{"id":300311,"date":"1972-01-01T00:00:28","date_gmt":"1971-12-31T23:00:28","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/dbnl\/j-van-oudshoorn-als-broodschrijver-2ik-ben-genaamd-jan-koos-feijlbriefwam-de-moor\/"},"modified":"2021-06-04T13:48:49","modified_gmt":"2021-06-04T12:48:49","slug":"j-van-oudshoorn-als-broodschrijver-2ik-ben-genaamd-jan-koos-feijlbriefwam-de-moor","status":"publish","type":"dbnl","link":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/j-van-oudshoorn-als-broodschrijver-2ik-ben-genaamd-jan-koos-feijlbriefwam-de-moor\/","title":{"rendered":"J. van Oudshoorn als broodschrijver 2\r\n\r\nIk ben genaamd Jan Koos Feijlbrief\r\n\r\nWam de Moor"},"content":{"rendered":"<div class=\"wp-block-columns alignwide is-layout-flex wp-container-core-columns-is-layout-9d6595d7 wp-block-columns-is-layout-flex\"><div class=\"wp-block-column dbnl-links is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:66.66%\">\r\n\r\n <interp type=\"primair\" value=\"moor005\"><\/interp><interp type=\"secundair\" value=\"ouds001\"><\/interp><div class=\"pb\">[p. 242]<\/div>\r\n<a name=\"24\"><\/a>\r\n<h3>J. van Oudshoorn als broodschrijver 2\r\n<br>\r\nIk ben genaamd Jan Koos Feijlbrief\r\n<br><i>Wam de Moor<\/i>\r\n<\/h3>\r\n\r\n<p>Sjoeid Leiker, aan wiens inlichtingen ik voot het vervolg op dit stuk veel te danken heb, zet niet helemaal ten onrechte een vraagteken bij de uitdrukkingen \u2018broodschrijver\u2019 en \u2018broodbeleg\u2019, zoals deze in het voorafgaande (Tirade, februari &#8217;72) gebezigd werden. Feijlbrief had een pensioen van <i>f<\/i> 2689.-, was dat werkelijk zo weinig? Kun je Feijlbrief wel een broodschrijver noemen, schrijft Leiker<a href=\"#086\" name=\"086T\"><span class=\"notenr\">1<\/span><\/a>: \u2018Met de zogenaamde \u201charde gulden\u201d van Colijn werd je in het buitenland met open armen ontvangen. In 1939, voor het uitbreken van de oorlog, zat ik in Menton (Z. Fr.). De Fransen stelden veel prijs op betaling in Nederlandse valuta. Voor <i>f<\/i> 25.- per maand kon je daar een halve gemeubileerde villa huren. Een glas bier kostte, omgerekend in Hollands geld, 5 cent, een th\u00e9 complet 7\u00bd cent, een liter rode landwijn 10 cent, een liter ros\u00e9 15 cent. Van <i>f<\/i> 100.- per maand heb ik daar met mijn eerste vrouw onbezorgd kunnen leven. Persoonlijk vond ik het vorstelijk, maar ik ben van eenvoudige afkomst, d.w.z. niet gewend om hoge eisen te stellen aan het leven.\u2019 Leiker relativeert zelf dit voorbeeld van het prijspeil van v\u00f3\u00f3r de oorlog, door er in een postscriptum aan toe te voegen dat hij in 1939 in Menton verschillende Nederlanders had ontmoet die hun pensioen juist in Frankrijk kwamen genieten. Anderzijds valt niet te ontkennen dat veel intellectuelen in Nederland met een salaris ter grootte van Feijlbriefs pensioen tevreden waren of tevreden moesten zijn. Feijlbrief was het duidelijk niet. Leiker meent dat, wanneer de auteur ergens in Friesland of De Achterhoek was gaan wonen, het hem niet aan broodbeleg ontbroken zou hebben. Ik ben dat met hem eens, maar ik zie niet goed hoe dat had moeten gebeuren. Om redenen die ik in het voorafgaande stuk heb weergegeven koesterde \r\nFeijlbrief niet het verlangen koste wat kost een goed Nederlander te zijn. Hij was al een oude man\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 243]<\/div><p>en bovendien een verbitterd man, een hypochonder en een halve misantroop, die weinig verschil zag tussen bezetters en bezetten. Hij voelde er niets voor om Den Haag te verlaten. Als hij voor de ereraad staat, noemt hij het geld en de mogelijkheid om in Den Haag te blijven als argumenten voor zijn verdachte werkzaamheden. Daarover later<a href=\"#087\" name=\"087T\"><span class=\"notenr\">2<\/span><\/a>. Leiker heeft, dunkt mij, gelijk wanneer hij in Feijlbriefs bewerkingen en vertalingen \u2018een stuk wrevel over achteruitstelling\u2019 ziet, al is het natuurlijk de vraag of de auteur zich van dat onbehagen bewust was toen hij de uitnodiging tot collaboratie accepteerde. Maar voor we tot zoiets als een verdediging komen, moet het beeld van die collaboratie worden afgerond.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Behalve vrijwillig lid van de Kultuurkamer en rapporteur-bewerker voor het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten was Van Oudshoorn vertaler, niet alleen voor bonafide uitgevers als Kruseman en Leopold, maar, bij gelegenheid, ook voor de NSB-uitgeverij De Schouw. In verband daarmee werd hij op 28 januari 1948 nog eens aan de tand gevoeld door een rechercheur van de Afdeling Politieke Recherche in Den Haag op verdenking \u2018medewerking te hebben verleend aan de Duitse Cultuurverspreiding tijdens de oorlogsjaren.\u2019<a href=\"#088\" name=\"088T\"><span class=\"notenr\">3<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Uit het proces-verbaal blijkt dat de recherche Feijlbrief op het spoor was gekomen naar aanleiding van \u2018twee overeenkomsten betreffende vertaalwerk van twee boeken, getiteld \u201cDer Sieger\u201d en \u201cNacht der Verschw\u00f6rung\u201d, opgemaakt tussen de Uitgeverij De Schouw en de verdachte Jan Koos FEIJLBRIEF en door beiden ondertekend op 3 Maart 1943 en 26 Januari 1944.