{"id":301009,"date":"1979-01-01T00:00:44","date_gmt":"1978-12-31T23:00:44","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/dbnl\/herman-de-coninckeen-heel-hevig-niets\/"},"modified":"2021-06-04T14:18:54","modified_gmt":"2021-06-04T13:18:54","slug":"herman-de-coninckeen-heel-hevig-niets","status":"publish","type":"dbnl","link":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/herman-de-coninckeen-heel-hevig-niets\/","title":{"rendered":"Herman de Coninck\r\nEen heel hevig niets"},"content":{"rendered":"<div class=\"wp-block-columns alignwide is-layout-flex wp-container-core-columns-is-layout-9d6595d7 wp-block-columns-is-layout-flex\"><div class=\"wp-block-column dbnl-links is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:66.66%\">\r\n\r\n <interp type=\"primair\" value=\"coni003\"><\/interp><div class=\"pb\">[p. 371]<\/div>\r\n<a name=\"39\"><\/a>\r\n<h3>\r\n<i>Herman de Coninck<\/i>\r\n\r\n<br>Een heel hevig niets<\/h3>\r\n\r\n<p>Ik lees graag po\u00ebziekritieken, omdat ik daar op twee manieren wijzer van word. Ik leer er nieuwe gedichten mee kennen, en soms nieuwe visies op gedichten die ik al kende. In die zin is het lezen van kritiek een vorm van gemakzucht: ik hoef zelf geen visie meer te ontwikkelen, ik krijg ze cadeau. Bij gedichten die ik al lang kende, gaat het echter meestal omgekeerd: dan trek ik lering uit de kritieken op een manier die ze eigenlijk niet bedoelden: de kritieken interpreteren zo armetierig-enkelvoudig, dat ze zonder dit te willen de meerwaarde van het gedicht duidelijk maken. Dat is dus aktiverende kritiek, en hij is aktiverend omdat hij niet voldoet. Want dat is de paradoks: bij minder goeie kritieken ga je spontaan z\u00e8lf veel meer doen, boze aantekeningen maken, verder denken waar de schrijver er te vroeg mee ophield, boe en bah in de marge schrijven.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Dat is me deze dagen weer eens over komen met de artikels \u2018M. Vasalis &#8211; de psychische wereld van haar gedichten\u2019 door Armand Van Assche (Ons Erfdeel) en \u2018In gesprek met Rutger Kopland\u2019 door Rein Bloem (Vrij Nederland).<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Armand van Assche (die overigens ook zelf gedichten schrijft met een niet onaardig beeldend vermogen) heeft het voordeel dat hij al in zijn titel voor zijn eenzijdigheid uitkomt, het gaat over \u2018de psychische wereld van Vasalis\u2019, het is een titel met een na-u, na-u-effect, ik heb het <i>hierover<\/i> maar als u het anders wil benaderen, doet u maar.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Rein Bloem heeft deze bescheidenheid niet, hij pretendeert al jarenlang all-roundcriticus te zijn, terwijl hij toch enkel een linguistisch-structurele benadering geeft, en daardoor gaat er van hem een na-mij, na-mij-effect uit, vind ik.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Armand Van Assche dus. Om hoffelijk te zeggen dat zijn kritiek de\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 372]<\/div><p>slechtste van de twee is: ik heb van de zijne het meest geleerd. Ik heb van hem geleerd hoe een kritiek vak-idioterig kan zijn, en daar alles aan ondergeschikt kan maken. Dat blijkt uit de citaten: dat zijn stuk voor stuk zowat de slechtste regels van Vasalis. Van Assche citeert immers niet terwille van de schoonheid van een regel, enkel terwille van de annexatiemogelijkheid bij zijn theorie.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Die theorie is niet eens onjuist, daar gaat het niet om. Van Assche geeft mij een mooie kapstok om Vasalis aan op te hangen zodat ik haar voor altijd keurig in mijn po\u00ebtische vestiaire heb staan. Alleen: <i>voor<\/i> zijn stuk slingerde ze gewoon bij me rond, een boekje op de slaapkamer, eentje onder de v in mijn bibliotheek en eentje op mijn werktafel, omdat het daar altijd ligt. Maar nu ligt Vasalis vast. Nu is ze alleen nog in Van Assche&#8217;s artikel.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Tenminste als ik hem op zijn woord zou geloven. Maar daar is gelukkig weinig reden toe. Om te beginnen is zijn taalgebruik (Freud was een goed schrijver, maar wie zijn theorie\u00ebn nabouwt met uitsluitend het vocabularium van zijn inhoudstafels, is dat al veel minder) van een spectaculaire jargon-armoede. Het is een poging om in 100 woorden een dichteres van 10.000 woorden te verklaren, die achter elk woord 20 andere woorden verzwijgt. Met andere woorden: 100 woorden tegenover 200.000.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Vasalis&#8217; problematiek is volgens Van Assche (en hier wordt de dikke Van Dale ineens een flinterdun psychologisch Assimil-boekje) &#8211; ik cursiveer de lelijke woorden: \u2018de onbereikbare maar <i>absolutistisch<\/i> nagestreefde <i>hereniging<\/i> met het <i>oerbegin<\/i>, toen de <i>paradijselijke<\/i> eenheid tussen mens, dier, plant en ding bestond en toen <i>geborgenheid<\/i> en <i>synthese<\/i> gewaarborgd waren door de <i>prenatale<\/i> bescherming van de <i>moederschoot<\/i>. Maar het leven zelf (&#8230;) betekent onherroepelijk de scheiding, de ontkenning van deze <i>symbiotische geborgenheid<\/i>, is de <i>versplintering<\/i> in de \u201cveelheid van de dingen\u201d.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Van Assche ontslaat mij bovendien van verder citeren, omdat deze ene zin zijn hele essay is: de rest is alleen een voorbeelds-gewijs inlijven van Vasalis&#8217; gedichten onder deze \u00e9ne gedachte, hooguit nog even opgesplitst in a, b, c, d, een paragraaf per lelijk woord.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het is m.a.w. een kritiek die zich beperkt tot het opsommend rangschikken van de deelnemerslijst van motieven. Hoe saai dat is, en hoe voorbijgaand\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 373]<\/div><p>aan het wedstrijdgebeuren dat elk gedicht toch is, moge blijken uit wat Van Assche citeert uit het onovertroffen gedicht <i>Mijn hart lag uitgespannen als de dageraad<\/i>.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Van Assche citeert daarvan de drie laatste regels:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>toen rukte het hart ondragelijk aan zijn grond<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>en wilde zwellen<\/i>, <i>kleiner worden en gelukkig zijn<\/i>.