{"id":300463,"date":"1973-01-01T00:01:21","date_gmt":"1972-12-31T23:01:21","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/dbnl\/dit-is-voorwaar-geen-zuivere-poezie-l-gillet\/"},"modified":"2021-06-04T13:50:08","modified_gmt":"2021-06-04T12:50:08","slug":"dit-is-voorwaar-geen-zuivere-poezie-l-gillet","status":"publish","type":"dbnl","link":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dit-is-voorwaar-geen-zuivere-poezie-l-gillet\/","title":{"rendered":"\u2018Dit is voorwaar geen zuivere po\u00ebzie&#8230;\u2019\r\n\r\nL. Gillet"},"content":{"rendered":"<div class=\"wp-block-columns alignwide is-layout-flex wp-container-core-columns-is-layout-9d6595d7 wp-block-columns-is-layout-flex\"><div class=\"wp-block-column dbnl-links is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:66.66%\">\r\n\r\n <interp type=\"primair\" value=\"gill002\"><\/interp><interp type=\"secundair\" value=\"gres002\"><\/interp><div class=\"pb\">[p. 575]<\/div>\r\n<a name=\"73\"><\/a>\r\n<h3>\u2018Dit is voorwaar geen zuivere po\u00ebzie&#8230;\u2019\r\n<br><i>L. Gillet<\/i>\r\n<\/h3>\r\n\r\n<p>Met de po\u00ebzie, \u2018ongenaakbare en verboden minnares\u2019, \u2018hoer van Babylon\u2019 en \u2018onbetaste maagd\u2019 tegelijk, maar ook een \u2018zuster\u2019, heeft Greshoff zijn leven lang een incestueuze verhouding gehad. Vanaf zijn achttiende jaar heeft hij deze verhouding wereldkundig gemaakt, met de trots en de ijver eigen aan minnaars, met het vleugje aanstellerij ook waarzonder een schrijver nooit zou publiceren. Hoe ontgoochelend hem vaak de vruchten van zijn bijslaap ook voorkwamen, hoe sterk hem ook de twijfel besloop aangaande de waarde van de eigen verzenproductie, hij heeft het tot aan zijn dood niet kunnen laten in de po\u00ebtische <i>petite mort<\/i> naar de onthulling te zoeken van het grote raadsel, van \u2018het geheim der laatste dingen\u2019. Greshoffs levensbetrachting valt bijgevolg samen met de dichterlijke uitdrukking. Zijn wereld is essentieel een \u2018wereld in woorden\u2019. Van wezenlijk en blijvend belang is, in zijn ogen, alleen de po\u00ebzie geweest. Natuurlijk was er Atie, die hem meer dan zestig jaar trouw ter zijde stond en hem een bestaan verzekerde waarin hij zich zonder voorbehoud heeft kunnen overgeven aan zijn exclusieve en veeleisende, niettemin onvatbare minnares, de po\u00ebzie. Hoewel geen genie, heeft Greshoff, vol ijver en toewijding, met hardnekkigheid en eerbied, nauwgezet een groot talent, gesteund door een virtuoze taalbeheersing in dienst gesteld van de muze. Men kan Greshoff bezwaarlijk een po\u00ebtisch genie noemen, want weinig werd hem gegeven. Men hoeft er zijn beginproductie maar op na te lezen om vast te stellen hoe moeizaam en vol struikelblokken de weg was die Greshoff insloeg toen hij zijn wereld in woorden wilde vatten. Dat po\u00ebzie scheppen een worsteling met de taal betekent om deze haar geheimen te ontfutselen was Greshoff zich eerder dan men gemeenlijk bereid is aan te nemen, ten volle\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 576]<\/div><p>bewust. Dit aantonen en enkele aspecten hiervan onder de aandacht brengen is het doel van de volgende bladzijden.