{"id":301071,"date":"1980-01-01T00:00:15","date_gmt":"1979-12-31T23:00:15","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/dbnl\/w-helslootgeheim-in-schijngestalten\/"},"modified":"2021-06-04T14:22:08","modified_gmt":"2021-06-04T13:22:08","slug":"w-helslootgeheim-in-schijngestalten","status":"publish","type":"dbnl","link":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/w-helslootgeheim-in-schijngestalten\/","title":{"rendered":"W. Helsloot\r\nGeheim in schijngestalten"},"content":{"rendered":"<div class=\"wp-block-columns alignwide is-layout-flex wp-container-core-columns-is-layout-9d6595d7 wp-block-columns-is-layout-flex\"><div class=\"wp-block-column dbnl-links is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:66.66%\">\r\n\r\n <interp type=\"secundair\" value=\"kemp005\"><\/interp><interp type=\"primair\" value=\"hels013\"><\/interp><div class=\"pb\">[p. 115]<\/div>\r\n<a name=\"13\"><\/a>\r\n<h3>\r\n<i>W. Helsloot<\/i>\r\n\r\n<br>Geheim in schijngestalten<\/h3>\r\n\r\n<blockquote>\u2018<i>tussen de mensen in te zijn als een tussen de stenen van de straat verloren steen; o dood getal in lege som alleen<\/i>.\u2019\r\n<br>G. Achterberg<\/blockquote>\r\n\r\n<h4>I.<\/h4>\r\n\r\n<p>Hoe verbergt een dichter zijn verwarring? Een voorbeeldig antwoord geeft Pierre Kemp met het gedicht <i>NUL<\/i>, uit <i>Standard-Book of Classic Blacks<\/i>, een gedicht van slechts twee strofen, waarvan de eerste regel luidt:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Tussen de ontelbaren ben ik een Een.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Meer nog dan van een vage behoefte, zich als individu te onderscheiden van de massa, getuigt die regel van een duidelijke tegenstelling: de ontelbaren tegenover de telbare. Dat Kemp intussen niet z\u00e8gt \u2018tegenover\u2019, maar \u2018tussen\u2019 suggereert behalve de onontkoombaar gevoelde noodzaak, zich als telbaar individu op te stellen aan de ene kant van de kloof, vooral het besef dat dat individu, temidden van de amorfe massa, door de ontelbaarheid van de rest niet alleen een Een is, maar ook de \u00e9nige Een. Door dat bewustzijn, als enige een Een te zijn tussen de ontelbaren, strekt de dichter zijn rug, in het besef van zijn waardigheid, als had daar het cijfer 1 postgevat als een stok in zijn jas, en<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Zo schrijd ik langs de kerken en gebouwen<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">mee met de menigte in ledig, vlees en steen<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">en zie de hemel als een grote Nul daar blauwen.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<div class=\"pb\">[p. 116]<\/div>\r\n<p>Soms leeft een vorst op gespannen voet met de Kerk, en schrijdt er \u2018langs\u2019, hij heeft een hoger doel dan er <i>in<\/i> te gaan; maar h\u00e9, denk je dan, zijn kerken dan g\u00e9\u00e9n gebouwen? Kerken zijn \u00f3\u00f3k gebouwen, maar een nader aangeduide soort, een verbijzondering van het algemene, en dat hier niet \u2018banken\u2019 staat of \u2018musea\u2019 (toch \u00f3\u00f3k gebouwen), maar \u2018kerken\u2019, als plaatsen waar de menigte nog altijd hoopt de Oneindige te vinden, is niet een willekeurige keuze, maar een duidelijke verwijzing naar diezelfde Oneindige, en wel naar het aspect van onstoffelijkheid, naar <i>het<\/i> Oneindige, waarvan de IK, de Een, de uitwendige gedaante over de hoofden der menigte ziet uitgespannen als de ronde hemelkoepel die \u2018als een grote Nul\u2019 zich rondt tot aan de gezichtseinder, welke Nul evenmin telbaar is als de menigte, maar daar ver boven verheven is, want de nul blijft zichzelf gelijk, en geeft, wat er ook bij wordt opgeteld, geen enkele vermeerdering te zien. Zo heeft dit schrijden een doel, een m\u00e9\u00e9r dan koninklijk doel. Het is een \u2018langs de kerken\u2019 ingaan tot het niet-telbare, een zich richten op de oneindigheid in haar uiterlijke verschijning van cijfersymbool, een reusachtige Nul, de cirkelvormige verblijfplaats van het Raadsel.