A Whole New World

Nu ik bijna vijftig word, voel ik de behoefte om voor een aantal dingen uit te komen. Zo heb ik op deze plek al toegegeven dat beeldende kunst niet mijn ding is, dat ik het Louvre nu wel gezien heb, het Stedelijk ook.

Telkens als ik dit soort dingen opschrijf, krijg ik ze weer over me heen, de liefhebbers: Maar dan moet je echt een keertje dat en dat zien, daar en daar heen. Je móét dat toch kunnen snappen?

Ik kan bijna alles snappen, maar of het ook iets met me doet? Is het niet voldoende om van muziek, theater, film, literatuur en gastronomie te houden? Nu ik geaccepteerd heb dat bepaalde kunstuitingen me zelden raken, volgt kennelijk de acceptatie van de dingen die me wél raken, maar waarvoor ik me een beetje schaam.

Elke ochtend als ik Ada (6) naar school fiets, zingen we samen. Omdat ik in Aads repertoire moet blijven maar K3 mijn strot niet uit krijg, zijn het meestal ballads uit de Disneykoker, de laatste tijd verrassend vaak A Whole New World uit de soundtrack van Aladdin – de versie die gezongen werd door Peabo Bryson en Regina Belle.

Muzikaal bezien een schitterend duet, vertolkt door twee van de grootste stemmen uit het Amerika van de vroege jaren ’90. De naam Bryson zal niemand meer iets zeggen, maar je zou hem kunnen omschrijven als een ingetogen Luther Vandross. Wat waarschijnlijk ook niemand iets zegt, dus denk dan aan een mollige Brian McKnight – ach, laat ook maar.

Aad en ik zingen A Whole New World terwijl we over het fietspad zoeven alsof we op een vliegend tapijtje zitten, en omdat haar Engels nog in de kinderschoenen staat, doet het er even niet toe dat Aladdin zich in ons lied laat kennen als de grootste mansplainer aller tijden.

I can show you the world / shining, shimmering, splendid / tell me, princess, when did / you last let your heart decide? / I can open your eyes / take you wonder by wonder / over sideways and under / on a magic carpet ride.

Vanochtend had Ada haar zomerjack aan, dat net te dun was voor de vroege kilte. Ik sloeg een arm om haar heen en voelde haar stemmetje tegen mijn borst terwijl we zongen. Aad trok me dichter om zich heen en kuste mijn blote arm, want zo is mijn dochter: wat ze voelt dat laat ze zien en horen. In de ruime bocht die ik ter hoogte van het Marnixplantsoen maakte leken we heel even écht te zweven.

Tijdens de rit naar school konden we het hele nummer drie keer zingen, en we eindigden met uitgestrekte armen en een nét niet tweestemming ‘for you, and me’ naast de vuilcontainer waartegen ik altijd mijn fiets parkeer. Ik hielp haar afstappen en ze maakte een kleine buiging.

Ik houd van Disneyballads. Laat de haters maar komen.

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

recent

Shackletons einde

(De wereld in stukken 20)

Het is een omweg, maar doordat ik steeds bot vang wanneer ik een eiland opzoek in een van Boudewijn Büchs vier eilandboeken, realiseer ik me eens temeer hoe enorm de hoeveelheid eilanden eigenlijk is. (samen hebben ze 23 pagina’s eilandenregister.) Graag wil ik de lof zingen van deze vreemde reeks publicaties van een wonderlijk gepreoccupeerd heerschap, dat pedant is en toch ergens je sympathie wint: Büch. In het derde deel maakt hij dan wel drie referenties aan South-Georgia, hier op de kaart.

Büch springt lekker eigengereid en nuffig van schots naar schots, van boek naar studie in deze deeltjes, zich als nesofiel – eilandofiel – niet ontziend in wat je allemaal wel niet moet lezen.

