{"id":299936,"date":"1968-01-01T00:00:06","date_gmt":"1967-12-31T23:00:06","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/dbnl\/van-oudshoorn-de-zelfmoord-en-het-vrouwelijk-geslachthuug-kaleis\/"},"modified":"2021-06-04T12:37:39","modified_gmt":"2021-06-04T11:37:39","slug":"van-oudshoorn-de-zelfmoord-en-het-vrouwelijk-geslachthuug-kaleis","status":"publish","type":"dbnl","link":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/van-oudshoorn-de-zelfmoord-en-het-vrouwelijk-geslachthuug-kaleis\/","title":{"rendered":"Van Oudshoorn, de zelfmoord en het vrouwelijk geslacht\r\n\r\nHuug Kaleis"},"content":{"rendered":"<div class=\"wp-block-columns alignwide is-layout-flex wp-container-core-columns-is-layout-9d6595d7 wp-block-columns-is-layout-flex\"><div class=\"wp-block-column dbnl-links is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:66.66%\">\r\n\r\n <interp type=\"primair\" value=\"kale001\"><\/interp><interp type=\"secundair\" value=\"ouds001\"><\/interp><div class=\"pb\">[p. 33]<\/div>\r\n<a name=\"5\"><\/a>\r\n<h3>Van Oudshoorn, de zelfmoord en het vrouwelijk geslacht\r\n<br><i>Huug Kaleis<\/i>\r\n<\/h3>\r\n\r\n<blockquote>\r\n<i>And why are we interested in the soul<\/i>\r\n\r\n<br><i>of the writer? Not because we are so interested<\/i>\r\n\r\n<br><i>in writers as such. But because of the<\/i>\r\n\r\n<br><i>insatiable modern preoccupation with psychology,<\/i>\r\n\r\n<br><i>the latest and most powerful legacy of the<\/i>\r\n\r\n<br><i>Christian tradition of introspection.<\/i>\r\n\r\n<br>\r\nSusan Sontag<\/blockquote>\r\n\r\n<p>Geen andere nederlandse schrijver dan J. van Oudshoorn heeft zich zo geobsedeerd beziggehouden met dat ene \u2018probl\u00e8me philosophique vraiment s\u00e9rieux\u2019 dat Camus stelt in de aanvang van zijn <i>Mythe de Sisyphe:<\/i> de zelfmoord. \u2018Juger que la vie vaut ou ne vaut pas la peine d&#8217;\u00eatre v\u00e9cue\u2019, vervolgt Camus, \u2018c&#8217;est r\u00e9pondre \u00e0 la question fondamentale de la philosophie\u2019. Een personage als Willem Mertens is, wenend of met \u2018dorre ogen\u2019, vrijwel uitsluitend bezig met deze \u2018question fondamentale\u2019. Het is niet overdreven te beweren dat de romans van J. van Oudshoorn de gevoelswereld uitbeelden van de zelfmoordenaar, indien men daaronder wil verstaan: iemand in wie een verwoede, altijd onbeslist blijvende strijd plaats vindt tussen krachten die ten dode voeren en andere die tot het leven verleiden; iemand die, terugdeinzend voor een definitief antwoord, niet ophoudt zich te martelen met de vraag of het leven de moeite waard is geleefd te worden: een chronische kwaal. Want waarom zou men onder \u2018zelfmoordenaar\u2019 uitsluitend begrijpen degeen in wie de balans al ten gunste van de dood is doorgeslagen, een lijder aan een acute kwaal die, metterdaad de consequentie trekkend, vergif slikt, in het water springt, zich ophangt of zich een kogel door het hoofd jaagt? Dat is een beperkte visie. Het schommelen van de balans is essenti\u00ebel en de moordende handeling even bijzakelijk als het gewichtje dat de doorslag geeft. Zelfmoordenaars die hun lot in eigen handen nemen als gevolg van een wilsbesluit zijn even zeldzaam als er Corn\u00e9liaanse zielen zijn, trotse Romeinen en Sto\u00efci, die leven in vernedering geen seconde dulden. De zelfmoordenaars die de regel vormen zijn wilszwakke weifelaars, mensen die, aan leven in de nederlaag gewend, niet kunnen kiezen, voor zich l\u00e0ten kiezen, wachtend tot het lot hier een gewichtje bij zal \r\nleggen of er daar \u00e9\u00e9n af zal nemen, zelfs als ze reeds tot de daad gekomen zijn.\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 34]<\/div><p>Marilyn Monroe placht zich te vermoorden door een overgrote dosis slaapmiddelen in te nemen, maar met de telefoon naast zich, opdat zij, nog v\u00f3\u00f3r de bedwelming dodelijk werd, haar dokter zou kunnen bellen, als het leven ondertussen in bekoring mocht toenemen. En natuurlijk doet het dat nooit zo sterk als juist met de dood voor ogen!<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ik neem trouw de dosis, waarom niet de drank \/ Die mij in \u00e9\u00e9n teug hielp over alles heen&#8230;?\u2019 vraagt Slauerhoff zich af, even later, onder invloed van reeds de gedachte aan zelfmoord, weer hoop vattend: en dan \u2018staat men op uit den dood voor de zoveelste maal\u2019. Deze gedoemde dichter behoorde tot de weifelaars, de indirecte zelfvernietigers, zichzelf zo verwaarlozend dat hij al op 38-jarige leeftijd stierf, gesloopt door tropische malaria en wie weet tuberculose, deze typische vorm van langzame zelfdoding. \u2018Ondervinden ook jelui dat alleen de gedachte aan de dood het leven nieuwe glans vermag te verlenen?\u2019 vraagt Eduard Verkoren in <i>Louteringen,<\/i> na een wandeling aan zee. Om dezelfde reden vermeit de hoofdpersoon in <i>Achter groene horren<\/i> zich regelmatig \u2018in decoratieve voorstellingen over de eigen begrafenis\u2019. En Willem Mertens ziet wel bijzonder duidelijk dat \u2018het besef zijn leven vrijwillig een einde te kunnen bereiden, als vroeger de ellende tijdelijk uitdreef\u2019. J. van Oudshoorn bezat een verbluffend heldere, uit introspectie voortkomende kennis van de psychische mechanismen welke in de zelfmoordenaar werkzaam zijn; een kennis die door de wetenschap alleen maar bevestigd kan worden. Schrijvend over de Freudiaanse theorie aangaande de doodsdrift en de levensdrift, stelt dr. Westerman Holstijn dat \u2018de ene gronddrift wanneer die sterk geactiveerd is, de andere kan opwekken\u2019, na al eerder \u2018het eigenaardige feit\u2019 vermeld te hebben \u2018dat wij soms na een ernstige doch mislukte zelfmoordpoging een aanmerkelijke verbetering in de psychische situatie zien optreden\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Opmerkelijk is in dit verband dat Willem Mertens&#8217; depressieve stemmingsschommelingen eerst door een nu en dan wild opflakkerende vitaliteit worden doorbroken in de laatste hoofdstukken, wanneer de zelfmoord al als onontkoombaar wordt aangevoeld. De duffe burgerkost van zijn hospita versmadend, eet en drinkt hij overvloedig, en voor het eerst is er sprake van vrolijkheid, zelfs van een \u2018dierlijke vrolijkheid\u2019. Er is een \u2018zacht tintelende vreugde\u2019 in hem, en de dag v\u00f3\u00f3r zijn einde, geconfronteerd met de \u2018ruisend-brekende zee\u2019, voelt hij zich \u2018in een lichte verrukking bijna gelukkig\u2019; terwijl de schrijver zelfs later nog melding maakt van zijn \u2018goede stemming\u2019. Enkele seconden voordat zijn symbolische dood wordt voltrokken, in de laatste indrukwekkende regels van het boek, leest men de raadselachtige, maar in het licht van de interactie der twee gronddriften heel begrijpelijk wordende zin: \u2018Toen begreep hij plots de kostbare staat\u2019. Hier tegenover staat echter dat Mertens&#8217; vrolijkheid smadelijk verstoord wordt door \u2018het hoongejoel van een horde jongens\u2019 en dat zijn sensaties van geluk worden afgewisseld door \u2018bevende doods-<\/p><div class=\"pb\">[p. 35]<\/div><p>angst\u2019. Want het wankelen tussen twee stemmingen is niet opgehouden; alleen de uitslagen zijn groter geworden. Op overeenkomstige wijze wordt ook de balans van Mertens&#8217; zelfgevoel in steeds extremere standen gebracht, vari\u00ebrend van een walging van zichzelf die \u2018met een hevige aanval van loos braken gepaard\u2019 gaat tot een grootheidswaan die krankzinnigheid doet vermoeden. Wanneer hij in het eerste hoofdstuk zich in een spiegel bekijkt, ziet hij een bleek \u2018ingevallen gelaat, onaanzienlijk\u2019, een \u2018weifelend beeld\u2019 dat schuw omgluurt \u2018als een dier in gevaar\u2019; hij heeft