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>En ik werd helder wakker van de pijn<\/i>.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>En hij tekent daarbij aan: \u2018Het is dan ook niet verwonderlijk dat het ontwaken uit de droom, de overgang van nacht naar dag als een inzet van de scheiding, een breuk met de eenheid, wordt ervaren.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ter correctie misschien even het hele gedicht:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>Mijn hart lag uitgespannen als de dageraad<\/i>,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>pulserend van een dunne witte pijn<\/i>,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>vastgenageld aan de randen van het zijn<\/i>.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>Ik sliep niet en ik was nog niet ontwaakt<\/i>.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>Toen ging een vogel zingen<\/i>,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>diep in de keel der ochtendstond<\/i>,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>toen rukte het hart ondragelijk aan zijn grond<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>en wilde zwellen<\/i>, <i>kleiner worden en gelukkig zijn<\/i>.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>En ik werd helder wakker van de pijn<\/i>.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Waar gaat dit gedicht over? Ik zou &#8216;t niet weten, maar in mijn niet-weten begrijp ik er blijkbaar meer van dan Van Assche. Natuurlijk gaat het over \u2018de overgang van nacht naar dag als een breuk met de eenheid\u2019, maar tegelijk is het precies het tegendeel van wat Van Assche betoogt, het gaat &#8216;m niet om een verlangen naar, wat zijn die vieze woorden weer, symbiotische eenheid en zeg maar oceanisch al-ervaren (ik heb psychologen onder mijn beste vrienden), maar naar exact het tegengestelde. Er komt namelijk die rare paradoks in voor \u2018en wilde zwellen, <i>kleiner<\/i> worden en gelukkig zijn.\u2019 Dat is dus precies w\u00e8g van het alomvattende, en terug naar het alleen-maar-nu-omvattende, naar het alleen-maar-deze-man-omvattende, die er\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 374]<\/div><p>blijkens andere gedichten niet meer is. Het hart rukt aan zijn al-grenzen om toch maar zo klein en zo overzichtelijk mogelijk te kunnen zijn.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Verder had ik, nu ik dan toch een psycholoog ter beschikking heb, graag antwoord op de vraag hoe het komt dat er in de beginregels sprake is van \u2018een dunne witte pijn\u2019. Is dat geluk, zoals Van Assche schijnt te zeggen? Dan is het toch maar geluk omdat het een <i>dunne<\/i> pijn is, terwijl je gewoonlijk veel duidelijker pijn voelt: geluk is dan een zo dun, zo ijl mogelijk worden van pijn &#8211; een nogal pessimistische gedachte, maar ze zal wel kloppen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In dezelfde buurt, namelijk ook in \u2018Vergezichten en gezichten\u2019 staat nog een ander gedicht &#8211; ik blader zomaar wat lukraak &#8211; dat niet meteen inpasbaar is bij Van Assche&#8217;s theorie\u00ebn, en dat dan ook niet geciteerd wordt.<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>Je gezicht<\/i>, <i>sluimrend van tederheid<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>zichtbaar<\/i>, <i>tastbaar<\/i>, <i>binnen mij<\/i>.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>O lief<\/i>, <i>lief<\/i>, <i>lief<\/i>, <i>zegt het<\/i>, <i>zeg ik<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>en de lippen beven even<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>en de ogen<\/i>, <i>met de wimpers<\/i>,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>gaan even dicht<\/i>.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Je gezicht, sluimrend van tederheid: de ontroering van een gezicht dat slaapt, dat het op-zijn-hoede-zijn heeft opgegeven, een gezicht in het klad, bijna lelijk van tederheid. En dat alles \u2018zichtbaar, tastbaar\u2019 maar \u2018binnen mij\u2019: niet elders dus. \u2018O lief, lief, lief, zegt het, zeg ik.\u2019 Idem: drie keer lief in \u00e9\u00e9n versregel is haast teveel om nog te kunnen, maar het kan dan ook niet, <i>hij<\/i> zegt dit niet, <i>ik<\/i> moet het mij hier helemaal alleen herinneren.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De rest is d\u00e9tailwerk, maar krijgt aangrijpend de bovenhand, de aanleiding wordt haast uit het oog verloren, de hij die al lang heen is, is nog altijd in de tederheid die hij achterliet. Zijn ogen gaan er even dicht van, die van Vasalis ook: ze ziet niet meer dat hij weg is. Terwijl het enige rijm dat slechts heel verdoken aanwezig is, het rijm tussen het eerste (gezicht) en het laatste woord (dicht) eigenlijk alles resumeert: het contrast tussen zien en niet meer zien, maar dat laatste met de psychische interieur-gevoeligheid waarmee je \u2018s avonds de gordijnen dichtschuift. Ik citeer juist dit gedicht omdat het in tegenstelling tot Van Assche&#8217;s theorie een gedicht is dat ner-<\/p><div class=\"pb\">[p. 375]<\/div><p>gens naartoe wil, niet naar een pre-natale eenheid bijvoorbeeld, want het is z\u00e8lf die eenheid. Dit is een gedicht dat alleen maar ter plaatse wil blijven, een zo lang mogelijk, puur esthetisch oponthoud. Kritieken als die van Van Assche willen met een gedicht alsmaar ergensheen, wrikken er een beetje aan, krijgen het niet van de grond, en gaan dan maar met een paar losse regels eruit op de loop, richting literatuurtheorie.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Ik kan Van Assche wel volgen als hij het heeft, als onderdeel van Vasalis\u2019 poging tot \u2018paradijselijke eenheid\u2019, over \u2018de tijdloosheid: de slaap in het eeuwige heden.