‘Reeds in een vroeg stadium heb ik geleerd dat nesofilie dient uit te waaieren naar de meest bizarre reisverslagen, naar verborgen voetnoten en gortdroge verhandelingen.’ Om te melden dat hij in een geografisch traktaat iets over de St Peter and Paul Rocks las en dat dat traktaat verder over de Shackleton-Rowett Expedition ging (1921-1922). Hij schrijft dan dat dat de Shackleton is die stierf in 1922 en begraven werd op dat eiland, South-Georgia. In zijn vermaarde boek South beschrijft Shackleton zijn aandeel in de gouden jaren van de Zuidpool ontdekkingsreizen. In de expeditie van 1914-1917 raakt zijn schip de Endurance vast in het pakijs, wordt door de krachten van het kruiend ijs vermorzeld en de bemanning moet met een sloep eerst naar Elephant Island, eveneens op deze kaart en vervolgens een ongelofelijke reis maken naar South-Georgia. Een van de vermaardste lange zeetochten per open sloep ooit. In South beschrijft Shackleton het verlies van het schip Endurance.

‘Hurley had ondertussen zijn cinematograaf-camera opgetuigd en maakte foto’s van de Endurance in haar doodsstrijd. Terwijl hij zo bezig was, brak het ijs, dat tegen het staande want en de voor-, hoofd- en bezaanmast duwde, het want. De voortop en de bramsteng kwamen met een vaart naar beneden en hingen in wrakstukken aan de voormast, met de ra verticaal. De hoofdmast volgde onmiddellijk en brak ongeveer 3 meter boven het hoofddek af. Het kraaiennest viel binnen 3 meter van waar Hurley stond terwijl hij aan de hendel van zijn camera draaide, maar hij stopte het apparaat niet en zorgde zo voor een unieke, zij het trieste, foto.

De kledingkwestie was snel opgelost. Slaapzakken waren ook noodzakelijk. We hadden achttien bontslaapzakken en daarom moesten we tien van de Jaeger-wollen slaapzakken meenemen om de achtentwintig mannen van het gezelschap te voorzien. De wollen slaapzakken waren lichter en minder warm dan de rendierslaapzakken, en dus mocht elke man die er een kreeg ook een rendiervel om op te liggen. Het leek eerlijk om de bontslaapzakken te verdelen door lootjes te trekken, maar sommigen van ons, oudere mannen, deden niet mee aan de loterij. We vonden dat we het net zo goed konden doen met de Jaegers als met het bont. De kleding werd snel verdeeld, en toen keerden we een van de boten op zijn kant en schraagden hem met twee gebroken riemen om een ​​luwte te maken voor de kombuis. De kok zette de blubberkachel aan en even later, toen ik om de hoek van de kachel zat, hoorde ik een man zeggen: “Kok, mijn thee graag sterk.” Een ander viel in: “Kok, doe de mijne maar slap.” Het was goed om te weten dat ze deze onbezorgdheid konden tonen, maar ik meende dat de tijd rijp was om te melden dat de thee voor alle mannen hetzelfde zou zijn en dat we blij zouden zijn als we twee maanden later überhaupt nog thee zouden kunnen drinken. Het kwam toen bij me op dat het incident van psychologisch belang was. Hier waren mannen wier verblijf verpletterd was, in een kamp dat op instabiele ijsschotsen stond, schijnbaar ver verwijderd van enige kans op veiligheid, rustig bezig met de details van het bestaan ​​en hun aandacht schenkend aan kleinigheden zoals hoe je je thee het liefst dronk.’

Ze zullen eindigen op South Georgia, zoals Shackleton een paar jaar later echt zal eindigen op dat eiland. Een hartaanval, de dokter had nog tijd hem te zeggen dat ‘ie minder zou moeten drinken: ‘You are always wanting me to give up things, what is it I ought to give up?’ ‘Chiefly alcohol, Boss’, antwoordde dokter Macklin. Meer thee, slap of sterk zou misschien een idee zijn geweest.

Er staat een gedenkteken in Grytviken op South Georgia waar de gure winden omheen blazen.

