{"id":300265,"date":"1971-01-01T00:01:01","date_gmt":"1970-12-31T23:01:01","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/dbnl\/sonsbeek-buiten-de-perken-van-de-kunste-m-janssen-perio\/"},"modified":"2021-06-04T13:46:05","modified_gmt":"2021-06-04T12:46:05","slug":"sonsbeek-buiten-de-perken-van-de-kunste-m-janssen-perio","status":"publish","type":"dbnl","link":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/sonsbeek-buiten-de-perken-van-de-kunste-m-janssen-perio\/","title":{"rendered":"Sonsbeek buiten de perken van de kunst\r\n\r\nE.M. Janssen Perio"},"content":{"rendered":"<div class=\"wp-block-columns alignwide is-layout-flex wp-container-core-columns-is-layout-9d6595d7 wp-block-columns-is-layout-flex\"><div class=\"wp-block-column dbnl-links is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:66.66%\">\r\n\r\n <interp type=\"primair\" value=\"jans099\"><\/interp><div class=\"pb\">[p. 497]<\/div>\r\n<a name=\"56\"><\/a>\r\n<h3>Sonsbeek buiten de perken van de kunst\r\n<br><i>E.M. Janssen Perio<\/i>\r\n<\/h3>\r\n\r\n<blockquote>\r\n<i>&#8211; Es k\u00f6nnten Kr\u00e4fte, durch welche zum Beispiel die Kunst bedingt ist, geradezu aussterben&#8230;\u2019<\/i>\r\n\r\n<br><i>(Fr. Nietzsche: Menschliches, Allzumenschliches, 1 Bd., afor. nr. 234)<\/i>\r\n\r\n<br><i>&#8211; Maar het is als bij een bezoekje aan een kermis, even in het spookhuis en het is al weer vergeten.<\/i>\r\n\r\n<br><i>(Haagse Post, 23 juni 1971, blz. 52)<\/i>\r\n<\/blockquote>\r\n\r\n<p>Mijn eerste kennismaking met \u2018Sonsbeek\u2019 vond plaats op de markt van Enschede, waar, terwijl ik met mijn vrouw en kinderen op een bankje mijn boterham at, twee hippe en zichtbaar-artistieke meisjes, gedekt door twee gemeentehekjes, een drietal vierkanten in felrode verf (menie?) op het trottoir schilderden; er kwamen al spoedig een aantal arbeiders om haar heen staan die, aangetrokken door de diepzinnigheid van het gebeuren en door de charme der meisjes, hun commentaar leverden. Toen wij een uurtje later terugkeerden, waren de meisjes weg; haar werk was gebleven: drie roodgeschilderde vierhoeken van 50 bij 50 cm (?), die daar lagen, eenzaam, onopgemerkt en overbodig.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In dit kunstgebeuren (\u2018event\u2019) heb ik waarschijnlijk een eerste illustratie beleefd van de woorden die hoofdorganisator drs. Wim Beeren in de inleiding van de Sonsbeek-catalogus aan deze nationale kunstmanifestatie heeft gewijd: <i>\u2018Het is duidelijk dat het woord tentoonstelling maar ten dele van toepassing is. Wij zijn gaan spreken over manifestatie en vervolgens over activiteit. Er is meer sprake van een workshop dan van een show. Dit brengt met zich mee dat het publiek zich in Nederland niet links en rechts kan vergapen aan grootse monumenten maar dat het van de andere kant veel nauwer bij een kunstgebeuren betrokken zal kunnen zijn\u2019<\/i> (Catalogus, blz. 9). De lieve meisjes, \u2018participanten\u2019 in dit nationale spel van \u2018ruimtelijke relaties\u2019, manifesteerden haar activiteit en waren uit haar \u2018workshop\u2019 (het \u2018Informatiecentrum\u2019 op de Enschedese markt) gekomen om haar \u2018show\u2019 te geven &#8211; o rijke mogelijkheden der Nederlandse taal! Het publiek dat zich om haar heen had geschaard, vergaapte zich niet\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 498]<\/div><p>aan een groots monument, maar toonde zich ten nauwste betrokken bij het kunstgebeuren, zij het later ternauwernood meer bij het kunstgebeurde.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Of de quantitatieve omvang van deze nationale, ja internationale manifestatie in een positieve verhouding staat tot het qualitatieve resultaat, wil ik voorshands nog buiten beschouwing laten. Dat de organisatorische dimensies van dit gebeuren indrukwekkend zijn, zal niemand ontkennen die op de bladzijden 14 e.v. van de Catalogus de lijst van namen en vermeldingen raadpleegt van alle persoonlijkheden en instanties, die hun bijdrage hebben geleverd als bestuursleden, werkcomit\u00e9leden, secretaresses, contactpersonen, redacteuren, inrichters, realisators, adviseurs, participanten, projectanten en sponsors, om niet te vergeten de geldgevende overheid.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Mocht iemand nog durven twijfelen aan de waarde van de moderne kunst als bedrijfstak &#8211; of als vorm van collectieve bedrijvigheid -, dan moet hij er alleen al door \u2018Sonsbeek\u2019 van overtuigd zijn: deze kunst is belangrijk, iets waaraan zoveel mensen en machten meedoen, kan onmogelijkerwijze onbelangrijk zijn!<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Of \u2018Sonsbeek buiten de perken\u2019 eveneens, of ook maar in enigszins overeenkomstige mate, van belang is geweest voor de instantie, die niet in de laatste plaats tot de zingeving van het geheel moet bijdragen, namelijk het publiek, heb ik in twijfel getrokken, toen ik langs de verlaten paden van het park slenterde, en toen ik rond het observatorium van Robert Morris in Santpoort drentelde om de ingang aan gene zijde te bereiken. Dit werk van Morris (vgl. Catalogus, blz. 132-133) was zeker niet het minst gepubliceerde van alle Sonsbeekania, en het heeft de charme van een stuk quasi-archa\u00efsche en elementair-astronomische landschapsmodellering. De graszoden over zijn aardewerk hebben echter door de droogte van het seizoen niet willen wortelschieten en hangen als droge lappen over het zand. Dat het werk er nochtans zo ongeschonden bijlag, waar de gehele situatie zich tot klauteren leende (mijn kinderen begonnen spontaan), demonstreerde zonnetempelklaar de graad van publieke onge\u00efnteresseerdheid, bij de gratie waarvan dit kunstwerk voortbestaat.