Een beroerde dichter en veel cijfers

(De wereld in stukken 17)

Wat weten we eigenlijk van Groenland?


Groots en fascinerend zijn de ijzige bergen van Groenland
En op wonderbaarlijke wijze geschapen door goddelijke hand;
We kunnen er eigenlijk niet bij met ons verstand
Want wat is dit voor wonderland?

Kathedralen van ijs zijn er, huizen glinsterend als glas,
En als het om het landschap gaat is er niets dat mooier was,
monumenten zijn er en torenspitsen; vervallen kastelen
die wie er wonen voor veilige toevlucht delen.

En er zijn ijzige rotsen en afgronden, prachtige watervallen,
En terwijl de vreemdeling ernaar staart, laat hij zich ontvallen
Met een mengeling van verwondering, verrukking en angst, vederlicht,
Oh! wat een is dit toch een prachtig gezicht!

Het zijn de eerste drie strofen van ‘Greenland’s Icy Mountains’ William Topaz McGonagall (1825 –1902) ook wel bekend als Brittannië’s slechtste dichter. Ooit. Tijdgenoten dachten dat ‘ie het misschien grappig bedoelde, maar het was dodelijke ernst. Hoe vertaal je een slecht dichter? Vrij, en zorg dat het rijmt. En zorg dat het niet toch acceptabel wordt…

Kennis was duidelijk zijn prioriteit niet, hij sluit na een enorme reeks strofen af met de gedachte dat je er maar beter niet geweest kunt zijn. De sneeuw ligt 10 of 15 voet diep. Maar hoeveel precies?

Groenland in cijfers. Dat kun je aan de Denen en Groenlanders wel overlaten, ze brengen jaarlijks een mooi vormgegeven statistisch boekwerkje uit.

‘Groenland is een bergachtig land en het grootste eiland ter wereld met een oppervlakte van 2.166.086 km2. Het land ligt geografisch op het Noord-Amerikaanse continent. 81% van Groenland is bedekt met ijs, en de totale bevolking is ongeveer 57.000, op een oppervlakte van 1/6 van Siberië. Groenland bestaat volledig uit uitgestrekte toendra’s en heeft de laagste bevolkingsdichtheid ter wereld. Alleen de ijsvrije gebieden meegerekend, gaat het om slechts 0,3 personen per vierkante kilometer.*

Geopolitiek gezien maakt het echter deel uit van Europa en is het een zelfbesturende regio binnen het Koninkrijk Denemarken. In 1721 werd Groenland een Deense kolonie, in 1953 een Deens graafschap en in 1979 werd eigen heerschappij verleend. Zelfbestuur kwam van de bevroren grond op 21 juni 2009. Samen met Denemarken was Groenland vanaf 1973 lid van de EU.

Het grootste deel van het Groenlandse landschap bestaat uit ongerepte toendra. Alle steden en nederzettingen liggen langs de kustlijn. Er zijn geen wegen tussen steden en reizen is slechts mogelijk per schip en vliegtuig. Het grootste deel van de bevolking woont aan de zuidwestkust. Dit omvat de hoofdstad Nuuk met ongeveer 19.000 inwoners.

Groenland heeft zijn eigen nationale vlag en geeft zijn eigen postzegels uit, maar heeft geen nationale munteenheid. Deense kroon (DKK) is een wettig betaalmiddel.

Grootste afstanden: Noord naar zuid: 2.670 km, Van oost naar west: 1.050 km

Kustlijn: 44.087 km Hoogste punt: Mount Gunnbjörn: 3.700 m.’

Er worden 800 kinderen jaarlijks geboren en 500 mensen sterven, de levensverwachting is door ongelukken en suïcide lager dan elders: mannen worden gemiddeld 69,2, vrouwen 74 jaar. In het westen is de gemiddelde minimumtemperatuur in februari –34,6°, maximum -1,6°, in augustus respectievelijk 20,6° en 0,8°. De gemiddelde temperatuur komt niet boven de 10°.

