Algemeen arrow Bij nader inzien


J.J. Voskuil
Bij nader inzien

ISBN 9789028241466
Paperback, 1212 pagina's
€ 27,50

Bestellen

De roman Bij nader inzien, voor het eerst verschenen in 1963, is de fascinerende beschrijving van een groep studenten Nederlands in Amsterdam tussen 1946 en 1953. Met een grote rijkdom aan onvergetelijke details weet J.J. Voskuil de typisch na-oorlogse atmosfeer van het studentenleven uit die tijd op te roepen. Vooral via de talloze op studentenkamers gevoerde discussies, waarin de literatuur een belangrijke rol speelt, raakt de lezer heel geleidelijk bekend met de persoonlijkheid en de opvattingen van elk van de personages: de studenten voelen verwantschap met het gedachtegoed dat het tijdschrift Forum in de jaren '30 uitdroeg: het denken in 'vriend en vijand', de nadruk op intelligentie en de afkeer van wetenschap.

Maarten Koning, alter-ego van de schrijver, leert zichzelf bij stukjes en beetjes kennen, door te letten op hoe hij reageert op verschillende situaties, alleen, of met anderen. Een centrale vraag voor hem, en daarom ook in de roman, is die naar de betekenis van vriendschap. Maarten Koning moet uiteindelijk ervaren dat vriendschap bij nader inzien niets te betekenen heeft. Drieëndertig jaar na de verschijning van deze debuutroman verscheen het eerste deel van Het Bureau, een roman in zeven delen, waarmee Voskuil zijn naam als schrijver definitief vestigde.



'Het is een boek dat zich uit de Nederlandse literatuur niet meer weg laat denken. Een boek in de lijn van Ter Braak, maar misschien Ter Braak voorbij. Een document over het leven en denken van kritische mensen, die zich slechts op voorwaarde van lijfsbehoud en onder protest willen conformeren, compleet met al hun belachelijkheden en banaliteiten. [...] Het is een waarschuwing om 'wakker te blijven'. Maar tegelijk is het, in zijn waarneming, zijn situatietekening, zijn oog voor het menselijke en onmenselijke, 'verdomd mieters'.' Anne Wadman, Leeuwarder Courant, 14 december 1963.

'Bij nader inzien is geen lastig boek, men kan het door zich heen laten spoelen als slappe thee, die eveneens onschadelijk is maar toch wakker houdt. Net genoeg geprikkeld om niet in te slapen, net te zeer geërgerd om dat te appreciëren, leest men dan maar door [...]. Hadden ze hun sigaretten niet zelf moeten rollen, dan was het boek voor de helft korter geweest.' Renate Rubinstein, Vrij Nederland, 21 september 1963.