{"id":301007,"date":"1979-01-01T00:00:42","date_gmt":"1978-12-31T23:00:42","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/dbnl\/arnold-heumakershet-esthetisch-moment-van-la-chartreuse-de-parme\/"},"modified":"2021-06-04T14:18:53","modified_gmt":"2021-06-04T13:18:53","slug":"arnold-heumakershet-esthetisch-moment-van-la-chartreuse-de-parme","status":"publish","type":"dbnl","link":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/arnold-heumakershet-esthetisch-moment-van-la-chartreuse-de-parme\/","title":{"rendered":"Arnold Heumakers\r\nHet esthetisch moment van \u2018La Chartreuse de Parme\u2019"},"content":{"rendered":"<div class=\"wp-block-columns alignwide is-layout-flex wp-container-core-columns-is-layout-9d6595d7 wp-block-columns-is-layout-flex\"><div class=\"wp-block-column dbnl-links is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:66.66%\">\r\n\r\n <interp type=\"primair\" value=\"heum001\"><\/interp><div class=\"pb\">[p. 346]<\/div>\r\n<a name=\"37\"><\/a>\r\n<h3>\r\n<i>Arnold Heumakers<\/i>\r\n\r\n<br>Het esthetisch moment van \u2018La Chartreuse de Parme\u2019<\/h3>\r\n\r\n<p>Stendhals tweede grote roman <i>Lucien Leuwen<\/i> uit 1834-35 eindigt nogal abrupt, met een reis. Erg verwonderlijk is dat niet, aangezien de roman nooit werd afgemaakt. Eerder<a href=\"#040\" name=\"040T\"><span class=\"notenr\">1.<\/span><\/a> heb ik eens geopperd dat de eigenlijke voltooiing van <i>Lucien Leuwen<\/i> pas vier jaar later zijn beslag heeft gekregen, in <i>La Chartreuse de Parme<\/i>, de roman die het onderwerp zal worden van dit essay. Om deze roman beter te begrijpen loont het de moeite het slotfragment van <i>Lucien Leuwen<\/i> eens nader te bekijken (I, 1384).<a href=\"#041\" name=\"041T\"><span class=\"notenr\">2.<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Lang is het niet. In een paar zinnen vertelt Stendhal hoe Lucien over de Alpen trekt en in Itali\u00eb arriveert, waar hij op de Franse ambassade te Capel (lees: Rome) de funktie van tweede secretaris zal gaan vervullen. Het blijkt echter niet zomaar een reis te zijn. Onderweg doet Lucien ervaringen op die hem in Frankrijk, dat volgens Stendhal onder het regime van de burger-koning Louis-Philippe een periode van politiek, moreel en cultureel verval doormaakt, zelden ten deel waren gevallen. In Frankrijk leed Lucien aan een \u2018<i>s\u00e9cheresse d&#8217;\u00e2me<\/i>\u2019; in de Alpen en in Itali\u00eb daarentegen, waar het schitterende landschap en stedeschoon hem in verrukking brengen, is sprake van een \u2018<i>m\u00e9lancolie tendre<\/i>\u2019 en een \u2018<i>\u00e9tat d&#8217;attendrissement et de sensibilit\u00e9 aux moindres petites choses<\/i>\u2019. Pas in Capel, opnieuw temidden van landgenoten, is hij gedwongen weer zijn toevlucht te nemen tot de \u2018<i>s\u00e9cheresse<\/i>\u2019, aartsvijand van de spontaniteit en het enthousiasme, waardoor zijn reis zo&#8217;n wonderlijk esthetisch avontuur was gebleken.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Lucien heeft zich op reis laten overrompelen door Itali\u00eb en daarbij iets beleefd dat veel weg heeft van een wedergeboorte, een persoonlijke renaissance, die hem voor het eerst in harmonie bracht met zijn omgeving. Deze ervaring van bevrijding en wedergeboorte deelt Lucien met zijn geestelijke vader, die zijn leven lang reizen heeft gemaakt, in beide rich-<\/p><div class=\"pb\">[p. 347]<\/div><p>tingen overigens, tussen Frankrijk en Itali\u00eb. De tocht over de Alpen en de overweldigende eerste kennismaking met Itali\u00eb lijken zelfs bijna letterlijk uit Stendhals persoonlijke herinneringen te zijn gelicht. In zijn autobiografie, <i>Vie de Henry Brulard<\/i>, welke onmiddellijk na <i>Lucien Leuwen<\/i> is ontstaan, beschrijft Stendhal hoe hij zelf als zeventienjarige onderluitenant in het kielzog van Napoleon Itali\u00eb is binnengetrokken. Veel in de autobiografie doet denken aan de roman: het enthousiasme en de vervoering bij het ontdekken van Itali\u00eb, maar dat niet alleen. Immers, zowel in het <i>Vie de Henry Brulard<\/i> als in <i>Lucien Leuwen<\/i> gaat het om zoons die hebben gebroken met hun vader en in beide gevallen belichaamt de vader een Frankrijk, resp. het Ancien R\u00e9gime en de Juli-Monarchie, dat in de ogen van de zoon niet meer voldoet.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het is op dit punt aangekomen dat zowel Stendhal als diens held kennis maken met Itali\u00eb, het land dat voor het afgewezen Frankrijk en de waarden die Stendhal daarmee associeerde, zo&#8217;n hoopvol alternatief lijkt te bieden. Op Itali\u00eb projekteerde Stendhal datgene waar het volgens hem in Frankrijk zozeer aan ontbrak: energie, hartstocht, daadkracht, overgave, spontaniteit. \u2018De menselijke vegetatie is er krachtiger\u2019, schreef hij ooit.<a href=\"#042\" name=\"042T\"><span class=\"notenr\">3.<\/span><\/a> Dit alles, aangevuld met muziek, kunst en adembenemende landschappen, maakt van zijn Itali\u00eb een ideaal droomland. Een droomland, want het Itali\u00eb dat Stendhal in zijn werken verheerlijkte was tegelijkertijd het land waar hij zich als Frans consul hartgrondig verveelde, waar hij geen spirituele conversatie vond (in Parijs w\u00e8l!), waar een in zijn ogen achterlijke religie werd beleden en waar absolutistische vorsten de idee\u00ebn van de Verlichting buiten de grenzen probeerden te houden. Kortom, er is bij Stendhal sprake van een Italiaanse mythe.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De oorsprong van deze mythe moet, als we het <i>Vie de Henry Brulard<\/i> mogen geloven, al in de vroege kinderjaren worden gezocht, en wel in het bijzonder bij Stendhals moeder, Henri\u00ebtte Gagnon, wier familie oorspronkelijk uit Itali\u00eb afkomstig zou zijn. Zij is in Stendhals affektieve leven de grote tegenpool van zijn gehate vader. Wanneer de jonge Henri Beyle dan ook in 1800, na van het juk van zijn vader te zijn bevrijd, onder de hoede van zijn \u2018ideale\u2019 vader Napoleon Itali\u00eb voor het eerst betreedt betekent dit tevens een eerste kennismaking met het land dat hij altijd al als zijn \u2018echte\u2019\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 348]<\/div><p>vaderland had beschouwd. Daardoor werd Itali\u00eb voor Stendhal nog meer dan voor Lucien het land van de wedergeboorte. Wanneer hij in zijn autobiografie op het punt staat de Alpen over te trekken schrijft hij, met een knipoog naar Sterne: \u2018Ik ga geboren worden\u2019. (III, 381). Zeventien jaar na zijn werkelijke geboorte in Grenoble.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In de jaren die volgen zou Stendhal een groot deel van zijn tijd in Itali\u00eb doorbrengen, hij vond er zijn belangrijkste liefdes, zag zich opgenomen in het Italiaanse sociale leven en voelde zich tot aan zijn dood meer Milanees dan Fransman. Ondertussen schreef hij in de twintiger jaren een aantal reisboeken over Itali\u00eb, biografie\u00ebn van Italiaanse componisten en een geschiedenis van de Italiaanse schilderkunst, om zich tenslotte na de revolutie van 1830 als Frans consul in Civita Vecchia, een havenplaatsje in de buurt van Rome, gevestigd te zien. Het is deze laatste jaren vooral dat de Italiaanse mythe het meest onbevlekt in zijn werken tot uitdrukking komt. Trouwens niet alleen de Italiaanse mythe.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Na het terzijdeleggen van het <i>Vie de Henry Brulard<\/i> ondernam Stendhal een historisch werk met als onderwerp die andere mythe, welke hij het contemporaine Frankrijk als een beschuldigende spiegel voorhield. De <i>M\u00e9moires sur Napol\u00e9on<\/i> uit 1837 tonen de lezer een Bonaparte die zonder aarzeling de meest onbekommerde, meest exuberante incarnatie van Stendhals Napoleon-mythe genoemd mag worden. Zeer typerend is bovendien dat het relaas halt houdt in 1796, het jaar waarin Napoleon, toen nog niet de tyrannieke keizer (voor wie Stendhal minder onverdeelde bewondering koesterde) maar nog volledig de jonge, hero\u00efsche generaal van de Republiek, voor het eerst Milaan binnentrok, hetgeen uitbundig wordt beschreven. Het wel zeer hagiografisch getinte geschiedwerk eindigt dus daar waar <i>La Chartreuse de Parme<\/i>, de roman die zich vrijwel geheel in Itali\u00eb afspeelt, begint.