{"id":300920,"date":"1978-01-01T00:00:34","date_gmt":"1977-12-31T23:00:34","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/dbnl\/jeroen-brouwerskladboek\/"},"modified":"2021-06-04T14:18:01","modified_gmt":"2021-06-04T13:18:01","slug":"jeroen-brouwerskladboek","status":"publish","type":"dbnl","link":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jeroen-brouwerskladboek\/","title":{"rendered":"Jeroen Brouwers\r\nKladboek"},"content":{"rendered":"<div class=\"wp-block-columns alignwide is-layout-flex wp-container-core-columns-is-layout-9d6595d7 wp-block-columns-is-layout-flex\"><div class=\"wp-block-column dbnl-links is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:66.66%\">\r\n\r\n <interp type=\"primair\" value=\"brou033\"><\/interp><interp type=\"primair\" value=\"delft001\"><\/interp><interp type=\"primair\" value=\"19771225\"><\/interp><interp type=\"primair\" value=\"19780129\"><\/interp><interp type=\"primair\" value=\"19780211\"><\/interp><div class=\"pb\">[p. 295]<\/div>\r\n<a name=\"30\"><\/a>\r\n<h3>\r\n<i>Jeroen Brouwers<\/i>\r\n\r\n<br>Kladboek<\/h3>\r\n\r\n<h4 class=\"small-margins\">25.12.77 Klein in memoriam<\/h4>\r\n\r\n<p>Ik was zestien jaar, ik woonde in Delft, verdrietiger kon ik dus niet zijn. Ik las <i>archibald strohalm<\/i>, &#8211; geleend van de bibliotheek, al maanden in mijn bezit en ik was niet van plan om het boek ooit te zullen terugbezorgen. \u2018Het witte papier, &#8211; dat was de eenzaamheid; en loodrecht daarop: de pen, &#8211; dat was archibald strohalm.\u2019 De enige die deze woorden begreep, was ik, zoveel was zeker. Zelfs de schrijver ervan begreep ze niet: hoe kon hij ook, &#8211; archibald strohalm, dat was <i>ik<\/i>, taaldronken, op hoog niveau krankzinnig, en geslagen \u2018pok, pok,\u2019 door onbegrip natuurlijk. Ik schreef mijn eerste roman, &#8211; ik heb daarvan verslag gedaan in <i>Zonder trommels en trompetten<\/i>. Over mij stond geschreven zoals het was: \u2018Weldra had hij een plan gemaakt voor zeven boeken om zijn gedachtenkomplex in uit te drukken. Ze zouden als rivieren zijn, deze boeken: als de rivieren waarvan een duistere wijze gezegd heeft, dat men slechts eenmaal in haar kan baden, omdat gedurig nieuw water toevloeit, gedurig nieuw, en zij geen ogenblik zichzelf gelijk blijven.\u2019 En: \u2018Alleen zichzelf kan hij zien; alles is hem een spiegel.\u2019 Ook zoveel was wel zeker: ik zou niet schrijver <i>worden<\/i>, ik w\u00e0s het al. Ach, waarheen gebleven? Delft! Niet voor niets heette mijn roman <i>Buiten de muren<\/i>. In deze tijd van broeiing, dat jaar, ter gelegenheid van de boekenweek, vond in een bovenzaaltje, ergens in Delft, een lezing door een schrijfster plaats. Ik was daarbij. Nooit tevoren had ik een schrijvend wezen in het echt gezien; ik wilde er wel eens een zien. Het boekenweekgeschenk van dat jaar heette <i>Ontmoetingen met schrijvers<\/i>. De auteur ervan was Dr. P.H. Ritter jr.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hoe herinner ik mij het eerste schrijvende wezen dat ik ooit aanschouwde?\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 296]<\/div><p>Ik herinner mij haar vooral als een stel oorbellen in de vorm van groene knoppen die aan kettinkjes aan haar lellen hingen en die haar ononderbroken tegen keel of wang stootten. Magerte ook, herinner ik mij. Ze had grote, dunne doorzichtige oren, een grote, dunne, neus, grote, geen ogenblik niet-fladderende handen. Haar haar, zwart, was strak over haar schedel naar achter getrokken, en zelfs herinner ik mij: een scheiding in dat haar, maar ik zie niet meer w\u00e1\u00e1r in dat haar. Het is al dunheid en onrust wat ik mij van haar herinner, maar ook dat haar mond aardig was en haar ogen waren groen, net als de ogen van mijn moeder.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het zaaltje waar zij optrad was goed bezet, &#8211; overwegend door schooljeugd, overwegend door meisjes. Ik zat op de achterste rij stoelen, op een hoekplaats, gehuld in het zwart, wij zijn in de dagen van Sartre, mijn haar gematigd lang en prima artistiek, sigaret in de mondhoek, wiebelend met het been dat ik over het andere had geslagen, buitengewoon zelfverzekerd van pure angst en verlangend naar al die meiden tegelijk, petticoats, paardestaarten, &#8211; geld gejat uit het ijzeren kistje van mijn vader. De vijftiger jaren. Ik heb er nooit naar terugverlangd. Mijn kop zat vol van de zeven boeken die ik zou gaan schrijven, welke boeken zouden zijn als rivieren, maar laat mij eerst mijzelf bevrijden, geef mij licht, geef mij tijd, dat ik weg kom uit dit uit spinrag opgetrokken stadje, dat er orde kome in de chaos. (\u2018Jutje?\u2019 \u2018Ja, Archibald?\u2019 \u2018Ik ben ge\u00ebtioleerd&#8230;\u2019)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hangerig vroeg ik in de pauze aan iemand die ik kende hoe ook weer de naam van de optredende schrijfster luidde. \u2018Nooit van gehoord,\u2019 zei ik, &#8211; \u2018jij?