{"id":300004,"date":"1968-01-01T00:01:03","date_gmt":"1967-12-31T23:01:03","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/dbnl\/in-de-schaduwen-van-ter-braaks-tweede-gezichthuug-kaleis\/"},"modified":"2021-06-04T12:38:10","modified_gmt":"2021-06-04T11:38:10","slug":"in-de-schaduwen-van-ter-braaks-tweede-gezichthuug-kaleis","status":"publish","type":"dbnl","link":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/in-de-schaduwen-van-ter-braaks-tweede-gezichthuug-kaleis\/","title":{"rendered":"In de schaduwen van Ter Braaks tweede gezicht\r\n\r\nHuug Kaleis"},"content":{"rendered":"<div class=\"wp-block-columns alignwide is-layout-flex wp-container-core-columns-is-layout-9d6595d7 wp-block-columns-is-layout-flex\"><div class=\"wp-block-column dbnl-links is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:66.66%\">\r\n\r\n <interp type=\"primair\" value=\"kale001\"><\/interp><interp type=\"secundair\" value=\"braa002\"><\/interp><div class=\"pb\">[p. 400]<\/div>\r\n<a name=\"56\"><\/a>\r\n<h3>In de schaduwen van Ter Braaks tweede gezicht\r\n<br><i>Huug Kaleis<\/i>\r\n<\/h3>\r\n\r\n<blockquote>Dit zijn dan misschien <i>onze<\/i> grote mannen:\r\n<br>\r\nzij, die zeer lang in de schaduw blijven,\r\n<br>\r\nwier tweede gezicht telkens meer te raden geeft.\r\n<br><span class=\"small-caps\">Menno ter Braak<\/span>\r\n\r\n<br>\r\nPascal avait son gouffre, avec lui se mouvant.\r\n<br>\r\n&#8211; H\u00e9las! tout est ab\u00eeme, &#8211; action, d\u00e9sir, r\u00eave,\r\n<br>\r\nParole!\r\n<br><span class=\"small-caps\">Ch. Baudelaire<\/span>\r\n<\/blockquote>\r\n\r\n<p>Er zijn mensen aan wie zich plotseling, op een moment en op een plaats die ze zich exact weten te herinneren, een idee voordoet, een flits van inzicht, als het ware komend van buiten af. Dat idee kan een ommekeer in hun bestaan veroorzaken, het is alsof ze een ander geworden zijn, van Saulus werden ze Paulus, of omgekeerd. Bekend zijn de \u2018mille lumi\u00e8res\u2019 die in Rousseau&#8217;s geest plotseling ontstoken werden, begin october 1749, terwijl hij naar Vincennes wandelde; het resultaat was een opzienbarende verhandeling en het besluit om voortaan zichzelf te zijn. Blaise Pascal is een nog zuiverder voorbeeld van mensen van dit slag. Geniaal wiskundige, geli\u00eberd met goddeloze libertijnen, wordt in 1654, \u2018lundi 23 novembre\u2019 vanaf \u2018environ dix heures et demie du soir jusques environ minuit et demi\u2019, zijn geest bliksemend verlicht; een ervaring die hem omvormt tot de filosoof van de \u2018condition humaine\u2019 en de meest verleidelijke apologeet van het Christendom. Een dergelijke radicale ommekeer is ondenkbaar bij iemand als Montaigne, behorend tot een slag dat zich wijdt aan het uitdiepen en verfijnen van een \u2018ik\u2019 dat in de aanvang al globaal gegeven is. Daarom is het ook ondenkbaar bij Du Perron. Maar in het leven van Menno ter Braak, die zich verhoudt tot Du Perron als Pascal tot Montaigne, valt er w\u00e8l zo&#8217;n verandering, die een bekering is of erop lijkt, aan te wijzen. Van de estheet die verkondigde \u2018het meest wezenlijke: de schoonheid\u2019, wordt hij de wraakzuchtige ontmaskeraar van dat \u2018wezenlijke\u2019; van Hegeliaans filosoof, onwerkelijke begrippen hanterend als \u2018eeuwigheid\u2019 en na\u00efef opkijkend tegen de grootheden Vondel en Goethe, wordt hij een Nietzscheaanse psycholoog, die Stendhal als waarde stelt. Dat dit alles zich voltrok in een betrekkelijk ruime periode, geconcentreerd rondom 1930, en niet in \u00e9\u00e9n flits, is niet \r\nessenti\u00ebel. De verblindende illuminaties waarin ineens de gehele waar-<\/p><div class=\"pb\">[p. 401]<\/div><p>heid geopenbaard wordt, gevolgd door niet minder dan een wedergeboorte, schijnen het voorrecht te zijn van voorbije eeuwen, toen mensen en cultuur nog eenvoudig en overzichtelijk waren. Het is aannemelijk dat in deze tijd van versplintering de Rousseau&#8217;s en Pascals hun portie waarheid ontvangen in de vorm van vele splintertjes openbaring, gevolgd door evenzovele minuscule wedergeboortetjes. Deze indruk krijgt men althans wanneer men het verschijnsel bestudeert bij Ter Braak: het blijkt steeds om kleine, hem plotseling overvallende inblazingen te gaan, met min of meer belangrijke gevolgen, waarvan tijd en omstandigheden meestal een scherpe herinnering achterlieten.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Aan het begin van het essay <i>Het schone masker<\/i> bijvoorbeeld beschrijft de jonge Ter Braak de \u2018ontdekking van de oorspronkelijkheid\u2019 als een gebeuren dat \u2018plotseling, als in een visioen\u2019 zich voltrekt; \u2018het is gebonden aan een dag, aan een uur, aan een seconde\u2019, zegt hij. Het \u2018nieuwe leven\u2019 van Andreas Laan, de jeugdige, onzeker held uit <i>Hampton Court<\/i>, begint precies op 1 september, de dag \u2018der Waarheid\u2019, \u2018de openbaring\u2019. De \u2018sensatie\u2019 die hij onderging toen hij voor het eerst \u2018niet-chaotisch\u2019 las was zo sterk, verklaart Ter Braak in <i>Politicus zonder partij<\/i>, dat hij \u2018de maand en het jaar\u2019 kan noemen alsmede omstandigheden als \u2018de stoel, de schemerlamp\u2019. Is het louter toeval dat hij de man die in <i>Carnaval der burgers<\/i> starend op zijn lucifersdoosje de schoonheid ontdekt, zijn openbaring deelachtig liet worden op een vrij nauwkeurig omschreven tijd, \u2018in de vroege morgen van de 20ste maart\u2019? Ik geloof het niet; de overbodige herhaling, tot twee maal toe, van deze datum, maar vooral de aard der begeleidende omstandigheden doen me vermoeden dat Ter Braak in deze wonderbaarlijke beleving \u2018in seconden, die verloren gaan\u2019 \u00e9\u00e9n van zijn eigen belevingen beschrijft: de met \u2018vervreemde ogen\u2019 kijkende man voelt namelijk zoiets als \u2018een besluipende slaperigheid, een lichte duizeling\u2019. En is het niet in dergelijke toestanden van ontspanning, van vervagend bewustzijn, van \u2018slaperigheid\u2019, dat deze met het misleidende etiket \u2018cerebraal\u2019 beplakte auteur \u2018plotseling lucide invallen\u2019 krijgt en er &#8211; waarom niet? &#8211; \u2018zelfs bliksems door zijn hersens schieten\u2019? Deze voorstelling geeft hij er tenminste van in de m\u00e9moires in <i>Politicus \r\nzonder partij:<\/i> in een bioscoop, of luisterend naar muziek, bij het opnemen van een telefoon. Zo maakte hij, nadat hij \u2018op het balcon van een tram plotseling een inval had gekregen\u2019, in een rap tempo de comedie <i>De Pantserkrant.<\/i>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het is in een schemertoestand dat de hoofdfiguren uit zijn romans, na lange tijd onwetend te zijn geweest over hun gevoelens, onverwachts, als in een flits, de waarheid omtrent zichzelf geopenbaard krijgen. Vaak onbeduidende voorvalletjes, die dan de waarde van \u2018symbool\u2019 krijgen, kunnen daarbij als katalysator dienst doen. Zo is het breken van een glazen bol voor Dr. Dumay aanleiding tot het inzicht dat hij niet van Karin houdt, dat zijn verhouding met haar belachelijk en onmogelijk is. Als de verbreking van de relatie met zijn verloof-<\/p><div class=\"pb\">[p. 402]<\/div><p>de Eline een feit geworden is, op bruuske wijze, dringt het eindelijk tot Andreas Laan door dat \u2018dit afscheid al veel vroeger had plaats gevonden\u2019. Het is een droom en de daardoor veroorzaakte gedachtenassociaties die Andreas in een half uur doen ontdekken dat de liefde die hij voor Maffie meende te voelen morsdood is.