Lieve L,

DSC01146De eerste keer dat ik je ontmoette was diep in de nacht. We waren allebei slapeloos en hadden zin in een klein feest, maar nergens in de stad was feest, dus bedachten we er een. ‘Ik draag een grote veelkleurige wollen trui,’ zei jij, ‘kan je niet missen.’ Dat klopte toen ik je op de Berlagebrug zag staan, groot, veelkleurig en van wol was je trui. Later zat je op een stoel tussen enorme stapels literaire tijdschriften en boeken. We dronken rode wijn en spraken over hardlopen langs de Amstel wat jij graag deed en waar ik niet aan zou moeten denken, over omgang met mensen, over familie en vrienden, boeken en uitgevers. Toen we al veel gedronken hadden uiteindelijk over liefde, onzekerheid, angst, agressie en gevoelloosheid. Al die gevoelens leken niet bij elkaar te horen, maar juist ook weer wel. Er is natuurlijk niet zoiets als goed en fout als het om gevoelens gaat.
Ik bedenk altijd tijdens zulke gesprekken dat woorden werkelijk tekortschieten, dat hoe duidelijk hetgeen je wil overbrengen ook in je hoofd zit, het onmogelijk is je werkelijk uit te drukken. Het blijft een brei waarin je graait en waaruit je het juiste hoopt op te diepen; soms lukt dat heel aardig en andere keren kun je je hoofd wel kapotslaan van ellende en spijt hoe je bepaalde dingen wel of niet hebt gezegd.

Later zagen we elkaar op een bijeenkomst van een tijdschrift waar we die maand allebei instonden. Ik met een verhaal, jij met een aantal gedichten. Vrijwel niemand kende we en vrijwel niemand ons. Je zei het niet, maar ik had het idee dat je dacht toen je met je glas wijn in een hoek stond: ‘Hoe zullen de mensen mij zien. Welke indruk geef ik ze?’ Weet je, opeens weet ik vrij zeker dat je dat wel degelijk hebt gedacht. Er waren mozzarellasticks en we dronken witte wijn.

Je zei op een ander feestje (waarvan ik de naam niet zal noemen omdat anders straks de halve wereld zou willen deelnemen) dat je de indruk kreeg dat mensen je zagen als arrogant en gevoelloos en dat dat nooit de bedoeling is geweest. Ikzelf denk dat mensen die mij niet goed kennen ook die indruk krijgen. Het is heel normaal als je onzeker bent om jezelf uit alle macht proberen te beschermen. Dat de ander dat als arrogantie ziet is kortzichtig, want het is juist heel anders, het omgekeerde van arrogantie, maar wat hebben we in godsnaam met die mensen te maken?
Ik las je een stuk voor uit de dagboeken van Sylvia Plath:

“Er zijn momenten dat ik word overvallen door een gevoel van verwachtingen, alsof er iets onder het oppervlak van mijn denken ligt te wachten totdat ik het oppak. Het is hetzelfde hunkerende gevoel als wanneer een naam je bijna te binnen schiet, maar je hem niet te pakken kunt krijgen. Ik voel het als ik denk over mensen, over kleine tekenen van evolutie die worden ingegeven door het trekken van verstandskiezen, onze kaak die smaller wordt omdat hij niet langer zulk grof voedsel hoeft te vermalen als hij gewend was; het geleidelijk verdwijnen van haar op het menselijk lichaam; het wennen van het menselijk oog aan kleine gedrukte letters, het snelle, kleurige bewegen van de twintigste eeuw. Vaag en onduidelijk komt dat gevoel op als ik denk over verlengde adolescentie van onze soort, de riten van geboorte, huwelijk en dood, alle primitieve, barbaarse plechtigheden die voor het moderne leven gestroomlijnd zijn. Die onberedeneerde, dierlijke zuiverheid was het beste, denk ik bijna. O, er is daar iets dat op me wacht. Op een dag zal misschien plotseling de openbaring mij ten deel vallen en zal ik de andere kant van deze enorm groteske grap zien. En dan al ik lachen. Dan zal ik weten wat het leven is.”*

Zo was het natuurlijk wel, beter verwoorden is misschien onmogelijk. Daarna zei je dat je op een eerstvolgend verkleed feest met een oven over je hoofd zou gaan lopen.

