{"id":299694,"date":"1966-01-01T00:01:16","date_gmt":"1965-12-31T23:01:16","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/dbnl\/w-a-wilminkhet-reisgezelschap-van-de-amstel\/"},"modified":"2021-06-04T12:30:26","modified_gmt":"2021-06-04T11:30:26","slug":"w-a-wilminkhet-reisgezelschap-van-de-amstel","status":"publish","type":"dbnl","link":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/w-a-wilminkhet-reisgezelschap-van-de-amstel\/","title":{"rendered":"W.A. Wilmink\r\n\r\nHet reisgezelschap van de Amstel"},"content":{"rendered":"<div class=\"wp-block-columns alignwide is-layout-flex wp-container-core-columns-is-layout-9d6595d7 wp-block-columns-is-layout-flex\"><div class=\"wp-block-column dbnl-links is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:66.66%\">\r\n\r\n <interp type=\"primair\" value=\"wilm003\"><\/interp><div class=\"pb\">[p. 492]<\/div>\r\n<a name=\"65\"><\/a>\r\n<h3>\r\n<i>W.A. Wilmink<\/i>\r\n\r\n<br>\r\nHet reisgezelschap van de Amstel<\/h3>\r\n\r\n<h4 class=\"small-margins\">Bianca.<\/h4>\r\n\r\n<p>Sommige kinderen wonen in een klein huis, en ze hebben een goed rapport. Andere kinderen wonen in een groot huis, en ze hebben een slecht rapport. Er is altijd wat. Sommige leraren zijn veel te streng, en andere leraren zijn lang niet streng genoeg. Het is nooit goed. Was ik maar een jongen. Dan kon ik musketier worden. Dan kon ik paardrijden, en schermen, en niemand zei: wat een nietsnut is dat.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Al die dingen overdacht Bianca bij zichzelf, terwijl ze langs de Amstel liep. Ze woont in een heel groot huis aan de Amstel, een eind buiten de stad. Soms brengt haar moeder haar naar school met een rode Citro\u00ebn DS.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het begon al aardig donker te worden, toen Bianca een egel zag zitten, in het gras langs de oever. Ze bukte zich, en zag dat het een vrouwtjesegel was, want het beest had een handtasje bij zich. \u2018Het gaat maar weer niet zo best op school, h\u00e8?\u2019 zei de egel, en keek met slimme oogjes voor zich uit.<\/p>\r\n\r\n<h4>Waarin Bianca kennis maakt met de egel Josephine.<\/h4>\r\n\r\n<p>\u2018Het gaat niet zo best op school, h\u00e8?\u2019 zei de egel. Bianca vond dat egels zich niet met andermans zaken moeten bemoeien, en dat zei ze ook ronduit. \u2018Kijk, kijk,\u2019 sprak de egel. \u2018Dan zoek je eens toenadering, en dan wordt je maar weer uitgescholden. Denk maar niet dat ik zo bemoeierig ben, over &#8216;t algemeen. Ik ben eigenlijk een eenzelvig levend schemerdier.\u2019 Bij de laatste woorden was de stem van de egel heel droevig geworden. \u2018Er zijn eigenlijk maar twee leuke dingen in het leven,\u2019 vervolgde het beestje. \u2018Dat is als iemand uitglijdt\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 493]<\/div><p>over een bananeschil, en als iemand Poepjes heet. Neem nou bijvoorbeeld dat ik insecten eet. Daar word ik voor beschermd door de wet, dat ik insecten eet. Maar ik zou liever geen dieren doodmaken. In mijn hart ben ik vegetari\u00ebr. Ik heb eerbied voor alles wat leeft. Goedenavond.\u2019 En de egel verwijderde zich sloffend.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Wacht eens even,\u2019 riep Bianca. \u2018Ik heb er niks mee bedoeld! Ik wil graag een beetje praten. Ik ben eigenlijk ook een vegetari\u00ebr. Maar ik maak het nooit zelf klaar, mijn eten.\u2019 De egel liep nog een paar passen verder, en keerde zich toen om. \u2018Hoe heet je?\u2019 vroeg Bianca. De egel zei: \u2018Ik ben de enige egel hier in de buurt. Daarom hoef ik niet te heten. Maar later koop ik misschien wel een naam.\u2019 Bianca wist, dat je namen kunt kopen. Ze had wel eens gehoord van een man die Naaktgeboren heette, en die een andere naam had gekocht omdat hij de naam Naaktgeboren niet netjes vond. Hij heette nu Weledelgeboren.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ik geef jou een naam,\u2019 zei Bianca. \u2018Ik noem jou Jos\u00e9phine B. te A. Dat is een mooie naam. Deftig, en toch ook heel verleidelijk.\u2019 De egel keek opeens heel vergenoegd, en zei: \u2018Dat komt goed uit. Ik was namelijk net bezig om mijn leven te veranderen. Vandaag ben ik ermee begonnen. De datum heb ik op de muur geplakt: 21 september.\u2019 \u2018Het is april,\u2019 zei Bianca, \u2018Dan heb ik een verkeerde krant gepakt,\u2019 zei de egel, en ze verdween met veel geritsel tussen de struiken.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het duurde zo lang, dat de egel wegbleef &#8211; Bianca dacht al dat ze haar niet meer terug zou zien. Maar eindelijk kwam het egelvrouwtje teruggewandeld, en ze had een vingerhoedje in de voorpoot. \u2018Ziezo,\u2019 zei ze. \u2018Dat van die datum heb ik nu veranderd. 21 december. Ik heb ook iets lekkers voor je gehaald. Drink maar op. En noem me in het vervolg maar Fientje.\u2019 Bianca ging in het gras zitten en dronk de vingerhoed uit, maar het was zo weinig dat ze eigenlijk niet zeker wist of het wel iets was. Maar toch, toen de egel vroeg: \u2018Hoe vond je mijn verrukkelijke bessenlimonade,\u2019 zei Bianca dat het overheerlijk gesmaakt had.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Plotseling begon de egel van links naar rechts en van rechts naar links te springen en luidkeels \u2018au au\u2019 te roepen. Bianca schrok. \u2018Wat is er? Wat is er dan toch? Zit er een doorn in je voet?\u2019 \u2018Nee,\u2019 antwoordde Fientje. \u2018Nee. Maar ik heb soms\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 494]<\/div><p>ineens kramp in mijn poot.\u2019 Haar stem was klagelijk en ze sprong nog steeds zo&#8217;n beetje rond. \u2018Zou dat erg zijn, kramp in mijn poot? Ik bedoel, heb je wel eens gehoord dat iemand daaraan dood is gegaan? Weet je daar soms een voorbeeld van?\u2019 \u2018Nee,\u2019 zei Bianca. \u2018Ik geloof niet dat het erg is.\u2019 (Het \u00eds trouwens niet erg.)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Over de rivier kwam een zeer kleine roeiboot aangevaren, met een waterrat aan de riemen. \u2018Hier is de veermam\u2019 riep die waterrat. En toen zijn boot eenmaal aan de oever lag, keek hij naar Bianca, en zei: \u2018Hoe oud ben jij?\u2019<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>Waarin Bianca en de egel Josephine de rivier worden overgeroeid door de waterrat Wolfgang.<\/h4>\r\n\r\n<p>\u2018Hoe oud ben jij?\u2019 vroeg de waterrat aan Bianca. \u2018Ik ben twaalf jaar,\u2019 zei ze. \u2018Dat is oud,\u2019 zei de waterrat. \u2018Voor een mens is dat niet oud,\u2019 zei Bianca. Maar de waterrat sprak met sombere stem: \u2018Twaalf jaar noem ik oud. Ook voor een mens. Trouwens, wie is eigenlijk jong? Niemand is jong. Waar moet je naar toe?\u2019 \u2018Ik moet nergens naar toe,\u2019 zei Bianca. \u2018Praatjes voor de vaak!\u2019 riep de waterrat. \u2018Praatjes voor de vaak. Iedereen moet ergens naar toe. Instappen maar.\u2019 Toen zei Fientje: \u2018Als je maar niet denkt dat ik meega, als je in zo&#8217;n humeur bent.\u2019 En vervolgens stapte het beest de boot in.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Bianca wilde zich verontschuldigen, door te zeggen dat ze immers veel te groot was voor dat bootje, maar toen zag ze ineens dat de overkant van de rivier steeds verder van haar verwijderd raakte. Ook werden de bomen links en rechts van haar hoger en hoger, het gras groeide geweldig, en de twee dieren werden bijna even groot als zij zelf. \u2018Ziezo,\u2019 zei de waterrat. \u2018Nu ben je klein genoeg. We gaan naar het klooster van de heilige monniken. Die zingen zonder geluid te maken.