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Maar net d\u00e0n wordt zijn tekort duidelijk, zijn letterlijkheid: dan gaat hij op zoek naar uitgesproken slaap-motieven in het werk van Vasalis, terwijl elk gedicht van haar een poging is tot in slaap brengen (en tot het tot dromen optillen en tot een verbaal zo lang mogelijk harmonisch laten duren) van wat aanvankelijk onlustgevoelens waren, tot een \u2018eeuwig heden\u2019. Het paradijs ligt in het gedicht zelf. Van Assche schrijft een psychologische kritiek, en ik heb daar niks op tegen. Maar hij beperkt dat gepsychologiseer tot het voor de hand liggende: tot die regels die de minst goeie po\u00ebzie opleveren en die om die reden ook het makkelijkst eenduidig in een teorietje zijn onder te brengen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Waarom onderhoudt een psycholoog mij niet over hoe een regel als \u2018ik voelde me bedroefd en goed\u2019 eigenlijk kan? Ik heb daar ooit met Buddingh&#8217; over geredetwist, hij vond die regel overbodig want te geavoueerd. Ik vond dat niet, want inzicht toevoegend aan wat melancholie eigenlijk is, iets wat net met het samengaan van die twee termen te maken heeft. Waarom zegt een psycholoog niks over het gedicht \u2018Mijn hart&#8230;\u2019 (ik blijf in dezelfde buurt om aan te tonen wat voor een lukrake kansen Van Assche laat liggen) dat gaat als volgt:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>Zoals een hond, verdrinkend,<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>in zijn redders handen bijt,<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>bijt mijn gevoel de reddende gedachte,<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>dat deze nood voorbij gaat en dat zulke nachten<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>eenmaal weer zullen blussen in de tijd<\/i>.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div><div class=\"pb\">[p. 376]<\/div><div class=\"poem-small-margins\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>Het eerst verdronkene is de verwachting,<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>de hoop zieltoogt. Maar de herinnering<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>vecht het hardnekkigst. Lieveling!<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Zo wiskundig als Elisabeth K\u00fcbler-Ross de stadia van het sterven heeft op een rijtje gezet (van het niet-weten, over de ontkenning, het marchanderen &#8211; als ik mag genezen ga ik naar Lourdes -, het agressief reageren, de apathie, tot de uiteindelijke aanvaarding, hoeveel heb ik er, het waren geloof ik zeven stadia), zo accuraat zet dit gedicht, dertig jaar eerder, in acht regels dan nog, de stadia van het missen even op een rij. Misschien is de herinnering, het laatste stadium uit dit gedicht, ook wel een middel, het enige, om tot de gedroomde paradijselijkheid te blijven behoren, maar dan had ik dat, uitgerekend door een psycholoog, wel graag even vermeld gezien. Van Assche somt de middelen tot paradijselijkheid op, en hij vergeet daarbij de twee meest essenti\u00eble: het gedicht z\u00e8lf en de herinnering.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Op deze manier is kritiek niet eens een benadering, maar vanwege de criticus een ter plaatse blijven: hier zit ik, met mijn theorie, d\u00e0\u00e0r is de po\u00ebzie.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Hetzelfde geldt voor Rein Bloems kritiek op Kopland. Rein Bloem is de propagandist van de Kouwenaar-Faverey-strekking in de po\u00ebzie en van de linguistisch-structuralistische benadering daarvan. Maar net zoals Van Assche in zijn psychologische kritiek &#8211; als psycholoog &#8211; niet ver genoeg gaat, vind ik dat Bloem de formele aspecten van po\u00ebzie, waar hij het dan toch bij voorkeur over heeft, niet ver genoeg gaat zoeken. Hij ontdekt die structuralistische aspecten bij voorkeur in dat soort po\u00ebzie waar ze er vingerdik bovenop liggen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Zo schrijft hij over het bij Koplands bundel \u2018Al die mooie beloften\u2019 bijgevoegde dagboek \u2018over het maken van een gedicht\u2019: \u2018Het meest opvallende in dat verslag is het ontbreken van enig vormelijk aspect.\u2019 En het feit dat deze tekst in een recent schoolboek fungeert, heeft voor de leerlingen het nadeel dat ze \u2018zo op inhoudelijke sporen gezet (worden) alsof een gedicht alleen een stukje taal met daarin vervatte gedachte en emoties is.\u2019 Terwijl ik toch vind dat Koplands po\u00ebzie h\u00e9\u00e9l vormelijk is, in de zin van bewust <i>gemaakt<\/i>: de gemakkelijke spreektoon ervan is namelijk het gevolg\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 377]<\/div><p>van anderhalve maand moeilijk dubben per gedicht, blijkt uit het dagboek. Het is geen cadeau gekregen po\u00ebzie, nee, de uitnodigende toon, die Bloem zo hindert, is het resultaat van veel zwijgend en weerbarstig gezwoeg, is m.a.w. veroverd op zijn tegendeel, en als dusdanig misschien wel een erg gekunstelde vorm.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Bloem ziet dat niet. Vandaar dat hij ook kan schrijven: \u2018De ik-figuur &#8211; en gezien Koplands hele werk en wat hij daarover prijsgeeft kun je daar gerust de heer v.d. Hoofdakker voor houden\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Terwijl Kopland zelf schrijft in het verslag dat Bloem op dat moment toch nog maar pas gelezen moet hebben: \u2018Mijn verslag suggereert dat alles wat ik opschrijf als gedicht heel persoonlijk is, heel speciaal met mijn eigen particuliere situatie verbonden, maar het resultaat van alle denkwerk wordt het tegenovergestelde: buitenpersoonlijk en algemeen.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Tenslotte schrijft Bloem: \u2018De gesprektstoon van zijn laatste bundel bevat wel veel uitnodigends en ik vraag me af of de po\u00ebzie daar mee is gediend. Ik kom Kopland liever tegen in een sonnet als <i>Breyten<\/i>, waarin hij met geciteerde metaforen uit Breytenbachs bundel <i>Skrijt<\/i> een krachtig, strak gestructureerd vers schrijft, waarin de directe emoties die men zich denken kan, zijn weggewerkt.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Dat is voor Bloems doen haast bekentenislyriek: hij bekent er zich althans in tot een bepaalde po\u00ebzierichting, en die heeft niks te maken met meer of minder vorm, meer of minder structuur, alleen met meer of minder directe emoties.