Tieten

Omdat er in mijn buurt een strandje is, een grasveld waar jonge mensen zonnen, hangt er hier op warme dagen een heel recreatieve sfeer. Meestal vind ik het heerlijk om achter mijn bureau te zitten terwijl kinderen bommetjes maken van de brug voor ons huis, soms kom ik niet in de werkstand door al dat gefeest.

Dit weekend was het meer dan warm. Al vanaf een uur of negen ‘s ochtends dreven de eerste opblaasbeesten op de gracht – mijn overbuurman heeft een gigantische regenboogeenhoorn – en dit jaar was er een geniale primeur: rosé drinken in een tuinbad van de Blokker dat je als boot gebruikt, als een drijvende zitkuil voor zes personen.

Ik liep een rondje, glimlachend naar buren in badjassen en kinderen met drijfbanden, supboards en flippers; ik stak de brug naar de Bickersgracht over en liep langs de kinderboerderij. Bij het parkje op de noordelijke hoek werd mijn blik ergens door getrokken. Een aantal meiden was neergestreken op de steiger aan de rand van het parkje, die met hun komst barstensvol lag. Kennelijk hadden ze geen tijd gehad om thuis zwemkleding aan te doen: al kletsend gingen er jurkjes en broeken uit, T-shirts.

Ik wilde niemand in verlegenheid brengen en keek daarom weer voor me, maar net voor ik afsloeg werd mijn aandacht teruggezogen. Een van de meiden had haar blouse uitgedaan en stond nu met blote borsten op de steiger. Mooie borsten, waren het: stevig en vol. Ik kon dat zien omdat ze er geen arm voor sloeg, ze maakte geen haast om haar badpak uit haar tas te vissen. Nu liet ze haar rokje zakken, zette haar duimen achter de bandjes van haar onderbroek en deed ook die uit, honderduit pratend en gebarend naar een vriendin die – zag ik nu opeens – óók in haar blote tieten stond.

Respectvol sloeg ik mijn blik neer en liep verder. Toen ik de tweede brug over was en de Realengracht naar huis volgde, kwam de steiger weer in het zicht. Er werden handen door lange donkere krullen gehaald, er werd gelachen, gegeeuwd, ingesmeerd, gekletst en in de gracht gedoken, en alle tieten bleven bloot.

Ik kwam langs een parkeerterrein waar dertigers op een kleedje chillden. Ze hadden koud bier en het rook er heerlijk naar hasj. Net toen ik ze een fijne middag wilde wensen was ik weer gedwongen mijn ogen neer te slaan: in hun midden zat een volle dame, achterovergeleund tegen een hekwerk, haar borsten als de lobben van een vetplant in de volle zon. De nieuwe beha-loosheid was me natuurlijk opgevallen, maar sinds wanneer was de blote tiet terug?

Later die middag spotte ik er nog meer – nu ik erop lette waren ze overal – en toen Rob en Ivo een wijntje kwamen drinken was het een van de eerste dingen waarover ik begon. Of ze wisten dat men weer topless ging, en dat het niet beperkt bleef tot het strand?

Mijn vrienden, die beiden in de buurt van water wonen, hadden het fenomeen al opgemerkt en waren er zelfs erg over te spreken.

‘Vroeger was dat nochtans heel normaal,’ zei Ivo.

‘Wat is nou precies je probleem?’ vroeg Rob.

Daarmee drukte hij zijn slanke vinger op een voor mij nogal diffuse zere plek. Ik ben meer van de bil, maar ik zie ook graag borsten, en helemaal als het van die echte zijn, met een sterke persoonlijkheid. Als je me vraagt of ik een tiet wil zien dan zal ik daarop altijd ja zeggen. Waarom voelde het dan nu alsof me iets werd opgedrongen?

Ik probeerde mijn probleem op allerlei manieren onder woorden te brengen, maar vond geen gehoor bij mijn vrienden, die zich normaal best kunnen inleven in anderen (schrijvers, zijn het). Pas toen Rob en Ivo vertrokken waren besefte ik dat het me vooral ging om de onvrijheid waarmee de vrijheid van die meiden me had opgezadeld.