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het is alsof Stendhal in deze <i>M\u00e9moires sur Napol\u00e9on<\/i>, in zijn autobiografie, in het slot van <i>Lucien Leuwen<\/i> evenals in de <i>Chroniques Italiennes<\/i>, welke voor een gedeelte in deze zelfde jaren &#8211; tussen de bedrijven door &#8211; zijn ontstaan, preludeert op zijn grote roman. In de voornoemde werken formuleert hij als het ware een imaginair, mythisch en vooral hoogst persoonlijk alternatief voor het Frankrijk van zijn tijd: geen utopie, maar een verzameling\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 349]<\/div><p>waarden, beelden en herinneringen, die vrijwel stuk voor stuk zijn verbonden met Itali\u00eb. Vooralsnog komen zij echter nergens samen tot \u00e9\u00e9n nieuwe harmonieuze, definitieve visie, want evenals <i>Lucien Leuwen<\/i> bleven ook het <i>Vie de Henry Brulard<\/i> en de <i>M\u00e9moires sur Napol\u00e9on<\/i> onvoltooid. Pas een roman zou er in slagen de uiteindelijke synthese tot stand te brengen. Ik ben uiteraard niet de eerste of de enige die de aandacht wil vestigen op dit \u2018synthetische\u2019 karakter van de <i>Chartreuse<\/i>. Jean Pr\u00e9vost vergelijkt de roman bijvoorbeeld met \u2018die verzamelde en mooier gemaakte herinneringen van een man die verwacht te sterven\u2019.<a href=\"#043\" name=\"043T\"><span class=\"notenr\">4.<\/span><\/a> De onwaarschijnlijk korte tijd (twee maanden!) waarin de lijvige roman werd geschreven en gedeeltelijk gedicteerd, lijkt deze karakteristiek treffend te onderschrijven. De Vestdijkiaanse snelheid maar misschien nog meer de rijpheid van de auteur, die zich op elke pagina volledig thuis voelt, hebben de stijl zijn spontaniteit gegeven, zijn ongekunsteldheid en moeiteloze elegantie. Wat de autobiografie deed mislukken slaagt hier. \u2018Gevoelens die zo teder zijn verpest je door er gedetailleerd over te vertellen\u2019, schreef Stendhal tegen het einde van het <i>Vie de Henry Brulard<\/i>: \u2018Het onderwerp overstijgt het zegbare\u2019. (III, 428-9) Het onvermogen om de momenten van geluk en extase te beschrijven zonder ze te verminken bedierf toen het plezier in de arbeid, want, zo bekende hij eerder, \u2018ik zou dat verrukkelijke, pure, tintelende, goddelijke geluksgevoel alleen maar kunnen weergeven, denk ik, door al de ellende en verveling op te sommen, waarvan het juist de totale ontkenning was\u2019. (III, 148) Inderdaad een nogal deprimerende\r\nmethode, die Jean-Pierre Richard heeft vergeleken met het <i>clair-obscur<\/i> uit de schilderkunst.<a href=\"#044\" name=\"044T\"><span class=\"notenr\">5.<\/span><\/a> In de <i>Chartreuse<\/i> zou Stendhal zijn toevlucht nemen tot een andere methode, de <i>ton g\u00e9n\u00e9ral<\/i>, eveneens ontleend aan de schilderkunst, waarover hij in zijn <i>Histoire de la Peinture en Italie<\/i> zelf het volgende heeft opgemerkt: \u2018De schilder heeft de zon niet op zijn palet. Zoals hij, om het eenvoudige <i>clair-obscur<\/i> weer te geven, de schaduwen extra donker moet maken, zo zal hij, om de kleuren weer te geven waarvan de luister hem te boven gaat omdat hij niet over een even schitterend licht beschikt, zijn heil zoeken bij een <i>ton g\u00e9n\u00e9ral<\/i>\u2019, die in de volgende zin wordt omschreven als een \u2018lichte sluier\u2019.<a href=\"#045\" name=\"045T\"><span class=\"notenr\">6.<\/span><\/a> Zo is het geheel toch in staat dat te suggereren wat het detail niet konkreet kon laten zien.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 350]<\/div>\r\n<p>Een volgend element dat meehelpt de roman zijn overtuigende eenheid te verschaffen is het thema van de <i>prison heureuse<\/i>, dat als een <i>Leitmotiv<\/i> door de hele roman loopt: de gevangenis die niet zoals verwacht verschrikkingen brengt, maar de gevangene juist vrij maakt en gelukkig. Het is een uitstulping van het bovenwereldse in de wereld, een sluis naar het onzegbare, waarvoor in het moment van de kreatie via de metafoor alsnog woorden bleken te bestaan. Deze metafoor, de <i>prison heureuse<\/i>, kan bovendien op haar beurt weer worden opgevat als een beeld voor de <i>langage sacr\u00e9<\/i>, waarin Stendhal ooit bekend heeft te willen schrijven, begrijpelijk alleen voor \u2018enkele nobele en gevoelige zielen\u2019 en voor \u2018mensen die zijn geboren voor de muziek\u2019. Het tekent de sfeer van intimiteit die hij in zijn literaire werk nastreefde. Had hij de schrijver trouwens al niet eerder vergeleken met een zijderups, die uit zijn taal zijn \u2018gevangenis van zijde\u2019 spint? (III, 1506-7) Konkluderend kunnen we beamen dat Stendhal op dezelfde wijze zijn <i>Chartreuse<\/i> heeft geschreven: in zijn <i>langage sacr\u00e9<\/i> die hem past als een kokon, maar die toch door iedereen kan worden gelezen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Om aan de eenheid van stijl, thematiek en sfeer recht te doen kan evenwel nog een ander gezichtspunt worden gekozen en dat is wat ik hier zal proberen. Aan het hierboven genoemde hoeft dit overigens geenszins afbreuk te doen, eerder integendeel. Laten we nog even terugkeren naar Luciens reis, die welbeschouwd bestond uit een aaneenschakeling van esthetische ervaringen: in de Alpen, in Florence, in Bologna etc. Maar letten we op het kontrast met de <i>s\u00e9cheresse<\/i>, die zowel behoorde bij de plaats van vertrek als bij de plaats van bestemming, dan valt deze reis, dunkt me, in zijn geheel ook op te vatten als \u00e9\u00e9n esthetische ervaring.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Wat betekent voor Stendhal een esthetische ervaring? Blijkbaar heel veel, want zijn oeuvre wemelt ervan. Esthetische ervaringen worden bij hem opgeroepen door fraaie landschappen, schilderijen en door muziek. Een pure beleving van schoonheid &#8211; als zoiets al bestaat &#8211; is het echter nooit, het gaat steeds om een onbewuste, niet-reflektieve interpretatie. Schilderijen, landschappen en muziek openbaren hem wat hij op een bepaald moment graag wil zien, heel eenvoudig <i>door het hem te laten zien<\/i>, want het zien van schoonheid gaat onvermijdelijk samen met wat Stendhal een <i>r\u00eave<\/i>&#8211;<\/p><div class=\"pb\">[p. 351]<\/div><p>\r\n<i>rie tendre<\/i> heeft genoemd. Schoonheid dient als een cristallisatiepunt voor de verbeelding: \u2018De aanblik van alles wat in de natuur en in de schilderkunst uitzonderlijk mooi is roept met de snelheid van een bliksemflits de herinnering op aan datgene waarvan men houdt\u2019.<a href=\"#046\" name=\"046T\"><span class=\"notenr\">7.<\/span><\/a> Het is daarom geen eenrichtingsverkeer, want op het moment dat landschap of schilderij de verbeelding aktiveren worden zij door diezelfde verbeelding terstond geladen met een nieuwe, hoogst persoonlijke betekenis. Zo kan Stendhal dan ook schrijven dat het silhouet van de rotsen, dat hij ooit in de buurt van Arbois had gezien, voor hem een \u2018<i>image sensible et \u00e9vidente<\/i>\u2019 was van de ziel van M\u00e9tilde, de drie jaar lang tevergeefs beminde geliefde, die hij kort tevoren tot zijn mateloze verdriet had moeten achterlaten in Milaan (<span class=\"small-caps\">iii<\/span>, 48).<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Dit laatste brengt mij op een volgend aspekt: het verband tussen verdriet en esthetische gevoeligheid, dat ook tijdens Luciens reis een belangrijke rol speelde. Onder de bevrijding en wedergeboorte in Itali\u00eb ging immers het besef schuil dat hij zijn geliefde, madame de Chasteller, misschien nooit meer terug zou zien. \u2018Dit verdriet leerde hem de liefde voor de kunst kennen\u2019, schrijft Stendhal, die elders nog duidelijker heeft gesteld: \u2018De kunsten zijn een privelege en hoe duur worden ze niet betaald! met hoeveel ongeluk! met hoeveel dwaasheden! met hoeveel dagen van diepe melancholie!\u2019 (<span class=\"small-caps\">iv<\/span>, 633) Om werkelijk van schoonheid te kunnen genieten moet men verdriet hebben gekend, melancholie en ongeluk. Het lijkt een nogal treurige vooronderstelling, ware het niet dat in de esthetische ervaringen, die zo duur werden gekocht, tevens de troost besloten ligt voor het vereiste verdriet. De schoonheidservaring verandert het verdriet, weliswaar niet de oorzaak ervan, maar wel de intensiteit. De beweging die zich binnen de esthetische ervaring aftekent is er een die van wanhoop leidt tot verzoening en vervolgens tot een wellicht hoopvollere toekomst. \u2018Waarom is het zo&#8217;n genot iemand te horen zingen wanneer men ongelukkig is?