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Wel beweegt de IK zich \u2018mee met de menigte\u2019, maar tegenover zijn eigen zelfbewuste schrijden heeft Pierre Kemp het voortschuifelen-in-leegheid van de uniforme massa m\u00e9\u00e9r dan duidelijk hoorbaar gemaakt in op \u00e9\u00e9n na alle twaalf lettergrepen van de derde regel:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">mee met de menigte in ledig, vlees en steen<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>waarvan de ee-klanken een alomtegenwoordige monotonie oproepen. Zo bewegen zij zich voort, de Een en de ontelbaren, \u2018vlees\u2019 tussen \u2018steen\u2019, de warme fysieke tegenwoordigheid van de IK temidden van de onaandoenlijke, niet te verwrikken starheid van de massa. Beide gaan \u2018in ledig\u2019, de IK opgenomen in het ledig van de oneindigheid, de menigte in lediggang. Zijn ledig is \u2018vlees\u2019, dat van de menigte is \u2018steen\u2019. Het is zelfs alsof de Een tussen de ontelbaren die ongedifferentieerde menigte ondergaat als een voedingsbodem waarop de bloem van zijn IK opengaat naar het licht. Na de waarnemingen van de dichter zijn reflectie:<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 117]<\/div>\r\n<div class=\"poem-small-margins\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Nul is het cijfer, dat ik niet begrijp,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">dat zich herhaalt in al de schone dingen.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Iemand die iets niet begrijpt, kan twee dingen doen. Hij kan dat onbegrip v\u00f3\u00f3r zich houden; hij kan er ook uitdrukking aan geven. Wie met zoveel woorden z\u00e8gt, iets niet te begrijpen, doet eigenlijk weinig anders dan de moeilijkheid verplaatsen naar zijn toehoorder, opdat deze er nota van neemt.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">En waar wij dan nota van nemen, is dit: de dichter zegt niet: \u2018Nul is het telwoord\u2019, maar: \u2018Nul is het cijfer.\u2019 Als telwoord drukt nul uit het ontbreken van elke hoeveelheid of eenheid. Als cijfer is de nul minder ondubbelzinnig. Waar een cijfer wordt omschreven als \u2018vast teken of getalmerk dat een bepaald aantal voorstelt\u2019, moet het paradoxaal worden genoemd dat, gegeven die definitie, juist de nul als cijferteken integendeel het ontbr\u00e9ken van iets dergelijks uitdrukt. Met een zodanig in zichzelf tegenstrijdig begrip wordt niettemin gewerkt, en niet alleen in de rekenkunde, want de taal geeft van het woord \u2018cijfer\u2019 ook de betekenis \u2018geheimschrift\u2019. \u2018Een stuk in cijfer\u2019 is een stuk in geheimschrift, in code. Alleen een ingewijde kan het ontcijferen. Zo herhaalt, in drie\u00ebrlei betekenis, dat onbegrepen cijfer nul zich \u2018in al de schone dingen\u2019. Immers, de miljoenen schone dingen, bij elkaar opgeteld, leveren een getal op met vele nullen; vervolgens keert telkens \u2018in al de schone dingen\u2019, harmonisch van opbouw als ze zijn, die raadselachtig paradoxale code terug van iets bepaalds uit te drukken en dat tezelfdertijd te verzwijgen. Ten derde: in zijn uiterlijke gedaante van zuivere cirkel is de nul herkenbaar in alle rondingen van vruchten, vrouwen en sieraden.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Die Nul, als symbool van de Oneindigheid alles omvattend en alles overkoepelend, gaat het verstand te boven, en wel in een zodanig verbijsterende mate, en toch met een zo onmiskenbare vonk van affiniteit in de eenling, dat de dichter zich afvraagt:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Ben ik nog goed gerijd en nog wel rijp,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">dat ik, een Een, de macht der Nul moet zingen?<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<div class=\"pb\">[p. 118]<\/div>\r\n<p>Oppervlakkig gezien is deze vraag even ironisch als rhetorisch. Ironisch inzover in het afstand nemen van de eigen status iets doorklinkt van: moetje-<i>mij<\/i>-zien; rhetorisch inzover de vraag \u2018ben ik nog wel dit of dat\u2019 weinig anders dan een volmondig \u2018neen\u2019 suggereert. Wat evenwel in deze regels klinkt, is muziek: ben ik, bij nader inzien, temidden van die ongerijde ontelbaren, als een Een nog op mijn plaats? Een Een hoort tussen \u00e0ndere cijfers, pas d\u00e1\u00e1r heeft hij een functie. Cijfers spreken pas als ze worden \u2018gerijd\u2019, op een rij gezet, in de juiste volgorde. Wat doe ik, als enig cijfer dat niet anders kan dan de macht van de Oneindigheid bezingen, tussen nietcijfers? Ben ik op dit ogenblik wel tot volle wasdom gekomen als een Een? Te veel vragen zijn dit, want wie m\u00e9\u00e9r wil horen dan ironie en rhetoriek, luistert naar dat \u2018moet zingen\u2019, waaruit gedrevenheid spreekt, en hij hoort hier geen twijfel meer, maar zekerheid, de zekerheid van een dichter die uitdrukking geeft aan zijn diep gevoelde vreugde dat hij zich boven zijn omgeving voelt uitgetild, omdat het gevoel van afgezonderdheid dat juist in de kuil van een menigte van een wurgende benauwenis kan zijn, hem heeft verlaten. Het is een vreugde die als antwoord op zijn eigen vraag uit hemzelf opwelt.