Gebruik van fossiele brandstoffen is hoog, verreweg de meeste mensen werken in de openbare sector en worden betaald vanuit Denemarken. Visserij is de belangrijkste inkomstenbron, men vist op heilbot, garnalen en schelpdieren. De fauna bestaat uit: Vissen, zeehonden, walrussen, walvissen, ijsberen, poolvossen, poolwolven, rendieren, muskusossen, licht suïcidale groenlandse halsbandlemmingen, sneeuwhazen en een rijk vogelbestand met zo’n 50 broedende soorten. Vee in Zuid-Groenland: schapen, tamme rendieren, koeien, paarden, honden en kippen. In Noord-Groenland worden hondensleeën gebruikt voor jacht- en visdoeleinden.

En laat degenen die dit lezen of horen de Goden maar danken
Dat ze de ijzige velden van Groenland nooit hebben betreden;
Op een koude winternacht voor de open haard heb je een reden:
Denk aan kou en ontbering waar zelfs Groenlandse zeelui van janken…

Lezen: Greenland in Figures 2022 (Statistic Greenland)

Kaart 13 ging ook over Groenland

*dan heb je dit gebied dus in je eentje (bron zie hier)

Luisteren: over Groenlandse muziek, Drumdances en Katajjaq

Naar kaart 18

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

recent

Fix me

Het zal de leeftijd zijn, want ik ben niet de enige van mijn vrienden die slecht in de wedstrijd zit. Vorige week at ik bij Toscanini met Rob en Ivo, en viel me de moeite op die het ons kostte om niet te praten over ziekte, dood en het verdampen van het marktaandeel van literaire fictie.

We zaten op tafel drie en Tosca was als vanouds geweldig: ik laadde steeds een paar risottokorrels op mijn vork, genoot van hun weerstand als ik ze met het puntje van mijn tong tegen mijn tanden plette. Ik dacht aan constantie van kwaliteit – dat het hem niet zit in iets extreem goed kunnen, maar in iets heel lang goed blijven doen.

Voor de gast lijkt zo’n keuken stabiel, maar ik ken het werk van binnenuit: elke dienst vraagt improvisatie, schakelen, het overwinnen van een inmiddels bekende paniek. Doe je dat jaren achtereen zonder ooit af te laten, dan ontstaat wat op een buitenstaander overkomt als constante kwaliteit.

Ik keek naar Rob, die met amateurpsychologische verve over zijn sores praatte. Ik luisterde naar Ivo, hopend dat zijn aanstaande diagnose een milde zou blijken – hoewel een slepende ziekte natuurlijk schitterende literatuur oplevert; afgelopen maandag pitchte ik bij De Vertellers van Helmers vast zijn postuum te verschijnen, door Rob en mij in tranen af te ronden Een schitterend verval. Uitgever Paloma keek zeer geïnteresseerd en ging vrij vroeg naar huis, waarschijnlijk om in alle rust te denken over de omvang van ons voorschot.

Toen Rob en Ivo klaar waren met hun verhaal ging ons menu al richting Anjouduif. Ik schraapte mijn keel, schonk nog wat wijn in en begon over mijn dode vader, mijn dode hond, de rest van mijn problemen; dingen die ik heb verkloot die door de dag heen steeds weer bij me terug komen. Het luchtte niet echt op, maar onprettig was het ook niet. Bovenal bleef ik zitten met de wens dat iemand me simpelweg even kwam fixen. Met een speciaal soort dopsleutel of zo.

Een van ons, dacht ik al pratend, moest nu echt een grap maken.

Ik weet niet meer wie hem maakte en ik weet niet waarover, maar de grap kwam en met het vallen van de avond boven die mooie zaal van Toscanini waar ik zoveel uren heb gewerkt, waar ik B ontmoette, waar we getrouwd zijn, waar mijn kinderen ongetwijfeld zullen werken en lachen en eten en drinken en nachten zullen overslaan, werd het wat lichter boven tafel drie.