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Alle activiteit en publiciteit, alle nationaliteit en internationaliteit, alle 175.000 gratis verstrekte Sonsbeekkranten ten spijt, is het Nederlandse publiek zichtbaar onbewogen gebleven en daarmee, helaas,\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 499]<\/div><p>oningewijd in de mysteries van het grondthema dezer \u2018dynamische manifestatie\u2019 (Prof. Mr. P. Sanders, Catalogus, blz. 5): \u2018ruimtelijke relaties\u2019. Om nogmaals de \u2018commissaris\u2019 van het Werkcomit\u00e9, drs. W. Beeren, te citeren: <i>\u2018Het is \u00e9\u00e9n van de interesses van Sonsbeek geworden om een groter publiek te stimuleren in het besef dat er werkelijk zoiets als een visueel verschijnsel bestaat en dat die verschijnselen vaak op de ruimte betrekking hebben. De visuele fenomenen zijn tot voor kort binnen de wetenschap of binnen de museale terreinen gebleven. Nu is echter het moment aangebroken dat de kunstenaars in die ruimtelijke relaties ten zeerste zijn ge\u00efnteresseerd en de aandacht die ze er aan besteden wordt al lang niet meer alleen in massa tot uitdrukking gebracht. Ruimtelijke relatie, dat is ook: in verbinding zijn. En de wijze van verbinding kan beslissen over het waarnemen van de gestalte. Wat is de ruimte tussen Amsterdam en Londen? De lijn tussen twee abstracte punten op een kaart? De ruimte waar men doorheen schiet met een vliegtuig?\u2019<\/i> (enz., Catalogus, blz. 7). Ik moet mij, om de gedrukte ruimte en het lezersgeduld te sparen, onthouden van een nauwkeurige exegese van alle gewijde teksten in deze catalogus; men kan zich trouwens toch moeilijk iets meer uitputtends en ontmoedigends voorstellen dan een ontleding van het moderne kunstkritische proza, waarin de menselijke taal ons meestal nog slechts bereikt in de vorm van wijsgerige rochelingen uit Heideggeriaanse echoputten. \r\nIn dit citaat beluistert men echter nog minder de echoput, dan de harde megafoonklank van de moderne publiciteit, die waarschijnlijk toch een wezenlijk bestanddeel van de moderne kunstindustrie uitmaakt, en waarmee men, als in ieder bedrijfsbewust circus, het publiek er van moet doordringen, dat wat hier wordt getoond, nog nergens en nimmer werd aanschouwd. \u2018Nu is echter het moment aangebroken&#8230;\u2019: gaat dat zien, maar helaas &#8211; de burgers en buitendeperkers blijven binnen of zoeken, meer vacantie- dan kunstbewust, het buitenland op. Deze propagandapraat berust echter, als zovele propaganda, op een onderschatting van het publiek, dat hier verondersteld wordt zich nog nimmer het verschijnsel ruimte te hebben gerealiseerd, en op een overschatting van de werking van deze kunst, die de toeschouwer nu eindelijk, voor het eerst in de kunstgeschiedenis, er van zal doordringen <i>\u2018dat er werkelijk zoiets als een visueel verschijnsel bestaat en dat die verschijnselen vaak op de<\/i>\r\n\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 500]<\/div><p>\r\n<i>ruimte betrekking hebben\u2019.<\/i>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Neen maar! De enige instantie, die waarschijnlijk werkelijk verheugd is over dit gezwam in en om de ruimte, moet de KLM zijn, die op blz. 190-191 van de Catalogus triomfantelijk kan verkondigen: <i>\u2018KLM, een ruimtelijke relatie -&#8216;s Werelds meest betrouwbare\u2019!<\/i>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Er bestaan echter ook andere en meer mystieke mogelijkheden om de ruimte te beleven, in de geest van de bezigheden van de Japanner Yutaka Matsuzawa, de profeet van \u2018mu\u2019, in de \u2018zenconceptie\u2019 gelijkluidend met <i>\u2018niets (de algehele afwezigheid van iets)\u2019.<\/i> Matsuzawa verkondigt <i>\u2018dat wanneer we de condities van \u201cmu\u201d bezitten, we een absolute, door niets belemmerde communicatie met elkaar zullen hebben\u2019<\/i> (Cat., blz. 149). Daarnaast presenteert hij zijn eigen vondst, het begrip Psi: <i>\u2018Psi wordt gebruikt om de onzichtbare aanwezigheid van iets uit te drukken. Neem bijvoorbeeld een potlood. Ontdaan van zijn fysieke eigenschappen zoals gewicht, kleur en vorm bestaat het potlood nog steeds, alleen in onzichtbare toestand. Dit is nu Psi!\u2019<\/i> (Cat., blz. 149). Het artistieke einddoel van Matsuzawa is: <i>\u2018Een ruimte moet verdwijnen en onzichtbare ruimte moet er voor in de plaats komen\u2019<\/i> (Cat., blz. 149). \r\nAangezien dit mystieke ontledigingsbegrip, gezien de beperkte mogelijkheden en varianten van een visualisatie van het niets, het absolute einde moet betekenen van alle beeldende kunst en men in Sonsbeek &#8211; en Den Haag &#8212; toch niet bereid kan zijn gevonden, het standaardhonorarium van <i>f<\/i> 1500 te betalen voor \u00e9\u00e9n of meer lege of van Psi vervulde bladzijden, vindt men op de bladzijden 151-153 drie grote foto&#8217;s: <i>\u2018Yutaka Matsuzawa toont zijn boek der raadselen in een wazige kamer\u2019, \u2018Yutaka Matsuzawa oefent religieuze ascese uit op het Meditation Platform\u2019, \u2018Yutaka Matzuzawa oefent een esoterische ascese uit in de Misayama Shrine\u2019.<\/i> De liefhebber van mystieke ruimte-relaties kan bovendien genieten van de mededeling op blz. 150: <i>\u2018Precies op dit moment waarop u nu deze zinnen leest, zit ik op het Sensuiiri Meditation Platform in een centraal gelegen hoogvlakte van Japan en oefen rustig heel rustig ascese uit ten gunste van de ondergang der mensheid, terwijl ik mijn psi bezit laat nemen van u hier ter plaatse\u2019.<\/i>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het staat er, behalve in het Engels &#8211; zoals alle mededelingen &#8211; ook in het Japans, naar men weet een uiterst artistiek schrift; bladzijde 150 is misschien de enige van de catalogus, waaraan men een zuiver\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 501]<\/div><p>aesthetisch genoegen kan beleven.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Of deze Japanner een mysticus is of een charlatan, of &#8211; als mystieke charlatan &#8211; beide, kan men in Japan waarschijnlijk beter uitmaken dan in Nederland, evenals de waarde van zijn collega On Kawara, op blz. 146-147 vertegenwoordigd met twee foto&#8217;s van bijna identieke telegrammen met de boodschap: <i>\u2018I am still alive\u2019:<\/i> een ruimte-stilleven! Zijn sponsor &#8211; over ruimtelijke relaties gesproken &#8211; is een prominente, Nederlandse bankier in Tokyo en een vertegenwoordiger van het internationale grootkapitaal, dat van d\u00e9ze revolutionaire kunst zeker niets te duchten heeft.