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Lezen wij het gedicht in zijn geheel binnen de voorafgaand omschreven betekenissfeer.<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"poem-head\">\r\n<i>Nul<\/i>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Tussen de ontelbaren ben ik een Een.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Zo schrijd ik langs de kerken en gebouwen<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">mee met de menigte in ledig, vlees en steen<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">en zie de hemel als een grote Nul daar blauwen.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u00a0<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Nul is het cijfer, dat ik niet begrijp,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">dat zich herhaalt in al de schone dingen.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Ben ik nog goed gerijd en nog wel rijp,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">dat ik, een Een, de macht der Nul moet zingen?<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<div class=\"pb\">[p. 119]<\/div>\r\n<p>Pierre Kemp was een preciezeling. Waar hij een komma zette, daar h\u00f3\u00f3rde die komma ook. Wie zo zorgvuldig de interpunctie hanteert, stelt \u00f3\u00f3k een daad wanneer hij een komma weglaat. Aldus blijkt dat, wanneer woorden een zodanige rangschikking hebben dat zij, gelet op de interpunctie, meer dan \u00e9\u00e9n betekenis suggereren, dat meerdere een door de dichter welbewust geschapen mogelijkheid van interpretatie is. En zo komt een tweede betekenissfeer aan het licht. Afhankelijk van de aard van de lezer zal hem die tweede, dan wel de eerste betekenislaag het meest direct opvallen. Die tweede betekenissfeer, verborgen als het ware onder de eerste, is de volgende.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Tussen al die ontelbaren, te groot in aantal dan dat men er aan kan beginnen, hen stuk voor stuk een Een te noemen, ben ik tenslotte \u00f3\u00f3k een Een, en zo, in die trots op mijn persoonlijkheid, schrijd ik langs de kerken en gebouwen die ik maar in \u00e9\u00e9n adem noem, want wat zijn kerken tegenwoordig anders dan alleen nog gebouwen? Mee met de menigte schrijd ik, ieder\u00e9\u00e9n voelt zich belangrijk, vleesmassa langs steenmassa, en ik zie, grote Nul die ik ben, boven de mensenzee de hemel daar blauw worden. En waar vergaapt de menigte zich aan? Aan het mooie dat te koop is. Nietig en van nul en gener waarde is echter het cijfer waar het als element van berekening, als hoeveelheid en getal, steeds terugkeert in al wat schoon is. Wat heeft schoonheid met geld en met telbaarheid te maken? Dat is iets wat ik nooit zal begrijpen. Ik ben wel een individu, maar er is hier geen gemeenschap. Temidden van deze menigte dreigt identiteitsverlies. Ben ik hier nog wel goed, temidden van die duizenden? Ben ik hier wel op mijn plaats, meebewegend in die wanorde? Ben ik zelfs wel bij mijn verstand, dat ik mij, volwassen mens die ik toch ben, begeven heb in die anonieme massa, ik die hier toch feitelijk een nul in het cijfer ben, en het in mijn hoofd haal, als eenling de macht van de collectiviteit te bezingen&#8230;?<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Onder de vreugde de verwarring; onder de opgetogenheid de stijgende ongerustheid. Pierre Kemp heeft de nul op de schaalverdeling der menselijke zielsbewegingen de functie gegeven van scharnier, een raaklijn tussen positieve en negatieve krachten. De term \u2018gelaagdheid\u2019 dringt zich op, en al moet de suggestie van onder en boven niet letterlijk worden genomen,\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 120]<\/div><p>het bijzondere van dit gedicht is juist dat Kemp de eerste betekenissfeer bereikt <i>zonder zich af te zetten tegen de tweede<\/i>; uit die tweede, geheel op zichzelf beschouwd, spreekt daarentegen uitsluitend de noodzaak tot zelfhandhaving. Hier blijkt dat in een klein, ogenschijnlijk simpel gedicht, twee in oorsprong tegengestelde en strijdige gevoelswerelden verzoend zijn in een hogere eenheid die m\u00e9\u00e9r is dan hun optelsom. Het is een gedicht dat op minuscule schaal een weerspiegeling is van de kosmos die de eenheid heeft van \u00e9\u00e9n levend wezen.