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Van de twee overeenkomsten heb ik in het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie alleen die betreffende <i>Nacht der Verschw\u00f6rung<\/i> teruggevonden. Feijlbrief zou voor het vertalen van dit boek van Herbert B\u00f6hme <i>f<\/i> 250.- ontvangen. Deze werden hem op 9 juni 1944 per kas uitbetaald, aldus de aantekening op de overeenkomst<a href=\"#089\" name=\"089T\"><span class=\"notenr\">4<\/span><\/a>. Feijlbrief zou het ms. van de vertaling voor 1 mei 1944 inleveren. Volgens het proces-verbaal verklaarde de auteur het volgende:<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ik ben genaamd<\/p>\r\n\r\n<blockquote>\r\n<i>Jan Koos FEIJLBRIEF<\/i>,<\/blockquote>\r\n\r\n<p>geboren te &#8216;s-Gravenhage, 20 December 1876, van Nederlandse\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 244]<\/div><p>Nationaliteit door geboorte, van beroep letterkundige [!], wonende te &#8216;s-Gravenhage, Van Imhoffplein No. 17. Tot het jaar 1933 was ik Directeur der Kanselarij Nederlands Gezantschap te Berlijn. Nadien werd ik op wachtgeld gesteld en in 1941 gepensionneerd. Mijn pensioen bedroeg <i>f<\/i> 200.- per maand. Met dit bedrag kon ik in de oorlogsjaren niet toekomen en zocht naar enige bijverdienste. Op een advertentie in een der destijds verschenen dagbladen werd iemand gevraagd voor vertaalwerk. Ik solliciteerde, waarop ik een uitnodiging kreeg van de Uitgeverij \u201cDe Schouw\u201d, gevestigd te &#8216;s-Gravenhage, om een bespreking. Bij het onderhoud met \u00e9\u00e9n der Directeuren van genoemde Uitgeverij genaamd OOSTHOEK, verklaarde ik uitdrukkelijk dat ik mij niet zou lenen voor politiek werk doch uitsluitend litterair werk.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het was mij bekend, dat de Uitgeverij \u201cDe Schouw\u201d politiek fout was. Gezien echter mijn lage inkomsten en mijn uitdrukkelijke verklaring, dat ik niet voor de een of andere politieke richting wilde werken, zag ik hierin geen vijandelijke daad tegenover het Nederlandse volk.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De boekwerken die ik ter vertaling kreeg (uiteindelijk was het er maar \u00e9\u00e9n die is verschenen) had als inhoud, de Geschiedenis van de Spartaan Leonidas. De titel was \u201cDer Sieger\u201d.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Voor dit vertaalwerk kreeg ik van genoemde Uitgeverij de som van <i>f<\/i> 175.- uitbetaald.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het tweede boek getiteld \u201cNacht der Verschw\u00f6rung\u201d was de geschiedenis van Karel de Grote, een zuiver historisch werk. Dit boek is door mij vertaald doch nimmer verschenen. Hiervoor ontving ik een bedrag van <i>f<\/i> 250.-.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Nadien heb ik geen relaties met genoemde Uitgeverij meer gehad. Uitdrukkelijk verklaar ik dat beide genoemde boeken niets met politiek uitstaande hadden.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ik ben mij dan ook bewust niet in strijd gehandeld te hebben met de belangen van het Nederlandse Volk.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Lid van de N.S.B. of een harer nevenorganisaties of Duitse partij ben ik niet geweest, ook niet daarmee sympathiserend.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In het jaar 1946 ben ik verschenen voor de Ereraad van de Letterkunde hier ter stede naar aanleiding van bovenstaande feiten. De uitspraak van genoemde Ereraad was onschuldig bevonden aan\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 245]<\/div><p>enig laakbare handeling\u2019.<a href=\"#090\" name=\"090T\"><span class=\"notenr\">5<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De opsteller van het proces-verbaal &#8211; Van Oudshoorn was in g\u00e9\u00e9n geval verantwoordelijk voor de stijl ervan! &#8211; voegde eraan toe: \u2018Door mij, verbalisant, is nog een onderzoek ingesteld naar de verblijfplaats van de door verdachte genoemde Ereraad van de Letterkunde hier ter stede, wat geen resultaat opleverde daar wegens onenigheden met de Landelijke Ereraad deze was ontbonden.<a href=\"#091\" name=\"091T\"><span class=\"notenr\">6<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Een onderzoek naar de administratie van genoemde Stedelijke Ereraad had evenmin enig resultaat daar de verblijfplaats niemand bekend was.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Als aangeklaagde had Feijlbrief het recht &#8211; dunkt mij &#8211; om slechts in te gaan op de beschuldiging die door de rechercheur tegen hem werd ingebracht. Zijn werkzaamheden voor het Departement waren niet in het geding. Wel die voor De Schouw. Na het voorafgaande lijkt enig wantrouwen ten opzichte van Feijlbriefs verklaring niet ongepast, maar ik heb, althans wat de relatie met De Schouw betreft, geen enkele aanwijzing gevonden die zijn woorden logenstraft.