{"id":301087,"date":"1980-01-01T00:00:29","date_gmt":"1979-12-31T23:00:29","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/dbnl\/jaap-goedegebuuremarsmans-naleven\/"},"modified":"2021-06-04T14:22:16","modified_gmt":"2021-06-04T13:22:16","slug":"jaap-goedegebuuremarsmans-naleven","status":"publish","type":"dbnl","link":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jaap-goedegebuuremarsmans-naleven\/","title":{"rendered":"Jaap Goedegebuure\r\nMarsmans naleven"},"content":{"rendered":"<div class=\"wp-block-columns alignwide is-layout-flex wp-container-core-columns-is-layout-9d6595d7 wp-block-columns-is-layout-flex\"><div class=\"wp-block-column dbnl-links is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:66.66%\">\r\n\r\n <interp type=\"primair\" value=\"goed004\"><\/interp><interp type=\"secundair\" value=\"mars005\"><\/interp><div class=\"pb\">[p. 228]<\/div>\r\n<a name=\"25\"><\/a>\r\n<h3>\r\n<i>Jaap Goedegebuure<\/i>\r\n\r\n<br>Marsmans naleven<\/h3>\r\n\r\n<p>Er valt een merkwaardige discrepantie te constateren tussen de rol die H. Marsman bij leven in de Nederlandse literatuur speelde, en de invloed die zijn werk daarna uitgeoefend heeft. Waar hij met Ter Braak en Du Perron hoort tot de leiders van een generatie, valt hij als voorbeeld voor de naoorlogse letterkunde praktisch weg vergeleken met de betekenis die de beide anderen krijgen toebedeeld in de toonaangevende literaire bladen: <i>Criterium<\/i>, <i>Libertinage<\/i> en <i>Podium<\/i>; al moet daaraan meteen worden toegevoegd dat in laatstgenoemd periodiek de beide voormalige Forumredacteuren weldra de functie van stootkussen krijgen toebedeeld. Maar dat deze twee naast bijval ook luidkeels verzet hebben gewekt (en nog wekken) wijst er op dat ze te beschouwen zijn als figuren van betekenis. Marsman daarentegen lijkt al spoedig het lot beschoren te zijn geweest van opname in het rijtje klassieke dichters die nog wel regelmatig als een brok nationaal cultuurgoed worden herdacht en herdrukt, maar die niet meer worden gelezen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Op het eerste oog lijkt het alsof de oorlog in de waardering voor Marsman een beslissende caesuur heeft aangebracht. Vlak na zijn dood, in september 1940, verschijnt er nog een honderden pagina&#8217;s dik herdenkingsnummer van het jongerentijdschrift <i>Criterium<\/i>, dat meer is dan een obligate verzameling van gelegenheidsstukjes of in memoriams met een overdosis aan lof en prijs. Han Hoekstra dicht en Halbo Kool schrijft over de gestorvene als een nog onmisbare en daarom levende voorpost, en zelfs in de woorden van de grootste scepticus onder de herdenkers, L.Th. Lehmann, klinkt zeer veel waardering en dankbaarheid. Het slot van het artikel dat Hoornik, op dat moment de onbetwistbare leider van de Criteriumgroep, wijdt aan <i>Tempel en kruis<\/i>, Marsmans po\u00ebtisch testament, is representatief voor de\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 229]<\/div><p>houding die de jongeren van 1940 tegenover Marsman innemen: hij wordt beschouwd als een belangrijk en voorbeeldig dichter van het voorgaande geslacht, in wie het eigen groepsstreven herkend wordt. Hoornik schrijft: \u201cWat Marsman, wiens in wezen Germaansche romantiek een tegenwicht zocht in de Latijnsche beschaving, eigenlijk wilde, n.l. de synthese van romantiek en rationalisme, van intellect, magie en mystiek, uitdrukking te geven dus aan den completen mensch, wil eigenlijk iedere kunstenaar.