[p. 551]
In kleine jaarboeken ligt
heel gecomprimeerd mijn leven.
Wie kwam, en waar ik ging.
De letters die de feiten
vatten in taal staan als wachters
voor alles er achter.
Zwijgen op papier dat geen
ruimte laat voor leegte. Zodat
dit leven voller lijkt
dan het, dunkt mij, was.
[p. 552]
De foto laat een jongen zien
van een jaar of tien. Er kwam een
telelens aan te pas – omdat
de jongen hoog, en ver, in een
boom geklommen was. Zijn gezicht
in ‘t groen lijkt dichterbij gehaald.
Zacht streelt de zon zijn roodbruin haar.
Een zoon die naar een vader lacht –
beneden, op het pad. Vader,
geen lens brengt hem nabij. Op hem,
onzichtbaar, valt een ander licht:
een stille liefde straalt hem toe.
[p. 553]
De badweg:
zonder einde of begin in
blond, zilt land.
Een vergeten uitgangspunt, lang
geleden,
dat vacantie heette. Vanwaar
zonder paard
of wagen en geen mens die mij
wou dragen,
ik liep: onbegrepen dagen.
Klein tussen
grote benen over klinker-
stenen naar
het vermeende paradijs waar
harde wind
scherp zand in bange ogen blies.

Collage – over de schoonheid van een snipper
De encyclopedie van het geluk 28 13 april 1923 arriveert op station Drachten een man wiens belangrijkste bezit een koffer vol papiersnippers is. Hij wordt afgehaald door de broers Thijs en Evert Rinsema, beiden kunstenaar, de eerste ook schoenmaker. Het intieme detail dat de man meteen sympathiek maakt. Lijm moet een redelijk vroeg gereedschap van...
Lees verder
Dingen kwijtraken
Naast een strekkende meter fotoalbums bleek er niet zo veel van emotionele waarde te zitten tussen de spullen van mijn ouders. Ik werkte bij het uitruimen van hun huis met twee stapels, waarbij de stapel mee naar Amsterdam na elke heroverweging kromp. Na hun meubels verdwenen alle boeken, platen, interieurprulletjes en kunstigheden die me niet...
Lees verder
'Met een nog net coherent "goedenavond" eindigen, dat is een ongeschreven wet'* – Over het café
De encyclopedie van het geluk 27 In een café rijg je drankjes aan elkaar. Bij Carmiggelt klinkt het zo: ‘de boekhouder zet ‘m elke dag dionysisch op, vult de delicate schemer van de kroeg met zijn schelle stem en wordt alleen geduld omdat hij zo’n goed klantje is. Hij begint altijd met een pilsje. De...
Lees verder
Blog archief



