Het zomernummer van Poetry Review had een dossier met de vraag waar de nieuwe politieke poëzie uithangt. Mijn aandacht ging naar Ian Duhig die een verschil schetst tussen lokale en academische percepties. Dat laatste is altijd obligaat, vind ik, maar de dichter betoogt met veel bravoure en werkelijkheidszin over nieuwe sociale kloven die in Amerika en Engels ontstaan zijn. En over de aandrift serieuze narigheid immer elders waar te nemen. Zijn zoon, vertelt Duhig, zal zwaar moeten betalen voor een opleiding die zwakker is dan vader ooit in de avonduren gratis kreeg. ‘If poetry begins in wonder, such stupefying political changes could not fail to influence mine, as they do many other poets now, writing in many different ways.’ Ian Duhigs eigen ouders komen trouwens uit de veelsproken EU-natie Ierland, waar investeringsbanken vrolijk voortdoen terwijl een groot ziekenhuis wegens bezuinigingsronden zijn patiënten niet meer kan behandelen. Maar dat laatste schijnt geen principieel probleem met al dan niet privé-gesponsorde buren. Moet je dichterlijk of gezond zijn om dat ongerijmd te vinden?

Collage – over de schoonheid van een snipper
De encyclopedie van het geluk 28 13 april 1923 arriveert op station Drachten een man wiens belangrijkste bezit een koffer vol papiersnippers is. Hij wordt afgehaald door de broers Thijs en Evert Rinsema, beiden kunstenaar, de eerste ook schoenmaker. Het intieme detail dat de man meteen sympathiek maakt. Lijm moet een redelijk vroeg gereedschap van...
Lees verder
Dingen kwijtraken
Naast een strekkende meter fotoalbums bleek er niet zo veel van emotionele waarde te zitten tussen de spullen van mijn ouders. Ik werkte bij het uitruimen van hun huis met twee stapels, waarbij de stapel mee naar Amsterdam na elke heroverweging kromp. Na hun meubels verdwenen alle boeken, platen, interieurprulletjes en kunstigheden die me niet...
Lees verder
'Met een nog net coherent "goedenavond" eindigen, dat is een ongeschreven wet'* – Over het café
De encyclopedie van het geluk 27 In een café rijg je drankjes aan elkaar. Bij Carmiggelt klinkt het zo: ‘de boekhouder zet ‘m elke dag dionysisch op, vult de delicate schemer van de kroeg met zijn schelle stem en wordt alleen geduld omdat hij zo’n goed klantje is. Hij begint altijd met een pilsje. De...
Lees verder
Blog archief