\u201d Een duidelijke projectie van het Criteriumprogramma, dat een \u2018romantischrationalistische\u2019 literatuur voorstond, deze zinsnede. De relatie tussen Marsman en <i>Criterium<\/i> komt overigens niet geheel uit de lucht vallen, want in het openbaar of in persoonlijke contacten, o.a. met Debrot, Hoornik en Achterberg, had hij zich al min of meer opgeworpen als mentor van de medewerkers aan dit tijdschrift. Een dergelijk optreden past geheel bij aspiraties tot het leiderschap, dat hij tussen 1922 en 1930 met wisselend succes ook daadwerkelijk uitoefende, en dat hem de reputatie van de \u2018dictator der jongeren\u2019 bezorgde.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Wat hield dat leiderschap precies in, en wat wilde Marsman ermee bereiken? Zelf zegt hij het, in 1933 gedesillusioneerd terugkijkend op het tijdvak dat tien jaar eerder begon: \u2018Ik heb in de eerste periode dat ik mede \u201cDe Vrije Bladen\u201d redigeerde niet enkel verlangd naar een sterk en bezielend groepsleven, naar het samenspannend verzet en \u00e9lan van een jeugd, ik heb zelfs bij vlagen dat leven en die bezieling gevoeld, in gesprekken met vrienden, in briefwisseling, een ogenblik misschien zelfs in de literatuur &#8211; en ik heb, maar volkomen vergeefs, gehoopt en verwacht, maar vooral toch: gehoopt, dat de brand die in mij en in enkele anderen brandde \u00f3ver zou slaan op een groep, op een jeugd, en een vuur worden zou dat ons leven, ons werk doorgloeien zou met een bij vele schakering eendere vlam. Deze droom heeft heel kort geduurd; ik heb links en rechts vrienden en vijanden, ook van mijn generatie, zien worden tot sterke belangrijke <i>individuen<\/i>, maar van een <i>gemeenschap<\/i> heb ik weinig of niets gezien of gevoeld. Ik heb hoop ik ook later nog, maar niet meer z\u00f3 overtuigd en veel meer wanhopig, dingen gezegd en accenten gevonden die electriserend hebben gewerkt, maar ik voor mij heb noch van die opruiersstukken, noch van mijn vitalistische critieken ook maar een schim van de uitwerking gezien\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 230]<\/div><p>waarom het mij was te doen. De collectiviteit, ook van de jeugd, is de collectiviteit gebleven, lauw en voorzichtig beschouwelijk.\u2019<a href=\"#010\" name=\"010T\"><span class=\"notenr\">1.<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Aan dit vitalisme, dat Marsman in het stuk, waaruit het bovenstaande is geciteerd, dood verklaart met het argument \u2018le vitalisme c&#8217;\u00e9tait moi\u2019, zijn een aantal aspecten te onderscheiden. In de eerste plaats is er de drift naar \u2018een groots en meeslepend leven\u2019 die hij in zijn po\u00ebzie heeft uitgesproken, en waar zijn proza bij vlagen de geforceerdste uitwassen van bevat; ik denk aan <i>De vliegende Hollander<\/i> en de roman <i>Vera<\/i>. Het gaat hierbij om een wilde sprong in het duister, waarbij dynamiek, \u2018snelheid\u2019, \u2018vermetelheid\u2019, \u2018durf\u2019 en spanning belangrijker zijn dan de richting waarheen het elan gericht wordt. En als Marsman dan al uitspreekt wat de te vormen gemeenschap is die hij op het oog heeft, doet hij dat pas wanneer hij zich het richtingloze van zijn ideologie bewust is geworden; onder druk van maatschappelijke verwording en ondergangstendenzen die hij alom ziet, wordt zijn actie in politiek opzicht tot een rechtse reactie: hij verklaart zich, mede onder invloed van de integralistische katholiek Gerard Bruning, voor een herstel van de Middeleeuwse standenmaatschappij, een volgens strakke hi\u00ebrarchie opgebouwd sociaal organisme met een gemeenschappelijke religie als bindend ferment. Die conceptie verklaart zijn sympathiebetuigingen met en toenadering tot katholicisme en fascisme, zonder dat hij zich ooit zal bekeren of aansluiten bij een zwarte of bruine partij.