Ik had het moeten vergelijken met zo’n boombox, dacht ik. Dat je in het park zit en er komt een aantal dubbelbrede gasten aan, een draagbare speaker met beukende house achterop een van hun fietsen.

Zo’n heel park denkt dan tegen beter weten in dat ze dat ding vast zachter zullen zetten als ze eenmaal een plek hebben gevonden. Dat doen ze niet, en dan zit dat hele park zichzelf op te vreten óf zichzelf te vertellen dat het toch eigenlijk prima is, dat iedereen natuurlijk vrij is om te doen wat hij graag wil, dat de muziek niet eens zo kut is. Misschien riskeert iemand het er iets van te zeggen, in welk geval er óf ruzie ontstaat óf de dubbelbrede gasten zich ongemakkelijk gaan voelen. Verliezers alom. Hoe dan ook kan niemand er níét mee bezig zijn.

Ik ben me ervan bewust dat we ons in een overgangsfase bevinden. Als de blotetietenrecreatie weer volledig gangbaar is geworden valt het effect ervan natuurlijk weg. Het gaat me dus kennelijk niet om de tiet, maar om het feit dat die meiden weten dat ze de aandacht van iedereen trekken en dat helemaal oké vinden.

Maar ik wil ook niet uitsluiten dat ik een oude zeikerd aan het worden ben.

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

recent
Les Habitants de Suriname. BONAPARTE, Prince Roland. Les habitants de Suriname ; Notes recueillies a l’exposition coloniale d’Amsterdam en 1883. Paris, A. Quantin, 1884.

Bron van informatie 

De bewoners van Suriname werden vroeger vaak op de gevoelige plaat vastgelegd door onder meer onderzoekers en avonturiers. Deze foto’s vonden hun weg naar reisverslagen, maar ook naar publicaties in het buitenland waar er ook grof voor werd betaald. De gefotografeerden verdienden vaak niets eraan. De bewoners kregen op een bepaald moment deze ontwikkeling door en nu mag je niet zomaar foto’s maken, bijvoorbeeld als je naar een dorp in het binnenland van Suriname gaat. Of je moet wat daartegenover wat op tafel leggen of je moet goed kunnen aangeven wat met het materiaal gedaan gaat worden. 

In Les habitants de Suriname het eerste grote antropologische werk over de inwoners van Suriname, beschrijft Prince Roland Bonaparte (1858-1924) de kleinzoon van Lucien Bonaparte, een broer van Napoleon, de kolonie Suriname aan het eind van de 19e eeuw. Het geeft een gedetailleerd beeld van de Inheemsen (Kalina Arrowakken), de Creoolse stadsbevolking en de marrons, de nakomelingen van de van plantages gevluchte slaven.

Het 19e eeuwse Suriname werd tot 1863 grotendeels gekenmerkt door de slavernij. Die geschiedenis is minder ver weg dan jaartallen ons willen doen geloven. De hieronder afgebeelde inwoners van Suriname zijn bijvoorbeeld van de generatie van de grootouders van mijn opa en oma. Kijk goed naar de gelaatsuitdrukkingen, naar de kleding. Het visualiseren van Surinamers die aan het eind van de 19e eeuw leefden heeft op mij een groter effect dan vuistdikke naslagwerken of wetenschappelijke verhandelingen. Voor het eerst in de geschiedenis van Suriname worden zwarte mensen nauwkeurig als individu beschreven, met hun achtergrond verhaal; hun beroep en soms hun karakter eigenschappen. Ze krijgen plotseling een gezicht.

Carl Haarnack, https://bukubooks.wordpress.com/les-habitants-de-surinam/

Het verleden en de culturen van Suriname zijn altijd een bron van kennis en informatie geweest voor Europese onderzoekers, schrijvers, filmmakers en theatermakers. Nu nog meer met de verhoogde aandacht in verband met het Herdenkingsjaar Slavernijverleden. De vele momenten, sommige pijnlijke, andere triomfen over het succes van verzet en rebellie in het verleden worden onderzocht, vastgelegd en gepresenteerd aan een groter publiek. 