\u2019 vraagt Stendhal zich ergens af. \u2018Dat is zo&#8217;, geeft hij zichzelf ten antwoord,\u2019 omdat die kunst ons op een geheimzinnige manier, zonder de eigenliefde af te schrikken, doet geloven in het medelijden van de mensen; zij verandert het troosteloze verdriet van de ongelukkige in een weemoedig verdriet&#8217;. (<span class=\"small-caps\">iv<\/span>, 23)<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 352]<\/div>\r\n<p>Het geldt niet alleen voor esthetische ervaringen, die door muziek worden opgeroepen, ook schilderijen en landschappen bezitten de magische kracht, die in het bovenstaand citaat in het bijzonder aan de muziek wordt toegeschreven. In de <i>Chartreuse<\/i> zijn het vooral de landschappen die de prominente rol van katalysator vervullen en hoe kan het ook anders in een roman, die zich voor het overgrote deel in Itali\u00eb afspeelt, het land dat Stendhal al in 1826 \u2018de tuin van Europa\u2019 had genoemd?<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Gaat het om bijzondere ervaringen, ook de landschappen, waardoor deze worden opgeroepen, zijn bij Stendhal bijzonder. Het zijn nooit scherpgetekende, zonovergoten ansichten; eerder doen ze denken aan versluierde visioenen. Vaak is er een meer bij betrokken, liggen de naburige dorpen buiten het gezichtsveld of zijn aan het oog onttrokken door bomen, mist of avondschemering en bijna altijd is ergens in de verte het geluid van kerkklokken te horen. Klanken, vormen en kleuren lijken daarbij hun onderscheidenlijke fysionomie te hebben verloren, hetgeen Victor Brombert heeft doen spreken van een \u2018underlaying notion of synesthesia\u2019.<a href=\"#047\" name=\"047T\"><span class=\"notenr\">8.<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Onder de blik van de esthetische beschouwer is het landschap veranderd, vervaagd, het heeft zijn oorspronkelijke vorm prijsgegeven en plooit zich daardoor gewilliger naar de gemoedsstemming van de beschouwer, die tijdens de esthetische ervaring samen met het getransformeerde landschap een moment van de druk van de werkelijkheid lijkt te zijn bevrijd. Anders gezegd: op het esthetisch moment is voor de \u2018normale\u2019 werkelijkheid een andere, intiemere werkelijkheid in de plaats gekomen. Dit impliceert niet alleen een breuk met de tijdgeest (\u2018niets herinnert aan de lelijkheid der beschaving\u2019, mijmert Gina, een van de hoofdpersonen uit de <i>Chartreuse<\/i>, tijdens zo&#8217;n esthetisch moment aan het meer van Como) maar ook met de tijd als onherroepelijke kategorie: \u2018Bij wat deze verrukkelijke, onvergelijkelijke plekken haar te zeggen hadden, kreeg de gravin het hart van haar zestiende jaar terug\u2019. (<span class=\"small-caps\">ii<\/span>, 45-46)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Als Luciens reis van Frankrijk naar Itali\u00eb met nog iets kan worden vergeleken, dan is het wel met een reis uit de tijd. In een esthetische ervaring wordt het normale tijdsverloop onderbroken. \u2018De landschappen waren als een strijkstok die mijn ziel bespeelde\u2019, noteert Stenthal in het <i>Vie de Henry Brulard<\/i> (<span class=\"small-caps\">iii<\/span>, 48) en de associatie tussen landschap, kunst of muziek kwam\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 353]<\/div><p>zoals we al zagen tot stand \u2018met de snelheid van een bliksemflits\u2019. Beide beelden benadrukken &#8211; nogmaals &#8211; het direkte karakter van de ervaring. Je zou ook kunnen zeggen dat de tijd even stilstaat en de beschouwer in een temporeel vacu\u00fcm wordt geplaatst, waarin het onderscheid tussen heden, verleden en toekomst zoniet is weggevallen dan toch in ernstige mate is vervaagd. De esthetische ervaring valt zo samen met wat ik &#8211; enigszins paradoxaal &#8211; wil noemen: een tijdloos moment, waarop het verleden kan herleven en de toekomst al gerealiseerd wordt. Het heden is bezweken onder de last van de herinneringen en de voornemens, want wanneer ik het heb over een toekomst die al gerealiseerd wordt, bedoel ik uiteraard niet dat Stendhals helden op hun bevlogen momenten realiter naar de toekomst worden verplaatst. Evenmin gebeurt dit bij de herleving van het verleden, er blijft steeds sprake van een <i>ervaring<\/i>. Zoals het verleden, via de herinnering, tot een aktuele ervaring stolt, zo wordt ook datgene wat de beschouwer het nauwst met zijn toekomst verbindt &#8211; en wat kan dat anders zijn dan zijn wil en zijn verlangen? &#8211; omgebogen van hoop en voornemen tot tijdelijke zekerheid.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In de <i>Chartreuse<\/i> komt een scene voor die dit laatste voortreffelijk illustreert. Het is er middernacht en Fabrice, de held van de roman, bevindt zich op een smal pad, op weg naar het meer van Como: \u2018De bomen in de bosjes waar de weg ieder ogenblik doorheenliep, tekenden de zwarte omtrek van hun gebladerte tegen een besterde, maar door een lichte mist versluierde hemel af. Het water en de lucht waren in diepe rust; Fabrice&#8217;s ziel kon aan deze verheven schoonheid geen weerstand bieden; hij stond stil, ging toen op een rots zitten die vooruitstak in het meer, en daar als het ware een klein voorgebergte vormde. De stilte alom werd van tijd tot tijd alleen verstoord door het regelmatige breken van de golfjes van het meer op de zandige oever\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De ongeartikuleerde tekening van het landschap (het is bovendien nacht), de hemel die door een lichte mist versluierd is, de muziek die in dit fragment wel zeer bescheiden is vertegenwoordigd door de golfjes van het meer, die op de oever slaan en een geluid voortbrengen dat niet veel meer doet dan de stilte accentueren: dit alles tezamen bezorgt Fabrice een esthetische ervaring die ons inmiddels niet meer vreemd zal voorkomen. \u2018Nu\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 354]<\/div><p>hij daar op zijn eenzame rots zat, en niet meer op politie-agenten hoefde te letten, beschermd door de diepe duisternis en wijde stilte\u2019, keren Fabrice&#8217;s gedachten terug naar degene die hem op dat moment het meest nabij staat en dat is Gina, zijn belangrijkste tegenspeelster in het eerste deel van de roman: \u2018Hij besloot de hertogin nooit een leugen te vertellen, en het was omdat hij op dat moment tot aanbiddens toe van haar hield, dat hij zwoer haar nooit te zullen zeggen, <i>dat hij van haar hield<\/i>; nooit zou hij bij haar het woord liefde uitpsreken, omdat hij de hartstocht, die men zo noemt, niet kende. Gelukzalig op dat ogenblik, in het vuur van zijn edelmoedigheid en nobele voornemens, nam hij het besluit haar bij de eerste de beste gelegenheid alles te zeggen: zijn hart had nooit liefde gekend. Toen hij deze dappere beslissing eenmaal goed had aanvaard, voelde hij zich als van een zware last bevrijd\u2019. (<span class=\"small-caps\">ii<\/span>, 165-6)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Indien Fabrice werkelijk door enigerlij betekenis zijn houding jegens Gina had duidelijk gemaakt, dan zou daardoor de loop der gebeurtenissen ingrijpend veranderd zijn. De volgende dag en de dagen daarna houdt hij echter zijn mond en laat de toekomst beschikken in plaats van zelf over de toekomst te beschikken, iets wat hij tijdens het esthetisch moment aan het meer van Como w\u00e8l had gedaan. Later zal hij dan ook over dit moment opmerken: \u2018Mijn ziel was niet in haar gewone doen, dat alles was een droom en tegenover de strenge werkelijkheid blijft er niets van over\u2019. (<span class=\"small-caps\">ii<\/span>, 189) Dit echec neemt echter niet weg dat Fabrice in staat is gebleken althans gedurende \u00e9\u00e9n moment boven zichzelf uit te stijgen, boven de werkelijkheid en daarmee ook boven de greep van de tijd.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Al Stendhals helden worden zulke momenten gegund. \u2018Privileged moments\u2019 worden ze door Victor Brombert genoemd<a href=\"#048\" name=\"048T\"><span class=\"notenr\">9.<\/span><\/a> en Jean-Pierre Richard heeft het over \u2018enkele volmaakte momenten\u2019.<a href=\"#049\" name=\"049T\"><span class=\"notenr\">10.<\/span><\/a> Voor Stendhal zelf gaat het om de momenten waarvoor het waard is geleefd te hebben. Zijn leven lang heeft hij zijn best gedaan de voorbije momenten van geluk met een geliefde en de voorbije esthetische ervaringen, die steeds bevrijding en troost suggereerden, op te roepen en te beschrijven.