een \u2018diepe minachting voor zich zelf\u2019, wordt \r\nverteerd door \u2018schaamte\u2019 en waant zich door \u2018stekerig-lachende blikken vervolgd\u2019. Maar als hij, na zelfmoord overwogen te hebben, in het begin van het hoofdstuk \u2018Ethische Verkwijning\u2019, \u2018zich onderzoekend in de spiegel\u2019 opneemt, is het \u2018niet zonder welbehagen\u2019 en ontdekt hij in zich iets van de \u2018adel\u2019 van \u2018een diep kunstenaar of gewetenloze koning\u2019. Willem Mertens is een Narcissus die zichzelf is gaan haten; als de waanzin bezit van hem neemt, regredi\u00ebert hij tijdelijk naar het infantiele stadium waarin hij zichzelf\u2019, wordt verteerd door \u2018schaamte\u2019 en waant zich door \u2018stekerig-lachende onmetelijke hoogmoed. Wat op Mertens van toepassing is, geldt ook bijvoorbeeld voor Eduard Verkoren, wiens \u2018ziekelijke verbeelding\u2019 vaak is \u2018verzonken tot het laagste slopingswerk\u2019 om dan \u2018plotseling vrijgelaten\u2019 zich \u2018ijdeltorenhoog in leegste zelfoverschatting\u2019 te verheffen. De Van Oudshoorn-personages zijn altijd mensen die als kind het leven begonnen met bijzonder hooggespannen verwachtingen omtrent zichzelf, een feit dat &#8216;t duidelijkst tot uiting komt in <i>Achter groene horren,<\/i> waarvan de hoofdpersoon als \u2018die hoogstbegaafde en veel belovende knaap\u2019 wordt gekenschetst, die door anderen vanwege zijn trots \u2018meneer de baron\u2019 en de \u2018ongenaakbare\u2019 wordt genoemd. Onder invloed van liefdesontbering in een door armoede en echtelijke onmin gekenmerkt gezin, mede als gevolg hiervan masturberend, zijn deze personen echter al vroeg prooi van hevige schuldgevoelens; ze vereenzamen steeds meer, raken steeds machtelozer overgeleverd aan een verachting en een haat jegens zichzelf, die de op het leven gerichte instincten lamleggen en het verlangen naar de dood doen overheersen. Hun zelfkwellersgesteldheid maakt dat ze van kwaad tot erger vervallen, dat \r\nze diefstal en kasvervalsingen plegen, dat ze bij prostitu\u00e9es een geslachtsziekte oplopen, dat ze \u2018opzettelijk\u2019 alle geboden kansen op verbetering verknoeien, zelf steeds weer de omstandigheden cre\u00ebrend waarin ze ongelukkig kunnen zijn, boete kunnen doen. Het bijna ongelooflijke doet zich voor dat Willem Mertens voor het eerst overweegt zelfmoord te plegen wanneer, door een overplaatsing welke een salarisverhoging met zich meebrengt, zijn voornaamste argumenten tegen het leven komen te vervallen. In plaats van met het door hem geleende geld zijn kastekort te vullen, zorgt hij ervoor het te verliezen in een \u2018speelhol\u2019 en bij een \u2018deerne\u2019. En als daarna blijkt dat hem onverhoopt nog een \u2018vergoeding voor uitrusting\u2019 zal worden\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 36]<\/div><p>uitgekeerd, kan hij \u2018van woede stampvoeten\u2019: \u2018&#8230; het geluk wilde niet wijken\u2019! Het monomaan geargumenteer tegen of voor het leven, waaraan de Van Oudshoorn-personages zich zonder ophouden overgeven, hun besluiten en het weer ongedaan maken ervan, blijken slechts voorgrondmanoeuvres te zijn, rationaliseringen, weerspiegelingen in de geest van een strijd die ondergronds, geheel buiten hun zeggenschap om, gaande is. Deze mensen staan volslagen machteloos tegenover wat er in hen omgaat en ze voelen zich er niet in &#8216;t minst verantwoordelijk voor dat ze niet geworden zijn wat ze volgens de hoge verwachtingen in hun jeugd behoorden te worden. \u2018Zoals vroeger alles buiten zijn toedoen ten goede was geloopen, zoo was tenslotte alles buiten zijn schuld mislukt\u2019, leest men in <i>Louteringen<\/i>: \u2018hem trof geen schuld\u2019. Mertens, Verkoren, de \u2018hij\u2019-personen uit <i>Achter groene horren<\/i> en <i>Bezwaarlijk Verblijf,<\/i> zijn machtelozen; zij staan, zo komt het hun zelf voor, onder het grillige bewind van een \u2018vreemde macht\u2019, het lot, of een God, die kan verdoemen of liefhebben. Deze macht, ten opzichte waarvan ze zich in een afhankelijkheidspositie bevinden als die van een kind tegenover de ouders, moet onophoudelijk beproefd worden. Zoals kinderen wel door stout gedrag de liefde van hun ouders op de proef stellen, zo heeft men de indruk dat de personen van Van Oudshoorn met hun zelfdestructie het liefdeloze lot uitdagen om de \u2018hoogstbegaafde en veel belovende knaap\u2019 eindelijk te geven wat hem in het vooruitzicht is gesteld. Ze doen wat Baudelaire zich voorstelt in zijn <i>Mauvais Vitrier:<\/i> een sigaar aansteken naast een kruitvat, \u2018pour voir, pour savoir, pour tenter la destin\u00e9e\u2019. Hoe ondoorgrondelijk ook, het lot en zijn luimen maken zich toch kenbaar, en wel in \u2018voortekens\u2019 of \r\n\u2018vingerwijzingen\u2019, die ze moeten weten te herkennen. In een boek als <i>Tobias en de dood<\/i> zijn termen als \u2018toeval\u2019, \u2018toevallig\u2019, \u2018geluk\u2019, \u2018slecht voorteken\u2019, enz. van een ongelooflijke frequentie; Tobias verdient zijn geld dan ook door speculaties en, zoals alle Van Oudshoorn-figuren, komt hij regelmatig in speelholen, niet om het geld, maar om na te gaan of het lot hem gunstig of ongunstig gezind is. Vlak voor zijn dood doet Willem Mertens in een kroeg mee aan een spel, voor hem blijkbaar een soort ultimatum gericht tot het lot, want als hij verliest luidt de gevolgtrekking: \u2018Het leven was tegen hem, het leven zelf, en het gunde hem zelfs deze kleine genoegdoening niet meer\u2019. En er is sprake van \u2018zijn volslagen onmacht tegen deze hoogste kwaadwilligheid\u2019. Daarna voelt hij zich \u2018plotseling rustig als iemand die na pijnigend onderzoek eindelijk zijn vonnis verneemt\u2019. De vingerwijzing van het lot is ondubbelzinnig geweest: hij moet zelfmoord plegen. Volgens <i>Suicide and attempted suicide<\/i> van Erwin Stengel zou Mertens in werkelijkheid de balans getest hebben van de op het leven gerichte krachten en de destructieve krachten in hem, waarbij bleek dat deze tijdelijk ten gunste van de zelfvernietiging was doorgeslagen.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 37]<\/div>\r\n<p>Bij de bestudering van de Van Oudshoorn-figuren wordt duidelijk dat tussen moord en zelfmoord geen essenti\u00ebel verschil bestaat, dat de zelfmoordenaar eigenlijk een gemankeerde moordenaar is die het gehate object buiten hem, degenen die maken dat hij zich schuldig voelt, degenen die de \u2018stekerig-lachende blikken\u2019 op hem vestigen, als het ware heeft \u2018ingeslikt\u2019, zodat hij het, als deel van zichzelf, alleen maar in zichzelf kan vernietigen. De Van Oudshoorn-figuren stikken bijkans letterlijk in hun voor anderen bestemde agressie; termen die ademnood aanduiden komen in alle boeken zeer veelvuldig voor en kunnen beschouwd worden als sleutelwoorden (stikken, naar adem snakken, een \u2018looden druk\u2019 voelen, \u2018benauwdheid\u2019, \u2018ademstokkend\u2019, enz.)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Van Oudshoorn is zich ervan bewust dat het in wezen om een tegen zichzelf gerichte destructiedrift gaat, een hevige agressie, waarvan slechts verlossing mogelijk is als een uitweg naar buiten geforceerd kan worden, als het, met andere woorden, lukt om masochisme om te zetten in sadisme, zelfverachting in haat jegens anderen. Een merkwaardig duidelijk geval van overgang van de ene toestand naar de andere komt voor in <i>Willem Mertens&#8217; levensspiegel:<\/i> door een \u2018vervaarlijke woede\u2019 gedreven, draait Mertens eerst \u2018met de handen wurgend aan zijn keel\u2019, als wilde hij zichzelf vermoorden, om even later met dezelfde moordende agressie Helene vast te grijpen, de enige tegen wie hij zich nog kan of durft uiten. Op een ander moment, het plan overwegend Helene uit de weg te ruimen, wordt Mertens plots opgeschrikt, en ziet hij zijn \u2018moorddadig gemijmer\u2019 als \u2018vreemd\u2019, \u2018als een griezelig gedierte, dat van uit een hoek der kamer <i>hem<\/i> bespringen wou\u2019. Hetzelfde doet zich voor als hij, wachtend in een huiskamer \u2018in de spiegelomlijsting\u2019 zichzelf ziet, \u2018buiten zich getreden\u2019: \u2018de ongure vreemdeling\u2019, d.w.z. de tegen het einde vaker verschijnende \u2018dubbelganger\u2019, hier de projectie van zijn lagere \u2018ik\u2019, barstensvol agressie.