“We moeten leren uit het verleden” wordt vaak erbij gezegd. Maar daar heb ik een wrang gevoel bij. 

Wie moet uit het verleden leren? De Surinamers? Die het momenteel moeilijk hebben met overleven aangezien de economie in het land heel slecht is? Volgens voorlopige cijfers van de Stichting Algemeen Bureau voor de Statistiek, ABS, zijn de consumentenprijzen in mei 2023 ten opzichte van april 2023 gemiddeld met 2.4% gestegen. Vergelijken we mei 2023 met mei 2022 dan zijn de consumentenprijzen gemiddeld met 64.9% gestegen. Ze hebben dus geen ruimte om te lezen en te kijken naar producties over hun eigen geschiedenis en culturen omdat ze moeten werken. Ze hebben geen tijd om na te denken over andere zaken dan hoe ze eten op tafel gaan zetten. Moeten de Nederlanders leren uit het verleden waar sommigen zich afvragen waarom zij moeten worden geconfronteerd met de wantoestanden waar hun land zich schuldig aan heeft gemaakt in het verleden?

Welke perspectieven worden meegenomen bij het vertellen van de geschiedenis? Die van de Europeanen, wier perspectief vanaf dag één al werd gebruikt? Krijgen Surinamers de kans om iets in de melk te brokkelen, hun kijk te geven op zaken en hoe zij zich daarbij voelen? Nederlanders komen immers met Nederlands geld het verleden hier uitpluizen, verzamelen, vormgeven en daarna verspreiden. Op de manier hoe zij het zien, aangezien hun geld wordt gebruikt. Surinamers hebben daarbij wel een rol maar meestal die van bron van informatie, sparringpartner of assistent bij de productie. Er zijn natuurlijk uitzonderingen bij bepaalde producties, maar heel sporadisch. 

Wordt er wel iets duurzaams achtergelaten? Moet dat? Nee, maar het is wel een mooi gebaar aangezien vaak de groepen terugkomen naar het land voor verder onderzoek of vervolgprojecten. Wordt kennis achtergelaten? Zeker, maar aangezien makers in Suriname nauwelijks toegang hebben tot subsidies, middelen en netwerken om hun eigen verhalen te vertellen is het een druppel op een gloeiende plaat. 

Wat is dan belangrijk dat gebeurt? Surinamers moeten toegang krijgen tot financiën, middelen en netwerken waardoor zij ook in de gelegenheid worden gesteld hun eigen geschiedenis te onderzoeken, hun eigen verhalen vorm te geven en te vertellen. 

Er worden wel steeds meer mogelijkheden gecreëerd door de overheid en verschillende organisaties van Nederland voor Surinamers om projectaanvragen te kunnen indienen voor het verkrijgen van financiën om projecten te kunnen uitvoeren. Deze initiatieven juich ik toe en zie graag dat ze toenemen en structureel van aard worden. 

Net als met bauxiet en goud worden nu de historische en culturele rijkdommen gemijnd. Maar laat in tegenstelling tot de andere zaken een groter deel het winstpercentage terug sijpelen naar het land. Dit toont los van respect ook bondgenootschap. Wij makers willen immers vaak genoeg hetzelfde creëren, mooie producties. Suriname is niet meer het land waar je zaken zomaar kan inpikken zonder consequenties. De samenleving is bewust van haar kracht en heeft eigenwaarde en weet ook hoe waardevol haar geschiedenis is.

