In de roman Het grote zwijgen van Erik Menkveld staat het er nog: het Paleis voor Volksvlijt aan het Frederiksplein in Amsterdam. Op pagina 21 van de roman gaat componist Matthijs Vermeulen op een bankje in het plantsoen zitten en dan kijkt hij naar het gebouw: ‘De lampen achter de honderden ramen branden nog, zelfs de koepel met zijn torentjes eromheen is feeëriek verlicht.’ Menkvelds roman speelt zich op dat moment af in 1910 en in 1929 zou het gebouw afbranden. Tot die tijd werden in het glazen paleis kunst, wetenschap, technologie, ambacht en vermaak met elkaar verenigd en getoond aan het publiek. Het Paleis stond open voor alles wat de menselijke geest kon voortbrengen.
Wie nu op een bankje in het plantsoen van het Frederiksplein gaat zitten, ziet geen ‘feeëriek’ paleis maar het gedrochtelijke bouwwerk van De Nederlandsche Bank. Het Paleis voor Volksvlijt bestaat niet meer maar het gedachtegoed dat bij het gebouw hoorde (die vermenging van verschillende kunsten, vermaak en wetenschap) wordt voortgezet door Floris Tilanus en Elena Beelaerts. Zij richtten in 2011 ‘Paleisje voor Volksvlijt’ op en organiseren om de zoveel tijd avonden die zich vroeger hadden kunnen afspelen aan het Frederiksplein.
Voor de vierde editie van Paleisje voor Volksvlijt weken ze vorige week uit naar de lelijkste straat van Amsterdam: de Wibautstraat. In de kelder van Trouw werd door een hele reeks kunstenaars en wetenschappers de voorstelling ‘Me, my flesh and I’ opgevoerd. Het publiek (zo’n tweehonderd mensen) zat niet maar stond, en werd om de zoveel tijd naar verschillende podia in de ruimte geleid. Omdat je als een school sardines nu eens de ene en dan weer de andere kant op golfde, stond je automatisch soms meer voor- en soms meer achteraan – waardoor iedereen wel tenminste één keer op de eerste rij terechtkwam.
Een van de mooiste momenten was toen een sopraan ‘When I am laid in earth’ van Purcell zong, uit Dido and Aeneas, terwijl vier filmpjes werden vertoond van mensen die onder het oog van de camera stierven: een prevelende hindoepriester die ogenschijnlijk vredig inzakt terwijl hij predikt; een man in een forum die zijwaarts omvalt in de armen van zijn buurman; een Spaanse voetballer die op het veld sneuvelt en ten slotte een worstelaar die na de overwinning te hebben behaald een hartaanval krijgt.
Er werd nog veel meer en mooi gezongen, onder andere door Nandine van Karnebeek, er werd gedanst, toneelgespeeld en lesgegeven in de anatomie en genetica. Hoogtepunt was het moment waarop de hele zaal steeds maar weer een Latijnse psalm herhaalde, terwijl Tilanus en Beelaerts als twee heiligen met een stuk slagersvlees door de ruimte schreden. Wat ze daar precies mee wilden zeggen, weet ik overigens niet, maar het had zeker iets om met tweehonderd man in een kelder een psalm te zingen, terwijl daarboven op straat het verkeer langsdenderde en de regen tegen de ramen sloeg. Er ontstond een licht sektarische sfeer van gelijkgestemden die zich liever lieten vermaken door kunst dan door hun televisie.
De datum van de volgende voorstelling van Paleisje voor Volksvlijt is nog niet bekend. Zie voor informatie hun website.

Collage – over de schoonheid van een snipper
De encyclopedie van het geluk 28 13 april 1923 arriveert op station Drachten een man wiens belangrijkste bezit een koffer vol papiersnippers is. Hij wordt afgehaald door de broers Thijs en Evert Rinsema, beiden kunstenaar, de eerste ook schoenmaker. Het intieme detail dat de man meteen sympathiek maakt. Lijm moet een redelijk vroeg gereedschap van...
Lees verder
Dingen kwijtraken
Naast een strekkende meter fotoalbums bleek er niet zo veel van emotionele waarde te zitten tussen de spullen van mijn ouders. Ik werkte bij het uitruimen van hun huis met twee stapels, waarbij de stapel mee naar Amsterdam na elke heroverweging kromp. Na hun meubels verdwenen alle boeken, platen, interieurprulletjes en kunstigheden die me niet...
Lees verder
'Met een nog net coherent "goedenavond" eindigen, dat is een ongeschreven wet'* – Over het café
De encyclopedie van het geluk 27 In een café rijg je drankjes aan elkaar. Bij Carmiggelt klinkt het zo: ‘de boekhouder zet ‘m elke dag dionysisch op, vult de delicate schemer van de kroeg met zijn schelle stem en wordt alleen geduld omdat hij zo’n goed klantje is. Hij begint altijd met een pilsje. De...
Lees verder
Blog archief