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Denken we nu even terug aan het beeld dat Jean Pr\u00e9vost had bedacht voor de <i>Chartreuse<\/i>: het punt voor het sterven waarop iemand zijn leven nog\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 355]<\/div><p>eens aan zich voorbij ziet trekken, waarbij alleen dat wat werkelijk van belang is, gefilterd en verfraaid, op de voorgrond treedt en dat wat door de jaren heen door het geheugen als versnipperd is bewaard wordt getoond als een eenheid, een moment &#8211; dan lijkt het mij niet ongerijmd om <i>La Chartreuse de Parme<\/i> in zijn geheel op te vatten als de literaire versie van \u00e9\u00e9n langgerekt esthetisch moment. In het vervolg van dit essay zal ik proberen aan te tonen, dat het verleden en de toekomst binnen de roman eenzelfde rol spelen als binnen het esthetisch moment, terwijl het heden van de roman al bij voorbaat lijkt te voldoen aan de eis van tijdloosheid, welke aan zo&#8217;n moment mag worden gesteld. Het Itali\u00eb dat Stendhal in de <i>Chartreuse<\/i> beschrijft bestaat immers alleen in het \u2018vacu\u00fcm\u2019 van zijn verbeelding: het is een onnavolgbare versmelting van het absolutistisch geregeerde Itali\u00eb van na 1814 en een romantische voorstelling van het Itali\u00eb van de zestiende eeuw, tezamen een nieuw heden constituerend dat <i>niet echt bestaat<\/i>.<a href=\"#050\" name=\"050T\"><span class=\"notenr\">11.<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Allereerst dan het verleden, dat bij bijna alle hoofdpersonen van de roman wordt vertegenwoordigd door de herinnering aan de Napoleontische bezetting van Itali\u00eb en wel in het bijzonder aan de Cisalpijnse republiek, waarvan de stichting te Milaan in het eerste hoofdstuk zo luisterrijk wordt beschreven. Zo heeft graaf Mosca onder Napoleon in Spanje gevochten. Gina schitterde aan het Milanese hof van prins Eug\u00e8ne en is gehuwd geweest met een officier van de Grande Arm\u00e9e, graaf Pietranera. Van Fabrice wordt tenslotte gesuggereerd dat zijn geboorte het gevolg is geweest van een liefdesnacht van zijn Italiaanse moeder met een Franse luitenant, Robert geheten. De enige die geen enkel spoor van een Napoleontisch verleden met zich meedraagt is Cl\u00e9lia Conti, Fabrice&#8217;s latere geliefde, ook al wordt zij dan ergens \u2018een liberaal dweepstertje\u2019 genoemd en vergeleken met Charlotte Corday. (<span class=\"small-caps\">ii<\/span>, 319) Dit is overigens heel begrijpelijk, aangezien Cl\u00e9lia meer dan wie ook in de roman de toekomst vertegenwoordigt.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het verleden betekent voor de hoofdpersonen, met name voor Mosca en Gina, zoveel als een verloren paradijs, dat voor Gina werd afgesloten met de dood van haar echtgenoot, voor beiden met de val van Napoleon. In dit opzicht hebben zij veel weg van Stendhal zelf, die op vergelijkbare\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 356]<\/div><p>wijze het Napoleontische tijdperk idealiseerde en die, toen Balzac hem aanried het eerste hoofdstuk van de <i>Chartreuse<\/i> weg te laten, zich verdedigde met de bekentenis, dat hij te veel plezier had beleefd aan het vertellen over \u2018die gelukkige dagen uit mijn jeugd\u2019.<a href=\"#051\" name=\"051T\"><span class=\"notenr\">12.<\/span><\/a> De verheerlijking van de jonge Bonaparte heeft Stendhal overigens nooit verhinderd op de latere Napoleon felle kritiek uit te oefenen. Ook in de <i>Chartreuse<\/i> is de kritiek, zij het op indirekte manier, aanwezig. Ik bedoel hier de desillusie welke Fabrice ten deel valt op Waterloo, waar hij, vervuld van hero\u00efsche idealen die hoofdzakelijk waren ontleend aan de stanza&#8217;s van Ariosto en Tasso, was heen gesneld om zijn aanbeden keizer bij te staan. Op het slagveld blijkt Napoleon echter vanwege de kruitdamp en de chaos letterlijk en figuurlijk onbereikbaar en vloeien de hooggestemde idealen weg met het bloed dat Fabrice verliest na een gevecht met deserterende medesoldaten.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De terugkeer in Itali\u00eb biedt hem nauwelijks betere grond om op te staan. De ontluistering van het Napoleontisch ideaal levert geen herwaardering op van de Italiaanse werkelijkheid van v\u00f3\u00f3r 1796, die na 1814 opnieuw in volle glorie blijkt te zijn hersteld. Integendeel, de Italiaanse Restauratie overtreft de Franse ruimschoots in achterlijkheid en repressie. Voortaan torent boven het Italiaanse landschap als een immer aanwezige dreiging het beeld van de Spielberg, Oostenrijks politieke gevangenis. De wereld van de <i>Chartreuse<\/i> ziet er in eerste instantie dus even vijandig uit voor zijn held als de Restauratie in <i>Le Rouge et le Noir<\/i> en de Juli-Monarchie in <i>Lucien Leuwen<\/i>.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Toch zijn er doorslaggevende verschillen. Het absolutistisch geregeerde vorstendom Parma, waarheen de handeling zich al spoedig verplaatst, houdt de direkte dreiging van de Spielberg buiten de grenzen, de klassetegenstellingen welke het klimaat voor Julien Sorel vergiftigden laten de aristocraat Fabrice ongemoeid en de morele modderpoel waarin Lucien Leuwen dreigde te verzinken is in de <i>Chartreuse<\/i> wel aanwezig &#8211; met name bij de liberale oppositie in Parma -, maar oefent er een veel minder verstikkende invloed uit. De realiteit is minder \u2018lelijk\u2019 dan in de eerdere romans, in elk geval minder serieus, ook al heeft Mosca groot gelijk wanneer hij opmerkt dat er \u2018om ons heen\u2019 zoveel tragisch gebeurt (<span class=\"small-caps\">ii<\/span>, 185); maar juist het feit dat men door de tragiek is omringd en er niet van doordrenkt\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 357]<\/div><p>maakt het mogelijk binnen de omheinig een wereld tot leven te wekken die zich van de verschrikkingen aan de andere kant van de muur zo weinig mogelijk probeert aan te trekken. Er is in de <i>Chartreuse<\/i> sprake van wat Judd Hubert heeft genoemd \u2018a devaluation of reality\u2019.<a href=\"#052\" name=\"052T\"><span class=\"notenr\">13.<\/span><\/a> De intriges aan het hof van Parma doen nog het meest denken aan die van een <i>commedia dell&#8217;arte<\/i>, niet voor niets h\u00e8t favoriete vermaak van vorst en hovelingen. Het leven in Parma gaat in schijn gekleed. De prins, Ernest Ranuce <span class=\"small-caps\">iv<\/span>, is een wandelende imitatie van de Zonnekoning, doodsbenauwd voor een aanslag op zijn leven sinds hij in navolging van Louis <span class=\"small-caps\">xiv<\/span>, die ooit de een of andere held uit de <i>Fronde<\/i> het hoofd had laten afslaan, twee liberalen <i>echt<\/i> heeft doen ophangen. Mosca, de eerste minister van de prins, omschrijft zichzelf als \u2018een figuur uit een blijspel\u2019 en zijn carri\u00e8re in Parma vergelijkt hij met \u2018een soort schaakspel\u2019. (<span class=\"small-caps\">ii, iii<\/span>) Gina, op haar beurt, vraagt zich af waar ze elders dan in Parma \u2018zoiets boeiends te spelen\u2019 zou kunnen vinden. (<span class=\"small-caps\">ii<\/span>, 143) De verwarring van spel en ernst maakt het mogelijk een relatieve vrijheid te genieten, namelijk door het spel zo goed mogelijk te spelen. Zo goed dat men tenslotte eindigt als regisseur. Door zich voor de bangelijke prins onmisbaar te maken is Mosca hierin geslaagd. Zijn positie valt nog het beste te vergelijken met die van vader Leuwen, de Talleyrand van de Beurs, met alleen dit verschil, dat Mosca, onvermijdelijk in een absolutistisch staatsbestel, in laatste instantie afhankelijk is van de\r\ngrillen van zijn vorst, terwijl vader Leuwen, ook al beweerde hij van zichzelf aan regeerders noch geregeerden enige gunst te hoeven vragen (<span class=\"small-caps\">i<\/span>, 1175), in laatste instantie afhankelijk bleek van het marktmechanisme, hetgeen tegen het eind van de roman nogal hardhandig werd onderstreept door zijn faillissement. Maar dit neemt niet weg dat beiden hebben bereikt wat in Stendhals ogen binnen de grenzen van de realiteit het hoogst haalbare is: anderen doorzien zonder zelf doorzien te worden (<i>deviner sans \u00eatre devin\u00e9<\/i>). Beide sympathieke ironici staan schijnbaar onaangetast in een weinig verheffende wereld, die zij met een aristocratische gedetacheerdheid naar hun hand zetten.