<\/p>\r\n\r\n<h4>II.<\/h4>\r\n\r\n<blockquote>\u2018<i>wat dan is de dichter? het einde nabij is hij een in ignorante mist drijvende wijsvinger<\/i>&#8230;\u2019\r\n<br><i>Lucebert<\/i>\r\n<\/blockquote>\r\n\r\n<p>Wie is het niet overkomen dat hij, lezend of schrijvend met een schaal appelen binnen bereik, opeens trek kreeg in een appel. Hij besluit de bladzij uit te lezen of zijn alinea af te maken, en dan een appel te gaan eten. Vervolgens is het zo ver, maar nu nog een mes. Op weg naar de keuken om dat te halen, gebeurt er iets merkwaardigs. Van het moment dat hij zich van zijn stoel verhief tot aan zijn aankomst in de keuken is hij gedurende die hele reeks van bewegingen z\u00f3 volledig in de ban gebleven van het boek of van zijn eigen tekst, dat het woord <i>mes<\/i> tot de laatste schaduw uit zijn gedachten is verdwenen. In de keuken aangekomen, steekt hij machteloos zijn handen in zijn zakken, kijkt naar het plafond en denkt, een beetje beschaamd: wat doe ik hier?<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Iets van die situatie is herkenbaar in de drie beginregels van Kemps gedicht <i>NAAM<\/i>, eveneens uit <i>Standard-Book of Classic Blacks<\/i>.<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"poem-head\">\r\n<i>Naam<\/i>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Ik noemde een plant en kijk naar de planeten.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Mars en Jupiter raken haast elkaar.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Ik zocht een naam. Hoe mag die ook weer heten?<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">&#8216;t Is niet van God of onder vrouwenhaar,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div><div class=\"pb\">[p. 121]<\/div><div class=\"poem-small-margins\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">maar toch gezicht.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">In al zijn eindigheid is hij het donkere in de lengte van het licht<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">en tot de tijd, dat ik hem beter weet,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">geloof ik, dat hij zo ook heet.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Een speculatie mag dan worden omschreven als \u2018beschouwing die uitgaat boven het feitelijk of logisch bewijsbare\u2019, dat neemt niet weg dat het woord komt van <i>speculum<\/i> (= spiegel), en dat het beeld dat wij van die eerste regel opvangen d\u00e1t is van een dichter die, zijns ondanks min of meer gedwongen, althans sterk be\u00efnvloed door de associatieve kracht van die plantenaam, zijn hoofd van dat aardse fenomeen opheft naar de verst waarneembare regionen buiten de aarde, waarbij hij de lezer niet in het onzekere laat: hij noemt met name de planeten Mars en Jupiter die, gerekend vanuit de zon, de twee eerste buitenplaneten van de aarde zijn (de binnenplaneten zijn Mercurius en Venus, ze staan tussen aarde en zon in).<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Uit het verschil tussen de kleinste afstand Aarde-Mars (56 mln. km) en de kleinste afstand Aarde-Jupiter (600 mln. km) volgt dat met de woorden \u2018raken haast elkaar\u2019 alle recht wordt gedaan aan de illusie van de waarnemer op aarde, die door de ontzaglijke afstand de indruk krijgt dat die planeten, elk op een zeker punt van hun eigen baan, elkaar raken. Het is een begoocheling die de blik tot staren brengt. Wij kunnen weinig anders doen dan met beide benen op de vertrouwde aarde blijven, en daar, lettend op dat \u2018haast\u2019, ontdekken dat afgezien van het gezichtsbedrog, die planeten in de werkelijkheid van de kosmische ruimte elkaar niet k\u00fannen raken, om de eenvoudige reden dat iets tussen hen, door een karakteristieke eigenbeweging, een botsing verhindert, te weten de <i>astero\u00efden<\/i>, een zwerm kleine tot zeer kleine hemellichamen waarvan de banen binnen het zonnestelsel als een gordel tussen de banen van Mars en Jupiter liggen. Zonder kijker zijn ze geen van alle zichtbaar; de kleinst waarneembare (m\u00e8t een