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De eerste po\u00ebziebundels, <i>Aan den verlaten vijver<\/i> (1909) en <i>Door mijn open venster<\/i> (1910), geven onmiskenbaar, hoewel op weinig oorspronkelijke en zelden overtuigende wijze, blijk van Greshoffs overgave aan het dichterlijk woord, dat hem, in die tijd, alleen maar bedwelmt. Men ontdekt, achteraf, de wortels van wat ik maar Greshoffs volwassen po\u00ebzie zal noemen in deze eerste verzen. V\u00f3\u00f3r 1920 evenwel kan men niet voorspellen welke kant deze dichtkunst uitgaat. Potentieel schuilen in deze eerste verzen de elegische preveltoon van J.C. Bloem, de retorische galm van G. Gossaert, de pathetische stem van het humanitair expressionisme en zelfs reeds de clowneske pirouette waarop velen zich later zouden blindstaren. Deze waaier van mogelijkheden velt het oordeel over deze beginproductie: het zijn verzen zonder eigen stemgeluid die de dichter nadien aan de vergetelheid prijsgeeft en waarvan alleen schaarse, grondig bewerkte versies in de <i>Verzamelde Gedichten<\/i> werden opgenomen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het enig zelfstandige in die eerste verzen is de dialectische geesteswending, het constant afwegen van voor en tegen, van hoog en laag, van blijvend en vergankelijk, waarvoor Greshoff gaandeweg steeds effici\u00ebnter en subtieler woord- en verstechnieken zal ontwikkelen. Daar de dichter zijn dialectische gedachtengang in steeds hernieuwde vorm aanbiedt, hem niet laat verstenen in een eenmaal gevonden systeem, kan men aannemen dat het hem ernst was met zijn zoektocht, ook al laat de formele gebondenheid van zijn verzenproductie soms te wensen over.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Greshoff was al 36 jaar oud vooraleer hij zich enigszins onderscheidde door een eigen stemgeluid toen hij in 1924 <i>De Ceder<\/i> schreef en uitgaf. Het conflict tussen aards en hemels, tijd en eeuwigheid, fantasie en tucht neemt in deze bundel o.a. ook de vorm aan van een peilen naar het verlossend, overbruggend woord dat de mens uit zijn existentieel gegeven gevangenschap zou bevrijden: \u2018Wij willen sterven om een woord \/ Waardoor de keten wordt verbroken\u2019-, het sesam dat hem de poorten van de originele \u00e9\u00e9n-heid zou ontsluiten: \u2018de oorspronkelijke woorden \/ Waarmede alle aardse heerlijkheid begon\u2019.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 577]<\/div>\r\n<p>Experimenten met woord en beeld, ritme en metrum, strofenbouw en rijmschema binnen het kader van een klassiek te noemen prosodie zijn de tactische hulpmiddelen die Greshoff ten dienste stelt van zijn globale strategie waarmee hij de taal valstrikken legt. Zo gaan retorische dreun en schamperheid samen, zo combineert hij speelsheid en ernst, spot en pathos, de allertraditioneelste knepen van de versbouw en ordinair taalgebruik. Po\u00ebtisch geslaagd in zijn totaliteit, of zelfs maar bevredigend, kan men dit experimenteren inmiddels bezwaarlijk noemen; zelden of nooit schenkt dit het leven aan een po\u00ebzie met dubbele bodem zoals de geniaal begaafde Nijhoff schijnbaar moeiteloos realiseerde. Dit is nog geen voldoende reden om het bestaan van het experiment als zodanig in Greshoffs po\u00ebzie te verwaarlozen, nog minder te ontkennen. Positief te waarderen hierin valt minder een banale drang naar vernieuwing dan een eerlijke poging om het taalgeheim te achterhalen, zij het vooralsnog zonder veel succes, en dit met inachtneming van wat voor hem geldt als de regels van het spel: de traditionele prosodie.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Eenzelfde methode als in <i>De Ceder<\/i> wordt verder toegepast en op de spits gedreven met een ongelooflijke virtuositeit in de wiskundig strenge, binair gesloten structuur van <i>Aards en Hemels<\/i> (1926). Greshoff verwezenlijkt er een symbiose van kunstige verstechniek en vlotte spreektaal gebouwd op de uitsluitend aardse interpretatie van het woord bemin, \u2018waarmee wij de eeuwigheid verwerven.