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ik zie om te beginnen niet in hoe de andere gedichten uit \u2018Al die mooie beloften\u2019 minder \u2018krachtig en strak gestructureerd\u2019 zouden zijn dan \u2018Breyten\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ik neem een voorbeeld:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>Die dagen met jou G, ze smaakten heel hevig<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>naar weinig, als de dag van een uitgesteld<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>afscheid, als je alleen wilt zijn en niet kan,<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>de smaak van oud brood al en restjes jenever<\/i>.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div><div class=\"pb\">[p. 378]<\/div><div class=\"poem-small-margins\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>Dagen met woorden die je zegt als alles<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>gezegd is. Morgen, dacht ik, als je weg bent<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>zal ik van je houden, ga ik het stukgelezen<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>briefje lezen waarin je zei dat je zou komen,<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u00a0<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>morgen wil ik wel weer weten hoe het was, toen<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>ik dat las. Als je weg bent. Maar je ging niet<\/i>.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u00a0<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>Ik wist nog niet dat jij er zonder mij niet<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>meer zou zijn, dat jij bestond door mij. Die<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u00a0<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>dagen met jou, G, heb ik gemompeld als een schaker,<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>alleen tegen zijn bord, zo hevig tegen niemand<\/i>.\u2019<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Je leest niet veel gedichten die zo duidelijk op het principe van de tegenstelling gebouwd zijn. In de eerste regel wordt de tegenstelling nog vergroot door de oversprong \u2018heel hevig\/naar weinig\u2019. Dat \u2018weinig\u2019 wordt in de rest van de strofe nog gepreciseerd, eerst in een beeld van een sfeertje, een fuifje waar niks meer te vieren valt, daarna in de vierde regel n\u00f3g concreter in de resten jenever n\u00e0 dat fuifje.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ik zie niet goed in wat dit anders zou zijn dan vormgeving-een vormgeven aan de vaagheid van de eerste regel &#8211; waarin het over haast niets gaat &#8211; waar de drie volgende regels scherp op inzoemen: de hele strofe als een travelling. En tegelijk is de hele beweging, doordat ze gaat van het werkwoord \u2018smaakten\u2019 naar \u2018de smaak\u2019 in de vierde regel, nog eens afgerond ook.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">En dan de tweede strofe: \u2018Met de woorden die je zegt als alles gezegd is\u2019 zeg je dan iets dat ineens nieuw blijkt. Bij nader toezien <i>zeg<\/i> je die woorden natuurlijk niet, je denkt ze slechts. Maar voor de eerste, schijnbare tegenstelling komt er nu een tweede in de plaats: die tussen zeggen en denken. En wat er dan gedacht wordt is opnieuw tegenstrijdig: morgen, als je weg bent, zal ik van je houden. Is \u00e9\u00e9n. En dan zal ik het stukgelezen briefje lezen, de honderdeneenste keer blijkbaar, maar eigenlijk voor het eerst. Is twee. Verder staat er in dat briefje dat \u2018je zei dat je zou komen\u2019, een toekomende tijd die al lang verleden is. Is drie. Dat wordt nog eens gepreciseerd in regel\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 379]<\/div><p>negen: \u2018morgen wil ik weer weten hoe het was, toen ik dat las.\u2019 Dezelfde contradictie, nu in \u00e9\u00e9n regel samengebald. Is vier. \u2018Als je weg bent. Maar je ging niet,\u2019 Is vijf. Als sommige gedichten te vergelijken zijn met een poging om de lezer op het verkeerde been te zetten, dan is <i>dit<\/i> gedicht wat dat betreft te vergelijken met de vroegere duels Piet Keyzer-Frits Flinkevleugel, twee spelers die elkaars trukenarsenaal door en door kenden, en dan zijn we hier al bij de vijfde schijnbeweging, waarbij alle andere spelers al lang met hun kont op de grond liggen, alleen Flinkevleugel gaat nu pas tegen de vlakte.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De rest van het gedicht betekent dan dat Kopland nu ongehinderd kan scoren. Hij moet alleen nog even de keeper opzijzetten met de regel: \u2018Ik wist nog niet dat jij er zonder mij niet meer zou zijn.\u2019 Dus je ging niet, maar dat deed je eigenlijk omdat je niet bestond. Is zes. En d\u00e0n pas volgt met ijzige kalmte het doelpunt, in de vorm van een schitterende slotzin.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Dat wat betreft Koplands \u2018gemis aan struktuur\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Omgekeerd vind ik ook de door Bloem gepromote Hans Faverey best wel een inhoudelijk dichter, ik ben niet voldoende vertrouwd met zijn werk, maar \u00e0ls ik hem hier en daar apprecieer is dat om gelijkaardige \u2018inhoudelijke\u2019 redenen, als waarom Bloem Kopland blijkbaar moeilijker kan pruimen. \u2018De mens die mij te dicht in de buurt van het humanistisch verbond komt,\u2019 noemt Bloem dat.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Als ik ooit Faverey zou bespreken, zou ik beginnen met het gedicht p. 87 van \u2018Chrysanten, roeiers\u2019 uit de Bezige Bij-reeks. Elk ander deeltje in die reeks heeft een(lelijke) tekening van de dichter in kwestie op zijn cover. Alleen Faverey&#8217;s cover is wit. Dat zegt al wel iets over Faverey zelf, over zijn verdwijnzucht. Maar net die verdwijnlust zegt op zijn beurt iets, zegt zelfs iets in de mate dat hij mislukt, anders viel er gewoon niks te melden. Het gedicht gaat als volgt:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>Staren naar een lege plek<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>doodt meer dan al het eeuwen<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>uitgeblazen zijn van rook<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>door de volgende berg<\/i>.