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Zijn schuld beperkt zich hier dus tot het feit dat hij willens en wetens in zee is gegaan met deze NSB-uitgeverij. De inhoud van althans \u00e9\u00e9n der beide romans die hij vertaalde &#8211; <i>Der Sieger<\/i> door Hugo Paul Uhlenbusch<a href=\"#092\" name=\"092T\"><span class=\"notenr\">7<\/span><\/a>, van wie ook hondenkenner Jan van Rheenen twee romans in onze taal overbracht &#8211; geeft toch reden tot bezorgdheid. Met trompetgeschal, sentimentaliteit en verheerlijking van het mannelijk gevecht, beschrijft Uhlenbusch daarin de glorie van Sparta en zijn leider Leonidas, die bij de Thermopilae-pas de eenheid van de Grieken bewerkstelligde. De parallel met het Duitsland van Hitler ontbreekt niet: Wie dat wil kan in Leonidas de Overwinnaar (zo heette het boek ook in vertaling) gemakkelijk Hitler der F\u00fchrer zien. Enkele treffende passages ter illustratie. Op de eerste bladzijde al valt de schaduw van het Duitse symbool over Sparta: \u2018En Sparta, de stad, het zwaard van Griekenland &#8211; adelaarsogen uit trillende hoogte zagen haar scherp omlijnd onder zich liggen, zonder muren, onopgesmukt, een streng, waakzaam, met littekens doorgroefd gelaat, den trotschen blik opwaarts en uitsluitend opwaarts gericht\u2019 (blz. 1). Over het Spartaanse volk: \u2018Wat in Sparta opgroeide was een keurklasse van het menschdom; het zwakke stierf, nauwelijks geboren, zooals de wet het beval\u2019 (blz. 2). Wie niet weet waarom Hitler\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 246]<\/div><p>de oorlog begon, moet dit maar eens onthouden: \u2018Waar een wereld tegen eene natie opstormt, om haar te vernietigen, moet deze natie gewild en vastbesloten zijn de haar toegedachte vernietiging over die vijandelijke wereld zelf te brengen. Dat zou onze drang naar daden op vruchtbare wijze kunnen bevredigen\u2019 (blz. 13). Tenslotte, welk een beeld van de verheven leider wordt ons geschilderd via Van Oudshoorns vertaling: \u2018Krijgsman was hij, de wet van Sparta tot aan zelfopoffering toe dienstbaar, maar ook een minnaar der kunst; een denker was hij en een politicus met ruimen blik; hij wist aannemelijk te maken, dat het volk der Grieken zich eenmaal tot \u00e9\u00e9n groote natie zou vereenigen, en dat was meer dan menschenverstand tot nu toe over de Spartanen vermocht\u2019 (blz. 17).<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Blijkens zijn verklaring heeft hij Uhlenbusch&#8217; bedoeling eenvoudig niet gezien. Immers hij moest toch weten dat het voor de recherche, net als voor ieder ander, een kleine moeite was geweest om in de Koninklijke Bibliotheek de roman even na te slaan. Maar dan nog? Over tekstinterpretaties kun je blijven redetwisten. In elk geval is het moeilijk er juridische bewijzen aan te ontlenen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>In de nalatenschap van Van Oudshoorn kan men een tweetal brieven aantreffen met aantekeningen van de ontvanger in de marge, die Feijlbrief, blijkens het feit dat zij zich tussen de offici\u00eble papieren bevonden, eerder als vererend dan als compromitterend heeft beschouwd. Toch is er alle reden om in dit verband aandacht aan deze brieven te besteden.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De eerste draagt namelijk het briefhoofd van het Letterengilde der Nederlandsche Kultuurkamer en is afkomstig van prof. dr. Jan de Vries, sedert 13 maart 1942 leider van dat gilde<a href=\"#093\" name=\"093T\"><span class=\"notenr\">8<\/span><\/a>. Deze schrijft het volgende:<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Leiden 12 December 1942<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Haagweg 22<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Zeergeachte Heer Feylbrief<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Waarschijnlijk zult u wel vernomen hebben dat er in het najaar van 1941 te Weimar een Europ\u00e4ischer Schriftsteller-Verein opgericht\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 247]<\/div><p>werd. Voorzitter is Hans Carossa, ondervoorzitters zijn Papini en Koskenniemi. Uit bijgevoegd afschrift der statuten zult [u] het doel van deze vereeniging leeren kennen. Gaarne zou ik u als lid willen voordragen en ik richt derhalve tot u het verzoek mij wel te willen meedeelen of u daartoe bereid is. Mocht dit het geval zijn, dan verzoek ik u mij een kort overzicht van de door u gepubliceerde werken te willen doen toekomen, opdat ik dit aan het Bureau der vereeniging zal kunnen voorleggen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Met de meeste hoogachting<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">[w.g.] J. de Vries<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">(Prof. dr. Jan de Vries)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>De Europ\u00e4ischer Schriftsteller-Vereinigung, gesticht op 24 oktober 1941 duurde niet langer dan de nazi&#8217;s. Zij was een geesteskind van Dr. Hans Friedrich Blunck, oud-president van de Reichsschrifttumskammer, en paste helemaal in Goebbels&#8217; en Hitlers plannen tot germanisering van de bezette gebieden. Daarbij deelde Blunck, die, na het neerleggen van zijn funktie als president in 1935, de afdeling buitenland van de Reichsschrifttumskammer leidde, de vrees van Goebbels dat andere landen, zoals Frankrijk en Itali\u00eb Duitsland in cultureel opzicht de baas zouden worden. En wat Nederland betreft: \u2018Wir haben von Deutschland aus alles Interesse, die beiden Niederlanden raschestens in unsere Reichskulturkammer einzugliedern und sie nicht zu einer selbst\u00e4ndigen Organisation zu erziehen\u2019<a href=\"#094\" name=\"094T\"><span class=\"notenr\">9<\/span><\/a>. Of die Nederlandsche Kultuurkamer ook een wassen neus was!