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Wordt de \u2018kunst\u2019 werkelijk hinderlijk, dan gaat er iets eenvoudig niet door, zoals Hans Koetsiers \u2018newscasterspots\u2019 voor het Muntplein, waarvan de tekst is afgedrukt op blz. 102: <i>\u2018refused by the directors of the Carlton newscaster-Amsterdam because they thought this text racist and reactionary. Also they expressed their fear that the Carlton building would be blown up\u2019.<\/i> Volstrekt onschuldig is daartentegen het kort vertoog over de eenvoud van de kunst op blz. 103 (\u20184 weeks run &#8211; 100 times a day\u2019), met de meegeprojecteerde voetnoot: <i>\u2018mocht deze suggestie nog nadere toelichting behoeven, raadpleeg dan een psycholoog, tekenexpert en logicus. (in deze volgorde!)\u2019.<\/i> Onmiskenbaar de humor van het schoolblad.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Gretig en uitputtend zijn in deze catalogus alle grapjes van de moderne kunstmatigheid toegepast en uitgebuit &#8211; het kan niet op, ook al is het tot op de draad toe versleten. Het mystieke gelijktijdigheidsbegrip van Matsuzawa is door Stanley Brown ingedikt tot de tegelijk concreter en universeler mededelingen: <i>\u2018While you are reading this sentence A pedestrians take B steps in the Kalverstraat (Amsterdam)\u2019; \u2018While you are reading this sentence C pedestrians take D steps in the Kalverstraat (Amsterdam)\u2019; \u2018While you are reading this E pedestrians take F steps in the Kalverstraat (Amsterdam)\u2019.<\/i> Dat vult, met zijn naam en de Nederlandse vertaling mee (mooie, lucide vertaling!) weer vier bladzijden (blz. 76-79); het wachten is nu op het genie dat tegen een zacht prijsje het alfabet volmaakt. Beknopter nog is, in al zijn diepzinnigheid, de bijdrage van Lawrence Weiner: <i>\u2018overdone\u2019<\/i> (blz. 158) &#8211; <i>\u2018doneover\u2019<\/i> (blz. 159) &#8211; <i>\u2018and overdone\u2019<\/i> (blz. 160) &#8211; <i>\u2018and doneover\u2019<\/i> (blz. 161) (in de vertaling van Louise van Santen: <i>\u2018overdreven\u2019 &#8211; \u2018overgedaan\u2019 &#8211; \u2018en overdreven\u2019 &#8211; \u2018en over<\/i>&#8211;<\/p><div class=\"pb\">[p. 502]<\/div><p>\r\n<i>gedaan\u2019<\/i>). Tezamen 5 bladzijden \u00e0 <i>f<\/i> 300 per pagina; of 6 bladzijden, als de volgende lege bladzijde, bij wijze van Psi \u00e0 la Matsuzawa, eveneens een bijdrage van Lawrence betekent, het honorarium daalt in dat geval tot <i>f<\/i> 250 p.p.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De lege bladzijde als zelfstandige bijdrage schijnt in deze catalogus nog vermeden te zijn, ofschoon dit absolute nulpunt van artistieke ontlediging dicht is benaderd door de punt van Douglas Huebler op blz. 143, met de toelichting: <i>\u2018The point represented above, exactly at the instant that is is so perceived, establishes an authentic triangulation between itself, the specific center of gravity of the percepient, and the specific center of gravity of the artist; it continues to do so for the entire time that these words are being read but immediately thereafter returns to its original essence as a printed dot on a two dimensional surface\u2019<\/i> (blz. 142 toont de punt op het overeenkomstige punt afgedrukt met een Nederlandse vertaling, honorarium per punt dus <i>f<\/i> 750). &#8211; Bij dit punt, dit bijna symbolische nulpunt van modern anartisme, begon bij mij overigens het wantrouwen te rijzen, dat Nederland met deze would-be internationale manifestatie een internationale ris\u00e9e is geworden, en dat waarschijnlijk wie weet hoeveel van de uit alle landen bijeengescharrelde en joost mag weten h\u00f3e representatieve vertegenwoordigers van de internationale Mafia der moderne kunst (\u2018morte ai figurativi, infantili avanti\u2019) onder Homerisch gelach &#8211; b.v. bij het denkbeeld, dat men voor <i>f<\/i> 1500 een werkelijk kunstwerk zou kunnen leveren &#8211; hun schetsen, telegrammen, foto&#8217;s, stippen, strepen en woorden hebben ingeleverd (een serieuze landschapsploeteraar als Morris staat wel boven deze verdenking).<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Inderdaad betekent de punt het eindpunt of de limiet vasa het reductieproces der ruimtelijke vormen (een pleonasme!) en relaties, en tevens het laatste punt vlak voor het absolute niets of de volledige leegte. Het probleem van het nihilistische karakter van \u2018de\u2019 moderne kunst nog buiten beschouwing latend, zou ik hier de term reductionisme willen invoeren ter kenschetsing van bepaalde verschijningsvormen van artistieke speeldrift (het ludieke!) in een aesthetische vacuum.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hier in Sonsbeek, en a fortiori in de bijbehorende catalogus (deel I, het tweede deel werd mij nog niet toegestuurd), wordt inderdaad met\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 503]<\/div><p>overgave gereduceerd, en wel tot de meest elementaire vormen, materialen en mentaliteiten, waarbij eigenlijk alles &#8211; als kunst, of hoe dan ook &#8211; welkom wordt geheten, als het maar elementair is. Anders gezegd: wat eens uitgangspunt was, is hier het eindpunt geworden, wat eens materiaal was voor het kunstwerk, wordt nu eenvoudigweg tot kunstwerk geproclameerd, in de naam van een nieuwe kunstconventie (want conventioneel is men allang weer!) &#8211; alleen datgene, wat vroeger als essenti\u00ebel gold: de artistieke inspanning van de transformatie van de werkelijkheid en de persoonlijke inzet van het talent of het genie, is overboord gezet. Zodoende lijkt deze radicale reductie der vormen voor de kunstenaar tegelijk een radicale reductie der persoonlijkheid of een vorm van desindividualisering te betekenen &#8211; en onbeduidender, landeriger, infantieler en primitiever dan hier in Sonsbeek en buiten de perken hebben kunstenaars zich waarschijnlijk nog nooit in de geschiedenis aan het volk gepresenteerd, wat dit betreft is deze manifestatie zeker \u2018epochaal\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hier is dus, more artificum, alles als kunst geaccepteerd of tot kunst geproclameerd, hetgeen uiteraard betekent, dat in wezen niets meer kunst is; kunst wordt het slechts, omdat het deel uitmaakt van de manifestatie, van de organisatie, van de bent, zodat kunstenaar hier bijna definitie is: hij die mee mag doen aan het gebeuren. Alle geleuter over \u2018ruimtelijke relaties\u2019 ten spijt, blijft uiteindelijk als enig kunstcriterium over, dat men zijn relaties heeft, die beslissen over het artistieke zijn of niet-zijn, meedoen of niet-meedoen, in-zijn of er uit liggen. Een proces dat als kunstpolitiek verschijnsel niet wezenlijk nieuw mag heten, maar dat nog nooit in een zo zuivere vorm is gepresenteerd; wie vroeger mee mocht doen, moest althans iets kunnen, en hier kan men iets, omdat men meedoet.