{"id":298916,"date":"1962-01-01T00:01:11","date_gmt":"1961-12-31T23:01:11","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/dbnl\/gemeendoor-henk-romijn-meijer\/"},"modified":"2021-06-04T12:05:14","modified_gmt":"2021-06-04T11:05:14","slug":"gemeendoor-henk-romijn-meijer","status":"publish","type":"dbnl","link":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/gemeendoor-henk-romijn-meijer\/","title":{"rendered":"Gemeen!\r\n\r\ndoor Henk Romijn Meijer"},"content":{"rendered":"<div class=\"wp-block-columns alignwide is-layout-flex wp-container-core-columns-is-layout-9d6595d7 wp-block-columns-is-layout-flex\"><div class=\"wp-block-column dbnl-links is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:66.66%\">\r\n\r\n <interp type=\"primair\" value=\"romi004\"><\/interp><div class=\"pb\">[p. 450]<\/div>\r\n<a name=\"51\"><\/a>\r\n<h3>Gemeen!\r\n<br><i>door Henk Romijn Meijer<\/i>\r\n<\/h3>\r\n\r\n<blockquote>\r\n<i>I was angry with my friend.<\/i>\r\n<\/blockquote>\r\n\r\n<h4>I<\/h4>\r\n\r\n<p>\u2018Dat kun je niet doen. Dat kun je niet doen, Hans. Dat kun je niet zeggen &#8211; Verdomme! Nou: ik dacht er eerst net zo over als jij. Net zo. Maar ik heb de laatste tijd niets anders gelezen, <i>bijna<\/i> niets anders, en dan heeft hij toch momenten, hoe je ook verder over hem denkt-\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Het enige dat mij op dit ogenblik wat kan schelen, is-\u2019 Hans onderbrak zich, om met een vies gezicht naar de muziek te kijken. Hij kneep zijn ogen dicht en zuchtte: Jezus, waarom praten we, waarom praten we <i>hier,<\/i> waarom praten mensen. Een meisje stak de langwerpige dansvloer over, met zwaaiende rokken en een duidelijk doel voor ogen, ze naderde, ze liep tegen Hans uitgestrekte linkerbeen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018O,\u2019 zei ze vluchtig. Ze keek naar hem en werd rood.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018O, pardon,\u2019 zei ze.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hans knikte kort.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Wat mij kan schelen is: vind ik dit goed, of vind ik dit slecht. Vind ik dit gedicht &#8211; Vind ik -\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Je weet dat dat onredelijk is, Hans,\u2019 zei Ton. Met zijn gezicht naar de tafel waaraan zij zaten, achterin de zaal, aan het donkere eind, mompelde hij een paar onverstaanbare woorden. Hij legde zijn hand op zijn rode baard en liet zijn duim langzaam en nadenkend over de spitse punt ervan gaan.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Je weet dat dat onredelijk is. Je weet dat ik, net zo min als jij, geloof aan een strict <i>wetenschappelijke<\/i> kritiek &#8211; Verdomme, als het erom gaat om wetenschappelijk vast te stellen, of een gedicht goed is &#8211; <i>wetenschappelijke<\/i> waardebepaling-\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ja?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Maar, verdomme, als jij je alleen wil interesseren voor\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 451]<\/div><p>wat jij toevallig mooi vindt &#8211; Wat <i>is<\/i> mooi? Hoe kun je dat verantwoorden? Jij interesseert je dus alleen voor jouw eigen emoties?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ja,\u2019 zei Hans. \u2018Trouwens, ik vind niets toevallig mooi. Wat denk je?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Maar je hebt buien &#8211; en elke bui-\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ton verzonk in een onrustig peinzen, waaruit hij opschoot toen de dansmuziek onder de ballonlampen aan glinsterende stelen uitwaaierde tot een willekeurig accoord.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Zeg, Hans!\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ja?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hans keek naar de krullende rookslierten boven de hoofden van de dansende studenten.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ach!\u2019 Ton haalde wat vermoeid zijn schouders op.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Wij denken overal zo verschillend over,\u2019 zei hij.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Alsof dat er iets toe doet.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het geschuifel van voetstappen, tuf tuf tuf tuf, snel achter elkaar, drong zich tussen hen in.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Jij vindt die man goed, ik niet &#8211; dat is alles.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hans zei het op een bijterig rustige toon. Alles? Alles!<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Jij moet niet zo gauw op je tenen getrapt zijn, Hans. Je bent vanavond &#8211; Verdomme, het enige dat ik wilde zeggen, is-\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hans keek Ton van achter zijn bril wantrouwend aan. Ton klopte een nog bijna vol pakje sigaretten op zijn duim, totdat twee sigaretten op ongelijke hoogte naar buiten staken. Hij gebaarde ermee in Hans richting. Hans trok de langste eruit, hield Tons aansteker erbij, en legde hem na twee halen op de glazen reclame asbak.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Wat?\u2019 vroeg Hans.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ach -\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ton keek over zijn halfvolle glas bier de zaal in; zijn mond stond \u00e9ven open.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Als ik &#8211; ach.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Plotseling trok Ton zijn rug recht, hoofd achterover, de onaangestoken sigaret slingerde tussen zijn lippen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Nou dan. Laten we het dan in godsnaam uitpraten &#8211; <i>in godsnaam.<\/i>\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hij zuchtte en keek naar de tafel dichtbij waar studenten lachten om iets.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 452]<\/div>\r\n<p>\u2018Uitpraten?\u2019 zei Hans fel. \u2018Uitpraten? Wat bedoel je? Wat wil je uitpraten?\u2019 Hij pauzeerde. Dan liet hij er zachter op volgen: \u2018Jij ontloopt me al weken. Je <i>weet<\/i> dat je me ontloopt. Dacht je dat ik dat niet zag? &#8211; Dacht je dat ik dat niet zag, dat jij-\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018En waarom dacht je dat ik je ontloop?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ja, waarom? &#8211; Je voelt je schuldig, h\u00e8.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018En waarom -,\u2019 begon Ton. Alsof hij schrok van zijn gedachten brak hij de zin af. Hans nam met bevende vingers zijn glas op, dronk en schoof zijn stoel dichter bij die van Ton. Hij ontblootte zijn tanden naar het orkest en gaf zijn stoel nog een ruk, zodat zijn linkerknie de tafelpoot raakte.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018De ochtend toen jij verhuisde,\u2019 zei hij toen, met een hand op de zitting van zijn stoel, in de andere weer de sigaret die, nu het uitpraten begon, een vieze smaak had gekregen, \u2018toen belde ik om half elf bij je aan om je meubels en boeken te helpen versjouwen.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ja?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ik heb toen <i>tien<\/i> minuten moeten bellen voor je beneden kwam.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ton haalde zijn schouders op. Een manlijke student riep een naam af voor de microfoon, maar Hans begreep te laat dat het een naam was om hem te kunnen verstaan.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Goed dan,\u2019 zei Ton. \u2018Ik <i>heb<\/i> je toen tien minuten laten bellen. Dat heb ik nooit ontkend. Ik hoorde de bel niet. Ik heb je laten zien &#8211; die bel zit beneden, vlakbij de deur &#8211; Er is boven geen bel!\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Nog niet?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Nee, ik moet er een &#8211; Verdomme! Nou. Anders stoot mijn huisbaas tegen het plafond, als er iemand voor mij is. Hij doet het <i>altijd,<\/i> maar hij <i>was<\/i> er niet. Hij was de vorige avond uit geweest. God! Hij kwam-\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ton hield zich plotseling in. Hij lachte kort, maakte een sprekersgebaar met zijn rechterhand, zijn gezicht werd strak en bezorgd.