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div><div class=\"pb\">[p. 380]<\/div><div class=\"poem-small-margins\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>Zolang het drogbeeld heerste<\/i>,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u00a0<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>achtervolgde ik de bittere<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>Chim\u00e8re tot diep in het<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>openbrekende land<\/i>.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u00a0<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>De eerste zwaluw van dit voorjaar<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>moest alle betekenissen zien kwijt<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>te raken die ik ook zelfs slapend<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>niet meer wens terug te vinden<\/i>.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>De eerste strofe verdwijnt landschappelijk: het niets (\u2018staren naar een lege plek\u2019) is dodender dan het bijna-niets van zeg maar een al eeuwen dode vulkaan. Die vulkaan is tenminste ooit nog iets geweest, het niets niet. Po\u00ebzie bij Faverey gaat over dat niets, is een oefening in ascese, en in die kompetitie wint Faverey met vele lengten, zijn niets is het nietste niets van de nederlandse po\u00ebzie. De eerste regel, \u2018staren naar een lege plek\u2019 geeft op die manier trouwens een aardige definitie van waar Faverey (en zijn lezer) mee bezig is. Als bezigheid ontroert dit, zoals de laatste Spielerei-gedichten van Van Ostaijen ontroeren, omwille van de uitzichtloze ondertoon van er-is-toch-niks-zinnigers-te-doen, waarop deze gedichten als een wanhopig plezierbootje ronddobberen. Ik bedoel maar: ook dit zijn humanistisch verbond-motieven.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Zo lang het drogbeeld heerste\u2019, gaat Faverey verder, en van nu af wordt het zuivere ars poetica, en ook die ontroert me weer door de abdicatie erin. Alles is zo goed als niets, en bijgevolg kan ook po\u00ebzie alleen po\u00ebzie zijn, alleen wat het is, niks geen metafysiek. Meer zelfs, de po\u00ebzie kan ook over niks anders handelen &#8211; want de rest is er niet &#8211; dan over zichzelf, en dat <i>zij<\/i> bestaat moet ze dan nog gedichtsgewijs waarmaken ook, en na het gedicht is het meteen afgelopen, soms zelfs in de laatste strofe al. Faverey&#8217;s po\u00ebzie is een zo dicht mogelijke benadering van het niets, is van een zo groot mogelijke uitgewistheid, is een antwoord op de vraag: \u2018hoe niets kan een gedicht zijn en toch nog gedicht blijven?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Faverey wijst dan ook in de rest van het gedicht het beeld met zijn al te dui-<\/p><div class=\"pb\">[p. 381]<\/div><p>delijke aanwezigheid af als po\u00ebtisch middel: hij noemt het de heerschappij van het drogbeeld, een chim\u00e8re die hij achtervolgde tot diep in het openbrekende land &#8211; zegt hij met toch weer een beeld &#8211; om haar te vernietigen. Weg met de woeker van bijbetekenissen, zie de laatste strofe. Weg met al die zo moe makende associaties van voorjaar en hoop. Misschien is er niet helemaal niets, misschien is er dit gedicht, maar dan ook niks anders, <i>over<\/i> een gedicht, en over niks anders. En als er dan al een zwaluw in rondvliegt mag die zeker niets meer dan zwaluw zijn. De laatste regel is wat dat betreft van een pamflettaire anti-droomgezindheid.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">En toch verschilt dit anti-humanisme nauwelijks van humanisme, het is er een wanhopiger vorm van, net daarom grijpt het ook aan. Als ik even op een rijtje zet de redenen waarom ik Faverey kan appreci\u00ebren dan vallen er termen als ascese, abdicatie, wanhoop en de ontroering vandien.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Soms heb ik het moeilijk met die appreciatie, omdat hij die ascese en die abdicatie zo ver doordrijft dat de gedichten er voor mij hoogst onduidelijk door worden. Maar over <i>structuur<\/i> heb ik het de hele tijd niet gehad. Faverey&#8217;s gedicht heeft dan ook duidelijk minder structuur dan het geciteerde Kopland-gedicht. En het valt me nu trouwens ineens op dat Kopland over precies hetzelfde schrijft als Faverey, namelijk over een \u2018heel hevig weinig\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Terug naar Kopland en zijn dagboek, en naar vorm die er niet als vorm uitziet, maar het precies daarom misschien nog veel meer is. Vestdijk heeft in zijn opstel \u2018Rilke als barokkunstenaar\u2019 ooit een vormteorie uitgedacht (nadien ontwikkeld in \u2018Prolegomena ener esthetiek\u2019) die een stuk genuanceerder is dan het gangbare vorm-inhoud-onderscheid.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Vestdijk onderscheidt om te beginnen twee soorten van vorm: \u2018In het kort komt mijn vormtheorie (&#8230;) hierop neer, dat ik twee begrippen \u201cvorm\u201d onderscheid, die zich tegengesteld verhouden tot de \u201cinhoud\u201d, resp. tot de \u201cstof\u201d, in dier voege, dat het eerste begrip betrekking heeft op de formele eigenschappen, die men bij <i>ieder<\/i> kunstwerk kan onderkennen, &#8211; de \u201cbuitenkant\u201d van het kunstwerk als het ware, &#8211; het tweede op de gevormdheid, de correctheid, de harmonie, de maatvastheid ervan. Een onoverzichtelijk schilderij, een brok vers-libristische po\u00ebzie, een kakofonie, zijn vormloos in de tweede betekenis, maar bezitten wel degelijk een Vorm (sta mij toe\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 382]<\/div><p>de eerste variant met een hoofdletter aan te duiden, een Vorm, die dan onoverzichtelijk, vers-libristisch, etc. &#8211; dus vormloos &#8211; is.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Vestdijk hanteert dit onderscheid vervolgens om er een klare definitie mee te geven van klassiek, romantiek en barok: \u2018In klassieke kunst zijn Vorm en inhoud beide gevormd, in het barok is de Vorm gevormd, de inhoud vormloos, in de romantische kunst zijn beide vormloos.