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Aesthetisch geworden bij de gratie van de organisatie is hier alles belangrijk en presentabel, de lege bladzijde, de punten van Huebler, de verticale strepen in de omslag van de catalogus (vgl. blz. 139: <i>\u2018Verticale strepen &#8211; witte en grijze verticale strepen van 8,7 cm breed zijn te zien binnen de grenzen van deze catalogus (zie binnenkant omslag\u2019<\/i>) en de <i>\u2018witte en grijze verticale strepen van 8,7 cm breed (die) speciaal aangebracht zullen worden in directe relatie tot het thema van Sonsbeek 71. Zij zullen zichtbaar zijn in samenhang met de situatie ter plaatse, in de volgende expositieruimten&#8230;\u2019<\/i> (blz. 95). De\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 504]<\/div><p>drie betonnen balken van Lex Wechgelaar: <i>\u2018project moderne ru\u00efne, een monument voor de hedendaagse woningbouw\u2019<\/i> (blz. 129 &#8211; hier valt nog een vleugje cynisme te appreci\u00ebren!). De pakkistvormen van Sol LeWitt (<i>\u2018model for \u201cModular Piece\u201d 4 sections 1970\u2019,<\/i> blz. 53), de gereduceerde pakkistvormen van Carel Visser, drie ijzeren banden tussen bomen (blz. 71), en de inpakprojecten van Javachef Christo (vgl. blz. 112.12: <i>\u2018Wrapped coast, 1969, no. 9\u2019<\/i>), die het liefst de gehele tentoonstelling zou inpakken, maar die, volgens zijn kunstbroeders Andre en Bladen, op zijn beurt weer in aanmerking zou komen te worden ingepakt (vgl. Haagse Post 23.6.1971, blz. 48: <i>\u2018Ze moesten Christo zelf maar &#8216;s inpakken\u2019<\/i>). De meniekleurige vierkantjes van de lieve meisjes in Enschede, en het op de 6e mei 1971 op de Atlantische Oceaan door Ger van Elk wit geschilderde blokje hout (vgl. catalogus, blz. 107-109; het blokje is ge\u00ebxposeerd in het Tropenmuseum te Amsterdam). En natuurlijk de meer opzienbarende en op alle weekbladomslagen afgebeelde giganten van Schippers (de auto), Bladen (de wig), Grosvenor (de kiel) en Oldenburg (de troffel), die hun waarde voornamelijk aan hun dimensies ontlenen. Om met Claus Oldenburg te spreken: <i>\u2018De voornaamste reden voor het maken van de kolossale objecten is evident &#8211; om de aanwezigheid van het ding, het object, groter en nadrukkelijker te maken\u2019 (Sons<\/i>beekkrant, blz. 1).<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Wat zich in dit alles manifesteert, is waarschijnlijk in de eerste plaats een totaal waardeverval van het kunstwerk, over de uniciteit of onvervangbaarheid waarvan men zich ternauwernood meer enige zorg kan maken. Men kan zich moeilijk voorstellen dat iemand in Nederland wakker zou liggen uit bezorgdheid, dat morgen misschien Weiners punten zijn uitgewist, dat Ger van Elks blokje is gestolen, dat de kiel van Grosvenor in de grond is weggezakt of dat de kolossale \u2018wig\u2019 van Bladen (<i>\u2018One form to be encompassed near by and far away\u2019,<\/i> heet het in de Catalogus, blz. 36) voortijdig naar IJmuiden is verdwenen. De volkomen willekeur van deze aesthetische producten is nu eenmaal evenredig aan hun absolute vervangbaarheid, zodat ook de vergankelijkheid dezer kunstproducten geenszins dramatisch opgevat kan worden. Op deze vergankelijkheid wordt trouwens bij gelegenheid al nadrukkelijk geanticipeerd. <i>\u2018Dat hele project verwordt natuurlijk, dat gaat langzamerhand naar de verdommenis\u2019,<\/i> schrijft Ger-<\/p><div class=\"pb\">[p. 505]<\/div><p>rit in &#8216;t Hout (stafmedewerker van de Culturele Raad Noord-Holland) in de Sonsbeekkrant over het observatorium van Morris. \u2018<i>Maar dat maakt niks uit, je hoeft toch niet alles voor de eeuwigheid te bewaren\u2019.<\/i> Het zelfde geldt voor de afbeeldingen <i>\u2018in woestijnzand met behulp van wielsporen\u2019<\/i> van de Amerikaan Heizer: <i>\u2018De weersinvloeden zorgen er voor dat de sporen die Heizer maakt weer langzaam verdwijnen\u2019<\/i> (Sonsbeekkrant, blz. 5).<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Kenmerkend voor dit hele gebeuren is ook de onevenredigheid tussen de armoedigheid en de willekeur van het artistieke product, en de overmatige aandacht die, in het bijzonder door de producenten zelf, aan de wordingsgeschiedenis van dit voortbrengsel wordt besteed. Men kan ook zeggen: naarmate het kunstwerk meer \u2018object\u2019 wordt, dringt zich de subjectiviteit van de kunstenaar meer naar voren, een proces dat trouwens voor de waardebepaling van dit kunstwerk niet zonder betekenis, ja misschien van essenti\u00ebel belang is. Men zou eens aan de waarde of aan het wezen van het werk kunnen twijfelen, wanneer men niet door de kunstenaar verteld en bijgeleverd kreeg, niet alleen welke afgrondelijk diepe betekenis er in het werk wel vervat is, maar tevens, welk hoogst indrukwekkend scheppingsproces er aan ten grondslag heeft gelegen. Waar het product niet zo veel meer waard schijnt te lijken, moet men er wel een dure verpakking bijleveren; bij dit al blijft het de vraag, of er ooit zo diepzinnig niet slechts over, maar ook door kunstenaars is geleuterd, als in deze periode van artistieke impotentie. \r\nIn deze filosofemen en commentaren bij het eigen werk is ook het element van zelfaanprijzing, dat eens als zeer plebejisch heeft gegolden, niet altijd afwezig. Daarenboven is het kenmerkend voor het gemis aan creatieve spankracht, dat men zich aan alle kanten met volle overgave in de extreme consequenties van de moderne aesthetische mis\u00e8re laat wegzakken, en dan is het volmaakt onverschillig geworden, of men hetzij het autonome kunstwerk zich zelf tot stand laat brengen volgens het proc\u00e9d\u00e9 