\u2019 Ik nam hierbij de sigaret niet uit mijn mondhoek, en het oog aan die kant van mijn gezicht waar de rook omhoog kringelde hield ik dichtgeknepen, &#8211; precies zoals ik het op de films had gezien. \u2018Niet onaardig vrouwtje toch,\u2019 zei ik nonchalant, handen in mijn broekzakken.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Dat ik met mijn gezicht in de stront viel, was pas jaren later. Mijn eerste boek: onbestaande bleef het. Mijn tweede boek: mislukt is het. Mijn derde boek: weg ermee. Weliswaar was ik een schrijver, weliswaar was ik een schrijver van niks. Eerst moest ik nog door mijn eigen rivieren.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Na afloop de gelegenheid tot vragen stellen. <i>Waarom schrijft u<\/i>? Hoeveel schrijvende wezens mocht ik sedertdien in het echt ontmoeten en hoe vaak is mij het antwoord op de vraag waarom ze schrijven niet bijgebleven. Het\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 297]<\/div><p>is zover, dat nu ook aan mij wordt gevraagd waarom ik schrijf. Het witte papier, &#8211; dat is de eenzaamheid. Er werd een vraag gesteld die handelde over Literatuur, &#8211; \u2018met hoofdletter l\u2019, werd er bij gezegd. De vragensteller zei, dat schrijfster geen Literatuur met hoofdletter l had afgescheiden. Of zij dacht daar nog ooit toe te komen? Nee, zei ze, waarbij de oorknoppen haar tegen de wangen tikten, &#8211; daartoe had zij het talent niet ontvangen en nooit zou haar naam in het literaire naslagwerk prijken, maar wel zou zij de haar ter beschikking gestelde gaven ten dienste stellen van de verandering en godweet de verbetering van de maatschappij, de vinger daar waar de wonde is, de punt van het mes daar waar het gezwel is, de bevrijding van de vrouw bijvoorbeeld, waar, hoe en wanneer zij maar kon. In deze trant. De bevrijding van de vrouw? Daar en toen was voor het eerst dat ik ervan hoorde. Literatuur met hoofdletter l is een solitair bedrijf, literatuur met hoofdletter l is het bedrijf van de eenzame en de bezetene, zei ze, en dat bedrijf was niet het hare, want zij wilde <i>in<\/i> de maatschappij en <i>met<\/i> de maatschappij &#8211; enzovoort. Daarom gaat het mij nu niet.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Er gebeurde dit: Terwijl haar groene ogen onrustig langs de gezichten van haar publiek gleden, gleden ze opeens langs mijn gezicht en, erger, keerden er naar terug en bleven er verder, zo lang ze aan het woord bleef, steeds opnieuw naar terugkeren, alsof ze mij kende of herkende, alsof ze ten slotte nog uitsluitend mij toesprak, &#8211; mij! geef mij de ruimte! er begonnen nu en dan al meiden naar mij om te kijken. Ik durfde niet een nieuwe sigaret aan de peuk van de oude aan te steken, zoals ik het op de films had gezien, ik durfde helem\u00e1\u00e1l geen sigaret meer op te steken, ik zat met tegen elkaar geknepen dijen zeker te weten dat op mijn kin een etterknopje ontstond en dat niet ik alleen maar iedereen om mij heen de verflensingslucht van de mij opeens ook tergende hoofdjeuk bezorgende brillantine begon te ruiken. Vijftiger jaren. \u2018Alles is hem een spiegel, maar vaak genoeg zijn de spiegels beslagen van zijn onrustige adem.\u2019 Laat mij solitair zijn en bezeten. Als de groene ogen van de schrijfster de ogen van mijn moeder waren, dan waren het de ogen van mijn moeder toen ze, zekere middag, <i>opeens<\/i> achter mij stond en ik, met mijn hand tussen de biljetten in het ijzeren kistje, dacht dat ik blind werd van schrik en dacht, voor het eerst in mijn leven: ik kan mijzelf doden. \u2018Pok, pok.\u2019 Na afloop van de lezing stond de schrijfster in\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 298]<\/div><p>de buurt van de deur. Ze <i>glimlachte<\/i> naar mij met haar aardige mond.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De sigaret brandend in mijn mondhoek fietste ik door de avond nog naar Den Haag, denkend aan \u00e9\u00e9n paardestaart in het bijzonder, aan de ritselingen van \u00e9\u00e9n vracht petticoats in het bijzonder, soms sloegen mij de vonken in het gezicht, maar naar haar toe gaan en haar aanspreken, haar die ik alleen in gedachten durfde op te baren, haar versierend met bloemen en toesprekend op rijm, &#8211; neen. Het witte papier. Ook kwam nog de omslag van mijn broekspijp tussen tandwiel en fietsketting. In de straten bij het Rijswijkseplein zaten de meisjes in hun roodverlichte uitstalkasten. \u2018Jutje?\u2019 \u2018Ja, Archibald?\u2019 Langzaam fietsend bekeek ik ze allemaal. M\u00e9\u00e9r niet. Mijn rivieren lagen nog achter stuwdammen en dijken. Eerst moest er nog veel, veel gebeuren. Van ontmoetingen met schrijvers heb ik intussen, al jaren, mijn bekomst.