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ik zou van deze indeling gebruik willen maken om aan te tonen hoeveel vorm (van beide soorten) er aanwezig is in gedichten waar vormcritici ze meestal niet opmerken.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ook po\u00ebzie met een direct en aangrijpend bedoeld \u2018toontje\u2019 heeft een Vorm: dat toontje is meestal zo bedoeld, daar zit gezonde berekening achter, net zoals dat achter het gebruik van de schijnbaar zo onproblematische ik-vorm zit, de naam zegt het trouwens zelf: ook dat is een Vorm, die onder alle andere mogelijke vormen bewust gekozen wordt.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Zo is ook de meest emotioneel en spontaan ogende po\u00ebzie, als ze goed is dan toch, maakwerk. En dat maakwerk is des te beter geslaagd in de mate dat de lezer er geen maakwerk in herkent. Ik zeg graag dat eenvoudig schrijven het moeilijkst is wat er bestaat, een simpele spreektoon is bv. een van de allermoeilijkste vormen, en het bewijs ex absurdo daarvan is dat wat in zo&#8217;n stijl overkomt als vergezocht, meestal niet ver genoeg gezocht is, geloof ik vast.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Daarnaast spreekt Vestdijk echter ook van gevormde inhoud en van ongevormde inhoud. De inhoudelijke vorm moet dan wel te maken hebben met afstandname van de oorspronkelijke gedachte of emotie: de materie van het gedicht. Ongevormde inhoud is dan bv. puberteitspo\u00ebzie: er gebeurt onderweg niks met de oorspronkelijke inhoud, er is niet eens een onderweg, de inhoud blijft wat hij was. Anderzijds is bv. de ironie in sommige vroegere Kopland-gedichten een duidelijke vormgeving van een gevoel dat er oorspronkelijk heel anders, vager, ongevormder en kwetsbaar uit zag. De uiteindelijke inhoud van een gedicht wordt trouwens, blijkens Koplands verslag, slechts uiterst moeizaam veroverd op het niets, of dan toch op het bijna-niets, in dit geval het opnieuw horen van een 15 jaar oud muziekje van Barbara. Alles, en niets maakt daar een uitzondering op, is een kwestie van vorm krijgen.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 383]<\/div>\r\n<p>Het uiteindelijke ik in Koplands gedichten is dan ook een duidelijk gevormd ik, in vergelijking tot het autobiografische, narratieve ik dat in het dagboek aan het woord is. Het is zelfs zozeer een ander ik, dat er netzogoed hij had kunnen staan. \u2018Het werd weer stil als toen ik niemand was,\u2019 schrijft Kopland in een van zijn vorige bundels. Zo&#8217;n soort ik treedt in zijn gedichten op, het ik als eigenaar van een algemene deler van emoties, met de herkenbaarheid vandien. (Terwijl een strikt autobiografisch ik te specifiek is voor die algemeen-geldendheid.) Net zoals de vrouw waar het om begonnen was uiteindelijk <i>de<\/i> vrouw wordt, en net zoals het <i>nu<\/i>, waarin het eigenlijke verhaal zich afspeelde, binnen het gedicht een soort van po\u00ebtisch <i>altijd<\/i> wordt.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Ik heb destijds, bij een eerste lezing van \u2018Een lege plek om te blijven\u2019 (merk ik nu bij de tiende lezing) ergens in de marge aangetekend: \u2018het zorgvuldig bestudeerde vermogen om onaf te zijn.\u2019 Dat was zo&#8217;n ideetje dat ik ooit nog eens moest uitwerken. Met \u2018onaf\u2019 bedoelde ik dan uiteraard geen po\u00ebtisch tekortschieten, bedoelde ik niet het gedicht zelf als wel een vormelijke meerwaarde daarvan, die elke <i>lezing<\/i> onaf liet zijn, want telkens weer anders.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Koplands dagboek geeft een voortreffelijke inkijk in zijn werken met meerduidigheid, hoe hij wat dat betreft niet alleen een \u2018open einde\u2019 nastreeft, maar een openheid, een zo groot mogelijke invulbaarheid, van elke regel.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In \u2018Een lege plek\u2019 deed hij dit door zijn beelden te verdichten. In \u2018Al die mooie beloften\u2019 probeert hij het soms &#8211; en in die gevallen niet altijd even gelukkig, vind ik &#8211; door gestamel. (\u2018Soms bij het zien, bij het zien van een rij\/populieren bijvoorbeeld, soms kan het zijn\/dat ik zie hoe de wereld, of bij het ruiken,\/het ruiken van vers gemaaid gras kan het zijn,\u2019 (p.13)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ik vind een beeld meestal een betere oplossing omdat een beeld bij Kopland haast altijd meer zegt dan het letterlijk zegt, en gestamel haast altijd minder.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Maar goed, die meerduidigheid dus. \u2018Geen gezicht, geen handen, geen haar, en altijd\/een ander.\u2019 Zo begint het bekommentarieerde gedicht. Kopland tekent erbij aan: \u2018Ik merk dat ik het gezicht waar ik de aanleiding voor het\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 384]<\/div><p>gedicht aan vastknoop gezichtloos maak; hetzelfde geldt voor de handen en het haar. De aanleidingen, de stimuli zijn alleen nog in de ontkenning aanwezig, als zaken die ontkend worden, afwezig verklaard, en door de toevoeging van \u201caltijd een ander\u201d wordt het duidelijk wat de bedoeling is van de ontkenning: de aanleidingen tot emotie worden niet aan \u00e9\u00e9n bepaalde persoon toegeschreven, het moet niet gaan over een liefde of iets dergelijks maar over de liefde, eveneens of iets dergelijks.\u2019 (p. 38)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het rare is wel dat Kopland op die manier regels van hem zo invulbaar maakt, bv. d\u00e9ze beginregel, dat die achteraf <i>ook voor hem<\/i> andere betekenissen kan gaan krijgen. Zo ontdekt hij 2 pagina&#8217;s verderop in zijn dagboek dat deze beginregel ook wel eens over hemzelf kon gaan: \u2018Ik wil niet worden gekend, ik wil altijd een ander zijn.