ETEN

De mini-appgroep ETEN ontstond tijdens de tweede lockdown: vier liefhebbers die het niet meer uithielden en desnoods in het geheim bij elkaar zouden komen om te koken en te eten.

Omdat ons viertal uit twee restaurateurs en twee restaurantrecensenten bestond, is er van een illegale samenscholing uiteindelijk niets gekomen. We vonden toch dat we het niet konden maken, en waren daarmee waarschijnlijk de braafste jongetjes en meisje van de klas.

Maar onze appgroep bleef in leven, en afgelopen maandagmiddag zagen we elkaar dan eindelijk rond lunchtijd bij mij thuis. We kletsten wat en aten een plakje van Milans uitstekende varkensworst terwijl het oventje warm werd. We dronken water, espresso, daarna een eerste glaasje wijn. Toen moest er maar eens gewerkt worden.

Iedereen mikte zijn meegenomen ingrediënten op het aanrecht en al snel kwamen we tot een menu. Dit is wat ik het meest mis aan in een keuken werken: het moment waarop de spullen verdeeld worden en je met collega’s bedenkt wat je daarmee allemaal kunt maken. Als jij die artisjokken doet, dan ontpit ik voor jou de kersen, en kan hij mooi de beurse exemplaren gebruiken voor zijn dressing.

Samenwerken is een groot geluk dat schrijvers nauwelijks overkomt. Hoeveel boekpresentaties je ook bezoekt en intervisies je ook start: uiteindelijk zit je altijd in je eentje voor dat witte scherm.

Hoewel de koks in ons gezelschap er al een volle werkweek op hadden zitten, was het enthousiasme er niet minder om, en ook Hiske glimlachte van oor tot oor. Zelf was ik een beetje afgeleid door de sores die me die ochtend op het dak gevallen was, maar met elk glas wijn krompen mijn zorgen. Heel gek, hoe dat werkt.

Na een eerste geïmproviseerd gerecht van rauwe bittermeloen met onrijpe kruisbes en niervet dacht ik alleen nog aan wat er in mijn handen, in mijn pan of op mijn bord lag.

We maakten groentedingetjes en een dingetje met vis, daarna bakte Milan een enorme pita die we belegden met haas en koji-varkensnek. Het zou kunnen dat we erg snel dronken, maar we pauzeerden ook regelmatig op het dak zodat de juiste mensen daar een sigaretje konden roken.

Rond negenen zat onze lunch erop. Milan stelde nog voor om ergens een fles champagne te gaan halen, en was daardoor de winnaar van de dag alsook de last man standing. Ik hoop dat hij nog zonder ons die fles champagne heeft gezocht.

B kwam thuis en trof me voor dood aan op de bank. Natuurlijk snapte ik dat mijn lunch beter zou zakken als ik enigszins verticaal bleef, maar ik had er de kracht niet meer voor. We keken het late journaal en ik merkte dat ik stiekem hoopte op een opleving van het virus, zodat de volgende lichte lunch met dit gezelschap nog even op zich zou laten wachten.

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

recent

Wachten op Taniguchi

Dikke boeken blijven lang hangen: Oorlog en vrede, De toverberg, Diepe wildernis, de wegen van João Guimarães Rosa, misschien alleen al vanwege hun omvang en hoe lang je er dus mee leefde, etsen ze het verhaal in je ziel. En de tijdspanne die verteld wordt lijkt overeen te komen met de omvang van het boek. Dikke boeken over lange tijd. Misschien is dat het belangrijkste wat zich wreekt in Werner Herzogs Het schemeren van de wereld.

Lang geleden schreef ik voor een krantje bij een documentairefestival. Net afgestudeerd, bleu. Er was een retrospectief van Werner Herzog dus werd ik met een vriend een een hok ingestuurd om bij een oude vhs machine een tiental documentaires van deze vermaarde filmer te zien. Ik kwam verbijsterd uit dat hok. Wat een talent, wat een verhalen, werkelijk een ongelofelijk oeuvre! Een neus voor het juiste verhaal dat zijn weerga niet kent. Iets dergelijks schreef ik geloof ik ook op: een veelzeggende manoeuvre was dat Herzog durft A. uit te gaan zoeken en B. te vinden. Gaat ‘ie een vulkaan op enge shots van een eruptie te maken, dan komt ‘ie een groep mensen tegen die daar het einde af wachten. Wil hij een Quaker-gemeenschap leren kennen, dan stuit hij op wonderlijke veilingmeesters die een kunst maken van verbaal-vocaal biedingen noemen. Volgt hij een groep doofblinden met hun uitje in een cactuskas (op zich al een briljante vondst) dan is zijn meest weergaloze minutenlange shot van een douchende jongen na afloop. Etc etc.

Het verhaal van Hiroo Onoda dat in dit boek beschreven wordt, is even bekend als verbluffend. De Japanse soldaat werd in 1945 opgedragen stand te houden op het Filipijnse eilandje Lubang, en leefde daar in de jungle in de overtuiging dat de oorlog voortging tot 1974. Daarmee dus 29 jaar achterlopend op de tijd. Taniguchi, zijn meerdere die hem de opdracht gaf te blijven totdat ze hem zouden halen had intussen al die tijd een boekwinkeltje in Japan.

