DE JAGER HET HAASJE

Dat was weer een mooi bericht in de krant: het bericht dat een hond in het Schotse Perthshire twee jagers had neergeschoten. Man bijt soms hond. Hond schiet soms man:

“De hond was met een groep van acht personen aan het jagen op ganzen toen het op een geladen geweer ging staan dat door een van de jagers even op de grond was gelegd. Van de mannen, allemaal vijftigers, raakten er twee zwaargewond door de kogels. Een van hen raakte gewond aan been en hand, de ander aan zijn been. Geen van de mannen wilde de politie details geven over het ongeluk. Allen waren gekleed in camouflagepakken en ze reden tijdens de jacht in jeeps.”

Ik ben vast niet de enige die denkt dat daar bij de jacht misschien wel heel iets anders is voorgevallen – iets waarover de jagers in de camouflagepakken in de jeeps liever niet met de politie willen praten. Maar als het niet verzonnen is, is het een sterk verhaal.

Als de jagers op school hun vakliteratuur wat beter hadden bijgehouden, hadden ze kunnen weten dat zoiets kan gebeuren. Leg nooit je geweer onbeheerd in het gras. In Der Struwwelpeter (Piet de Smeerpoets) vinden we het verhaal van de wilde jager die, met de bril op zijn neus en het geweer op zijn schouder, gaat jagen op een haas. Het is een mooie dag. De zon schijnt, het wordt warm, de jager gaat rusten en valt in slaap. Dat is het moment waarop de haas te voorschijn komt en hem zijn bril en zijn geweer afneemt. ‘Met het geweer en met de bril / sloop ’t haasje weg, heel zacht en stil.’ (Vertaling Jan Kuijper.)

De jager wordt wakker, maar heeft geen tijd om verder over de diefstal na te denken, want hij wordt meteen achterna gezeten door de haas, met in zijn poten het geladen geweer, en op zijn hazenhoofd het jagersbrilletje. Daar moet je goed mee kunnen mikken. De haas legt aan, maar de rennende jager kan nog net in de waterput voor zijn huis springen. Het schot mist hem rakelings, maar raakt wel het koffiekopje van de nietsvermoedende, rustig voor haar huis zittende koffiedrinkende vrouw van de jager. Zo zie je maar. Zo kan het aflopen als je je wapen uit het oog verliest: het kan je je leven kosten, of een koffiekopje. Een wijze les.

Maar ook de haas kan van deze geschiedenis leren. Want wie zit daar, zonder dat de haas het weet, verstopt achter de waterput? Dat is zijn hazenzoontje. Als vader haas het koffiekopje in stukken schiet, krijgt het kleine haasje de hete koffie over zijn neus. “Der hockte da im grünen Gras; / dem flosz der Kaffee auf die Nas.” In zijn vertaling heeft Kuijper van de koffie thee gemaakt. Dat rijmde beter. “Au! wat was dat? Dat was thee! / Hij sprong op en schreeuwde: hé!”

recent

THUMBNAIL

Wat is een thumbnail?

Ik kwam het woord op internet vaak tegen, maar ik wist het niet. Dat hoefde ook niet. Het bleek heel goed mogelijk op internet rond te dwalen zonder te weten waarom men daar zo vaak het woord duimnagel gebruikt. Het woord leek mij afkomstig uit de wereld van het timmeren. Nijptang, waterpas, duimstok, klinknagel – en dan daarnaast een doosje duimnagels. En dan zou het in de computerij wel eens iets met gegevensopslag te maken hebben, dacht ik zo. In het Duits heb je dat ook. Speichern betekent niet spijkeren, maar opslaan. En een Speicher is geen spijker, maar het geheugen van een computer.

Vandaag legde Menno mij uit dat een thumbnail een verkleinde (en vereenvoudigde en daardoor minder bits vergende) weergave van een afbeelding is. Een duimnagel is een afbeelding ter grootte van een duimnagel – daarom heet de thumbnail thumbnail.

Ik zocht naar het Nederlands woord ervoor. Hoe noemen wij een kleine afbeelding, of een verkleinde weergave van een afbeelding? Een pasfoto. Of: een postzegel. Of, als er ook nog iets mee moet klinken van de bijbetekenis van schetsje, krabbeltje, voorlopig tekeningetje: de achterkant van een lucifersdoosje. Of, als we de figuurlijke betekenis van korte samenvatting willen laten meewegen: een notendop.

Maar niet: duimnagel. Het zou kunnen, maar we gebruiken het niet. Nog niet. Het staat ook niet in Van Dale. Dan zouden we nog eerder pinknagel zeggen. Dat klinkt ook logischer. Als je wil aangeven dat iets klein is, ligt het voor de hand om van de vijf vingers niet de grootste te nemen. Dan kun je beter de kleinste nemen, en daar dan de nagel van. Van Dale kent de pinknagel wel. ‘Zo groot als een pinknagel’: heel klein.

Een thumbnail is een foto zo groot als een pinknagel.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

CRETACOLOR

Alles wat ik schrijf, schrijf ik eerst met potlood, op papier. Deze regels ook. Meestal met een HB-potlood van Cretacolor – in de bekende donkergele lak, met een donkerbruin bovenstuk en een witte bies. Ik heb er een stuk of tien van. Ze liggen in een houten bakje voor me en ook los op tafel her en der. Scherpgeslepen, klaar voor gebruik.

Ik was even weggelopen, ging weer zitten, en greep gedachteloos naar een potlood dat op een dubbelgevouwen krant lag. Maar ik greep mis. Mijn vingers pakten geen potlood., maar krabbelden wat over het papier, zonder vangst. Wat ik vanuit een ooghoek had aangezien voor een van mijn Cretacolors, bleek een afbeelding van een Cretacolor in de krant te zijn.

HPIM0313



Bij het uitvouwen van de krant zag ik dat er aan het potlood nog een lange kluwen grafiet vastzat. Een grafietknot. Bijschrift: “Jeroen Henneman, ‘Het beroemde potlood’(1998).”


HPIM0319