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Voor wie er eenmaal oog voor gekregen heeft blijken beide romans <i>Hampton Court<\/i> en <i>Dr. Dumay verliest<\/i>&#8230; en een persoonlijk boek als <i>Politicus zonder partij<\/i> te wemelen van woorden als \u2018plotseling\u2019, \u2018eensklaps\u2019, enz., van \u2018flitsende\u2019 of \u2018overrompelende\u2019 gedachten; woordencombinaties als \u2018verblindende onthulling\u2019 en zinnetjes als \u2018tot ik ineens bemerkte\u2019 of \u2018hij ontdekt met \u00e9\u00e9n oogopslag alles, wat hem verborgen is gebleven\u2019 komen door hun veelvuldigheid als in hoge mate karakteristiek voor.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De Terbrakiaanse openbaringen hebben het karakter van zeer korstondige explosies, alsof vele ergens in de diepte verwekte en daarna opstijgende emotionele elementjes, als gasbelletjes in een moeras, zich vlak onder de oppervlakte hebben opgehoopt, om bij het ontstaan van een overdruk het bewustzijn binnen te glippen. In de verklaring die hij geeft van de al eerder ter sprake gebrachte \u2018ontdekking van de oorspronkelijkheid\u2019 roept Ter Braak zelf een overeenkomstig beeld op: deze was het resultaat \u2018van een onophoudelijk ondergronds zielsbewegen, waaraan de bewuste mens nauwelijks enig deel had\u2019, schrijft hij plechtig en met een geheimzinnigheid die in zijn esthetische periode niet ongebruikelijk is. Andere beelden als \u2018doorbraak naar het licht\u2019 en \u2018een onverwacht opspringende fontein\u2019 voegt hij eraan toe. De schoksgewijze voltrekking van deze psychische processen bij Ter Braak, die het tegendeel zijn van een vrije, open uitwisseling tussen onbewust en bewust, vindt men als in vergroting weerspiegeld in het \u2018schokkerige\u2019 karakter van zijn ontwikkeling, die een zich met sprongen voortbewegen is in plaats van een gelijkmatige wandelgang.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Als men de typologie welke door William James gebruikt wordt in <i>The varieties of religious experience<\/i> toepast op Menno ter Braak, dan kan er niet veel twijfel bestaan omtrent de vraag of hij \u2018once born\u2019 is dan wel \u2018twice born\u2019. De Terbrakiaanse \u2018openbaringen\u2019 bijvoorbeeld komen vrij nauwkeurig overeen met wat de Amerikaanse pragmatische psycholoog beschrijft als eigen aan de \u2018tweemaal-geborenen\u2019: \u2018De meest belangrijke consequentie van het bezit van een sterk ontwikkeld buiten de grens van het bewustzijnsveld zich bevindend leven is, dat de gewone bewustzijnsvelden bloot staan aan \u201cinvallen\u201d daaruit, waarvan de betrokkene de oorsprong niet kent\u2019, betoogt hij, verder interessant uitweidend over bijvoorbeeld de verbanden tussen \u2018onbewuste cerebratie\u2019 (hersenwerking) en plotselinge bekeringen. Ter Braak kende de karakterindeling van James. In het nagelaten romanfragment <i>Het plagiaat<\/i> wordt het per-<\/p><div class=\"pb\">[p. 403]<\/div><p>sonage Xaverius, in wie men Anton van Duinkerken herkent, een \u2018once born man\u2019 genoemd. \u2018Ben ik zelf overigens een \u201ctwice born man\u201d, zoals ik vroeger dacht?\u2019 vraagt de ik-persoon zich daarop af. Maar die vraag doet aan als een rhetorische. Naar aanleiding van Julien Benda&#8217;s bewering \u2018le mod\u00e8le des once born\u2019 te zijn, d.w.z. niet in staat zichzelf ontrouw te worden, schrijft Ter Braak, duidelijk gecharmeerd door de ontragische rationalist: \u2018Men zou grote lust gevoelen om zich onder de \u201conce born\u201d te scharen, ook al heeft men tot dusverre gemeend tot de \u201ctwice born\u201d te behoren\u2019. Men meent Ter Braak hier te kunnen betrappen op een vleugje heimwee-achtige jaloezie ten aanzien van de \u2018once born\u2019, onder welke groep iemand als Du Perron met even grote zekerheid valt als hijzelf onder de andere: die van de door \r\nmetaphysische verlangens en gespleten zielen gekenmerkten. \u2018De psychologische grondslag van het tweemaalgeboren karakter\u2019, stelt James, in de nederlandse vertaling die ik las, \u2018schijnt te zijn een zekere disharmonie of heterogeniteit in het aangeboren temperament, een psychisch en intellectueel niet ge\u00efntegreerde constitutie\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Men kan Ter Braaks neiging om in tegenstellingen te denken natuurlijk toeschrijven aan de invloed van Hegel, en het een \u2018gewoonte\u2019 noemen, zoals H.A. Gomperts deed; men kan er ook voor alles de werkzaamheid in herkennen van twee antagonistische krachten die gegeven waren in zijn constitutie. Men kan zijn neiging om geest en lichaam, verstand en gevoel als antithesen te zien en het intellect als vernietiger van het leven, natuurlijk beschouwen als een dwaling uit zijn theologisch ge\u00efnfecteerde jeugdperiode, die, zoals hij het zelf graag zag, in <i>Politicus zonder partij<\/i> werd overwonnen; men kan ook van mening zijn dat deze overwinning een brillant onder woorden gebrachte illusie was; een ongekend staaltje van geestdriftige, vrolijke zelfbestrijding; een tijdelijk manisch-vitaal aanvaarden van zijn gespletenheid eerder dan de definitieve opheffing ervan. Du Perron, aan wie het boek is opgedragen, geloofde er al niet in! Op het hoofdstuk <i>Een zonde tegen de heilige geest<\/i> reageert hij in zijn brief van 15 mei 1934, vechtlustig en een beetje ge\u00ebrgerd: \u2018Wat in IV zoo geweldig humoristisch werd, was de volslagen humorloze zelfverliefdheid van den hyper-intellectueel Ter Braak op zijn <i>dierlijke<\/i> kantjes\u2019. En de opdracht van het hoofdstuk \u2018Aan mijn hond Laelaps\u2019, door Du Perron omgedoopt in L<i>oe<\/i>laps, inspireert hem tot rake spot: \u2018het arme beest heeft door een drukfout een latijnsche en intellectueele, althans bitter weinig dierlijke naam gekregen, heb je dat gezien?\u2019 Onbewust van enig onraad, antwoordt de vergeestelijkte classicus in Ter Braak, voorlichtend, dat Laelaps grieks is, ontleend aan Homerus; en hij spelt het woord in griekse lettertekens, die zijn vriend hoogstwaarschijnlijk niet kon lezen&#8230;<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Als \u00e9\u00e9n van de wijzen waarop de werkelijke eenwording kan worden bereikt zag William James de mystieke beleving, een wijze waarvan bijvoorbeeld het werk van de nederlandse dichter en denker Johan Andreas D\u00e8r Mouw een\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 404]<\/div><p>uitstekend getuigenis is. Verreweg het beste, het helderst geschreven stuk uit <i>Afscheid van Domineesland,<\/i> een bundel die nog veel a-psychologisch, onvatbaar woordgeronk behelst, is het lange essay <i>Dat ben jij:<\/i> een van insidersbegrip getuigende bestudering van het conflict tussen de \u2018zelfvernietigingsdrift van het verterend denken\u2019 en de \u2018leefdrift in de roes der po\u00ebzie\u2019 bij D\u00e8r Mouw-Adwaita, diens \u2018ingeboren verlangen naar de ongespletenheid der mystiek\u2019 en de vervulling daarvan in Brahman; een studie waarvan de voortreffelijkheid ongetwijfeld haar verklaring vindt in de verwantschap die de 23-jarige auteur had met zijn onderwerp. Er scholen in de jonge Ter Braak stellig Adwaitamogelijkheden. Maar iets in hem verzette zich daar tegen. Wat was dat \u2018iets\u2019? Voor het moment zij vastgesteld dat hij de weg der weerloze mystici moest versmaden en in plaats daarvan die van de agressieve anti-heilige Friedrich Nietzsche koos. Ter Braak werd aldus een \u2018twice born man\u2019 die de bij zijn type behorende oplossingen verwierp, een \u2018twice born\u2019 die zijn tweede geboorte uitstelde, ondertussen, tijdens die toestand van