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Deze chaos van herinneringen kwam vanavond in mij terug. Van de schrijfster heb ik steeds gedacht: ik kom haar nog wel eens tegen, ik overreik haar mijn zevende boek, ik vraag haar of ze het misschien nog weet, Delft, boekenweek 1956, die lezing van haar, die jongen op de achterste rij, die jongen was ik. Maar ik ben haar nooit meer tegen gekomen, haar boeken heb ik nooit gelezen en zal ik nooit lezen, ik zoek haar naam vergeefs en tegen beter weten in de literaire naslagwerken, ik weet zeer vaag van haar werkzaamheden <i>in<\/i> en <i>met<\/i> de maatschappij, ik beken: ik heb er weinig belangstelling voor gehad, ik beken: ik voel die belangstelling n\u00f2g niet, &#8211; vermoedelijk doe ik haar daarmee te kort. Haar naam zal spoedig zijn vergeten, vrees ik, omdat gedurig nieuw water toevloeit, gedurig nieuw, &#8211; en toch heeft zij iets met mij te maken, voorgoed nu.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Vanavond verscheen haar gezicht in het t.v.-journaal, een vriendelijk gezicht, rimpelig geworden, mooie ogen, aardige mond, in ieder oor een pareltje, haar haar zat anders. Ze keek mij niet aan. In een ziekenhuis in Utrecht is ze vandaag gestorven, minder onrustig dan ik mij haar herinner, hoop ik.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ze heette Harri\u00ebt Freezer.<\/p>\r\n\r\n<div class=\"pb\">[p. 299]<\/div>\r\n<h4 class=\"small-margins\">29.1.78 Haartjes op de wervelkolom<\/h4>\r\n\r\n<p>Hedenavond werden wij, in het t.v.-programma \u2018Zwart op wit\u2019, verbonden met de residentie van Letterland, Duckstad. Wij kregen in dat programma onder anderen te zien: Guus Gelul, zich noemende Luyters.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Vraag: Meneer Gelul, wat is literatuur?<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Guus Gelul: Literatuur is, waar de haartjes op je wervelkolom van rechtop gaan staan.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Van dit steetment ging ik plat achterover, als van de bliksem geraakt.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Die Guus Gelul ken ik wel. Dat wil zeggen niet persoonlijk uiteraard, goddank, maar des te beter onpersoonlijk: in zijn hoedanigheid van literair criticus bij <i>Het Parool<\/i>. Iedere zaterdag namelijk koop ik <i>Het Parool<\/i>. Niet voor Kronkel, niet voor Bijkaart, maar voor Guus, &#8211; voor Guus z&#8217;n Rubriek over Boeken. Iedere zaterdag, voordat ik onder de does ga, kastijd ik mezelf een minuut of twee \u00e0 drie door het boekenstuk van Guus te lezen, ervan genietend als een echte masochist, ik vloek erbij, ik huil erbij, ik roep erbij om m\u00e9\u00e9r: m\u00e9\u00e9r stupiditeit, m\u00e9\u00e9r geborneerdheid, m\u00e9\u00e9r infantiliteit, m\u00e9\u00e9r onverstand, m\u00e9\u00e9r middelmatigheid, o Guus!, Guusje toch! Zo ken ik hem dus. Over Guus als literair criticus, Guus als voorlichter, Guus als smaakbepaler schrijf ik eerlang misschien uitvoeriger.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hedenavond was Guus in zijn hoedanigheid van proza\u00efst op de buis. Guus als belletrist, Guus als verhalenschrijver, Guus als schrijver van een boekje. Dat boekje van Guus is weer zo&#8217;n prul van een boekje dat niettemin door de heren literatuurdici bovenmaats prachtig wordt gevonden, geloof ik. Dat boekje van Guus verscheen op 28 oktober laatstleden en zie, reeds op 29 oktober bevatte <i>Het Parool<\/i> een prachtvolle recensie ervan, geschreven door Wim Sanders. \u2018Mooie verhalen\u2019, stond er boven die recensie. \u2018Als het criterium voor een goed boek is dat het herlezen moet kunnen worden, dan is dit een mooie verhalenbundel.\u2019 Dat stond in die recensie. Hoe is het in kots naam mogelijk, nietwaar? Mooie verhalen!<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Toen ik die verhalen las gingen de haartjes op mijn wervelkolom inderdaad recht overeind staan: van razernij. Is er een Prijs voor Kneuterschap? Ik wil in de jury tot toekenning ervan: die prijs moet naar Guus. Recht overeind kwamen die haartjes op mijn wervelkolom: van drift, van lou-<\/p><div class=\"pb\">[p. 300]<\/div><p>tere haat, men mag het gerust weten. Dank zij Guus weet ik sedert hedenavond hoe het komt, dat de haartjes op mijn wervelkolom wel eens van razernij, drift en pure haat overeind gaan staan. Dat komt doordat ik dan literatuur zit te lezen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Dat boekje met mooie verhalen van Guus Gelul, zich noemende Luyters, heet <i>Liefde en leugens<\/i> en werd uitgegeven door Dagobert Loeb, Duckstad 1977. Herlees ik het om te zien of het voldoet aan het criterium van die Wim Sanders? Ik kijk wel uit. Ik weet al dat dit <i>niet<\/i> een goed boekje is. Wat doe ik er dan mee? Ik gooi het tegen het plafond en laat het hier v\u00f3\u00f3r mij op het tafelblad weer neerkomen: zien waar het open valt, zien aan welke passage mijn blik blijft haken, zien dat ik de lezer met enkele voorbeelden aanschouwelijk kan maken wat ik bedoel.