Telefoon van school

Toen ik in de pauze van mijn les gehaast naar buiten ging om mijn voicemail af te luisteren bleek het bericht dat ik gekregen had niet van de school van mijn zoon. Het kwam van de speciaalzaak die mijn rijbewijsfoto had gemaakt; het bestand bleek beschadigd – of ik deze week nog langs kon komen.

Niemand had me dus gebeld om te vragen waarom Nadim (14) niet op school was aangekomen. Ik weet niet waarom ik zo zeker had geweten dat er verschrikkelijk nieuws zou zijn, maar de angst bleef de rest van de werkdag bij me; mijn zweet stonk en mijn handen bleven koud.

Ik kon me niet meer concentreren op de les die ik zo goed had voorbereid. Steeds zag ik die politiewagen, wachtend voor ons huis – een agente zou uitstappen terwijl ik mijn fiets parkeerde. Ze zou haar pet afzetten en vragen of mijn naam Van der Loo was – Bent u de vader van Nadim?

Toen ik thuiskwam stond de fiets van onze jongen gewoon tegen de boom. Ik trof hem binnen aan de keukentafel met de poes, bezig aan de achterlijk grote puzzel waaraan hij al maanden werkt.

Steeds als er een dodelijk ongeval is in Amsterdam, weet ik zekerder dat het om mijn kind moet gaan. Meestal wordt er de eerste uren niets gezegd over geslacht of leeftijd.

Nadim moet op school zijn telefoon in een locker stoppen – ik kan hem dus niet bellen, en ik ben niet gek genoeg om de conciërge lastig te vallen met mijn angst.

Hoe ouder ik word, hoe heviger ik reageer op dodelijke ongevallen. De stress houdt tegenwoordig aan ver voorbij het heelhuids thuiskomen van mijn kind.

Ik wil hier eigenlijk zeggen dat ik me daarvoor schaam, dat het een vorm van ramptoerisme is – beledigend voor de ouders van de jonge vrouw die onlangs in De Pijp onder een vrachtwagen raakte.

Maar ik ben niet de enige die zo reageert – vrienden die ik hierover sprak herkenden het; nog weken na zo’n ongeval vrezen ze dat telefoontje, die politiewagen voor de deur.

Hier zit ergens schoonheid, denk ik.

Als in onze stad één kind niet thuisgekomen is, dan is het voor heel even alsof al onze kinderen niet zijn thuisgekomen.

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

recent

Winterslaap

Ik heb nog nooit zo uitgezien naar de lente. Elke ochtend is als opstaan uit het graf – alsof ik me diep onder de grond bevind en me aan de randen van een koude kuil moet ophijsen.

Dit mag geen gotische vertelling worden; wat ik bedoel is dat ik de hele tijd moe ben. Ook als ik om halftien al in mijn nest lag kost het me de grootste moeite ontbijt voor mijn gezin te maken, Ada naar school te brengen, aan het werk te gaan.

Misschien hoort dit allemaal bij mijn herstel na een lange slopende periode. De afgelopen zomer was de eerste in drie jaar die ik bewust heb meegekregen – ik was nog aan het ontdooien toen de eerste herfststorm zich weer meldde.

Een alternatieve of parallelle verklaring voor mijn vermoeidheid zie ik in de jaarringen van bomen.

In een klimaat met seizoenen maken bomen elk jaar een nieuwe laag hout aan. De brede lagen in de dwarsdoorsnede van hun stam ontstaan in de lente en zomer, de smalle komen van de herfst en winter.

Donkere en koude maanden zien dus nauwelijks groei. De boom spaart dan haar krachten, trekt zich in zichzelf terug om in de lente weer volop uit te lopen; ook mensen zijn gevoelig voor licht en temperatuur.

Er is heel veel in mijn dagen en weken om naar uit te zien – ik houd van mijn werk en vrienden, van mijn buurt en stad, maar als B me bij het ontbijt vraagt waar ik vandaag zin in heb dan zeg ik dat ik alleen maar wil slapen.