hero\u00efsch uitstel, tal van kleine plaatsvervangende wedergeboortes ondergaand in wat hij noemde zijn \u2018tijdelijke schijngestalten\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>\u2018Wie de ervaring een naam geeft\u2019, zegt een figuur in <i>Het plagiaat,<\/i> \u2018is al bezig terug te keren tot de taalwereld, die geen persoonlijke ervaringen kent, alleen de schijn ervan&#8230;\u2019 Het weergeven in woorden van emoties, zegt een ander in hetzelfde fragment, \u2018lijkt mij vaak het platste, wat een mens kan doen; men houde de sensaties voor zichzelf, want zij waren priv\u00e9-bezit, anders zouden zij geen sensaties geweest zijn\u2019. Een poging zoiets te doen heet bij Ter Braak al gauw \u2018vulgarisatie\u2019. Het betreft hier kennelijk belevingen die het mededelende vermogen der woorden te boven gaan. De \u2018intellectualist\u2019 Ter Braak is hier niet ongelijk aan &#8211; bien \u00e9tonn\u00e9s de se rencontrer&#8230;! &#8211; de mysticus Gerard Kornelis van het Reve, wiens intellectueel niet kenbare openbaringen in de Ploegstraat of op de Dam, onder zeer bepaalde weersomstandigheden, ik in dit verband niet onvermeld wil laten. Het enorme verschil zit hierin dat Van het Reve van het uitspreken van het onuitspreekbare zijn brillante specialiteit gemaakt heeft, terwijl Ter Braak er juist van afzag! Eigenaardig is echter dat hij op zijn onvermogen of weigering het \u2018wezenlijke\u2019 uit te drukken zo dikwijls terugkomt. Herhaaldelijk en met nadruk herinnert Ter Braak eraan dat woorden ontoereikend zijn omdat ze m\u00e1\u00e1r woorden zijn, hoogstens \u2018dubbelgangers van de realiteit\u2019, die men vooral niet met de realiteit zelf moet verwarren. De lezer moet vooral ook niet denken dat hijzelf in zijn boeken zit: ze ontmoeten slechts zijn \u2018schrijvers-ik\u2019, zijn \u2018schijngestalte\u2019, ze kijken tegen zijn \u2018masker\u2019 aan. Dit insisteren op het onderscheid tussen schijn en wezen, dit gewaarschuw hemzelf, zijn innerlijk, niet te verwarren met zijn uitdrukking, maakt nieuwsgierig naar het \u2018ware zelf\u2019 van de schrijver, dat achter zijn \u2018eerste\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 405]<\/div><p>gezicht\u2019 in een ongetwijfeld zeer beweeglijk schaduwspel gelegen moet zijn. Wat is dat \u2018tweede gezicht\u2019 of dat \u2018ware zelf\u2019 waarnaar hij verwijst? Waarom gebruikt hij ter aanduiding ervan het woord \u2018schaduw\u2019? Zegt dat al niet iets over de aard ervan? Maar hoe men ook zoekt, het enige kenmerk dat men kan ontdekken is en blijft een negatief: de onmogelijkheid het adequaat in woorden uit te drukken of het in psychologische formules te vatten. Van het \u2018ware wezen\u2019 van Ter Braak, zoals van de mystieke ervaring, is het meest kenmerkende dat het onuitsprekelijk is; het is iets ongrijpbaars, als een spel van licht en schaduw, als muziek.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het kan in verband hiermee niet toevallig zijn dat Ter Braak zeer muzikaal was, volgens het oordeel van onder meer de overcritische componist Willem Pijper. Misschien kwam zijn \u2018ware wezen\u2019 wel tot uiting wanneer hij piano speelde en zijn bewegingen, die geremd en hoekig waren, onverwacht uiterst soepel werden, iets lenigs en golvends kregen, volgens Vestdijk. Aan de bijna-mystieke beleving, die het opgaan in muziek is, kon hij zich blijkbaar zonder verzet overgeven. <i>Het plagiaat<\/i> had trouwens een <i>muziek<\/i>-roman moeten worden. Dat zijn gevoel voor \u2018sfeer\u2019 goed ontwikkeld was, blijkt uit de artikelen die hij voor \u2018Het Vaderland\u2019 schreef als hij zijn vacantiereizen maakte. Uit kleine essays over Rembrandt, Pieter Saenredam en Jeroen Bosch spreekt een verrassend invoelingsvermogen voor een andere niet-verbale kunst.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Men kan ervan overtuigd zijn dat Ter Braak een wezenstrek van zichzelf beschrijft als hij <i>in In gesprek met de vorigen<\/i> Gorter, en even later ook Leopold, interpreteert als \u2018muziekmens\u2019, daarbij de gedeeltelijke equivalentie van muziek en wiskunde vaststellend en het muzikale en wiskundige denken als \u2018buiten-psychologisch\u2019 kwalificerend. Het is volstrekt niet onzinnig <i>Politicus zonder partij<\/i> te bezien onder het aspect van \u2018denkmuziek\u2019, al is hierin geen sprake van de dialectische, \u2018wiskundige\u2019 geslotenheid van een compositie \u00e0 la Bach, zoals nog w\u00e8l voor <i>Carnaval der burgers<\/i> opgaat. In haast al zijn geschriften komen aan de muziekwereld ontleende termen voor, waarvan \u2018tegenmelodie\u2019 wel de bekendste is; maar in <i>Politicus zonder partij<\/i> spreekt hij al op de eerste bladzijde over de toon en de toonaard en over de mogelijke noodzaak om later \u2018kruisen in mollen te transponeren\u2019! E\u00e9n van de fraaiste voorbeelden is stellig zijn definitie van \u2018de geest als melodie van het lichaam\u2019. <i>Politicus zonder partij<\/i> is de realisatie van een van zijn schrijversidealen, een zeer geslaagd samenspel van \u2018muziek\u2019 en \u2018begrip\u2019; maar zeker niet, zoals hij zelf graag wilde, als bij Nietzsche, wiens tot het uiterste geconcentreerd \u2018begrip\u2019 de term \u2018denkmuziek\u2019 absurd zou maken! Om zijn voor Leopold gereserveerde term \u2018sierpo\u00ebzie\u2019 eens opzettelijk te misbruiken: <i>Politicus zonder partij<\/i> is tot op zekere hoogte een subliem staaltje van \u2018sieressayisme\u2019! Men probere eens enkele pagina&#8217;s uit dat boek tot hun kern te herleiden, om daarna hetzelfde te doen met een willekeurige pagina van Du Perron, de on-muzikale (al kon hij,\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 406]<\/div><p>volgens Constant van Wessem, uit het hoofd stukken uit operettes voorzingen&#8230;), en het verschil springt in het oog: terwijl Ter Braaks gedachteninhoud, ontdaan van alle versiersels en herhalingen in diverse toonzettingen, een klein handjevol blijkt te zijn, staat men bij Du Perron voor de moeilijkheid bijna elke zin afzonderlijk te moeten samenvatten, en daarin dient men dan niet uitsluitend zijn gebrek aan oog voor samenhang te zien, de totale afwezigheid bij hem van enig mathematisch-dialectisch denken. De kans bestaat bovendien dat degeen die het resumeerwerkje verricht hele passages in de Terbraakse bladzijden onbegrijpelijk vindt, omdat ze pas in functie van een groter geheel begrepen kunnen worden, omdat slechts meevibrerend in zo&#8217;n geheel woorden als \u2018domheid\u2019, \u2018dierlijkheid\u2019 of \u2018humor\u2019 hem zinvol in de oren klinken. Het is in dit verband veelzeggend dat, in het begin van de Briefwisseling, Ter Braak, deze zelfbestrijder van een uniek soort, \u2018het <i>onmuzikale<\/i> van onze houding\u2019 als programmapunt stelt; Du Perron was zijn tegenpool en als zodanig had hij hem nodig.