<a href=\"#002\" name=\"002T\"><span class=\"notenr\">1.<\/span><\/a> Zijn reactie is: \u2018een vernietigende angst daaraan overgeleverd te \r\nzijn\u2019. Als daarop \u2018de dochter\u2019, op wie hij wacht, binnenkomt, lijkt het \u2018of hij haar zou aanvallen\u2019. Maar hij beheerst zich. Nauwelijks twee bladzijden verder gaat hij zich echter tegenover haar te buiten in \u2018verschietende visioenen\u2019, \u2018als sleurde hij de dochter met het bleke hoofd omlaag, het bonkend tegen de ruw-houten werkbank\u2019. Op een andere plaats jaagt \u2018zijn gemartelde verbeelding hem met de krimpende nagelvingers blauw wurgend in haar volle blanke halsvlees\u2019. Ofschoon dadelijk gevolgd door zelfverwijt, in de vorm van \u2018het wreedheldere besef van reddeloos verdoold te wezen\u2019, moeten deze sadistische gedachten, die alle vrouwen betreffen, toch bevrijdend hebben gewerkt. Daar, afgezien van het benepen getreiter dat hij Helene laat ondergaan, handelend optreden hem onmogelijk is, resteert hem slechts een afreageren van zijn agressie op anderen in bloedige fantasie\u00ebn, als enige mogelijkheid om te ontkomen aan zelfkwelling of erger.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Als hij zijn haat \u2018tegen de mensen, die zijn ondergang bewerkt hadden\u2019 niet\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 38]<\/div><p>meer zou hebben, zegt Van Oudshoorn over Eduard Verkoren, dan zou \u2018zijn zelfverachting\u2019 geen andere uitkomst meer hebben dan een \u2018gewelddadig einde\u2019, want die haat is een heilzaam \u2018tegenwicht\u2019, herhaalt hij, \u2018in dat onstuimig verlangen zichzelve om te brengen\u2019. Het is een \u2018tot den sprong bereid gedierte\u2019 dat zich daadwerkelijk op de mensen zou willen wreken: \u2018Een hellevaart over lijken. Waarom het nog in toom te houden? Moord, vlammen en vrijheid. Heerlijke klanken!\u2019 Deze gevoelens, welke Menno ter Braak stellig als ressentiment of rancune zou bestempelen, richten zich in <i>Achter groene horren<\/i> tegen de gemeenschap, die een mens tot \u2018ziekte of misdaad\u2019 laat vervallen en hem dan nog uitstoot bovendien: \u2018dan werd die gemeenschap een desperado rijker, op sprong met bommen door groene horren zijn wraakzucht te luchten. Oog om oog, tand om tand&#8230;\u2019 Maar Jan Koos Feijlbrief verrichtte achter de bedoelde groene horren, als klerk van het ministerie van Buitenlandse Zaken, jarenlang trouw zijn administratieve werk, met hoeveel gemopper dan ook; terwijl hij later als tweede kanselier van de nederlandse ambassade te Berlijn vol respect de op straat voorbijtrekkende duitse keizer, \u2018die zelfbewuste heersersfiguur\u2019 gadeslaat, en, zich identificerend met hem, zich weldra verlustigt in visioenen van \u2018steden in laaiende gloed, in brand gezet door de laatste vluchtende horden van een smadelijk verslagen vijand&#8230;\u2019 Als lid van \u2018Nederland en Oranje\u2019, schiep Feijlbrief er behagen in om in de soci\u00ebteit van deze vereniging een spelletje domino te doen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Daadwerkelijke uitingen van agressie komen slechts in de jeugd van de Van Oudshoorn-figuren voor. Zo gaat de 9-jarige Willem Mertens, na een periode van \u2018vreemde inkeer\u2019, over tot \u2018moedwillige vernieling\u2019, \u2018mishandeling\u2019 van \u2018weerloos gedierte\u2019, \u2018diefstal, brandstichting\u2019. De jonge Eduard Verkoren laat, na zich te hebben bloot gegeven in intieme erotische gevoelens, \u2018manke Henk\u2019 struikelen, om hem vervolgens met stokslagen te verjagen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Maar ook in die tijd al is Eduard, bij de \u2018nietigste aanleidingen\u2019, prooi van \u2018dierlijke driftbuien\u2019, van \u2018woedeaanvallen\u2019, als gevolg van \u2018gekrenkte trots\u2019, die hij blijkbaar in zo hevige mate op zichzelf ontlaadde dat hij \u2018krampachtig snikkend het bewustzijn verloor\u2019, als gold het een epileptische aanval.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Bij Van Oudshoorn heeft de tegen zichzelf gerichte agressie duidelijk een erotische lading. Het verlangen naar de dood is bij Willem Mertens een \u2018bevende lust die enige gebeurtenis aan het vuige lijf te ontrukken <i>als blinde jeugdaandrang naar zinlijke bevrediging.<\/i> Het was de warm naakte, die zo heimelijk dolgraag door de staal-wrede omgebracht wilde zijn\u2019. De zelfmoord, de actie van het \u2018staal-wrede\u2019 op het \u2018warm naakte\u2019, is bij deze schrijver kennelijk een jegens zichzelf begane daad van erotische agressie, die met de onanie, welke zijn hele werk doorspookt, dan ook herhaaldelijk vergeleken wordt. Eduard\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 39]<\/div><p>Verkoren bijvoorbeeld meent dat de \u2018zich zelf vernietigende werking van zijn denken geestelijk dezelfde tegennatuurlijke handeling was, waarmede hij het beste deel zijner jeugd had zoek gemaakt\u2019. Als men bedenkt dat, Freudiaans bezien, zweven en vliegen symbolen zijn voor de co\u00eftusbeleving, dan moet men Mertens&#8217; sterven, deze \u2018doelbewuste zweving naar het Andere\u2019, wel zien als een erotisch gebeuren.<a href=\"#003\" name=\"003T\"><span class=\"notenr\">2.<\/span><\/a> Tegenover erotische verleidingen staan de figuren van Van Oudshoorn op dezelfde manier weifelend als tegenover de zelfmoord. \u2018Blijven toezien, naar welke kant de weegschaal zou doorslaan\u2019, denkt de hoofdfiguur van <i>Achter groene horren.<\/i> Die uit <i>Louteringen<\/i> toont zich even besluiteloos nadat hij een hoer gevolgd heeft, die onverwacht door een andere mogelijke klant wordt aangesproken: \u2018Verscholen achter een boom bespiedde Eduard de tergende beslissing van zijn lot\u2019!<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Erotisch verlangen en doodsverlangen vallen bij hem samen. Van \u2018de vrouwelijke bezoekers\u2019 van een salon ziet de hoofdpersoon van de novelle <i>Bezwaarlijk Verblijf<\/i> \u2018de verlokkende vleeschbedekking tegelijk met de skeletten\u2019. Een passage uit <i>Louteringen<\/i> onthult meer: \u2018Alleen wist hij bij ingeving\u2019, zo mijmert de adolescent Verkoren, \u2018dat waar de heefe <i>zonde,<\/i> in brutaalste hoon van doelmatigheid der geslachten, pas haar afgrijslijk leven hels wordt aangeblazen, dat daar zijn ziekelijk verlangen voor de praktijk terugdeinsde. Dit verlangen was de <i>drempel der oneindigheid,<\/i> die hij tijdens het leven niet durfde te overschrijden. Dit was naar buiten als naar binnen dezelfde grens. <i>Van beide zijden stuitte hij eindelijk op den dood\u2019.<\/i> Het bedrijven van erotiek en de omgang met de dood betekenen \u00e9\u00e9n en dezelfde grensoverschrijding, die hem tegelijk magisch aantrekt en panische angst inboezemt: een vreemde ambivalentie die niet alleen Verkoren karakteriseert maar alle personages van Van Oudshoorn. Dat men van de erotiek de aantrekkingskracht ervaart en het orgasme vergelijkt met de dood, omdat in beide gevallen immers bewustzijnsverlies optreedt, is even normaal als dat men angst heeft voor de dood; terug te deinzen voor het geslachtelijk verkeer, er bang voor te zijn als voor het sterven, is daarentegen even ongewoon als door de dood aangetrokken te worden.