1980-1990

mult25Nadat hij Gemma Nefkens, die enkele jaren tevoren bij de uitgeverij was komen werken, en zijn jongste zoon Wouter in de directie had opgenomen, concentreerde Geert zich op het afronden, c.q. veiligstellen van projecten die hij onder handen had (waaronder in de eerste plaats Multatuli's Volledige werken), terwijl hij zich voor de dagelijkse gang van zaken meer en meer op de jonge garde begon te verlaten. Deze nam een paar kloeke besluiten, die Geert vooreerst met lede ogen aanzag. Er werd menig hartig woord gewisseld over ogenschijnlijk futiele kwesties als de aanschaf van nieuwe kantoor-apparatuur, het toekennen van isb-nummers en het in de boeken vermelden van drukgeschiedenissen.  

Halverwege de jaren zeventig was ongeveer tegelijkertijd een eind gekomen aan de samenwerking met de typografen Helmut Salden en Nicolaas Wijnberg, als gevolg waarvan enkele jaren lang vrijwel alle boekomslagen er even identiek als lelijk kwamen uit te zien. Met het aantrekken van de onvolprezen typograaf Gerrit Noordzij kreeg het fonds gelukkig weer een fraai gezicht.

Het besluit om de Russische Bibliotheek voorzichtig uit te breiden met nieuwe delen keurde Geert ongezien goed; begonnen werd met een keuze uit de brieven van Dostojewski, Poesjkin en Toergenjew, die werd gemaakt en van commentaar voorzien door Karel van het Reve. Het besluit echter om ook goedkope herdrukken van hoogtepunten uit de reeks uit te geven werd door hem bijna als een trauma ervaren - totdat hij de nacalculatie van deze edities onder ogen kreeg. De invoering van drukgeschiedenissen en het meer nauwgezet toezenden van correctie-exemplaren verbeterde de zakelijke verstandhouding met Willem Frederik Hermans en Gerard Reve aanzienlijk. Het leidde wat Reve betreft onder meer tot drie nieuwe uitgaven: Brieven aan Josine M. (1981), Brieven aan Ludo P. (1986) en Verzamelde gedichten (1987).

In deze periode debuteerden Johan Buschman, Eep Francken, Jaap Goedegebuure, Marko Fondse, Ronald Havenaar, Tomas Lieske, Paul Meeuws, Yvo Pannekoek, Kees Ruys, Cees Sanders en Rogi Wieg in boekvorm. De schrijver-bioloog D. Hillenius, die na zijn debuut in 1961 elders onderdak gevonden had, keerde terug, terwijl ook Jan Stavinoha van uitgeverij wisselde en zijn werk hier onderbracht.

In 1985 verscheen ter gelegenheid van het veertigjarig bestaan van de uitgeverij de opmerkelijke bundel Gedichten, waarvoor Elisabeth Eybers, Fritzi Harmsen van Beek, Judith Herzberg, Hanny Michaelis, Annie M.G. Schmidt en M. Vasalis elk tien gedichten uit eigen werk bloemleesden, en die zeer succesvol bleek.

Voor zijn uitgeef-activiteiten ontving Geert van Oorschot talrijke onderscheidingen, met als hoogtepunt in November 1986 de toekenning van een Eredoctoraat in de Letteren aan de Universiteit van Tilburg. Hij was de eerste Nederlandse uitgever aan wie deze eer te beurt viel. Zijn laatste openbare wapenfeit bestond uit het bijeenbrengen van fondsen voor het Multatuli-standbeeld op de Torensluis in Amsterdam, met de voorkant gericht op het gebouw van de Letterenfaculteit van de Universiteit van Amsterdam, en de kruidige toespraak die hij bij de onthulling ervan door Koningin Beatrix tot de vorstin richtte.

Geert van Oorschot stierf op 18 december 1987.

Delen