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Het \u2018ik\u2019 van Du Perron doet stevig, substanti\u00ebel aan; tussen innerlijk en uitdrukking schijnt bij hem geen verschil te bestaan; zijn vormen sluiten nauw om zijn gevoelens en gedachten heen, volgen soepel en getrouw de bewegingen ervan; hij is erin thuis als in zijn lichaam. Hij schijnt dan ook \u00e9\u00e9n van die zeldzame auteurs geweest te zijn, volgens de mensen die hem gekend hebben, bij wie de conversatie van hetzelfde uitstekende gehalte was als het geschreven woord; pratend gaf hij zich even royaal als in zijn boeken. Ter Braak daarentegen moest, als slecht spreker, wel ver beneden het brillante, speelse, gemakkelijke blijven dat hem als schrijver kenmerkte. Hij viel in de persoonlijke omgang niet mee; hij was vormelijk, ietwat stroef, en er konden in het samenzijn met hem soms ijzige stilten vallen, volgens sommige getuigen. Hij was gereserveerd, verborg zich achter een diplomatiek of ironisch masker. Ter Braaks \u2018ik\u2019, zoals we gezien hebben, doet aan als iets van \u2018sferische\u2019 aard, als iets vloeiends, als het \u2018vloeiende\u2019, \u2018stromende\u2019 dat &#8211; gesteld tegenover de gevreesde \u2018verstarring\u2019 of \u2018verstening\u2019 &#8211; vooral in de vroege essays een opvallend thema is. Het moet iets kwetsbaars zijn ook en mede om die reden zal er bij hem wel zo&#8217;n manifest verschil bestaan tussen innerlijk en uitdrukking, die zich tot elkaar verhouden als het principe van het vloeiende tot dat van de verstarring, als het leven tot de dood. Wie zichzelf ervaart als iets vormeloos, als \u2018de chaotische, tegenstrijdige veelheid, die ik \u201cben\u201d\u2019, kan zich weerloos uitleveren \u00f3f een \u2018geharnast ik\u2019 vertonen, zoals de \u2018politicus\u2019 prefereert te doen, die met boosaardig plezier de illusie doorprikt van \u2018hen, die menen in mijn schrijvers-ik <i>mij<\/i> gevangen te hebben\u2019. Men stelle daar Du Perrons eis dat een \r\nmens \u2018vat\u2019 op zich moet durven geven eens tegenover! Nu wordt ook duidelijk waarom bij de \u00e9\u00e9n de problematiek van het vloeiende en de ver-<\/p><div class=\"pb\">[p. 407]<\/div><p>starring geen moment hoefde te bestaan, terwijl deze bij de ander een obsederend thema vormde. Bij de ge\u00efntegreerde Du Perron evolueerde het \u2018eerste gezicht\u2019 natuurlijkerwijs met het \u2018tweede\u2019 mee; bij de schizo\u00efde Ter Braak echter dreigde altijd het gevaar dat de levende relatie tussen beide verdorde en zelfs verbroken werd, zodat het \u2018eerste gezicht\u2019 tot een werkelijk \u2018masker\u2019 verstarde. Als het zo ver gekomen was, trad \u00e9\u00e9n van die crises in waarvan in de Briefwisseling dikwijls sprake is: een nieuw masker, een nieuwe schijngestalte, die beter in staat is tussen \u2018hemzelf\u2019 en de werkelijkheid te bemiddelen, wordt geboren; de oude chaos wordt een nieuwe orde; de gelovige gymnasiast verandert in Hegeliaan, in estheet, in Nietzscheaan, enz. In de roman <i>Dr. Dumay verliest<\/i>&#8230; zijn het geringe kortsluitingen met de banale werkelijkheid die de ondeugdelijkheid van leraar Dumay&#8217;s masker aantonen: een tikje dat een jongen in zijn klas tegen zijn achterste geeft, een botsing op straat met een slagersjongen, bewerkstelligen de ineenstorting van zijn schijngestalte als verheven intellectueel en, via een crisis, zijn wedergeboorte als \u2018gewoon\u2019 mens, net als de jongere Andreas Laan uit <i>Hampton Court<\/i> overigens, die daarop bij de volkse Maffie zocht wat Dumay zocht bij de volkse Karin. Een \u2018nieuw leven\u2019 begint met allerlei uiterlijke veranderingen: de snor wordt afgeschoren, Marie wordt Margot, enz.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Een afgrond van verschil doemt op als men bekijkt hoe beide schrijvers die men als mannen van Forum zo graag in \u00e9\u00e9n adem noemt, zich verhielden tot de eigen persoonlijkheid. E\u00e9n aanhaling uit <i>Het land van herkomst<\/i> volstaat om Du Perron wat dat betreft te tekenen: \u2018Ik wist niet van toegeven, als het erop aankwam trouw te blijven aan het personage dat ik mij had voorgenomen in het leven te zijn\u2019. Menno ter Braak daarentegen beseft tijdens \u2018ogenblikken dat de intelligentie slaapt\u2019 dat hij gemakkelijk \u2018nog andere wegen had kunnen kiezen\u2019: die \u2018van de Don Juan, de trouwe echtgenoot, de paedagoog, de dichter, de wauwelaat, de dandy, de maandaghouder, de schizophreen, de intellectueel, de aansteller en de oprechte\u2019. Zoals de \u2018politicus\u2019 speelt ook Dr. Dumay met identiteiten, als hij met het afscheren van zijn snor een ander geworden is: hij zou diplomaat kunnen zijn, koopman, luitenant&#8230; In beide gevallen is Ter Braak vrolijk, triomfantelijk aan het fantaseren. Dit mag echter niet doen vergeten dat het voorrecht vrijelijk de eigen identiteit te kunnen bepalen ook een tegenkant heeft, waarvan al weer vooral in de romans de sporen te vinden zijn: een problematische onzekerheid over de eigen identiteit.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Gevallen van zelfvervreemding, gepaard gaande met angst, zijn in de romans van Ter Braak niet zeldzaam. Trouwens zelfs in de filosofische verhandeling <i>Carnaval der burgers<\/i> komen er voor. \u2018Waarom weet ik met dit alles geen raad?\u2019 vraagt een kind zich af, dat in de stikdonkere nacht wakker wordt. \u2018Waarom hang ik los tussen al het bekende? Is doodgaan zoiets?\u2019 Maar in <i>Hampton<\/i>\r\n\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 408]<\/div><p>\r\n<i>Court<\/i> gaat zelfvervreemding zo ver dat persoonsverdubbeling plaats vindt. \u2018Hij voelde zich weer leeg worden, volkomen leeg. Weg, weg! Maar hij kon niet weg\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Angstig in de confrontatie met Eline, die hem verwijtend om rekenschap vraagt, vlucht Andreas, d.w.z. zijn \u2018geest\u2019 maakt zich los van zijn lichaam, dat aanwezig moet blijven. In deze toestand van gespletenheid zijn de gewaarwordingen droomachtig en onwerkelijk, maar de afzijdige \u2018geest\u2019 begint met kille helderheid te denken en te observeren. \u2018Een derde was doodstil binnengekomen, om alles, wat hier voorviel, te kunnen volgen\u2019. \u2018Kijk\u2019, wees de derde hem, \u2018let nu eens goed op die lippen\u2019. \u2018Let op! Zie je haar ogen wel?\u2019, enz. \u2018Een ander wezen dan hij had gehandeld\u2019, wordt als verklaring gegeven als leraar Dumay in dolle woede een leerling tegen het bord gekwakt heeft, \u2018waar hij groen-bleek bleef liggen\u2019 (dit \u2018theologisch misproduct\u2019 kon wel eens een caricatuur zijn van de auteur als gymnasiast!); hierna wordt de leraar \u2018eensklaps ijzig nuchter\u2019. Een andere sc\u00e8ne van zelfverdediging uit <i>Dr. Dumay verliest<\/i>&#8230;: Zijn handen lagen dood op Karins lichaam; zijn blik rustte dood op haar hals; alles aan hem was dood, behalve de zwarte angst, die regelmatig heen en weer golfde\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Men zal opgemerkt hebben dat er in beide gevallen van verdubbeling ook sprake is van agressie. In de tweede roman, die bovendien een opmerkelijk tafereel behelst waarin een dronken boer mishandeld wordt, treedt de agressie geprononceerder naar voren dan in de eerste, waarin deze, niet openlijk omgezet in daden, slechts tot uiting komt in een denkbeeldige wurging van Eline, niet ongelijk aan het dwangmatig gefantaseerde spoorwegongeluk, waaruit een tegenover de hoofdpersoon gezeten heer verminkt tevoorschijn komt. Tussen beide boeken liggen slechts 2 \u00e0 3 jaar, maar het ene werd gemaakt voordat de schrijver zich sterkte aan Du Perron en Nietzsche en het andere daarna. Mag hieruit geconcludeerd worden dat de zelfvervreemding geringer is naarmate de agressie wordt geuit en toeneemt in de mate waarin ze wordt verdrongen?