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018En ik was die avond daarvoor dronken geweest. Goed! Is dat wat je wilde horen? Ik <i>was<\/i> dronken, die avond daarvoor.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018We hadden afgesproken dat ik je zou komen helpen om meubels te versjouwen.\u2019<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 453]<\/div>\r\n<p>\u2018Ja?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Toen ik, na die tien minuten dus, bij je boven kwam, toen bleek, dat je meubels er al waren.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ja? Ja, die waren er al -\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ik bedoel,\u2019 legde Hans ongeduldig uit, \u2018dat jij, &#8211; dat ik bij jou kwam om je te helpen met je meubels, je boeken en weet ik wat. En toen ik kwam was alles er al!\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hans beet een stukje eeltachtig vel weg aan weerskanten van zijn wijsvingernagel en beet erop tot er niets over was.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Dat heb ik je toch gezegd!\u2019 Tons sigaret bewoog op het ritme van zijn woorden. \u2018Dat <i>heb<\/i> ik je gezegd! Maar jij, &#8211; Verdomme. Een paar studenten &#8211; nou, wacht, &#8211; wie waren het? &#8211; Paul Versteegh, die groep &#8211; Jij hebt een hekel aan ze. Die zouden bij me komen om wat te helpen. En toen ze er waren hebben ze aangeboden om alles te versjouwen. En omdat ze me geholpen hadden, heb ik ze &#8216;s avonds wat te drinken gegeven. God! Ik deed het om jou te helpen.\u2019 Tons stem klonk verbaasd.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ik dacht: als zij het willen doen, dan hoef ik Hans niet meer te vragen. Godverdomme!\u2019 Ton schokte in zijn schouders, sloeg zijn ogen op, en bleef een ogenblik nadenkend kijken naar een punt achter in de zaal, rechts van het orkest dat een tango speelde, een accordeon vol wind. Hij hield zijn vingers om het bierglas. Ineens barstte hij uit:<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018En heb je daar al die tijd over lopen broeden? Mijn God! Elke dag &#8211; verdomme &#8211; weken loop je met een zuur gezicht &#8211; God! En je zegt niets! &#8211; Is dat werkelijk waar? Ik bedoel, heb je daar werkelijk <i>al die tijd<\/i> mee rond gelopen, zonder een woord te zeggen? Ach, godverdomme! Heb je weken lopen te broeden over &#8211; ik, ik &#8211; Wat een leven! Wat een <i>leven!<\/i> Heb je nooit gewoon &#8211; God, <i>onthou<\/i> je al die dingen? Als ik wat met iemand heb, godverdomme, als ik,-\u2019 Ton was rood geworden. Hij nam een slok bier en zoog de lippen naar binnen. Hij keek Hans niet aan, maar wierp af en toe een zijdelingse blik naar hem, terwijl Hans met een woedend gezicht voor zich bleef kijken.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Wat een leven!\u2019 zei Ton nog eens, toen de waarheid van Hans leven dieper in zijn bewustzijn was gezonken. Hans speelde met Tons aansteker en keek naar zijn spelende vingers. Een loopje in de wegstervende rommelige tango raakte\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 454]<\/div><p>hem, hij trok zijn wenkbrauwen hoog op en voelde een moedeloosheid over zich komen. Het is beter om kwaad te blijven, een conflict onaangeroerd te laten voortwoekeren, want de oplossing ervan verveelt en doet onherroepelijk iets verloren gaan.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018En dat was werkelijk waarom je zo &#8211; H\u00e9.\u2019 Ton zwaaide plotseling naar de ober, liet zijn hand onzeker dalen toen de man hem niet zag en stak hem onmiddellijk, met een schichtig, ingehouden: <i>ober<\/i> weer op zodra de kellner in zijn richting keek.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Nog een bier, Hans?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hans knikte. Ze wachtten tot het bier voor hen was neergezet. Hans veegde het ijskoude water van de buitenkant van zijn glas.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Had je niet kunnen opbellen?\u2019 vroeg hij.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Dat heb ik je gezegd, Hans. Ik <i>kon<\/i> je niet opbellen. Ik heb je laten zien, dat de deur naar de winkel, waar de telefoon staat, op slot was. De huisbaas doet de deur op slot, als hij uit de winkel gaat.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Had je niet vanuit een cel kunnen bellen? H\u00e8?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ik <i>kon<\/i> niet opbellen.\u2019 Ton zuchtte. \u2018De deur was op slot, ik had ervoor de straat op moeten gaan. Ik had een kamer vol studenten! God, jij denkt, dat-\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Wat?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Als jij visite zou hebben, Hans, zou jij-\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Studenten!\u2019 zei Hans.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ja! Precies!\u2019 stoof Ton op. \u2018Ik weet dat je niets met studenten te maken wil hebben. Verdomme, ik respecteer je-\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Daar hebben we het niet over.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Waar hebben we het niet over? Godverdomme. Waar hebben we het dan over, als we het daar niet over hebben! Jij houdt niet van studenten, jij wil geen contact met ze, dat kun je niet ontkennen. En jij loopt rond met een chagerijnig gezicht, omdat ik, verdomme, &#8216;s avonds, studenten hier &#8211; Godverdomme! Dat is toch ongelooflijk kinderachtig, Hans.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hans duwde waar de neusvleugels begonnen twee vingers tegen zijn neus, hij bewoog ze verschillende keren langzaam op en neer en rook toen met verfijnde aandacht aan de toppen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Voordat jij die kamer waar je nu woont aannam,\u2019 zei hij,\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 455]<\/div><p>met de precisie waarmee hij soms op een college iets van voren af aan uitlegde, \u2018belde mijn tante mij op om te zeggen, dat ze een kamer voor je wist. Ik had haar maanden geleden gevraagd om mij te waarschuwen als ze iets wist.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ja,\u2019 zei Ton, een besliste bevestiging.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Die avond dat ze me belde ben ik meteen naar je toe gekomen, ik heb de hoorn op de haak gelegd en mijn jas aangetrokken. Toen heb ik je meegenomen naar die mensen op de Keizersgracht. Omdat je geen mond open deed heb ik met ze onderhandeld.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ton beaamde het met een knik.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018En toen we weggingen toen zei je pertinent dat je die kamer nemen zou. En twee dagen later belde je dat je hem toch maar niet nam.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018En <i>jij<\/i> weet waarom-\u2019 Ton keek beschuldigend naar Hans. Hans knikte met een strak gezicht.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Och, Hans, vind je me een enorme ezel als ik die kamer niet neem: dat zei je. Ik zei, nee, natuurlijk niet, je moet het zelf weten. Maar ik vroeg je wel om mijn vrienden te waarschuwen, als je hem toch niet wilde hebben.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ja.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018En ik vroeg je ook om mijn tante te bellen &#8211; Ze had me gevraagd om haar te laten weten, hoe het af zou lopen. Jezus &#8211; weet jij hoe ze aan die kamer is gekomen? Heb ik je dat nooit verteld? Het is een rotmens, maar dit keer -\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hans schudde langzaam zijn hoofd nu Ton knikte dat hij het wist: de moeite die zijn tante, dat rotmens, zich getroost had, de energie en vooral de moed die ze getoond had door bij een wildvreemd huis aan te bellen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018En ik had je alleen maar gevraagd om mijn tante te bellen &#8211; alleen om te zeggen dat je hem niet wilde hebben -\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ja.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Waarom heb je mijn vrienden niet gebeld?\u2019 vroeg Hans na Tons ja, zakelijk, alsof er tevoren niets was gezegd.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ton die de beschuldigingen zachtmoedig over zich heen liet gaan dronk zijn glas leeg en stak een nieuwe sigaret op. Hij trok, herinnerde zich plotseling iets en hield Hans het slinkende pakje voor. Hans schudde twee maal zijn hoofd.