Even later vroeg ik voorzichtig of ik je handen en voeten mocht gebruiken voor een film. Dat mocht, als je maar onherkenbaar in beeld zou komen en ik je naam zou mystificeren tot slechts de letter ‘L’. In ruil voor je medewerking wilde je een aantal verhuisdozen, en die kreeg je.

Ik denk aan Sam, waar we broodjes aten en een tekening maakten die nu nog steeds boven de bar hangt, en waar jij je jurk bevuilde met knoflooksaus. Of je rammelende fiets en je motorhandschoenen waarover je vertelde dat ze van iemand anders waren, dat jij nooit zulke handschoenen zou kopen. Of je muts, die je soms ook in huis droeg omdat de verwarming het niet deed. Of de enorme ladder in je panty die ik laatst zag toen je vertelde over de schuwe, getraumatiseerde kanarie die je ooit had en waar je veel van hield. Ik weet vrij zeker dat je van die ladder in je panty wist maar het je niets interesseerde. Waarom zou iemand ook geen ladders mogen dragen dacht ik. Ik vond het ontroerend weet je dat?
En dan zie ik je in gedachten in een pakhuis over sanitair klimmen met een klembord in je handen, je noteerde bestellingen voor klanten in het hele land. Er was een koffiehoekje daar, dat was wel een voordeel, zei je. Hoe kan iemand jou dan ooit van arrogantie betichten Lieke? (Pardon, noem ik toch je naam. Vergeef me).

Als laatste vertel ik hoe je me die eerste keer dat we elkaar zagen tijdens dat besloten mini-feest, zei dat je je niet voor kon stellen dat iemand verliefd op je zou worden. Ik vond dat heel verdrietig om te horen, want ik denk Lieke, dat juist iedereen verliefd op je zou worden. Je zei een paar dagen geleden dat je onregelmatig was en dat vond ik grappig. Onregelmatig, een prachtig woord toch?

Liefs,

David Pefko

* Sylvia Plath – De dagboeken 1950-1962 – Privé Domein nr. 255, bladzijde 25

recent

Beste Bernard,

Bernard+Madoff+Returns+Court+Bail+Dispute+56RBuRsALiXlDank voor je openhartige brief en geen dank voor de boeken. Ik weet zeker dat je er veel aan hebt, want niets is zo fijn als lezen als je verder geen kant op kan.
Ik schrok niet van het voorval in de eetzaal dat je beschreef. Het zijn, zoals je schreef, enerzijds natuurlijk situaties die je alleen in films verwacht te zien, maar anderzijds is het buiten de muren niet zo heel anders. Ik weet zeker dat als je nu door New York zou lopen mensen net zoveel toetjes over je heen zouden gooien, misschien zelfs erger dan dat; stukken beton of die kleine verhuisdoosjes waarin ontslagen werknemers van banken hun plantjes en koffiemokken mee naar huis sjouwen, zou je naar je hoofd krijgen. Het zou daar zelfs schaamtevoller voor je zijn dan waar je nu zit, denk je niet?

Je vroeg me waarom ik sympathie kan opbrengen voor een man als jij. Ik weet eigenlijk niet of het sympathie is Bernard, het is meer medeleven en ook begrip; het gegeven dat duizenden mensen boos op je zijn, daar lijk ik iets mee te kunnen, van te begrijpen. Ik denk dat het belangrijk is om altijd maar weer te bedenken dat je gewoon een mens bent zoals zovelen. Vroeger was je installateur van  sprinklerinstallaties en al op je 22ste startte je zonder enige vooropleiding een bedrijf. Een selfmade man die risico’s nam, jarenlang leefde in stress en angst, miljoenen dollars van rijke mensen van plek naar plek verplaatste. Je was succesvol en geliefd en op een goede dag was dat allemaal in een klap voorbij.

Ik moet toegeven dat toen de zaak in de media kwam ik vooral erg moest lachen; het handelen in luchtkastelen is vrij hilarisch vind ik. Wat kunnen mensen dom zijn, dacht ik.  In ieder geval heb je een ‘crisis’ op je naam staan, ieder weldenkend mens weet dat dat erg overdreven is, maar iemand moet de naam, de schuld krijgen, zo werkt het nu eenmaal, zonder een aanwijsbare aanstichter van ellende word de mens een losgeslagen dier.

