Intieme handelingen, zo heet de tweede bundel van de zeer door mij bewonderde dichter Kees Ouwens. De titel slaat op het masturberen in de vrije natuur, een onderwerp dat Ouwens fascineerde, gelet op de frequentie waarmee hij er in zijn gedichten en romans op terugkwam.
Intieme handelingen zijn per definitie privé, anders zouden ze niet intiem zijn. Wanneer je er een ander als toeschouwer in betrekt, dan is die ander, al weer per definitie, een intimus. Masturberen ten aanschouwe van vreemden valt in de categorie exhibitionisme. Wie er zich mee bezighoudt, staat bekend als potloodventer en loopt de kans te worden beboet voor aanstootgevend gedrag. Doe je het op een theaterpodium, voor betalend publiek, dan heet het live-sex of cabaret. Maar openbare masturbatie kan ook een filosofisch statement zijn, zoals in het geval van Diogenes (vierde eeuw voor Christus), die liet zien hoe het door hem voorgestane cynisme in praktijk kon worden gebracht.
Veel van wat vroeger gold als intiem en dus geacht werd binnenshuis te blijven, is nu openbaar. Het blote en behaarde mannenbeen bijvoorbeeld bepaalt het Nederlandse straatbeeld ook nadat de temperatuur herfstige waarden heeft aangenomen. Het dragen van korte en driekwartsbroeken blijft al lang niet mee beperkt tot het toeristische kustplaatsje en de Amerikaanse universiteitscampus; ook de ambtenaren ten stadhuize lopen er vrijelijk in rond en koesteren zich aldus in de illusie dat ze permanent met vakantie of eeuwig student zijn.
Hoewel het officieel niet mag, zie je op het strand of in het park wel mensen seks hebben. Meestal ontrekken ze tijdens die verrichting de vitale lichaamsdelen aan de publieke blik door er een badlaken of een dekentje over te spreiden, maar hun bewegingen laten niets te raden.
Socioloog Cas Wouters spreekt in dit geval van ‘informalisering’. Wat een halve eeuw geleden echt niet kon, is inmiddels aanvaard of op z’n minst passabel, zelfs nu er nog altijd mensen bestaan voor wie status en decorum ten nauwste met elkaar verbonden zijn. Maar de meerderheid weet van geen decorum, laat staan van decorumverlies. Zo valt het mij als dagelijks treinreiziger op dat jonge vrouwen die zich kennelijk in grote haast naar het station hebben begeven om op tijd bij het werk te arriveren, zich beginnen op te maken zodra ze hijgend in de coupé hebben plaatsgenomen. Hele beautykits worden dan leeggehaald, gezichten gemaquilleerd en bepoederd, wimpers met mascara besmeerd, wenkbrauwen bijgetekend en lippen geverfd. Ook worden er puistjes uitgeknepen en tanden ontdaan van achtergebleven onbijtresten.
Ik weet zeker dat de openbare lichaamsverzorging ooit not done was, minder not done dan publieke masturbatie of seks weliswaar, maar beslist taboe. ‘Vulgair’, dat was het woord. Nu lijkt het de gewoonste zaak van de wereld. Zo schrijdt de beschaving voort.

Dingen kwijtraken
Naast een strekkende meter fotoalbums bleek er niet zo veel van emotionele waarde te zitten tussen de spullen van mijn ouders. Ik werkte bij het uitruimen van hun huis met twee stapels, waarbij de stapel mee naar Amsterdam na elke heroverweging kromp. Na hun meubels verdwenen alle boeken, platen, interieurprulletjes en kunstigheden die me niet...
Lees verder
'Met een nog net coherent "goedenavond" eindigen, dat is een ongeschreven wet'* – Over het café
De encyclopedie van het geluk 27 In een café rijg je drankjes aan elkaar. Bij Carmiggelt klinkt het zo: ‘de boekhouder zet ‘m elke dag dionysisch op, vult de delicate schemer van de kroeg met zijn schelle stem en wordt alleen geduld omdat hij zo’n goed klantje is. Hij begint altijd met een pilsje. De...
Lees verder
Er geen vrij voor nemen
Sinds deze week zit ik in ronde zes van de roman waaraan ik in 2024 begon. De eerste anderhalf jaar gingen op aan het schrijven van de grote lijn: twee levens moesten worden vastgelegd, elk met een eigen begin. Er moest hoop zijn voor mijn opgroeiende personages, maar ook best wat tegenslag. Mijn wens was...
Lees verder
Blog archief


