Zinnen die verstarren

In de kamer waar mijn beste vriendin ooit woonde heb ik een schrijfplek ingericht. Als ik achter het bureau zit, zie ik uit mijn ooghoek de sterretjes die ze met potlood op de muur tekende wanneer ze haar kamer niet uit wilde komen. Ze kon een fles rode wijn in een avond opdrinken en bewaarde de lege flessen onder haar bed. 

Op mijn bureau staat een computerscherm, een toetsenbord en een pennenbak. Naast het bureau staat een houten kast gevuld met papieren sporen van alle levens die ik geleid heb: brieven die aan mij gestuurd zijn, brieven die ik nooit verstuurd heb. Diploma’s, analoge foto’s van oude geliefden en mensen die ik niet meer spreek. Notitieboekjes en agenda’s waarvan alleen de eerste pagina’s beschreven zijn. Ik kom er steeds opnieuw achter dat ik geen schrijver ben die eraan denkt om een boekje bij zich te dragen: als mij iets te binnen schiet, een personage, een beeld, wil ik het in de notities van mijn telefoon bewaren maar vervliegt het, omdat ik niet naar een scherm wil turen. Ik wil om me heen kijken, alles in me opnemen. Dichter Hanny Michaelis schreef haar gedichten op kladblokjes van de Hema, verfrommelde haar manuscripten als ze eenmaal gepubliceerd waren. 

Uit het raam zie ik de school die aan de overkant ligt. De school was plots ontstaan: het gebouw stond drie jaar leeg en in september reed er een vrachtwagen voor die tafels, stoelen en computers bezorgde. Een paar dagen later sjokten er kinderen met grote rugzakken naar de lokalen. Alsof ze er altijd waren geweest voerden ze de eeuwige choreografie uit: in schriftjes schrijven, naar het schoolbord wijzen, op mobieltjes scrollen. Er zit één jongen met een elektrische fiets bij, die na schooltijd vaak wordt aangesproken door jongens die hij kent. Ze stompen op zijn arm, lachen hard. Ik kan niet goed zien of ze vriendelijk zijn. Hij lijkt het zelf ook niet te weten, en lacht aarzelend mee, kijkt om zich heen alsof hij naar huis wil. (Ik kijk vaker uit het raam dan naar de woorden die ik typ.) 

Ik zou graag een notitieboekje bij me willen dragen, om er in te schrijven als ik een voorbijgaande vrouw iets grappigs of wanhopigs hoor mompelen in haar telefoon; als zonlicht de haren van een meisje op straat verlicht zodat ze op een heilige lijkt. Dan zou mijn werkplek niet statisch zijn, maar zou mijn werk altijd onder constructie zijn, op straat, in de trein, in mijn jaszak. Natalia Ginzburg schrijft in haar essay ‘Mijn vak’ dat de zinnen die zij bewaarde in een opschrijfboekje, toevallige ideeën en beelden, voelden als opgezette dieren in een museum. Ze verstarden, raakten hun energie kwijt: ze stierven in haar en konden niet langer gebruikt worden in verhalen, waar ze houterig en onnatuurlijk voelden. Zinnen kan je niet bewaren, schrijft Ginzburg: elke keer dat je schrijft moet je al je mooiste ideeën en beelden koesteren en gebruiken, daarna moet je ze loslaten, zoals ik de vriendin die hier ooit woonde liefhad, en losliet.                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                 

"Foto van Ida Blom"
Ida Blom

Ida Blom schrijft proza en essays. Haar werk verscheen op papieren helden.

recent

Muziek! Muziek!