van Weiner: <i>\u2018Een hoeveelheid verf meteen op de grond gieten en laten drogen\u2019<\/i> (Sonsbeekkrant, blz. 9); of dat men zich anderzijds tevreden stelt met de zielkundige aangelegenheden van de artiest, in wiens werk men misschien nauwelijks meer ge\u00efnteresseerd kan zijn &#8211; en na kennismaking met deze psyche waarschijnlijk minder dan ooit. Wie er \u2018behoefte toe voelt om in de ziel van de Duitse filmer Joseph Beuys te\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 506]<\/div><p>gaan roeren, kan, zoals alom bekend gemaakt, in Vlake op Zuid-Beveland van een bandopname gaan beluisteren, hoe mevrouw van der Grinten hem in een \u201cpsychische crisis\u201d heeft bijgestaan: dat is dan het \u201cproject Vlake\u201d (Sonsbeekkrant, blz. 4; Catalogus, blz. 134-135, met foto&#8217;s van mevr. van der Grinten en familieleden). Dat Beuys deel uitmaakt van het goed-moderne genus der vissers in het troebele nat van de eigen ziel, lijdt geen twijfel: <i>\u201cals u weet, dat hij vaak bewust de verwarring en onduidelijkheid zoekt om mensen te activeren&#8230;\u201d<\/i> (Sonsbeekkrant) &#8211; wie hier nog lust voelt tot roeren, hij roere&#8230; Het is overigens niet noodzakelijk om op deze wijze zijn mooie ziel te prostitueren, men kan &#8211; dit inzicht heeft zich onder de gladde jongens van onze subcultuur eveneens al verbreid &#8211; ook zijn eigen lichaam verbruiken. \r\nDat video-profeet Joe Patiniot (\u201cJoepat\u201d) zich zelf bij een manifestatie <i>\u201cte koop zal zetten\u201d<\/i> (in Engelse vertaling: <i>\u201cwhere i shall be making an exhibition of myself\u201d,<\/i> catalogus, blz. 80-81), is kennelijk een propagandistisch grapje; maar de filmische visualisering van de eigen huid door Ger van Elk (Cat., blz. 112.15) of van de eigen teeltballen door Bruce Nauman (blz. 112.21: <i>\u201cNauman duwt een aantal malen zijn testikels omhoog\u201d \/ \u201cNauman pushes his testicles up a number of times\u201d),<\/i> kan getuigen van een artistieke pretentie, waarvan het resultaat even onwezenlijk moet zijn als de filmische registratie van de verschillende passen van Jan Dibbets (blz. 110-111), of van de valpartijen van Bas Jan Ader (blz. 112.19) in Amsterdam en Los Angeles &#8211; wij blijven kosmopoliet! -, of van een Dennis Oppenheims <i>\u201cback track\u201d<\/i> (blz. 112.23: <i>\u201cOppenheim wordt langs de scheidslijn tussen zee en strand getrokken\u201d \/ \u201cOppenheim is pulled along the line dividing sea and beach\u201d<\/i> &#8211; waarschijnlijk bij Katwijk aan Zee en in Honoloeloe). Bij de in deze catalogus gepresenteerde \u201cavant-garde\u201d filmkunst heeft zich trouwens een soortgelijke reductieproces voltrokken, als bij de beeldende kunst; men stelt zich tevreden met de filmische registratie van de meest elementaire handelingen en processen (<i>\u201cMen ziet niets anders dan een wit, kristal wit bord, en water dat in het bord druppelt, vanaf het plafond, vanuit de hoogte\u201d en men hoort het geluid van druppels water\u2019<\/i>: M. Snow en J. Wieland, <i>\u2018Dripping water\u2019<\/i>, 1969; <i>\u2018Een aantal malen vaart een zeilboot van links naar rechts over het scherm. Gedurende de gehele film blijft het woord \u201cSailboot\u201d boven in het beeld<\/i>\r\n\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 507]<\/div><p>\r\n<i>staan\u2019: \u2018Sailboot\u2019,<\/i> 1968, van Joyce Wieland), die tot eindpunt maakt, wat uitgangspunt zou moeten zijn &#8211; of tot het beginpunt wordt van een oneindige verveling. Deze \u2018radicale reduktie\u2019 wordt door Regina Cornwell in haar <i>\u2018inleiding strukturele films\u2019<\/i> trouwens uitdrukkelijk tot een wezenskenmerk van de moderne filmkunst geproklameerd, waarbij zij zich zelf, in het kader van de bekende zelfaanprijzing, tot de laatste, ja tot de eigenlijke \u2018avant-garde\u2019 benoemt: \u2018<i>Maar eigenlijk begon de avant-garde filmproduktie pas aan het eind van de vijftiger jaren op gang te komen..\u2019<\/i> (Catalogus, blz. 112.3). In het oog van de dodelijke verveling, die het klimaat van deze \u2018strukturele film\u2019 bepaalt, zou men eer geneigd zijn aan achterhoedegevechten van een \u2018arri\u00e8re-garde\u2019 te denken, of aan te nemen, dat deze richting spoedig zal bezwijken aan de radikale reduktie van de publieke belangstelling, aangenomen tenminste, dtat men hier nog voor een publiek en niet slechts voor elkaar filmt. Overigens wordt van het filmpubliek ge\u00ebist, wat deze moderne kunst telkens weer van zijn publiek beweert te eisen, dat het zich actiever en creatiever tegenover deze kunst opstelt dan het ooit heeft gedaan. Zoals Regina Cornwell schrijft: <i>\u2018De eisen die gesteld worden aan het waarnemingsvermogen van de toeschouwer zijn echter verre van gereduceerd. Eigenlijk wordt er meer ge\u00ebist, want deze werken houden zich bezig met de ontologie, de materialen en proc\u00e9d\u00e9&#8217;s van film als zodanig. De toeschouwer wordt gekonfronteerd met het werk en hij moet naar film kijken zoals hij er nog nooit tevoren naar heeft moeten kijken\u2019,<\/i> enz. (blz. 112.3-112.4). \r\nHet is een variant op een langzamerhand wel bekend thema, met de strekking, dat men tot nu toe bij het kijken naar kunst eigenlijk nooit heeft behoeven of kunnen denken, maar dat pas het moderne publiek door zijn kunstenaars geducht aan het peinzen wordt gezet. In deze geest heeft b.v. Simon Carmiggelt zich in zijn Kronkel over Sonsbeek (Het Parool van 30.6.1971: <i>\u2018Kijken\u2019)<\/i> uitgelaten: <i>\u2018Maar als je er een troffel, zo hoog als het flatgebouw waarin ik woon, voor zet, heb ik geen tijd meer voor die boom. Alles wat er aan creativiteit als toeschouwer in mij aanwezig is, wordt opgeslorpt door de vraag: \u201cWaarom maakte die man die troffel?\u201d Dat is een hele kluit denkwerk\u2019. \u2018Als je vroeger over kunst sprak\u2019,<\/i> zo oreert Leo van Kuijk (chef van de afdeling Public Relations-Vormgeving bij de Hoogovens) in de Sonsbeekkrant, <i>\u2018dan ging het over iets dat het<\/i>\r\n\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 508]<\/div><p>\r\n<i>oog streelde, tegenwoordig denk je meer aan een schreeuw van de kunstenaars. Men gaat er tegenwoordig vanuit dat kunst iets te zegzeggen moet hebben\u2019.