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Nee?\u2019 vroeg Ton zacht.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Nee,\u2019 zei Hans.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 456]<\/div>\r\n<p>Ze zaten een ogenblik zwijgend naast elkaar, een troebele blik op de dansende paren, waaronder een komische ouderejaars hossend met zichzelf de aandacht voor zich opeiste.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Slabbekoren is altijd een clown,\u2019 zei Ton met een grijns.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Slabbekoren: een flodderig grijs pak, daarboven een bleek bebrild gezicht, tolde duizelingwekkend op een been, zijn hand met gekromde pols boven zijn kruin. Studenten klapten en joelden. Hans snoof.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ach,\u2019 zei Ton.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Wat?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ton zuchtte.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ik heb ze gebeld, Hans. Je <i>weet<\/i> dat ik ze heb gebeld. Ik heb het je meteen gezegd. Ze waren niet thuis. Wat ik van jou niet begrijpen kan, is -\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hans gedachten dwaalden af. Hij volgde de bewegingen op de dansvloer met pijnlijke ogen, zag de bewegingen van de muzikanten, hoorde de muziek, verward en overstemd door Tons stem. Voor ik het vergeet, Hans, ik heb die vrienden van je nog gebeld, ze waren niet, ze waren, voor ik het vergeet, ze &#8211;<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Hoe vaak heb je ze gebeld?\u2019 vroeg hij.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Twee keer. Drie keer. Ze waren er nooit.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hans, die zich geleidelijk onder het oog van deze of gene belangstellende student onderuit had laten glijden, rukte zich, met zijn handen in zijn zakken, overeind en stootte zijn knie krachtig tegen de tafelpoot. Jezus Christus: hij putte nieuwe kracht uit de pijn:<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Je had natuurlijk net zo lang moeten bellen tot je ze aan de telefoon had gekregen. Je had als een gek moeten bellen. Jezus! Je weet toch hoe rot het is om een kamer te vinden. En dit &#8211; Jezus Christus! Dit was ongelooflijk! En dan alleen omdat jij te lui bent om een gemeubileerde kamer in te richten! Je had er geen geld voor! Nee! Maar dan huur je wel voor twee maal de prijs een gemeubileerde kamer, waar zo weinig in staat, dat je de helft toch zelf moet kopen. Want daar komt het op neer.\u2019 Hans keek Ton onderzoekend aan. \u2018Je moet het zelf weten als je stom wil zijn,\u2019 vervolgde hij, plotseling tamelijk mat, \u2018maar in elk geval had je mijn vrienden kunnen waarschuwen. Waarom heb je overigens mijn tante niet opgebeld?\u2019<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 457]<\/div>\r\n<p>\u2018Daar heb ik me schuldig over gevoeld, Hans.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ton zuchtte.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Schuldig!\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ik <i>voelde<\/i> me schuldig, verdomme. Ik <i>voelde<\/i> me schuldig!\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ik bedoel alleen dat jij je zo verdomd makkelijk schuldig voelt. Jij komt er altijd af met je schuldgevoel. Jezus, ik bedoel, jij vindt het veel plezieriger om je schuldig te voelen, dan om je aan de kleinste afspraak te houden.\u2019 Hans legde een vlakke hand op zijn buik.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ja, lekker schuldig,\u2019 zei hij, \u2018ik voel me schuldig.\u2019 Hij hief zijn arm, de elleboog naar de zaal, alsof hij zich tegen de muziek wilde beschermen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Wat een rotmuziek,\u2019 zei hij.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Jaap Goemans, spits, scheef, dronken, met een net aan de pukkels ontwassen gezicht en een harlekijnachtig lichaam, zwaaide door een zijdeur naar binnen, toen de vijf man van het orkest van vijf en twintig gulden de man vrolijk in de handen klapten bij een latijns-amerikaanse foxtrot. Ton wierp hem een snelle blik toe. Jaap Goemans slofte naar een tafel waar een hand naar hem werd opgestoken.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Wat verwacht je dan, Hans. Godverdomme! Het is verdomme moeilijk om het jou naar de zin te maken. God! God! Wat wil je dan?\u2019 Het bloed steeg naar Tons hoofd. Hij maakte een krampachtige beweging met zijn linkerhand.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Wat <i>verwacht<\/i> je dan? Godverdomme! Voor zo&#8217;n gewone avond! Verwacht je dat Count Basie hier komt spelen? H\u00e8? Duke Ellington? Verwacht je dat soms? Het voltallig orkest van Duke Ellington op het podium! Ha! Ik zal je wat vertellen. Dit is een <i>goeie<\/i> band. Dit is een <i>goeie<\/i> band. Die band is zo goed als je maar kunt verwachten op zo&#8217;n avond. Ja! Verdomme. Je kunt erop dansen, je kunt -\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Goed &#8211; een goeie band -\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De grijsharige pianist stampte met zijn hakken op de grond, terwijl zijn tenen de pedalen ritmisch een voor een induwden. Hij keek weg van zijn spelende vingers de zaal in om zich niets te laten ontgaan van wat hij elke avond tot twee uur &#8216;s nachts in gedempt licht gebeuren zag. De ober omzeilde met zwierige kronkels een paar swingende studenten, kwam Hans en Tons tafel voorbij en &#8211;<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018H\u00e9,\u2019 riep Ton, zijn arm omhoog.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 458]<\/div>\r\n<p>\u2018Hans? Nog een bier?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hans knikte, zwetend in zijn onbehaaglijk plakkende kleren. Hij stak met klamme vingers een nieuwe sigaret op en doofde hem onmiddellijk daarna in de asbak. Het papier brak in het midden. Jezus. Toen de kelner het bier bracht keek hij de man strak aan. Hij streek met de rug van zijn hand over zijn voorhoofd.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Warm,\u2019 zei hij. De kelner hoorde hem niet.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ton klakte met zijn tong.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018God. Ach God &#8211; is dat werkelijk alles waar je wekenlang nijdig om bent geweest?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Wat?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018En dan zeg je niets &#8211; Je zegt niets. Dat is iets dat ik niet kan begrijpen.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Dat was niet alles,\u2019 zei Hans.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ton zei niets. Een student met een romeinse haardracht, met een baard, en een trui tot bij zijn knie\u00ebn, leunde op hun tafel, keek achterom, en glimlachte groetend tegen Ton, die zijn hand voor zijn gezicht opstak.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Jij was beledigd,\u2019 zei Ton.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ja, ik was beledigd. Het was al maanden aan de gang &#8211; een opeenhoping van kleine dingen, het een na het ander -.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Onzin. Iedereen weet dat dat onzin is. Het was nog maar een week aan de gang!\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Het was veel langer dan een week aan de gang.\u2019 Hans deed een greep in zijn geheugen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Weet je die zaterdagmorgen nog, toen je nog inde Weteringdwarsstraat woonde?\u2019 Hij keek Ton aan, en vervolgde, toen hij geen schijn van herkenning op Tons gezicht ontdekte:<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Toen hadden we om tien uur afgesproken. Ik zou je helpen om de boekenkast te verplaatsen en de boeken &#8211; Ik was er -\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Wanneer was dat?\u2019 viel Ton hem bits in de rede.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Wanneer was dat! Ja! Je was toen ook glad vergeten dat ik komen zou.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Goed.