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het ideaal dat zij belichamen is echter \u2018haalbaar\u2019, een kwaliteit die met een ideaal in principe moeilijk verenigbaar is en die hun succes de bijsmaak geeft van een gedeeltelijke capitulatie, van een compromis. Wie aan het\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 358]<\/div><p>hof van Parma wil slagen zal zich immers aan de spelregels moeten houden en dat geldt ook voor de regisseur: hij zal bijvoorbeeld moeten afzien van enthousiasme en van <i>esprit<\/i>, want dit zijn eigenschappen die, ook wanneer ze niet samengaan met republikeinse sympathie\u00ebn, voorwerp zijn geworden van hardgrondige afschuw. (<span class=\"small-caps\">ii<\/span>, 136) Hypocrisie, een minder vriendelijk woord voor spel, corrumpeert de besten; wie niet tegen het keurslijf, dat hem door de buitenwereld wordt opgedrongen, revolteert gaat er uiteindelijk aan ten gronde. Ook de \u2018briljante\u2019 Mosca ontkomt hier niet aan. Door zijn \u2018habitudes de bas courtisan\u2019, onvermijdelijk bij een zo langdurige en intensieve carri\u00e8re als de zijne, verspeelt hij zijn geluk. Wanneer hij om de eigenliefde van zijn vorst te ontzien in de tekst van Fabrice&#8217;s gratiebevel de cruciale woorden \u2018proc\u00e9dure injuste\u2019 weglaat, een stukje zelfcensuur dat hem de liefde en het respekt van Gina zal kosten, is hij het slachtoffer geworden van zijn gewoonten en het is daarin dat hij bewijst geen <i>\u00eatre sup\u00e9rieur<\/i> te zijn zoals Julien en Lucien en, in de <i>Chartreuse<\/i>, Gina, Fabrice en Cl\u00e9lia.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Mosca&#8217;s positie lijkt op die van Stendhal zelf, die door als consul een verafschuwd regime te dienen zichzelf in de gelegenheid stelde binnen een fiktieve wereld te regeren. Ook deze regie blijkt zijn beperkingen te kennen, want zodra de helden hun bestemming, hun geluk hebben bereikt, onttrekt het drama, dat door de schrijver op gang is gebracht, zich aan zijn greep. In het <i>Vie de Henry Brulard<\/i> bleek het geluk uiteindelijk onbeschrijfbaar, in de <i>Chartreuse<\/i> wordt het op ingenieuze wijze gesuggereerd, maar op het moment dat de sprong van suggestie naar direkte beschrijving moet worden gemaakt faalt ook hier de pen. \u2018Dit verklaart waarom al Stendhals helden sterven\u2019, heeft Gilbert Durand opgemerkt, \u2018de prozakunst van de romancier begrenst de mogelijkheden van de roman: wie verder wil stuit onherroepelijk op een hermetiek die slechts is voorbehouden aan de mystiek en aan de po\u00ebzie\u2019.<a href=\"#053\" name=\"053T\"><span class=\"notenr\">14.<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Mosca&#8217;s echec is het gevolg geweest van een minieme zwakheid; Stendhals echec is zelfs dat niet, het is inherent aan zijn positie. Stendhal kan immers onmogelijk worden verweten dat zijn proza &#8211; zoals alle proza &#8211; beperkt is. Wat Stendhals onderneming zoniet tot tot een echec dan toch in elk geval tot een aktiviteit met een melancholische ondertoon maakt, is dat hij\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 359]<\/div><p>verkozen heeft in taal te handelen en niet in de werkelijkheid, waar wat onbeschrijfbaar is misschien w\u00e8l beleefd had kunnen worden. Het is een dilemma dat door Stendhal scherp werd ingezien: \u2018Had je liever drie vrouwen <i>gehad<\/i> of liever deze roman geschreven?\u2019, noteert hij ergens in de marge van zijn manuscript.<a href=\"#054\" name=\"054T\"><span class=\"notenr\">15.<\/span><\/a> De vraag valt uiteraard niet te beantwoorden, want de roman is geschreven en de vrouwen bestaan niet. Maar ze hadden kunnen bestaan, als de roman niet geschreven was. Hun mogelijk bestaan onderstreept het illusoire karakter van de literaire aktie: wie buiten de pagina&#8217;s kijkt wacht een desilusie, dezelfde desillusie die de beschouwer ervaart na afloop van een esthetisch moment wanneer, op een vage echo van hoop na, de wereld er nog precies zo blijkt uit te zien als voorheen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Zagen we in Mosca het niet onsympathieke echec belichaamd, in zijn amoureuze tegenpool Gina, <i>La Sans\u00e9verina<\/i>, is de kompromisloze passie geschetst. Zij vertegenwoordigt, ondanks de Restauratie, nog altijd ten volle het ideaalbeeld van het verleden, dat Mosca met zijn skepsis en ironie afvallig was geworden. Daarmee is niet gezegd dat Gina in Parma een brandhaard is van Bonapartistische revolte, maar in haar persoon leeft nog onverminderd voort wat tijdens de Franse bezetting van Milaan plotseling weer volkseigen leek te zijn geworden: energie, <i>imagination<\/i>, spontaniteit en ongebreidelde hartstocht. \u2018Door eeuwen van katholicisme en despotie was Lombardije verloederd en verslapt\u2019, schreef Stendhal in 1818, \u2018(&#8230;) Generaal Bonaparte wekt dat mooiste gedeelte van het Romeinse imperium weer tot leven en lijkt het in een oogwenk ook weer zijn oude kracht (<i>vertu<\/i>) terug te geven\u2019.<a href=\"#055\" name=\"055T\"><span class=\"notenr\">16.<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Volgens Stendhal waren het toen vooral de vrouwen geweest die de Franse <i>Lumi\u00e8res<\/i> met gretige instemming hadden begroet. In het eerste hoofdstuk van de <i>Chartreuse<\/i> wordt dit alles nogmaals beschreven en het is waarschijnlijk niet toevallig, dat de intocht van Napoleon in Milaan dan met opmerkelijk veel erotische connotaties wordt omgeven. De Milanese bevolking heet er \u2018dolverliefd\u2019 te zijn en \u2018zoals de geschiedenis van luitenant Robert (die immers de vermoedelijke vader werd van Fabrice, A.H.), luidde ongeveer die van alle Fransen\u2019. Wanneer de Fransen, na de overwinning bij Marengo, voor de tweede keer Milaan binnentrekken laten de\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 360]<\/div><p>verschillende reakties evenmin aan duidelijkheid te wensen over: \u2018De hoofden van de voorname families waren vol haat en angst, maar hun vrouwen en dochters herinnerden zich het plezier van het eerste verblijf der Fransen\u2019. (<span class=\"small-caps\">ii<\/span>, 30-33) Zij zijn de moeders van het nieuwe Itali\u00eb (dat we beter Stendhals zelfgekozen \u2018moederland\u2019 kunnen noemen dan zijn vaderland) zoals zij ook de meest imponerende vertegenwoordigers waren geweest van het zestiende eeuwse hero\u00efsche Itali\u00eb, dat Stendhal in zijn <i>Chroniques Italiennes<\/i> weer tot leven had gewekt. \u2018De vrouwen zijn superieur aan de mannen. Zij verstaan de natuurlijke genialiteit van het land\u2019, had hij al in 1818 over de Italiaanse vrouwen geschreven (<span class=\"small-caps\">iv<\/span>, 243) en in 1839 blijkt het nog steeds op te gaan, want Gina is zonder twijfel superieur aan Mosca. Waar hij, zij het onvrijwillig, een voetval maakt voor de omstandigheden, gaat zij <i>r\u00fccksichtlos<\/i> tot het uiterste en om Fabrice&#8217;s leven te redden deinst zij er tenslotte niet voor terug de prins te vergiftigen, waarmee zij de <i>commedia dell&#8217;arte<\/i> verrijkt met een scene waarin noch de spelregels noch de regie hadden voorzien.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Weer anders blijkt het gesteld met Fabrice, wiens probleem &#8211; hoe paradoxaal ook geformuleerd in de roman &#8211; minder is: de noodzaak tot bevrijding, ontstnapping aan eigen en andermans grenzen, dan wel de vraag wat met zijn vrijheid te doen. Van alle hoofdpersonen is hij het minst ge\u00efnvolveerd in de intriges die het hof van Parma tot zo&#8217;n fascinerend labyrint maken, hoewel zijn persoon wel het onderwerp vormt van bijna alle intriges die in de roman aan bod komen. Maar Fabrice lijkt zich dit zelf nauwelijks te realiseren en dat hoeft hij ook niet, aangezien Gina en Mosca als een ouderpaar over zijn heil waken. \u2018Werkelijk, dacht hij (= Mosca, A.H.), in dat gezicht gaat een zeer grote goedheid samen met een uitdrukking van na\u00efeve en gevoelige vreugde, die onweerstaanbaar is. (&#8230;) Alles is eenvoudig in zijn ogen, omdat hij alles van een hoog standpunt ziet\u2019. (<span class=\"small-caps\">ii<\/span>, 156)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Dit oordeel van Mosca bevat impliciet een verwijzing naar de <i>prison heureuse<\/i> waarin Fabrice later, in de <i>tour Farn\u00e8se<\/i> letterlijk en figuurlijk boven de wereld verheven, het geluk zal vinden. Fabrice&#8217;s bijzonderheid wordt echter al van het begin af aangeduid door zijn eigenaardige sociale status, die hem min of meer buiten de traditionele klassenordening doet vallen. Hij is een onterfde edele, die Napoleon en de Revolutie bewondert, zon-<\/p><div class=\"pb\">[p. 361]<\/div><p>der zich daarom minder aristocraat te voelen. Zijn aristocratisch bewustzijn wordt dan ook niet vertaald in politieke of sociale termen &#8211; bij hem ontbreekt elk verlangen naar materi\u00eble privileges -, maar \u2018in zijn hoedanigheid van edelman meende hij dat hij geschapen was om gelukkiger te zijn dan een ander\u2019. (<span class=\"small-caps\">ii<\/span>, 108) In zijn jonge held heeft Stendhal een aantal ideaaltrekken verenigd: morele aristocratie gepaard met politiek liberalisme, ook al moeten we dit laatste zeker niet te strikt opvatten als republikeins of revolutionair.