<\/i> Buiten beschouwing latende, in welk opzicht dit soort zich zelf perpetuerend gekakel, waarvan onze culturele atmosfeer vervuld is, getuigt van een onhistorisch idiotisme en een presentistische ijdelheid, die de pathologie van onze tijd typeert, wil ik als verschijnsel registreren, dat de moderne kunstfilosofie, met een niet geringe brutaliteit, van het publiek, dat men steeds minder te zien geeft, gaat eisen, dat het aan de steeds armzaliger kunstproducten steeds diepzinniger gedachten gaat ontleden. Men zou ook kunnen zeggen, dat men de creativiteit, die de kunstenaars zo klaarblijkelijk ontbreekt, eenvoudigweg bij het publiek gaat postuleren, waarbij men er zich uiteraard wel voor zal hoeden, eens een werkelijk onderzoek in te stellen naar alle diepzinnige gedachten en hoogcreatieve impulsen, die dit publiek bij deze modernistische kunstuitdragerij zou hebben opgedaan. De werking op het publiek moet vooral een postulaat blijven, \u00f2f het zou blijken, in welke mate dit publiek in werkelijkheid aan d\u00e9ze artefactie vreemd of vijandig blijft. Bij alle modern-modieuze koketterie met theorie\u00ebn van de vervreemding, blijft deze niet-bestaande relatie tussen deze kunst en het publiek \u00e9\u00e9n van de voorbeeldigste gevallen van zulk een vervreemding, die slechts door de organisatorische en propagandistische activiteiten van de Mafia en door een dolgedraaid subsidiebeleid wordt gecamoufleerd.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Men kan zich echter blijven afvragen, wat toch wel de diepste oorzaak mag zijn van de overmatige neiging tot filosoferen over de eigen kunst, die het overgrote deel van deze kunstenaars aan de dag legt, waarbij het geenszins ondenkbaar is, dat dit wijsgerige enthousiasme alleen een weerspiegeling of een compensatie betekent van de artistieke impotentie. De leuterende kunstenaar is natuurlijk geen nieuw verschijnsel &#8211; dit geleuter bleef echter een bezigheid, die men buiten het werk en in de kroeg bedreef, of noodgedwongen tegenover de klant, ter verhoging van de opbrengst, of uit wanhoop, omdat de scheppingsdrang en het scheppend vermogen verstek lieten gaan. Men heeft het, ondanks alle moderne spartelingen van de \u2018artistieke vertwijfeling\u2019 (Redeker), echter nog nimmer klaargespeeld om de kunstfilosofie zelf in de plaats van het kunstwerk te stellen,\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 509]<\/div><p>en de volledige absentie der creativiteit zelf als een hoogste prestatie &#8211; een soort super-contra-prestatie &#8211; te presenteren. Het lijkt een meer dan alfabetische betekenis te hebben, dat als eerste artistieke bijdrage in de catalogus de drie \u2018vectoren\u2019 van Carl Andre zijn afgebeeld: de <i>\u2018subjectieve vector x<\/i><sup>1<\/sup>&#8230; <i>y<\/i><sup>2<\/sup>, de <i>\u2018objectieve vector y<\/i><sup>1<\/sup>&#8230; <i>y<\/i><sup>2<\/sup> en de <i>\u2018economische vector z<\/i><sup>1<\/sup>&#8230; <i>z<\/i><sup>2<\/sup>: <i>\u2018closure of three vectors indicates possibility of art work\u2019.<\/i> Dit is een fisolofie van gesponnen suiker &#8211; het ziet er leuk uit, maar het heeft geen substantie. Wat is een \u2018subjectieve vector\u2019, wat een \u2018objectieve vector\u2019? En wat is die mysterieuze, driehoekige ruimte tussen de vectoren, die de \u2018possibility of art work\u2019 moet verbeelden? In elk geval niet het kunstwerk z\u00e9lf, hoogstens een potentie, die de impotentie moet verhullen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In wezen verwant aan deze camouflage is de thematiek &#8211; of de trucage &#8211; van de methodische degradatie en devaluatie van het kunstwerk als eindproduct ten gunste van de verheerlijking van het scheppings- of wordingsproces, hetgeen in elk geval betekent dat de kunstenaar, welke waarde of waardeloosheid men ook aan zijn product moet toekennen, zelf wonderlijk belangwekkend blijft: er komt weliswaar niet veel uit, maar daarbinnen speelt zich wat af! <i>\u2018If the artist carries through his idea and makes it into visible form\u2019,<\/i> zo schrijft Sol LeWitt bij zijn fr\u00f6belconstructie (<i>\u2018Model for: \u201cModular Piece\u201d 4 sections 1970\u2019), \u2018then all the steps in the process are of importance. The idea itself, even if not made visual is as much a work of art as any finished product. All intervening steps &#8211; scribbles, sketches, drawings, failed work, models, studies, thoughts, conversations &#8211; are of interest. Those that show the thought process of the artist are sometimes more interesting than the final product\u2019<\/i> (Catalogus, blz. 52). Het laatste wil men graag geloven &#8211; als het eindproduct absoluut onbelangwekkend is geworden, is ten slotte alles nog interessanter, maar wie zal er zich nog werkelijk voor willen interesseren? Het laatste stadium van dit artistieke pseudoplatonisme vindt dan zijn uitdrukking in de diepzinnige formulering van Lawrence Weiner in de Sonsbeekkrant: <i>\u2018Het idee is belangrijker dan de realisatie\u2019<\/i> (blz. 9: <i>\u2018Alleen maar idee\u00ebn\u2019<\/i>).<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">En toegegeven &#8211; het gonst in en om Sonsbeek van de idee\u00ebn en de ideetjes, en daarbij zijn in elk geval wonderen van diepzinnigheid verricht; hier krijgt men steeds iets te zien, dat eigenlijk niet te zien is,\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 510]<\/div><p>hier zijn, kortom, de artistieke dadels van Hassan zeker driemaal zo groot als zij zijn. Hier maakt een Marinus Boezem niet zo maar een kast, laat staan een soliede schoonheid uit de grote tijd van het ambacht; neen, hier wordt gestreefd naar de idee van de kast in de ruimte, naar de transcendentie van de kast: <i>\u2018Dat een kast bijv. niet alleen funktioneel ge\u00efnterpreteerd hoeft te worden, zoals industri\u00eble vormgevers ons willen doen geloven en ook architekten, dat zo&#8217;n kast of zo&#8217;n architektuur ook nog getranscendeerd kan worden naar een andere bewustwording, bijv. naar die kast in de ruimte\u2019<\/i> (Sonsbeekkrant, blz. 9). Een Grosvenor doet ook niet voor niets het grootste deel van zijn <i>\u2018Iron Keel Piece\u2019<\/i> als <i>\u2018energy piece\u2019<\/i> in de grond verzinken, teneinde het publiek van de platte bovenkant van zijn kolossale trapezium te laten genieten: <i>\u2018Het top-stuk is natuurlijk sterk visueel aanwezig. Maar het gaat mij er ook om, dat het zichtbare verwijst naar wat onder de grond zit. Het ijzer wat onder de grond zit wordt op die manier voelbaar gemaakt. En dat idee is voor mij erg belangrijk\u2019<\/i> (Sonsbeekkrant, blz. 3).