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ton keek gekwetst. Zijn schouders zakten. Toen pompte hij zich vol lucht.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018En dat weet je nu nog? Dat onthou je allemaal! Godver-<\/p><div class=\"pb\">[p. 459]<\/div><p>domme!\u2019 Hij keek Hans van opzij met angstige verbazing aan. \u2018Godverdomme! Wat een leven! Hoe kun je zo <i>leven?<\/i> Onthou &#8211; alles! <i>Wat<\/i> een leven. Ik, Ik &#8211; Godverdomme, ik leef vrij, ik &#8211; als ik met iemand, ik &#8211; God! Wat jij maar niet schijnt te kunnen begrijpen, en dat zul je ook nooit leren begrijpen, is, dat niet iedereen hetzelfde is als jij zelf. Dat <i>kun<\/i> je niet begrijpen. Nee, Hans, dat <i>kun<\/i> je niet.\u2019 Hij schepte adem en ging met gefronste wenkbrauwen verder, terwijl Hans de woordenstroom over zich heen liet gaan en plotseling een aandrang voelde om Ton, de goede Ton, aan te moedigen om verder te gaan met zijn onstuimige kritiek op Hans onbegrip. Hans ontspande zich.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Jij wil dankbaarheid,\u2019 hoorde hij Ton zeggen. \u2018Als jij iets voor iemand doet, als jij iemand helpt, dan vind je dat zoiets bizonders &#8211; Godverdomme, Hans! Ja: ik had op mijn knie\u00ebn voor je moeten neervallen van dankbaarheid. Ik had van dankbaarheid voor je moeten neervallen. Ik ben niet zo. Ik heb niet zo&#8217;n karakter. Ik vind het gewoon, onder vrienden, dat je elkaar, ik -\u2019 Met een zucht besloot hij:<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Jij hebt niet zo&#8217;n groot hart als ik.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Dat is waar.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hans keek met een spottend lachje naar Ton. Ton nam zijn kin in zijn hand en krabde met de wijsvinger van dezelfde hand aan zijn wang. Plotseling veranderde hij van houding. Een meisje in een paarse positiejurk was naar hem toe gekomen en fluisterde hem iets in het oor. Ze stond schutterig over hem gebogen. Een paar studenten keken achterom. Ton knikte, zocht in zijn broekzak en haalde een bos sleutels van allerlei vorm en grootte boven de tafel. Hij zocht, maakte een koperen lipssleutel los en gaf hem aan het meisje. Ze verborg hem in een stijf dichtgeknepen handpalm, ging rechtop staan, knikte blozend naar Ton en keek met opgeheven kin naar Jaap Goemans die slonzig danste met een meisje in een zwarte rok, die ze met een hand neerhield. Jaap rukte zijn hoofd in de richting van het zwangere meisje. Ze knikte blozend terug. Het haar viel Jaap over de ogen, hij trok het meisje in de zwarte rok naar zich toe, zij danste weer van hem weg.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Toen de muziek ophield knikte hij weer naar het zwangere meisje. Zij ging naar de zijdeur. Jaap volgde haar, zijn\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 460]<\/div><p>hoofd maakte slagzij, zijn broek sleepte over de vloer. Bij de deur sloeg hij een losse arm om het meisje en samen verdwenen ze uit het gezicht. Ton maakte een gebaar in hun richting, met een half opgerookte sigaret.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Dat zou jij niet kunnen doen, Hans,\u2019 zei hij rustig.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Wat?\u2019 vroeg Hans met een lijzige stem.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Die jaap.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ton dook voorover, plotseling vol aandacht voor de sigaret. Hij kromde zijn schouders.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Sorry,\u2019 zei hij, overeindkomend.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\r\n<i>\u2018Wat?\u2019<\/i>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ton doofde de sigaret, hield zijn glas scheef en zag verbaasd dat het leeg was. Toen herinnerde hij zich wat hij had willen zeggen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018<i>Jij<\/i> zou hem niet bij je in huis kunnen nemen, Hans. Dat zou jij <i>nooit<\/i> doen. Dat <i>kun<\/i> jij niet doen. Jij hebt geen geduld voor mensen als Jaap.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Waarom neem jij hem in huis?\u2019 vroeg Hans niet weinig nieuwsgierig. Ton keek verward naar Hans.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Dat kan ik je niet vertellen, Hans.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Wat is er dan met die jongen,\u2019 hield Hans aan.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ton zweeg.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Hij is uit zijn huis gezet. Meer kan ik je niet vertellen,\u2019 zei hij toen. De statige terughoudendheid van wie te veel gezegd heeft. Hij dacht na.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Als zo iemand als jaap, als die &#8216;s avonds bij je zou aanbellen, als hij nergens anders heen kon, &#8211; als Jaap je zou vragen of hij bij je in huis kon slapen, -\u2019 Ton zette elk woord kracht bij met een verticaal, houterig gebaar. \u2018Dan zou jij hem niet bij je in huis nemen.\u2019 Hij trok de top van zijn middelvinger door de plas bier op tafel. \u2018Verdomme, ik heb medelijden met hem. Hij is een waardeloze jongen. Hij komt alleen in de bibliotheek zitten om de meisjes &#8211; Een waardeloze jongen. Hoewel, &#8211; hij is eerlijk van plan om Grace te trouwen. Hij doet het ook. Ze trouwen in september.\u2019 Plotseling viel hij uit:<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Denk niet dat ik niet weet dat hij stom is. Hij is een van de stomste, de slechtste studenten die wij hebben. Verdomme!\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Even rusten,\u2019 zei iemand in de microfoon. De dansers\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 461]<\/div><p>verspreidden zich. Ton en Hans staarde beiden voorover zittend achter hun donkere tafel naar dezelfde plek achter in de zaal.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Goed,\u2019 zei Hans. \u2018Ik zou Jaap Goemans, die een slechte student is en die onze meisjesstudenten zwanger maakt, niet in huis opnemen. Ik zou daarentegen iemand wel even opbellen, als ik gezegd had dat ik dat zou doen. Ik ben er nog lang niet van overtuigd dat wat jij doet nobeler, of menselijker is, of van grotere morele kracht getuigt dan wat ik zou doen.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ton zuchtte.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Goed, Hans: ik had je tante moeten opbellen.\u2019 Hij zuchtte nog eens. \u2018Ik had die vrienden van je moeten opbellen. Maar jij vergeet dat ik lui ben. Ik <i>ben<\/i> lui &#8211; <i>ontzettend<\/i> lui. God! Dat <i>kun<\/i> jij maar niet begrijpen. Ik geef <i>toe<\/i> dat ik lui ben.\u2019 Hij perste zijn lippen opeen, zodat zijn mond breder werd.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Maar wat <i>ik<\/i> niet kan begrijpen is: waarom heb je al die tijd niets gezegd. Als je je eigen gezicht had gezien. God! Het was -\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Dat <i>kan<\/i> ik niet,\u2019 zei Hans, met een mist voor zijn ogen, de hand op het glas. Hij stelde vast dat hij niet bovenmatig geschrokken was van zijn stoutmoedigheid.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Hoe bedoel je: dat kun je niet,\u2019 zei Ton kwaad.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ik bedoel dat ik dan niets <i>kan zeggen.\u2019<\/i> Hans liet zijn handen fladderen in een hulpeloos gebaar. \u2018Als er zoiets is, dan raak ik gewoon verstopt, ik raak -\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ha!\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ton schoot op van zijn stoel, een vinger in de lucht. Zijn gezicht stond op juichen. \u2018<i>Nu<\/i> beginnen we vorderingen te maken! <i>Nu<\/i> schieten we op. Dat geef je dus toe! Dat geef je dus toe dat je wat had moeten zeggen! Ha!\u2019 Terwijl Hans aan zijn boord rukte en later, alsof hij de mogelijkheid langs een omweg moest ontdekken, het bovenste knoopje open maakte, zijn das een stuk neertrok en zijn vinger langs de vochtige binnenrand liet gaan, keek Ton, met zijn ellebogen op de tafel, zijn handen in elkaar, naar hem, zonder haat, met een nerveuze triomf over de wig die hij in Hans positie had gedreven. \u2018Ach, God. Ja. Ach. GOD! Als <i>ik<\/i> -\u2019 Hij gebaarde naar zichzelf, maar zijn aandacht gleed onweerhoudbaar af naar de ander. \u2018Hoe kun je zo leven, Hans, als je over\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 462]<\/div><p>al die kleine onbenullige, &#8211; Ach, hoe kun je zo leven, als je daarover blijft denken.