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het enige probleem dat Fabrice werkelijk dwars zit is zijn vermeend onvermogen tot liefhebben. Zo vraagt hij zich nog op de helft van de roman af: \u2018Heb ik onder mijn toevallige liaisons in Novara en Napels ooit een vrouw ontmoet wier aanwezigheid, zelfs de eerste dagen, mij boven een rit met een mooi nieuw paard ging? Zou wat zij liefde noemen, vervolgde hij, dan ook een leugen zijn? Ja, liefhebben doe ik, zoals ik ook om zes uur eetlust heb!\u2019 (<span class=\"small-caps\">ii<\/span>, 224) En met liefde zijn we gearriveerd bij dat gedeelte van de roman, dat correspondeert met de toekomst in het esthetisch moment, met de hoop en het verlangen. Hier bereikt de roman zijn meest po\u00ebtische zeggingskracht en ontmoet hij tevens zijn meest fundamentele tekortkoming.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Binnen de wereld van de <i>Chartreuse<\/i> spelen verschillende liefdesverhoudingen een rol; de belangrijkste zijn die tussen Gina en Mosca en tussen Fabrice en Cl\u00e9lia, maar ook de problematische relatie van Gina met Fabrice kan worden beschouwd als een, zij het nogal eenzijdige, liefdesverhouding. Over Gina en Mosca valt in dit verband weinig relevants op te merken, maar op de twee andere verhoudingen moet wel dieper worden ingegaan. Laat ik beginnen met de laatste.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De offici\u00eble familierelatie tussen Gina en Fabrice is die van tante en neef, maar in de praktijk is er vaker sprake van een moeder-zoon verhouding, die in de loop van de roman bovendien verandert in een ongelukkige liefdesverhouding. De ongelukkige van de twee is Gina, die na Mosca&#8217;s gezichtsverlies niet meer kan ontkennen op haar neef verliefd te zijn. Spijtig voor haar heeft Fabrice dan inmiddels Cl\u00e9lia leren kennen en is hij absoluut niet meer in staat zijn mooie tante te beschouwen als een potenti\u00eble minnares, wat hij tevoren zeker w\u00e8l had gedaan, zij het dat hij zich ook toen\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 362]<\/div><p>al realiseerde haar nooit meer te kunnen geven dan \u2018de innigste vriendschap, maar zonder liefde\u2019. (<span class=\"small-caps\">ii<\/span>, 159)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De kombinatie van moeder en minnares kan bij Stendhal op meer plaatsen worden aangetroffen: het meest omwonden in het <i>Vie de Henry Brulard<\/i>, waarin Stendhal over zijn eigen vroeggestorven (hij was toen zeven jaar oud) moeder heeft geschreven: \u2018Ik was verliefd op mijn moeder(&#8230;) Ik wilde mijn moeder bedelven onder kussen en het liefst van al wanneer ze geen kleren aanhad. Zij hield hartstochtelijk veel van mij en kuste me vaak, ik kuste haar dan terug met zoveel vurigheid, dat ze vaak gedwongen was van mij weg te gaan. Ik verafschuwde mijn vader wanneer hij onze omhelzingen kwam onderbreken\u2019. (<span class=\"small-caps\">iii<\/span>, 60)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In de verschillende romans worden de meeste helden met vergelijkbare gevoelens bedacht: zo weet Octave aanvankelijk niet of hij nu op Armance verliefd is of op haar moeder; Julien vindt in madame de R\u00eanal niet alleen een minnares, maar vooral ook de moeder die hij in zijn jeugd had moeten ontberen; Lucien vlucht nadat hij door madame de Chasteller denkt te zijn bedrogen, regelrecht in de armen van zijn moeder en meent vervolgens tegen alle beter weten in dat zij onmogelijk betrokken kan zijn geweest in de koehandel met madame Grandet, die hem met zijn vader doet breken. In de <i>Chartreuse<\/i> is het zoals gezegd Gina die moederlijke trekken vertoont, door haar leeftijd (zij is ruim twintig jaar ouder dan Fabrice) en door het feit dat Fabrice grotendeels door haar is opgevoed in plaats van door zijn werkelijke moeder, die in de roman vrijwel geen rol speelt. Bovendien is haar bezorgdheid voor Fabrice&#8217;s welzijn zeker moederlijk te noemen, al liggen hier ook belangen van de minnares, die tenslotte het pleit zal winnen. Wanneer tegen het eind van de roman de jaloerse Gina met alle geweld een wig probeert te drijven tussen Fabrice en Cl\u00e9lia is van een moederrol uiteraard in het geheel geen sprake meer.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Waar in <i>Le Rouge et le Noir<\/i> het zoeken naar een moederfiguur nog een van de belangrijkste thema&#8217;s vormde, staat de <i>Chartreuse<\/i> wat dit betreft volledig in het teken van een ontworsteling aan de moeder. Cl\u00e9lia is immers &#8211; met madame de Chasteller &#8211; een der weinige niet-moederlijke geliefden binnen het oeuvre van Stendhal.<a href=\"#056\" name=\"056T\"><span class=\"notenr\">17.<\/span><\/a> Ook zij heeft in Stendhals biografie haar pendant, namelijk de al eerder genoemde M\u00e9tilde, Stendhals Milanese\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 363]<\/div><p>\r\n<i>Beatrice<\/i>, die sinds zij hem als minnaar had afgewezen in zijn literaire werk zou gaan fungeren als het belangrijkste proto-type van de volwassen minnares. Madame de Chasteller wordt algemeen beschouwd als haar meest direkte literaire re\u00efncarnatie. En alle ander liefdesparen doen op zijn minst in \u00e9\u00e9n opzicht aan Stendhal en M\u00e9tilde denken, aangezien ook zij zo lang mogelijk en soms vergoed elkaars geluk in de weg staan. Octave en Armance bijvoorbeeld wringen zich in de meest onmogelijke bochten om elkaar niet recht in het gezicht te hoeven bekennen dat ze van elkaar houden en voor Lucien en madame de Chasteller geldt precies hetzelfde. Cl\u00e9lia en Fabrice blijven, ondanks de evidente wederzijdsheid van hun liefde, niet minder lang van elkaar gescheiden. Cl\u00e9lia heeft de H. Maagd namelijk beloofd Fabrice nooit meer te zullen zien als tegenprestatie voor een voorspoedige genezing van haar vader, de gevangenisdirekteur, die vanwege Fabrice&#8217;s ontsnapping doodziek was geworden. Wanneer Cl\u00e9lia tenslotte toch de verlossende woorden uitspreekt: \u2018Kom hier binnen, vriend van mijn hart\u2019 (<span class=\"small-caps\">ii<\/span>, 488), gebeurt dit dan ook in het donker, waarmee enerzijds een nogal Jezu\u00eftische oplossing is gevonden om onder de belofte uit te komen (Cl\u00e9lia had immers alleen beloofd Fabrice niet meer te zullen <i>zien<\/i>); maar anderzijds kan in de duisternis, die het geluk omringt, ook een aankondiging worden gezien van de sterfgevallen, die de <i>Chartreuse<\/i> weldra zullen afsluiten.<a href=\"#057\" name=\"057T\"><span class=\"notenr\">18.<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De dood is de tragische schaduw die in Stendhals romans over alle succesvolle liefdes valt. In <i>Le Rouge et le Noir<\/i> was het het geluk met de \u2018moeder\u2019, dat door de dood voortijdig werd afgebroken; in de <i>Chartreuse<\/i> treft het geluk met de minnares hetzelfde lot. Gilbert Durand heeft deze doodsdoem omschreven als \u2018de metafysische dimensie die zich overal in Stendhals werk verbergt waar de held tot ware liefde komt\u2019. Hij verbindt dit met de vroegtijdige dood van M\u00e9tilde in 1825, waardoor de afwijzing van twee jaar eerder absoluut en onherroepelijk was geworden. Via haar werd echter w\u00e8l de emancipatie van de moeder mogelijk, zij het dat de verwerkelijking van een nieuwe, volwassen liefde door haar afwijzing en dood is verschoven naar wat Durand heeft genoemd: \u2018een ideale en onbereikbare horizon\u2019.<a href=\"#058\" name=\"058T\"><span class=\"notenr\">19.<\/span><\/a> Het is daar, onbereikbaar voor zowel de zoon als de minnaar, dat minnares en moeder elkaar alsnog opnieuw raken.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 364]<\/div>\r\n<p>De zoon en de minnaar &#8211; in Stendhal zijn beiden aanwezig &#8211; kunnen slechts met hen verenigd worden in een tijdloos moment, gelegen op een grenspositie, die qua onwerkelijkheid identiek is aan het esthetisch moment. Het beeld dat Stendhal er in zijn romans voor heeft gevonden is de al ter sprake gekomen <i>prison heureuse<\/i>, die paradoxale constructie, die zich juist dankzij deze bijzondere kwaliteit onttrekt aan het normale. In <i>Le Rouge et le Noir<\/i> fungeerde als zodanig de gevangenis van Besan\u00e7on, waarin Julien en madame de R\u00eanal, vrij van alle sociale druk, een authentiek geluk konden genieten.