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Een belangrijke belemmering die hem de intrede in de kerk van Rome onmogelijk maakte was zijn weigering het offer van zijn individualiteit te brengen, en het was dezelfde gezindheid die hem er van afhield zich aan te sluiten bij een politieke organisatie. Eind 1933, toen zijn affiniteit met het fascisme nog onverminderd was, schreef hij in de aanhef van zijn onvoltooid en ongepubliceerd gebleven roman <i>De twee vrienden<\/i> dat hij in iedere gemeenschap zou opkomen voor het recht van het individu, \u2018tenzij ik zou zien dat er een gemeenschap bestond of bestaanbaar was die niet in strijd was met het individu. Maar tot nu toe zie ik dat iedere gemeenschap de individu knecht en verminkt. (&#8230;) Dit is de doem van allen die gebrandmerkt zijn met het vuur van den geest: dat zij om ten volle te kunnen leven voor zich en voor allen wenschen een schoone hi\u00ebrarchische orde die de weerspiegeling is van de orde van het heelal, maar dat hun drang om niets\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 231]<\/div><p>anders toe te behoren dan den demon die in hen woont, hen verbiedt zich geheel aan die droom van een schoone gemeenschap toe te vertrouwen, laat staan aan het vleesch worden van die droom. Iedere dichter is of hij wil of niet de vijand van de gemeenschap zelfs van de ideale gemeenschap waarvan hij in zijn harmonische oogenblikken droomt.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De eis van een intens leven lijkt moeilijk verenigbaar met de eis die Marsman aan po\u00ebzie stelde: verstildheid en orde. Toch vormen beide eisen in een onlosmakelijke combinatie de basis van Marsmans vitalistische po\u00ebzietheorie, die tussen 1925 en 1928 ontwikkeld wordt. \u2018De waarde van een kunstwerk zal worden bepaald door de mate waarin intens leven in intense po\u00ebzie is omgezet\u2019, stelt hij in 1926. \u2018Graan des levens wordt omgestookt tot jenever der po\u00ebzie\u2019; in dit befaamde aforisme drukt Marsman uit \u2018dat er overvloed aan vitaliteit wordt gevraagd\u2019. De dichterlijke \u2018vormkracht\u2019 (een kernbegrip in deze theorie) transformeert \u2018de potentieele chaos van het leven tot de re\u00ebele kosmos der po\u00ebzie\u2019.<a href=\"#011\" name=\"011T\"><span class=\"notenr\">2.<\/span><\/a> Scheppen is daarom de opperste levensfunctie, en \u2018juist vitalisten hechten aan vormkracht, want vorm is de levenskracht zelf\u2019.<a href=\"#012\" name=\"012T\"><span class=\"notenr\">3.<\/span><\/a> Leven en kunst zijn zo \u2018ongescheiden-onderscheiden \u00e9\u00e9n.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Wanneer hij via zijn literaire connecties in het katholieke kamp kennis heeft gemaakt met het werk van de neo-thomistische filosoof Maritain krijgt de theorie een nadrukkelijk metafysisch fundament. Hij zal dan schrijven: \u2018een groot, fel vormvermogen alleen transformeert die ruwe, chaotische oerstof tot re\u00eble God-weerspiegelende orde. Om zijn levenskracht en goddelijkheid vereer en verweer ik den vorm\u2019.<a href=\"#013\" name=\"013T\"><span class=\"notenr\">4.