<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In elk geval zijn de vervreemdingsverschijnselen bij Dumay, die niet zonder besluitvaardigheid is en enigermate tot handelen in staat, een zwakke echo van die van de jeugdige, ietwat weke en uiterst onzekere Andreas Laan, die in paniek is en zelfs krankzinnigheid vreest. Wat Andreas overvalt in de tuin van Hampton Court, starend op de twee voor hem liggende sandwiches, zoals de man in <i>Carnaval der burgers<\/i> met \u2018vervreemde ogen\u2019 staarde op zijn lucifersdoosje, door \u2018slaperigheid\u2019 beslopen en met \u2018een lichte duizeling\u2019, en zoals Roquentin in <i>La naus\u00e9e<\/i> staarde op een strandkiezel of op een bierglas, &#8211; wat Andreas overrompelt is zonder twijfel van pathologische aard. \u2018Langzaam was de natuur leeggestroomd, dor en onbelangrijk geworden\u2019; het is alsof hij \u2018in een willekeurige wereld ruw was neergekwakt\u2019. In hem is \u2018dat onnoembare en lege\u2019 gekomen; zijn gedachten, waarover hij alle macht heeft verloren, zijn \u00e9\u00e9n \u2018zuigende kolk, dat vervloekte centrum, dat alle beelden opslorpte in zijn\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 409]<\/div><p>vormeloze leegte\u2019; duizelend, angstig, wil hij vluchten; en later gelukt het hem niet meer hierover \u2018na te denken zonder misselijk te worden\u2019. Als Andreas logerend bij zijn ouders, onmiddellijk na de Hampton Court-crisis, de nawee\u00ebn ervan te verwerken heeft, moet hij aan de dood denken, die, zo redeneert hij, niet zozeer angstwekkend is als biologische gebeurtenis, als wat de dode appelboom was overkomen, het varken dat geslacht werd en zijn overleden broertje; want dat was \u2018eigenlijk precies hetzelfde als leven\u2019: \u2018Er moest een heel andere dood zijn, iets geweldigers, iets afdoends, dat milimeter voor milimeter, bij volledig bewustzijn, bezit van de mens kon nemen\u2019, een dood die aankondigt: \u2018Jij bent niet meer jij, want nu ben Ik er&#8230;\u2019 Hetgeen hetzelfde moet zijn, als wat in <i>Carnaval der burgers<\/i> omschreven staat als de \u2018individualiteitsontbinding door de dood\u2019, het verloren gaan van het besef Ik ben Ik. En is hiermede niet verklaard waarom Ter Braak zich moest verzetten tegen de Adwaita-mogelijkheden in zichzelf? De \u2018ongespletenheid der mystiek\u2019 wordt bereikt middels de oplossing van het Ik, die angstverwekkend is, als de dood in het leven. Het verlangen der mystici valt ongetwijfeld onder wat Freud als \u2018Nirwana-prinzip\u2019 aanduidt, de tendens tot opheffing van spanningen, het streven naar \u2018het niets\u2019, wat alles te maken heeft met de \u2018doodsdrift\u2019, die in Ter Braak sterk, \u00e0l te sterk werkzaam was!<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In het belangwekkende romanfragment <i>Het plagiaat<\/i> worden ervaringen die kennelijk van dezelfde aard zijn als die van <i>Hampton Court<\/i> minstens even beklemmend opgeroepen, aangeduid door de sleutelwoorden: \u2018het niets\u2019, \u2018vacuum\u2019, \u2018afgrond\u2019, \u2018angst\u2019, \u2018braakneiging\u2019 en \u2018het klamme zweet\u2019. En als Ter Braak in <i>Journaal 1939<\/i>, eveneens aan de vooravond van zijn vrijwillige dood geschreven, spreekt over \u2018de toestanden, die ik als \u201cleegte\u201d heb leren kennen\u2019 en zegt dat hij gestuit is op \u2018de absolute \u201csilence des espaces infinis\u201d\u2019, \u2018waarvoor iedere doelstelling vervluchtigt\u2019, dan doelt hij zeker op dezelfde ervaringen. Het is waarschijnlijk dat deze confrontaties met het Niets zich met deze hevigheid alleen maar in zijn jeugdperiode en tegen het einde van zijn leven, in mei 1940, hebben voorgedaan; even aannemelijk is het echter dat zij zich ook in de belangrijke periode daartussen voordeden, regelmatig en met wisselende intensiteit, in de schaduwen verborgen achter het Forumse ventmasker.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Men kan zich afvragen in hoeverre de panische angsten die Voltaire regelmatig overvielen en diens \u2018crises d&#8217;an\u00e9antissement\u2019, zoals beschreven door zijn lijfarts Tronchin, te vergelijken zijn met de \u2018afgrondelijke\u2019 sensaties van Ter Braak: twee bijtende geesten, stoutmoedig polemiserend tegen de wereldlijke machten, tegen de theologen en de inquisiteurs, maar beiden ook behept met een traumatische angst voor geweld. Treffender is echter de verwantschap met Sartre&#8217;s \u2018nous sommes angoisse\u2019 en met de angst en bevingen van een Kierkegaard en een Pascal, wat door het noemen van de pascaliaanse \u2018silence\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 410]<\/div><p>des espaces infinis\u2019 trouwens al ruimschoots wordt gesuggereerd. Maar beiden, de \u2018horizontale\u2019 Voltaire en de \u2018vertikale\u2019 Pascal, huizen ongetwijfeld in Menno ter Braak.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hoe de werkelijkheid eruit zag die aan de passages geciteerd uit de romans en uit het <i>Journaal<\/i> ten grondslag gelegen moet hebben, kan men met een schok gewaar worden uit een brief aan Du Perron, gedateerd 16 april 1938. Ter Braak spreekt daarin over \u2018een soort sterk geprolongeerde Hampton Court-sensatie\u2019, waarmee hij, onder de indruk van de annexatie van Oostenrijk door de Nazi-legers, heeft te kampen. Verder schrijft hij: \u2018Het is mij nu definitief gebleken, dat ik een zenuwstelsel heb, dat zich aan mijn intellectueele beheersching kan onttrekken en zich door zweeten, angsten, etc. kenbaar kan maken als iets rebelsch zelfstandigs. Volgens Wim en mijn dokter heb ik gelaboreerd aan z.g. depersonalisatieverschijnselen, d.w.z. door het zenuwstelsel beinvloede gevoelens van volkomen leegheid, zinloosheid en \u201csolipsisme\u201d, die gepaard gaan met angst en apathie\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Ofschoon de neurologische achtergronden van \u2018depersonalisatieverschijnselen\u2019 zeker belangrijk zullen zijn, valt het toch op dat Ter Braak \u00e0l deze verontrustende verschijnselen reduceert tot een kwestie van de zenuwen, dat hij zenuwstelsel opposeert aan intellect en wil, dus eigenlijk het lichaam aan de geest, daarbij de <i>ziel<\/i> weggoochelend. Dat zijn \u2018intellectueele beheersching\u2019 voor een deel op verdringing moet neerkomen en dat driften, agressieve of erotische, zich op den duur niet straffeloos laten verdringen, komt niet in hem op.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Onder \u2018depersonalisatie\u2019, waaraan in dit geval zeker ook \u2018derealisatie\u2019 kan worden toegevoegd, wordt in de psychiatrie verstaan: een bewustzijnsstoornis waardoor het ik-besef verloren gaat, waarbij het is alsof denken, willen en handelen automatisch gebeuren of van buitenaf bestuurd worden; een totale ontlediging, waardoor de waargenomen werkelijkheid een deel van haar bekendheidskarakter verliest, en die doodsangsten kan veroorzaken.