<a href=\"#059\" name=\"059T\"><span class=\"notenr\">20.<\/span><\/a> In de <i>Chartreuse<\/i> is het de <i>tour Farn\u00e8se<\/i>, die voor Fabrice en Cl\u00e9lia een vergelijkbare funktie vervult. \u2018Je bent hier mijlenver boven de kleinheden en boosaardigheden die ons beneden in beslag nemen\u2019, roept Fabrice verrast uit, wanneer hij zijn cel voor het eerst betreedt. (<span class=\"small-caps\">ii<\/span>, 312-3) De gevangenis vertegenwoordigt voor hem een nieuwe wereld, waarin hij, omdat het landschap van grandioze bergketens en besneeuwde toppen dat hij door het raam van zijn cel kan zien voor een permanente esthetische ervaring zorgt, in staat is zijn beslissing van het ogenblik duurzaamheid te geven. Zijn liefde voor Cl\u00e9lia, welke hij zich in de gevangenis voor het eerst bewust wordt, zal blijken stand te houden tot in de dood. De buitenwereld heeft sindsdien geen enkele greep meer op hem en ook de incestueuze dreiging heeft zijn aktualiteit voorgoed verloren: \u2018Op een nacht kwam Fabrice eens wat ernstiger aan zijn tante te denken: hij was verwonderd, herkende nauwelijks haar beeld; zijn herinnering aan haar was volkomen anders geworden; voor hem was zij vijftig\r\nnu\u2019. (<span class=\"small-caps\">ii<\/span>, 322)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Met de dood van Fabrice, Cl\u00e9lia, hun pas geboren zoontje en &#8211; je bent geneigd te zeggen: als beloning voor haar vergeefse, maar energieke liefde &#8211; van Gina eindigt <i>La Chartreuse de Parme<\/i>. Met deze doden is ook de weg afgesloten naar een toekomst, die zijn inspiratie vindt in een verleden dat nog slechts in hen voortleefde. De laatste zin van de roman (\u2018De gevangenissen van Parma waren leeg, de graaf ontzaglijk rijk, Ernest v werd aanbeden door zijn onderdanen, die zijn bestuur met dat van de groothertogen van Toscane vergeleken\u2019) plaatst de lezer terug in de werkelijkheid. De desillusie blijft echter verborgen onder ironie, want het optimisme dat wordt gesuggereerd is bedrieglijk. Victor Brombert heeft volkomen gelijk wanneer hij stelt dat het woord \u2018leeg\u2019 ook in figuurlijke zin een leegte\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 365]<\/div><p>aanduidt: \u2018De onbewoonde cellen verwijzen heel direkt naar een geluk dat is vervlogen\u2019.<a href=\"#060\" name=\"060T\"><span class=\"notenr\">21.<\/span><\/a> De voorspoed die nu in Parma heerst is immers die van het compromis, van Mosca, van de auteur Stendhal die in deze slotzin een stap terug lijkt te doen en zijn werk van een afstand bekijkt, kortom van de realiteit, die niet meer in staat is buiten haar grenzen te treden, waarin Louis-Philippe nog altijd op de Franse troon zit en M\u00e9tilde onmogelijk weer tot leven kan worden gewekt. De roman die eraan voorafging is echter Stendhals meest indringende poging geweest om over de grenzen van de realiteit te raken aan een ge\u00efdealiseerd verleden en aan een onbereikbare toekomst. Dankzij de bijzondere kwaliteit van deze poging lijken beide althans een <i>moment<\/i> te zijn samengevallen.<\/p><\/div><div class=\"wp-block-column dbnl-rechts is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:33.33%\"><div id=\"noten-apparaat\"><div class=\"interp\">\n<h3>Over dit hoofdstuk\/artikel<\/h3>\n<p><label>auteurs<\/label><\/p>\n<p> <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=heum001\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Arnold Heumakers<\/a><\/p>\n<br>\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-040\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#040T\" name=\"040\"><span class=\"notenr\">1.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Zie: <i>Tirade<\/i> nr. 228\/229, sept.\/okt. 1977 (?Het Onvoltooide?), p.p. 539-555.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-041\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#041T\" name=\"041\"><span class=\"notenr\">2.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>De cijfers tussen haakjes verwijzen naar de Pleiade-editie van Stendhals werken: <span class=\"small-caps\">i<\/span> &#8211; <i>Romans et Nouvelles<\/i>, t. 1; <span class=\"small-caps\">ii<\/span> &#8211; <i>Romans et Nouvelles<\/i>, t.2; <span class=\"small-caps\">iii<\/span> &#8211; <i>Oeuvres Intimes<\/i>; <span class=\"small-caps\">iv<\/span> &#8211; <i>Voyages en Italie<\/i>. Aangezien mij van de werken, waaruit ik in dit essay citeer, met uitzondering van de <i>Chartreuse<\/i> geen Nederlandse vertalingen bekend zijn, heb ik waar mij dat wenselijk leek zelf voor een, hopelijk niet al te gebrekkige, vertaling gezorgd. De citaten uit de <i>Chartreuse<\/i> worden gegeven in een vertaling van Elisabeth de Roos uit 1948.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-042\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#042T\" name=\"042\"><span class=\"notenr\">3.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>\r\n<i>Histoire de la Peinture en Italie<\/i>, t.2. Ed. Le Divan. Paris, 1929. p. 191-2.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-043\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#043T\" name=\"043\"><span class=\"notenr\">4.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Jean Pr?vost. <i>La Cr?ation chez Stendhal.<\/i> Coll. Id?es. p.431.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-044\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#044T\" name=\"044\"><span class=\"notenr\">5.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Jean-Pierre Richard. <i>Stendhal et Flaubert. Litt?rature et Sensation<\/i>. Paris, 1970. p. 23.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-045\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#045T\" name=\"045\"><span class=\"notenr\">6.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>\r\n<i>Histoire de la Peinture en Italie<\/i>, t.1. p. 161.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-046\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#046T\" name=\"046\"><span class=\"notenr\">7.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>\r\n<i>De l&#8217;Amour<\/i>. Ed. Garnier-Flammarion. p. 58.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-047\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#047T\" name=\"047\"><span class=\"notenr\">8.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Victor Brombert. <i>Stendhal: Fiction and the Themes of Freedom<\/i>. New York, 1968. p. 139.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-048\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#048T\" name=\"048\"><span class=\"notenr\">9.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Ibid., p.p. 97, 153.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-049\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#049T\" name=\"049\"><span class=\"notenr\">10.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Richard. Op.cit., p. 20.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-050\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#050T\" name=\"050\"><span class=\"notenr\">11.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Als basis voor de <i>Chartreuse<\/i> gebruikte Stendhal een kroniek uit de zestiende eeuw over de jeugd van Alexander Farnese, de latere paus Paulus <span class=\"small-caps\">iii<\/span>. Toen hij de ingeving kreeg deze kroniek te verplaatsen van de zestiende naar de negentiende eeuw, was zijn roman geboren.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-051\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#051T\" name=\"051\"><span class=\"notenr\">12.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>\r\n<i>Correspondance<\/i>, t.3. Ed.Pleiade. p. 398.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-052\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#052T\" name=\"052\"><span class=\"notenr\">13.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Judd D. Hubert. <i>The Devaluation of Reality in the Chartreuse de Parme<\/i>. In: V. Brombert (Ed.) <i>Stendhal. A Collection of Critical Essays<\/i>. Englewood Cliff, N.J., 1962.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-053\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#053T\" name=\"053\"><span class=\"notenr\">14.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Gilbert Durand. <i>Les D?cors Mythiques de la Chartreuse de Parme<\/i>. Paris, 1971. p. 228.