Sorolla’s stillevens

Aan de Spaanse schilder Joaquín Sorolla (1863-1923) had ik makkelijk voorbij kunnen gaan. Hij is me in alles te groot: het formaat van zijn schilderijen, de breedte van zijn kwast, zijn te druk bevolkte taferelen, de vaak te dramatische thematiek, of de te kokette elegantie van zijn vrouwen. Hij kan ook te virtuoos en te mondain realistisch zijn.

Vandaar dat ik nog geen serieuze gedachte aan hem had besteed toen ik onlangs in Madrid voor het Prado de grote aankondiging van zijn tentoonstelling zag. Daarvoor was zijn schilderij De siësta gebruikt. Dat maakte wel indruk. En kennelijk niet alleen op mij. Met mij kwamen van eind mei tot begin september vijfhonderdduizend mensen naar zijn werk kijken.

sorolla1Sindsdien blader ik regelmatig in de catalogus en kom ik De siësta tegen: van een afstand is het alsof op drie plaatsen hoopjes witte lakens op een zonovergoten grasveld liggen. Maar als je goed kijkt zie je dat het jurken van vrouwen zijn die loom in het gras liggen te slapen. Het heldere groen van het gras, het geschakeerde wit van de jurken, het langoureuze liggen, het grote formaat: bij elkaar zorgt het voor een verpletterend effect.

Het effect is dubbel: wat we zien is figuratief en abstract tegelijk, en wel degelijk anders dan de meeste van Sorolla’s schilderijen, die aanzienlijk eenduidiger en realistischer zijn. Maar ook die hebben vaak een formeel-abstract aspect: het diagonaal van de jongens die in hun nakie aan de waterkant liggen, de grote hoeden, ruime witte jurken en parasols van de vrouwen die tegen de wind in een strandwandeling maken. Of een blote jongen met een grote hoed die een wit paard met een touw uit de zee leidt. Die hoed doet het hem.

Sorolla schilderde niet alleen mondaine vrouwen, maar ook stoere vissers aan het werk, een familie die eensgezind bezig is een groot zeil voor een schip te naaien, of armoedige slapende vrouwen in een treincoupé. En Droevige erfenis, het schilderij waarmee hij in 1900 internationaal bekend werd omdat het in Parijs op de Wereldtentoonstelling werd geëxposeerd: we zien op groot formaat (212 x 288 cm) naakte, kreupele en blinde jongens aan de rand van de zee bij Valencia, begeleid door een priester in een donkere soutane.

sorolla2Dit is waarom ik me niet helemaal gewonnen geef bij het zien van Sorolla: of hij nu mondaine dames schildert of aan sociaal realisme doet, Sorolla wil de toeschouwer te vaak inpakken met sentiment. Maar wat als het gaat om de Moeder, het niet bepaald kleine schilderij (125 x 169 cm) van een groot zacht wit bed waarin een moeder ligt met haar pasgeboren baby dat als een roze vlek naast haar ligt. Het is een krachtig beeld dat niet onberoerd laat, of Sorolla met dat bed als een wolk nu op sentiment heeft gemikt of niet.

goyaDat Sorolla’s Moeder indruk maakt zonder sentimenteel te zijn kan ik controleren. Goya schilderde de kop van een hond in een net zo lege omgeving als het gezicht van de moeder bij Sorolla. Zijn snuit steekt uit boven een donkerbruine muur: een solitair levend wezen in een verstilde lege omgeving. Dit schilderij van Goya kwam op het omslag van een onsentimenteel boek terecht: de roman De staart van Patricia de Martelaere. Het is een stilleven, net als Sorolla’s Moeder.

Carel Peeters


recent

Oek de Jongs duurzame wijsneus

Sinds het jaar 2003 zijn van Komt een vrouw bij de dokter van Kluun vijfhonderdduizend exemplaren verkocht. Van De ontdekking van de hemel van Harry Mulisch sinds 1992 zeshonderdduizend. Honderdduizend meer, dat pleit voor Mulisch. Maar die honderdduizend hebben er wel eenentwintig jaar over gedaan, terwijl Kluun maar zes jaar nodig had voor zijn vijfhonderd. Maar dan Oek de Jong, die deed dertig jaar over tweehonderdduizend Opwaaiende zomerjurken. Die heeft in deze verhoudingen geen recht van spreken.

zomerjurken nieuwDeze vergelijkende cijfers heb ik van Daniëlle Serdijn die in de Volkskrant van 11 september over de jubileumeditie van Opwaaiende zomerjurken schrijft, omdat het boek dertig jaar geleden uitkwam en nu zijn zesendertigste druk beleeft. Oek de Jong heeft aan deze editie ontspannen geschreven herinneringen toegevoegd aan de tijd waarin hij de roman schreef en hoe hij reageerde toen het boek onmiddellijk een bestseller werd, en lange tijd bleef.

Dat is een mooi stuk waarin hij het schrijven van de roman inbedt in zijn leven van die tijd: wat zijn broer de performance-kunstenaar toen uitvoerde, hoe de relatie met zijn vriendin veranderde, dat hij alleen ging wonen en dat de roman voortkwam uit een eerder verhaal, Lui oog. En dat hij in die tijd ‘het wondermiddel’ de monologue intérieur van James Joyce ontdekte, die ervoor zorgde dat de lezer heel dicht bij de gedachtenstroom van de hoofdpersoon kon zijn. Ook leverde hem dat ‘de zo vurig gewenste hoge voltage’ op.