\u2019 \u2018Is het daar gezellig?\u2019 vroeg Bianca, terwijl ze in de roeiboot stapte. \u2018Allerminst,\u2019 zei de waterrat, en hij begon stevig te roeren.<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>Twee vreemde gasten.<\/h4>\r\n\r\n<p>\u2018Om alle misverstand te voorkomen,\u2019 zei de waterrat, \u2018ik heet Wolfgang.\u2019 En hij begon er flink op los te roeien. Maar hij was nog maar net bezig, toen er vanaf de oever een geroep\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 495]<\/div><p>weerklonk. Iemand riep, in een Noordelijke tongval: \u2018Iedereen gaat ook maar altijd zonder mij op reis!\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Simon Schildpad,\u2019 zei Wolfgang. \u2018Altijd hetzelfde. Mosterd na de maaltijd.\u2019 Vervolgens keerde hij het schip en roeide terug naar de wallekant.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Simon stapte in. \u2018Ik was al lang op weg hier naar toe,\u2019 zei hij, \u2018maar toen dacht ik: misschien heb ik mijn deur niet op slot gedaan. Dus ben ik even teruggegaan om te kijken.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hij was nog niet uitgesproken of er sprong een das tevoorschijn uit het struikgewas, en die riep: \u2018Raad eens wie ik ben?\u2019 \u2018Jij bent Das de das,\u2019 zeiden Fientje en Simon. \u2018Er is geen twijfel mogelijk,\u2019 voegde Wolfgang hier aan toe. \u2018H\u00e8, wat flauw,\u2019 riep de das. \u2018Hadden jullie niet even kunnen raden? En waar gaan jullie naar toe?\u2019 \u2018Wij gaan naar het klooster van de H. Monniken,\u2019 legde Bianca uit. \u2018Die zingen zonder geluid er bij te maken, zo heilig zijn ze.\u2019 \u2018O, maar wat ontzettend gezellig,\u2019 zei Das. \u2018Dan ga ik beslist mee, als het mag.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Welnu, er was niemand die daar bezwaar tegen had, en dus voegde ook Das de das zich bij het gezelschap.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De boot vertrok voor de tweede keer. Het was nu volkomen donker geworden, en niemand sprak. Het was volkomen stil op de rivier. Het enige geluid was het klotsen van de riemen in het water. En als je goed luisterde kon je zo nu en dan Simon Schildpad horen mompelen: dat hij er niet zeker van was of hij wel de kraan had afgesloten, na zijn voeten te hebben gewassen. \u2018Misschien staat mijn huis al onder water,\u2019 hoorde je hem fluisteren.<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>Een vrolijk gezelschap.<\/h4>\r\n\r\n<p>Er gebeurde een tijd lang niets. Alleen vloog er een reiger over, heel statig. En er was een snoek, die zijn kop boven het water uitstak, en vroeg: \u2018Zijn jullie palingvissers?\u2019 \u2018Nee,\u2019 antwoordde Bianca. \u2018Jammer,\u2019 zei de snoek. \u2018Ik heb de pest aan palingen.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Das de das was de eerste die zich begon te vervelen. \u2018We moeten iets gezelligs gaan doen,\u2019 vond hij. \u2018Weet je wat? Laten we doen dat er iemand jarig is. Dat lijkt me vreselijk enig. Trouwens, toevallig heb ik een surprise bij me.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Iedereen vond het een aardig plan, alleen Wolfgang niet, want die houdt niet van verjaardagen.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 496]<\/div>\r\n<p>\u2018Fientje mag de jarige zijn,\u2019 zei Bianca. En daar protesteerde niemand tegen, want kleine dieren hebben een soort respect voor mensen. En misschien vinden ze kinderen zelfs wel aardig.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Fientje was dus de jarige, en ze gingen een lied voor haar zingen, dat als volgt begon: \u2018Er is er een jarig (hoera, hoera). Dat kun je wel zien dat is <i>zij<\/i>\u2019. Bij het woord <i>\u2018zij\u2019<\/i> wezen ze allemaal naar Fientje, die daar zo verlegen van werd dat ze met haar voorpoten haar oogjes uit ging wrijven. Maar gelukkig voor Fientje was het lied gauw uit, en toen begon iedereen haar te feliciteren. \u2018Ja, kind,\u2019 zei Wolfgang. \u2018We worden een dagje ouder. De lust en de jolijt, dat gaat er wel een beetje af.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Daarna kwam Das met zijn surprise voor de dag: een klein langwerpig pakje in wit papier. Om het papier zat een lila lintje, en in dat lintje stak een boterbloem.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Fientje begon zenuwachtig aan het lint te peuteren, en toen ze het pakje eindelijk open had, kwam er een stukje ijzerdraad uit te voorschijn, dat met een dun lapje omwikkeld was.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Het is een stopcontactenuitveger,\u2019 zei Das. \u2018Maar je moet hem nooit gebruiken, want dat is levensgevaarlijk. Het is echt alleen maar een surprise.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ik ben er ontzettend blij mee,\u2019 zei Fientje. \u2018Jammer dat jij de enige bent die aan mijn verjaardag heeft gedacht.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ondertussen begon Wolfgang een beetje moe te worden van het roeien, en Bianca nam de riemen van hem over. Iedereen zat uit te kijken over het water, en er kwam een stemming die gelukkig was en toch ook een beetje verdrietig, en omgekeerd. \u2018Later schrijf ik een boek,\u2019 zei Simon Schildpad zachtjes. \u2018Over hoe de mensen en de dieren moeten leven. En dat boek wordt heel beroemd, en het wordt vertaald in het Engels. En dan lopen jij en ik op straat, Bianca, en dan fluisteren de mensen tegen elkaar: kijk, daar gaat Simon Schildpad. Met Bianca.\u2019 Hij dacht na. \u2018Als ik maar eerst leer schrijven,\u2019 vervolgde hij toen. \u2018Dan wordt het later allemaal nog heel wonderbaarlijk. En dan zijn we allemaal gelukkig.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Het is nu trouwens al wonderbaarlijk genoeg,\u2019 zei Bianca. \u2018Wonderbaarlijk genoeg. Want kijk: er is nergens meer land te zien. De rivier is een zee geworden.\u2019<\/p>\r\n\r\n\r\n<div class=\"pb\">[p. 497]<\/div>\r\n<h4 class=\"small-margins\">Een eiland met een gastvrij beest.<\/h4>\r\n\r\n<p>\u2018Nu is er alleen maar de zee om ons heen,\u2019 zei Bianca. \u2018En het is nacht.\u2019 Toen liet ze de riemen los. De egel en de das waren in slaap gevallen, de waterrat zat uit te kijken over zee. En zo dreef de boot daar helemaal alleen over het water. Toen werd het Bianca te moede alsof ze mensen hoorde praten, heel in de verte, en ze verlangde er ineens ontzettend naar om binnen in een huis te zijn. Ze begon een beetje te huilen. En Wolfgang zag dat misschien, maar hij troostte haar niet.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Van huilen word je al gauw moe, en dus legde Bianca haar hoofd op de bank, en viel in slaap. Wolfgang bleef wakker. Hij peinsde een beetje, en liet de riemen waar zij waren, zodat de boot niet verder kwam.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Toen, na een uur misschien, gebeurde er iets vreemds. Er was een eiland dat zich losmaakte van de horizon en op de boot af kwam drijven, en pas stilhield toen de boot gemeerd lag tussen oeverriet.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De slapers werden er wakker van, en omdat ze geen van allen wisten wat er aan de hand was, begonnen ze door elkaar heen te praten. En vervolgens stapte iedereen aan land.