<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Na de oproep van Goebbels, d.d. 13 januari 1941, om te gaan werken aan de opbouw van een supranationale kamer, een \u2018europ\u00e4ischen Kulturkammer\u2019<a href=\"#095\" name=\"095T\"><span class=\"notenr\">10<\/span><\/a>, spande Blunck zich in voor de totstandkoming van een \u2018von uns aus Europa beeinflussenden Schrifttumverbandes\u2019<a href=\"#096\" name=\"096T\"><span class=\"notenr\">11<\/span><\/a>.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het afschrift der statuten dat De Vries aan het nieuw voor te dragen lid zond, is niet meer in het archief aanwezig, maar ik neem aan dat Feijlbrief hetzelfde onder ogen heeft gehad als zich bevindt in het RvO.<a href=\"#097\" name=\"097T\"><span class=\"notenr\">12<\/span><\/a> De statuten bevatten 18 punten waarin de invloed van de nazi&#8217;s wordt doodgezwegen. Afgezien van een benadrukking van het leidersprincipe zou men deze statuten zelfs nu nog kunnen gebruiken voor een europese schrijversclub. Het doel van de vereni-<\/p><div class=\"pb\">[p. 248]<\/div><p>ging is: \u2018die F\u00f6rderung der pers\u00f6nlichen F\u00fchlungsnahme und Begegnung zwischen Schriftstellern der europ\u00e4ischen Nationen; die Er\u00f6rterung und Kl\u00e4rung gemeinsamer Aufgaben und Anliegen in allen Zweigen der Literatur; die sachverst\u00e4ndige Beratung in Rechts- und wirtschaftlichen Fragen.\u2019 (punt 2). Tot lid kunnen gekozen worden schrijvers \u2018deren k\u00fcnstlerisches Schaffen durch ein besonders Werk ausgezeichnet ist\u2019 (punt 8).<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Geen onvertogen woord. En wie zijn ogen sloot voor de werkelijkheid dat uit Duitsland &#8211; de zetel van de vereniging stond in Weimar &#8211; niets goeds kon komen, stapte erkentelijk voor de uitverkiezing in het bootje.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De nobele indruk die de vereniging moest maken werd nog versterkt door het feit dat zij als voorzitter een man had gekregen die men, gezien zijn verleden, nauwelijks tot collaboratie met de nazi&#8217;s in staat had geacht: Hans Carossa. Ernst Alker<a href=\"#098\" name=\"098T\"><span class=\"notenr\">13<\/span><\/a> zegt van hem dat hij door de nazi&#8217;s misbruikt werd, aangezien men hem zowel binnen als buiten Duitsland beschouwde als de \u2018letzter innerdeutscher Repr\u00e4sentant der Humanit\u00e4t\u2019. Ook Herbert Wiesner in zijn opstel over de \u2018Innere Emigration\u2019<a href=\"#099\" name=\"099T\"><span class=\"notenr\">14<\/span><\/a> noemt Carossa een tegenstander van het nationaal-socialisme die met een aantal illegale gedichten, met zijn Abendl\u00e4ndische Elegie (tegen de oorlog) een heel andere opvatting huldigt. Trouwens, hoe was Carossa&#8217;s houding geweest in 1933, toen Hitler aan het bewind kwam en minister van binnenlandse zaken Frick de Pruisische Academie der Kunsten had hervormd? Op 7 mei 1933 waren \u2018volksfremde kulturbolschewistische bezw. liberalistische Elementen\u2019<a href=\"#100\" name=\"100T\"><span class=\"notenr\">15<\/span><\/a> als Thomas en Heinrich Mann, Alfred D\u00f6blin, Jakob Wassermann, Franz Werfel, Leonhard Frank en acht andere auteurs uit de academie gestoten. Dertien nieuwkomers, onder wie Peter D\u00f6rfler, hadden, blijkbaar zonder g\u00eane, hun plaatsen ingenomen. Twee uitverkorenen echter aanvaardden hun benoeming niet, te weten Ernst J\u00fcnger en <i>Hans Carossa.<\/i>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het doet vreemd aan dat deze vreedzame humanist, die nog in zijn schitterende, po\u00ebtische toespraak over de <i>Wirkungen Goethes in der Gegenwart<\/i>, op 8 juni 1938 te Weimar gehouden, volstrekt duidelijk naar voren bracht dat geweld altijd moet onderdoen voor de kracht van de geest &#8211; en daarmee zowel de boekenverbranding in de nacht van 10 op 11 mei 1933 als het verbod om kunstkritiek te leveren van\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 249]<\/div><p>27 november 1936, kortom, de knechting van de cultuur en van de geest, aan de kaak stelde -, zich drie jaar later voor Bluncks karretje laat spannen. Dat is, zoals bekend, niet zonder spanningen gegaan. In <i>Ungleichen Welten<\/i> heeft Carossa tien jaar nadien &#8211; in 1951 &#8211; het gewetensconflict waarin hij terecht was gekomen, onverbloemd beschreven.