kijker) heeft een middellijn van 2 km, de grootste van 800 km. Van deze astero\u00efden zijn er ca. 2000 ontdekt, de grootste dragen namen als Ceres, Pallas, Eros, Juno en Vesta; en zo is de lezer op het spoor gezet van die plantenaam: de <i>Aster<\/i>, het Griekse woord voor <i>ster<\/i>, wat niet verwonderlijk is, gezien het sterachtig uiterlijk van de bloem: een goudkleurig centrum met gele schijfbloe-<\/p><div class=\"pb\">[p. 122]<\/div><p>men, contrasterend met daar rondomheen dicht opeen uitwaaierende straalbloemen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Als om ons tot nuchterheid te manen, laat de derde regel<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Ik zocht een naam. Hoe mag die ook weer heten?<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>zien hoe proza\u00efsch een buiten-po\u00ebtische redenering afsteekt bij de gedachtengang van het gedicht zelf, want iemand kan ongelovig zijn schouders ophalen en zeggen: \u2018Wie zijn lezers voor een naam die hij zegt genoemd te hebben een z\u00f3 duidelijke aanwijzing geeft, houdt zich, als hij voorgeeft die zelf niet meer te weten, van den domme.\u2019 Zich van den domme houden, is echter iets anders dan een geheim bewaren. Het eerste is een schijn doen uitgaan, het tweede is: juist alle schijn vermijden. Waarom doet het noemen van een plant de dichter opkijken naar de sterrenhemel? Waarom richt hij bij de naam Aster de blik omhoog? Waarom kijkt hij niet naar de planten, maar naar de planeten? Zonder geluk vaart niemand wel &#8211; het is bekend dat Pierre Kemp de gedichten van Verlaine zeer bewonderde, en stellig heeft hij diens beroemde gedicht <i>La lune blanche<\/i> gekend dat eindigt met deze strofe:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Un vaste et tendre<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Apaisement<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Semble descendre<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Du firmament<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Que <i>l&#8217;astre<\/i> irise&#8230;<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u00a0<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">C&#8217;est l&#8217;heure exquise.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Wat in Verlaine&#8217;s gedicht ligt opgesloten, is dat <i>l&#8217;astre<\/i> hier zoveel betekent als: l&#8217;astre des nuits, oftewel de Maan, en blijkens \u2018zocht\u2019 (<i>zocht<\/i> en <i>noemde<\/i> zijn de enige werkwoordsvormen in de verleden tijd) keert de dichter van <i>NAAM<\/i> terug, en wel naar het ogenblik v\u00f3\u00f3r het zo ver was dat blik en aandacht, geabsorbeerd door de onmetelijke ruimten van de sterrenhemel,\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 123]<\/div><p>zich verloren in desori\u00ebnterende gedachten aan tijd en afstand en hem de oorspronkellijke aanleiding, die plantenaam, geheel deden vergeten. En eenmaal terug bij dat moment, w\u00e9\u00e9t hij die naam ook weer, en kan hij ook zeggen wat hij <i>niet<\/i> is:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">&#8216;t Is niet van God of onder vrouwenhaar,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">maar toch gezicht.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Wat de dwaalwegen zijn in een bos, zijn de dwaalwoorden in een gedicht. Zo&#8217;n dwaalwoord is hier \u2018toch\u2019. Wie niet oppast, concludeert er uit dat God een gezicht heeft. Niemand die bij zijn verstand is, zal hem dat geven. Verkijken wij ons niet op \u2018het mannetje in de maan\u2019. Er staat dan ook \u2018gezicht\u2019, zonder lidwoord, waarmee het <i>waarneming<\/i>, <i>het geziene<\/i> gaat betekenen. Bovendien zegt Pierre Kemp niet \u2018hij\u2019, maar \u2018&#8217;<i>t<\/i> is niet van God\u2019; <i>hij<\/i> zou direct naar de naam verwijzen, zoals gebeurt in de zesde en achtste regel van het gedicht; <i>&#8216;t<\/i> daarentegen brengt als onbepaald lidwoord het onpersoonlijke in het spel.