Het leven, dacht ik even later, hompjes afkalvend van de beste panna cotta ter wereld, zou waarschijnlijk nooit meer extreem goed worden. Maar misschien kon ik het nog heel veel dagen goed proberen te doen, en zouden al die dagen dan vanaf het eind bezien overkomen als een prestatie van constante kwaliteit.

"Foto van Gilles van der Loo"
Gilles van der Loo

Gilles van der Loo (Breda, 1973) is schrijver en schrijfdocent. Tussen 2011 en 2015 was hij redacteur van Tirade. Bij Van Oorschot publiceerde hij de verhalenbundel Hier sneeuwt het nooit en de romans Het laatste kind, Het jasje van Luis Martín, Dorp en  Café Dorian. Meest recent verscheen Mens blijven aan het front bij Hollands Diep, dat hij samen met zijn Oekraïense vriend Andrii Kobaliia schreef.

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Variaties op een thema

‘Variaties op een thema’ is een belangrijke compositievorm in de klassieke muziek. De componist neemt een melodie, soms uit een stuk van een ander, soms zelf bedacht, heel soms een populair straatdeuntje of volksliedje, en maakt er variaties op. In die variaties ben je als componist volkomen vrij. Vaak is de melodie vrijwel onherkenbaar. Pas als je de variaties analyseert, vind je de grondtonen terug.

Ik ga eens proberen hetzelfde te doen met taal. Ik neem een stukje uit het verhaal ‘Het laatste oordeel’ van Jan Brokken. Het verhaal staat in de bloemlezing van Joost Zwagerman: De Nederlandse en Vlaamse literatuur vanaf 1880 in 250 verhalen (Prometheus, 2009).

Thema

‘Eén strekkende meter, hè?’

Hij heeft het goed verstaan. Na de begrafenis dacht ik wel eens dat hij doof was, of op z’n minst Oost-Indisch doof, maar dit heeft hij in ieder geval opgevangen. Hij heeft begrepen dat hij het huis moet verlaten.

‘Eén strekkende meter, ja.’

Met zijn stok duwt hij de deur van de studeerkamer open. Ik laat zijn arm los en draai de knop van de verwarming open. Zijn ogen gaan het vertrek door, een hoge, langwerpige kamer met honderden boeken tegen de wand, duizenden… zestig strekkende meter. Hij knikt naar de kaften, schuifelt naar de leren fauteuil die in een hoek van de kamer staat, laat zich vallen en trekt aan het koord van de leeslamp, automatisch.

‘Meteen beginnen?’

Variatie 1

Lente. Ik werd vanochtend wakker van het gekwetter van twee vogels buiten bij mijn raam. Zonlicht kwam van onder mijn gordijnen vandaan. Als kind dacht ik aan de hoeveelheid licht die mijn kamer inscheen te kunnen zien hoe laat het was. Ik heb die illusie al lang niet meer, maar hij flitst toch altijd even door mijn hoofd als ik ’s zomers wakker wordt, als een ‘weet je nog?’. Het is half zeven. Het tijdstip van wikken en wegen. Om zeven uur gaat de wekker. Heeft het nog zin om me om te draaien?

Ik besluit van niet en stap uit bed, kleed me aan. Een mooie dag voor een wandeling in het park. Een wandeling met op het einde een zitplaats onder een boom met een boek. Ik ontbijt rustig, poets mijn tanden en stap mijn logeerkamer annex thuiswerkplek annex extra kamer binnen. Ik draai zoals altijd de luxaflex open. Tegen de muur staat een grote boekenkast vol boeken. Op mijn bureau ligt een stapel boeken die ik nog wil lezen. Iets nieuws of iets herlezen? Iets nieuws. Ik kijk naar de titels en de schrijvers. Waar heb ik het meest zin in?

Variatie 2

Ik had een kamer gevonden. Eindelijk. Al die maanden dat geforens, ik werd er niet goed van. Na veel rondgevraag, appjes in appgroepen, reacties op kamernet en room.nl, had ik dan gelukkig wat gevonden.

Ik zat voor mijn boekenkast. Niet alle boeken konden natuurlijk mee. Ik moest kiezen. Uiteraard, het was geen definitieve keuze; de boeken hier bleven gewoon staan. Maar toch.