\u2019 Ton dacht na. Het grote verschil tussen ons is, dat jij logisch redeneert, en ik redeneer emotioneel -\u2019 Waarop ze beiden zwegen en de zaal inkeken naar de studenten die Ton joyeus tutoyeerden en Hans wat krampachtig u noemden, hoewel, &#8211; En Hans keek naar Hetty Reuling, een vrijbuitende je-zegger, in gesprek met een correcte mannelijke meneerder.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Hetty,\u2019 zei Hans en zwaaide met zijn hand, maar hij vergat wat hij zeggen wilde, de zwaai nam bezit van zijn lichaam, hij kneep zijn ogen dicht en hield zich vast aan de tafelrand. Toen het over was dronk hij het volle glas bier dat op een of andere manier vlak v\u00f3\u00f3r hem, onmiskenbaar voor h\u00e8m, op het drijfnatte tafelblad was komen te staan, achter elkaar leeg.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Die kaart die je me uit Denemarken stuurde,\u2019 zei hij.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018O, God. God! Die stomme kaart!\u2019 Ton beet op dat stomme tot het een machteloze verwensing van zichzelf werd. \u2018Die kaart! Daar had ik meteen spijt van. Ach! Dat was waar. Dat was waar, verdomme! Het was <i>waar.<\/i> De dag dat ik hem verstuurde &#8211; Verdomme! Ik was dronken. Meteen toen ik hem in de bus had gegooid, dacht ik, nou, dat was <i>stom.<\/i> Maar ik had hem in de bus gegooid. Ik had je er nog een brief over willen schrijven.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Waarom heb je dat dan niet gedaan?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018God, ja. Goed, Hans.\u2019 Hij zuchtte, vermoeid, snakkend naar het eind, terwijl de muziek met steeds dezelfde vrolijkheid nieuwe nummers aanbrak.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ik ben er niet aan toe gekomen. Daar! Is dat dan voldoende, Hans? Wil je dat dan zo graag horen? Of ben je daar nog niet tevreden mee?\u2019 Hans woog Tons sarcasme, vond het niet van de eerste soort. Hij wilde iets kwaadaardigs zeggen, maar hij hield zich in. \u2018Ik heb je mijn excuses aangeboden, toen ik je opbelde, in september.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hans knikte. Het telefoongesprek: ben je terug? &#8211; ja, ik ben terug (met een diepe zucht) &#8211; stilte aan beide kanten &#8211; Hans, laat ik eerst mijn verontschuldigingen aanbieden voor die <i>stomme<\/i> kaart die ik je uit Kopenhagen heb gestuurd &#8211; O! dat is wel goed, zeg (wat luchtig-stijf, hoewel Hans er, in de vacantie, niet elke dag, maar toch vaak genoeg aan ge-<\/p><div class=\"pb\">[p. 463]<\/div><p>dacht had om er dramatische twee- en twistgesprekken op te bouwen, zoals er nu een was ontbrand, maar vloeiender, beeldender: een schitterende hysterie).<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Die kaart kon ik niet anders lezen dan als een persoonlijke belediging.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Maar, God! Het <i>was<\/i> helemaal geen belediging. Het was geen belediging, ik bedoel, ik heb het nooit als een belediging bedoeld. Ik weet wel, dat je dat ook weer niet zult geloven, maar ik zweer, ik zweer je -\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Waarom had je er dan spijt van?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Goed, Hans &#8211; Geloof het niet,\u2019 zuchtte Ton wanhopig.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Weet je wat erop stond?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Natuurlijk weet ik wat erop stond.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Wat stond er dan op?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ach, godverdomme &#8211; Dat kan ik me niet, ik kan niet, zoals jij -\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Goed. Ik zal het je zeggen: Dit is een meesterlijk land. Als ik hier een baan kon krijgen zou ik geen moment aarzelen. Heb te lang in Amsterdam gewoond. Was vergeten dat mensen humaner, warmer, vrijer kunnen zijn. Weer smerig, maar maakt geen verschil.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ja?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Dat heb je geschreven.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Goed, Hans. Goed. Ik heb het geschreven.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ton zuchtte met een van pijn vertrokken gezicht, hield zijn mild geruite jas ineens wijd open, fronste tegen zijn binnenzak, en haalde een portefeuille en een brief tevoorschijn. Hij duwde de zakkam terug, die voor de helft was meegekomen, op weg naar verlies, bekeek de brief aan beide kanten en deed hem tegelijk met de portefeuille terug in zijn binnenzak. Daarna wierp hij een vluchtige blik op Hans die zijn bewegingen volgde, en haalde een onaangebroken pakje sigaretten, een klein doosje gratis lucifers, een doosje met donkere goedkope-zeker-zo-goed-als-dure sigaren en een pijpewroeter uit een zijzak. Hij legde de voorwerpen naast elkaar in de bierplas op tafel en mompelde ertegen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018En hou jij vol dat die kaart niet bedoeld was als een persoonlijke aanval? Wat bedoelde je dan, in Jezusnaam?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Het enige dat ik bedoelde, was -\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ton beklopte zich, stak zijn hand in zijn andere zijzak.\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 464]<\/div><p>\u2018Het enige, verdomme! Het enige dat ik bedoelde &#8211; Goed, in Kopenhagen, na zolang in Amsterdam gezeten te hebben &#8211; Godverdomme, het is <i>waar<\/i>, het is een meesterlijke stad. Wacht!\u2019 Hij wipte op, helde voorover en rukte zijn achterzak leeg.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Wat zoek je toch?\u2019 vroeg Hans ge\u00ebrgerd.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ach. Iets. Ik herinnerde me iets. God. Ik had je nog altijd iets willen laten zien. Hans -\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ton bleef nadenkend voor zich kijken. Had hij nog meer zakken? Zijn handen bewogen zich over zijn kleren. Waar bleven de zakken? Nee. Een voor een deed hij zijn bezittingen terug. Hij vergat ze, vergat dat hij Hans iets had willen laten zien, nu een slingerend eerstejaars meisje bij hun tafel kwam staan. Een beringde hand greep naar haar hals. Munten rinkelden aan haar armband. Ze keek naar het plafond en schoof haar hand naar haar kin, trok gezichten, fluisterde iets, schrok en stak Hans en Ton schielijk elk een rood kaartje toe. Hans hield het bij zijn bijziende ogen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Goblin Market,\u2019 las hij hardop, met een boos gezicht.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Dan moet je je partner zoeken,\u2019 legde Ton uit. \u2018Iemand die de naam van de schrijfster heeft -\u2019 Ton wees naar het stukje karton.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Wat heb jij?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hans en Ton vonden hun partners, ze dansten een vlugge foxtrot, en een langzame, en gingen zwijgend weer aan dezelfde tafel zitten. Hans veegde het zweet van zijn voorhoofd dat aan alle kanten neerstroomde. Hij betastte zijn glas, luisterde naar het orkest dat jazz probeerde te spelen, en te log was, te oudbakken voor de jazz die hem vroeger niet lang genoeg duren kon, en waarvan hij nu, tengevolge van zijn leeftijd, alleen korte heftige uitbarstingen verdroeg.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Misschien ben ik in dit soort dingen stommer dan jij,\u2019 zei Ton, ontspannen, de glazen gevuld. \u2018Ik zeg niet dat ik stommer ben dan jij. Ik zeg niet dat ik <i>stommer<\/i> ben dan jij. Ik zeg <i>alleen<\/i> dat ik in <i>dit<\/i> soort dingen misschien stommer ben dan jij.\u2019 Hij werd kwader, dronk grote teugen, zijn stem sloeg over tot een hoge pieptoon die aan beide kanten van hun tafel werd opgevangen. Een meisje uit een kring keek achterom, de wenkbrauwen hoog boven haar bril opgetrokken.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Nou, nou,\u2019 zei ze moederlijk.