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Men moet zich Menno ter Braak voorstellen als iemand die, vitaal en virtuoos schermend op de fronten van het leven, toch elk ogenblik in een achter hem gapende afgrond gezogen kon worden. De verbazingwekkende strijdersactiviteiten die hij ontplooide zijn, om het met Malraux te zeggen, een wijze van \u2018exister contre la mort\u2019, om niet te leven <i>dans<\/i> la mort (zoals bijvoorbeeld Van Oudshoorn &#8211; niet voor niets de auteur van <i>Het onuitsprekelijke<\/i> -, wie hij verweet te blijven steken in \u2018verrottingsprocessen\u2019). Op 24 januari 1934 schreef hij aan Du Perron: \u2018Er is voor mij maar \u00e9\u00e9n werkelijk hero\u00efsche consequentie van het <i>on<\/i>maatschappelijk standpunt: de zelfmoord\u2019. En verder: \u2018Al Ter Braaks geest strijdige betekenis ontstaat, integendeel, indien men voor\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 411]<\/div><p>\u201conmaatschappelijk\u201d de term \u201convitalistisch\u201d substitueert (\u00e0 la Van Oudshoorn, die de zelfmoord als het ware eindeloos uitstelt) en voor \u201cde maatschappij\u201d \u201chet leven\u201d. Van de twee wegen die er in het leven zijn, volgens het citaat uit Thomas Mann dat in <i>Carnaval der burgers<\/i> staat afgedrukt, heeft hij &#8211; zijn bekeringen tot \u201chet gewone\u201d ten spijt! &#8211; de \u201cgew\u00f6hnliche, direkte und brave\u201d geweigerd, zodat er voor hem lag \u201cder geniale Weg\u201d, welke \u201cf\u00fchrt \u00fcber den Tod\u201d. Eenmaal op deze gevaarlijke weg, blijven er slechts twee mogelijkheden: de dodelijke afgrond of het vitale vechten op de levensfronten. In andere termen gesteld, luidt hetzelfde alternatief: \u00f3f de Hampton Court-sensatie, \u00f3f de \u201consterfelijkheidssensatie\u201d, die in <i>Het plagiaat<\/i> wordt genoemd. Dit romanfragment is hierom van zoveel waarde voor de kennis van Ter Braak omdat het de twee mogelijke houdingen op de spits gedreven weergeeft, belichaamd respectievelijk in een jong alter ego dat \u201consterfelijkheidssensaties\u201d heeft, waardoor hij kan triomferen over de afgrond, zoals de schrijver in de tijd van <i>Politicus zonder partij,<\/i> en een ander, veel ouder alter-ego, dat, voor de zuiging van de afgrond gezwicht, gedwongen is verder te leven in een als het ware over jaren uitgestrekte Hampton Court-sensatie. Het jongere alter-ego, een volwassen geworden Andreas Laan, van wie gezegd wordt dat hij geen tragiek, geen revolver erkende, krijgt de beschikking over troeven welke verpletterend zijn voor Xaverius-Van Duinkerken, de \u201cgoedmoedige plebejer\u201d, die juist daarom zo verachtelijk is omdat hij erin slaagt \u201cde angst voor de afgrond\u201d te verjagen met \u201cgoedkope narcotica\u201d. Maar, walgend in \u201chet stinkhol met het crucifix\u201d, \r\nverlamd door Xaverius\u2019 priestergebaren \u2018over de afgrond heen\u2019, verandert zijn overwinnaarsroes in onverschilligheid. Met het probleem waarvoor Xaverius hem stelde: \u2018bewondering of verachting\u2019, gaat Laan naar de oude Dubois, de vereerde meester, die, na een grandiose overwinning waardoor zelfs de burgerij het zwijgen werd opgelegd, plotseling met schrijven ophield, om \u2018het tijdvak van het levende lijk\u2019 in te gaan, een raadsel dat hij thans verklaart: een verlammende Hampton Court-beleving, een \u2018mystieke ervaring\u2019, welke hij als \u2018angst voor de heilstaat\u2019 betitelt.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het lijkt me dat <i>Het plagiaat<\/i> een motief bevat dat met betrekking tot Ter Braaks besluit om zelfmoord te plegen wel eens van even groot gewicht zou kunnen zijn als de re\u00eble kans die hij liep om door de Duitsers gearresteerd, gemarteld en vermoord te worden, een gevaar waaraan men perslot door te vluchten of desnoods onder te duiken kan ontsnappen. Het gaat om een psychologisch probleem waarin het begrip \u2018afgrond\u2019 centraal staat.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Steeds meer immers neigde Ter Braak ertoe om aan de moed tot luciditeit tegenover de \u2018afgrond\u2019 de waarde van literatuur en mensen af te meten.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Anton van Duinkerken is een verachtelijk individu omdat hij \u2018zich door de barok van de twijfel redt\u2019, omdat hij in woordenzwendel een goedkoop narcoticum vindt tegen de confrontatie met de \u2018espaces infinis\u2019, die Pascal ver-<\/p><div class=\"pb\">[p. 412]<\/div><p>schrikten\u2019; iets waarvan bijvoorbeeld Kafka niet beschuldigd kan worden, noch de nog meer gewaardeerde Leo Sjestow, aan wie om deze reden zelfs zijn geloof gegund wordt. De erotiek oordeelt hij als narcoticum wel dermate goedkoop dat hij een D.H. Lawrence beneden Aldous Huxley stelt (die, niet zonder betekenis, na de oorlog zijn heil in de yoga-mystiek zou zoeken!). Au fond ligt hier Ter Braaks meest <i>eigen<\/i> norm, zo eigen dat hij voor Du Perron onbegrijpelijk is en de steeds consequentere toepassing ervan hem irriteert. Als illustratie moge gelden hun debat over \u2018luciditeit\u2019 en \u2018bedwelming\u2019 naar aanleiding van E.A. Poe, weergegeven in <i>De Kalender en de Notaris.<\/i> Het meningsverschil is tot het volgende herleidbaar. Voor Du Perron is de luciditeit een instrument onontbeerlijk voor de zelfhandhaving; evenals Poe houdt hij er de angst mee op een afstand, zoals H.A. Gomperts heeft laten zien. Bij Ter Braak echter draagt de luciditeit bij tot de zelfvernietiging; zij brengt de angst juist naderbij. Daarom is Poe voor Du Perron \u2018de grote angst-schrijver\u2019, voor wie hij de grootste bewondering koestert, terwijl hij voor Ter Braak een brenger is van \u2018niets dan emotionele dingen\u2019, goedkope \u2018bedwelming\u2019, die zich \u2018tegenover \u201cde waarheid\u201d verstopt\u2019. Het fundamentele verschil tussen beide Forum-mannen komt ook hier weer aan het licht! Du Perron bezat de kostbaarste, de natuurlijkste \u2018bedwelming\u2019 die iemand tegen de \u2018afgrond\u2019 kan beschermen: een substanti\u00ebel Ik, waarin de intelligentie ge\u00efntegreerd is, hecht genoeg om de \r\n\u2018individualiteitsontbinding\u2019 <i>tijdens het leven<\/i> niet te hoeven vrezen: zijn angsten, evenals zijn hoofdpijnen en de \u2018neurasthenische inzinkingen\u2019 die in de Briefwisseling nogal eens opduiken, waren dan ook van een andere orde. Ter Braaks Ik daarentegen heb ik, zoals men zich zal herinneren, voorgesteld als een \u2018tweede gezicht\u2019 van ongrijpbare schaduwen beschermd door een masker van misleidende grimmigheid; als een chaos van tegenstrijdigheden die gecompenseerd moest worden door een strakke, maar tijdelijke, vervangbare superstructuur. Dat hij de \u2018emotionele dingen\u2019 &#8211; nota bene precies d\u00e0t waarop onze motor een leven lang moet draaien! &#8211; diskwalificeert als \u2018bedwelming\u2019, toont hoe weinig het hem gegeven was, ondanks alles wat hij stelt in <i>Politicus zonder partij<\/i>, te \u2018luisteren naar de influisteringen van zijn lichaam\u2019; het onderstreept hoe onherroepelijk \u2018denk- en gevoelsactiviteit\u2019 in hem \u2018elkaar niet konden vinden\u2019. In <i>Journaal 1939<\/i> schrijft hij: \u2018De zekerheid en gemakkelijkheid, waarmee ik nu kan formuleren en denken, geeft mij nu hoogstens nog het aangename gevoel van goed gekleed te gaan\u2019, wat het beeld oproept van gedachten als kledingstukken van een fraaie snit, die men als alle andere kledingstukken kan uittrekken: waarna de bezitter nagenoeg naakt in de kou achterblijft. Ter Braaks \u2018narcotica\u2019 waren voorlopige, opportunistische, niet in de \u2018emotionele dingen\u2019 gewortelde waarden, intellectuele constructies die, eenmaal opgebruikt, \u2018stuk gedacht\u2019, zoals hij het zelf noemde, hem onbeschermd achterlieten tegenover de \u2018afgrond\u2019. En welke waarde was\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 413]<\/div><p>tegen het einde van zijn carri\u00e8re niet stuk gedacht, welk \u2018narcoticum\u2019 was niet tot damp vervluchtigd?<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>In de zelfvernietigende luciditeit van zijn denken ligt ongetwijfeld Ter Braaks meest eigen grootheid; maar, terwijl hij het normatief stelde, moet hij het tegelijkertijd ervaren hebben als zijn meest verachtelijke zwakte, zijn ondergang. Met het steeds verder oprukken van zijn luciditeit werd zijn positie als mens immers onmogelijker en daarmee, gezien de Forumse opvattingen, zijn schrijverschap. In \u2018het tijdvak van het levende lijk\u2019, waarin hij zichzelf al beland zag, geprojecteerd in de oude Dubois, bestaat slechts het type van schrijverschap dat het leven vervangt, d.w.z. het \u2018onanistische\u2019, bij uitstek verwerpelijke type, volgens Forum: vandaar Dubois&#8217; zwijgen. In dit oudere alter-ego voorzag Ter Braak zijn eigen opheffing.