Ik lees alleen Duitse poëzie als ik met mijn studentenkoor een koorstuk in het Duits zing of als ik een zanger begeleid die Lieder uitvoert. Zo heb ik laatst met een vriend van mij enkele delen van Schumanns Dichterliebe ingestudeerd en opgevoerd op de maandelijkse kamermuziekavond (soirée genoemd) van mijn studentenkamermuziekgezelschap. Het was een valentijnssoirée, dus het thema van de avond was duidelijk (elke soirée heeft een eigen thema). Het is de sport om bij het inleidende praatje het muziekstuk dat je gaat spelen te verbinden aan het thema van de avond – het gebeurt zelden dat iemand besluit om, laten we zeggen, Schuberts pianotrio op juist die soirée te spelen waarvan het thema ‘Oostenrijk’ is. Je kiest een stuk omdat het je leuk lijkt om het te spelen en op de avond zelf draai je pas een praatje in elkaar om de keuze in het licht van het thema van die soirée te verantwoorden, tot grote hilariteit van alle aanwezigen. Zo had ik op de valentijnssoirée het pianokwartet van Mahler met het thema verbonden door het verhaal te vertellen van Mahler die relatieproblemen had en daarom met Freud door de Leidse Breestraat wandelde. Een vriend van mij, een saxofonist, wist het jazzstuk Nuits Blanches van Alain Crépin via Dostojevski’s Witte nachten, dat immers gaat over een liefdesgeschiedenis, aan hetzelfde thema te liëren. En een fagotspeler en cellist wisten hun duet slechts te verantwoorden door te zeggen dat er geen andere instrumenten zijn die zo heerlijk innig samenklinken.

Voor Schumanns Dichterliebe hadden mijn zanger en ik geen enkel probleem om het muziekstuk met het thema in verband te brengen: de meeste van Heines gedichten in die cyclus gaan over de liefde. Het zijn korte gedichtjes, vaak niet langer dan een regel of zes. De liederen zijn daarom ook kort – ze zijn echter zeer krachtig; het zijn bijna impressies. De pianobegeleiding is meesterlijk en de melodieën van de zanger zijn wonderschoon.

Ik heb de afgelopen jaren veel zangers begeleid en er zijn vele componisten de revue gepasseerd: Beethoven, Schubert, Schumann, Brahms, Wolf (vooral beroemd om zijn liederen, die trouwens een venijnig moeilijke pianopartij hebben) en Tsjaikovski (wiens lied ‘Mijn genie, mijn engel, mijn vriend’ we in het Duits hebben gezongen). Het valt me altijd weer op wat de muziek toevoegt aan de tekst. Een melodie die perfect bij de woorden past en een begeleiding die de melodie ondersteunt, extra kracht geeft, als een soort fundering.

Het geheel van de melodie en pianobegeleiding kleurt de tekst. Elke toonsoort en dus ook elke melodie roept een bepaalde emotie op. Daarom raakt muziek mensen misschien ook meer dan een roman of een gedicht. Muziek verklankt een gevoel, terwijl een gevoel in taal alleen te beschrijven is, of via een beschrijving is op te roepen. Een beschrijving van een gevoel maakt uiteindelijk altijd gebruik van zaken om ons heen om naar te verwijzen, bijvoorbeeld via vergelijkingen: een bepaalde kleur in de ochtend, een bepaald object, een bepaalde gebeurtenis of een zekere situatie. Jij als lezer moet maar net die objecten of situaties kennen of je kunnen voorstellen hoe het er dan uitziet om mee te gaan in die beschrijving. Muziek, daarentegen, raakt je gewoon. Het kost geen extra moeite of denkwerk. En uiteraard zijn er verschillende mensen die door verschillende soorten muziek worden geraakt: metal, pop, jazz, klassiek of minimal music.

Dat wil niet zeggen dat de teksten van Heine bij Schumanns Dichterliebe geen functie hebben. De muziek kleurt de teksten en maakt ze, als het ware, intenser. De muziek geeft gestalte aan de beelden in de tekst. De componist interpreteert de woorden tijdens het compositieproces en zorgt er zo voor dat het lied aan kracht wint; de luisteraar ervaart de woorden beter en die komen daardoor harder binnen. Het is een symbiose van twee dingen: de muziek en de tekst. Los van elkaar zijn ze al mooi, maar samen… Het is wat ik eerder zei: muziek verklankt iets, tekst beschrijft. En nu verklankt de muziek wat de tekst beschrijft, waardoor die woorden aan kracht winnen.

Uiteraard zijn er liederen waarbij de componist de tekst niet goed begreep en dan kun je nog steeds een prachtig lied krijgen. Maar de intensiteit die je hebt als de componist de tekst echt verklankt, krijg je niet.