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 465]<\/div>\r\n<p>\u2018En jij noemt jezelf moralist! Jezus Christus! Jij beoordeelt de literatuur volgens morele maatstaven! Jezus! Verdomme, ik ben moralist, verdomme! Een fijne moralist, jij. Een moralist, &#8211; een moralist die zich niet aan de eenvoudigste afspraak kan houden!\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ja &#8211; Een moralist in belangrijke dingen.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Waarvoor je de hoorn niet van de haak hoeft te nemen.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018JA,\u2019 schreeuwde Ton.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hans dronk en mengde met zijn wijsvinger gemorste as met gemorst bier, as, die van grijs tot zwart versomberde in het vocht. Hij voelde een woedekramp opkomen, een zwijgkramp, hevige moedeloosheid.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Maar wat jij vergeet,\u2019 zei Ton op gedempte toon, \u2018wat jij altijd vergeet, als je mij beoordeelt, is, dat ik niet getrouwd ben. Jij vergeet, en dat neem ik je niet kwalijk, maar jij vergeet dat het voor mij veel moeilijker is. Jij kunt alles met Marijke bespreken, maar ik -\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Arme ongetrouwde jongen.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Jij weet ook wel dat ik zou willen trouwen, Hans.\u2019 Tons stem klonk verongelijkt. \u2018Maar jij vergeet dat je kapitaal nodig hebt om te trouwen.\u2019 Hij gebaarde naar de kelner, een kruiperige man, voortdurend in angst dat iemand hem niet zou betalen. \u2018Voor jou was het gemakkelijk &#8211; Jij hebt kapitaal.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Wat? Wat? Wie heeft je dat in godsnaam verteld? <i>Wie<\/i> heeft je dat verteld? Luister, jij verdient meer dan ik, en voor hetzelfde werk, &#8211; heel wat meer. Hoeveel verdien jij eigenlijk?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ik zeg niet dat jij meer verdient dan ik, ik zeg alleen dat je kapitaal nodig hebt om te trouwen, en -\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Weet jij hoeveel wij verdienden, toen Marijke en ik trouwden? Wil je dat weten? Dat is minder dan jij ooit ergens voor hebt verdiend! Ha! &#8211; En ik zeg je dat ik geen cent meer heb dan wat Marijke en ik samen verdienen. Wie heeft jou verteld dat wij geld hebben?\u2019 Hans keek Ton aan met een vurige argwaan.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Van wie heb je dat gehoord?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Niemand heeft me verteld dat je geld hebt. Niemand heeft me dat verteld. Maar jij hebt een auto, en natuurlijk &#8211; dan neem je aan dat iemand geld heeft.\u2019<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 466]<\/div>\r\n<p>Iemand draaide het licht uit tot een flauwe schemer bij een langzame wals, er werd weinig gedanst, de zaal was rustig, vanuit de bar kwamen stemmen en in een hoek van de zaal had een geniaal student, ouderwets ongewassen, zes gelovigen weten te verzamelen, overtuigd door een lijst vol prachtige cijfers, een erg oude fiets tegen een lantaarnpaal, ergens buiten, geheimzinnig betaald werk, en laat opzijn, waarmee hij zijn uitsloversziel verguldde.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Blijf jij maar zo ongetrouwd als je wil,\u2019 zei Hans. \u2018Maar je hebt me maandenlang lopen vertellen, dat je anders zou gaan leven.\u2019 Hij snoof. \u2018Je zou een regelmatig leven gaan leiden. Je wilde weg uit dat oude huis, omdat je je leven daar niet zou kunnen veranderen. Jezus Christus, ben je dat allemaal vergeten?\u2019 Hans hield een hand op en telde af op zijn vingers. \u2018De kleur van het behang, het formaat, dat ene gaspitje, dat smerig werd, zelfs als je niets liet overkoken, dat afzichtelijke bloemstuk aan de muur, dat niet wegmocht, omdat het geschilderd was door wijlen de echtgenoot van de hospita &#8211; Wat een rotkamer! Jezus! En daarom -\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Het <i>was<\/i> een donkere kamer,\u2019 zei Ton. \u2018Ik spreek het absoluut niet tegen. God, als ik daar nog aan denk. Ik werd daar zo gedeprimeerd! Dat kun je je niet voorstellen, wat een neerdrukkende <i>invloed<\/i> er van die kamer op mij uitging.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ton zuchtte en keek gekrenkt, omdat er naast hun tafel gelach opging dat niets met hen te maken had en hen beiden zonder onderscheid leek te treffen. Ze trapten daar met de voeten en sloegen een roffel op de tafel, de glazen rinkelden.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Die kamer op de Keizersgracht was meesterlijk.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hans stem was schor geworden, hij knipperde tegen de rook en het licht dat plotseling onder gelach weer opging.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Nou, jongens,\u2019 schreeuwde iemand, de vuist opgeheven.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Hij was meesterlijk,\u2019 zei Hans, dat gaf je zelf toe.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Hij <i>was<\/i> meesterlijk, Hans. Maar ik heb je gezegd, verdomme, ik heb je <i>gezegd,<\/i> dat het me te veel zou kosten om hem in te richten. Ik kon het niet betalen. Verdomme, je weet zelf, dat hij &#8211; nou, hier: hij moest opnieuw behangen worden, er moest een douchecel in gemaakt worden &#8211; nou, verdomme, die vrouw had zelfs de <i>wasbak<\/i> eruit gehaald! Godverdomme! Nou? Hoe kun je daar wonen? En ik had <i>alle<\/i> meubels moeten kopen.\u2019<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 467]<\/div>\r\n<p>\u2018En dan huur je om onkosten te sparen een kamer die twee maal zo duur is en waar je in een jaar zoveel teveel betaalt als je nodig zou hebben om die andere, die andere kamer -\u2019 Getroffen door iets broddeligs, iets harkerigs in zijn woordenstroom, verbeet Hans zich. Hij rilde. \u2018Wat een rotorkest,\u2019 zei hij.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Wat mankeert er aan die kamer?\u2019 vroeg Ton fel.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Wat <i>mankeert<\/i> eraan? Jezus Christus. Die man had hem gemeubileerd aan je verhuurd! Dat is toch zo? Gemeubileerd! En toen je erin kwam? Wat? Wat kreeg je? Toen bleken al die mooie meubels, die groene gordijnen, die boekenkasten die je had gezien, alles, aan die twee verpleegsters te horen. Die verpleegsters die daar godverdomme weggingen omdat het hun te duur was! Had hij je daar iets van gezegd toen hij je die kamer verhuurde? Nee! Nee, en zegt je dat niets, over die vent? Er staat niets. O ja, er staat een bed. Een bed &#8211; en die smerige ouwe groene deken erop, die hoort zeker ook bij het meubilair. Een fris meubelstuk! Jezus Christus, alles even smerig, alles rot, de verf, het behang, alles, het is godverdomme hetzelfde behang, zowat, als je op die andere kamer &#8211; zie je dan niet, dat die kamer in geen jaren is schoon gemaakt? Hij heeft hetzelfde kleurtje, hetzelfde luchtje dat jouw ouwe kamer had. En je laat je door zo&#8217;n vent belazeren, zo&#8217;n -\u2019 Hans nam grote slokken en keek verwilderd de zaal in: twee dansers, naar hem toegekeerd? Hij haalde een zakdoek voor de dag. Wat zagen zij? Wat moesten ze daar? Wat wilden ze beweren met hun schokkende bewegingen?<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Prettig thuiskomen,\u2019 zei Hans, bij een knal van zijn glas op de tafel. \u2018En je had het voor elkaar gekregen om in <i>een<\/i> dag dezelfde rotzooi te maken als in die andere &#8211; Jezus Christus, boeken, gramofoonplaten &#8211; alles over de vloer. En dat na maanden van &#8211; <i>maanden<\/i> van: ik wil daar absoluut weg, ik <i>moet<\/i> daar weg, als ik ooit anders wil gaan leven moet ik eerst een andere kamer zoeken, je weet zelf, Hans, dat ik in die kamer niet anders kan leven &#8211; En Marijke en ik hebben geprobeerd om je te helpen.\u2019 En hij voegde eraan toe, op een scherpe, vorsende toon, alsof hem op het laatste moment iets te binnen was geschoten: \u2018Noemt die vent, hoe heet die vent, die huisbaas, die zak, noemt die dat rottige ronde\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 468]<\/div><p>tafeltje dat hij daar heeft neergezet, noemt hij dat een meubel?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hans zocht in zijn zakken tot Ton hem driftig zijn pakje toeschoof. Hans rukte er een sigaret uit.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018En <i>ik<\/i> zal jou wat zeggen, Hans.