\u2019 Ook deze bundel doet als geheel wat koel en gewild aan, precies door de verbluffende knapheid waarmee het moza\u00efek van de afzonderlijke gedichten in een sluitend patroon gedwongen wordt. Voor zulk een volmaakte architectuur neemt men zijn hoed af; men loopt evenwel niet het gevaar hem bij het weggaan te vergeten. Er rest de dichter dus enkel nog het maar opnieuw te proberen, steeds met gelijkaardige middelen en in de hoop dat ergens de vonk zal overslaan. Dat doet zij ook in gedichten als <i>Liefdesverklaring, Ballade der zielige makkers<\/i> of nog <i>Monsieur Maurice<\/i> uit <i>Bij feestelijke gelegenheden<\/i> (1927). De tirannie van het woord en de verraderlijkheid ervan blijven niettemin in deze bundel de dichter obsederen: \u2018De zin is tot de draad versleten \/ De woorden hangen op de wind\u2019. Waar het woord ontoereikend is &#8211; \u2018want woorden zijn vileinver-<\/p><div class=\"pb\">[p. 578]<\/div><p>borgen fuiken\u2019 &#8211; zou de dichter zich al tevreden stellen met een gebaar, een teken: \u2018Geef ons een teken: laat de Grote Beer \/ Zo nu en dan eens kwispelstaarten, Heer!\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het is hier de plaats om, wellicht ten overvloede, te poneren dat Greshoffs po\u00ebzie uitsluitend belijdenislyriek is. Hij was nochtans niet blind voor de po\u00e9sie pure, zoals Van Ostaijen ze bedreef. Daarvan getuigen tal van kritische bijdragen en aforismen, in weerwil van zijn bekende polemiek met M. Nijhoff over de theorie van het Perzische tapijt. Schreef hij niet over het eigen spreekvers het volgende: \u2018Het gesproken gedicht zoals ik het, in tegenstelling met het gezongen, maakte en verdedigde, is eigenlijk geen po\u00ebzie, doch proza dat boven zijn stand leeft\u2019. Zulke bescheidenheid siert de dichter-criticus. Zij steunt echter op valse gronden. Greshoffs gesproken gedicht behoort evenzeer als A. Roland Holsts gezongen gedicht en Van Ostaijens po\u00e9sie pure tot de dichtkunst. Het bezweringselement is erin aanwezig, al gaat het schuil onder een laag nuchter taalgebruik. Het uiteindelijk doel van de drie genoemde soorten dichtkunst is identiek, enkel de verwezenlijkingsmodaliteiten verschillen. Dat Greshoff enkel zgn. bekentenislyriek in het parlando-genre pleegde neemt niet weg dat hij de essenti\u00eble regels van het spel doorzag en in acht genomen heeft, dat hij zich niet vergist heeft in de functie van de dichtkunst die taalkunst is. Het resultaat van zijn po\u00ebtische bedrijvigheid werd elders uitvoerig aan evaluatie onderworpen en kan hier buiten beschouwing worden gelaten. Het is er mij thans om te doen te wijzen op dat aspect van de schrijversproblematiek dat heden ten dage, terecht naar mijn mening, als fundamenteel wordt beschouwd: de verhouding tot de taal, beschouwd als instrument \u00e9n als doel.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De dubbelzinnigheid van het woord in literair verband, de omkeerbaarheid ervan, wordt dialectisch geponeerd in de sonnettencyclus <i>Janus Bifrons<\/i> (1932). Greshoffs <i>Ego<\/i> speelt er \u2018statistiek\u2019, \u2018nuchtre parafrase\u2019 en \u2018documents humains\u2019, kortom, \u2018geschriften die \/ Niet gratis liegen om een rijm op zoen\u2019 uit tegen <i>Alter Ego&#8217;s<\/i> opvatting van de po\u00ebzie of het \u2018zingen \/ Van v\u00f3\u00f3r dit aards bestaan de erinneringen\u2019, wat <i>Ego<\/i> dan op zijn beurt weer brandmerkt als \u2018&#8217;t een of ander aartsmystieke teken\u2019. Centraal staat hier dus het probleem van het taalgebruik als referentie aan het existentieel ervaarbare, en\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 579]<\/div><p>de taalhantering fungerend als bezweringsformule ter oproeping van het buitenaardse, de metafysische wereld. Niemand zal betwisten dat het hier gaat om het kernprobleem van de literair bedoelde