Een oorlog goed voor de meeste bewoners…

(De wereld in stukken 16)

The Falklands zouden volgens wie beide zagen redelijk wat weg hebben van het Schotse Island of Skye, qua landschap. Bij de Schotse Highland Clearances (1750-1860) werden veel arme boeren van hun land geschopt en verdwenen noodgedwongen in een diaspora, sommigen van hen naar deze eilanden nabij de Argentijnse kust.

Op 2 april 1982 landden de Argentijnen op de Falklandeilanden. Naast West en East Falkland bestaande uit rond de 500 kleine eilandjes – op sommige slechts een familie – met gezamenlijk een oppervlak van Jamaica en slechts 1.800 inwoners. ‘De Argentijnen verklaarden dat ze waren gekomen om de eilanden te bevrijden van het kolonialisme, en bevalen dat scholen in het Spaans les zouden geven en dat iedereen aan de rechterkant van de weg moest rijden.’

In Noord-Engeland kampeerde ik een paar jaar geleden ergens langs Hadrian’s Wall bij een boer en op dat terreintje stond nog een tentje. Een vaal verschoten tent met een kop eruit van een man van middelbare leeftijd, Ted, die een veteraan uit de Falklandoorlog bleek te zijn. We deelden een paar biertjes en Ted bleek niet goed terechtgekomen te zijn. De tent waarin ik hem zag, daar woonde hij feitelijk in. Zijn zus deed soms iets voor hem maar een huis lukte niet echt, zijn kinderen zag hij niet meer.

In de zeventiger jaren waren de Falklands straatarm. Grote Engelse bedrijven bezaten de Farms en waren zelf afwezig. Er werkte wie er al vijf generaties woonden en wat mensen die elders niet deugen wilden. Lord Shackleton, de zoon van de Antarctica reiziger en zelf Labour politicus werkte een plan uit waarbij de grote bedrijven opgeknipt werden en de grond aan de bevolking verkocht.

‘Tot voor kort waren de Falklandeilanden een quasi-feodale kolonie, waarin een arcadisch Groot-Brittannië uit het verleden in microkosmos bewaard was gebleven. De eilandbewoners, die bijna allemaal Britse afkomst claimden, aten Brits en legden Britse tuinen aan, met overvolle bloembedden en kabouters. Er wapperden Union Jacks uit hun auto’s en kassen. Ze gaven zich over aan uitingen van patriottisme die zeldzaam waren in het moederland: ze vierden de verjaardag van de koningin en zongen elke zondag het volkslied in de kathedraal. Als oudere eilandbewoners over Groot-Brittannië spraken – zelfs als ze er nog nooit waren geweest en hun families al vijf generaties op de Falklands woonden – noemden ze het ‘thuis’.’

Generaal Leopoldo Galtieri, President van de junta van Argentinië, viel het eilandenrijkje binnen in april 1982.

‘Het conflict duurde vierenzeventig dagen; ongeveer zeshonderdvijftig Argentijnen en tweehonderdvijftig Britten, evenals drie Falklandeilanders, stierven. Op 14 juni gaf Argentinië zich over. De commandant van de Britse landstrijdkrachten stuurde een bericht naar Londen: “De Falklandeilanden staan ​​weer onder de door hun inwoners gewenste regering. God save the Queen.’

Shackleton maakte opnieuw een plan om de zaak economisch vlot te trekken, de bewoners werden in een keer allemaal Brits en de geldkraan ging open. In 1986 durfde het VK de visrechten tot en met 150 km buiten de kust van de eilanden aan de eilanden toe te wijzen. De Antarctische diepzeeheek kon eindelijk niet door Russen en Taiwanezen maar door Falklanders zelf gevangen en verkocht worden. Thans is het inkomen op de Falklands op gelijk niveau als dat in Noorwegen en Qatar.

Ted, in zijn verschoten eenpersoonstent nabij Carlisle, Engeland, had vrienden verloren en kreeg die tijd maar niet uit zijn kop. Misschien woont hij er nog steeds. Hij vroeg of hij m’n laatste blik bier mocht, ging vroeg naar bed, op een hele mooie avond.