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Moet ik Xaverius bewonderen of verachten?\u2019 Zo was het probleem gesteld waarmee de bijna 40-jarige Andreas Laan bij de meer dan 60-jarige Dubois kwam. En het antwoord van de oude meester, die al zo ver is dat hij een bepaald Nietzscheaanse begrip \u2018een uitvlucht, een dooddoener\u2019 noemt, luidt: hij is bewonderenswaardig, \u2018want gaver, beter ingericht op de handhaving van zijn persoonlijkheid\u2019! De slechte kwaliteit van zijn narcotica? Maar naar mate ze een verachtelijker gebruik maken van het denken zijn de Xaverii bewonderenswaardiger, d.w.z. \u2018beter toegerust voor de levensstrijd\u2019!<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Bewondering en verachting zijn \u2018twee thema&#8217;s van een fuga\u2019. Dus, naarmate hij een bewonderenswaardiger gebruik maakt van het denken is Ter Braak zelf verachtelijker, d.w.z. slechter \u2018toegerust voor de levensstrijd\u2019. Ter Braak voltrekt hiermee zijn eigen vonnis. In feite is hij, op een hoger niveau, ontdaan van provincialismen, teruggekeerd naar zijn situatie van v\u00f3\u00f3r 1930, die hij toen al verwierp: machtig in het domein van de geest, ervaart hij tragisch zijn machteloosheid in de brute werkelijkheid. Zijn superioriteit blijkt slechts te gelden in de geestelijke hi\u00ebrarchie die hij zelf in <i>Politicus zonder partij<\/i> in vrolijke vlammen had doen opgaan, terwijl hij zijn minderwaardigheid moet vaststellen volgens de hi\u00ebrarchie van de wereld. Een volstrekt onmogelijke situatie!<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Dit bankroet moet natuurlijk bezien worden tegen de achtergrond van de politieke ontwikkelingen in Europa. De hi\u00ebrarchie van de wereld waarin Ter Braak, uitgaande van Nietzscheaanse beginselen, dacht te kunnen slagen, was met de opkomst van het fascisme steeds meer die van het geweld geworden, van de physieke kracht, waartegen hij, als vergeestelijkt bourgeoiszoontje tegenover de boerepummels van Eibergen, en als student tegenover de botte ontgroeners van een Amsterdams studentencorps, al zo beschamend het onderspit had moeten delven. Tegenover de Nietzscheaanse eenling Ter Braak, die juichend had geschreven over de nationalistische terrorist Ernst von Salomon, waren\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 414]<\/div><p>horden van monsterlijke, barbaarse caricaturen van Nietzsche verrezen, horden van plebejische Von Salomons, en zij verwezen hem terug naar de oude hi\u00ebrarchie van de geest, die onlosmakelijk met het Christendom, waarin hij was opgegroeid, is verbonden.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Natuurlijk bevond Du Perron, met zijn onmiskenbare Arthur Hille-ambivalentie, zich in een soortgelijke situatie. Want welke schrijvers blijken in het gedrang der massa&#8217;s nog houdbaar voor de \u2018smalle mens\u2019? Daaronder is bijvoorbeeld degeen die hem het begrip \u2018smalle mens\u2019 zelf aan de hand doet, de misanthropische individualist Drieu la Rochelle, die in de oorlog collaborateur zou worden, en Gobineau, wellicht de eerste racist, vlijtig door Nietzsche bestudeerd, aan wie hij zijn notie van de \u2018calender\u2019 ontleent, een waarde waarvan hij zo anti-democratisch als maar kan beweert dat zij preferabel is, want aangeboren, niet verwerfbaar. Maar, voor dit soort inconsequenties een gelukkig ongevoeligheid bezittend, brak Du Perron zich daar het hoofd niet over. Het was dan ook zonder cultuur-filosofische problematiek dat hij, bij het dreigender worden van het Nazisme, zijn <i>Uren met Dirk Coster<\/i> introk.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ter Braak echter moet het wel als een dilemma gevoeld hebben dat hij bijvoorbeeld Henri Bruning, die hem om zijn aristocratie en zijn \u2018vertikale\u2019 gelovigheid sympathiek was, moest verwerpen op het politieke vlak, wegens zijn nationaal-socialisme; terwijl hij de plebejische \u2018horizontale\u2019 katholiek Anton van Duinkerken, immers een even militant brochure-schrijver voor het Comit\u00e9 van Waakzaamheid als hij zelf, \u2018politiek\u2019 zou moeten omhelzen!<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hoe was het dan nog mogelijk Xaverius-Van Duinkerken te verachten? \u2018Hij bestrijdt de verschijnselen die ons het meest bedreigen, jou en mij, fascisme, nationaal-socialisme, totalitarisme&#8230;\u2019, aldus Dubois tegenover zijn oud-leerling Andreas Laan. De verzoening is daar, het gelukzalig zwelgen in broederschapsgevoelens! \u2018De gelijkheid, die over Europa komt\u2019, de Grote Gelijkheid, waarnaar de Christelijke discipline in haar geseculariseerde vormen streeft, volgens Ter Braak, wordt door Dubois reeds doorleefd als een actuele toestand. Originaliteit is een leeg begrip voor hem sinds ook de middelmatigen weten \u2018dat zij proberen moeten zo oorspronkelijk mogelijk te zijn\u2019. De \u2018middelmatigheidsherders\u2019 bewonderend, noemt hij \u2018strijden tegen de middelmatigheid\u2019 een ergerlijke \u2018krachtsverspilling\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Stamelend, vergeefs adequate beelden zoekend, tracht de oude Dubois zijn Hampton Court-sensatie, zijn \u2018mystieke ervaring\u2019, over te brengen: \u2018En voortdurend moest ik worstelen met woorden en beelden, die ergens heen wezen&#8230; naar het niets, naar een afgrond, heb ik het later genoemd, maar soms was er alleen die <i>angst voor de heilstaat<\/i>, die braakneiging en het klamme zweet\u2019.. \u2018de afschuwelijkheid van een hemels Jeruzalem&#8230; \u2018die vervloekte harmonie\u2019&#8230; \u2018een harmonie, waarin niets meer te denken zou zijn, niets meer te veranderen of aan te vullen of <i>anders<\/i> te denken&#8230;\u2019 Dit laatste, dat \u2018anders te denken\u2019 &#8211;\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 415]<\/div><p>wat gelijk gesteld wordt aan \u2018denken\u2019 tout court! &#8211; betreft \u00e9\u00e9n kant van Ter Braaks hoogst persoonlijke obsessie, waarvan in zijn werk buitengewoon frequent voorkomende woorden als \u2018onderscheiding\u2019, \u2018onderscheiden\u2019 de tekens zijn, evenals bijvoorbeeld de termen \u2018begrenzen\u2019, \u2018beperken\u2019, \u2018beperking\u2019, enz., die in <i>Carnaval der burgers<\/i> domineren. Zij maken deel uit van de positieve kant van zijn obsessie; de andere, de negatieve is het vervagen van onderscheidingen, het opheffen van beperkingen, de ontgrenzing, het Niets. Het is waar, wat H. Drion zegt in <i>Het conservatieve hart<\/i>: Ter Braak werd gedreven door een \u2018anders willen zijn\u2019, hij vluchtte inderdaad \u2018voor de grootste gemene delers van de taal\u2019, hij had een \u2018afkeer van de massa\u2019 en een \u2018angst zich te encanailleren\u2019; maar het is onjuist hem dit te verwijten, alsof het slechts de kwalijke eigenaardigheden waren van iemand met een \u2018sterk romantische inslag\u2019, wat Drion doet, alsof het om een luxe ging, en niet om een levensnoodzaak. Het \u2018Differentseinwollen\u2019, dat hij hem ook aanwrijft, kan men inderdaad volledig op Ter Braak van toepassing achten, mits men die term opvat in de betekenis welke de context in <i>Jenseits von Gut und B\u00f6se<\/i> eraan verleent: \u2018Ist Leben nicht Absch\u00e4tzen, Vorziehn, Ungerecht-sein, Begrenztsein, Different-sein-wollen?