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het boekje valt open op de bladzijden 6 en 7, mijn blik valt op de zin: \u2018Het zat hem ook in de manier waarop ze ging zitten\u2019. Met de haartjes op mijn wervelkolom staat het nu zo, dat ze gaan staan. Zoiets kun je toch niet schrijven, Luyters, jongen, zoiets is toch slordig en &#8211; wat <i>ik<\/i> het ergste vind &#8211; zoiets is toch lelijk! Zoiets is toch niet te lezen zonder capillaire erecties? En neem nou dit:\u2018() Iedereen () moest inmiddels net als ik de dertig gepasseerd zijn, of toch minstens achterin de twintig wezen\u2019. Ook dat is toch een zin waarbij het merg in de ruggegraat onmiddellijk stolt als je hem leest? Om tweemaal \u2018zijn\u2019 te vermijden \u00e9\u00e9nmaal \u2018wezen\u2019 schrijven, dat is, al lijkt het nogal kunstenaarlijk inventief, al lijkt het putten uit woordovervloed en mogelijkhedenrijkdom, pure armoed en opnieuw: het is lelijk. Jane zou het zo niet doen, of Emily. Of Val\u00e9ry Larbaud. Wat betreft deze laatste: dat is \u2018een schrijver waar (Guus) nog nooit van had gehoord\u2019. Vandaar dat hij zo bedonderd schrijft, denk ik met mijn ruggewervelhaartjes overeind: een schrijver waarvan moet wezen: een schrijver van wie.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ja, dit zijn kleinigheden, ja, ik zit te vitten. Ik ben er zoeen van wie alles perfect, of dan toch zo perfect mogelijk, moet. Ik houd niet van: zand in de sla, een beestje in mijn bed, een rammelgeluidje in mijn auto, een drukfout in een boek, een tikje in een grammofoonplaat. Dit zijn kleinigheden van dezelfde orde als: \u2018het zat hem in het zitten\u2019, \u2018iedereen moest zijn of toch minstens wezen\u2019, en \u2018waarvan\u2019 waar \u2018van wie\u2019 hoort te staan. Kleinigheden als deze mogen niet, <i>omdat<\/i> het kleinigheden zijn. Wie mij niet begrijpt,\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 301]<\/div><p>begrijpt niet waarom sla zonder zand smakelijker is dan sla met zand. Uit kleine kleinigheden als deze <i>bestaat<\/i> het proza van onze Guus. Lees ik het proza van onze Guus, die wervelkolom van mij lijkt wel een dennetak. Lees ik Multatuli, nooit krijg ik stijve haren van ergernis vanwege welk soort taalnonchalance dan ook. Multatuli schreef geen literatuur, dat zal het zijn. Moet je nou weer horen. Bladzij 7:\u2018() Ik overwoog of ik de jonge vrouw aan zou spreken. Wat moest ik tegen haar zeggen? Pardon mevrouw, juffrouw, is het mogelijk dat wij elkaar kennen? Iets anders kon ik niet verzinnen en het klonk me belachelijk in de oren ().\u2019 Guus ga naar huus, want de koein staan op springn. Hoe k\u00e0n dat nou, Luyters! Denk toch na, jongen! Hoe kan iets, dat je nog moet g\u00e1\u00e1n zeggen, iets dat je nog aan het verzinnen bent om te zeggen, je niettemin al in de oren klinken? Dit is schrijven van likmevestje. Prijs voor Kneuterschap. Proza uit een schrijfmachinerie, uitgevonden door Willy Wortel.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Tweede steekproef. Weer gooi ik het boekje tegen het plafond, dit keer valt het voor mij open op de bladzijden 20 en 21. Hoe tref ik het zo, &#8211; op deze bladzijden staat zo&#8217;n \u2018smakelijk opgediende\u2019 sex-passage als waarover Aad Nuis het in de <i>Haagse Post<\/i> heeft gehad. Helaas, alles wat aan mij rechtop gaat staan bij het lezen van wat hier smakelijk wordt opgediend, zijn de haartjes op mijn wervelkolom alweer.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018We lagen in bed, Vera en ik, in mijn bed, op mijn kamer. Ze was uit haar kleren gestapt (). Toen kroop ze bij me. Ik was zo opgewonden dat ik meteen met haar naar bed wilde ().\u2019 Ook dit is schrijven van likmedinges. Vera en Guus Luyters lagen in bed, in Guus Luyters z&#8217;n bed, op Guus Luyters z&#8217;n kamer, en toen kroop Vera bij Guus Luyters en was Guus Luyters zo opgewonden dat hij meteen met Vera naar bed wilde. Maar Guus Luyters l\u00e0g toch al met Vera in bed? Ach zo, Guus bedoelt met dat \u2018naar bed willen\u2019 terwijl hij al in bed ligt iets \u00e0nders, iets eh&#8230;, tsja&#8230;, hoe zal ik &#8216;t zeggen, er zijn namelijk nogal veel manieren om het te zeggen weet u, een heleboel termen en uitdrukkingen zijn daarvoor, Latijnse, Hollandse, deftige, neutrale, gewone, leuke, platte, overdrachtelijke, medische, po\u00ebtische, g\u00f4h, er is misschien niets anders dat z\u00f3 geschakeerd kan worden weergegeven als juist dit, &#8211; enfin, Guus bedoelt uweetwel, Guus kiest uit de tientallen mogelijkheden het meest geestloze en meest ongenietbare. Guus zelf\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 302]<\/div><p>is dan ook een geestloos en ongenietbaar schrijver van literatuur waarvan de haartjes op je wervelkolom rechtop gaan staan.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Meer en meer van dit soort literatuur overspoelt in deze jaren de boekenmarkt: de verhaaltjes zelf zijn zo vervelend als natte sneeuw, de verhaaltjes zijn geschreven met een air van onge\u00efnteresseerdheid voor taal en vorm die niet anders te benoemen is dan als: schaamteloos. Ik benoem het als: onmacht. Ik noem het: talentloosheid. Ik noem het bovendien: oplichterij. Zeventigerjaren-proza. Proza voor het gemakkelijk besodemieterbare leesplebs. Het leesplebs zet deze vervelende, inhoudloze, slecht geformuleerde, slecht gestructureerde verhaaltjestinnef bijvoorbeeld op de literatuurlijsten van de middelbare school: \u2018lekker makkelijk\u2019, \u2018gauw klaar\u2019. Het leesplebs ziet de personen die deze schrijfrommel uit hun poten hebben weten te wringen bijvoorbeeld op het kijkscherm, kritiekloos ondervraagd door Klarabella Koe. \u2018Meneer Gelul, wat is literatuur?