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ik ken maar \u00e9\u00e9n schrijver voor wie dit in even hoge mate karakteristiek is: Michel Leiris, een \u2018maniaque de la confession\u2019, een eveneens door zelfvernietiging en schuldgevoelens geobsedeerde, die blijkens zijn <i>L&#8217;\u00e2ge d&#8217;homme<\/i> de liefde ook slechts kan zien in het teken van tranen en marteling, als iets zondigs, dreigends en noodlottigs, als iets, zegt hij, \u2018o\u00f9 l&#8217;on risque de laisser sa vie\u2019. Leiris, die Freudiaans geschoold is, voert als verklaring aan: castratieangst. Verminking van de phallus, het magisch symbool van mannelijke macht, van onsterfelijkheid, staat gelijk aan de dood. Doordat hij het overschrijden van de \u2018drempel der oneindigheid\u2019 bewust beoefent als een cultus, die hem een mengsel van angst en genot oplevert, een sensatie die hij \u2018le sacr\u00e9\u2019 noemt, onderscheidt Leiris zich echter van onze Van Oudshoorn. Ik zou hem dan ook\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 40]<\/div><p>niet ter verheldering van diens duisterheden naar voren gehaald hebben, indien er niet een ander, zeer frappant punt van overeenkomst bestond. Leiris vat de vrouwen die voor hem het meest angstwekkend zijn samen in \u00e9\u00e9n figuur, de oudtestamentische Judith, die Holophernes verleidde, met hem naar bed ging, om hem daarna met zijn eigen zwaard het hoofd af te houwen, als drastische daad van castratie. Welnu, bij Van Oudshoorn, in <i>Tobias en de dood,<\/i> komt een overeenkomstige vrouwenfiguur voor, \u2018een Jodinnetje\u2019, een \u2018wilde furie\u2019, met zwart kroeshaar en amandelvormige ogen, die zich Judith laat noemen. Zij neemt zelf het initiatief tot de kennismaking en verlokt hem tot een \u2018noodlottig t\u00eate \u00e0 t\u00eate\u2019, dat daarna een wraakzucht gewekt blijkt te hebben, die reeds in haar woorden dat \u2018hij zich eigenlijk een halve Holofernes\u2019 diende te voelen doorschemert. Nog \u00e9\u00e9n keer doemt de \u2018femme fatale\u2019 in het leven van Tobias op, in de gestalte van een eveneens amandelvormige ogen bezittende Creoolse, wier vreeswekkende, \u2018castrerende\u2019 vrouwelijkheid veruiterlijkt wordt in \u2018roofdierachtige grote blanke tanden\u2019: \u2018een groot beest in mensenkleren\u2019, aan wier slaapkamer Tobias, deze wensvervullende Van Oudshoorn-figuur, de enige die de dood overwint, nog te juister tijd weet te ontsnappen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Treffend is verder dat de anti-Judith, de deugdzame, lijdende vrouw, bij Leiris vertegenwoordigd door Lucretia, de Romeinse die na haar verkrachting zelfmoord pleegde, bij Van Oudshoorn ook aanwezig is. De Judiths doden en de Lucretia&#8217;s vragen erom gedood te worden, zodat bij de \u00e9\u00e9n het masochisme van de ambivalente man en bij de ander het sadisme aan zijn trekken komt, beide, volgens Freud, \u2018verzinnelijkte\u2019 uitingen van de doodsdrift. Bij Van Oudshoorn komen de Lucretia&#8217;s veelvuldiger voor, nauwelijks gevarieerd en onveranderlijk blond. In <i>Willem Mertens&#8217; levensspiegel<\/i> is het de zich noodgedwongen prostituerende, al Mertens&#8217; sadismen duldende Helene. In <i>Bezwaarlijk Verblijf<\/i> heet zij Sophie, violiste in een \u2018dameskapel\u2019 maar ook een \u2018deerne\u2019, die hij kwelt, maar die bereid zou zijn \u2018samen ook die laatste reis te aanvaarden\u2019. In <i>Tobias en de dood<\/i> verschijnt zij tenslotte als Irma, een teringachtige prostitu\u00e9e, die, ook al onder invloed van die \u2018vreemde macht\u2019, Tobias vraagt haar \u2018te helpen er een eind aan te maken\u2019. Als \u2018een hulpbehoevend klein diertje\u2019, soms huilend, vindt zij troost aan Tobias&#8217; machtige borst, alsof de auteur haar heeft willen laten toekomen wat Willem Mertens het meest verlangd moet hebben&#8230;<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Dat er tussen Michel Leiris en J. van Oudshoorn een analogie bestaat, wat betreft de verhouding tot vrouwen en de eigenaardigheid om m\u00e8t de erotiek de dood te beleven, valt hierna niet te ontkennen. Maar impliceert dit dat ook Van Oudshoorn een castratiecomplex had?<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>\r\n<i>Tobias en de dood<\/i> is, bezien in het geheel van J. van Oudshoorns oeuvre,\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 41]<\/div><p>stellig een uitzonderlijk boek; temidden van zoveel verstikkende somberheid een \u2018opademing\u2019, om een karakteristiek woord van de auteur zelf te gebruiken. Kennelijk ontworpen als tegenbeeld van de huilerige frustraten uit de andere romans, moet Tobias Termaete een wensdroom van Van Oudshoorn geweest zijn: deze amorele, schelmachtige figuur overwint op de punten waarop de anderen juist zo jammerlijk falen, nl. de erotiek en de dood. Hij heeft alles van de Don Juan, omringd als hij is door vele jonge mooie vrouwen, die hij even gemakkelijk opdoet als verlaat. Er is echter iets eigenaardigs met hem aan de hand. Terwijl voor de ware Don Juan, die er immers zijn homosexualiteit mee wil weerleggen, de geslachtsgemeenschap essenti\u00ebel is, gaat de donjuaneske Tobias er prat op met zijn buitgemaakte vrouwen \u2018niets dan het betamelijke\u2019 voor te hebben en \u2018het grove werk gaarne aan anderen\u2019 over te laten. De gedachte alleen al aan de \u2018pijnlijke ervaring\u2019 met Judith jaagt deze met \u2018lange, zwarte snorren\u2019 opgesierde held, die volgens de schrijver geen last van een geweten zou hebben, \u2018het schaamrood naar de kaken\u2019! Als mengsel van brokken zelfkennis en gefantaseerde compenserende eigenschappen, is Tobias een heterogeen geheel, om niet te zeggen een psychologische onmogelijkheid. Maar juist daardoor onthult hij des te beter Van Oudshoorns werkelijke verhouding tot de sexualiteit en de vrouwen: deze moet wel zo \u2018onmogelijk\u2019 zijn dat totale onthouding hem als een verheven wenselijkheid voorkomt. Tobias, deze wensvervulling, deze \u2018krachtige natuur\u2019, triomfeert over de dood omdat hij zijn lusten eronder weet te houden. Het is bijna humoristisch hem voor zich te zien, zoals de schrijver hem &#8216;t liefst afbeeldt: een vrouwtje geleund tegen \u2018zijn reuzenlichaam\u2019, of met \u2018haar soepele blanke armen om zijn stierennek\u2019 &#8211; kuis en \r\nvaderlijk, zonder \u00e9\u00e9n gedachte aan het \u2018ongeoorloofde\u2019!