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het gezelschap bevond zich op een gebied met heel hoge bomen, en grasland. Er waren donkere koeien, en die gingen waar zij wilden, want nergens was schrikdraad of prikkeldraad te zien. Het enige teken van menselijk leven was een vervallen bouwwerkje, een poortgebouwtje dat tegen een brede, ronde toren aanleunde. Alles zag er nogal middeleeuws uit, en uit de toren groeide mos. Boven de poort in het poortgebouwtje waren twee raampjes, waar licht achter scheen. Dat zag er gezellig uit, alsof daarachter iemand woonde die kopjes chocola kon maken.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Er zit een klopper op de deur,\u2019 zei Das, en toen pakte hij de klopper beet en beukte er drie keer mee op het hout. Nog geen twee tellen later hoorde men daarbinnen iemand roetsj-roetsj-roetsj een trap af komen hollen. De deur ging open op een kier. \u2018Wij zijn het,\u2019 zei Wolfgang. \u2018Wij hebben een zeer vermoeiende reis achter de rug.\u2019 \u2018O, maar wat \u00e9\u00e9\u00e9nig,\u2019 riep een jeugdige stem, en de deur ging helemaal open. De jeugdige stem bleek toe te behoren aan een haas, die oorbellen droeg, en een nogal gehaaste indruk maakte. \u2018Ik zal gauw een\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 498]<\/div><p>kopje chocola voor jullie maken,\u2019 zei deze haas.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ik verkoop hier prentbriefkaarten,\u2019 zei de haas, toen het reisgezelschap achter haar aan de trap op stommelde, \u2018prentbriefkaarten van dit interessante bouwwerkje, en ook van mezelf. Het is een beetje mijn handeltje.\u2019 Iedereen beloofde een kaart te zullen kopen, en toen was de haas zo verguld, dat ze besloot dat Bianca en de dieren bij haar mochten blijven overnachten.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ze kwamen in een kamertje, dat er heel leuk uitzag, alleen wel een beetje gammel. Niemand mocht dan ook ergens aankomen, of op een stoel gaan zitten. Voor de twee raampjes, die Bianca en de dieren al van buitenaf gezien hadden, hing een fraaie petroleumlamp, die een geel licht verspreidde, en die de haas gekocht had in een winkel voor zeemansbenodigdheden.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018We zijn op weg naar het klooster van de heilige monniken,\u2019 zei Bianca, toen iedereen achter zijn kopje chocola gezeten was. \u2018O, maar is dat wel goed?\u2019 riep de haas. \u2018Zouden jullie dat nou wel doen?\u2019 En ze vervolgde: \u2018Die hebben een slecht karakter, die monniken, want ze zingen zonder geluid.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Na een poosje zei de haas: \u2018Ik ben zo vreselijk moe. En ik heb maar \u00e9\u00e9n bed, zoals jullie zien.\u2019 Toen ging ze languit op het bed liggen en viel onmiddellijk in een gezonde slaap. Bianca en de dieren zochten toen maar elk een rustig plekje op, om het moede hoofd te roste te leggen.<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>Een merkwaardig gezang.<\/h4>\r\n\r\n<p>De volgende dag begaf het reisgezelschap zich naar het klooster. De haas begeleidde ze een eindje, maar al gauw werd de grond moerassig, en toen zei de haas dat ze eigenlijk nog een heleboel te doen had, en dat ze daarom op haar schreden moest terugkeren.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Na een lange, vermoeiende tocht liepen ze onder twee bomen door, die samen een poort vormden. Op een tak zat een raaf, die riep: \u2018Klooster der H.H. Monniken. Streng verboden toegang voor onbevoegden.\u2019 Maar niemand trok zich iets aan van deze raaf.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Toen ze onder de bomen waren doorgelopen, stonden ze bij een riviertje, met riet langs de oever. En in dat riet stonden zeven reigers, die hun koppen opgeheven hielden naar de\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 499]<\/div><p>hemel. En allen tegelijk openden deze reigers hun snavels, en allen tegelijk sloten zij die. En dit deden zij telkens opnieuw.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het woei, door het riet, en over de rivier. En er was niets te horen dan de wind.<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>Bianca gooit roet in het eten.<\/h4>\r\n\r\n<p>De reigers deden hun snavels open en dicht, telkens opnieuw. Wolfgang zette een bril op, om dit beter te kunnen waarnemen. \u2018Ik schrijf een studie over dit monasterium,\u2019 zei hij. \u2018Ik onderzoek de motieven voor het gedrag van deze geestelijken. Ik heb horen verluiden,\u2019 zo ging hij door, \u2018dat zij wel degelijk geluid voortbrengen. Er is daar wel degelijk geluid. Maar de wind neemt het mee, naar heel ver, en bewaart het tot een vroege morgen. Dan horen sommige mensen het, bij het wakker worden. En dan denken ze: nu is er een dag teruggekomen van jaren en jaren geleden. Maar ze merken al gauw dat ze zich vergissen, en dan zijn ze bedroefd. Zo luidt dit verhaal,\u2019 zei de waterrat, \u2018maar ik heb het naar het rijk der fabelen verwezen.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ik geloof eerder,\u2019 zei hij, \u2018dat deze monniken zoveel behagen schepten in hun eigen stemgeluid, dat God het ze heeft afgenomen.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Op dit moment kreeg Bianca, die niet zo erg geboeid werd door de wetenschappelijke vertogen van de rat, een inval waar ze spijt van zou krijgen. Ze trok een kluit aarde uit de grond en wierp die naar de reigers. De aardkluit kwam in het riet terecht, tussen de reigers in, en verdween met een plons in het water. De reigers klapten met hun vleugels (onhoorbaar was ook dit), en vlogen op. Zij cirkelden enige malen boven het reisgezelschap rond en verdwenen toen in de verte.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Iedereen was ademloos van schrik, Bianca zelf nog het meest. En toen zagen zij hoe er vluchten kraaien opvlogen uit de bomen en in hun richting kwamen, en zij zetten het op een lopen, zo snel als hun benen of poten hen dragen konden. Fientje bleef een beetje achter, want die kreeg ineens weer kramp in haar poot. \u2018Bianca! Bianca!\u2019 hoorden ze haar roepen.<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>In het hol van een bever.<\/h4>\r\n\r\n<p>Bianca en de dieren vonden de ingang van een hol, bij de wal van de rivier, en daar wachtten ze met spanning op Fien-<\/p><div class=\"pb\">[p. 500]<\/div><p>tje. En toen die gearriveerd was, gingen ze met zijn allen naar binnen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In het hol was niemand. Er was een aanrecht, met een koffiekopje, dat nog niet was afgewassen, en verder zagen ze een tafel, een bed, en een boekenplank met daarop een oude bijbel en een boek getiteld \u2018R. de Bever. Verzamelde werken\u2019. Aan de muur hingen twee portretten waarop R. de Bever was afgebeeld, \u00e9\u00e9n portret dat gekleurd was, en \u00e9\u00e9n portret dat niet gekleurd was.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ze gingen met zijn allen op het bed zitten, en hun ongerustheid zakte een beetje weg. Ze zaten daar wel een uur, zonder veel te praten, en ze werden allemaal een beetje slaperig.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Bianca,\u2019 zei Fientj\u00e9. \u2018Als we weer thuis zijn, mag ik dan bij jou komen wonen? In jouw huis? Dan breng ik je thee op je bedje, &#8216;s morgens.