Lezen: (en ruim geciteerd uit) Larissa MacFarquhar ‘How Prosperity Transformed the Falklands’ The New Yorker, 29 juni 2020

W.H. Hudson Ver weg en lang geleden, een prachtig autobiografisch verslag van een jeugd op de Argentijnse pampa’s

Bruce Chatwin In Patagonia (en een stukje erover)

Naar kaart 17

"Foto van Menno Hartman"
Menno Hartman

Menno Hartman (1971) is uitgever bij Van Oorschot.

recent

Tandenborstelverdriet

Nadat ik haar lichaam net zo aandacht had uitgelezen als de roman die ik eerder die dag meteen weer vergeten was, draaide ik me om en sloot mijn ogen. Mijn verslapte aandacht had niet aan de roman gelegen, niet aan haar, maar volledig aan mezelf. De stilte lag tussen ons in als een wakend dier, klaar om iets of iemand te verscheuren.

Ik hoorde hoe de wijzers van de klok in mijn slaapkamer tien keer rondgingen en zette me schrap, omdat ik ergens al wist wat nog zou komen. De vorige paar keer hadden we gepraat, gelachen, gelegen. Vielen we samen in slaap. Nu was ons zwijgen oorverdovend.

‘Slaap je al?’ vroeg ze, en ik hoorde hoe ze zich omdraaide, voelde haar zachte adem in mijn nek. Ze ging met haar hand door mijn haren, alsof ik nu al moest getroost.

‘Ja,’ probeerde ik nog, en ze lachte, maar meer uit ongemak, denk ik nu. ‘Misschien is het beter als we morgen praten,’ zei ik, om de tijd te rekken.

Morgen zou ik vast een uitweg hebben verzonnen, had ik een beter antwoord klaar, kon ik ons nog redden van een afscheid, dacht ik. Ik zou valse dingen zeggen over hoop, over tijd, over ons. Over mij.

‘Het is beter als we nu praten, en dat weet jij ook,’ mompelde ze en knipte het lampje op mijn nachtkastje aan. ‘Anders stellen we uit en dan weet ik niet of ik het nog kan.’ Ze sprak de woorden uit alsof ze de zin zorgvuldig had voorbereid, uit haar hoofd had geleerd.

Haar ogen waren rood, alsof ze net had gehuild. Waarschijnlijk was dat ook zo, en had ik dat opgemerkt, als ik me niet meteen had om gedraaid, als ik niet had weggekeken, weer had weggeken.

‘Moeten we er niet een nacht over slapen, los van elkaar? Je slaapt altijd beter in je eigen bed, toch?’ probeerde ik nog. Voordat ik wilde voorstellen dat ik ook op de bank kon slapen, ging ze rechtop zitten en keek me aan.

‘Ik denk dat het echt beter als we nu praten,’ zei ze, zo zacht dat ik het bijna niet verstond, en daarna nog iets over haar laatste trein. Ik ging ook rechtop zitten en ontweek iedere vorm van oogcontact.

‘Dus je wilt echt praten, nu?’ vroeg ik voor de laatste keer, alsof dat haar nog van gedachten zou doen veranderen. Als ik naar haar had gekeken, had ik waarschijnlijk gezien dat ze knikte.

‘Ja, ik vrees van wel,’ fluisterde ze. ‘Ik heb mijn tandenborstel ook niet meegenomen.’

"Foto van Twan Vet"
Twan Vet

Twan Vet (1998) schrijft poëzie, proza en liedteksten. Hij blogt wekelijks voor Tirade.

Zijn gedichten verschenen eerder in literaire tijdschriften zoals De Revisor, DW B en Het Liegend Konijn en in kranten zoals NRC en AD.

De komende jaren werkt hij aan een dichtbundel, een non-fictieboek en een roman bij De Bezige Bij.

Foto: Roderique Arisiaman

Blijf op de hoogte, ontvang onze nieuwsbrief.

Handleiding voor de regentijd van Suriname

Twee emmertjes water halen, … daarna op het erf legen. En dan het proces weer opnieuw uitvoeren. Ik ben uren bezig en er lijkt geen einde aan te komen. Tenminste is één kamer nu droog. De andere twee slaapkamers, de woonkamer en de keuken zijn nog vol met water.