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-054\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#054T\" name=\"054\"><span class=\"notenr\">15.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>\r\n<i>M?langes Intimes et Marginalia<\/i>, t.2. Ed. Le Divan. Paris, 1936. p. 381.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-055\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#055T\" name=\"055\"><span class=\"notenr\">16.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>\r\n<i>Vie de Napol?on<\/i> (1818). Ed. Champion. Paris, 1929. p. 18.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-056\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#056T\" name=\"056\"><span class=\"notenr\">17.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Dat Cl?lia aan het eind van de roman een zoon baart, van Fabrice, doet aan deze kwaliteit niets af. Binnen de ?oedipale driehoek? zou zij een moederrol vervullen voor Sandrino, nooit voor Fabrice. De moeder-minnaressen hadden allen kinderen van andere mannen.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-057\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#057T\" name=\"057\"><span class=\"notenr\">18.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Het is bekend dat Stendhal het einde van de <i>Chartreuse<\/i>, op verzoek van zijn uitgever, heeft ?vervroegd?, opdat de roman in twee delen zou kunnen worden uitgegeven. Ik meende echter niet dat het nodig was dit buiten-tekstuele gegeven, dat slechts tot vruchteloos speculeren had kunnen leiden, in mijn analyse te\nbetrekken. De tekst ligt er per slot van rekening zoals hij is en dat een langer slot mijn analyse tot wezenlijke veranderingen zou hebben gedwongen, leek mij niet erg waarschijnlijk. Men vergeve mij <i>deze<\/i> speculatie.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-058\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#058T\" name=\"058\"><span class=\"notenr\">19.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Durand. Op.cit., p. 148-9.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-059\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#059T\" name=\"059\"><span class=\"notenr\">20.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Ook Lucien Leuwen kan zich zijn toekomstig geluk met madame de Chasteller slechts voorstellen binnen een ?besloten? perspektief. Zie b.v.: 1, 1362.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-060\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#060T\" name=\"060\"><span class=\"notenr\">21.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Victor Brombert. <i>La Prison Romantique. Essai sur l&#8217;Imaginaire<\/i>. Paris, 1975. p. 69.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><\/div><\/div><\/div>","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>[p. 346] Arnold Heumakers Het esthetisch moment van \u2018La Chartreuse de Parme\u2019 Stendhals tweede grote roman Lucien Leuwen uit 1834-35 eindigt nogal abrupt, met een reis. Erg verwonderlijk is dat niet, aangezien de roman nooit werd afgemaakt. Eerder1. heb ik eens geopperd dat de eigenlijke voltooiing van Lucien Leuwen pas vier jaar later zijn beslag&#8230; <a class=\"more-link\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/arnold-heumakershet-esthetisch-moment-van-la-chartreuse-de-parme\/\">Lees verder <span class=\"read-more-arrow\"><\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","class_list":["post-301007","dbnl","type-dbnl","status-publish","hentry"],"acf":[],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO plugin v26.4 - https:\/\/yoast.com\/wordpress\/plugins\/seo\/ -->\n<title>Arnold Heumakers Het esthetisch moment van \u2018La Chartreuse de Parme\u2019 &#183; Uitgeverij Van Oorschot<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/arnold-heumakershet-esthetisch-moment-van-la-chartreuse-de-parme\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"Arnold Heumakers Het esthetisch moment van \u2018La Chartreuse de Parme\u2019 &#183; Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"[p. 346] Arnold Heumakers Het esthetisch moment van \u2018La Chartreuse de Parme\u2019 Stendhals tweede grote roman Lucien Leuwen uit 1834-35 eindigt nogal abrupt, met een reis. Erg verwonderlijk is dat niet, aangezien de roman nooit werd afgemaakt. Eerder1. heb ik eens geopperd dat de eigenlijke voltooiing van Lucien Leuwen pas vier jaar later zijn beslag... Lees verder\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/arnold-heumakershet-esthetisch-moment-van-la-chartreuse-de-parme\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"article:modified_time\" content=\"2021-06-04T13:18:53+00:00\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"39 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\/\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/arnold-heumakershet-esthetisch-moment-van-la-chartreuse-de-parme\/\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/arnold-heumakershet-esthetisch-moment-van-la-chartreuse-de-parme\/\",\"name\":\"Arnold Heumakers Het esthetisch moment van \u2018La Chartreuse de Parme\u2019 &#183; Uitgeverij Van Oorschot\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\"},\"datePublished\":\"1978-12-31T23:00:42+00:00\",\"dateModified\":\"2021-06-04T13:18:53+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/arnold-heumakershet-esthetisch-moment-van-la-chartreuse-de-parme\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/arnold-heumakershet-esthetisch-moment-van-la-chartreuse-de-parme\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/arnold-heumakershet-esthetisch-moment-van-la-chartreuse-de-parme\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"DBNL\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"Arnold Heumakers Het esthetisch moment van \u2018La Chartreuse de Parme\u2019\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\",\"name\":\"Uitgeverij Van Oorschot\",\"description\":\"\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"Arnold Heumakers Het esthetisch moment van \u2018La Chartreuse de Parme\u2019 &#183; Uitgeverij Van Oorschot","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/arnold-heumakershet-esthetisch-moment-van-la-chartreuse-de-parme\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"Arnold Heumakers Het esthetisch moment van \u2018La Chartreuse de Parme\u2019 &#183; Uitgeverij Van Oorschot","og_description":"[p. 346] Arnold Heumakers Het esthetisch moment van \u2018La Chartreuse de Parme\u2019 Stendhals tweede grote roman Lucien Leuwen uit 1834-35 eindigt nogal abrupt, met een reis. Erg verwonderlijk is dat niet, aangezien de roman nooit werd afgemaakt. Eerder1. heb ik eens geopperd dat de eigenlijke voltooiing van Lucien Leuwen pas vier jaar later zijn beslag... Lees verder","og_url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/arnold-heumakershet-esthetisch-moment-van-la-chartreuse-de-parme\/","og_site_name":"Uitgeverij Van Oorschot","article_modified_time":"2021-06-04T13:18:53+00:00","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"39 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/arnold-heumakershet-esthetisch-moment-van-la-chartreuse-de-parme\/","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/arnold-heumakershet-esthetisch-moment-van-la-chartreuse-de-parme\/","name":"Arnold Heumakers Het esthetisch moment van \u2018La Chartreuse de Parme\u2019 &#183; Uitgeverij Van Oorschot","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website"},"datePublished":"1978-12-31T23:00:42+00:00","dateModified":"2021-06-04T13:18:53+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/arnold-heumakershet-esthetisch-moment-van-la-chartreuse-de-parme\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/arnold-heumakershet-esthetisch-moment-van-la-chartreuse-de-parme\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/arnold-heumakershet-esthetisch-moment-van-la-chartreuse-de-parme\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"DBNL","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"Arnold Heumakers Het esthetisch moment van \u2018La Chartreuse de Parme\u2019"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/","name":"Uitgeverij Van Oorschot","description":"","potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"}]}},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl\/301007","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/dbnl"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=301007"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=301007"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}