<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Een interessante bijzonderheid is dat de vrouwtjes welke de 40 \u00e0 50 jarige Tobias tot zich trekt, zonder uitzondering niet of nauwelijks de puberteit ontgroeid zijn: Irma is \u2018nog geen zeventien\u2019 en heeft een \u2018onschuldig blozend kindergezichtje\u2019; Fransje, die later Judith heet, is misschien 16 maar, waarschijnlijk met het oog op haar speciale rol, wordt hieraan toegevoegd: \u2018ze kon evengoed twintig wezen\u2019; en het dochtertje van de calligraaf, die hem later zal chanteren, is waarschijnlijk nog jeugdiger. Helene is tien jaar jonger dan Willem Mertens en zij scheldt, letterlijk als Irma, haar minnaar plagerig uit voor \u2018afgeleefde kerel\u2019. De voorkeur van Eduard Verkoren gaat uit naar nog jongere meisjes: de \u2018kleine Paula\u2019 is 15 jaar en de \u2018kleine Greta\u2019 die aan het einde van de roman op hem wacht \u2018bij de afzanderij\u2019 is slechts 9 jaar. Er wordt gewaarschuwd tegen \u2018den kindervriend Verkoren\u2019, die een \u2018gevaarlijke voorliefde\u2019 heeft, zodanig blijkbaar dat de referendaris zich gedwongen ziet zijn ambtenaar met verlof te sturen. Wat heeft deze voorliefde voor onrijpe vrouwen, pubers, zelfs meisjes van een leeftijd waarop dezen zich nau-<\/p><div class=\"pb\">[p. 42]<\/div><p>welijks van jongens onderscheiden, te betekenen? Evenals de \u2018hij\u2019 uit <i>Achter groene horren,<\/i> die daartoe geld steelt uit zijn moeders huishoudportemonnaie, en zoals Tobias, heeft Verkoren reeds als scholier en later als student omgang met prostitu\u00e9es; in de daarop volgende periode voelt hij het echter als een overwinning, een bereikte \u2018loutering\u2019, als hij, op de kamer van een jonge hoer verzeild geraakt, deze niet lichamelijk wenst te bezitten maar, om zo te zeggen, voyeuristisch, door haar te tekenen; hierop volgt zijn belangstelling voor kinderen. Keert Verkoren hiermede misschien terug naar de gelukkige tijd die hij als jongen doorbracht in het \r\ndorp, in het bakkersgezin, met de drie dochters voor wie hij hevige puberaal-erotische gevoelens koestert? Deze tijd moet wel uiterst belangrijk zijn. Feijlbrief zelf bracht eens als kind een verkwikkende vacantie door in een bakkersgezin te Oegstgeest. En Willem Mertens doet hij ook al zo&#8217;n gelukkige tijd deelachtig worden, bij \u2018een hoefsmid op het platteland\u2019. Heeft Verkoren, of Feijlbrief, daar een fixatie op puberale meisjes opgedaan, die hij nooit geheel ontgroeid is? Er is veel voor te zeggen. Want aan het einde van die periode, wanneer de puberteit geheel doorbreekt, valt, zoals in elk boek herhaald wordt, de \u2018eenheid van zijn denken\u2019 uiteen; de splitsing, de verdubbeling, waarover zo dikwijls wordt gesproken, vindt dan plaats; zijn \u2018eigenlijke ik\u2019, achtergebleven in het \u2018verloren paradijs\u2019, ziet, zoals het Eduard overkomt, aan de overzijde van de rivier een \u2018leelijke stakerige jongen, bleek en met doorgezakte knie\u00ebn\u2019, die hij niet als werkelijk kan erkennen. Die \u2018leelijke stakerige jongen\u2019, masturbeert hevig, althans met hevige schuldgevoelens, en zoekt, verder uitgegroeid, zijn toevlucht bij de hoeren; maar het \u2018eigenlijke ik\u2019 blijft bij de ongerepte puberale meisjes vertoeven, die zich eens in het dorp aan hem voordeden.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Daar is, volgens <i>Louteringen,<\/i> ten eerste nicht Cornelia, die de jonge Eduard \u2018de vreemdste\u2019 is, voor wie hij \u2018half bang\u2019 is, omdat hij haar in staat acht zelf te beginnen \u2018en dan ook het ergste\u2019. Er is de lieflijke Cato, die hij met tedere gevoelens vereert. En er is de vier jaar jongere Betty. Cornelia en Cato bespiedt hij voyeuristisch, of hij laat zich moederlijk door hen koesteren. Samen in bed, heeft hij met Betty een kinderlijk erotisch contact: \u2018Geen jongen en toch dat wondergemakkelijke eigene als met andere jongens\u2019. Voor de Cornelia&#8217;s is hij bang gebleven; de Cato&#8217;s is hij blijven vereren. En de jongensachtige Betty&#8217;s? Is er bij Van Oudshoorn sprake van homosexuele neigingen? Ontkomt ook hij niet aan de wet die schijnt te gelden voor schrijvers van bekentenisliteratuur, nl. dat ze evenveel verhullen als onthullen, iets ergs bloot geven ten einde het ergste des te veiliger te kunnen verbergen?<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De oedipale situatie is in het bakkersgezin duidelijk herkenbaar aanwezig.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ofschoon Freud waarschijnlijk een volslagen onbekende was voor Van Oudshoorn, die zich het liefst verdiepte in het denken van Hegel, demonstreert hij in Eduard gevoelens die aandoen als eenvoudige illustraties bij de bekendste\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 43]<\/div><p>Freudiaanse theorie. Want Eduard begeert de meisjes, met wie \u2018het enkel lachen en zachtheid\u2019 is, maar voelt zich hierbij gedwarsboomd door zijn oom, \u2018den dikken rossigen heerscher\u2019, die hem en Cato \u2018gewelddadig van elkander\u2019 scheidt! Als in een kermistent, in een idyllisch decor een \u2018naakte\u2019 vrouw getoond wordt, vreest de betoverde jongen dat \u2018de heerschersstem zijns ooms\u2019 bevelen zal het scherm neer te laten. Wanneer de oom ziek naar het \u2018stadsgasthuis\u2019 wordt vervoerd, is een \u2018lichtvaardig verlangen\u2019 in vervulling gegaan: \u2018Het leek bijna als had hij heimelijk schuld aan het ongeluk\u2019&#8230; Maar te beweren dat de jonge Oedipus de vader dood wenst, om met de dochters naar bed te kunnen gaan, gaat toch te ver, want dit Oedipusje, met zijn evident teveel aan schuldgevoelens, waagt het niet actief te begeren, durft de concurrentiestrijd niet aan, en onderwerpt zich al bij voorbaat aan de \u2018heerser\u2019, die hij gunstig voor zich wil stemmen: \u2018Hoe kon hij ook maar in gedachten zich vermeten naast hem als tweede op te treden. Belachelijk\u2019. In de afgesloten ruimte van het \u2018ik\u2019 kan wel de \u2018venijnigste opstand\u2019 uitbreken, en de agressieve driften kunnen er in machteloze woede tieren, maar naar buiten heeft hij een passief-vrouwelijke, masochistische instelling ontwikkeld.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Als Eduard voor dit geval verwisseld mag worden met de hoofdpersoon uit <i>Achter groene horren,<\/i> van wie de vroegste jeugd het meest gedetailleerd behandeld wordt, dan kan men opmerken dat hij thuis dan ook al ongunstig gepreconditioneerd was. In dit boek, dat volgens de auteur zelf het dichtst de autobiografische werkelijkheid benadert, ziet de \u2018hij\u2019-persoon zich als kleuter in een spiegel: \u2018Maar wat nu? Zou dat een jongen moeten zijn? Het kind begon van drift te stampvoeten\u2019. Hij draagt namelijk een \u2018schots rokje\u2019 en heeft een \u2018meisjeshaardracht\u2019. Deze af te knippen baat niet: \u2018de kleine ronde mond bleef die van een meisje&#8230;\u2019 Als jongetje wordt hij door verhitte werkmeiden misbruikt in een sexueel spel, wat grote angsten in hem teweegbrengt. Later speelt hij graag in zijn fantasie met de figuren uit een meisjesprentenboek. Het feit dat Feijlbrief blijkens zijn brieven zeer gehecht bleef aan zijn moeder, behoeft niet in tegenspraak te zijn met de voorstelling die hij van haar geeft in zijn boeken: een rechtschapen, stugge, ook wel bijbelvaste vrouw, \u00e9\u00e9n en al verbod. Hartverscheurend is de passage in <i>Achter groene horren<\/i> waarin de \u2018hij\u2019-figuur haar wil vermurwen tot het geven van een beetje genegenheid en tenslotte in wanhoop contact wil forceren door uit een commode geld van haar te stelen. &#8216;s Nachts droomt hij symbolisch hierover: \u2018Van mening dat het om de commode ging, hield zij die een ogenblik achter zich beschut. Begon hem dan &#8211; een porceleinen lamp, gebarsten, brandend, ten afweer opgeheven &#8211; terug te drijven in de nacht&#8230;\u2019 Het libido van de jongen wordt onbarmhartig naar het eigen lichaam teruggewezen; nadat het zich eerst heeft pogen te vestigen op de enige zuster, voor wie hij duidelijk incestueuze verlangens gekoesterd heeft, waarop de auteur verscheidene malen terugkomt.\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 44]<\/div><p>Hij draalt aan de kamerdeur van de zuster, die als \u00e9\u00e9n jaar ouder en vroegrijp wordt voorgesteld, en die hem \u2018reeds een vreemde aan vlees en bloed\u2019 is.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Waarom niet?\u2019 stond er enkel nog met reuzenletters in het midden der heining. Dat betrof de zuster\u2019. \u2018Of zondigen en doodgaan eenzelfde waren?