taal. Als <i>Ego<\/i>, verder in de cyclus, de verlokkingen van het hier en nu prijst, ontwaart <i>Alter Ego<\/i> een \u2018nieuw accent\u2019, aangezien <i>Ego<\/i> thans in staat blijkt \u2018de dialoog van bos en beken \/ Waaruit zich de aarde van haar angst bevrijdt\u2019, te vernemen. De literaire conclusie van het debat in <i>Janus Bifrons<\/i> luidt: \u2018Men kan het oogmerk van de geest niet lezen \/ Zonder de warme aanwezigheid van &#8216;t woord\u2019. Zij vat meteen de wijsgerige beschouwing samen van de identiteit van schijn en wezen, verwezenlijkt in de po\u00ebzie. Dit is, op maat en rijm, een formulering die alleen perspectivisch, doch niet essentieel afwijkt van Van Ostaijens bekende \u2018een in het metafysische geankerd spel met woorden\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In <i>Pro domo<\/i> (1932) wordt het \u2018goed gedicht\u2019 op \u00e9\u00e9n lijn gesteld met de \u2018roes\u2019 en de \u2018bijslaap\u2019. Alle drie hebben tot doel \u2018ons even te bevrijden \/ Van al de leugens waar wij onder lijden\u2019. De po\u00ebzie is m.a.w. even vleselijk en aards van aard en oorsprong als de alcohol en het liefdebedrijf, ook al mondt zij uit in de illusie van het tijdeloze. In de cyclus <i>Columbus zonder Amerika<\/i> (1935) constateert de dichter opnieuw, en dit in tegenstelling tot de verworvenheden aan het einde van <i>Janus Bifrons<\/i>, de kloof tussen het menselijk idioom en de \u2018donkre taal\u2019 der elementen, waarvan de \u2018bovenaardse zin\u2019 hem ontgaat. Ofschoon, prompt wordt die \u2018teedre code\u2019 gedegradeerd tot \u2018doorluchte spraakzaamheid\u2019, waardoor hij zijn argwaan te kennen geeft en zijn finale wending naar het gewone \u2018abc\u2019 voorbereidt, dat hij in de cyclus <i>Tellurisch<\/i> (1935) kortweg \u2018aardse taal\u2019 noemt, en waarvan hij de functie als volgt formuleert: \u2018Ik ben het die de schoonheid heb bedacht \/ En even vasthoud in een spel van woorden\u2019. De po\u00ebzie als virtualiteit huist <i>in<\/i> de dichter en wordt alleen gerealiseerd door middel van diens taalvaardigheid. Op minder zakelijke toon, minder ontluisterend als men wil, in elk geval nauwer aanknopend bij een po\u00ebzieopvatting die wortelt in de traditionele conceptie van het begin van deze eeuw, de jaren van zijn vorming, borduurt Greshoff op deze opvatting voort in zijn twee laatste bundels <i>De laatste dingen<\/i> (1958) en <i>Wachten op Charon<\/i> (1964). \u2018Het zusje met de blonde haren \/ Dat in ons woonde\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 580]<\/div><p>en dat wij waren\u2019, symbool van de po\u00ebzie, wordt op baldadige wijze omgebracht door de voorwaarden zelf van ons bestaan maar het verrijst voor de ingewijde en onthult hem \u2018het geheim der laatste dingen\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Geen wonder dat Greshoff de dichter opnieuw een \u2018ivoren toren\u2019 laat betrekken, de woning voorbehouden voor \u2018de unieken, de ongelijken\u2019, \u2018de enkelingen\u2019 waarvan de stem \u2018spreekt van de eerste en laatste dingen\u2019. Tachtig jaar na tachtig, en ondanks zijn herhaalde falikant uitgevallen Ikarosvluchten droomt Greshoff opnieuw van \u2018koele toppen\u2019: \u2018Hoog in deze uiterste gewesten \/ Wonen wij licht en eenzaam in \/ Verlaten arendsnesten\u2019. In het slotgedicht van zijn voorlaatste bundel vraagt de dichter zich af wie toch de loods mag zijn die \u2018het zwarte zeiljacht po\u00ebzie \/ tussen de sterren ment\u2019. \u2018Het schip dat nergens meert\u2019 staat onder het bevel van de tijd, terwijl de dood, \u2018onder de waterspiegel\u2019, geklemd aan de kiel, stabiliteit geeft.