\u2019 \u2018Daar ben ik dan al weer te groot voor, neem ik aan,\u2019 zei Bianca. \u2018Maar dat van dat wonen, daar voel ik wel wat voor.\u2019 \u2018We moeten het er nog eens ernstig over hebben,\u2019 sprak het egeltje voor zich uit. \u2018Want ik heb er soms behoefte aan om bij iemand in de buurt te zijn. Vroeger was ik erg bevriend met een andere egel. Dat was een heel vriendelijk iemand. Maar we hebben de afspraak gemaakt dat we elkaar nooit meer zullen ontmoeten.\u2019 Na deze woorden was de egel een poosje stil. \u2018Eenmaal in de week ga ik nog naar hem toe,\u2019 zei ze toen. \u2018Dat is om hem te zeggen hoe flink ik hem vind, dat hij zich aan onze afspraak houdt.\u2019<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>Rudolfus de bever.<\/h4>\r\n\r\n<p>\u2018Het is heel flink zoals hij zich aan onze afspraak houdt,\u2019 zei Fientje. \u2018En daarom hoop ik zo, dat ik bij jou mag komen wonen, Bianca.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ik ben een dam aan het maken,\u2019 riep een stem. In de opening van het hol was een groot dier verschenen. \u2018Ik ben R. de Bever,\u2019 zei dat dier. \u2018Rudolfus de Bever, eigenaar van dit hol. Wees welkom.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Worden we nog achternagezeten?\u2019 vroeg Bianca. Maar de bever antwoordde alleen maar, dat hij bezig was aan een artikel over het bouwen van dammen, dat zou gaan verschijnen in het Maandblad voor Bevers en Omstreken. \u2018Daarin bewijs ik, dat bevers de enige dieren zijn die dammen kunnen bouwen,\u2019 zei hij. \u2018O ja, wat ik zeggen wou,\u2019 vervolgde hij. \u2018De\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 501]<\/div><p>hele lucht zit vol vogels. Maar dat is op zichzelf misschien niet interessant.\u2019<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>Bianca&#8217;s droom.<\/h4>\r\n\r\n<p>Omdat de lucht vol vogels zat, besloten ze om in het hol van de bever te blijven, en de bever maakte stamppot, zodat ze een heerlijk maal hadden. Na het eten gingen ze allemaal wat anders doen. De bever ging naar buiten om verder te werken aan zijn dam. Das borstelde zijn staart op, omdat die er langzamerhand uit was gaan zien als een scheerkwast, vond hij. Wolfgang pakte een blaadje met aantekeningen, en schreef die aantekeningen over op een ander blaadje. Dat was wetenschappelijke arbeid. Simon Schildpad speelde een onvoorstelbaar droevig wijsje op een mondharmonika, die hij blijkbaar onderweg had gevonden. Fientje zat haar voorpoten te bekijken om te zien of er niets aan mankeerde. En Bianca viel in slaap en begon te dromen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ze droomde dat ze in een kerk was. De kerk was heel hoog. Er waren heel veel zuilen, en een paar daarvan bogen naar binnen door. Bianca wist hoe dat kwam: er stond daar een toren op de kerk die eigenlijk te zwaar was. Er kwamen monniken binnen, in het wit, met kaalgeschoren kruinen. Toen begon het orgel luid te spelen, en werden de zuilen donkerder van kleur. Bianca werd heel bang, want ze dacht: het is geen kerk waar ik hier ben, en daarom riep ze plotseling luidkeels \u2018Amen!\u2019 Onmiddellijk hield het orgel op met spelen, en de monniken veranderden in reigers, die met hun snavels naar haar prikten.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Toen werd Bianca wakker, en ze merkte dat het geen reigers waren die haar geprikt hadden, maar de stekels van Fientje, die dicht bij haar was gaan zitten, en oefeningen deed in het zich oprollen en weer ontrollen. \u2018Wat spijt me dat, Bianca,\u2019 zei Fientje. \u2018Zoiets gebeurt nou altijd mij.\u2019 Maar Bianca was niet boos, want wat moet je met zo&#8217;n beestje.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hierna kwam de bever binnen, en hij vertelde dat de vogels gevlogen waren. \u2018Er was er geen een meer te zien,\u2019 zei hij. Dus bedankten Bianca en de dieren hem voor zijn gastvrijheid, en zij vervolgden hun reis.<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>Een curieus persoon.<\/h4>\r\n\r\n<p>Buiten werd het al avond. Er was niets dat bewoog in de\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 502]<\/div><p>natuur, en er was geen geluid. Ze liepen een heel eind, en hoorden toen vanuit het struikgewas een meisjesstemmetje, en dat zong, z\u00f3 hoog, dat het je bijna pijn deed aan je oren. \u2018Jij aardig vissersmeisje,\u2019 zong ze, \u2018roei maar je bootje aan land. Dan babbelen wij in het duister, en liefkozen hand in hand.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Wat daar zo beeldschoon zong, bleek een elf te zijn, die, zo gauw ze de reizigers in de gaten kreeg, onbedaarlijk begon te snikken. \u2018Ach, ach,\u2019 snikte ze. \u2018O, o, o. Wat ben \u00edk ongelukkig.\u2019 Na enige vragen werd het duidelijk, dat zij een grote liefde had opgevat voor een boskabouter, geheten Zwemgraag, en dat ze hem had voorgesteld om &#8216;s morgens met haar te gaan zwemmen in het meer. Maar de kabouter voelde daar niet zo veel voor, en nu was ze ongelukkig, omdat ze hem haast nooit meer zag. En als ze hem w\u00e8l zag was ze nog veel ongelukkiger. Nee, ze had het niet zo best getroffen, dat vond iedereen, en Wolfgang zei dat er toch maar veel ellende in de wereld was.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ondertussen bedaarde het wezentje wat, en ze zei: \u2018Ik ben de elf Engeltje.\u2019 En zij schudde met een beweging van haar hoofd haar lange, blonde haren wat breder uit over haar schouders. \u2018Misschien was ik liever iets anders geweest dan een elf,\u2019 zei ze, \u2018want wij elven zijn eigenlijk niet zo aardig. Wij brengen de mensen boze dromen, en als iemand lang met ons omgaat, krijgt hij het spit in de rug.\u2019 Bianca vertelde dat ze gedroomd had van reigers, die haar prikten. \u2018Ja, dat was een bedenkseltje van mij,\u2019 zei Engeltje verheugd, en ze ging naar huis. \u2018Tot spoedig!\u2019 riep ze.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Wolfgang had zich van de anderen verwijderd, en was bezig met een steen te onderzoeken, die aan de voet van een boom lag. \u2018We naderen de ontknoping van het raadsel,\u2019 mompelde hij. \u2018Uit de vorm van deze steen kan ik opmaken, dat hij deel moet hebben uitgemaakt van een zuil, waar een veel te zware steenmassa op rustte. Hier moet een kerk hebben gestaan met daarbovenop een toren die te zwaar was.\u2019<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>Waarin Simon schildpad zich ontpopt als een groot kunstenaar.<\/h4>\r\n\r\n<p>Wolfgang was dus bezig met de ontsluiering van zijn geheim, en ondertussen zaten de anderen bij elkaar, een eindje\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 503]<\/div><p>van hem vandaan. Ze keken allemaal naar Simon Schildpad, die een groot vel papier voor de dag had gehaald. \u2018Ik heb een gedicht voor je geschreven, Fientje,\u2019 zei Simon, \u2018dat wil zeggen, het is een liedje, maar er is nog geen melodie bij.\u2019 En hij begon voor te lezen:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>Ik heb een lampion gemaakt<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>en aangestoken &#8216;s avonds laat.<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>\u2018Dat rijmt niet,\u2019 zei Fientje. \u2018Hou je mond!