In het begin maakte ik me geen zorgen om de grote regenbui die in de vooravond van zondag 23 april startte. We zitten namelijk in het grote regentijd seizoen in Suriname, dus is het te verwachten dat er enkele zware regenbuien zullen langskomen, maar toen het na een uur nog steeds zwaar bleef regenen, de straat helemaal blank stond en het water in het toilet steeg, begon ik mij wel zorgen te maken. Helaas na twee uren werden mijn angsten waarheid, het water begon langzaam door de spleten onder de deuren naar binnen te glijden, vanuit het erf dat nu ook blank stond. Heel langzaam schoof het doorzichtige substantie alsof het voorzichtig de omgeving aan het verkennen was om te zien waar het precies naartoe kon gaan. Daarna begon die steeds verder en meer naar binnen te stromen. We probeerden in het begin tegenstand te bieden. Zoveel mogelijk water weg te scheppen en te dweilen. Maar we waren niet opgewassen tegen het natuurgeweld. Het water begon steeds harder en met enige regelmaat zich naar binnen te stoten en we gaven het na dertig minuten op. Belangrijke spullen die op de grond stonden werden op tafels geplaatst, zoals kabels van apparaten en schoeisel.  Het water had de keuken intussen al gekoloniseerd en ging nu richting de kamers. We keken machteloos hoe het water sierlijk gleed over het oppervlak. De keiharde regen was geen moment in kracht afgenomen. De berichten op de socialmediakanalen gaven mee welke andere plekken in de binnenstad door het water werden gegijzeld. Eerst de plekken die vaker slachtoffer werden, zoals de Domineestraat, Costerstraat en de Gravenberchstraat. Maar andere plekken die voorheen gespaard waren gebleven, werden ook getroffen. 

Wat was dit fenomeen dat nu de binnenstad van Paramaribo aan het teisteren was en waaraan geen einde bleek te komen? Waren de sluizen wel opgewassen tegen de hoeveelheid water die naar beneden zeeg? Hoe ging het met de mensen die op straat waren?

Het water had intussen alle kamers in het huis bereikt en begon zich te settelen. We besloten maar te gaan liggen, in de ochtend zouden we wel een assessment maken van de situatie en dan te werken aan de wederopbouw. 

In het ochtendnieuws op de radio werd aangegeven dat de meteorologische dienst Suriname zegt dat het om een combinatie van de normale neerslag, die de intertropische convergentiezone met zich meebrengt en een storing die het geheel verder opvoert, ging. ‘De zware regens houden de komende dagen aan’ werd als waarschuwing meegegeven. Ik zucht. De scholen waren gesloten omdat een aantal onder water stond en een aantal moeilijk te bereiken was omdat de wegen in de omgeving nog onder water stonden. Een aantal bedrijven hield hun deuren gesloten. En verschillende auto’s stonden als sculpturen op de verschillende wegen, ze leken deel van het decor van een post-apocalyptisch evenement.

Terwijl we het water uit het huis aan het scheppen waren, vroeg ik mij af of we hieraan wel zouden kunnen wennen, steeds vaker watersnood in de binnenstad van Paramaribo bij regenbuien. Met klimaatverandering zal dit fenomeen namelijk vaker voorkomen aangezien er gespeculeerd wordt dat het ook vaker zwaar gaat regenen. Hoe moeten leerkrachten inspelen op ondergelopen leslokalen, school erven en straten in de omgeving? Hoe moeten werkplekken inspelen op de ondergelopen straten waardoor werknemers moeilijk of het werk niet kunnen bereiken. 

Het boek Waterjager van Chris Polanen, een werk van fictie, lijkt nu steeds meer de toekomst accuraat te voorspellen. 

We moeten nu echt gaan denken aan een handleiding ‘hoe in de komende jaren met de regentijd in Suriname’ om te gaan. Een applicatie waar bijvoorbeeld kan worden ingevoerd welke straten of buurten te vermijden bij zware regenval, zou ook een goeie zijn om te hebben op je telefoon. We moeten de aanpak van deze situatie niet alleen overlaten aan de overheid, maar als burgers ook zelf komen met initiatieven aangezien wij allemaal met de consequenties moeten omgaan. Anders is het water naar zee dragen, pun intended.

"Foto van Kevin Headley"
Kevin Headley

Kevin Headley (1983) is een Surinaamse documentairemaker, journalist en schrijver. Sinds een aantal jaar schrijft hij ook korte verhalen, welke onder andere gepubliceerd zijn in de Surinaamse krant de Ware Tijd, het opinieblad Parbode, het online literair tijdschrift Papieren Helden, het tijdschrift Wobby en Tirade. Kevin heeft ook de speciale uitgave van Tirade PRAKSERI met alleen Surinaamse verhalen samengesteld. Tweewekelijks leren we door zijn ogen verschillende aspecten kennen van Suriname.