet veel leidstarren van node hebben, in de daaropvolgende jaren werd J.L. Heldring er een voor mij. Ik sloeg bij wijze van spreken geen aflevering van zijn rubriek over en onderging zodoende zijn credo ‘aan den breine’, dat vragen stellen verkieslijker was dan zijn mening op te dringen. De talloze vragen die Heldring aan de orde stelde hadden op mij de uitwerking van een jarenlang college, een politiek en maatschappelijk ‘bij de les blijven’ waar ik hem dankbaar voor werd en bleef. Maar omdat mijn dankbaarheid geen gestalte kon krijgen in een uitnodiging aan hem om jaarlijks een bloemlezing uit zijn werk te publiceren, en Heldring zelf de laatste was om zoiets voor te stellen, bleef het ten slotte bij vier boeken, waarvan het laatste in 2012 verscheen en waarvoor we bij wijze van eerbetoon als titel Dezer dagen voorstelden, waar hij met enigs scepsis doch welwillend mee instemde.
Enkele weken voor zijn dood belde hij naar nu bleek voor de laatste keer op. Hij stelde droog-humoristisch en tevreden vast dat hij voor sommige dingen blijkbaar 95 had moeten worden om ze voor de eerste keer mee te maken, zoals in dit geval de tweede druk van zijn boek.
Ten onrechte is aan Jerôme Heldring is de P.C. Hooftprijs voor Letterkunde voor zijn gehele oeuvre onthouden. Verkennende besprekingen over het algemeen toegankelijk maken ervan zijn reeds aangevangen. Het zal mij desgewenst een eer en een genoegen zijn daar naar vermogen toe bij te dragen.

'Veel sprankelender dan eerdere vertalingen'
Met haar vertaling van de verhalen en novellen van Gogol (Verzameld werk deel 1) heeft Aai Prins de Filter Vertaalprijs 2013 gewonnen. De andere genomineerde vertalers waren Hafid Bouazza, Karol Lesman, Silvia Marijnissen, Arie Pos en Mirjam de Veth.Uit het juryrapport: ‘De taal die Aai Prins heeft gevonden is rijk en levendig en veel sprankelender dan eerdere vertalingen, de formuleringen zijn korter en strakker, minder omslachtig, overbodige woordjes zijn weggelaten. De liefde voor het vertalen straalt er bovendien af. Aai Prins, woonachtig in St. Petersburg, de stad van haar schrijver, tilt het geheel, Gogol zelf, elk verhaal, elke figuur, elke scène, elke dialoog, in elke zin rechtstreeks naar het hier en nu.’
Een van de wapenfeiten waaraan Prins haar nominatie te danken heeft, is de hernoeming van Gogols beroemde verhaal ‘De mantel’ in ‘De jas’. Over deze vertaalkeuze is een interessant stuk verschenen in het nieuwste nummer van Filter (waarin ook het juryrapport van de vertaalprijs te lezen is). Volgens de auteur van dit stuk, Eric Metz, is het een goede keuze geweest om het verhaal ‘De jas’ te noemen: ‘dat is eigenlijk ook wat het Russische woord sjinélj betekent: een lange jas, of een uniformjas.’
In december 2013 verschijnt Aai Prins’ vertaling van Dode zielen, het tweede deel van Gogols Verzameld werk.
Luister hier naar een interview met Aai Prins in het programma ‘Casa Luna’.

