[p. 355]
Iets onbegrijpelijks zit in de weg. Ik denk
aan Perzië. Een labyrint vol spiegels.
De eerste rimpeltjes waaraan je ziet dat ook jij
kunt verouderen. Maar daarom heb ik je zo lief.
Jij kunt mij breken. Ik kan jou verscheuren.
Die ene stap in een onmetelijke ruimte.
[p. 356]
Een hoge boom. De blaadjes nauwgezet
gerangschikt. Elk blad is afgestemd
op ieder ander trillend blad. Een sidderend geheel
van stemmen in een wijdvertakte keel.
Maar nu is het windstil en aan de uitgestorven
lucht zwijgt zelfs de maan. Noodweer. Een radeloze rust.
[p. 357]
De dageraad een tedere eksplosie.
Van je ontwaakte lippen
vallen de eerste woorden.
Ik luister naar de verte.
Dit alles zou de toekomst kunnen zijn,
dit staag veranderende, vluchtige
en een en al vergankelijke.
De bruine heuvels dansen.
Het dodelijke van een dag
die aanbreekt en de nacht
schijnbaar heeft overwonnen.
‘t Lichtvaardige van alle overmacht.

Veerkracht
Of hij zich inliet met Oosterse wijsbegeerte of een geschoold stoïcijn was weet ik niet, maar zonder dit soort levenskunsten kan ik niet begrijpen met welke onthechtheid dichter Chris van Geel het lot dat hem ten deel gevallen was tegemoet schijnt te hebben getreden. Het gebeurde in 1972, twee jaar voor zijn overlijden, toen hij...
Lees verder
Verlangen naar wat ongedaan bleef – de kunst van het nietsdoen
De encyclopedie van het geluk 30 Na 55 jaar ben ik er nog steeds niet achter of ik lui ben of niet. Op school spijbelde ik veel. Maar spijbelen is nog steeds en probaat middel om dingen gedaan te krijgen: spijbel van je administratie en de afwasmachine wordt ingeladen. Spijbel van het opruimen en je...
Lees verder
Zoeken
’s Ochtends vroeg: we staan achter het hek en speuren door verrekijkers het weiland af. Het perceel lijkt ongemoeid, straks de boer maar even bellen wat zijn plannen ermee zijn. Er zitten kieviten op. Twee dofferts – mannetjes – duikelden zopas even door de lucht en streken erop neer. Vorige week vonden we al een...
Lees verder
Blog archief