Een Grijze Jager voor old time’s sake? Al die uren die ik als klein kind op de bank had doorgebracht. Het boek gehaald en dezelfde dag alweer bijna uit. Mee met de avonturen van Will en Halt, de paarden Trek en Abelard. Het gesuis van de snel afgeschoten pijlen. Pas geleden was ik op een feestje en sprak met iemand over boeken. Hij zei dat hij nu niet meer las, maar vroeger als kind verslaafd was geweest aan de Grijze Jagers. Een half uur lang hebben we gesproken over de veldslagen en de trainingen. De Skandiërs en de Temujai. Alsof we er zelf bij waren geweest.

Nescio? Afgelopen zomer gelezen, in het vliegtuig naar Praag. Kopland? Voor een gedicht voor het slapengaan. Die eerste keer dat mijn vader mij een gedicht voorlas. Het was Koplands Abe Lenstra. Ik trok Pfeiffer uit de kast. Mee?

Variatie 3

‘Je mag er maar één meenemen,’ zei Lottes vader. ‘Kies de mooiste.’

‘Waarom papa?’

‘We kunnen ze niet allemaal ophangen.’

‘Waarom niet?’

‘Zoveel ruimte hebben we niet.’

‘Waarom niet?’

‘Lotte, ik ga hier verder niet over discussiëren. Je mag er een meenemen.’

‘Maar–’

‘Lotte!’

Lotte trok een sip gezicht en draaide zich om naar haar tafeltje, waar de vijf tekeningen lagen die ze had gemaakt. Ze waren de enigen in het klaslokaal en ze vroeg zich af hoe lang ze hier kon staan voordat haar vader echt boos werd. Voordat hij er een uitkoos. Ze raakte de tekening die in het midden van haar tafeltje lag aan. 

Variatie 4

Hendrik en Else liepen door de Hugo de Grootstraat. Het was donker. Er stonden maar een paar lantaarns in deze straat. Veel schaduwen. 

‘Ik ben benieuwd naar je huis,’ zei Else.

Hendrik glimlachte en legde een arm om haar schouders. ‘Het is niet veel bijzonders hoor.’

‘Maar toch.’

Hendrik voelde Elses das tegen zijn hand. ‘Net die platenhoes van Bob Dylan, maar dan in de nacht,’ dacht hij even.

‘Hier is het.’ Hij opende de deur. ‘Je kan nu nog weg.’

Ze lachte en stapte naar binnen. Hij volgde.

Jassen aan de kapstok. Schoenen tegen de plinten.

‘Laten we in de bibliotheek gaan zitten.’

‘De bibliotheek?’ zei ze, haar wenkbrauw optrekkend.

‘Jup.’ Hendrik ging haar voor de trap op en duwde de deur links op de overloop open.

Er stonden een bank en een stoel. Allebei van de Ikea. Hendrik klikte het licht aan. Langs de muren boekenkasten gevuld met boeken, gerangschikt op alfabetische volgorde. De kasten stonden niet stampvol. Er was nog ruimte voor meer. Hendrik ging op de bank zitten en knipte het leeslampje aan. Else liep langs de kasten en bekeek de boeken. Soms hield ze even stil, trok er een uit en schoof het weer terug. Halverwege brak ze af, floot tussen haar tanden en kwam naast hem zitten.

"Foto van Sybren Sybesma"
Sybren Sybesma

Sybren Sybesma (2001) werd in Leiden geboren. Na de middelbare school deed hij een jaar vooropleiding klassiek piano aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Daarna studeerde hij Biomedische Wetenschappen in Leiden. Hij volgde een cursus korte verhalenschrijven aan de Schrijversvakschool in Amsterdam bij Nico Dros. Bij de Mare kerstverhalenwedstrijd won hij twee keer de derde prijs. Ander werk verscheen op De optimistOp ruwe planken, De Parelduiker en in het Friese literaire tijdschrift Ensafh. Momenteel studeert hij in Utrecht. Hij speelt nog veel piano.