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het lijdt geen twijfel dat Feijlbrief zeer vereerd was met De Vries&#8217; uitnodiging om toe te treden tot Carossa&#8217;s club. Hoewel zijn antwoord niet bewaard is gebleven, althans nog niet is teruggevonden, zeggen zijn aantekeningen in margine voldoende. Zij luiden:<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">[1] 19-XII-42 beantwoord \/ werk: representatief \/ persoon: niet<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">[2] 17-I-43 nieuw adres geschreven<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">[3] 23-III-43 hem nog eens aan den tand [gevoeld]<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">[4, met potlood] Hij zwijgt als een: mof.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De eerste aantekening kan de suggestie wekken dat Van Oudshoorn geweigerd heeft op grond van zijn altijd volgehouden opvatting dat zijn werk belangrijker was dan zijn persoon, maar uit de overige notities spreekt zoveel ongeduld, dat dit alleen maar door een toezegging veroorzaakt kan zijn.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Trouwens, in juni 1943 kwam er een brief, rechtstreeks van Hans Carossa, gedateerd 8 mei 1943, Rittsteig bei Passau<a href=\"#101\" name=\"101T\"><span class=\"notenr\">16<\/span><\/a>.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Sehr geehrter Herr Feylbrief!<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Mir wird die Ehre und die Freude zuteil, auf Vorschlag Ihrer und unserer gemeinsamen niederl\u00e4ndischen Freunde Sie als Mitglied der Europ\u00e4ischen Schriftsteller-Vereinigung berufen und begr\u00fcssen zu durfen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Angesichts des derzeit erschwerten Postverkehrs darf ich Ihr Einverst\u00e4ndnis dazu voraussetzen und annehmen, dass ich Ihre Zustimmung besitze, falls ich binnen 8 Wochen keine andere Nachricht von Ihnen erhalte.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Unser Aller W\u00fcnsche und Hoffnungen richten sich auf den Sinn dieses Krieges, er m\u00f6ge uns ein Fundament schenken, auf dem wir f\u00fcr unsere V\u00f6lker und unsere Kinder den grossen Frieden bereiten k\u00f6nnen, und es m\u00f6ge dieser Friede dann erf\u00fcllt sein von wahrhaft europ\u00e4ischem Geist, f\u00fcr den die Dichter und Schriftsteller in einem\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 250]<\/div><p>besonders hohem Masse und Ernst mit ihrem gesamten Werk verpflichtet und verantwortlich sind.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Indem ich Sie, sehr geehrter Herr Feylbrief, in unserer Mitte begr\u00fcsse, verbinde ich zugleich auch meine besondere Achtung vor den geschichtlichen Leistungen Ihres niederl\u00e4ndischen Volkes.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Mit meinen W\u00fcnschen f\u00fcr Ihr Werk und Wohlergehen bin ich<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ihr sehr ergebener<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>[w.g.] Hans Carossa<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Ook hier ontbreekt het antwoord van Feijlbrief en ook hier geeft een notitie in de marge voldoende aanwijzing: \u2018bedankt voor opneming \/ en wenschen beantwoord \/ <i>22-VI-43<\/i> J.K.F.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Aan de vanzelfsprekend wat schabloneachtige brief van Carossa &#8211; de heren kenden elkaar helemaal niet &#8211; zou men voorbij kunnen gaan, ware de derde alinea niet zo duidelijk de uitdrukking van de moed der wanhoop waarmee Carossa op zijn stoel was gaan zitten. Zijn twijfel aan de zin van de oorlog moet men in deze omstandigheden &#8211; met voortdurende en niet aflatende censuur &#8211; zien als nauwelijks verholen verzet tegen de situatie. Niet erg waarschijnlijk dat Feijlbrief in dat geval Carossa begrepen heeft, al zal hij zeker vanuit zijn defaitistischer pacifisme zijn wensen voor de vrede geformuleerd hebben.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ik heb nergens een aanwijzing gevonden dat dit lidmaatschap op enigerlei wijze effektief werd. Het ging met de Europ\u00e4ischer Schriftsteller-Vereinigung zoals met de andere culturele ondernemingen van het Derde Rijk: zij kon pas goed gaan functioneren na de Endsieg.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Nog even dit. Degenen die Van Oudshoorn hebben voorgedragen als lid van de Europ\u00e4ischer Schriftsteller-Vereinigung moeten wel onbekend zijn geweest met het werk van deze auteur. Want hoe kon dit een plaats vinden in een bestel dat het optimisme &#8211; lach niet! &#8211; wilde <i>organiseren<\/i>? Men denke aan Goebbels&#8217; uitdrukking \u2018Bewegung zur Organisation des Optimismus\u2019 n.a.v. de eerste Grosse Deutsche Kunstausstellung, geopend op 18 juni 1937, die in negenhonderd werken de indruk wekte dat de Duitsers een uiterst tevreden en simpel boerenvolk vormden in een idyllische natuur, dat zich, onwetend\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 251]<\/div><p>inzake de techniek, met handploeg en spinrokken het welverdiende brood verschafte<a href=\"#102\" name=\"102T\"><span class=\"notenr\">17<\/span><\/a>.