Wat ik soms niet snap is waarom je niet eerder vertrokken bent, bestond de mogelijkheid niet om je koffers te pakken en te verdwijnen? Ikzelf zou dat zeker wel gedaan hebben denk ik.
Je hoeft niet te antwoorden want ik weet dat voordat jij deze brief in handen krijgt drie psychologen en twee mensen van de beveiliging hem gelezen hebben. Ook weet ik dat alles wat jij schrijft onderzocht en tegen het licht gehouden word. De boeken die ik je stuur ontvang je met vertraging; men zoekt naar omcirkelde woorden, kleine verborgen boodschappen in de rug verstopt, misschien een aanwijzing waar al het geld toch is gebleven.   

Ik vind je beschrijvingen van het grasveld waar je vanuit je getraliede raam uitzicht op hebt erg mooi. Het lijkt – hoewel dat niet zo is – elke keer weer te veranderen. De ene keer beschrijf je kleine vogels die takjes oppikken, de andere keer vertel je over de laatste sprankjes zon die soms zo mooi naar binnen schijnen. Straks zal er sneeuw zijn. Gebruik je fantasie, uiteindelijk is dat alles wat we hebben.

Houd moed,

David Pefko

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Geachte Joke van der Ven (2),

DSC00624De vorige keer sprak ik mijn verbazing uit over uw bedrijf briefopbestelling en gaf ik aan voor het bedrag van 37,50 een liefdesbrief te hebben besteld.
Ik vulde de gevraagde kenmerken in (geur, manier van bewegen, handen, ogen, sensualiteit) en terwijl ik bezig was een persoon voor ogen te houden bedacht ik dat het misschien beter was om maar voor een hond te kiezen. Eigenlijk vond ik het te triest om hier een bestaand persoon voor te misbruiken. Bij het kopje ‘wat wilt u bereiken met deze brief?’ vulde ik in: onvoorwaardelijke liefde. Veel gevraagd? Blijkbaar, want vanochtend ontving ik deze liefdesbrief per email:
jokevandeven

“Lieve Z,

Tijdens een ronde door het park
Kijk ik tevreden om mij heen
Honden waar ik kijk
Maar zo mooi als jij
Is er geen één

Tussen de herfstbladeren
Raken jouw pootjes de grond
Je natte neus heeft een geur te pakken
Die jij vol enthousiasme volgt
Wie heeft er toch voor gezorgd dat uitgerekend ik jou vond?

Want, lieve Z, sinds jij in mijn leven bent
Weet ik wat het is om van iemand te houden
We zijn voor elkaar gemaakt
Het ging dan ook zonder al te veel moeite
Dat wij onze relatie opbouwden

Onze liefde was meteen wederzijds
We delen vreugde en verdriet
Vaak knuffelen en spelen
Een leven zonder jou
Bestaat voor mij niet

Lieve Z, ik hoop dat het heel duidelijk is
Hoe belangrijk ik jou vind
Jouw eerlijke ogen
Zijn voor mij zoveel meer waard
Dan de glimlach van elk willekeurig kind

Elke dag met jou
Doet mij verlangen naar meer
Ons samenzijn is het mooiste wat er is
Ik hoop dat jij het ook zo voelt
Het is in ieder geval wel
Hoe mijn liefde is bedoeld

Veel liefs van David..”

Ik weet niet of u snapt dat u mijn dag verpest heeft. Mijn gevoel zegt dat u zich daar niets bij voor kan stellen. Ik vraag me opeens af hoe uw eigen liefdesleven is en of u elke dag samen met uw man zit te huilen van het lachen bij het lezen van al die brieven voor wanhopige en steeds maar weer in zwijgen vervallende mensen.
Ik stel het volgende voor: u brengt mij in contact met de schrijvers van deze rommel (ik wil deze personen graag ontmoeten) en ik betaal u daar 37,50 voor, zo niet ontvangt u geen cent van mij, want zelfs een hond zou ik deze liefdesbrief niet durven sturen.

Toch hoogachtend ‘vrouwelijk ondernemer van het jaar 2008’,

David Pefko