Geachte abonnees van de Dieren-weekkrant,

DSC01140Het zal nu zeker meer dan 16 jaar geleden zijn dat u een abonnement nam op onze Dieren-weekkrant. Zoals u weet stonden wij voor actuele berichtgeving omtrent zieke dieren in het Vondelpark. Duiven met één poot, eenden zonder huis en weggelopen katten en honden zouden onze pagina’s vullen en de abonnees werden aan de deur benaderd en moesten daar ook hun abonnementsgeld contant voldoen. In de tijd waarover ik schrijf zijn er 7 abonnees geweest die elk het bedrag van vijfentwintig gulden hebben betaald voor hun wekelijks exemplaar. Onze medewerkers waren toen zeven en negen jaar oud en de oudste van de twee vervoerde de jongste achterop zijn fiets.

Het moet u opgevallen zijn dat er slechts één Dieren-weekkrant in uw bus terecht gekomen is. Misschien heeft u zich al die jaren afgevraagd hoe het toch de Dieren-weekkrant is vergaan en waarom dit eerste nummer (waarin verslag werd gedaan van een zieke egel en waarin een kortverhaal over een kikker stond afgedrukt – met ecoline tekeningen, in kleur) geen vervolg kreeg.

Hierbij willen wij u melden dat de Dieren-weekkrant aan het eind van 1993 in een crisis terecht kwam waardoor er geen nieuwe nummers meer verschenen. Allereerst kwam ons management in – tot op de dag van vandaag onbekende – financiële moeilijkheden en konden zij de kosten van de drukker niet meer betalen. Er is in die tijd nog een heuse stichting in het leven geroepen, met ledenpasjes en kortingsbonnen, het ‘Dieren Fonds Bij Ongelukken’, kortweg: DFBO, waar geen enkel gehoor aan gegeven werd. Onze medewerkers hebben erg veel last ondervonden van deze nare situatie, zo waren ze tijden lang bang in hun eigen straat waar 5 van de abonnees woonden en reageerden ze nooit op de vriendelijke ansichtkaarten die sommigen van u aan het hoofdkantoor schreven.

DSC01141

De tienjarige zei aan het begin van het jaar 1994 aan de achtjarige: ‘Er zou een vervolg moeten komen want anders staan ze straks allemaal op de stoep!’
De achtjarige zei: ‘Nee, we zijn kinderen, ze vinden ons ontroerend en die hele krant maakt ze helemaal niets uit. Het ging om ons.’
‘En om onze fiets.’
‘Hadden we toen maar één fiets?’
Ze hadden toen maar één fiets, ik wil het maar even benadrukken. U mag het zien als charmeoffensief of gewoonweg als een feit.

Hierbij bieden wij u onze welgemeende excuses aan en hopen dat u het enige exemplaar dat u ooit heeft ontvangen zijn prijs van vijfentwintig gulden waard vindt. Misschien is het een geruststelling te weten dat onze medewerkers inmiddels op twee fietsen rijden.

Hoogachtend,

De directie.

recent

Beste bloemenman,

DSC01134Ik was begonnen aan een brief aan een clown met de naam Benno die mij dreigbrieven stuurt, en op dat moment rij jij de straat binnen om mijn rust te verstoren. Eerst het brommende geluid van je oude bestelbus, dan de enorme klap waarmee je de schuifdeur met kracht opengooit en al snel het irritante geklingel van een bel en je onverstaanbare gebrul dat zelfs in de wc te horen is. ‘Bloemeboeketjemooibloemeboeketjevijfeurootjesmaar’ Zoiets zeg je, en je mag rustig weten dat ik er niet goed van word!
Je bel saboteren, ‘s nachts je bestelbus opzoeken en in de fik steken, je stembanden doorsnijden; al die dingen zijn al eens bij mij opgekomen. Ik keek uit het raam en zag je staan in je korte jack, met je grove handen en je kale hoofd. Ik wilde het raam open zetten en je uitschelden, maar dat deed ik niet.
Maar wat er daarna gebeurde was toch wel de moeite waard. Ik besloot mijn jas aan te trekken en naar je toe te lopen. Clown Benno zat nog steeds in mijn hoofd en ik bedacht dat mijn contact met hem begon met juist het benaderen en niet achter mijn raam te blijven schelden.
Je was kleiner dan ik dacht en toen ik heel dichtbij kwam zag ik dat je misschien wel het syndroom van down had. En ik zag je hond: een grote, bruine bastaard die op de passagiersstoel zat met zijn tong uit de mond.
‘Bloemetjekopemeneer?’ vroeg je terwijl ik een blik wierp in laadruimte waar bergen voorverpakte bosjes bloemen lagen te verwelken.
‘Uw bel..,’ begon ik.
Je klingelde met je bel.
‘En je stem, ik word niet…’
Voor ik wist begon je te brullen.
Ik nam snel een bos rode tulpen en gaf je vijf euro. Daarna klom je in je auto en reed langzaam de straat uit.
‘Laat je hier nooit meer zien!’ zei ik zo hard als ik kon, maar zo hard kon het niet zijn geweest.

Vaarwel,
David Pefko

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Geachte Gerechtsdeurwaarder,

DSC01132Ik kan het niet laten om heel erg hard te lachen als ik jullie brieven op de mat vind.
Op de envelop staat vaak met enorme letters: ‘INHOUD DIRECT LEZEN’ en als een bewijs dat jullie het poststuk persoonlijk hebben afgeleverd zit er altijd een strookje bij dat over de plakrand zat. Hiermee geven jullie aan dat ik heel erg op mijn hoede moet zijn, direct moet lezen en even snel tot betaling moet overgaan. Jullie zijn in de buurt, dat mag ik best weten.
Maar er is meer om te lachen als het om jullie brieven gaat. Het taalgebruik bijvoorbeeld, zinnen als: ‘aldaar mijn exploot doende en afschrift hiervan (en van na te melden stuk(ken)) latende aan’
Of prachtige zinnen als deze: ‘Uit krachte van een executoriale titel, inzake executant(e) enerzijds en na te noemen geëxecuteerde anderzijds, welke executoriale titel bij exploot aan de geëxecuteerde is betekend met gelijktijdig bevel om aan de inhoud te voldoen’.
Ik zie jullie wel eens voor huisdeuren staan, in een goedkoop pak en met een aktetas vol met enveloppen met ‘Inhoud direct lezen’ erop. Jullie hebben meestal ingewikkelde, oud-Hollandse namen. Vaak staan jullie in de regen, kijken op naar de huizen of er enige beweging te zien is. Dan denk ik aan deurwaarder A.W. Dreverhaven uit Bordewijks Karakter. Jullie zouden de beschrijvingen van deze meneer eens moeten bestuderen; misschien helpt het om zulke figuren in dienst te nemen.
Jullie kantoren zijn verdrietig en de meubels zijn meestal bruin of wit en onverwoestbaar. De geëxecuteerde moet nederig plaatsnemen in schimmige kamertjes met glazen wanden en daar zijn of haar verhaal doen. Of betalen. Of een betalingsafspraak maken.
Jullie hebben een hondenbaan.
Maar goed, tot er een Dreverhaven op mijn deur slaat, de gang in beent en alles wat hij pakken kan pakt, spreek ik jullie absurde volzinnen met genoegen uit en gooi dan de brief in de prullenbak.

Met glimlach,
David Pefko