\u2019 riep de schildpad woedend. En hij vervolgde:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>Ik heb een diepe zucht geslaakt<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>en uitgekeken over straat.<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Hierop keek hij triomfantelijk naar Fientje, die nu beschaamd haar neus snoot in de palm van haar linker voorpoot. Het lied was echter nog niet uit, en Simon las dus verder:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>En als je moe bent van de maan<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>en als je moe bent van de zon,<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>dan kom je &#8216;s avonds bij me aan<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>en kijk je naar mijn lampion.<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>\u2018Snoezig!\u2019 zei Das. \u2018Och ja,\u2019 vond Fientje, \u2018het zou mooi zijn als het een mooie melodie had. Ik bedoel,\u2019 zei ze, \u2018als het een mooie melodie had, dan zou het niet zo erg zijn dat het niet zo&#8217;n mooie tekst heeft.\u2019 Simon keek somber van de een naar de ander. \u2018Het is het mooiste lied dat ik ooit gemaakt heb,\u2019 zei hij.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Fientje beloofde dat ze het lied in haar plakboek zou plakken. \u2018Ik heb een plakboek,\u2019 zei ze, \u2018en altijd als ik treurig ben dan plak ik dingen in mijn plakboek. Daar knap ik dan weer een heel stuk van op.\u2019 Toen begonnen ze allemaal te bedenken, wat eigenlijk het vreselijkste was dat je je voor kon stellen. De meesten vonden de tandarts het allerverschrikkelijkste, maar Fientje zei: \u2018Je moet het ook nooit zeggen tegen jezelf, dat je naar de tandarts gaat. Je moet zeggen: vanmiddag ga ik fijn eens op bezoek bij iemand. Maar eerst moet ik nog even langs de tandarts.\u2019 Dat was een heel goede raad-<\/p><div class=\"pb\">[p. 504]<\/div><p>geving van Fientje, maar als je h\u00e1\u00e1r eens een goede raad gaf, dan werd ze boos, en zei ze: \u2018die prik ik op mijn rug.\u2019 Dat was bij wijze van spreken.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Overigens: daar zagen ze Wolfgang al weer terugkomen, en hij leek in een goed humeur te zijn, want hij maakte enige eigenaardige danspasjes. \u2018Ik heb het nu wel gevonden,\u2019 zei hij, toen hij de anderen genaderd was. \u2018Luister. Er heeft hier vroeger een heel hoge kerk gestaan, met een toren er op die eigenlijk te zwaar was. Daar gingen de monniken bidden en zingen, zelfs &#8216;s nachts, als alles heel stil was.\u2019<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>De oplossing van het mysterie.<\/h4>\r\n\r\n<p>\u2018Zij zongen hier zelfs bij nacht,\u2019 zei Wolfgang. \u2018Maar zij hadden niet veel plezier van hun vroomheid, want het woei hier ontzettend in die dagen, het gierde door de kerk. En de wind vervormde hun heilige gezangen tot liederen waar zij zich voor schaamden. Bovendien waren er de soldaten van de koning. Die zaten in de bomen als de monniken de kerk verlieten, en gebruikten hen als doelwit bij hun schietoefeningen met pijl en boog. Dus pakten de geestelijken hun biezen. Zij bouwden elders een kathedraal, en de kerk die hier stond, verviel.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Dit eiland, waar alleen een vervallen poortgebouw nog van middeleeuwse bloei getuigt, werd een domein voor vogels. Maar er is nu eenmaal niets in deze wereld dat helemaal voorbij kan gaan, alsof het er nooit was. En daarom namen de reigers de rol van de monniken over, zonder dat zij het zelf wisten, en zonder dat zij er iets heiligs mee bedoelden. Zo had alles hier zijn loop, totdat Bianca&#8217;s aardkluit het natuurlijk evenwicht verstoorde.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Zat het zo?\u2019 zei Fientje. \u2018Ik had al zo&#8217;n vermoeden. Ja heus,\u2019 zei ze. \u2018Jullie dachten zeker: een egel heeft nooit een vermoeden. Maar ik vermoedde het al wel.\u2019 \u2018In dat geval bevorder ik jou tot bewijsplaats,\u2019 zei Wolfgang plechtig. En hij gaf zijn papieren met aantekeningen aan Fientje, die ze onmiddellijk wegmaakte, en er wanhopig naar ging zoeken.<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>Een geheel nieuwe omgeving.<\/h4>\r\n\r\n<p>Zo had dus Fientje de papieren weggemaakt, maar ze werden teruggebracht door diezelfde raaf die hun een verboden\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 505]<\/div><p>toegang had toegeroepen, toen ze het zogenaamde klooster naderden. Hij kraste ook nu zeer hatelijk.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018We kunnen nu de thuisreis aanvaarden,\u2019 zei Wolfgang. En toen liepen ze tot ze aan de rivier kwamen, en daar vonden ze een oorlogsschip uit de tijd van Michiel de Ruyter. Op het schip was geen man of muis te zien, en dus besloten zij, er zich meester van te maken. \u2018Als Das en Simon nu op het dek blijven om te zorgen dat de boel een beetje reilt en zeilt, dan gaan de anderen met mij de kajuit in. Daar kunnen wij ons dan verpozen,\u2019 zei Wolfgang.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Aldus geschiedde. Het was knus in de kajuit, en zij babbelden heel wat af. Alleen was het vervelend, dat het daarbinnen hoe langer hoe donkerder werd. Het was een vreemd, groenig donker, en toen er daarin niets meer te onderscheiden viel, besloten zij, om eens boven te gaan kijken. Daar aangekomen bemerkten zij, dat zij helaas op de bodem van de zee beland waren. Das en Simon waren verdwenen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Dit is de wraak van de reigers,\u2019 zei Wolfgang. \u2018Er zit nu niets anders op, dan verder te voet te gaan.\u2019 Zij verlieten de boot, en liepen in de groene duisternis, tussen allerlei gedrochten door, waarvan zij niet wisten of het dieren of dingen waren. Het was tamelijk griezelig.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Maar eer zij het goed en wel beseften, kwamen zij op een plek waar alles veel lichter was. Er stond een lindeboom, die bloeide. En daar achter bevond zich een lieve woning uit de negentiende eeuw. Een huisje op de bodem van de zee! V\u00f3\u00f3r het huisje liep een geitje op en neer met om zijn halsje een ketting, die aan een paaltje bevestigd was. Het beest had echter het paaltje uit de grond getrokken, zodat het nu kon gaan en staan waar het wilde. Alleen moest het dat stuk hout meeslepen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Wolfgang klopte op de huisdeur, zonder gehoor te krijgen. Maar juist toen zij al weer weg wilden gaan, kwam er iemand van achter het huis vandaan. En die iemand was warempel de haas met de oorbellen, dezelfde, die hen op het eiland zo gastvrij had ontvangen. Maar de haas maakte niet meer die kwieke indruk van toen. \u2018Ach, ach,\u2019 jammerde ze. \u2018Mijn wastafel was verstopt, en nu is alles overstroomd! En al mijn spaarregelingbonnetjes van Albert Heijn zijn zoekgeraakt!\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Toch nodigde de haas hen uit om mee naar binnen te gaan,\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 506]<\/div><p>en daar vonden zij ook Das en Simon terug, die een bordje zeewier zaten te eten. Er ontspon zich nu een gesprek over het zinken van het schip, en over de vraag, wie deze ramp nu wel op zijn geweten had. Iedereen gaf iedereen de schuld, en het gesprek ontaardde in een vreselijke ruzie, waarbij Fientje een zonnebril opzette om haar tranen te verbergen, en de haas maar steeds \u2018toe nou! toe nou!