Alles loopt altijd anders
Sinds vijftien jaar schrijft Frits Abrahams een veelgelezen, dagelijkse column voor NRC Handelsblad. Evenals illustere voorgangers als Renate Rubinstein, Nico Scheepmaker en Henk Hofland behandelt hij een breed scala aan onderwerpen, varierend van politiek tot kunst en sport. Zijn toon is luchtig en humoristisch, maar ook de ernst schuwt hij niet. Voor hem is een mengeling van genres en stijlen de beste manier om zo’n dagelijkse rubriek vitaal te houden. Een essentieel deel van Abrahams’ columns bestrijkt het dagelijks leven.Hij observeert als stadsmens zijn omgeving, ontmoet anderen en beschrijft met veel empathie hoe mensen met elkaar omgaan. Ook over de mensen in zijn directe omgeving – vrouw, kinderen, kleinkinderen – schrijft hij regelmatig. De politieke dialogen met zijn vrouw zijn voor veel lezers een running gag die ze nooit overslaan.
Alles loopt altijd anders bevat een selectie van negentig nooit eerder gebundelde columns uit de jaren tussen 2006 en 2012.
‘Iemand die elke dag zo’n goeie column schrijft, dat is een wonder!’
- Maarten 't Hart
‘Je hebt altijd in de krant vaste plekken, waar je naartoe wilt, zoals Frits Abrahams en Fokke & Sukke in NRC Handelsblad.’
- Ronald Plasterk
‘Het is Abrahams als geen ander gelukt de dagelijksheid tot kunst te verheffen.’
-Marja Pruis, De Groene Amsterdammer

David Smalhout - Daarheen en weer terug
In Daarheen en weer terug beschrijft David Smalhout (1919–1989) uitvoerig en gedetailleerd wat hem tijdens het transport en zijn verblijf in vernietigingskamp Auschwitz overkomen is. Smalhout was de zoon van een diamantslijper. Na de lagere school ging hij naar de hbs, wat bijzonder was, omdat deze opleiding alleen was weggelegd voor financieel draagkrachtigen. Zijn ouders hebben zich veel moeite getroost om hun zoon die opleiding te kunnen geven.Als een van de laatste joodse paren trouwden zijn vrouw en hij in de Amsterdamse Grote Synagoge aan wat tegenwoordig het J.D. Meijerplein heet. Dat was in 1943. Een jaar later werden ze allebei opgepakt en naar de kampen getransporteerd. Na de oorlog heeft Smalhout zijn vrouw weer teruggevonden.
Dit dit aangrijpend ooggetuigenverslag verslag is ingeleid door Nico Frijda (1927), psycholoog en emeritus hoogleraar aan de UvA.
‘Ik heb Daarheen en weer terug ademloos uitgelezen.’
– Janet Luis in NRC Handelsblad –

De meeuw, Oom Vanja en vele andere meesterlijke toneelstukken
Dankt Tsjechov zijn roem in de eerste plaats aan zijn verhalen of aan zijn toneelstukken? Op die vraag kan de lezer een gefundeerd antwoord geven nu behalve zijn verhalen ook zijn toneelwerk opnieuw is vertaald. Voor het eerst in de Nederlandstalige geschiedenis verschijnt Tsjechovs complete toneelwerk in één editie, vertaald door Yolanda Bloemen en Marja Wiesbes, de twee vertalers die bovendien een verhelderend en biografisch nawoord schreven. Voor de statistieken: Tsjechovs Toneel is met 1248 pagina’s verreweg het dikste deel uit onze Russische Bibliotheek (Oorlog en vrede verscheen in twee delen).Het boek kon al rekenen op twee enthousiaste besprekingen, in De Volkskrant en NRC Handelsblad. De bespreking van Michel Krielaars in die tweede krant is in z’n geheel te lezen op hun website. ‘Uit deze nieuwe vertaling kun je nog meer dan vroeger opmaken dat Tsjechovs toneelstukken tijdloos zijn,’ schreef hij. Lees hier de complete recensie.

Jubileumeditie
Zojuist verscheen de vijftigste druk van De donkere kamer van Damokles van Willem Frederik Hermans. Sinds 1958, toen de eerste druk verscheen, zijn van deze klassieke roman al bijna 1 miljoen exemplaren geproduceerd. Voldoende reden om van deze jubileumeditie iets heel bijzonders te maken.Gebonden in het fijnste Ballonet-linnen, voorzien van een transparant omslag waarop de titel in eerste instantie ogenschijnlijk aan het oog wordt onttrokken, de afsnede rondom zwart gespoten, met als uitsmijter een zogenaamde ‘double fore-edge painting’ waarbij de namen van Dorbeck en Osewoudt (u weet het toch nog wel?) bij het schuinhouden van het boekblok zichtbaar worden.
Het binnenwerk werd gedrukt op Bioset, met een extra kleur op de titelpagina, en door middel van een revolutionaire zetwijze werd een zelden vertoonde rustige bladspiegel verkregen. Oordeelt u zelf!
Dit alles bedacht door onze vormgever Christoph Noordzij en uitgevoerd door de Drukkerijen Bariet en Mouthaan en Boekbinderij Van Waarden.
Deze eenmalige jubileumeditie verschijnt in een beperkte oplage en kost € 59.