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Gesteld nu dat in \u2018van God\u2019 dit <i>van<\/i> een voorzetsel is ter aanduiding van een karakteristieke hoedanigheid (\u00e0 la een liedje <i>van<\/i> verlangen, een man <i>van<\/i> eer), dan biedt ons onverwachte steun een drager van de Aster-naam: <i>Asterius<\/i>, een \u2018man Gods\u2019 in de waarachtige betekenis van het woord, eind 4e eeuw bisschop van Amaseia in Pontus (in de oudheid een deel van de noordkust van Klein-Azi\u00eb), die de geschiedenis is ingegaan als een verklaard tegenstander van het zich-een-beeld-maken-van-de-godheid. Men moest God een innerlijke gestalte geven, niet een uiterlijke, maar zijn beeld uitsluitend in het geheim van de ziel met zich omdragen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Geheel los van ieders waarneming dat een vrouwengezicht, bleek als de maan, vooral onder koolzwart haar een sfinxachtige indruk kan maken, staat de naam <i>Aster<\/i> als gezicht heel goed onder \u2018vrouwenhaar\u2019, want Aster is een geaccepteerde en in bevolkingsregisters opgetekende meisjesnaam, komende van <i>Asteria<\/i>, een christelijke martelares die weigerde een wierookoffer aan Jupiter te brengen. Het is evenwel, zegt Pierre Kemp, niet een gezicht \u2018onder vrouwenhaar\u2019, neen, want vrouwenhaar (of venushaar, <i>Adiantum<\/i>) is een varenachtige, behorend tot de lagere planten, terwijl Aster\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 124]<\/div><p>een hogere, samengesteldbloemige plant is. Aster is dus niet \u2018onder vrouwenhaar\u2019, maar vrouwenhaar is omgekeerd onder aster. Het dwaalwoord \u2018toch\u2019 blijkt toch naar het doel te voeren: \u2018&#8217;t Is niet van God of onder vrouwenhaar\u2019, maar, zegt de dichter, \u2018toch gezicht\u2019 &#8211; het is t\u00f3ch een waarneming van mij geweest, een innerlijk gezicht.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Maar als die naam dat alles ni\u00e9t is, wat is hij dan w\u00e8l?<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In de niet alleen langste, maar ook meest raadselachtige regel van het gedicht staat het consequent cryptische antwoord:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">In al zijn eindigheid is hij het donkere in de lengte van het licht<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Tussen <i>eindigheid<\/i> en <i>lengte<\/i>, begrippen uit de categorie\u00ebn van resp. tijd en ruimte, is <i>het donkere<\/i>, met zes woorden links van zich, en zes ook rechts, een brug, een brug tussen tijd en ruimte. Gaan wij stap voor stap over die brug. Wat de hele regel lang naklinkt, is het afstand nemen van die \u00e9ne naam, want een zodanig wijsgerig-bespiegelende constatering kan gelden voor om het even welke naam. En natuurlijk &#8211; namen z\u00edjn eindig, ze verdwijnen, raken in onbruik, worden vervangen door andere, gaan soms iets geheel tegengestelds betekenen. Maar hoe kan een naam, in al zijn eindigheid, \u2018het donkere\u2019 zijn? Omdat een naam, zolang hij leeft, licht werpt op een ding. Een ding noemen is het verhelderen, het in het licht stellen. Van een naam die niet meer bestaat, is het licht gedoofd, en die eigenschap van eindigheid, als zodanig ook inherent aan lengte, is schaduw als het ware, niet <i>het donker<\/i>, niet een zelfstandigheid, maar \u2018het donkere\u2019, slechts gebr\u00e8k aan licht, een zuiver negativum. Daar komt nog bij dat in \u2018de lengte van het licht\u2019 lengte niet een uitgebreidheid in de ruimte is, maar duur, ruimte van tijd. De afstand immers die het licht aflegt, wordt gemeten in licht<i>jaren<\/i>, een tijdseenheid, z\u00f3 astronomisch groot en langdurend, dat de eindigheid van een naam daarin het donkere is. Zo gaan over de brug tussen tijd en ruimte betekenissen wederzijds verbindingen aan, en in dat donkere gaat ons n\u00f3g een lichtje op: bedek met de letters van de naam ASTER de vijf letters van LICHT, en zie: \u2018in al zijn eindigheid\u2019, vijf letters, is die naam het donkere in de lengte van het woord <i>licht<\/i>.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 125]<\/div>\r\n<p>Opnieuw herinnerd aan de Maan, als \u2018l&#8217;astre des nuits\u2019, kan men vaststellen dat de maanschijf, eenmaal een zodanige positie ingenomen hebbend tussen zon en aarde dat wij van zonsverduistering spreken, evenals in haar steeds terugkerende eindigheid van slechts nachtelijk zichtbaar hemellichaam, \u2018het donkere\u2019 is \u2018in de lengte van het licht\u2019, een licht dat zij alleen maar kan weerkaatsen &#8211; waarbij het meest voor de hand liggende t\u00f3ch frappeert: dat MAAN spiegelschrift is van NAAM.