Beste postbode,

 

postbodeVroeger zag ik uw kar wel eens onbemand over de stoep rollen, hij kwam dan tot stilstand tegen een opstaande stoeptegel. Dat vond ik een prachtig gezicht. Uzelf was er dan nog niet, stond nog een paar huizen terug, maar de post was er dan al. Soms wierp ik dan snel een blik in uw tassen en zag daar pakketten brieven bijeen gehouden door elastiek, interessant ogende pakjes met mooie postzegels uit verre landen, felgekleurde enveloppen en briefkaarten. Die elastieken vond ik altijd op straat. Honderden per jaar raapte ik op en nam ik mee naar huis.
U was een norse man, rookte sjekkies en mompelde meestal niet veel goeds. Soms, als ik naar uw gezicht keek terwijl u door de post bladerde, wist ik zeker dat u niet gelukkig was.
Sinds de komst van e-mail schrijven weinig mensen meer brieven, en dat is jammer, want er zijn weinig middelen van communicatie die zo mooi zijn als de brief. Mensen die nog brieven schrijven weten waarover ik het heb: geen snelheid, juist een heel trage manier van contact. Wie een brief schrijft, de envelop dichtmaakt, de postzegel erop plakt, naar de brievenbus loopt en hem daar in laat vallen, zal nog altijd een totaal ander gevoel ervaren dan als je simpelweg op ‘verzenden’ drukt in je mailprogramma. Soms ben je te laat voor de lichting van die dag en sta je te schelden, of zoek je snel naar een bus waar nog de dag van vandaag op staat. Soms is de bus vol, soms leeg, dat kun je voelen als hij erin valt.
Het schrijven van een brief in deze tijd heeft voor mij een bijna magische lading gekregen, je laat door een brief of een kaart te schrijven (met de hand natuurlijk!) zien dat mensen iets voor je betekenen, dat ze een brief waard zijn. Ook is er voor mij bijna niets fijners dan het ontvangen ervan, het is niet vluchtig zoals e-mail, maar tastbaar en blijft dat ook nog vele jaren.
Soms liep ik gespannen naar de voordeur om te kijken of er al een brief lag. Ook bespioneerde ik u, zag u in uw rode jas als een vlek door de straat gaan en altijd was ik blij om u te zien. U was mijn held. Op andere plekken liepen uw collega’s met mijn brieven. Ik dacht altijd met veel plezier aan het moment dat iemand mijn brief ontving, de envelop openscheurde en mij zou lezen.
U moet trouwens niet denken te maken te hebben met een oude melancholische man die eens in de zoveel tijd – als de kans zich voordoet – wat te mopperen heeft op deze moderne tijd, maar ik vraag me werkelijk af of u blij bent dat uw kar vervangen is door een soepele plastic schoudertas, dat u inmiddels niet meer rookt en aan een antidepressivum bent gegaan.
Heeft u enig idee hoeveel ansichtkaarten u in uw loopbaan door de brievenbussen heeft gegooid, hoeveel liefdesbrieven, geboorte- en rouwkaarten? Tegenwoordig krijg je een e-card, een link waarachter foto’s van een vakantie schuilgaan of een virtuele verrassing op je verjaardag, of helemaal geen kaart, helemaal niets meer.
Mist u het gewicht in uw tassen of maakt het u allemaal niets uit? Als ik u tegenwoordig zie lopen dan denk ik meteen aan overheidsinstanties, banken en gerechtsdeurwaarders, en veel minder aan ansichtkaarten, liefdesbrieven en berichten van ver. Ook vind ik tegenwoordig zelden meer een elastiek op straat.

Groet,
David Pefko

recent

Waarin Jeanette Winterson bekent verliefd te zijn en wat dit in Engeland betekent

De Engelse schrijfster Jeanette Winterson schrijft in haar maandelijkse column op haar website dat ze verliefd is. Deze rechtstreekse openhartigheid behoort tot haar digitale stijl. In haar romans is het anders, daarin leeft ze zich meer uit in stilistische labyrinten. Ze vertelt dat haar huis ergens op het Engelse platteland werd bezocht door een reporter van de Daily Mail. Zelf was ze elders aan het werk. De reporter trof niet Winterson, maar de werkster. Hij was daar helemaal naar toe gereisd omdat hij gehoord had dat Jeanette een nieuwe geliefde heeft. Hij wist zeker dat haar fans graag willen weten om wie het gaat en hoe ze er uit ziet.

boekenWinterson was blij dat ze niet thuis was. Ze voelde er niets voor om op deze manier in de Daily Mail te komen. Ze wilde dat haar geliefde en zichzelf besparen, ‘she doesn’t need this round her neck. Lying in her arms will do fine.’ Maar er was nog een andere reden waarom Winterson uit de buurt van de krant wilde blijven: de tabloids, dus ook de Daily Mail, hebben de gewoonte om op een heel negatieve manier over homo’s en lesbiennes te schrijven. Dat gebeurt zo vaak, dat Winterson een verzameling heeft aangelegd van de betreffende krantenkoppen. Ze wil er ooit eens mee naar de Raad van de journalistiek stappen.