Voor Oek de Jong was het succes van Opwaaiende zomerjurken een verrassing met consequenties waar hij niet op was voorbereid. Hij kon na verloop van tijd niet meer anoniem over straat, hij werd overal herkend. Na enige tijd vluchtte hij er voor weg. Hij ging op reis. Dit nu vindt Daniëlle Serdijn maar raar. Dat hebben Kluun en Mulisch toch ook niet gedaan en die hadden nog wel drie keer zoveel meer verkocht. Succes, schrijft Serdijn, ‘is dus relatief’. Of Oek de Jong er kennelijk helemaal niets relatiefs in zag en zich belaagd voelde door zoveel aandacht, telt voor haar niet. Het is ook de vraag of de vergelijking die zij maakt tussen Opwaaiende zomerjurken, De ontdekking van de hemel en Komt een man bij de dokter, wel zo kies is. Die verkeren in te verschillende werelden. Dat zie je direct aan de titels.

Oek de Jong schrijft zelf dat de scène waar de titel betrekking op heeft de roman samenvat: de achtjarige hoofdpersoon Edo Mesch die achter op de fiets van zijn moeder plotseling een gevoel van intense zorgeloosheid ondergaat, waar de opwaaiende zomerjurk symbool voor staat. Daar was hij onbewust op uit. Dit is een ijzersterke scène. En zo zijn er meer. Zoals die waarin Edo (in wie ‘alles vastzit’) door zijn moeder op een stoel wordt gezet en zij de onrust uit zijn hoofd, armen en benen strijkt. Waarna ze de gevangen onrust uit haar handen wappert. Maar zulke scènes zijn er niet voor Daniëlle Serdijn. De rest van de roman steekt volgens haar ‘schril’ bij die titel-scène af, en dat heeft alles te maken met ‘de aanmodderende wijsneus die Edo later geworden is.’

De kracht van Opwaaiende zomerjurken is dat het juist een boek over een wijsneus is, maar een wijsneus die worstelt met zijn gevoel en verstand, en dat wordt door De Jong van begin tot eind op een superieur sensitieve manier beschreven. Edo Mesch staat voor alle jongens en meisjes die zichzelf en de wereld willen begrijpen en daardoor alles in overzichtelijke systemen willen onderbrengen, in patronen, rasters en lijstjes: de chaos teruggebracht tot iets schijnbaar overzichtelijks. Maar tegelijk spreekt hun gevoel andere taal. Dit is een universeel conflict, waar je in vast kunt komen zitten of waar je op een of andere manier uitkomt. Edo komt er uit, getuige het slot van de roman wanneer hij in penibele omstandigheden uit alle macht ‘Ik wil, ik wil. Ik.Wil’ fluistert. Deze roman kan nog wel dertig jaar mee.

Carel Peeters

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Leestips

Ter afsluiting van mijn Blogger-in-Residence periode bij Tirade (dank voor de gastvrijheid) geef ik een paar leestips. De meeste boeken spelen zich ver van de stad af. Hoe dat komt weet ik niet.

– Tsingiz Aitmatov – De bonte hond die langs de zee loopt. Vreselijke titel, heel mooi boek over vier vissers in het Siberische eiland dat juist ten noorden van Japan ligt. De een na de ander gaat dood, de jongste blijft over en weerstaat het water van de zee en vooral het ontbreken van drinkwater. Het lezen van die worsteling is pijnlijk.

tc– Kent Haruf – Het lied van de vlakte (Plainsong). Eerder op dit weblog aangehaald. Mooi, sober boek over saamhorigheid en over problemen in een kleine gemeenschap. Prima rol voor twee oude mannen die een boerderij runnen. Het vervolg (Avonduur) is echt een vervolg, en daardoor ee stuk minder.

– Annie Proulx – Twee cowboys (Brokeback mountain). Het beste van het beste wanneer het om korte verhalen gaat. Vooral het verhaal De roodbruine vos is erg goed. Het verhaal 55 mijl naar de benzinepomp zet in iets meer dan een bladzijde een compleet leven neer.

– Dylan Thomas – Uitzicht op zee (A prospect of the sea). Vaak gelezen, verbazingwekkend goed. Eenvoud en complexiteit gaan bij Thomas op een bijzondere manier samen; je leest eenvoud, je voelt complexiteit. Probeer niet een uitgave uit de mini-kaderreeks van Contact te kopen. Die lelijk vormgegeven boekjes vallen heel snel uit elkaar. Er is een vormgever ingeschakeld, dat staat voorin het boek te lezen, maar net als de lijm die toch wel tussen de blaadjes moet zitten is naar een goedkope oplossing gezocht, en dat is voor dit proza een schande.

cr– Sharon Creech – Hou van die hond (Love that dog). Naast Michael Haddon’s Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht, is dit een tweede jeugdboek dat meer is dan alleen een jeugdboek. Het is proza over poëzie. Een jongen – Jack – moet op school gedichten schrijven en heeft daar natuurlijk helemaal geen zin in. Na een tijdje ontdekt hij wat poëzie voor hem kan betekenen, en dat poëzie niks anders hoeft te zijn dan een persoonlijke belevenis. Dat is genoeg, Jack.

– Cormac McCarthy – Outer dark. Nog niet vertaald. Grijp uw kans en wordt de tweede Nederlander die dit vroege werk van de toekomstig Nobelprijswinnaar las. Nog een week of vier en McCarthy zal weer deze prijs niet krijgen, maar in de toekomst wel, toch?

– Hugo Claus – De geruchten. Het enige Nederlands-geschreven boek dat ik hier kan noemen. In feite rammelt het aan alle kanten en neemt Claus het niet zo nauw met de perspectieven en met de stemmen die hij de personages geeft. Toch een heel goed boek.

Jan van Mersbergen