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Doordat de naam <i>Aster<\/i> het Griekse woord voor <i>ster<\/i> is, zinspeelt die zesde regel, behalve dat zij een wijsgerig-bespiegelende betekenis heeft en een zuiver verbale, op nog een derde, nl. een die stamt uit de fysica. Men zal zeggen: van de lengte van het licht naar de golflengte &#8211; il n&#8217;y a qu&#8217;un pas, maar meer dan om de golflengte gaat het hier om het verschijnsel van de interferentie. Lichtgolven planten zich voort in alle richtingen. Waar nu de trillingsbeweging bij geluidsgolven (in de vrije lucht) in dezelfde richting verloopt als de voortplantingsbeweging en daarom longitudinaal wordt genoemd, daar heten lichtgolven transversaal, wat wil zeggen: hun trillingsrichting staat loodrecht op hun voortplantingsrichting. De trilling is de eigenlijke straling. In de optica heeft men door proeven vastgesteld, dat van twee aan elkaar tegengestelde golfbewegingen die in elk punt van hun baan exact elkaars tegendeel zijn, de trillingsrichtingen elkaar opheffen, elkaars straling teniet doen, op grond waarvan interferentie (tussenkomst, inmenging) wordt omschreven als het verschijnsel waarbij onder bepaalde omstandigheden licht, bij licht gevoegd, duisternis oplevert. Gegeven nu, dat reeds in de tweede regel van het gedicht sprake was van een interferentie: de tussenkomst of inmenging van de astero\u00efden tussen Mars en Jupiter; gegeven vooral de betekenis van <i>aster<\/i> (Grieks \u1f00\u03c3\u03c4\u03b7\u03c1) als ster, hemellicht, lichtbron derhalve, dan is dat licht van een ster \u2018in al zijn eindigheid\u2019, als het exacte tegendeel van de oneindigheid, \u2018het donkere\u2019 in het eeuwigdurend licht; anders gezegd: zo lang de eindigheid van dat sterrelicht duurt, belemmert zij, hoe tijdelijk ook, de aanschouwing van het licht dat zonder begin en zonder einde is.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Op gezag van die ondoorgrondelijkheid is geloven een vorm van weten,\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 126]<\/div><p>een besef waarin zonder betweterij de overtuiging gestalte krijgt dat wat ons in <i>dit<\/i> leven niet wordt geopenbaard, eenmaal, bij gegroeid bewustzijn, als vanzelfsprekende kennis ons eigen zal zijn:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">en tot de tijd, dat ik hem beter weet,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">geloof ik, dat hij zo ook heet.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Hier eindigt het gedicht, met een uiting van bescheidenheid, geduld, en berusting in eigen beperktheid. De dichter weet de naam, en hij weet hem niet. Hij weet hoe hij luidt, maar waar een naam slechts een etiket is op het diepere wezen van een ding, weet hij hem niet. Dat wezen is een dimensie m\u00e9\u00e9r dan de naam, zoals de tijd een van de mogelijke vierde dimensies bij de ruimte is.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Soms is een vorm metterdaad symbool van een \u00e0ndere werkelijkheid. Dit gedicht verzwijgt tot het laatst toe de naam, en is daarmee qua vorm niet anders dan dienstbaar aan het mysterie dat door Pierre Kemp met ontzag wordt versluierd. Snorkende successen van de ruimtevaart ten spijt &#8211; voor een dichter is de Maan een geheim.<\/p><\/div><div class=\"wp-block-column dbnl-rechts is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:33.33%\"><div id=\"noten-apparaat\"><div class=\"interp\">\n<h3>Over dit hoofdstuk\/artikel<\/h3>\n<p><label>auteurs<\/label><\/p>\n<p> <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=hels013\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">W. Helsloot<\/a><\/p>\n<p>over  <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=kemp005\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Pierre Kemp<\/a><\/p>\n<br>\n<\/div><\/div><\/div><\/div>","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>[p. 115] W. Helsloot Geheim in schijngestalten \u2018tussen de mensen in te zijn als een tussen de stenen van de straat verloren steen; o dood getal in lege som alleen.