\u2019 Het leesplebs ziet de letterkundige monstergeboorten van deze scribenten bijvoorbeeld vurig geprezen in de krant. Het leesplebs kent ook veel autoriteitswaarde toe aan het veelvuldig terugzien van de namen en de smoelen der hier bedoelde schrijvers van onwaarschijnlijk zielig masturbantenproza die niettemin doen als of ze de muze-zelf hebben geneukt: namen en smoelen keren terug in tijdschriftredacties, juries, commissies, gezelschappen die staatspoen uitdelen, &#8211; men ziet ze terug als recensent godbetert, men ziet ze terug als interviewer en als ge\u00efnterviewde, men ziet ze terug in de televisie- en filmmakerij, overal verspreidend: de mentaliteit van landerigheid, van ik weet niet, ik kan niet, ik wil niet, ik doe maar wat, ik zie wel, ik maak mij niet moe, doe toch niet zo moeilijk, valt er nog wat te lachen?&#8230; Alles precies zoals het plebs het gaarne wil. Plebs houdt niet van kwaliteit en karakter. Guus Luyters: lieveling van het plebs. Op de buis met hem, geprezen in fraaie recensi\u00ebn zij dat boekje van hem, wekelijks die naam en dat smoel van hem in\r\n<i>Het Parool<\/i>, men interviewt hem en hij interviewt terug, ja naar Rusland sturen ze hem, deze kwakkel, om te speuren naar de schaduwen van Nabokov, &#8211; en dat boekje van hem:\u2018Na een maand was reeds een tweede druk nodig\u2019, zo lees ik in de voorjaarsaanbiedingsfolder 1978 van uitgever Dagobert Loeb.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Wat zeg jij daar, Aad Nuis, behoor jij niet tot de schrijvers van een fraaie\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 303]<\/div><p>recensie van <i>Liefde en leugens<\/i> door Guus Gelul, zich noemende Luyters? Heb jij over dit boekje geschreven dat de erin saamgebrachte verhalen \u2018zich slecht (lenen) voor de meer subtiele exploratie van sociale en psychische realiteiten die bij onze beste schrijvers te vinden is\u2019, daarmee suggererend dat onze Guus niet tot onze beste schrijvers mag worden gerekend? Heb jij over \u00e9\u00e9n dezer verhalen zelfs geschreven dat het een \u2018minder overtuigende indruk\u2019 maakt? En heb jij vervolgens, je schouders ophalend voor dit Luytersboekje, ook nog geschreven: \u2018Wat geeft dat eigenlijk? Waarom zou je van Luyters verlangen wat anderen al doen?\u2019, &#8211; doelend op het benaderen van \u2018de ernst des levens\u2019 &#8211; en heb je hem op een of andere manier zelfs in verband gebracht met \u2018de Kortoomsen\u2019? Jawel, dat heb je. <i>Haagse Post<\/i>, 29 oktober 1977. Van Luyters hoeft inderdaad niets te worden verlangd, krek zo is het en niet anders is het, &#8211; en geef mij <i>zelfs<\/i> \u2018de Kortoomsen\u2019 maar als ik moest kiezen tussen hen en de pretentieuze Luyters. Niettemin Aad, moet je eens kijken hoe die in feite niet onverdeeld gunstige hoewel tevens niet onverdeeld <i>on<\/i>gunstige recensie van je dusdanig door uitgever Loeb is verknipt dat het net lijkt of je van onderhavig boekje uitsluitend hebt zitten smullen, al heb je er ook bij zitten kokhalzen. Eigen schuld. V\u00e9\u00e9l te vriendelijk, veel te veel luurtjes waar je die Luyters \u00e8n jezelf hebt in gelegd. Al wil je niet, het plebs heeft je beet en spartel maar niet. Wat zeg jij daar, Wam de Moor? Hetzelfde als Aad Nuis? Die advertentie voor de tweede druk van <i>Liefde en leugens<\/i> van Dagobert Loeb gezien in <i>Maatstaf<\/i>, januari 1978? Daarin staat van allerhande aardigs dat jij over dit liefdeloze leugenboek in <i>De Tijd<\/i> (van 18 november\r\n1977) hebt geschreven. Ik weet wel, dat je in je recensie \u00f3\u00f3k hebt geschreven dat \u2018de moraal\u2019 van Luyters \u2018lijkt () op de moraal van de tingeltangel\u2019. Dat Luyters&#8217; \u2018techniek hier en daar niet om over naar huis te schrijven\u2019 is. Dat Luyters \u2018een minder precies schrijver\u2019 is (dan Springer). Dat Luyters&#8217; \u2018toonzetting (jou) niet zo bevalt\u2019. En, ten slotte, dat Luyters \u2018wel voor het zout in de pap (zorgt), maar niet voor de pap z\u00e8lf\u2019. <i>Ik<\/i> weet dat wel, maar het gemakkelijk besodemieterbare leesplebs weet dat niet. Spartel ook jij maar niet, ook jij bent ingelijfd, beste Wam. In die recensie van je bleven nog voldoende vriendelijke dingen over waar Guus en Dagobert munten uit konden slaan. Moet je maar niet zo aardig zijn.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 304]<\/div>\r\n<p>Laat ons bidden.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ik bid voor opstand. Al was het maar voor de opstand der haartjes. Op de wervelkolom van eenieder die hetzelfde vindt als ik vind en liever nog op de wervelkolom dergenen die dat <i>niet<\/i> vinden.