<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>Geen gezicht<\/i>, <i>geen handen<\/i>, <i>geen haar<\/i>, <i>altijd<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>een ander<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Dat gaat dus over mij, over mijn verzet om gekend te worden, zoals ik werd gekend&#8230;\u2019(40)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">En nog eens 4 pagina&#8217;s verder vindt hij weer een nieuwe betekenismogelijkheid, voor deze regel die nota bene, in tegenstelling tot de rest van het gedicht, meteen vastlag: \u2018Is het de vervreemding tussen mij en mijn gezellin, die mij zo&#8217;n regel doet opschrijven, of wil ik zeggen: het is d\u00e0t allemaal niet, het is meer wat je voor me betekent, iets algemeners, iets wat ik steeds weer moet zien te pakken te krijgen?\u2019(p. 44)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Zo is het ook verklaarbaar dat de slotregel van het gedicht een bijbetekenis heeft die Kopland zelf tijdens het schrijven van zijn dagboek niet opmerkt. De vier laatste regels luiden:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u2018<i>&#8230;Wie ben je<\/i>, <i>zeg ik<\/i>, <i>we hebben<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u00a0<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>samen een leven al achter de rug en nog moet ik<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>denken<\/i>, <i>liefste wie ben je. Ze neemt mijn hoofd<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>in haar handen en strijkt het haar uit mijn gezicht<\/i>.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<div class=\"pb\">[p. 385]<\/div>\r\n<p>Kopland merkt daarbij op: \u2018Alsof ze zeggen wil: wie ben jij?\u2019 Maar het kan netzogoed iets betekenen van \u2018strijk het haar uit je gezicht en kijk maar wie ik ben.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Een ander middel tot meerduidigheid beschrijft Kopland in een interview met Johan Diepstraten en Sjoerd Kuyper, in het speciale Bzzzletin-nummer over hem, als antwoord op de vraag of hij woorden als \u2018verdriet\u2019 en \u2018tranen\u2019 bewust uit zijn latere bundels weghield. \u2018Om een voorbeeld te noemen, in de laatste bundel staat een heel klein gedichtje, en dat ging aanvankelijk als volgt: \u201cMisschien is het ook wel dit\/verdriet, zeg je, terwijl we kijken\/naar onze kleren in het gras,\/hoe ze daar liggen,\/de jouwe en de mijne.\u201d Daar staat het woord \u201cverdriet\u201d in, en dat vond ik bij nader inzien toch te zwaar, en zeker te eenduidig. Daarom heb ik het weggelaten, en werd het: \u201cMischien is het ook wel dit, zeg je.\u201d Het gevoel dat het oproept is natuurlijk veel meer dan alleen verdriet, daarom moet dat gevoel maar onbenoemd blijven. Die kleren zoals ze daar liggen&#8230;d\u00e0\u00e0r ligt een hoopje kleren en d\u00e0\u00e0r ligt een hoopje kleren. Nou, daar kijk je dan naar. Maar je kunt er op verschillende manieren naar kijken. Je kunt er naar kijken zo van: daar liggen ze nou, jij daar en ik daar. Maar je kunt er ook naar kijken op de manier van: daar liggen ze nou, en wij zijn naakt. Dat impliceert een grote intimiteit. Dus het wordt een hele betekenisvolle sc\u00e8ne voor mij, waarin het woord \u201cverdriet\u201d het zaakje teveel zou sturen&#8230;\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Deze zorg voor poly-interpreteerbaarheid gaat zover dat Kopland een halve pagina uitweidt over de keuze tussen \u2018ze\u2019 en \u2018zij\u2019 in de regel:<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ik ben weer gelukkig, weer net zo alleen als<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">vroeger, ik verlangde en wist niet naar wie. Ze<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>had geen gezicht nog, geen haar en geen handen&#8230;\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hij noteert daarbij: \u2018Ik heb daar lang over nagedacht. Ik vind Ze beter. Zij is te individueel, te zeer met een aanduiding van \u00e9\u00e9n speciaal persoon, en dat vind ik een tegenspraak met het: altijd een ander.\u2019(53)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Een middel dat met deze verzwijging samenhangt is het ontkenningsproc\u00e9d\u00e9: \u2018Veel van mijn gedichten zijn opgebouwd uit ontkenningen: het was niet zus, het was niet zo, het is geen dit, het is geen dat, waardoor er iets\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 386]<\/div><p>onuitgesprokens, iets onzichtbaars gestalte krijgt&#8230;\u2019(41)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het terrein wordt rondom afgebakend met nee&#8217;s, het zijn letterlijk heel konkreet om-schreven gedichten, maar de kern blijft van een scherpe vaagheid, als dat zou kunnen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het mooiste voorbeeld om al die veelduidigheid te illustreren is het gedicht:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>Zoals de pagina&#8217;s van een krant<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>in het gras langzaam om<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>slaan in de wind<\/i>, <i>en het is de wind<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>niet<\/i>, <i>die dit doet<\/i>,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u00a0<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>zoals wanneer een deken in de avond<\/i>,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>buiten<\/i>, <i>ligt alsof hij ligt<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>te slapen<\/i>, <i>en het is de deken<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>niet<\/i>, <i>zo<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u00a0<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>niets is het<\/i>, <i>niets dan de verdrietige<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>beweging van een hand<\/i>, <i>de weerloze<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>houding van een lichaam<\/i>,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u00a0<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>en er is geen hand<\/i>, <i>er is<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>geen lichaam<\/i>, <i>terwijl ik toch<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>zo dichtbij ben.\u2019(p.31)<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Ik kan dit honderd keer lezen zonder te weten waar het precies over gaat. Terwijl er dingen zijn waarvan ik dat weet zonder dat ik ze hoef te lezen &#8211; wat ik dan ook niet doe &#8211; en terwijl er (bv. een aantal van Faverey&#8217;s) gedichten zijn waar ik evenmin aan begin omdat ik van meetafaan de zekerheid heb dat ik er t\u00f3ch niet achter kom. Bij Kopland kom ik het voortdurend <i>bijna<\/i> te weten.