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Had Van Oudshoorn in het Duits geschreven, hij zou ongetwijfeld wegens het \u2018ongezonde, onvolkse\u2019 karakter van zijn werk verguisd zijn. In de opvatting en met de woorden van Seyss-Inquart, gebezigd op 28 september 1940 bij de opening van de Nederlandsche Cultuurkring, kan men Van Oudshoorns verhalen best beschouwen als de produkten van een \u2018aesthetiseerende beschaving\u2019, die leidde \u2018tot splijting, tot een bovenmatig accentueren der dialectiek en tot een zich vermeien in de nuances van ondergang en twijfel\u2019<a href=\"#103\" name=\"103T\"><span class=\"notenr\">18<\/span><\/a>.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 252]<\/div>\r\n<p>\r\n<i>De eerste aflevering van dit opstel is verschenen in het februarinummer van deze jaargang.<\/i>\r\n<\/p>\r\n\r\n\r\n<\/div><div class=\"wp-block-column dbnl-rechts is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:33.33%\"><div id=\"noten-apparaat\"><div class=\"interp\">\n<h3>Over dit hoofdstuk\/artikel<\/h3>\n<p><label>auteurs<\/label><\/p>\n<p> <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=moor005\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">W.A.M. de Moor<\/a><\/p>\n<p>over  <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=ouds001\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">J. van Oudshoorn<\/a><\/p>\n<br>\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-086\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#086T\" name=\"086\"><span class=\"notenr\">1<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Brief aan mij d.d. 5 april 1972.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-087\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#087T\" name=\"087\"><span class=\"notenr\">2<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Over Feijlbriefs zelfverdediging, met name voor de Eereraad voor de Letterkunde op 12 februari 1946 kom ik te schrijven in het slotdeel dat in een volgend nummer van Tirade zal verschijnen.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-088\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#088T\" name=\"088\"><span class=\"notenr\">3<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Politie te &#8216;s-Gravenhage, Afd. Politieke Recherche, Dienst A, Dossier No. 28634, in Map DVK 177\/26 (RvO).<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-089\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#089T\" name=\"089\"><span class=\"notenr\">4<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Het doorslag van deze overeenkomst bevindt zich bij het bovengenoemd procesverbaal, zie 3.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-090\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#090T\" name=\"090\"><span class=\"notenr\">5<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Zoals later blijken zal moet Feijlbriefs weergave van de uitspraak op zijn minst een vertekening worden genoemd.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-091\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#091T\" name=\"091\"><span class=\"notenr\">6<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Dit werd op zaterdag 23 november 1946 bekend. Het conflict kwam duidelijk voort uit de overgangssituatie waarin men verkeerde: van het ongeschreven recht om confraters als confraters uit te sluiten tot het door de wetgever bepaalde recht. Het betekende in de praktijk dat men door de wet van 5 april 1946 lang niet altijd meer kon tegemoet komen aan het rechtsgevoel van de burgers, maar anderzijds enigszins onbillijke veroordelingen &#8211; men denke aan de veel te zware straf voor J.W.F. Werumeus Buning &#8211; kon voorkomen. Tegenover Het Parool gaf Prof. Dr. J. Tielrooy tekst en uitleg van het aftreden der ereraad voor de letterkunde:? (hij) herinnerde eraan, dat de eereraden door het Militair Gezag waren ingesteld en bekrachtigd door de wet betreffende de zuivering van kunstenaars van 5 April &#8217;46, waarbij tevens de Centrale Eereraad werd ingesteld. De eerste ongerustheid ontstond, toen een deel van den eereraad voor de muziek zijn functie neerlegde naar aanleiding van de vrijspraak door den Centralen Eereraad van Cor de Groot en Flipse. In de vrees, dat ook ons werk op deze wijze zou worden gedesavoueerd, hebben wij er toen over gesproken om ons werk neer te leggen. Tegelijk werd het ons bekend, dat de architect Haakman Wagenaar, die door den Eereraad voor de architectuur tot 10 jaar was veroordeeld, in hooger beroep slechts een berisping had gekregen. Haakman Wagenaar, fel NSB-er en lid van den voormaligen Kultuurraad, liet zich door het Rijkscommissariaat den herbouw van Zeeland opdragen, kreeg uit dien hoofde een geschil met de Rijkscommissie \nvoor de Monumentenzorg, wist zijn zin door te zetten met behulp van den bezetter en bracht het leven van de leden van genoemde commissie in gevaar! Nauwelijks hoorden wij, dat de Eereraad voor de architectuur voornemens was af te treden, toen ons ter oore kwam, dat de letterkundige, dr. K.H. de Raaf, door ons veroordeeld tot uitsluiting tot Januari &#8217;51, was vrijgesproken. ?Dit heeft den doorslag gegeven?. (Het Parool, maandag 25 november 1946).