<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Aan het einde van deze poging tot analyse en waardering van het verschijnsel \u2018Sonsbeek\u2019, blijven voor mij nog enige vragen open. De eerste vraag is die naar de algemene betekenis van dit verschijnsel en van het fenomeen van de \u2018moderne kunst\u2019, dat zich hier op een zo nadrukkelijke wijze openbaart. Aangezien er in de aesthetiek nimmer iets te bewijzen valt, kan ik moeilijk aantonen en hoogstens waarschijnlijk maken, dat men althans in deze kunstvormen te doen heeft met een typisch stuk decadentie of degeneratie van het aesthetische en kritisch vermogen van de moderne cultuurmensheid. Een verklaring van dit verschijnsel valt zeker in dit bestek nauwelijks te geven, ook al is het aannemelijk, dat men in de machteloosheid en wezenloosheid van deze kunst een weerspiegeling en uitdrukkingsvorm moet zoeken van de geest van een beschaving, die door zijn technologische perfectie tegelijkertijd in de hoogste graad wordt verwend en tot razernij gebracht.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het is ook moeilijk aantoonbaar, wat in mijn ogen een evidentie is, dat deze kunstpresentatie een eindpunt betekent en geen beginpunt, dat al deze experimenten in ontlediging en ontwaarding van de kunst allemaal al zo lang \u2018dada-gewesen\u2019 zijn, en dat men, als men alle\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 511]<\/div><p>modificaties van de onlust en ongein heeft afgewerkt, toch weer een nieuw begin en een nieuw beginsel zal moeten zoeken, of zichzelf als een failliete boedel liquideren.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Men zou hiertegen kunnen inbrengen, dat dit toch zonde zou zijn van het spel, en dat, waar sprake is van zo veel blijde gezichten en enthousiaste berichten van al diegenen, die mochten meespelen, het zonde is dit artistieke mens-erger-je-niet overhoop te gooien; en dat men een groot chagrijn en spelbederver moet zijn, om dit amusante en \u2018ludieke\u2019 gedoe als een symptoon van kunstdestructie en aesthetisch nihilisme te lijf te gaan. Nu zou ik graag bereid zijn, de onschuld van dit gebeuren &#8211; of niet-gebeuren, als collectief \u2018non-event\u2019 &#8211; te erkennen en de Panamarenkos, Hans de Vriesen en Pieter Engelsen hun plezier en honororium te gunnen, wanneer ik inderdaad van de onschadelijkheid van dit alles overtuigd kon zijn. Het lijkt mij echter wel degelijk schadelijk en gevaarlijk. Gevaarlijk ten eerste, omdat een publiek, dat steeds weer, via alle publiciteitsmedia, met de auto van Schippers, de wig van Bladen en de troffel van Oldenburg (niet eens een eenvoudige, rechtschapen troffel, maar een stuk mammoetkitsch!) wordt geconfronteerd, steeds sterker wordt vervuld van een negatieve en cynische houding tegenover de kunst als zodanig, en op deze wijze niet slechts in artistiek opzicht onopgevoed blijft maar bovendien steeds meer in de totale negatie van het artistieke nihilisme wordt gedrongen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Erger en ergerlijker is waarschijnlijk nog dit, dat in de moderne kunst in zijn geheel zich een soort wet van Gresham dreigt door te zetten: \u2018bad art drives out good art\u2019, of anders gezegd: door de goede organisatie en het samenspel van de gladde jongens van de kunstpolitiek dreigen werkelijke talenten in het isolement en in de vertwijfeling te worden gedrongen. Het miskende talent is uiteraard geen nieuw verschijnsel &#8211; en men is brutaal genoeg om al bij voorbaat zijn wissel te trekken op de toekomstige erkenning: <i>\u2018Rembrandt werd in zijn tijd ook veroordeeld\u2019<\/i> (drs. E.F.B. Verwoert in de Haagse Post van 23 juni 1971) -; maar de vliegwielwerking van de moderne publiciteit heeft, tezamen met een bijna afgestorven maecenaat, dit effect wel tot in het wanstaltige en fatale versterkt. Als de auto van Hoepla-Schippers maar vaak en groot genoeg is afgedrukt, mag hij vanzelfsprekend zijn 25 klokken bij zijn raadselwoordjes op het Rembrandt-<\/p><div class=\"pb\">[p. 512]<\/div><p>plein zetten &#8211; maar hoeveel Nederlanders kennen het werk van een Melle, voor de tentoonstelling waarvan ik enige jaren geleden naar Enschede moest reizen, of het werk van Teixeira de Matthos, bij wiens dood Hans Redeker (NRC 1.7.1971) schreef: <i>\u2018Om Joseph Teixeira de Matthos is het eigenlijk wat zijn kunstenaarschap betreft, zijn hele leven stil geweest&#8230;\u2019?<\/i>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ik ben bang, dat het nog om veel kunstenaars in Nederland zeer stil zal blijven, die men in alle stilte zal laten leven, werken en doodgaan; nog aangenomen, dat ze niet sterven aan de stilte, waarmee men hen omgeeft. Het is namelijk niet waar, wat men onder invloed van Sonsbeek en aanverwante verschijnselen zou kunnen denken, dat er in Nederland geen werkelijke kunstenaars meer zouden zijn. Ik heb zelf onlangs het tegendeel ervaren op een tentoonstelling in het Noord-Brabants Museum in &#8216;s-Hertogenbosch, waar eindexamenwerk van de Koninklijke Academie voor Kunst en Vormgeving was ge\u00ebxposeerd. Naast werk in de geest van Sonsbeek, zoals het infantiele knoeiwerk in plastic van Ton de Kroon en in ijzer van Frans Goossens, waren daar grondioos knappe tekeningen en gravures te bewonderen van Ice Poelstra-Ignacio, Anneke van Brussel en Tron Gravelijn. Alleen al uit dit werk van \u00e9\u00e9n eindexamengeneratie van een provinciale kunstacademie kan men concluderen, welke geweldige reserves aan artistiek talent er in Nederland nog voorhanden moeten zijn. Aan \u2018Sonsbeek\u2019 en aan onze kunstpolitiek in de geest van Sonsbeek zal het echter niet liggen, wanneer deze talenten niet te gronde gaan of in de stilte blijven werken, waarmee de schreeuwlelijken van onze kunstexploitatie hen, bewust, of onbewust, omgeven.