- Eva Gerlach Vaak vrij horizontaal
- Robert Anker Wilde beelden
- Leo Vroman Over wraakzaamheid
- Tomas Lieske Gedichten
- Toine Moerbeek Vrouwenkitsch I
- Willem Jan Otten Meren
- H. Brandt Corstius De bijl
- H.H. ter Balkt Laaglandse hymnen
- K. Michel Korte uitweiding over de ziel
- Herman Coenen Gedichten
- Michaël Spaan De bollentrekker en zijn doodgravers
- Willem Weijters
- Poëziekroniek Oude strijd nieuwe angst I
[p. 373]
Dring niet zo om me heen, duizend miljoen dingen met neusgaten,
helgele afrikaantjes met je slechte adem, zwaailicht van zon en wederzon.
Ik ben er niet. Heel de nacht door in mijn hoofd
lagen dringende zaken te vervellen, koelden
generatoren tikkend af, legden verlegden er zich
natte zoogdieren nog onrustig om de robbenjagers. Nu
is het stil. In een kokon van ruimte val ik achterwaarts door een
sterreloos zwart. En ik verplaats me niet.
Ach, arm voor arm, been voor been
is waterbuffels in de zoete modder vastgezogen.
Ik kan me niet bewegen.
(Waar is de tijd dat al mijn jonge cellen het bed uitsprongen,
naar de geur van bakspek op een zondagmorgen;
hoho, en ik erachteraan natuurlijk!)
[p. 374]
In de lente zie ik jou
na de kale winterkou,
na de kou van Boerenbruegel,
takkenbossen op een kreugel, graagte
als een keldermot
weggekropen voor de vrome
vuistenbijtertjes uit Rome. Schrale
korsten in de kast.
Maar de aarde kantelt naar de
equinox. Dan
gaan weer rappe
kleppervoeten op de trappen, vliegen
venstervleugels open, liggen
zedeloze biggen rozeronde
in de zonde, rozeronde
in de zon. Geurt
de mede, spat het bier.
Groeien bloemen uit de grond. Bloeien
lippen om je mond, glanst het onyx
van je ogen, is je huid mijn
voorjaarsdeken en je borst
mijn voorjaarsfruit.

Lezers
‘Ja,’ zei W in het kleine café waar we zaten om een boekje te bespreken dat ik voor haar uitgeverij gemaakt heb. ‘We gaan natuurlijk ten onder met dat hele boekenvak, maar laten we dat dan wél feestelijk doen.’ We nipten van een glaasje crémant terwijl ik bedacht wat een geluk het was om op...
Lees verder
Blauwbehoefte
Larousse 25 Een ergerniswekkende beperking in mijn voorstellingsvermogen: hoewel ik sinds ik ooit voor het eerst met een vliegtuig boven het wolkendek raakte, weet dat daar blauwe lucht is, kan ik voor mijn welbevinden geen gebruik maken van die kennis. Met andere woorden: onder sombere wolkenluchten somber ik. Terwijl ik weet dat het maar een...
Lees verder
Humor
Toen onze zoon geboren werd, toen ze hem in mijn armen legden, gebeurde er iets onverwachts. Zijn verbijsterde gezichtje kwam mij als dat van een totale vreemde voor. Ondanks de waarschuwing van een vriend die eerder dan ik vader was geworden, was ik van een onmiddellijke lichamelijke herkenning uitgegaan, maar hier was een hele nieuwe...
Lees verder
Blog archief