"Foto van Sybren Sybesma"
Sybren Sybesma

Sybren Sybesma (2001) werd in Leiden geboren. Na de middelbare school deed hij een jaar vooropleiding klassiek piano aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Daarna studeerde hij Biomedische Wetenschappen in Leiden. Hij volgde een cursus korte verhalenschrijven aan de Schrijversvakschool in Amsterdam bij Nico Dros. Bij de Mare kerstverhalenwedstrijd won hij twee keer de derde prijs. Ander werk verscheen op De optimistOp ruwe planken, De Parelduiker en in het Friese literaire tijdschrift Ensafh. Momenteel studeert hij in Utrecht. Hij speelt nog veel piano.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Zwarte vrijdag

Hoewel de rust wat is teruggekeerd in de straten van Paramaribo na de rellen van vrijdag 17 februari 2023 is de sfeer nog steeds grimmig in de binnenstad. Net als bij elke traumatische ervaring heeft het land tijd nodig om te helen. Hoeveel tijd er nodig is, is moeilijk te zeggen. Wat vaststaat is dat het incident het volk en mij lang zal bijblijven.

In tegenstelling tot de voorgaande dagen, waar het haast de hele dag had geregend, was de hemel blauw en scheen de zon op deze vrijdag. De scholen waren wel gesloten en een aantal werkplekken waren ook dicht. In de binnenstad werd er namelijk weer een protestdemonstratie gehouden tegen het beleid van de regering. Het is de zoveelste van de afgelopen jaren. Bij de vorige regering werden er ook protestdemonstraties gehouden tegen hun beleid. Ironisch is dat enkelen die deel uitmaken van deze regering meededen aan die demonstraties en nu zelf demonstraties aan hun broek hebben hangen. Zoals gewend maakte ik mij klaar voor het werk en ik was er ook ruim op tijd. Voor een vrijdag moest ik het een en ander af hebben en een paar andere zaken voorbereiden voor de komende week en ik ging direct ermee aan de slag. De radio was wel aan en af en toe keek ik op Facebook hoe de protestdemonstratie zich voltrok. 

In het verleden heb ik een aantal keren verslagen gemaakt van de protestacties toen ik voor de nieuwsdienst  van het televisiestation ATV in Suriname werkte. Die hadden altijd een standaard verloop, een groep mensen verzamelden zich op een plek, vaak genoeg het Onafhankelijkheidsplein en wachtten dan op de trekkers van het protest. De groep zwol aan en vaak kwam of kwamen de trekkers met een andere groep aan. De trekkers gaven dan aan over welke zaken zij ontevreden waren, zoals verhogingen die de regering doorvoerde, de stijging van de wisselkoers waardoor de SRD, de Surinaamse munteenheid, in waarde afnam ten opzichte van de Euro of de Amerikaanse dollar of over bepaalde regeringsbesluiten. De protesterenden schreeuwden tijdens en na de verschillende speeches strijdleuzen, waaronder een deel van het Surinaams volkslied ‘Stre de f’stre wi no sa frede, wanneer het tijd wordt om strijd te leveren, zal ik niet bang zijn’ en liepen dan langs bijvoorbeeld het gebouw van de Nationale Assemblee of naar het kabinet van de president om een petitie aan te bieden of hun misnoegen ook daar kenbaar te maken. Nadien ging iedereen wel weer naar huis, vreedzaam. 