Lezen:

Over de andere Zuidpool expedities, kaart 12
Sir Ernest Shackleton South. The story of Shackleton’s 1914-1917 Expedition
Boudewijn Büch Het ijspaleis. Eilanden, derde deel

Hier naar kaart 21

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Liefde spreiden

Ze zeggen dat het niet uitmaakt hoeveel kinderen je hebt; dat ouderliefde niet opraakt of verdunt.

Als dat klopt dan is liefde het enige in het ons bekende universum dat boven de natuurkundige wet van behoud van energie staat. Die wet stelt dat de totale hoeveelheid energie in een systeem constant blijft – energie kan niet worden gecreëerd of vernietigd, maar alleen worden omgezet van de ene in de andere vorm.

Volgens de wet moet aanvullende liefde voor elk nieuw kind dus elders in het systeem onttrokken worden, of uit iets anders in liefde worden omgezet. Is dat niet het geval, dan komt die extra liefde van buiten, want de wet van behoud van energie gaat uit van een gesloten systeem.

Omdat Nadim (11) op kamp is bij de Waddenzee, ben ik nu elke middag alleen met Ada (6) onderweg. Na school neem ik haar mee op mijn boodschappenrondje, waarbij ze honderduit kletst met slagers, groentemannen, bekenden die we tegenkomen onderweg. We delen een Fernandes en eten kibbeling bij de vishandel van Mo. Als ik moet werken in De Druif neem ik haar mee, en loopt ze met een dienblad viltjes rond te brengen.

Ik denk veel aan toen Nadim haar leeftijd had en ik hém meenam door de hele stad. Hij zat dan op het zitje op mijn stang, Otis de Hond in een melkkrat voorop. We hadden vaste dagen voor de dingen: saoto bij Marlon op maandag, de Wijnwinkel op dinsdag, Artis op donderdag, vis bij Schilder op de vrijdagochtend, groenten bij Theo op de zaterdagse Lindengracht – altijd was er dan zo’n grote stroopwafel voor mijn jongen bij de kraam van Emre.

Bekijk ik ze apart, mijn kinderen, dan geloof ik oprecht dat ik evenveel van ze houd. En dat terwijl ze heel verschillend zijn: Naadje is gevoelig, op het neurotische af bedachtzaam, een gedreven puzzelaar. Aad is een sloopkogel van een minivrouw, kartonknutselaar en podiumbeest.

Ben ik met hen samen, dan ervaar ik mijn vaderliefde absoluut als verdeeld – ze krijgen op die momenten ieder maar de helft. Ik weet dan ook zeker dat een derde kind op uitstapjes eenderde van mijn liefde voelen zou.

Zo bezien is het niet gek te denken dat enig kinderen een beter leven hebben, maar dat weet ik niet zo net. Ik ben zelf enig kind, hoefde de liefde van mijn ouders met niemand behalve onze huisdieren te delen, en dat bereidt een mens niet heel goed op het leven voor.

Mijn ideale vorm van aandacht is er één waarbij men zich sterk van mijn bestaan bewust is, maar ik nooit het brandpunt van de aandacht ben. Vertaal ik dit gegeven naar het werk dat ik het langst gedaan heb dan wordt duidelijk hoe goed dat werk bij me past: in de bediening stond ik centraal in alle drukte zonder dat iemand écht met me bezig was. Hoewel ik als schrijver zichtbaar kan worden door mijn werk, zal een échte sterrenstatus daarbij uitblijven.

In relaties wil ik nooit het brandpunt van je aandacht zijn, maar zie je me in alle drukte even minder staan, dan maak ik me eigenlijk al klaar om op te stappen.

Neem (als dat je gegeven is) twee kinderen, zodat ze leren dat de intensiteit van een liefde kan variëren – dat er een vaste hoeveelheid van is die nu en dan gedeeld moet worden – maar dat liefde binnen een gesloten systeem altijd behouden blijft.

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.