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In <i>Variaties op het thema po\u00ebzie<\/i> bedenkt Greshoff de muze, niet zonder pathos, met de namen: \u2018geliefde\u2019, \u2018hoer van Babylon\u2019, \u2018onbetaste maagd\u2019, \u2018leven van mijn leven\u2019, \u2018het Voldongen Feit\u2019; hij noemt zich haar bezit en vertrouwt haar zijn lot toe. Trefzekerder is zijn formulering in <i>Lof der Muze<\/i> waar hij de po\u00ebzie aanspreekt als zijn \u2018eerste en laatste ondergang\u2019 en de paradox van haar bestaan omschrijft als \u2018duister licht\u2019 dat \u2018zijn eigen oorsprong is en roos\u2019. Ondubbelzinniger kan de wezenlijke autonomie van het taalkunstwerk niet gesteld worden.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Betreurt Greshoff ten slotte zijn eigen voorbije verbale ongebreideldheid wanneer hij in een van zijn laatste gedichten, <i>Verzoekschrift<\/i>, verzucht: \u2018O zwijg \/ Zoals de dichter zwijgt \/ In &#8216;t warme donkre doel \/ Van zijn gedicht\u2019? Sluitender definitie van de po\u00ebzie, zuiverder po\u00ebzieschepping en groter luciditeit omtrent de problematiek ervan tegelijk vergen lijkt mij overdreven.<\/p>\r\n<\/div><div class=\"wp-block-column dbnl-rechts is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:33.33%\"><div id=\"noten-apparaat\"><div class=\"interp\">\n<h3>Over dit hoofdstuk\/artikel<\/h3>\n<p><label>auteurs<\/label><\/p>\n<p> <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=gill002\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Louis Gillet<\/a><\/p>\n<p>over  <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=gres002\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Jan Greshoff<\/a><\/p>\n<br>\n<\/div><\/div><\/div><\/div>","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>[p. 575] \u2018Dit is voorwaar geen zuivere po\u00ebzie&#8230;\u2019 L. Gillet Met de po\u00ebzie, \u2018ongenaakbare en verboden minnares\u2019, \u2018hoer van Babylon\u2019 en \u2018onbetaste maagd\u2019 tegelijk, maar ook een \u2018zuster\u2019, heeft Greshoff zijn leven lang een incestueuze verhouding gehad. Vanaf zijn achttiende jaar heeft hij deze verhouding wereldkundig gemaakt, met de trots en de ijver eigen aan&#8230; <a class=\"more-link\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dit-is-voorwaar-geen-zuivere-poezie-l-gillet\/\">Lees verder <span class=\"read-more-arrow\"><\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","class_list":["post-300463","dbnl","type-dbnl","status-publish","hentry"],"acf":[],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO plugin v26.4 - https:\/\/yoast.com\/wordpress\/plugins\/seo\/ -->\n<title>\u2018Dit is voorwaar geen zuivere po\u00ebzie...\u2019  L. Gillet &#183; Uitgeverij Van Oorschot<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dit-is-voorwaar-geen-zuivere-poezie-l-gillet\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"\u2018Dit is voorwaar geen zuivere po\u00ebzie...\u2019  L. Gillet &#183; Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"[p. 575] \u2018Dit is voorwaar geen zuivere po\u00ebzie&#8230;\u2019 L. Gillet Met de po\u00ebzie, \u2018ongenaakbare en verboden minnares\u2019, \u2018hoer van Babylon\u2019 en \u2018onbetaste maagd\u2019 tegelijk, maar ook een \u2018zuster\u2019, heeft Greshoff zijn leven lang een incestueuze verhouding gehad. Vanaf zijn achttiende jaar heeft hij deze verhouding wereldkundig gemaakt, met de trots en de ijver eigen aan... Lees verder\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dit-is-voorwaar-geen-zuivere-poezie-l-gillet\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"article:modified_time\" content=\"2021-06-04T12:50:08+00:00\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"10 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\/\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dit-is-voorwaar-geen-zuivere-poezie-l-gillet\/\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dit-is-voorwaar-geen-zuivere-poezie-l-gillet\/\",\"name\":\"\u2018Dit is voorwaar geen zuivere po\u00ebzie...