\u2019 vraagt hij zich af. Hij sterft dan symbolisch, zoals de zuster, en de vader (\u2018want die werd bedrogen\u2019). Met de vader, die soms als streng, soms als gevoelig wordt voorgesteld, en die al vroeg sterft, wedijvert de zoon evenmin als Eduard met zijn oom, de \u2018heerser\u2019. In <i>Achter groene horren<\/i> staat een ontroerende droom, waarin de vader, \u2018de ogen van beschuttende liefde vol\u2019, hem \u2018even aan de bovenwang zoende\u2019. Zijn tekort aan mannelijke strijdlust blijkt ook als hij Asta, het meisje uit de bloemenwinkel, ontvlucht is, al te grif \u2018bereid het veld te ruimen voor die andere candidaat\u2019; hij volgt zonder jaloezie het nieuw gevormde paartje en bespiedt het.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>De hoofdpersoon uit <i>Achter groene horren<\/i> vlucht niet alleen voor vrouwen; minstens even intrigerend is dat hij eveneens mannen ontvlucht, met wie hij een beginnende vriendschap heeft. Met een \u2018nieuwe vriend\u2019 is hij \u2018ver van ieder toezicht, in een leeg huis op een kamer, waar de atmosfeer als van de in dat gruwbare boek beschreven kostschoolnachten de zinnen te verontrusten begon\u2019. \u2018Des te gebiedender dan, ook deze tastende omgang te staken&#8230;\u2019 (blz. 149). Voordat dit besluit valt, wordt er verwezen naar een voorafgaande ervaring met een zekere Jules, met wie hij \u2018in een duinpan luierend\u2019 (maar er zijn ook ontmoetingen bij de al eerder genoemde \u2018afgraverij\u2019) \u2018op een dier wakke plekken\u2019 verdoold raakt, waardoor het heldere \u2018vriendschapgevoel\u2019 voor goed heet te zijn vertroebeld (blz. 62, 63). Er is een tweede, nog interessantere verwijzing, naar \u2018een jonge sater\u2019 wiens \u2018bij het sluisje uitgestrooide zaad, in gisting raakte\u2019. Deze sater kan alleen maar de als Verwaayen (of Verwaaien) aangeduide figuur zijn, wiens \u2018schrale haaktronie\u2019 in die duinpan op geheimzinnige wijze op de romp van Jules (of Leon) verschijnt, diens gelaat vervangend, om \u2018een sinds lang vergeten proefles nieuw leven\u2019 in te blazen. Want met deze heeft de \u2018hij\u2019-persoon een ontmoeting gehad, jaren geleden, bij \u2018het sluisje\u2019, in de \u2018zandige afgraverij\u2019 (deze met hevige emoties geladen, want veel terugkerende plek: daar trof Verkoren \u2018de kleine Greta\u2019!) Wat gebeurde daar? In de betreffende passage is Van Oudshoorn uiterst cryptisch: hij neemt de broer in vertrouwen in plaats van de zuster, staat er slechts, en hij begon \u2018van onder zijn haakneus een soort fanfare af te blazen en heette, op zijn manier dan, het kind te knielen\u2019 (blz. 27).<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Wie is Verwaayen? Behalve een \u2018haakneus\u2019, blijkt hij ook een \u2018piepstem\u2019 te bezitten (blz. 23), zoals de \u2018Don Juan der expeditie (blz. 114), en zoals in <i>Bezwaarlijk Verblijf<\/i> een persoon die onmiskenbaar als homosexueel getypeerd wordt: \u2018een jongmensch, geblanket en met een piepstem\u2019 (blz. 53).<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 45]<\/div>\r\n<p>En waaruit bestaat toch die geheimzinnige <i>proefles<\/i> welke de haakneuzige, piepstemmige sater Verwaayen geeft? Combinatie van de legpuzzelfragmentjes toont deze mogelijkheid: het is een inwijding in de homofiele erotiek.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Van hier naar de \u2018gore lange\u2019 die, vermomd als de Dood, Willem Mertens tenslotte een laatste <i>les<\/i> komt geven, is een voor de hand liggende stap. Deze \u2018lange jongen\u2019 is degeen die hem \u2018als kind in het schemere park de geheime zonde had geopenbaard\u2019; en deze \u2018overweldigende vijand\u2019, deze \u2018gluipling\u2019 moet ook degeen zijn die hem in hetzelfde park \u2018de <i>aanschouwelijke les\u2019<\/i> gaf. In de passage waarin dit laatste meegedeeld wordt, uit Mertens zijn vrees om, onder invloed van deze les, ook tot \u2018het laagste kwaad\u2019 te zullen vervallen, zodat hij op het punt staat \u2018bij een dokter hulp te zoeken\u2019. Als onanie een reeds toegegeven kwaad is, wat kan dan \u2018het laagste kwaad\u2019 nog zijn? Dat moet dan, temeer daar de gegeven les <i>aanschouwelijk<\/i> was, wel mutuele onanie geweest zijn; en als reden dringend genoeg om doktershulp in te roepen kan ik slechts bedenken: homofiele begeerten.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In het \u00e9\u00e9n jaar voor zijn dood geschreven, postume verhaal <i>Bezwaarlijk Verblijf,<\/i> waarvan sommige passages als nauwelijks vermomde bekentenissen aandoen, keert Van Oudshoorn voor de laatste maal terug naar de traumatische plek in zijn geheugen; en hij is dan duidelijker dan ooit tevoren, sprekend over een \u2018drang\u2019 die \u2018schier onweerstaanbaar om vervulling vroeg\u2019, namelijk zijn drang \u2018om voor het eenzaam begeeren eindelijk een medeplichtige te vinden\u2019, om \u2018het eenzaam narcisme van den aanvang met een mede- en tegenspeler te deelen\u2019. De kracht om \u2018met <i>den<\/i> deugniet te breken\u2019 zou daarbij verspild geweest zijn. Na het voorafgaande is de veronderstelling niet al te gewaagd dat met \u2018den deugniet\u2019, die zo duidelijk mannelijk is, een figuur bedoeld wordt van het slag van de sater Verwaayen of de \u2018goor-slappe, lange jongen\u2019 uit het park.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In zijn <i>Vorlesungen \u00fcber die Psychoanalyse<\/i> noemt Freud de ziektevorm \u2018waarin de pati\u00ebnt zich verweert tegen een overmachtig geworden homosexuele prikkel\u2019: <i>paranoia persecutoria,<\/i> daarbij vaststellend \u2018dat de vervolger in verreweg de meeste gevallen van hetzelfde geslacht is als de vervolgde\u2019. Willem Mertens vertoont tekenen van een parano\u00efde verwerking van zijn jeugdonanie: hij leeft in de obsederende waan dat voor anderen, waaronder zijn ouders, de jongens, een leraar, zijn \u2018zondige gewoonte\u2019 zichtbaar is. Tegen het einde begeeft Mertens zich in een vorm van krankzinnigheid die, gezien symptomen als grootheidswaan, waandenkbeelden, het horen van stemmen, onmiskenbaar een parano\u00efde karakter draagt. En ook de vervolger, de homosexuele verleider, ontbreekt niet. Eerst zit hij, de \u2018gore lange\u2019, als een hoer in een \u2018wit hemd\u2019 achter een raam, waar Mertens naar toe gezogen wordt tot hij bewusteloos neervalt; tenslotte verschijnt hij als heer in rokcostuum in Mertens&#8217; kamer, als \u2018de geweldige\u2019, die hem met zijn \u2018grote witte handen aan de staal-<\/p><div class=\"pb\">[p. 46]<\/div><p>gespierde polsen\u2019 de dood indrijft in een beleving die, aangeduid immers met het woord \u2018zweving\u2019, van erotische aard is.