\u2019 Anders-willen-zijn moet bij Ter Braak worden begrepen in een wel heel bescheiden betekenis: een streven zich te onderscheiden van de dood. Zijn \u2018fanatisme de la diff\u00e9rence\u2019, om nog een ander etiket te gebruiken, nu van Malraux, was de bittere noodzaak zich met voldoende intensiteit af te tekenen tegen het Niets, tegen de \u2018afgrond\u2019 in zichzelf, erg abstracte begrippen, die \r\nhier echter beklemmend re\u00ebel worden als men zich er de klinische werkelijkheid van de Hampton Court-sensatie bij voorstelt.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Hoe zou Ter Braak, \u00e0ls hij de oorlog overleefd had, zich gevoeld hebben in de Heilstaat waarin we thans in 1968 zijn ingebed, en die de namen ontvangen heeft van Welvaartstaat en Consumptiemaatschappij? Hoe zou hij het gevonden hebben in deze heilstaat, waarin de \u2018Anstosz\u2019, die hij met Ernst von Salomon zag als de taak van de \u00e9lite, een bezigheid geworden is van de studerende jeugd en een handjevol kunstjongens, een vorm van amusement, waarmee soms ook nog geld te verdienen valt? Ik zal de profetische oude Dubois laten antwoorden:&#8230; \u2018Wie dat gezien heeft, ervaren, die weet alleen nog, dat hij zich redden moet, hoe dan ook\u2019&#8230; \u2018Laat mij in vrede sterven, in een coma bij voorkeur\u2019.<\/p>\r\n<\/div><div class=\"wp-block-column dbnl-rechts is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:33.33%\"><div id=\"noten-apparaat\"><div class=\"interp\">\n<h3>Over dit hoofdstuk\/artikel<\/h3>\n<p><label>auteurs<\/label><\/p>\n<p> <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=kale001\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Huug Kaleis<\/a><\/p>\n<p>over  <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=braa002\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Menno ter Braak<\/a><\/p>\n<br>\n<\/div><\/div><\/div><\/div>","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>[p. 400] In de schaduwen van Ter Braaks tweede gezicht Huug Kaleis Dit zijn dan misschien onze grote mannen: zij, die zeer lang in de schaduw blijven, wier tweede gezicht telkens meer te raden geeft. Menno ter Braak Pascal avait son gouffre, avec lui se mouvant. &#8211; H\u00e9las! tout est ab\u00eeme, &#8211; action, d\u00e9sir, r\u00eave,&#8230; <a class=\"more-link\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/in-de-schaduwen-van-ter-braaks-tweede-gezichthuug-kaleis\/\">Lees verder <span class=\"read-more-arrow\"><\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","class_list":["post-300004","dbnl","type-dbnl","status-publish","hentry"],"acf":[],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO plugin v26.4 - https:\/\/yoast.com\/wordpress\/plugins\/seo\/ -->\n<title>In de schaduwen van Ter Braaks tweede gezicht  Huug Kaleis &#183; Uitgeverij Van Oorschot<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/in-de-schaduwen-van-ter-braaks-tweede-gezichthuug-kaleis\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"In de schaduwen van Ter Braaks tweede gezicht  Huug Kaleis &#183; Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"[p. 400] In de schaduwen van Ter Braaks tweede gezicht Huug Kaleis Dit zijn dan misschien onze grote mannen: zij, die zeer lang in de schaduw blijven, wier tweede gezicht telkens meer te raden geeft. Menno ter Braak Pascal avait son gouffre, avec lui se mouvant. &#8211; H\u00e9las! tout est ab\u00eeme, &#8211; action, d\u00e9sir, r\u00eave,... Lees verder\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/in-de-schaduwen-van-ter-braaks-tweede-gezichthuug-kaleis\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"article:modified_time\" content=\"2021-06-04T11:38:10+00:00\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"36 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\/\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/in-de-schaduwen-van-ter-braaks-tweede-gezichthuug-kaleis\/\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/in-de-schaduwen-van-ter-braaks-tweede-gezichthuug-kaleis\/\",\"name\":\"In de schaduwen van Ter Braaks tweede gezicht Huug Kaleis &#183; Uitgeverij Van Oorschot\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\"},\"datePublished\":\"1967-12-31T23:01:03+00:00\",\"dateModified\":\"2021-06-04T11:38:10+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/in-de-schaduwen-van-ter-braaks-tweede-gezichthuug-kaleis\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/in-de-schaduwen-van-ter-braaks-tweede-gezichthuug-kaleis\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/in-de-schaduwen-van-ter-braaks-tweede-gezichthuug-kaleis\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"DBNL\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"In de schaduwen van Ter Braaks tweede gezicht Huug Kaleis\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\",\"name\":\"Uitgeverij Van Oorschot\",\"description\":\"\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"In de schaduwen van Ter Braaks tweede gezicht  Huug Kaleis &#183; Uitgeverij Van Oorschot","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/in-de-schaduwen-van-ter-braaks-tweede-gezichthuug-kaleis\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"In de schaduwen van Ter Braaks tweede gezicht  Huug Kaleis &#183; Uitgeverij Van Oorschot","og_description":"[p. 400] In de schaduwen van Ter Braaks tweede gezicht Huug Kaleis Dit zijn dan misschien onze grote mannen: zij, die zeer lang in de schaduw blijven, wier tweede gezicht telkens meer te raden geeft. Menno ter Braak Pascal avait son gouffre, avec lui se mouvant. &#8211; H\u00e9las! tout est ab\u00eeme, &#8211; action, d\u00e9sir, r\u00eave,... Lees verder","og_url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/in-de-schaduwen-van-ter-braaks-tweede-gezichthuug-kaleis\/","og_site_name":"Uitgeverij Van Oorschot","article_modified_time":"2021-06-04T11:38:10+00:00","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"36 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/in-de-schaduwen-van-ter-braaks-tweede-gezichthuug-kaleis\/","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/in-de-schaduwen-van-ter-braaks-tweede-gezichthuug-kaleis\/","name":"In de schaduwen van Ter Braaks tweede gezicht Huug Kaleis &#183; Uitgeverij Van Oorschot","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website"},"datePublished":"1967-12-31T23:01:03+00:00","dateModified":"2021-06-04T11:38:10+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/in-de-schaduwen-van-ter-braaks-tweede-gezichthuug-kaleis\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/in-de-schaduwen-van-ter-braaks-tweede-gezichthuug-kaleis\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/in-de-schaduwen-van-ter-braaks-tweede-gezichthuug-kaleis\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"DBNL","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"In de schaduwen van Ter Braaks tweede gezicht Huug Kaleis"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/","name":"Uitgeverij Van Oorschot","description":"","potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"}]}},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl\/300004","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/dbnl"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=300004"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=300004"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}