\u2019 L. Gillet &#183; Uitgeverij Van Oorschot\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\"},\"datePublished\":\"1972-12-31T23:01:21+00:00\",\"dateModified\":\"2021-06-04T12:50:08+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dit-is-voorwaar-geen-zuivere-poezie-l-gillet\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dit-is-voorwaar-geen-zuivere-poezie-l-gillet\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dit-is-voorwaar-geen-zuivere-poezie-l-gillet\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"DBNL\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"\u2018Dit is voorwaar geen zuivere po\u00ebzie&#8230;\u2019 L. Gillet\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\",\"name\":\"Uitgeverij Van Oorschot\",\"description\":\"\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"\u2018Dit is voorwaar geen zuivere po\u00ebzie...\u2019  L. Gillet &#183; Uitgeverij Van Oorschot","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dit-is-voorwaar-geen-zuivere-poezie-l-gillet\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"\u2018Dit is voorwaar geen zuivere po\u00ebzie...\u2019  L. Gillet &#183; Uitgeverij Van Oorschot","og_description":"[p. 575] \u2018Dit is voorwaar geen zuivere po\u00ebzie&#8230;\u2019 L. Gillet Met de po\u00ebzie, \u2018ongenaakbare en verboden minnares\u2019, \u2018hoer van Babylon\u2019 en \u2018onbetaste maagd\u2019 tegelijk, maar ook een \u2018zuster\u2019, heeft Greshoff zijn leven lang een incestueuze verhouding gehad. Vanaf zijn achttiende jaar heeft hij deze verhouding wereldkundig gemaakt, met de trots en de ijver eigen aan... Lees verder","og_url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dit-is-voorwaar-geen-zuivere-poezie-l-gillet\/","og_site_name":"Uitgeverij Van Oorschot","article_modified_time":"2021-06-04T12:50:08+00:00","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"10 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dit-is-voorwaar-geen-zuivere-poezie-l-gillet\/","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dit-is-voorwaar-geen-zuivere-poezie-l-gillet\/","name":"\u2018Dit is voorwaar geen zuivere po\u00ebzie...\u2019 L. Gillet &#183; Uitgeverij Van Oorschot","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website"},"datePublished":"1972-12-31T23:01:21+00:00","dateModified":"2021-06-04T12:50:08+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dit-is-voorwaar-geen-zuivere-poezie-l-gillet\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dit-is-voorwaar-geen-zuivere-poezie-l-gillet\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/dit-is-voorwaar-geen-zuivere-poezie-l-gillet\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"DBNL","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"\u2018Dit is voorwaar geen zuivere po\u00ebzie&#8230;\u2019 L. Gillet"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/","name":"Uitgeverij Van Oorschot","description":"","potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"}]}},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl\/300463","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/dbnl"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=300463"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=300463"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}