<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-092\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#092T\" name=\"092\"><span class=\"notenr\">7<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Hugo Paul Uhlenbusch, <i>Leonidas de Overwinnaar.<\/i> Oorspronkelijke titel: Der Sieger. Vertaling J. van Oudshoorn. Schouw-Reeks nummer 3. Uitgeverij De Schouw, &#8216;s-Gravenhage (september) 1934, 88 blz., 14.5 ? 20.5 cm.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-093\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#093T\" name=\"093\"><span class=\"notenr\">8<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Th. Wink, <i>De Uitgeverij en de Boekhandel<\/i>, in: <i>Onderdrukking en Verzet<\/i>, II, blz. 572.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-094\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#094T\" name=\"094\"><span class=\"notenr\">9<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Blunck aan Wilhelm Ihde, 14 juni 1941, geciteerd bij Hildegard Brenner, <i>Die Kunstpolitik des Nationalsozialismus<\/i>, Reinbek, 1963, blz. 270. De schrijfster geeft als bron: Berlin Document Center, Reichskulturkammer &#8211; Dr. H.F. Blunck.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-095\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#095T\" name=\"095\"><span class=\"notenr\">10<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Brenner, o.c., blz. 270.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-096\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#096T\" name=\"096\"><span class=\"notenr\">11<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Brenner, o.c., blz. 154.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-097\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#097T\" name=\"097\"><span class=\"notenr\">12<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>\r\n<i>Satzung der Europ?ischen Schriftsteller-Vereinigung<\/i>, DVK 26, Kultuurkamer, portefeuille Letterengilde (RvO).<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-098\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#098T\" name=\"098\"><span class=\"notenr\">13<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>In: Hermann Kunisch, <i>Handbuch der deutsche Gegenwartsliteratur<\/i>, Munchen, 1965, blz. 149.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-099\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#099T\" name=\"099\"><span class=\"notenr\">14<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>In: Kunisch, o.c., blz. 711.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-100\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#100T\" name=\"100\"><span class=\"notenr\">15<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Zoals de ?Kampfbund f?r Deutsche Kultur? deze joodse auteurs noemde in een brief aan de minister d.d. 16 maart 1933, waarin zij aandrong op hervorming van de academie. Brenner, o.c., blz. 172. Berlin Document Center &#8211; Kampfbund f?r Deutsche Kultur.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-101\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#101T\" name=\"101\"><span class=\"notenr\">16<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Briefhoofd: Europ?ische Schriftsteller-Vereinigung. Feijlbrief vroeg zich, blijkens een notitie, af of H.C. zich niet in de datering vergist had en 8.5.1943 had geschreven waar het 8.6.1943 moest zijn (VOA).<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-102\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#102T\" name=\"102\"><span class=\"notenr\">17<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Brenner, o.c., blz. 112-113.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-103\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#103T\" name=\"103\"><span class=\"notenr\">18<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Door J.C.G. Wesseling geciteerd in <i>Onderdrukking en verzet<\/i>, II, blz. 513.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><\/div><\/div><\/div>","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>[p. 242] J. van Oudshoorn als broodschrijver 2 Ik ben genaamd Jan Koos Feijlbrief Wam de Moor Sjoeid Leiker, aan wiens inlichtingen ik voot het vervolg op dit stuk veel te danken heb, zet niet helemaal ten onrechte een vraagteken bij de uitdrukkingen \u2018broodschrijver\u2019 en \u2018broodbeleg\u2019, zoals deze in het voorafgaande (Tirade, februari &#8217;72) gebezigd&#8230; <a class=\"more-link\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/j-van-oudshoorn-als-broodschrijver-2ik-ben-genaamd-jan-koos-feijlbriefwam-de-moor\/\">Lees verder <span class=\"read-more-arrow\"><\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","class_list":["post-300311","dbnl","type-dbnl","status-publish","hentry"],"acf":[],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO plugin v26.4 - https:\/\/yoast.com\/wordpress\/plugins\/seo\/ -->\n<title>J. van Oudshoorn als broodschrijver 2  Ik ben genaamd Jan Koos Feijlbrief  Wam de Moor &#183; Uitgeverij Van