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Na de passage uit <i>Bezwaarlijk Verblijf<\/i> die ik citeerde, denkt de hoofdpersoon na over zijn huwelijk, dat hij sloot, niet uit liefde, maar \u2018als noodzakelijk kwaad\u2019, \u2018om zich tegen erger nog van buiten af te kunnen beveiligen\u2019, een huwelijk waarin de volwaardig vrouwelijke echtgenote zich echter niet \u2018in het ondergrondsche liefdesspel een miskenning van haar kunne\u2019 liet welgevallen, door een man die zich vervolgens een \u2018anti-minnaar\u2019 noemt. Wat wordt bedoeld met dat \u2018erger nog van buiten af\u2019? En waarom gaat hij niet met zijn vrouw naar bed? Met de suggestie een verklaring te geven, last Van Oudshoorn hier twee franse zinnen in: \u2018Pourquoi, femme, as-tu abandonn\u00e9 ton mari? Pour les abus, qu&#8217;il exigeait de mon corps\u2019, waarvan de laatste, die ook in <i>Achter groene horren<\/i> voorkomt, in elk geval ontleend moet zijn aan <i>La tentation de Saint Antoine,<\/i> een barok jeugdwerk van Flaubert dat in de sfeer van \u2018the romantic agony\u2019 thuishoort en dat door Mario Praz dan ook gekwalificeerd wordt als een \u2018orgie \u00e0 la Sade\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Willem Mertens verlustigde zich, zoals ik heb laten zien, in sadistische handelingen die hij in \u2018bloedige visioenen\u2019 vrouwen liet ondergaan. Hierbij sluit aan een droom die verhaald wordt in het hoofdstuk \u2018Droomland\u2019 uit <i>Achter groene horren,<\/i> waarin de \u2018hij\u2019-figuur, in een geur \u2018van uit gapende wonden lauw wellend bloed\u2019, wordt aangezet tot \u2018bronstige daden van geweld\u2019, die hierop neerkomen dat hij \u2018een eenzame gestalte\u2019 aanvalt, zodat weldra \u2018met verstorven trekken er een meisje lag, gebroken teruggezonken\u2019. De voorstelling van de co\u00eftus als \u2018een verschrikkelijk misdrijf\u2019, als een uitleving van sadistische hartstochten waarop de dood volgt, een voorstelling kenmerkend voor de anaal-sadistische phase, komt ook voor in <i>Willem Mertens&#8217; levensspiegel<\/i>, niet als droom, maar gepresenteerd als een werkelijke ervaring, waaruit het stereotiep-schone meisje met \u2018bleek-verwoest gelaat\u2019, \u2018droef-brekende\u2019 en gehavend door \u2018onherstelbaar leed\u2019 tevoorschijn komt. Als de \u2018hij\u2019-persoon uit <i>Achter groene horren,<\/i> later in werkelijkheid, op een bank gezeten naast een meisje genaamd Asta, de gevoelens van zijn droom weer in zich voelt opkomen, staat hij op en verwijdert zich beschaamd. Dat de jonge Eduard, in een dergelijke situatie, het meisje stamelend om vergeving vraagt, moet dezelfde oorzaak hebben. Hier wordt duidelijk wat de Van Oudshoorn-mannen voor gewone vrouwen op de vlucht doet slaan. Ze kennen slechts dit eenvoudige alternatief: de vrouw is \u00f3f een object van uitsluitend geestelijke liefde, van aanbidding, \u00f3f een slachtoffer van beestachtigheid en sadistisch misdrijf! De verhouding die de jongeman uit <i>Achter groene horren<\/i> aanknoopt met het vlasblonde meisje uit de bloemzaak, dat alweer Asta geheten is, duurt voort \r\nzolang deze geheel platonisch blijft; zodra er echter sexuele elementen komen binnensluipen, als hij bijvoorbeeld \u2018deernis\u2019 voor haar gaat\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 47]<\/div><p>voelen, dan staat dit \u2018reeds met een <i>ontluistering<\/i> harer nabijheid gelijk\u2019, en moet de verbintenis haastig verbroken worden. Kentekenend voor zijn schizo-sexuele instelling is dat hij er geen kwaad in ziet haar op het vermoeden te brengen \u2018dat hij nog altijd gaarne donkere paden zocht\u2019; in tegendeel! Het volgende trekje is even kenmerkend: nadat hij Asta en haar nieuwe vriend gevolgd heeft tot ze een huis binnengaan, waar de mededinger zal doen wat hem met een \u2018fris-donzige hinde\u2019 verboden is, loopt de autobiografische jongeman de \u2018donkere wijken\u2019 in op zoek naar een hoer. Het is volkomen duidelijk: de Van Oudshoorn-mannen zijn niet in staat om, wat Freud noemt, de \u2018hemelse\u2019 en de \u2018aardse, dierlijke\u2019 liefde te integreren; ze tonen zich een \u2018kille natuur in hartsaangelegenheden, ondanks ziedende zinnehitte\u2019; naast \u2018een eigenaardig teveel aan geestelijkheid\u2019 bestaat in hen een \u2018overdaad der zinnen\u2019. Enerzijds blijkt er de \u2018hogere\u2019 vrouw te zijn, de reflectie van het moeder-imago, met wie zij niet naar bed kunnen gaan, omdat het incesttaboe erop rust; en anderzijds is er de hoer, bij wie zij hun \u2018zinnekrampen\u2019 ontladen, met als straf een geslachtsziekte, de \u2018gesel der natuur voor geilheid\u2019, die in alle boeken terugkomt. De Helene&#8217;s en de Sophie&#8217;s, die zich incidenteel, noodgedwongen prostitueren en tegenover wie de Van Oudshoorn-man zich al gauw een \u2018maquereau\u2019 voelt, vertegenwoordigen een tussensoort met eigen problemen; Helene moet gekweld en vernederd worden en in Sophie dient \u2018wat zich aan persoonlijkheid gered had\u2019 te worden vertrapt. Daar ligt ook de oplossing van het raadsel waarom de man in <i>Bezwaarlijk Verblijf<\/i> niet met zijn echtgenote naar bed gaat: pour les <i>abus<\/i> qu&#8217;il exigerait de son corps, als hij \r\nhet w\u00e8l deed. Hij zou, als de beestachtige Tobias van v\u00f3\u00f3r zijn bekering tot de kuisheid, zijn vrouw \u2018van stand\u2019 dan moeten behandelen \u2018als een deerne\u2019; en aangezien het onmogelijk is de moeder-madonna zich te laten gedragen \u2018comme les courtisanes des carrefours\u2019, gelijk in het zondige visioen dat Flaubert oorspronkelijk zijn heilige Antoine had toegedacht, moest hij wel \u2018anti-minnaar\u2019 worden! En dat is dan de phase, de weinig aantrekkelijke slotphase, waarin de Van Oudshoorn-mannen, als ze wat ouder worden, terecht komen: het antiminnaarschap, de totale onthouding.<a href=\"#004\" name=\"004T\"><span class=\"notenr\">3.<\/span><\/a> De homosexuele mogelijkheden, die ze wel degelijk in zich hebben, hadden ze al angstig en agressief afgeweerd; de prostitutie, waarin ze tenminste hun sexuele agressie konden ontladen, zijn ze steeds meer, als de homosexualiteit, gaan zien als een kwaad, waarvan ze verlost wilden worden, zodat het huwelijk tenslotte werd tot iets \u2018minder ergs\u2019, een beschutting tegen al dat andere, de Verwaayens, de Helene&#8217;s en de naamloze hoeren, dat \u2018erger nog van buiten af\u2019. De 40 \u00e0 50 jarige Tobias Termaete, die deze evolutie heeft doorlopen, komt in dit licht des te schitterender en fantastischer uit als belichaming van een wensdroom, tot en met in zijn huwelijk met Kitty: een \u2018werkelijke dame\u2019 die met haar forse gestalte, haar \u2018bruinleren manteljas\u2019, haar \u2018hoge bruine rijglaarzen\u2019 echter ook \u2018manhaftig\u2019 is, ter-<\/p><div class=\"pb\">[p. 48]<\/div><p>wijl ze hem royaal de vrijheid laat om reeds tijdens de plechtigheid in de kerk heimelijke blikken van kuise verstandhouding te wisselen met de tere, puberale Irma.<\/p>\r\n<\/div><div class=\"wp-block-column dbnl-rechts is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:33.33%\"><div id=\"noten-apparaat\"><div class=\"interp\">\n<h3>Over dit hoofdstuk\/artikel<\/h3>\n<p><label>auteurs<\/label><\/p>\n<p> <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=kale001\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Huug Kaleis<\/a><\/p>\n<p>over  <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=ouds001\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">J. van Oudshoorn<\/a><\/p>\n<br>\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-002\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#002T\" name=\"002\"><span class=\"notenr\">1.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>De ?dubbelganger? verschijnt behalve als verwijtende, moordende duivel ook als beschermende engel der verzoening: ?En hij wist, dat de ander naast hem stond, maar <i>geheel veranderd van wezen,<\/i> in oneindige goedheid alles begrijpend.? (W.M.) Hij kan ook de gedaante van de Dood aannemen. Over dit verschijnsel, dat voorkomt bij Dostojevski, Maupassant, Hoffmann en Poe, kan men veel interessants lezen in prof. Carp&#8217;s <i>De Dubbelganger.<\/i>\r\n<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-003\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#003T\" name=\"003\"><span class=\"notenr\">2.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Zweven, vliegen of glijden vertegenwoordigen een vaker bij Van Oudsh. voorkomend motief. Een gedachte van de jonge Eduard: ?Ja, misschien, wanneer hij vliegen of tooveren kon?. De tot waanzin geraakte Willem M. meent dat hem nog slechts de moed ontbreekt om ?naar willekeur door de lucht te zweven?. In Achter Gr. H. staat een droom waarin de ?hij?