Algemeen arrow De bloemen van het kwaad


Charles Baudelaire
De bloemen van het kwaad

ISBN 9789028250338
Gebonden, 588 pagina's
€ 37,02

Bestellen

Vertaald door Peter Verstegen 

Baudelaires Les fleurs du mal is een onbetwist hoogtepunt uit de wereldliteratuur. Zijn werk staat enerzijds in het teken van de zwarte romantiek, door zijn fascinatie met het lugubere en satanische, het onbehagen van de mens met zijn lot. Anderzijds stond Baudelaire als eerste poète maudit lijnrecht tegenover de romantische opvatting van de dichter-ziener die de mensheid verlicht op haar reis naar een betere toekomst. Hij verwierp fervent ieder geloof in vooruitgang. Een groot gedeelte van zijn moeilijk, door schuldeisers achtervolgd bestaan deelde hij met de mulattin Jeanne Duval; zijn gedichten voor haar en enkele andere vrouwen in zijn leven vormen het hart van dit boek en behoren tot de mooiste liefdespoëzie die er geschreven is. Na verschijning van Les fleurs du mal (1857) werd Baudelaire veroordeeld wegens de obsceen geachte inhoud van zes gedichten, die uit de bundel moesten worden verwijderd.

Vertaler Peter Verstegen nam voor deze tweetalige editie de tweede druk uit 1861, met 35 nieuwe gedichten, als uitgangspunt. Hij bracht de veroordeelde gedichten terug op hun oorspronkelijke plaats en reconstrueerde de volgorde die Baudelaire voor ogen stond voor de postuum verschenen derde druk (1869). Verstegen voorzag het geheel van een compact en verhelderend commentaar.


DE ALBATROS

Vaak vangt het scheepsvolk, om verveling te verdrijven,
De vogel albatros die op zijn wieken wijd,
Als lome reisgenoot, elk schip nabij kan blijven 
Dat over ’t bitter diep der oceanen glijdt.

Maar amper prest men hem om op het dek te landen,
Of deze vorst van het azuur sleept gelijk twee 
Peddels zijn grote, witte vleugels tot zijn schande 
Grotesk en zielig aan weerszijden met zich mee.

Gevleugeld reiziger, nu krachteloos, onhandig!
Komiek en lelijk ook, voorheen zo’n lust voor ’t oog!
De een brandt met een pijp zijn snavel en de ander 
Hinkt honend het onmachtig dier na dat eens vloog!

De Dichter is gelijk die prins der hemelsferen,
Hij die met storm verkeert, lacht boog en schutter uit;
Gebannen aan de grond, waar spotters hem kleineren,
Wordt hij door reuzenwieken in zijn gang gestuit.