Ik geloof dat het van groot belang voor vrouwen is om op de werkvloer rekening te mogen houden met hun cyclus. In het verlengde daarvan wil ik signaleren dat de aarde en alles wat daarop leeft ook een cyclus heeft, die nog niet eens in het dénken over onze arbeidscultuur wordt meegenomen.

_______________________________________________

De poes op de foto doet het nog één keer voor

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

DE MENS ALS BIOPIC 12 Joop den Uyl

Denkend aan Mark Rutte zie ik een appel en een fiets, bij Jan Peter Balkenende een skateboard en bij Ruud Lubbers vrijwel niets, maar denkend aan Joop de Uyl: de Lockheed Affaire!

Regisseur Hans Hylkema vroeg of van die monarchie-ondermijnende affaire een televisieserie gemaakt zou kunnen worden. De VARA was geïnteresseerd en later ook het Mediafonds.

We gingen aan de slag.

*

Op de achterzijde van de intussen uitgebrachte dvd-box staat:

Den Uyl en de Affaire Lockheed is een onthullende serie over het grootste corruptieschandaal dat Nederland ooit gekend heeft. In februari 1976 wordt bekend dat een hoge regeringsfunctionaris smeergeld heeft aangenomen van vliegtuigfabrikant Lockheed. Het wordt snel duidelijk dat hiermee prins Bernhard wordt bedoeld. Het land is in rep en roer. Juliana dreigt met aftreden. De monarchie wankelt. Wanneer uit solidariteit met de prins hoge militairen zich met de zaak gaan bemoeien en het volk openheid van zaken eist, kan minister-president Den Uyl een beslissing niet meer uitstellen.’

De serie moest honderdvijftig minuten lang worden. Dat is pittig. Wat laat je zien? Wat wordt het vertelperspectief? Willen we knallende ruzies tussen de koningin en haar man, geheime deals in exotische hotels, Joop op de koffie bij Juliana, geschreeuw in de ministerraad, de opstand der Uilskuikens – Joops zeven kinderen?

Dat hebben we allemaal gebruikt in de serie, maar het centrale conflict, het grootste gevecht, voltrekt zich toch in Joops hoofd. Kiest hij voor monarchie of republiek? Hij is geen monarchist maar is wel gevoelig voor de samenbindende symboliek van Oranje: ‘Ik weet niet of ik Nederland een sprookje moet afnemen. Zo’n koningshuis is… poëzie in een vaste vorm.’

En zo zitten we drie delen lang te kijken naar een al wat oudere, rommelig geklede politicus met een gewetenskwestie.

*

Drie delen lang kijken naar een aarzelende minister-president, is dat wel boeiend? Ja nou!

In dramatheorieën komt het begrip Twijfel er weliswaar bekaaid van af, maar toch speelt het in elke vertelling een rol van betekenis. De vraag: wil ik verder leven of maak ik er een eind aan, domineert ons dagelijks leven. Het antwoord daarop doet ons handelen, of opzettelijk niet-handelen.

De beroemdste twijfelaar ooit is Shakespeares Hamlet. Juist zijn níet-handelen na de moord op zijn vader is het fundament van dat lange, propvolle toneelstuk. Alle scènes komen voort uit Hamlets zelfonderzoek.

In duizenden films zijn twijfels de kern, de motor van het verhaal.

– Zal ik uit de kast komen?

– Is de verdachte ten onrechte veroordeeld?

– Gaat hij of zij toch weer vreemd?

– Kan ik… wel betalen?

– Is rechtvaardigheid belangrijker dan verliefdheid?

– Hoe ga ik mijn misdaad maskeren?

– Met welke leugens kan ik…?

– Moet ik Nederland verlossen van een koningshuis?