Ik denk niet dat dit een verhaal is dat je in honderd bladzijden moet willen vertellen. Er is een zekere analogie tussen omvang en tijdsduur denk ik in literatuur, tenzij je daar bijzondere narratieve trucs voor vindt. Die vond Herzog niet. De onbegrijpelijke hoeveelheid tijd komt niet over het voetlicht. Iets anders wat achterwege blijft in dit verhaal is Onoda’s omgang met informatie. In films en in zijn geboorteland Japan kreeg Onoda net als bij Herzog een heldenstatus. Maar blinde gehoorzaamheid, de neiging elke juiste informatie als propaganda te interpreteren en de onwil of het onvermogen werkelijk op zoek te gaan naar goede informatie zijn eigenlijk niet zulke heroïsche eigenschappen.

Anders dan in zijn documentaires vindt Herzog hier niet de achterzijde van het verhaal, maar slechts de voordehandliggende fascinatie. Boeiend genoeg, hoor. Dat was misschien zo erg nog niet als je tenminste ergens een dag voelbaar had gekregen in zijn werkelijke duur. Een dag dat de regen neerdaalt op een Filipijns eiland en je niets kunt doen dan afwachten. Onoda heeft kunnen wachten als geen ander. En wat er dan in dat hoofd gebeurde, dat had ik wel graag echt goed beschreven willen zien.

Bewondering heeft Herzog nog niet zoveel vaker in de weg gestaan. Het heeft ook ergens iets sympathieks dat dat nu wel het geval was. Maar ik hoop op een boek dat of een film die de keerzijde van dit verhaal toont. Dit verhaal gaat veel meer over jezelf 29 jaar voor de gek houden dan over 29 jaar stoer volhouden. En over jezelf voor de gek houden is veel meer te leren.

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Post partum

In het tuinhuis van uitgeverij Atlas Contact verzamelde zich een aantal vrienden en collega’s, die met uitzondering van Jan van Mersbergen en ikzelf nog geen letter van de te presenteren roman Oevers hadden gelezen.

Redacteur Marijn Hogenkamp zat retegoed in de materie en hield een mooi praatje over het nieuwe werk van Rob Waumans, waarin ze ook haar persoonlijke ervaring met een deel van de thematiek betrok. We aten bitterballen en kaasstengels en kregen koud bier. Gabriël had een jointje mee.

Natuurlijk dacht ik aan mijn eigen laatste boekpresentatie, tijdens de beperkingen van juni vorig jaar. Ik had het maximaal toegestane aantal van vier gasten uitgenodigd. De microplechtigheid vond plaats in een kamer bij uitgeverij Van Oorschot en ergens was dat best oké, wat me verraste omdat ik tot dusver voor mijn presentaties altijd op stampvolle kroegen had aangestuurd.

Sabry, Gabriël, Joke, Maud en Richard besloten iets te eten bij een goed restaurant voordat de borrel in de Pels zou worden voortgezet. Ik toog met Gerbrand, Rob, Renske, Cindy en Laura naar de FEBO. Om beurten porden we Rob, omdat we vonden dat hij wel iets meer zijn eigen slingers op mocht hangen.

Ik had lang geen frites meer bij de FEBO gegeten, maar deze stijfselstaafjes waren zo ver verwijderd van wat er fijn is aan patat dat ik ze direct in de vuilnisbak liet glijden. Topper bij dit bezoek was een waarschijnlijk manische, maar zeker dronken MKB-directeur op leeftijd die met zijn jonge verkopers binnenkwam en in lange halen de luikjes van de snackmuur begon te likken. De uitbater vroeg hem op luide toon de automatiek te respecteren; wat me verraste, maar voor sommige mensen betekent respect nou eenmaal meer dan liefde.

Pas in de Pels klapte de vermoeidheid voluit in mijn nek: ik had de voorgaande twee dagen dertig uur gewerkt en al evenveel alcoholische drankjes gedronken. Aan de ronde tafel achterin zat ik, en volgde wat onthecht het doodslaan van mijn fluitje pils toen de laatste presentatie van vriend Ivo Victoria me te binnen schoot.

Ik had toen iets geschreven over de gelatenheid van de schrijver en kreeg op mijn donder van voormalig Lebowskiredacteur Jasper Henderson, die ik hoog heb zitten en mag en die een punt had, maar toch: ook ík had een punt. Je bent het aan je werk verplicht dat boek in blijdschap te ontvangen. Het is een kind dat het je moeilijk heeft gemaakt, maar niettemin je eigen vlees en bloed.

Het mooiste na het krijgen van mijn kinderen vond ik om ze aan mijn familie en vrienden voor te stellen, en hoe die op mijn zoon en dochter reageerden. Vandaar dat ik hieronder graag de blurb herhaal die ik voor Oevers schreef.

In deze evenwichtige en compacte roman over verlies en onvermogen laat Rob Waumans als geen ander voelen hoe er aan ons eigen brein niet te ontkomen is. Pijnlijk, herkenbaar en op de juiste momenten ook hilarisch. 

Koop Oevers, van Rob Waumans. Het is een heel goed boek.

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.