<\/p>\r\n\r\n<\/div><div class=\"wp-block-column dbnl-rechts is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:33.33%\"><div id=\"noten-apparaat\"><div class=\"interp\">\n<h3>Over dit hoofdstuk\/artikel<\/h3>\n<p><label>auteurs<\/label><\/p>\n<p> <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=jans099\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">E.M. Janssen Perio<\/a><\/p>\n<br>\n<\/div><\/div><\/div><\/div>","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>[p. 497] Sonsbeek buiten de perken van de kunst E.M. Janssen Perio &#8211; Es k\u00f6nnten Kr\u00e4fte, durch welche zum Beispiel die Kunst bedingt ist, geradezu aussterben&#8230;\u2019 (Fr. Nietzsche: Menschliches, Allzumenschliches, 1 Bd., afor. nr. 234) &#8211; Maar het is als bij een bezoekje aan een kermis, even in het spookhuis en het is al weer&#8230; <a class=\"more-link\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/sonsbeek-buiten-de-perken-van-de-kunste-m-janssen-perio\/\">Lees verder <span class=\"read-more-arrow\"><\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","class_list":["post-300265","dbnl","type-dbnl","status-publish","hentry"],"acf":[],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO plugin v26.4 - https:\/\/yoast.com\/wordpress\/plugins\/seo\/ -->\n<title>Sonsbeek buiten de perken van de kunst  E.M. Janssen Perio &#183; Uitgeverij Van Oorschot<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/sonsbeek-buiten-de-perken-van-de-kunste-m-janssen-perio\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"Sonsbeek buiten de perken van de kunst  E.M. Janssen Perio &#183; Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"[p. 497] Sonsbeek buiten de perken van de kunst E.M. Janssen Perio &#8211; Es k\u00f6nnten Kr\u00e4fte, durch welche zum Beispiel die Kunst bedingt ist, geradezu aussterben&#8230;\u2019 (Fr. Nietzsche: Menschliches, Allzumenschliches, 1 Bd., afor. nr. 234) &#8211; Maar het is als bij een bezoekje aan een kermis, even in het spookhuis en het is al weer... Lees verder\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/sonsbeek-buiten-de-perken-van-de-kunste-m-janssen-perio\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"article:modified_time\" content=\"2021-06-04T12:46:05+00:00\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"29 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\/\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/sonsbeek-buiten-de-perken-van-de-kunste-m-janssen-perio\/\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/sonsbeek-buiten-de-perken-van-de-kunste-m-janssen-perio\/\",\"name\":\"Sonsbeek buiten de perken van de kunst E.M. Janssen Perio &#183; Uitgeverij Van Oorschot\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\"},\"datePublished\":\"1970-12-31T23:01:01+00:00\",\"dateModified\":\"2021-06-04T12:46:05+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/sonsbeek-buiten-de-perken-van-de-kunste-m-janssen-perio\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/sonsbeek-buiten-de-perken-van-de-kunste-m-janssen-perio\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/sonsbeek-buiten-de-perken-van-de-kunste-m-janssen-perio\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"DBNL\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"Sonsbeek buiten de perken van de kunst E.M. Janssen Perio\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\",\"name\":\"Uitgeverij Van Oorschot\",\"description\":\"\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"Sonsbeek buiten de perken van de kunst  E.M. Janssen Perio &#183; Uitgeverij Van Oorschot","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/sonsbeek-buiten-de-perken-van-de-kunste-m-janssen-perio\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"Sonsbeek buiten de perken van de kunst  E.M. Janssen Perio &#183; Uitgeverij Van Oorschot","og_description":"[p. 497] Sonsbeek buiten de perken van de kunst E.M. Janssen Perio &#8211; Es k\u00f6nnten Kr\u00e4fte, durch welche zum Beispiel die Kunst bedingt ist, geradezu aussterben&#8230;\u2019 (Fr. Nietzsche: Menschliches, Allzumenschliches, 1 Bd., afor. nr. 234) &#8211; Maar het is als bij een bezoekje aan een kermis, even in het spookhuis en het is al weer... Lees verder","og_url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/sonsbeek-buiten-de-perken-van-de-kunste-m-janssen-perio\/","og_site_name":"Uitgeverij Van Oorschot","article_modified_time":"2021-06-04T12:46:05+00:00","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"29 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/sonsbeek-buiten-de-perken-van-de-kunste-m-janssen-perio\/","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/sonsbeek-buiten-de-perken-van-de-kunste-m-janssen-perio\/","name":"Sonsbeek buiten de perken van de kunst E.M. Janssen Perio &#183; Uitgeverij Van Oorschot","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website"},"datePublished":"1970-12-31T23:01:01+00:00","dateModified":"2021-06-04T12:46:05+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/sonsbeek-buiten-de-perken-van-de-kunste-m-janssen-perio\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/sonsbeek-buiten-de-perken-van-de-kunste-m-janssen-perio\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/sonsbeek-buiten-de-perken-van-de-kunste-m-janssen-perio\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"DBNL","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"Sonsbeek buiten de perken van de kunst E.M. Janssen Perio"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/","name":"Uitgeverij Van Oorschot","description":"","potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"}]}},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl\/300265","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/dbnl"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=300265"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=300265"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}