\u2019 riep.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Na een half uurtje was de ruzie beslecht, en niemand was er wijzer van geworden. Toen vroeg Fientje of ze een bad mocht nemen, want zoiets deed haar altijd goed. En dat mocht. Dus ging Fientje naar boven. De anderen begaven zich naar buiten, om te kijken hoe het avond werd. Zij namen hun stoeltjes mee.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Daar zaten zij nu buiten te kijken, en zij waren eigenlijk heel tevreden. Het was zo rustig, het geitje was in slaap gevallen, de lindeboom stond wat eenzelvig te bloeien, en zo nu en dan kwam er een vis voorbij, die hen zwijgend groette. De omgeving, die overdag groen was, kreeg nu een blauwe kleur. En het enige geluid was een geplas en geplons uit de badkamer, waar Fientje bezig was. \u2018Het is gek,\u2019 zei Bianca, \u2018maar het is net of het hier veel veiliger is dan bovenop de aarde.\u2019 En Simon zei: \u2018wat is de schepping wonderbaarlijk. Wat jammer dat men daar zo weinig oog voor heeft, in het algemeen.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Toen Fientje terugkwam uit de badkamer, waren allen op hun stoel in slaap gevallen, behalve de haas, die zich naar haar legerstede had begeven. Fientje besloot om niemand wakker te maken. Ze ging naar binnen, en kroop onder het bed van de haas, waar ze al gauw in slaap viel. Ze droomde dat ze op de bodem van de zee was, een wonderlijke droom, als men bedenkt dat zij zich daar ook werkelijk bevond. En zo was iedereen in diepe rust, terwijl het om hen heen zwart werd, en toen weer blauw, en toen weer groen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Zodra de omgeving weer groen was geworden, werden zij wakker. Zij wensten elkaar goedemorgen, en namen daarna afscheid van de haas. En toen vervolgden zij hun reis.<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>De boze wereld.<\/h4>\r\n\r\n<p>Toen zij de volgende morgen afscheid hadden genomen van de haas, en hun voettocht vervolgden, zei Fientje: \u2018Wat\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 507]<\/div><p>jammer toch, dat onze haas uit haar vertrouwde omgeving is weggeraakt, en in een heel ander soort huisje terecht is gekomen.\u2019 Wolfgang legde haar uit dat de haas zich nog wel degelijk in haar eigen huisje bevond, maar dat het er alleen maar helemaal anders uit was gaan zien. \u2018Zo gauw het weer boven water is, neemt het weer zijn oude vormen aan,\u2019 zei Wolfgang. Maar niemand nam met die verklaring veel genoegen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Na enige tijd kwamen zij boven de spiegel van de zee uit, en toen zagen zij een bordje met de mededeling dat ze zich op twee twee tiende kilometer afstand van Ouderkerk bevonden. \u2018Het einde van de reis komt in zicht,\u2019 zei Wolfgang. \u2018Maar we moeten hier overigens wel op onze hoede zijn. Want het zit hier vol mensen.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Inderdaad passeerden zij al spoedig een huis. Het had een voortuin, en daar lag een baby te zonnen. Voor de dieren was er niets bijzonders aan hem te zien, maar Bianca, die zoveel kleiner was dan in haar gewone leven, schrok van de afmetingen van het kind. \u2018Hij is wel zo groot als een flink varken!\u2019 riep ze.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Op de weg kwamen hen vier kerels tegemoet, die reeds van verre een ongure en ongeschoren indruk maakten. \u2018Wij dienen een goed heenkomen te zoeken,\u2019 zei Wolfgang. Hierop begaven Bianca en de dieren zich naar een caf\u00e9, dat terzijde van de weg lag, en waarvan de deur op een kier stond. Zij gingen naar binnen, en zij verstopten zich onder een tafel, in een groene schipperstrui, die daar lag. Zij hadden allen een gevoel van naderend onheil, behalve Das, die grapjes maakte over de ouderwetse snit van het groene gevaarte, waar zij zich in bevonden. \u2018Het is werkelijk te dol,\u2019 zei Das.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De bange voorgevoelens bleken niet zonder grond te zijn, want even later kwamen de vier kerels het caf\u00e9 binnen, en zij namen plaats aan de tafel waaronder het reisgezelschap zich had verstopt. Er waren luide stemmen te horen, en een aantal onheilspellend grote voeten verscheen voor de neuzen van de reizigers. Deze voeten waren slechts in sokken gestoken, op twee na, die ontsierd werden door bemodderde laarzen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De mannen vertelden elkaar grove aardigheden, en keer op keer ging er een donderend gelach op, en dan stampte de man\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 508]<\/div><p>met de laarzen op de grond met een van zijn gelaarsde voeten, boem, boem, vlak naast de trui, zodat Bianca en de dieren vreesden dat zij binnen de kortste keren zouden worden verpletterd. En tussen het lawaai door hoorden ze Fientje fluisteren. \u2018Wij moeten een verbond sluiten tegen de boze wereld,\u2019 fluisterde ze. \u2018Een verbond tegen de boze wereld.\u2019 Toen pakten de reizigers elkaar allemaal bij de hand, zodat er een ware vriendschapsband ontstond.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Deze vriendschap hielp echter niet veel, want op een ongelukkig moment keek een van de mannen onder de tafel, en toen zag hij de trui. Hij pakte hem op, voelde de beweging die er in zat, en schudde de inhoud van de trui uit over de tafel. \u2018Vier rare beesten en een kabouter,\u2019 zei hij verbaasd. Hij had dikke, witte armen, die vol met rode stipjes zaten, en een bleek en bol hoofd. \u2018Dat is me even wat!\u2019 riep een andere kerel, \u2018je zult zien wat dat spul een bekijks trekt!\u2019 \u2018Ja Willem,\u2019 zei een man met een volkomen kaal hoofd, \u2018nou kun je van je vlooien wel soep koken. Trouwens een vlooientheater, wat is dat evengoed voor een gedoe, een vlooientheater. Dat willen de mensen tegenwoordig toch niet meer. Laten we even wel wezen.\u2019 Ondertussen had Willem met de dikke armen Bianca en de beduusde dieren al in een vogelkooi gestopt, die de waard was komen aanreiken. Er zat een kanarie in. \u2018Die vogel mot ik van je terug, Willem,\u2019 zei de waard. Bianca begon te huilen en aan de tralies te rukken. \u2018Het is een schande!\u2019 riep ze, \u2018een grote schande!\u2019 \u2018Het kakelt,\u2019 zei Willem.<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>Kermisgasten.<\/h4>\r\n\r\n<p>De mannen begaven zich weer op weg. Willem droeg de vogelkooi, waarin iedereen stilletjes en treurig zat rond te kijken, behalve de vogel. Deze stelde zich voor als Arie de kanarie, en begon toen \u2018Aan de Amsterdamse grachten\u2019 te fluiten, met heel fraaie uithalen. Bianca vond hem een beetje een opschepper.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ze kwamen terecht op het plein in Ouderkerk, waar een kermis was, bestaande uit een man met luchtballonnen, een carrousel, en een tentje waarop twee bijna geheel naakte dames stonden afgebeeld. Boven de ingang van dat tentje stond in fraaie ouderwetse letters geschreven: <i>\u2018Vlooien-Theater\u2019.<\/i> Daaronder was een bord opgehangen, waarvan de\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 509]<\/div><p>verf nog nat was. <i>\u2018Komt dat zien! Komt dat zien!\u2019<\/i> stond er op, <i>\u2018Vier rare beesten en een kabouter\u2019.