Kelderrestanten arrow Daewoo: de wegwerpfabriek


François Bon
Daewoo: de wegwerpfabriek

ISBN 9789028250840
Roman, 288 pagina's
€ 5,00



November 2005: grote maatschappelijke onrust teistert de voorsteden van Parijs. Ineens zag de hele wereld wat de Franse schrijver François Bon al jaren in zijn boeken aan de orde stelt: de problemen van de mensen die door de samenleving aan de kant zijn geschoven – autochtone arbeiders, werkeloze immigranten, en ontwortelde jongeren. Ook in Daewoo: de wegwerpfabriek portretteert Bon de explosiviteit van een samenleving waarin arbeid als sociaal bindmiddel ontbreekt en waarin ieders gevoel van eigenwaarde ondermijnd dreigt te worden. 

Toen de Koreaanse multinational Daewoo eind 2002, begin 2003 haar drie vestigingen in Noordoost-Frankrijk sloot, kwamen ruim twaalfhonderd werknemers op straat te staan. Geruchtmakende protestacties en een brand waarbij een van de fabrieken in rook opging, haalden de voorpagina’s van de landelijke dagbladen. Net zoals de financiële malversaties van de topman van het bedrijf, Kim Woo-Chong. Vanaf 2001 werd deze miljardair, die wegens onduidelijke verdiensten in 1987 de Franse nationaliteit had verkregen, in 1996 was benoemd tot Commandeur in het Legioen van Eer, en grote subsidies van de Franse overheid had opgestreken, door Interpol gezocht vanwege boekhoudschandalen waarbij die van Enron of Ahold kinderspel waren. Na de aanvankelijke opschudding ebde de belangstelling in de Franse pers langzaam weg, de drie van hun werkgelegenheid beroofde stadjes in het toch al verarmde Lotharingen waren een tijdelijk arbeidsbureau en honderden langdurig werkelozen rijker.

‘Het niet accepteren, je ertegen verzetten dat er niets overblijft’. Zo luidt de eerste zin van Daewoo: de wegwerpfabriek, en dat was de opdracht die François Bon zichzelf stelde toen hij tijdens een van zijn bezoeken aan een van de fabrieken zag hoe het uithangbord Daewoo letter voor letter door een hijskraan van het dak werd getakeld. Dat er geen spoor zou overblijven van de plaats waar mensen decennia lang hard gewerkt hadden, en daarmee ook niet van het onrecht dat hun was aangedaan, vond hij een onverdraaglijk idee. De in onbruik geraakte hoogovens en staalfabrieken in Lotharingen functioneren tenminste nog als plekken van herinnering, maar hedendaagse fabrieksgebouwen veranderen om de haverklap van eigenaar en bestemming, of verdwijnen in hun geheel naar lagelonenlanden, muren en dak incluis. De werknemers die in hun gezamenlijke verzet tegen de gedwongen ontslagen een hechte groep vormen, verspreiden zich op zoek naar ander werk over de hele streek. Een gebarsten betonnen vloer waar het gras door heen woekert, is alles wat overblijft als er niets meer overblijft.

Daewoo: de wegwerpfabriek is net als Gemengde berichten en Gevangenis een bij uitstek meerstemmige tekst. De roman bevat de in spreektaal weergegeven gesprekken met een aantal vrouwelijke werkneemsters van Daewoo. Daarmee geeft Bon deze vrouwen een stem en een gezicht en voorkomt hij dat ze zonder meer in de anonimiteit verdwijnen. Het zijn gedetailleerde portretten van mensen die met galgenhumor en cynisme optornen tegen het economische tij en daar niet alleen materieel maar soms ook psychisch het onderspit bij delven. De arrogantie van de macht spreekt uit de holle frasen van werkgevers en parlementsleden die zich in de confrontatie met verontwaardigde werknemers verschuilen achter een rookgordijn van gemeenplaatsen. De felle branden die in het hart van het boek beschreven worden, symboliseren woede en verzet: samen met de trefzekere schetsen van het oude industriële landschap vol verwrongen staketsels, vormen zij een apocalyptische achtergrond voor een eigentijds drama.

De door Bon bewonderde Rabelais schreef het al: ‘De ene helft van de wereld weet niet hoe de andere helft leeft’. Wellicht brengt Daewoo: de wegwerpfabriek, die bekroond werd met de Prix Kepler daar verandering in.

In samenwerking met toneelregisseur Charles Tordjman verwerkte Bon de geschiedenis van Daewoo in Frankrijk ook tot een toneelstuk. Dit ging in première op het Festival van Avignon in juli 2004. De 110e voorstelling vond plaats in Grenoble op 31 mei 2006. Op diezelfde dag verscheen in de Franse pers het bericht dat topman Kim Woo-Chong in Zuid-Korea tot tien jaar gevangenisstraf was veroordeeld.