*

Deze laatste vraag geldt natuurlijk voor Joop den Uyl. In onze tv-serie is hij een spiegel die meningen, beschuldigingen, laster en dreigementen slechts incasseert en reflecteert. Hij besluit niet. En juist dat wordt spannend. Er wordt van alle kanten op hem ingepraat.

IN DE MINISTERRAAD:

‘Het kan bloederig worden, Joop.’

‘Hoe kunnen we de monarchie redden en toch Bernhard straffen?’

‘Hij hoort in de Bijlmerbajes.’

‘Die mof van Soestdijk is nu al bezig hoge officieren te mobiliseren voor een Burgeroorlog.’

Tot slot minister DRIES VAN AGT:

‘Een ieder is gelijk voor de wet, maar Gods Gratie treft alleen het koningshuis.’

PRINS BERNHARD:

‘Waar rook is, daar is vuur? Wat is dat voor geouwehoer, mijnheer Den Uyl!

‘Henry Kissinger, Amerikaans minister van Buitenlandse Zaken is van mening dat ons Atlantisch militair industrieel stelsel niet ondergraven moet worden door een linkse, wraakzuchtige rakker uit Holland!’

DE KINDEREN DEN UYL:

‘Hoe is het met de zakkenvuller van Soestdijk?

‘Pa… Je bent een kruiperige hermelijnluis.’

‘We zijn van plan het Paleis op de Dam te kraken.’

ECHTGENOTE LIESBETH:

‘Vind je het zwaar, Joop?’

JULIANA:

‘Ik zal mijn man nooit voor het oog van de wereld het schavot op duwen.’

‘U zelf heeft een doos sigaren van Fidel Castro aangenomen, mijnheer Den Uyl.’

GOLDA MEÏR (premier van Israël 1969-1974):

‘Jouw regering, Joop, heeft Israël gered, moreel en letterlijk, met wapens, gevechtsvliegtuigen, van alles. Prijs God daarvoor.’

BEATRIX:

‘Als mijn vader een strafklacht aan de broek krijgt dan zal ik mijn moeder níet opvolgen.’

                                                       *

Aan het slot spreekt Den Uyl in de kamer van minister Vredeling de militaire top van Nederland toe: ‘Dit betekent dat Prins Bernhard eervol wordt ontslagen als inspecteur-generaal van de krijgsmacht, dat hij al zijn functies in het bedrijfsleven op moet geven en dat hij zich niet langer in het openbaar in uniform dient te vertonen.’

En Juliana schrijft: ‘Geachte heer Den Uyl, Ik ben u intens dankbaar voor de zware operatie die u op mijn man heeft uitgevoerd. Ik ben ervan overtuigd dat dit tot zijn uiteindelijke herstel zal leiden.’

                                                    *

Tijdens de aftiteling verschijnt de tekst: ‘Op dat moment wist vrijwel niemand van het bestaan van geheime bijlagen, waarin staat dat Prins Bernhard ook van de Northrop-vliegtuigfabriek en van andere multinationals smeergeld toegestopt heeft gekregen.’

*

  • De rol van Joop Den Uyl werd schitterend gespeel door Joop Keesmaat. Medeauteur Hans Hylkema regisseerde prachtig. De serie Den Uyl en de Affaire Lockheed werd bekroond met de Lira-scenarioprijs 2013.
"Foto van Ger Beukenkamp"
Ger Beukenkamp

Ger Beukenkamp (1946) is scenarioschrijver en schreef meer dan honderd scripts voor toneel, film en televisie, waaronder Ik ga naar Tahiti, Majesteit en Den Uyl en de affaire Lockheed. Zijn scenario’s zijn veelvuldig bekroond, onder meer met de Liraprijs, de Prix d’Italia en twee Gouden Kalveren (voor De kroon en De prins en het meisje). Hij is auteur van een handboek over schrijven voor film, toneel en televisie, en van Multatuli, het leven van een klokkenluider in twintig dialogen. Daarnaast geeft Beukenkamp les in scenarioschrijven.