Gesigneerd arrow De barre ballade van Boris Borus


Ivan Barkov
De barre ballade van Boris Borus

Gesigneerd, in linnen gebonden met stofomslag, 64 pagina's
€ 51,42

Bestellen

Schitterend vertaald door Marko Fondse, prachtig vormgegeven door Gerrit Noordzij, heerlijk scabreus geïllustreerd door Peter Vos, verscheen deze bijzondere uitgave in 1991.

De Kut, oerschepping der Natuur,
is een symbool van ons bestaan.
Daaruit kruipt alle creatuur
als bijen uit een korf vandaan.

*

Daar leefde eens, zo gaat de mare,
in Moskou’s veste metterwoon,
een koopmansweeuwtje jong van jaren
met blank gelaat en rode koon.

Haar brave heer gemaal, nu wijlen,
stierf voor zijn tijd in ’s levens fleur
de dood – o jammer niet te peilen! –
door toedoen van haar grote scheur.

Elk gleufdier is gemaakt tot kezen
– waartoe die waarheid u verheeld? –
maar een zo ritsig kreng als deze
had Moeder Aard’ nog nooit geteeld.

Híj kon geen poot haast meer verzetten,
laat staan wat staan moet, maar ’t verdraait.
Doch zíj stelde in huis de wetten
en was het: ‘Naai’ - dan wérd genaaid.

Zo’n straf regiem moest hem wel slopen.
’t Was binnen ’t jaar met hem gebeurd.
Toen ging voor hem die hemel open
waarin genaaid wordt, noch getreurd. 

(...)

Aldus begint De barre ballade van Boris Borus van Ivan Barkov, een niet mis te verstaan dichtwerk in ‘ronde verzen’, stammend uit het achttiende-eeuwse Rusland, dat aldaar nog altijd grote bekendheid geniet. Het verhaalt van een hitsig koopmansweeuwtje, dat geen rust kent voordat zij door de grootste tamp uit Moskou is gedekt. En die is in het bezit van Boris Borus. Uiteraard loopt de komedie tragisch af.

Van dit bijzondere boek werden 50 gedrukt en gesigneerd door de drie makers: dichter-vertaler Marko Fondse (alias Nelis Klokkenist), typograaf Gerrit Noordzij en tekenaar Peter Vos (alias Pieter Pen). Een klein aantal van dit zeer bijzondere collectorsitem is nog beschikbaar.

In het nawoord bij de uitgave schrijft Marko Fondse: ‘De naam Ivan Barkov zei me niets. Het enige naslagwerk in mijn bezit dat hem bleek te vermelden was de Geschiedenis van de Russische literatuur door Karel van het Reve, die vijftien regels aan hem wijdt. De slotzin daarvan luidt: “Zijn roem (...) dankt hij aan een aantal scabreuze gedichten, die nog steeds de Russische censuur niet hebben kunnen passeren.” Dat zei me niet veel. Fatsoenlijke Russen zullen zelfs een (echt bestaand) woord als “bil” vermijden.’ En even verder: ‘Origineel en vertaling hebben mijn vocabulaire aanmerkelijk verrijkt, als dat woord hier ten minste op zijn plaats is, want bij ons thuis heette dit soort taal altijd gebrek aan woorden.’