<\/p>\r\n\r\n<h4>11.2.78 Van het hert en de herinnering van Doeschka<\/h4>\r\n\r\n<p>In de uitverkoop schaf ik mij voor twee kwartjes aan: het vorig jaar ter gelegenheid van de boekenweek verschenen, door de CPNB uitgegeven boekwerkje <i>De ontketende held<\/i>, \u2018avonturen met teksten van toen\u2019, \u2018schrijvers en tekenaars zetten oude teksten naar hun hand\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Boekje bestaat uit hervertellingen van oude literaire teksten door schrijvers van thans. Schrijvers van thans zetten oude teksten \u2018naar hun hand\u2019, want, zo zegt de inleiding, de meeste mensen kunnen met een oude tekst niet zomaar \u2018uit de voeten\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Aan dat boekje heeft Doeschka Meijsing <i>Drie droeve vertellingen<\/i> bijgedragen, &#8211; haar versies van drie fabels uit de Esopet. Hierover wil ik geen misverstand ontketenen: ik vind de bijdrage van Doeschka Meijsing zo ongeveer de aardigste van alle bijdragen in dit overigens in mijn ogen zelfs geen twee kwartjes waard zijnde boekje. Ik wil op iets anders wijzen. Op de merkwaardige overeenkomst die er bestaat tussen de eerste der drie droeve vertellingen van Doeschka Meijsing, getiteld <i>Van het hert en de herinnering<\/i>, en een (ik schat) ongeveer 25 jaar oud sprookje van Godfried Bomans, getiteld <i>De rijke bramenplukker<\/i> (men kan het vinden in: Godfried Bomans, <i>Sprookjes<\/i>, Elsevier, Amsterdam-Brussel; verderop citeer ik uit de 17de druk, februari 1972).<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Bomans&#8217; sprookje gaat over een zeer gelukkige bramenplukker, die eenzaam in een groot bos woont. Dat bos is hem een schitterend huis, met hoge gewelven, ruime portalen en prachtige zuilen. De wolkenlucht ziet hij aan voor een bewegend moza\u00efek, van dauwdruppels denkt hij dat het parels zijn, vijvers noemt hij spiegels, volgelzang klinkt hem als muziek, &#8211; enzovoort. Zekere dag komt er een reiziger door het bos aan wie de bramenplukker van zijn geluk en rijkdom vertelt. Die reiziger snelt onmiddellijk naar \u2018de stad\u2019, licht de stedelingen in over de kostbare schatten van\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 305]<\/div><p>de bramenplukker en komt met een duizendkoppige horde inhalig gespuis naar het bos terug. Als blijkt, dat de bramenplukker met \u2018parels\u2019 dauwdruppels bedoelt, met \u2018moza\u00efek\u2019 de lucht en met \u2018spiegels\u2019 vijvers, voelen de stedelingen zich bedrogen. \u2018Hang hem op!\u2019 riepen de mensen, \u2018hang hem toch op!\u2019 &#8211; en de bramenplukker eindigt zijn gelukkige leven in een strop aan een boomtak.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Doeschka Meijsings vertelling <i>Van het hert en de herinnering<\/i> gaat over een stervend hert. Dat hert \u2018hangt\u2019 te sterven, net als de bramenplukker. Het dier is \u2018verstrikt\u2019 in zijn laatste gedachten, gelijk de bramenplukker in zijn strop. Hangend herinnert het hert zich hoe \u2018eenzaam\u2019 hij was, even eenzaam als de bramenplukker, en tevens hoe gelukkig (\u2018tevreden\u2019) hij was, even gelukkig als de bramenplukker. Het herinnert zich het schitterende bos, dat voor hem is geweest als een schitterend huis.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hert:\u2018() Weliswaar was mijn huis zo voortreffelijk gebouwd dat het een wonder mocht heten.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Bramenplukker: \u2018() Mijn huis. () Dat is een lust om te zien!\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hert:\u2018In sommige vertrekken (zijn de vloeren zus), in andere kamers (zijn ze zo).\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Bramenplukker: \u2018() Af en toe ontmoet men () portalen.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hert: \u2018Het plafond van mijn huis is () een steeds wisselend moza\u00efek. () Iedere keer () is het een ander perspectief, een andere samenstelling ().\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Bramenplukker: \u2018Moza\u00efek (). Hier bewegen zich de figuren, zij trekken langzaam en statig voorbij, zij vervormen zich tot de wonderlijkste gedaanten.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hert:\u2018() Moza\u00efek in blauw, wit en grijs.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Bramenplukker:\u2018() Lichtblauw met witte vlekken. () Dan is het diepblauw, dan lichtgrijs, soms beide.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hert: \u2018Ik ben verrast en tevreden. Dit plafond is voortreffelijk.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Bramenplukker: \u2018Het is heerlijk om te zien; men wordt er nooit moede van.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hert: \u2018In de vloer van mijn huis had de bouwer spiegels aangebracht.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Bramenplukker: \u2018Daar zijn bijvoorbeeld de spiegels.