<\/i>\r\n<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>Toestanden.<\/h4>\r\n\r\n<p>In een kooi. En opgescheept met een kanarie, die ze ietwat beneden hun stand vonden. Zo werden ze het vlooientheater binnen gebracht, en daar stond een grote tafel, en de kooi werd op die tafel neergezet. Vervolgens verscheen er een mopperend en onderkomen vrouwmens, dat bossen stro naar binnen schoof, en vogelvoer, en een bakje water.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Van de weinige bezoekers die er kwamen zijn de meesten de moeite van het vermelden niet waard. Alleen was er een eenvoudige landman, die in zijn pet spuwde van verbazing, toen hij het gezelschap zag. En ook kwam er een klein meisje binnen, met twee vlechten en enige zomersproeten, en dat kleine meisje was de tent nog niet in of ze klom roetsj roetsj in een van de palen, helemaal tot bovenaan. Maar toen ze Bianca en de dieren opmerkte, en besefte dat die gevangen zaten, liet ze zich naar beneden glijden, en zodra ze weer op de begane grond was begon ze luidkeels te huilen. Ook schopte ze woedend tegen het tentzeil, een keer of wat achter elkaar, zodat ze door de man met de dikke armen moest worden verwijderd.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Toen er geen bezoekers meer kwamen, viel iedereen zo langzamerhand in slaap. De arme Bianca droomde zo naar, en ze werd wakker midden in de nacht, en ze dacht: \u2018besta ik nog wel?\u2019 En om er zeker van te zijn dat de wereld niet vergaan was, schudde ze Fientje wakker. Maar Fientje reageerde zeer humeurig. \u2018Er zijn veel te veel stoelen op de wereld,\u2019 gromde Fientje. \u2018De mensen moesten wat minder stoelen kopen.\u2019 Toen ging ze op haar andere zij liggen en viel weer in slaap.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Nu voelde Bianca zich toch wel van God en alle mensen verlaten. Ze keek rond, maar er was niets dan duisternis om haar heen. En het was net of ze het tentzeil voelde bewegen. Ze wilde gaan roepen, eigenlijk, maar ze was daar al te verstandig voor. En tenslotte werd ze zo moe, dat ze een bosje stro over zich heen trok, dicht tegen zich aan, of het een teddybeer was. En al spoedig viel ze weer in slaap.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ze werden wakker van een stemmetje dat \u2018opstaan! op-<\/p><div class=\"pb\">[p. 510]<\/div><p>staan!\u2019 riep. Het was een heel hoog stemmetje, en het klonk hun in de oren als een klokkenpel. Het was de elf Engeltje, die riep. Zij wachtte tot iedereen goed en wel wakker was, en toen zei ze: \u2018Ik heb jullie aan \u00e9\u00e9n stuk door gezocht. En nu kom ik jullie bevrijden. Het enige wat ik daarvoor nodig heb,\u2019 zei Engeltje, \u2018is een herenparaplu en een boodschappenmand. En die zijn voorhanden, want ik heb ze zelf meegebracht.\u2019 Engeltje opende de deur, en toen liepen ze allemaal de kooi uit, en de tent uit, onopgemerkt, omdat het nog zo vroeg was. Engeltje sleepte de paraplu achter zich aan, en Bianca de boodschappenmand. We moeten namelijk niet vergeten dat dit zeer grote voorwerpen waren, voor zulke kleine wezentjes.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Toen maakte Engeltje het handvat van de paraplu vast aan het hengsel van de boodschappenmand, en ze verzocht het reisgezelschap, in de mand te stappen. En toen ze goed en wel zaten, ging Engeltje op het hengsel van de mand staan, en opende de paraplu. Toen sprong ze de mand weer in. De paraplu begon te beven, en schoot de hoogte in, loodrecht naar boven, met de boodschappenmand er aan vast. \u2018Hoera!\u2019 riep Engeltje, en Arie de kanarie maakte van vreugde een fladderende rondedans om de paraplu heen, en ging er tenslotte bovenop zitten.<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>Terug waar de reis begon.<\/h4>\r\n\r\n<p>Het moet een merkwaardig gezicht zijn geweest: een vliegende paraplu waar een kanarie bovenop zat, en waar een mand onderaan hing met een heel reisgezelschap en een elf erin. Arie floot het hoogste lied, en ditmaal was er niemand die er zich aan stoorde. Ze vlogen over grasland, ze zagen boerderijen met paarden en boerinnen en melkemmers, ze zagen bomen en sloten en een molen die mist maalde, en het krieken van de dag. En na enige tijd bevonden zij zich boven een stad, en daar stonden alle huizen scheef, en er waren bruggen en draaiorgels en een politiekapel onder leiding van majoor Pincke, en torens waar een vreemde muziek uit kwam. Volgens Das was het Chinese muziek, maar Fientje zei dat het helemaal geen muziek was, want er bestonden geen torens met muziek, volgens haar. Ach, het was allemaal zo mooi, dat niemand meer wist waar hij was. Maar ze voeren ook over sloppen heen, waar de arme kinderen zaten. En de\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 511]<\/div><p>arme kinderen keken naar boven, en ze dachten bij zichzelf: \u2018Daar komt het BIO-vacantieoord aangevlogen.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">En tenslotte kwamen ze weer buiten de stad bij de Amstel uit, en daar daalde de paraplu, en de mand kwam met een bons op de grond terecht. \u2018Hoogst merkwaardig,\u2019 zei Wolfgang. \u2018Juist op de plaats waar de reis is begonnen. Het avontuur is uit,\u2019 zei hij, \u2018we zijn waar we moeten zijn.\u2019<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>Het afscheid.<\/h4>\r\n\r\n<p>\u2018We zijn waar we moeten zijn,\u2019 zei Wolfgang. \u2018Kijk, hier ligt mijn boot nog aan de oever.\u2019 Hij stapte de boot in, en sprak op plechtige toon: \u2018Ik vaar weer naar de overkant. Want daar hoor ik.\u2019 Toen ging hij rechtop staan in de boot, en hij stak zijn hand op, en riep: \u2018Vaarwel!\u2019 Vervolgens begon hij stevig te roeien, en hij was al spoedig uit het gezicht verdwenen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Toen namen ook Das en Simon afscheid. Simon gaf Bianca en Fientje een hand, Das gaf hen een handkus. Daarna zag men de schildpad en de das druk pratend het struikgewas inlopen, en na korte tijd waren zij in het geheel niet meer te zien of te horen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Nu was alleen Fientje nog bij Bianca. Fientje treuzelde. Ze lachte een beetje, en ze zei: \u2018Ik had bij je zullen blijven. Weet je dat nog wel?\u2019 Ze wreef in haar ogen met haar voorpoten. \u2018Of weet je dat soms niet meer?\u2019 zei ze zachtjes.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Maar Bianca begon nu ineens te groeien, en ze zag de egel kleiner worden. Ze hoorde het beestje nog iets roepen, iets van kramp in haar voet, maar ze kon dat niet meer goed verstaan. Toen pinkte het egeltje weg, het struikgewas in, dat nog een tijdlang ritselde.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Wat een raar afscheid is dat geweest,\u2019 dacht Bianca. \u2018Wat een raar, afscheid. Want we hadden toch beter wat kunnen huilen, samen. We hadden toch in elk geval even moeten huilen.\u2019 Toen begon ze langzaam naar, huis te lopen, en te overdenken dat ze wel niemand van die dieren ooit meer zou tegenkomen. Maar ze wist zelf ook wel dat het eigenlijk veel erger was: dat ze haar vriendjes, waar ze de laatste dagen zoveel mee beleefd had, niet eens zou herkennen, als ze hen ooit nog terug zou zien.<\/p>\r\n\r\n\r\n<div class=\"pb\">[p. 512]<\/div>\r\n<h4 class=\"small-margins\">Bianca.<\/h4>\r\n\r\n<p>\u2018Kind! Bianca! Kind!