"Foto van Kevin Headley"
Kevin Headley

Kevin Headley (1983) is een Surinaamse documentairemaker, journalist en schrijver. Sinds een aantal jaar schrijft hij ook korte verhalen, welke onder andere gepubliceerd zijn in de Surinaamse krant de Ware Tijd, het opinieblad Parbode, het online literair tijdschrift Papieren Helden, het tijdschrift Wobby en Tirade. Kevin heeft ook de speciale uitgave van Tirade PRAKSERI met alleen Surinaamse verhalen samengesteld. Tweewekelijks leren we door zijn ogen verschillende aspecten kennen van Suriname.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Sterven op St. Helena

(De wereld in stukken 23)

Jonathan, een Seychellen Reuzelandschildpad, overleefde al 32 gouverneurs. Hij stiefelt rond in de tuinen van het gouvernementsgebouw in Jamestown op het eiland St. Helena. In februari jongstleden vierde hij zijn 190ste verjaardag en hij is daarmee het oudste landdier op aarde. In 1882 kwam hij als 50-jarige naar het eiland toe vanuit de Seychellen.

Hij is daarmee een stuk gelukkiger dan de endemische St. Helena oorwurm, die met zijn 8 cm een eilandgigant is, maar verondersteld wordt in of iets na 1965 uitgestorven te zijn.

Jonathan, links in beeld, in 1886
Jonathan, links in beeld, in 1886, het jaar dat bijvoorbeeld Jun’ichirō Tanizaki, en Alain Fournier geboren werden.

In 1821 blies Napoleon zijn laatste adem uit op dit vulkaaneiland, een droevig lot waar ongetwijfeld boekenkasten over vol geschreven zijn, maar waar ik nog maar weinig over las. De meeste mannen beginnen zich na hun vijftigste hevig voor Napoleon te interesseren, maar mij lukt het ook na W.G. Sebalds overigens prachtige Campo Santo nog niet.

Het eiland ligt in een steeds warmer wordende Atlantische Oceaan. Deze week stond er in de NRC een opnieuw redelijk verontrustend stuk over de temperatuur van deze oceaan. Die is hoger dan ooit sinds de metingen vanaf 1981. Er zit een vreemde contra-instinctieve oorzaakmogelijkheid bij: sinds 2020 moeten schepen met schonere brandstof varen en sinds die tijd is de fijnstofuitstoot enorm afgenomen op zee. Door de schonere lucht kan de zon het oppervlakte water makkelijker verwarmen. Juist in de bocht die de oceaan op deze kaart maakt rond de westkant van Afrika is het enorm veel warmer dan het was.

Op de Atlantische Oceaan regelt een complex systeem van stromingen en winden de distributie van water en de verwarmende en afkoelende werking ervan, de AMOC. Als de ‘Atlantic meridional overturning circulation’ echt goed ontregeld zou raken, dan gaan we een plaatselijk ijstijdje tegemoet, want de opwarmende werking van warm water uit de golf van Mexico die ons een gematigd klimaat bezorgt zou dan wegvallen. Het kan hier gemiddeld 6ºC kouder worden! Maar er zijn nogal wat onzekerheden. Het gaat bijvoorbeeld over de zwaarte van zout water, dat onder minder zout water duikt en dat minder zout zou worden door grote hoeveelheden zoet water dat van smeltende ijsbergen op Groenland komt.

Intussen, over sterven gesproken, en over ijsbergen, zit ergens elders op de Atlantic een klein duikbootje met puissant rijke mensen vermoedelijk shocking klem. Het bootje speurde met de extreemrijken aan boord naar resten van, oh ironie, de extreem rijken van de Titanic, en toen ging er iets mis. We tellen af, 96 uur zuurstof, in de hoop op een wonder.

Jonathan maalt er niet om en breekt er zijn mooie rimpelige koppie niet over. Een soortgenoot van hem tikte de 255 aan, dus wellicht zal hij op dat eiland St. Helena de sterrenrijke nachtelijke zomerhemel van 2088 nog zien, zoals ik vannacht die van juni 2023. Ik lig dan statistisch gezien al een jaar of 35 onder de grond.

De wereld gaat en gaat, als lang na dezen
mijn roem verging, mijn kennis hooggeprezen.
Wij werden vóór ons komen niet gemist,
na ons vertrek zal het niet anders wezen.

(J.H. Leopold)

Lezen: Maryse Condé Segou

W.G. Sebald Campo Santo

naar kaart 24

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.