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ik: Gomperdegompie!<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het lijkt wel of Doeschka Meijsing niet een fabel uit de Esopet, maar een\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 306]<\/div><p>sprookje van Bomans heeft naverteld. Wat Doeschka Meijsing beschrijft als de \u2018herinnering\u2019 van het zieltogende hert, is in feite haar eigen herinnering aan het verhaaltje van Bomans, &#8211; dat zij, denk ik stellig, welhaast gelezen <i>moet<\/i> hebben, ooit, waarschijnlijk lang geleden. Ik ken het sprookje van <i>De rijke bramenplukker<\/i> sedert 1950, &#8217;51 of &#8217;52. In het r.k. jongensinternaat waar ik mij in die jaren bevond werd het tijdens een \u2018aula-avond\u2019, &#8211; een iedere zondag aan culturele ontwikkeling bestede avond die in de alleen op zondagavonden \u2018aula\u2019 genoemde gymzaal plaats vond, &#8211; door een rondreizende toneelartist voorgedragen. Daar ik een gevoelig knaapje was, moest ik van het vertelsel nogal huilen, &#8211; ik zonderde mij daartoe af in een toilethokje opdat het niet zou worden waargenomen, want ik was nu juist in dat internaat geplant om \u2018een kerel\u2019 te worden. Bomans zat toen al op de sedia gestatoria van zijn geweldige roem en gold, zeker in roomse kring, voor een met drie tiaren gekroonde schrijfpaus. Uit die kring komt ook Doeschka Meijsing. Zij, zeven jaar later geboren dan ik, behoort tot de laatste generatie die het Rijke Roomse Leven nog in al zijn schitter en terreur heeft meegemaakt. Denk ik aan haar roman <i>De kat achterna<\/i>, het eerste wat mij te binnen schiet is de Kerstmispassage op de bladzijden 85-86, het tweede de flauwvalpassage, gesitueerd in de St.-Jan in Den Bosch, op de bladzijden 173-174. \u2018Ja, z\u00f3 was het&#8230;\u2019 Ook zij zal in haar roomse jeugd, die zich bovendien afspeelde in Haarlem, v\u00e9\u00e9l Bomans hebben gelezen, &#8211; en daarna in het geheel niet meer, nooit meer, denk ik. Bomans: stukgelezen werd hij, voorgelezen werd hij, gedeclameerd, ge\u00efmiteerd, opgevoerd op het toneel, opgeblazen in de schoolboekjes, opdringerig aanwezig gesteld in de bloemlezingen, geciteerd en ten voorbeeld gesteld in de kerk,\r\nbeluisterd aan de radio, Bomanswoorden als \u2018boert\u2019 en \u2018jokkernij\u2019 lagen de katholieke middelbare scholier anno vijftig en daaromtrent in de mond bestorven. Daarna Bomans: alleen nog een herinnering, zij het merkwaardig genoeg nauwelijks verflauwend. Bewijs daarvan: deze droeve vertelling van Doeschka Meijsing en mijn schok der herkenning toen ik deze vertelling las.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Schok der herkenning\u2019, &#8211; ik ben bij H.A. Gomperts, ik denk al de hele tijd aan hem.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In 1963 werd Paul de Wispelaere van plagiaat beschuldigd. Zijn roman <i>Een<\/i>\r\n\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 307]<\/div><p>\r\n<i>eiland worden<\/i> leek een lappendeken van fragmenten uit <i>De hondsdagen<\/i>, <i>De avonden<\/i>, <i>Het stenen bruidsbed<\/i> en ontleningen uit het werk van ook nog o.a. B\u00f6ll en Durrell. Plagiaat bleek dit niet te zijn, wel was het een gevolg van De Wispelaeres grote belezenheid, zo, dat hij in zijn herinneringen aan het vele, vele dat hij had gelezen \u2018verstrikt\u2019 was geraakt en geen onderscheid meer zag \u2018tussen de ervaring die van hemzelf is of zou moeten zijn en de literaire expressie die hij van elders betrokken heeft en opgeslorpt\u2019. De zinsnede tussen aanhalingstekens is van H.A. Gomperts, die de zaak De Wispelaere, in <i>Het Parool<\/i>, 27 juli 1963, \u2018Een merkwaardig geval van literaire \u201clatta\u201d\u2019 noemde. Latta (Maleis) is: na\u00e4pingsdwang.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ook het vertelsel <i>Van het hert en de herinnering<\/i> door Doeschka Meijsing is een gevalletje van literaire \u2018latta\u2019. Het spook van Bomans moet in haar kamer aanwezig zijn geweest toen ze het schreef, &#8211; zoals het werk van Bomans, daar Doeschka Meijsing vergeten was het dicht te klappen en op te bergen, nog open gelegen moet hebben in haar geest.<\/p><\/div><div class=\"wp-block-column dbnl-rechts is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:33.33%\"><div id=\"noten-apparaat\"><div class=\"interp\">\n<h3>Over dit hoofdstuk\/artikel<\/h3>\n<p><label>auteurs<\/label><\/p>\n<p> <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=brou033\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Jeroen Brouwers<\/a><\/p>\n<br><p><label>plaatsen<\/label><\/p>\n<p> <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/atlas\/plaats.php?id=delft001\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Delft<\/a><\/p>\n<br><p><label>datums<\/label><\/p>\n<p><a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/calendarium\/?d=19771225\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">25 december 