Onze eeuw, Heldring en Spoor jubelend besproken
Michel Krielaars schrijft in NRC-Handelsblad: ‘De Nederlandse journalistiek kent een handvol briljante scribenten die, als hun artikelen in de Angelsaksische pers waren gepubliceerd, wereldberoemd zouden zijn. Ik raak daar opnieuw van overtuigd bij het lezen van Onze eeuw. J.L. Heldring en André Spoor in gesprek, waarin de twee oud-hoofdredacteuren van deze krant zich als The Wise Men van de Lage Landen manifesteren, zo breed en diepgaand is hun kennis van de internationale politiek.’André Spoor en J.L Heldring voerden in augustus 2012 een viertal lange gesprekken. Zij namen hun persoonlijke ervaringen met de politiek van de twintigste eeuw door, spraken over de Koude Oorlog, het ontstaan en het einde ervan, over de dekolonisatie, over Europa, over de Nederlandse buitenlandpolitiek. Het resultaat van die gesprekken heeft dezelfde ongedwongen toon als die van Helmut Schmidt en Fritz Stern in hun boek Unser Jahrhundert. Ein Gespräch.

Jubileumjaar - verzameljaar
‘De beroemde Russische Bibliotheek van uitgeverij Van Oorschot,’ aldus NRC Handelsblad, bestaat in 2013 zestig jaar. Wij vieren dat onder meer met even feestelijke als tijdelijke prijsverlagingen op de ruim 40 bestaande delen en vier nieuwe vertalingen:Maart: Tsjechov, Toneel (voor het eerst compleet), vertaling Yolanda Bloemen en MarjaWiebes.
Mei: Babel, Verhalen (een nieuwkomer in de Russische Bibliotheek), vertaling Froukje Slofstra
Oktober: Dostojevski, De idioot, vertaling Arthur Langeveld
December: Gogol, Dode zielen, vertaling Aai Prins
Afgeleid van de grote reeks is ‘de kleine RB’ (klein formaat hardcovers, 64 blz., € 7,50), voor wie eerst wil proeven van ‘de klassieke Russen’ of een ander daartoe wil aanmoedigen:
Gogol Hoe Ivan Ivanovitsj ruzie kreeg met Ivan Nikiforovitsj
Tsjechov De kus (met kortingsbon van € 5 voor de aanschaf van Toneel)
Babel De geschiedenis van een paard (met kortingsbon van € 5 voor de aanschaf van Verhalen) (maart)
Achmatova, Majakovski, Tsvetajeva Ode aan de voetganger (gekozen uit hun werk en ingeleid door Kees Verheul (april).
Bijt me toch, bijt me! is een bloemlezing met de mooiste dierenverhalen uit de Russische Bibliotheek, samengesteld en ingeleid door Carl Friedman (maart).
De ruim 40 bestaande delen worden, verdeeld over groepjes van tien, telkens drie maanden lang aangeboden voor slechts € 29,90. Dit komt neer op een lezersvoordeel tussen 25 en 35%. Ideaal voor wie zijn Russische Bibliotheek wil completeren of met verzamelen beginnen. Ideaal ook om cadeau te geven. Immers soms weet men niet wat men zijn geliefde, vriend of vriendin nu eens zal geven. Dan is een deel uit de Russische Bibliotheek een goed idee.
Van mei tot en met juli 2013 geldt, zolang de voorraad strekt (!), de aanschafprijs van € 29,90 voor de delen Achmatova, Boenin (4x), Gontsjarov, Majakovski, Poesjkin (2x) en Tsvetajeva. Vraag uw boekhandelaar naar meer informatie of download hier de folder.