Ik verwachtte dit keer ook hetzelfde verloop. De verschillende verslaggevers vertelden tijdens de live-uitzendingen op Facebook hoe de mensen naar het Onafhankelijkheidsplein togen. Op een gegeven moment leken het er wel duizenden. Goede opkomst, het sein was duidelijk, mensen zijn moe van de situatie in het land. Ik zie bekenden, niet vreemd, Paramaribo is een dorp dus je ziet al gauw iemand die je kent. Een soundtruck met een trekker komt aan en die spreekt de massa toe en vertelde dat de samenleving pinaart, het financieel moeilijk heeft en de verschillende maatregelen zoals het verhogen van de brandstofprijzen, het afschaffen van de verschillende subsidies, het niet onder controle houden van de wisselkoers waardoor de verschillende producten in de winkels steeds duurder worden, niet meer aankan. Hij wil graag dat de regering de situatie direct aanpakt. Na zijn speech verwacht ik dat de groep nog ergens naartoe loopt of weer naar huis gaat om maandag daarop misschien weer actie te voeren. Ze hadden aangekondigd dat ze van plan zijn een aantal dagen actie te voeren.  Maar daarna gebeurt er iets dat ik vooralsnog alleen voor mogelijk hield in het buitenland. Ik weet niet wat de aanleiding was of hoe alles zich voltrok, maar het parlement werd plotseling aangevallen. De ramen van het gebouw werden ingegooid, de menigte wilde het gebouw binnendringen en gingen de bewaking te lijf. De bewaking op haar beurt werd genoodzaakt om traangas te gebruiken om de menigte terug te dringen. De menigte besloot daarna hun woede te botvieren op spullen in de omgeving. Een voertuig van een journalist werd in brand gestoken, een pinautomaat werd vernietigd en getracht werd om een van de houten gebouwen aan de Waterkant in brand te steken. Het laatste werd op tijd door de politie en de brandweer verijdeld want dat zou een ramp van enorme proporties zijn. Maar ze waren niet klaar, delen van de massa ging de binnenstad in, begon daar winkels te vandaliseren en te plunderen. Helikopters raasden boven mijn werkplek voorbij, politievoertuigen met zwaailichten reden op de weg op en neer en trucks met militairen gingen de binnenstad in. De verschillende filmpjes werden op Facebook en Whatsapp gretig gedeeld en het leek alsof je midden de actie zat en alles meemaakte. Helaas was het geen Hollywood productie, maar mijn land, mijn binnenstad. Terwijl deze excessen zich voltrokken besloten winkeleigenaren van zaken buiten het centrum te sluiten en zich voor te bereiden op ‘wat er mocht komen’ door hun winkelpui extra te beveiligen door bijvoorbeeld hun auto ervoor te parkeren. 

Laat in de middag, in de vooravond keerde de rust wat terug. Ik reed naar huis en zag groepen mensen op de hoeken van de straat staan en vroeg me af of zij hadden geplunderd of nog gingen plunderen. Of was ik nu mensen aan het veroordelen gewoon op basis van dat ze op straat waren. Je probeert de situatie te bevatten, angst en vrees te onderdrukken door de illusie te wekken dat je ergens nog controle hebt. De president maakte in een videoboodschap in de avond bekend dat de regering dit gedrag niet  zou tolereren en de personen die zich schuldig hadden gemaakt aan strafbare feiten zal opsporen en berechten. Voor het weekend werden er maatregelen aangekondigd zoals dat markten en bedrijven dicht bleven en er ook een uitgaansverbod was. Het werd in elk geval geen relaxte weekend.

We hebben nu als land hetzelfde gemeen als de Verenigde Staten en Brazilië, het gebouw van het parlement werd daar ook aangevallen en gevandaliseerd. Geweld is nooit goed te praten en vrijdag 17 februari 2023 zal voor Suriname een ‘zwarte’ vrijdag in onze geschiedenis zijn. Wij zijn deel van een geciviliseerde samenleving waar dialoog het middel is om geschillen op te lossen. Geweld is nooit de oplossing. Hopelijk wordt er lering uit getrokken. Een goede vriend gaf mij als motivatie mee ‘we mogen als volk niet opgeven en niet toegeven aan de duisternis’.

"Foto van Kevin Headley"
Kevin Headley

Kevin Headley (1983) is een Surinaamse documentairemaker, journalist en schrijver. Sinds een aantal jaar schrijft hij ook korte verhalen, welke onder andere gepubliceerd zijn in de Surinaamse krant de Ware Tijd, het opinieblad Parbode, het online literair tijdschrift Papieren Helden, het tijdschrift Wobby en Tirade. Kevin heeft ook de speciale uitgave van Tirade PRAKSERI met alleen Surinaamse verhalen samengesteld. Tweewekelijks leren we door zijn ogen verschillende aspecten kennen van Suriname.