\u2019 G. Achterberg I. Hoe verbergt een dichter zijn verwarring? Een voorbeeldig antwoord geeft Pierre Kemp met het gedicht NUL, uit Standard-Book of Classic Blacks, een&#8230; <a class=\"more-link\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/w-helslootgeheim-in-schijngestalten\/\">Lees verder <span class=\"read-more-arrow\"><\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","class_list":["post-301071","dbnl","type-dbnl","status-publish","hentry"],"acf":[],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO plugin v26.4 - https:\/\/yoast.com\/wordpress\/plugins\/seo\/ -->\n<title>W. Helsloot Geheim in schijngestalten &#183; Uitgeverij Van Oorschot<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/w-helslootgeheim-in-schijngestalten\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"W. Helsloot Geheim in schijngestalten &#183; Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"[p. 115] W. Helsloot Geheim in schijngestalten \u2018tussen de mensen in te zijn als een tussen de stenen van de straat verloren steen; o dood getal in lege som alleen.\u2019 G. Achterberg I. Hoe verbergt een dichter zijn verwarring? Een voorbeeldig antwoord geeft Pierre Kemp met het gedicht NUL, uit Standard-Book of Classic Blacks, een... Lees verder\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/w-helslootgeheim-in-schijngestalten\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"article:modified_time\" content=\"2021-06-04T13:22:08+00:00\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"19 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\/\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/w-helslootgeheim-in-schijngestalten\/\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/w-helslootgeheim-in-schijngestalten\/\",\"name\":\"W. Helsloot Geheim in schijngestalten &#183; Uitgeverij Van Oorschot\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\"},\"datePublished\":\"1979-12-31T23:00:15+00:00\",\"dateModified\":\"2021-06-04T13:22:08+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/w-helslootgeheim-in-schijngestalten\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/w-helslootgeheim-in-schijngestalten\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/w-helslootgeheim-in-schijngestalten\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"DBNL\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"W. Helsloot Geheim in schijngestalten\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\",\"name\":\"Uitgeverij Van Oorschot\",\"description\":\"\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"W. Helsloot Geheim in schijngestalten &#183; Uitgeverij Van Oorschot","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/w-helslootgeheim-in-schijngestalten\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"W. Helsloot Geheim in schijngestalten &#183; Uitgeverij Van Oorschot","og_description":"[p. 115] W. Helsloot Geheim in schijngestalten \u2018tussen de mensen in te zijn als een tussen de stenen van de straat verloren steen; o dood getal in lege som alleen.\u2019 G. Achterberg I. Hoe verbergt een dichter zijn verwarring? Een voorbeeldig antwoord geeft Pierre Kemp met het gedicht NUL, uit Standard-Book of Classic Blacks, een... Lees verder","og_url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/w-helslootgeheim-in-schijngestalten\/","og_site_name":"Uitgeverij Van Oorschot","article_modified_time":"2021-06-04T13:22:08+00:00","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"19 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/w-helslootgeheim-in-schijngestalten\/","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/w-helslootgeheim-in-schijngestalten\/","name":"W. Helsloot Geheim in schijngestalten &#183; Uitgeverij Van Oorschot","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website"},"datePublished":"1979-12-31T23:00:15+00:00","dateModified":"2021-06-04T13:22:08+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/w-helslootgeheim-in-schijngestalten\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/w-helslootgeheim-in-schijngestalten\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/w-helslootgeheim-in-schijngestalten\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"DBNL","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"W. Helsloot Geheim in schijngestalten"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/","name":"Uitgeverij Van Oorschot","description":"","potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"}]}},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl\/301071","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/dbnl"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=301071"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=301071"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}