Het opmerkelijke hieraan is de schaamteloze dubbele agenda van de Daily Mail reporter. Die komt met een glimlach op zijn gezicht om een kruidig en sappig verhaal te gaan schrijven over een bekende schrijfster die een nieuwe, vrouwelijke geliefde heeft. Liefde tussen vrouwen is voor de lezers van de Daily Mail nog steeds pikant, lichtelijk pervers nieuws. Grenzend aan de categorie van het seksschandaal. Die reporters, schrijft Winterson, zijn doorgaans hele aardige mensen wanneer ze met je praten, tot je ziet wat ze geschreven hebben. Het is alsof ze tijdens het schrijven van een knuffelbeer veranderen in een fret: ‘I always have very nice talks with the Mail, but sex stories sell papers…. especially gay sex stories’.

Jammer is dat Winterson haar stilistische vernuft vergeet wanneer ze in aansluiting hierop op een prekerige toon schrijft in wat voor wereld ze het liefst zou willen leven: ‘I want to live in a world where the gender of your lover is the least interesting thing about them. And I want to live in a world where all of us, regardless of race, religion, gender or sexuality, can meet honestly, for what we are.’ Ze heeft natuurlijk gelijk, maar op deze vrome manier iets minder.

DailyHet zou wel eens kunnen dat de dubbele agenda een vast gegeven is bij tabloids en roddelbladen: de reporters hebben zelf geen enkele negatieve gedachte over homo’s en lesbiennes – het zijn misschien normaal denkende mensen, al zijn ze natuurlijk wel lichtelijk schizofreen. De krant moet verkopen, dus moeten ze stukken schrijven (‘gay sex stories’) die voor die verkoop zorgen.

Die normale wereld waar Winterson in wil leven, waarin het er niet toe doet van welk geslacht je geliefde is, zal er in Engeland niet komen: die wereld verkoopt geen kranten.

Carel Peeters

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Waarin de winnaar van de Nobelprijs voor literatuur vertelt over haar avonturen

NobellprijsEen van de aardigheden van de Nobelprijs voor literatuur is dat er een naam bekend gemaakt kan worden die je nog nooit hebt gehoord. Het komt zelden voor, maar in 1996 was er opeens zo’n naam, Wislawa Szymborska. Daar moest eerst goed op geoefend worden voor je hem uit durfde te spreken. Zij was ook een verrassing, dat bleek de volgende ochtend toen in de Volkskrant een gedicht van haar stond, gelicht uit een bundeltje dat ooit bij een kleine uitgeverij was verschenen. En in 2000 kreeg de onbekende Chinees Gao Xingjian de Nobelprijs – ook niet eerder van gehoord.

Een onbekende naam, dat is in ‘de media’ een grote zeldzaamheid: dat er over iemand die niet bekend is ineens zoveel drukte wordt gemaakt. Waar eerst niets was, ontstaat binnen enkele uren een heel schrijverschap, een oeuvre, compleet met vertalingen in verschillende landen. Het bekend worden van de voorheen onbekende naam veroorzaakt bij velen een licht schuldgevoel: weer niet goed opgelet, alweer heeft mijn neus me niet de goede kant op gewezen. Er duiken binnen enkele uren ook grote kenners van de schrijver of schrijfster op. Die pakken meteen uit. Zij wel. Zij kennen niet alleen de titels van de boeken, maar weten alle in en outs.

Van de Roemeens-Duitse schrijfster Herta Müller had ik wél gehoord, ook wel eens iets van gelezen, geen roman, maar artikelen in Duitse kranten. Herta Müller was geen onbekende schrijfster, maar nu blijken er lezers te bestaan die haar al jaren intensief volgen en precies weten wat haar werk zo bijzonder maakt. Haar Roemeense collega Mircea Cartarescu sprong een gat in de lucht toen hij van het Nobel-nieuws hoorde: met Herta Müller had hij wel eens samen voor een foto geposeerd, schrijft hij in de Frankfurter Allgemeine, met haar had hij wel eens in een forum gezeten, met haar had hij wel eens iets gedronken na een voorleessessie. Hij giet zijn herinneringen aan haar in de vorm van een ode. Daaraan is te zien (www.signandsight.com/features/1946.html) hoe zijn borst in enkele uren is opgezwollen van trots.Herta Müller

Een van haar recente artikelen uit Die Zeit was vanwege de Nobelprijs al in het Engels te lezen in The Guardian van 10 oktober. Diezelfde Cartarescu schrijft in zijn ode over Müllers poëtische, surrealistische stijl. Haar stijl in dit stuk is allesbehalve poëtisch of surrealistisch, maar wat ze schrijft is surrealistisch. Het gaat over haar confrontatie met haar dossier dat ze eindelijk mag inzien bij de Roemeens geheime dienst. Het bestaat uit drie delen, bij elkaar 914 pagina’s, en begint in 1983 met een verwijzing naar haar boek Nadirs, waarin ze de werkelijkheid ‘tendentieus’ zou hebben weergegeven. Ze behoort ook tot een groep schrijvers die veel Duits spreken en bekend zijn ‘vanwege hun vijandelijke werk.’ Müller is de muis waarmee de Securitate als kat speelt. Er worden feiten verzonnen om haar in diskrediet te brengen. Wanneer ze al niet meer in Roemenië woont, maar in Duitsland, blijkt dat de Securitate in 1989 twee personen van haar heeft gemaakt: de een (‘Christina’) is een vijand van de staat, de ander is een ‘dummy’ die Christina in diskrediet moet brengen. De dummy is een trouw partijlid en een agent zonder scrupules. Er wordt gedaan alsof Müller een dubbel leven leidt, tot op de huidige dag, ook al is de dictatuur in Roemenië al twintig jaar voorbij. De titels van Müllers romans beginnen mij te intrigeren: Hartedier en De vos was de jager.

Carel Peeters