1977<\/a><\/p>\n<p><a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/calendarium\/?d=19780129\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">29 januari 1978<\/a><\/p>\n<p><a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/calendarium\/?d=19780211\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">11 februari 1978<\/a><\/p>\n<br>\n<\/div><\/div><\/div><\/div>","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>[p. 295] Jeroen Brouwers Kladboek 25.12.77 Klein in memoriam Ik was zestien jaar, ik woonde in Delft, verdrietiger kon ik dus niet zijn. Ik las archibald strohalm, &#8211; geleend van de bibliotheek, al maanden in mijn bezit en ik was niet van plan om het boek ooit te zullen terugbezorgen. \u2018Het witte papier, &#8211; dat&#8230; <a class=\"more-link\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jeroen-brouwerskladboek\/\">Lees verder <span class=\"read-more-arrow\"><\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","class_list":["post-300920","dbnl","type-dbnl","status-publish","hentry"],"acf":[],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO plugin v26.4 - https:\/\/yoast.com\/wordpress\/plugins\/seo\/ -->\n<title>Jeroen Brouwers Kladboek &#183; Uitgeverij Van Oorschot<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jeroen-brouwerskladboek\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"Jeroen Brouwers Kladboek &#183; Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"[p. 295] Jeroen Brouwers Kladboek 25.12.77 Klein in memoriam Ik was zestien jaar, ik woonde in Delft, verdrietiger kon ik dus niet zijn. Ik las archibald strohalm, &#8211; geleend van de bibliotheek, al maanden in mijn bezit en ik was niet van plan om het boek ooit te zullen terugbezorgen. \u2018Het witte papier, &#8211; dat... Lees verder\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jeroen-brouwerskladboek\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"article:modified_time\" content=\"2021-06-04T13:18:01+00:00\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"24 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\/\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jeroen-brouwerskladboek\/\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jeroen-brouwerskladboek\/\",\"name\":\"Jeroen Brouwers Kladboek &#183; Uitgeverij Van Oorschot\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\"},\"datePublished\":\"1977-12-31T23:00:34+00:00\",\"dateModified\":\"2021-06-04T13:18:01+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jeroen-brouwerskladboek\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jeroen-brouwerskladboek\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jeroen-brouwerskladboek\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"DBNL\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"Jeroen Brouwers Kladboek\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\",\"name\":\"Uitgeverij Van Oorschot\",\"description\":\"\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"Jeroen Brouwers Kladboek &#183; Uitgeverij Van Oorschot","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jeroen-brouwerskladboek\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"Jeroen Brouwers Kladboek &#183; Uitgeverij Van Oorschot","og_description":"[p. 295] Jeroen Brouwers Kladboek 25.12.77 Klein in memoriam Ik was zestien jaar, ik woonde in Delft, verdrietiger kon ik dus niet zijn. Ik las archibald strohalm, &#8211; geleend van de bibliotheek, al maanden in mijn bezit en ik was niet van plan om het boek ooit te zullen terugbezorgen. \u2018Het witte papier, &#8211; dat... Lees verder","og_url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jeroen-brouwerskladboek\/","og_site_name":"Uitgeverij Van Oorschot","article_modified_time":"2021-06-04T13:18:01+00:00","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"24 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jeroen-brouwerskladboek\/","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jeroen-brouwerskladboek\/","name":"Jeroen Brouwers Kladboek &#183; Uitgeverij Van Oorschot","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website"},"datePublished":"1977-12-31T23:00:34+00:00","dateModified":"2021-06-04T13:18:01+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jeroen-brouwerskladboek\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jeroen-brouwerskladboek\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jeroen-brouwerskladboek\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"DBNL","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"Jeroen Brouwers Kladboek"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/","name":"Uitgeverij Van Oorschot","description":"","potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"}]}},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl\/300920","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/dbnl"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=300920"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=300920"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}