\u2019 Ton boog zich bietrood over de tafel, hij sloeg met zijn hand op het blad. \u2018Verdomme!\u2019 Studenten stootten elkaar aan en vielen schaterend dubbel, draaiend op hun stoelen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Laten we elkaar goed begrijpen, Hans.\u2019 Tons hand kletste tegen zijn voorhoofd, zijn armen vlogen op, zwaaiden, alsof ze dingen weg wilden gooien, een orgie van snelle visachtige gebaren die op zijn woorden vooruit liepen. \u2018Laten we elkaar goed begrijpen. Die kamer, waar jij het over hebt, beviel mij direct toen ik hem zag. Het is verweg de <i>mooiste<\/i> kamer die ik tot nu toe heb gezien, dat wil zeggen, het is een kamer die <i>precies<\/i> bij mij past. Daar gaat het om. Hij is <i>precies<\/i> geschikt voor mij. Ja! Verdomme. Nee! Het zal lang duren, en ik wil dat je dat begrijpt, lang duren voor ik daar wegga. En als het aan mij ligt, dan ga ik er nooit weg, nooit. Verdomme! Ja! &#8211; Verdomme, je weet zelf, je hebt zelf gezien, hoe moeilijk het is om wat geschikts te vinden.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Dat weet ik,\u2019 blafte Hans, \u2018dat weet ik, en die huisbaas, die Metz, of hoe die heet, die komt elke avond zat thuis, dan zakt hij zowat met zijn dronken hersens door de planken die jouw plafond zijn &#8211; ik heb hem daar zelf horen kraken, heen en weer. En dat is precies wat jij nodig hebt: een bezopen mislukte antiquair die nooit wat verkoopt, behalve die vervalste ouwe kaarten van Amsterdam, die jou een poot uitdraait voor een vervuilde verdieping, die je verder laat barsten. Als je maar betaalt! Jezus! Op tijd! Ik zal je wat zeggen: ik geef je twee maanden -, nog een maand, dan ben je even ver als toen je op die andere kamer zat.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Duizelig, dronken van het vele bier en de vele woorden die van hem uitgegaan waren en die steeds minder betekenden nu argument en tegenargument elkaar in cirkels bleven omspelen praatte Hans door met een ongelijk kloppend hart om gelijk te krijgen van Ton die zijn ongelijk volhield, terwijl <i>hij<\/i> gelijk had.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ik sta elke morgen om negen uur op,\u2019 zei Ton uitdagend. \u2018Sinds ik daar was ben ik elke morgen om negen uur opge-<\/p><div class=\"pb\">[p. 469]<\/div><p>staan.\u2019 Hij knikte zelfbevestigend, agressief tevreden.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ik heb &#8216;s morgens om half elf tien minuten lang moeten bellen,\u2019 zei Hans langzaam. \u2018Tien minuten. Toen, om tien over half elf, verscheen je. In pyama.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Dames en Heren, doen we allemaal nog even mee met een wisseldans? Een wisseldans?\u2019 vroeg de leider van het dansorkest, te laat voor succes.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018En dat was toevallig de enige keer dat ik laat was opgestaan. Ik was dronken geweest.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018De grond was bezaaid met aangekoekte aangebrande pannen.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Jij kunt je niet voorstellen, dat iemand niet zo leeft als jij zelf, Hans.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Flop. Ergens in een rumoerige uithoek liet iemand een lang niet tot het uiterste opgeblazen papieren zak ontploffen. Hans hief zijn vlakke hand naar zijn mond, gaf de kramp in zijn kaak vrij spel en gaapte met tranende ogen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Vonden jullie het ook zo ellendig akelig afschuwelijk -\u2019 zei een meisje en haar woorden stierven weg voor ze iets definitiefs hadden kunnen afbreken.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Okee,\u2019 zei Ton. \u2018Het komt er eenvoudig op neer dat jij je eenvoudig niet kunt voorstellen dat iemand anders is dan jij.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Dat verwijt had ik jou willen maken.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ton grinnikte. Hans gaapte nog eens, zonder zijn mond te bedekken en liet de geeuw overgaan in een korte lach, die hij ontstemd bedwong. Ton leunde met zijn ellebogen op de tafel, zijn vingers in elkaar, zijn hoofd op de vingers. Dan brak hij zijn handen los van elkaar, haalde diep adem en strekte zijn hand zonder te kijken uit in de richting van het glas, maar trok hem halverwege terug. Hij haalde nog eens hoorbaar adem.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Jij trekt je alles veel te veel aan, Hans. Jij bent zenuwachtig. Jij bent zenuwachtiger dan ik &#8211; Jij bent gevoeliger. Ik ben ongevoelig. Verdomme, ik <i>ben<\/i> ongevoelig, ik &#8211; ik leef zo maar wat.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Wat?\u2019 vroeg Hans, terwijl hij zijn vingers liet kraken.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ik mag je graag. Verdomme, &#8211; Ik bewonder je. Dat heb ik al vaker gezegd, dat ik je bewonder. Het is <i>waar.<\/i> Zoals jij bijvoorbeeld auto rijdt door de stad, door al die drukte,\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 470]<\/div><p>dwars door de stad: dat zou ik nooit kunnen leren, Hans. Dat meen ik. Ik zou het <i>niet<\/i> kunnen leren. Nee, Hans. Ik zou het niet durven, dat weet ik <i>absoluut<\/i> zeker. En ik bewonder je daar <i>enorm<\/i> om: hoe jij precies weet waar alle zijstraten zijn, &#8211; hier wat langzamer, en die heeft voorrang &#8211; en toch erg snel! &#8211; en waar fietsers vandaan komen, of <i>kunnen<\/i> komen, godverdomme, ik zou zo, &#8211; ik ben veel te -\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Dat lijkt moeilijk &#8211; alleen maar als je zelf niet achter het stuur zit. Anders ga je gewoon met de stroom mee.\u2019 Hans linkerhand maaide een stroom. \u2018Natuurlijk kun je dat leren. Je kunt toch rijden?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ik kan goed autorijden. Ik kan <i>goed<\/i> rijden. En toch zou ik nooit in Amsterdam leren rijden, nooit.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Als je kunt rijden, dan kun je ook, ook, ook, dan -\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hans nam zijn glas en keek er geruime tijd naar. Toen zette hij het neer. Ton hield zijn glas schuin, draaide zich in bochten en knipte met zijn vingers.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ik zal ze gaan halen, Hans.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Het dansorkest had de instrumenten verpakt, was naar huis. Half luisterend, met een schimmig bewustzijn, naar de gramofoon die drie paren gaande hield, drie, vier, paren, enkelingen, staarde Hans naar een ontwrichte wereld van flessen en glazen, doorrookt licht, verschoven stoelen, scheve tafels, tot een veelbetekenend student, manlijk, tweedejaars (\u2018die vent is g\u00f3\u00e9d, h\u00e8\u2019), naast hem neerstreek, de meesterwerken van het vorig jaar nog fris in het geheugen. Als u die en die en die en die naast elkaar zet, beschouwt u die dan als een van de grootsten? O? Een van de allergrootsten? Nee, maar zeker een van de z\u00e9\u00e9r groten. O! Hans glimlachte, deed een poging om de jongen die hij wel mocht een sigaret aan te bieden, maar vond nergens iets. De gedachte schoot door zijn hoofd dat Ton zijn sigaretten had gestolen (waar bleef Ton?), hij nam glimlachend een sigaret aan van de student, verontschuldigde zich en schoof zo lang op zijn stoel tot hij de houding gevonden had tussen leraar en meedoener, zijn ideaal. Misschien zou deze jongen later aan hem terugdenken, dacht Hans, terwijl hij door zijn haar streek en met weerzin voelde dat het nat was aan de wortels: Hans, vormer\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 471]<\/div><p>van visies. Waar bleef Ton, waar het bier? Niet dat hij zin had in bier, maar het ging om het principe, om het &#8211; Hij grijnsde en keek naar de ingang van de bar, een lichtplas, wat schaduwen er doorheen, onzichbaar leven op de achtergrond. Hans duwde een mening van deze drastisch denkende jongen in een wat rijpere, wat positievere richting, keek op zijn horloge, maar zag niet hoe laat het was. Nee: hij schudde, niet vijandig, wel beslist zijn hoofd: dat zo en zo groot was, werkelijk groot, dat wilde er bij hem nog steeds niet in, hoewel &#8211; een circus vol hoewels, want wie al schrijvend goed is, is ook wel, \u00e8rgens wel, slecht, wie goed begint gaat slecht door, wie goed wordt begint slecht, en alles moet gezegd worden, alles bestraald door het koele licht van de wetenschap. Goed, slecht, links, rechts. En waar bleef Ton? Hij zegt dat hij bier gaat halen en hij doet het niet. Of doet hij het wel? Maar &#8211; Misschien, zei Hans tegen de luisterende jongen, misschien ben ik al weer te oud voor dat soort werk. De tijd zal het leren. De tijd, ja, knikte de jongen, met een koppige twijfel aan de Wijsheid van de Tijd. Waar bleef, Jezus Christus &#8211;<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Probeer me maar van gedachten te veranderen,\u2019 zei Hans, \u2018als je een overtuigend pleidooi weet te houden, moet ik je misschien gelijk geven.