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Het zal wel duidelijk zijn dat dit alles met vorm (en met Vorm) te maken heeft, maar tevens met een volledige dienstbaarheid van die vorm. Ik kan\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 387]<\/div><p>het alleen vergelijken met het probleem van architectuur: hoe bouw je, door met al die ontkennende zinnen allemaal muren neer te zetten die evenzovele mogelijkheden buitensluiten, t\u00f3ch iets wat uiteindelijk geen ingekapselde, maar n\u00e9t een ruimtelijke indruk schept, een interpretatieve ruimte, die je daarbuiten niet meer vindt?<\/p><\/div><div class=\"wp-block-column dbnl-rechts is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:33.33%\"><div id=\"noten-apparaat\"><div class=\"interp\">\n<h3>Over dit hoofdstuk\/artikel<\/h3>\n<p><label>auteurs<\/label><\/p>\n<p> <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=coni003\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Herman de Coninck<\/a><\/p>\n<br>\n<\/div><\/div><\/div><\/div>","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>[p. 371] Herman de Coninck Een heel hevig niets Ik lees graag po\u00ebziekritieken, omdat ik daar op twee manieren wijzer van word. Ik leer er nieuwe gedichten mee kennen, en soms nieuwe visies op gedichten die ik al kende. In die zin is het lezen van kritiek een vorm van gemakzucht: ik hoef zelf geen&#8230; <a class=\"more-link\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/herman-de-coninckeen-heel-hevig-niets\/\">Lees verder <span class=\"read-more-arrow\"><\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","class_list":["post-301009","dbnl","type-dbnl","status-publish","hentry"],"acf":[],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO plugin v26.4 - https:\/\/yoast.com\/wordpress\/plugins\/seo\/ -->\n<title>Herman de Coninck Een heel hevig niets &#183; Uitgeverij Van Oorschot<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/herman-de-coninckeen-heel-hevig-niets\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"Herman de Coninck Een heel hevig niets &#183; Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"[p. 371] Herman de Coninck Een heel hevig niets Ik lees graag po\u00ebziekritieken, omdat ik daar op twee manieren wijzer van word. Ik leer er nieuwe gedichten mee kennen, en soms nieuwe visies op gedichten die ik al kende. In die zin is het lezen van kritiek een vorm van gemakzucht: ik hoef zelf geen... Lees verder\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/herman-de-coninckeen-heel-hevig-niets\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"article:modified_time\" content=\"2021-06-04T13:18:54+00:00\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"27 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\/\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/herman-de-coninckeen-heel-hevig-niets\/\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/herman-de-coninckeen-heel-hevig-niets\/\",\"name\":\"Herman de Coninck Een heel hevig niets &#183; Uitgeverij Van Oorschot\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\"},\"datePublished\":\"1978-12-31T23:00:44+00:00\",\"dateModified\":\"2021-06-04T13:18:54+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/herman-de-coninckeen-heel-hevig-niets\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/herman-de-coninckeen-heel-hevig-niets\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/herman-de-coninckeen-heel-hevig-niets\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"DBNL\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"Herman de Coninck Een heel hevig niets\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\",\"name\":\"Uitgeverij Van Oorschot\",\"description\":\"\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"Herman de Coninck Een heel hevig niets &#183; Uitgeverij Van Oorschot","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/herman-de-coninckeen-heel-hevig-niets\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"Herman de Coninck Een heel hevig niets &#183; Uitgeverij Van Oorschot","og_description":"[p. 371] Herman de Coninck Een heel hevig niets Ik lees graag po\u00ebziekritieken, omdat ik daar op twee manieren wijzer van word. Ik leer er nieuwe gedichten mee kennen, en soms nieuwe visies op gedichten die ik al kende. In die zin is het lezen van kritiek een vorm van gemakzucht: ik hoef zelf geen... Lees verder","og_url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/herman-de-coninckeen-heel-hevig-niets\/","og_site_name":"Uitgeverij Van Oorschot","article_modified_time":"2021-06-04T13:18:54+00:00","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"27 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/herman-de-coninckeen-heel-hevig-niets\/","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/herman-de-coninckeen-heel-hevig-niets\/","name":"Herman de Coninck Een heel hevig niets &#183; Uitgeverij Van Oorschot","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website"},"datePublished":"1978-12-31T23:00:44+00:00","dateModified":"2021-06-04T13:18:54+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/herman-de-coninckeen-heel-hevig-niets\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/herman-de-coninckeen-heel-hevig-niets\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/herman-de-coninckeen-heel-hevig-niets\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"DBNL","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"Herman de Coninck Een heel hevig niets"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/","name":"Uitgeverij Van Oorschot","description":"","potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"}]}},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl\/301009","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/dbnl"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=301009"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=301009"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}