\u2019 riep Bianca&#8217;s moeder, toen Bianca haar huis binnen kwam. En ze huilde en huilde, en knuffelde Bianca aan een stuk door, en die werd daar een beetje sikkeneurig van. \u2018Heel Nederland is in rep en roer,\u2019 zei Bianca&#8217;s moeder. \u2018De radio staat roodgloeiend van de S.O.S.-berichten. En dat allemaal voor jou. Kind, kind.\u2019 Het was al avond, en er was een buurman op bezoek. En Bianca ging mee naar de huiskamer, en ze vertelde het hele verhaal, van Fientje, en Wolfgang, en Das, en Simon, en de haas, en Engeltje, van de bootreis, en het eiland, en de reigers, en de zeebodem, en het vlooientheater. En toen ze na al haar verhalen eindelijk naar bed was gestuurd, zei de buurman tegen haar moeder: \u2018Ik heb het je al meer gezegd, Marion, dat kind van je is rijp voor de psychiater. Die bootreis, dat lopen onder water, enfin, het hele verhaal, je moet je gewoonweg niet voorstellen wat dat kind allemaal aan het verdringen is op sexueel gebied. En bovendien heeft ze een negatieve buurmanbinding.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">En ondertussen lag Bianca in haar bed, en plotseling moest ze er aan denken hoe ze eens een egel een plas water ingerold had met haar voet, en toen kwam die egel boven water uit, en zei \u2018hatsjie\u2019, en wandelde verontwaardigd weg. Toen werd Bianca&#8217;s kussen helemaal nat van de tranen, en ze veegde haar neus af met de palm van haar hand, net zoals Fientje dat placht te doen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Tenslotte viel ze in een diepe, diepe slaap. En de volgende morgen werd ze z\u00f3 verdrietig wakker, dat ze dacht: \u2018Nu zullen alle vogels wel ge\u00ebmigreerd zijn.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Maar alles werd al gauw weer heel gewoon, en Bianca werd een braaf meisje, en ze spijbelde haast nooit meer, en ze wilde ook geen musketier meer zijn.<\/p>\r\n\r\n<\/div><div class=\"wp-block-column dbnl-rechts is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:33.33%\"><div id=\"noten-apparaat\"><div class=\"interp\">\n<h3>Over dit hoofdstuk\/artikel<\/h3>\n<p><label>auteurs<\/label><\/p>\n<p> <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=wilm003\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Willem Wilmink<\/a><\/p>\n<br>\n<\/div><\/div><\/div><\/div>","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>[p. 492] W.A. Wilmink Het reisgezelschap van de Amstel Bianca. Sommige kinderen wonen in een klein huis, en ze hebben een goed rapport. Andere kinderen wonen in een groot huis, en ze hebben een slecht rapport. Er is altijd wat. Sommige leraren zijn veel te streng, en andere leraren zijn lang niet streng genoeg. Het&#8230; <a class=\"more-link\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/w-a-wilminkhet-reisgezelschap-van-de-amstel\/\">Lees verder <span class=\"read-more-arrow\"><\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","class_list":["post-299694","dbnl","type-dbnl","status-publish","hentry"],"acf":[],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO plugin v26.4 - https:\/\/yoast.com\/wordpress\/plugins\/seo\/ -->\n<title>W.A. Wilmink  Het reisgezelschap van de Amstel &#183; Uitgeverij Van Oorschot<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/w-a-wilminkhet-reisgezelschap-van-de-amstel\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"W.A. Wilmink  Het reisgezelschap van de Amstel &#183; Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"[p. 492] W.A. Wilmink Het reisgezelschap van de Amstel Bianca. Sommige kinderen wonen in een klein huis, en ze hebben een goed rapport. Andere kinderen wonen in een groot huis, en ze hebben een slecht rapport. Er is altijd wat. Sommige leraren zijn veel te streng, en andere leraren zijn lang niet streng genoeg. Het... Lees verder\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/w-a-wilminkhet-reisgezelschap-van-de-amstel\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"article:modified_time\" content=\"2021-06-04T11:30:26+00:00\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"39 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\/\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/w-a-wilminkhet-reisgezelschap-van-de-amstel\/\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/w-a-wilminkhet-reisgezelschap-van-de-amstel\/\",\"name\":\"W.A. Wilmink Het reisgezelschap van de Amstel &#183; Uitgeverij Van Oorschot\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\"},\"datePublished\":\"1965-12-31T23:01:16+00:00\",\"dateModified\":\"2021-06-04T11:30:26+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/w-a-wilminkhet-reisgezelschap-van-de-amstel\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/w-a-wilminkhet-reisgezelschap-van-de-amstel\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/w-a-wilminkhet-reisgezelschap-van-de-amstel\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"DBNL\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"W.A. Wilmink Het reisgezelschap van de Amstel\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\",\"name\":\"Uitgeverij Van Oorschot\",\"description\":\"\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"W.A. Wilmink  Het reisgezelschap van de Amstel &#183; Uitgeverij Van Oorschot","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/w-a-wilminkhet-reisgezelschap-van-de-amstel\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"W.A. Wilmink  Het reisgezelschap van de Amstel &#183; Uitgeverij Van Oorschot","og_description":"[p. 492] W.A. Wilmink Het reisgezelschap van de Amstel Bianca. Sommige kinderen wonen in een klein huis, en ze hebben een goed rapport. Andere kinderen wonen in een groot huis, en ze hebben een slecht rapport. Er is altijd wat. Sommige leraren zijn veel te streng, en andere leraren zijn lang niet streng genoeg. Het... Lees verder","og_url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/w-a-wilminkhet-reisgezelschap-van-de-amstel\/","og_site_name":"Uitgeverij Van Oorschot","article_modified_time":"2021-06-04T11:30:26+00:00","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"39 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/w-a-wilminkhet-reisgezelschap-van-de-amstel\/","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/w-a-wilminkhet-reisgezelschap-van-de-amstel\/","name":"W.A. Wilmink Het reisgezelschap van de Amstel &#183; Uitgeverij Van Oorschot","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website"},"datePublished":"1965-12-31T23:01:16+00:00","dateModified":"2021-06-04T11:30:26+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/w-a-wilminkhet-reisgezelschap-van-de-amstel\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/w-a-wilminkhet-reisgezelschap-van-de-amstel\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/w-a-wilminkhet-reisgezelschap-van-de-amstel\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"DBNL","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"W.A. Wilmink Het reisgezelschap van de Amstel"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/","name":"Uitgeverij Van Oorschot","description":"","potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"}]}},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl\/299694","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/dbnl"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=299694"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=299694"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}