\u2019 Hij geeuwde, keek nog eens op zijn horloge en stelde de tijd zonder moeite vast, geeuwde nog eens en zei:<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ik ga maar eens. We praten nog wel eens.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hans rekte zich, geeuwde, strompelde naar het licht, waar Tons baard opvlamde. Studenten hingen tegen de gekromde bar, bier in de vuist. Tegen een achtergrond van studenten stond Ton, twee glazen in de hand, \u00e9\u00e9n leeg, \u00e9\u00e9n vol, druk pratend met een derdejaars die zich achter de coulissen meer dan verdienstelijk had gemaakt op deze avond van toneel en dans. Hans! Hans deed Ton met zijn dreigende blik schrikken tot een roodkleurig schuldbewustzijn.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ach, God! Het spijt me.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ton reikte Hans het glas waarvan de schuimkop tot niets uiteen was gespat.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Het spijt me, het spijt me. Godverdomme!\u2019 De derdejaars wendde zich discreet af.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Het spijt me, maar, God, ik weet wat je denkt, ik <i>weet<\/i>\r\n\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 472]<\/div><p>wat je denkt, Hans, maar die jongen, die Zwart, &#8211; ik kon het niet helpen, Hans.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ik ga naar huis,\u2019 zei Hans, met een vraag op zijn gezicht, toen hij zijn glas had geleegd.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ik moet nog wat blijven, Hans. Ik <i>moet<\/i> nog wat blijven, ik <i>moet<\/i> nog met een paar mensen praten. Ik zal met je meelopen tot de deur, Hans.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Samen liepen ze naar de garderobe. Hans nam zijn jas in ontvangst en schurkte met zijn schouders, terwijl Ton achter hem aan de jas trok en ertegen duwde. Ze bleven bij de buitendeur staan.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Goed.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Goed, Hans.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Goed,\u2019 zei Hans.<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>II<\/h4>\r\n\r\n<p>\u2018Dat was gemeen van je, Hans.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Wat?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Om dat verhaal te schrijven.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Welk verhaal?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018!\u2019<\/p>\r\n\r\n<\/div><div class=\"wp-block-column dbnl-rechts is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:33.33%\"><div id=\"noten-apparaat\"><div class=\"interp\">\n<h3>Over dit hoofdstuk\/artikel<\/h3>\n<p><label>auteurs<\/label><\/p>\n<p> <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=romi004\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Henk Romijn Meijer<\/a><\/p>\n<br>\n<\/div><\/div><\/div><\/div>","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>[p. 450] Gemeen! door Henk Romijn Meijer I was angry with my friend. I \u2018Dat kun je niet doen. Dat kun je niet doen, Hans. Dat kun je niet zeggen &#8211; Verdomme! Nou: ik dacht er eerst net zo over als jij. Net zo. Maar ik heb de laatste tijd niets anders gelezen, bijna niets&#8230; <a class=\"more-link\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/gemeendoor-henk-romijn-meijer\/\">Lees verder <span class=\"read-more-arrow\"><\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","class_list":["post-298916","dbnl","type-dbnl","status-publish","hentry"],"acf":[],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO plugin v26.4 - https:\/\/yoast.com\/wordpress\/plugins\/seo\/ -->\n<title>Gemeen!  door Henk Romijn Meijer &#183; Uitgeverij Van Oorschot<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/gemeendoor-henk-romijn-meijer\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"Gemeen!  door Henk Romijn Meijer &#183; Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"[p. 450] Gemeen! door Henk Romijn Meijer I was angry with my friend. I \u2018Dat kun je niet doen. Dat kun je niet doen, Hans. Dat kun je niet zeggen &#8211; Verdomme! Nou: ik dacht er eerst net zo over als jij. Net zo. Maar ik heb de laatste tijd niets anders gelezen, bijna niets... Lees verder\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/gemeendoor-henk-romijn-meijer\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"article:modified_time\" content=\"2021-06-04T11:05:14+00:00\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"40 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\/\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/gemeendoor-henk-romijn-meijer\/\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/gemeendoor-henk-romijn-meijer\/\",\"name\":\"Gemeen! door Henk Romijn Meijer &#183; Uitgeverij Van Oorschot\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\"},\"datePublished\":\"1961-12-31T23:01:11+00:00\",\"dateModified\":\"2021-06-04T11:05:14+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/gemeendoor-henk-romijn-meijer\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/gemeendoor-henk-romijn-meijer\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/gemeendoor-henk-romijn-meijer\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"DBNL\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"Gemeen! door Henk Romijn Meijer\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\",\"name\":\"Uitgeverij Van Oorschot\",\"description\":\"\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"Gemeen!  door Henk Romijn Meijer &#183; Uitgeverij Van Oorschot","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/gemeendoor-henk-romijn-meijer\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"Gemeen!  door Henk Romijn Meijer &#183; Uitgeverij Van Oorschot","og_description":"[p. 450] Gemeen! door Henk Romijn Meijer I was angry with my friend. I \u2018Dat kun je niet doen. Dat kun je niet doen, Hans. Dat kun je niet zeggen &#8211; Verdomme! Nou: ik dacht er eerst net zo over als jij. Net zo. Maar ik heb de laatste tijd niets anders gelezen, bijna niets... Lees verder","og_url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/gemeendoor-henk-romijn-meijer\/","og_site_name":"Uitgeverij Van Oorschot","article_modified_time":"2021-06-04T11:05:14+00:00","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"40 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/gemeendoor-henk-romijn-meijer\/","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/gemeendoor-henk-romijn-meijer\/","name":"Gemeen! door Henk Romijn Meijer &#183; Uitgeverij Van Oorschot","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website"},"datePublished":"1961-12-31T23:01:11+00:00","dateModified":"2021-06-04T11:05:14+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/gemeendoor-henk-romijn-meijer\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/gemeendoor-henk-romijn-meijer\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/gemeendoor-henk-romijn-meijer\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"DBNL","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"Gemeen! door Henk Romijn Meijer"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/","name":"Uitgeverij Van Oorschot","description":"","potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"}]}},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl\/298916","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/dbnl"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=298916"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=298916"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}