-persoon via een zwaar luik, waartussen hij even bekneld zit (vagina), een gebouw (vrouw) binnendringt, waarna een eindeloze ?glijpartij? aanvangt. Evenals Tobias (met Kitty), viert hij grootse triomfen op de schaats (?op schaatsen te zweven? etc.)<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-004\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#004T\" name=\"004\"><span class=\"notenr\">3.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Het streven naar anti-minnaarschap of totale onthouding stemt nauwkeurig overeen met het verschijnsel dat Jean Delay in <i>La jeunesse d&#8217;Andr? Gide<\/i> en Marcel Eck in <i>Sodome, essai sur l&#8217;homosexualit?<\/i> beschrijven onder de naam ?ang?lisme?: de wens slechts ?geest? te zijn, de weigering zich als ?lichaam? te aanvaarden. De ?ang?liste? is dualist, denkt platonisch, gnostisch, maniche?sch. Het is overbodig aan te tonen dat Van Oudsh. dualist is; ik wil alleen nog opmerken dat hij al in de in Tirade gepubliceerde, uit 1905 daterende brieven een eigen filosofie ontwikkelt waarin het ?bijzondere? gesteld wordt tegenover het ?algemene?, d.w.z. de gebondenheid aan het lichaam, deze ?duistere kerker?, tegenover de losmaking daarvan, het opgaan in het geestelijke, het ?Andere?, de ?klare stijging?, de ?loutering?. ?Le psyanalyste ne d?couvre jamais un ang?lisme?, zegt Marcel Eck, ?qui ne soit teint? de d?vaitions sexuelles et particuli?rement d&#8217;homosexualit??. Het lijkt me dat een met ?ang?lisme? samenhangend zondebesef \nbeter Van O. &#8216;s ?hel? kan verklaren dan een zondebesef van ?een christelijke signatuur?, die Victor van Vriesland en W.A.M. de Moor menen te herkennen bij een auteur in wiens werk van kerkgang, dominees of bijbelteksten geen sprake is, maar die wel ??n van zijn personages ?antichrist? noemt en van een ander zegt: ?bijbel noch kerk hadden in hem een geloovige gevonden?.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><\/div><\/div><\/div>","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>[p. 33] Van Oudshoorn, de zelfmoord en het vrouwelijk geslacht Huug Kaleis And why are we interested in the soul of the writer? Not because we are so interested in writers as such. But because of the insatiable modern preoccupation with psychology, the latest and most powerful legacy of the Christian tradition of introspection. Susan&#8230; <a class=\"more-link\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/van-oudshoorn-de-zelfmoord-en-het-vrouwelijk-geslachthuug-kaleis\/\">Lees verder <span class=\"read-more-arrow\"><\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","class_list":["post-299936","dbnl","type-dbnl","status-publish","hentry"],"acf":[],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO plugin v26.4 - https:\/\/yoast.com\/wordpress\/plugins\/seo\/ -->\n<title>Van Oudshoorn, de zelfmoord en het vrouwelijk geslacht  Huug Kaleis &#183; Uitgeverij Van Oorschot<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/van-oudshoorn-de-zelfmoord-en-het-vrouwelijk-geslachthuug-kaleis\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"Van Oudshoorn, de zelfmoord en het vrouwelijk geslacht  Huug Kaleis &#183; Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"[p. 33] Van Oudshoorn, de zelfmoord en het vrouwelijk geslacht Huug Kaleis And why are we interested in the soul of the writer? Not because we are so interested in writers as such. But because of the insatiable modern preoccupation with psychology, the latest and most powerful legacy of the Christian tradition of introspection. Susan... Lees verder\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/van-oudshoorn-de-zelfmoord-en-het-vrouwelijk-geslachthuug-kaleis\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"article:modified_time\" content=\"2021-06-04T11:37:39+00:00\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"37 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\/\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/van-oudshoorn-de-zelfmoord-en-het-vrouwelijk-geslachthuug-kaleis\/\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/van-oudshoorn-de-zelfmoord-en-het-vrouwelijk-geslachthuug-kaleis\/\",\"name\":\"Van Oudshoorn, de zelfmoord en het vrouwelijk geslacht Huug Kaleis &#183; Uitgeverij Van Oorschot\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\"},\"datePublished\":\"1967-12-31T23:00:06+00:00\",\"dateModified\":\"2021-06-04T11:37:39+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/van-oudshoorn-de-zelfmoord-en-het-vrouwelijk-geslachthuug-kaleis\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/van-oudshoorn-de-zelfmoord-en-het-vrouwelijk-geslachthuug-kaleis\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/van-oudshoorn-de-zelfmoord-en-het-vrouwelijk-geslachthuug-kaleis\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"DBNL\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"Van Oudshoorn, de zelfmoord en het vrouwelijk geslacht Huug Kaleis\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\",\"name\":\"Uitgeverij Van Oorschot\",\"description\":\"\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"Van Oudshoorn, de zelfmoord en het vrouwelijk geslacht  Huug Kaleis &#183; Uitgeverij Van Oorschot","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/van-oudshoorn-de-zelfmoord-en-het-vrouwelijk-geslachthuug-kaleis\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"Van Oudshoorn, de zelfmoord en het vrouwelijk geslacht  Huug Kaleis &#183; Uitgeverij Van Oorschot","og_description":"[p. 33] Van Oudshoorn, de zelfmoord en het vrouwelijk geslacht Huug Kaleis And why are we interested in the soul of the writer? Not because we are so interested in writers as such. But because of the insatiable modern preoccupation with psychology, the latest and most powerful legacy of the Christian tradition of introspection. Susan... Lees verder","og_url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/van-oudshoorn-de-zelfmoord-en-het-vrouwelijk-geslachthuug-kaleis\/","og_site_name":"Uitgeverij Van Oorschot","article_modified_time":"2021-06-04T11:37:39+00:00","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"37 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/van-oudshoorn-de-zelfmoord-en-het-vrouwelijk-geslachthuug-kaleis\/","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/van-oudshoorn-de-zelfmoord-en-het-vrouwelijk-geslachthuug-kaleis\/","name":"Van Oudshoorn, de zelfmoord en het vrouwelijk geslacht Huug Kaleis &#183; Uitgeverij Van Oorschot","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website"},"datePublished":"1967-12-31T23:00:06+00:00","dateModified":"2021-06-04T11:37:39+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/van-oudshoorn-de-zelfmoord-en-het-vrouwelijk-geslachthuug-kaleis\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/van-oudshoorn-de-zelfmoord-en-het-vrouwelijk-geslachthuug-kaleis\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/van-oudshoorn-de-zelfmoord-en-het-vrouwelijk-geslachthuug-kaleis\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"DBNL","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"Van Oudshoorn, de zelfmoord en het vrouwelijk geslacht Huug Kaleis"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/","name":"Uitgeverij Van Oorschot","description":"","potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"}]}},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl\/299936","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/dbnl"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=299936"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=299936"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}