Oorschot<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/j-van-oudshoorn-als-broodschrijver-2ik-ben-genaamd-jan-koos-feijlbriefwam-de-moor\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"J. van Oudshoorn als broodschrijver 2  Ik ben genaamd Jan Koos Feijlbrief  Wam de Moor &#183; Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"[p. 242] J. van Oudshoorn als broodschrijver 2 Ik ben genaamd Jan Koos Feijlbrief Wam de Moor Sjoeid Leiker, aan wiens inlichtingen ik voot het vervolg op dit stuk veel te danken heb, zet niet helemaal ten onrechte een vraagteken bij de uitdrukkingen \u2018broodschrijver\u2019 en \u2018broodbeleg\u2019, zoals deze in het voorafgaande (Tirade, februari &#8217;72) gebezigd... Lees verder\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/j-van-oudshoorn-als-broodschrijver-2ik-ben-genaamd-jan-koos-feijlbriefwam-de-moor\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"article:modified_time\" content=\"2021-06-04T12:48:49+00:00\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"18 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\/\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/j-van-oudshoorn-als-broodschrijver-2ik-ben-genaamd-jan-koos-feijlbriefwam-de-moor\/\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/j-van-oudshoorn-als-broodschrijver-2ik-ben-genaamd-jan-koos-feijlbriefwam-de-moor\/\",\"name\":\"J. van Oudshoorn als broodschrijver 2 Ik ben genaamd Jan Koos Feijlbrief Wam de Moor &#183; Uitgeverij Van Oorschot\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\"},\"datePublished\":\"1971-12-31T23:00:28+00:00\",\"dateModified\":\"2021-06-04T12:48:49+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/j-van-oudshoorn-als-broodschrijver-2ik-ben-genaamd-jan-koos-feijlbriefwam-de-moor\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/j-van-oudshoorn-als-broodschrijver-2ik-ben-genaamd-jan-koos-feijlbriefwam-de-moor\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/j-van-oudshoorn-als-broodschrijver-2ik-ben-genaamd-jan-koos-feijlbriefwam-de-moor\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"DBNL\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"J. van Oudshoorn als broodschrijver 2 Ik ben genaamd Jan Koos Feijlbrief Wam de Moor\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\",\"name\":\"Uitgeverij Van Oorschot\",\"description\":\"\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"J. van Oudshoorn als broodschrijver 2  Ik ben genaamd Jan Koos Feijlbrief  Wam de Moor &#183; Uitgeverij Van Oorschot","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/j-van-oudshoorn-als-broodschrijver-2ik-ben-genaamd-jan-koos-feijlbriefwam-de-moor\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"J. van Oudshoorn als broodschrijver 2  Ik ben genaamd Jan Koos Feijlbrief  Wam de Moor &#183; Uitgeverij Van Oorschot","og_description":"[p. 242] J. van Oudshoorn als broodschrijver 2 Ik ben genaamd Jan Koos Feijlbrief Wam de Moor Sjoeid Leiker, aan wiens inlichtingen ik voot het vervolg op dit stuk veel te danken heb, zet niet helemaal ten onrechte een vraagteken bij de uitdrukkingen \u2018broodschrijver\u2019 en \u2018broodbeleg\u2019, zoals deze in het voorafgaande (Tirade, februari &#8217;72) gebezigd... Lees verder","og_url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/j-van-oudshoorn-als-broodschrijver-2ik-ben-genaamd-jan-koos-feijlbriefwam-de-moor\/","og_site_name":"Uitgeverij Van Oorschot","article_modified_time":"2021-06-04T12:48:49+00:00","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"18 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/j-van-oudshoorn-als-broodschrijver-2ik-ben-genaamd-jan-koos-feijlbriefwam-de-moor\/","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/j-van-oudshoorn-als-broodschrijver-2ik-ben-genaamd-jan-koos-feijlbriefwam-de-moor\/","name":"J. van Oudshoorn als broodschrijver 2 Ik ben genaamd Jan Koos Feijlbrief Wam de Moor &#183; Uitgeverij Van Oorschot","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website"},"datePublished":"1971-12-31T23:00:28+00:00","dateModified":"2021-06-04T12:48:49+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/j-van-oudshoorn-als-broodschrijver-2ik-ben-genaamd-jan-koos-feijlbriefwam-de-moor\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/j-van-oudshoorn-als-broodschrijver-2ik-ben-genaamd-jan-koos-feijlbriefwam-de-moor\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/j-van-oudshoorn-als-broodschrijver-2ik-ben-genaamd-jan-koos-feijlbriefwam-de-moor\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"DBNL","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"J. van Oudshoorn als broodschrijver 2 Ik ben genaamd Jan Koos Feijlbrief Wam de Moor"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/","name":"Uitgeverij Van Oorschot","description":"","potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"}]}},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl\/300311","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/dbnl"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=300311"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=300311"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}