<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In het aanvankelijk richtingloze vitalisme was zo een levensbeschouwelijk element binnengeslopen, dat het mogelijk maakte dat Marsman, niet alleen om de als inspirerend ervaren po\u00ebzie van <i>Verzen<\/i> en <i>Paradise regained<\/i>, maar ook om zijn literatuuropvatting en kritisch standpunt, een leidinggevende rol ging spelen in ruimere kring dan zijn eigen <i>Vrije bladen<\/i>. In het katholieke tijdschrift <i>De gemeenschap<\/i> bijvoorbeeld bestond buitengewoon veel affiniteit met zijn artistieke en maatschappelijke standpunten, juist in hun onderlinge relatie. In Vrije bladen-kring ging men zich steeds meer concentreren op het esthetisch aspect van de vitalistische schoonheidsleer, zoals door Marsman gepredikt. Er hoeft niet aan te worden getwijfeld dat\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 232]<\/div><p>Marsman het een en ander te danken had aan Nijhoffs opvatting over het \u2018eigen leven\u2019 van het vers, al had hij er in een vroeg stadium ook al geen misverstand over laten bestaan dat hij de consequentie van die these: dor formalisme, verfoeide. Maar juist de nadruk op de onderscheiding van leven en kunst, van de \u2018autonomie\u2019 van het gedicht in de receptie van Marsmans theorie\u00ebn aan de kant van de Vrije bladen-groep, zette de deur wijd open voor het epigonisme waar Marsman zelf nota bene zo fel tegen van leer getrokken was.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Toen zijn naaste medewerker Binnendijk in de inleiding van zijn po\u00ebziebloemlezing <i>Prisma<\/i> de opvattingen van Nijhoff en Marsman over \u2018eigen leven\u2019 en \u2018creativiteit\u2019 als maatstaven poneerde, voelde Ter Braak, die gedurende zijn medewerking aan <i>De vrije bladen<\/i> sinds 1925 was ge\u00ebvolueerd van estheet tot personalist, zich geroepen bezwaar te maken, weldra bijgevallen door Du Perron. Hun gezamenlijke actie luidt het einde van <i>De vrije bladen<\/i> als levend tijdschrift in, leidt weldra tot de oprichting van <i>Forum<\/i>, en markeert een fase in Marsmans optreden als literair figuur. Deels vrijwillig, deels omdat hij wordt overvleugeld door het Forum-tweetal verdwijnt hij voorlopig naar de achtergrond. Tussen 1930 en 1935 vermindert hij zijn activiteiten als kritikus, terwijl hij verder, mede ten gevolge van zijn terugkeer uit het voorportaal van de Moederkerk, zijn vitalistische po\u00ebtica met katholieke inslag gaandeweg loslaat, op enkele stuiptrekkingen na.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Pas nadat hij een reis door het Middellandse zeegebied heeft gemaakt om zijn horizon te verbreden en er de oplossing te zoeken voor een aantal problemen waarin hij was vastgelopen, zal hij weer kritiek gaan bedrijven, niet alleen literair ditmaal, maar vooral ook, ge\u00efnspireerd door Jacob Burckhardt en Nietzsche, en onder druk van de opkomende totalitaire machten, cultuurkritiek. De motivatie daarbij is onverminderd die van een gedrevenheid om in te willen grijpen in het lot van de samenleving.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Na 1938, wanneer Marsman met het verschijnen van het door hemzelf samengestelde <i>Verzameld werk<\/i> gecanoniseerd is, gaat hij zich intensief bezig houden met generatie schrijvers en dichters die het geslacht Ter Braak, Du Perron, Vestdijk, Slauerhoff en hemzelf is op gaan volgen als \u2018de jongeren\u2019: Hoornik, Den Brabander, Van Hattum, Van der Steen, Van der Veen, Morri\u00ebn, Vasalis, Gomperts en Lehmann. De stukken die hij aan deze groep\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 233]<\/div><p>wijdt zijn niet vanuit het standpunt van de belangstellende, maar ook enigszins afwachtende oudere en bezadigder literator geschreven, maar verraden de nog immer levende behoefte zich actief met de wordende letterkunde bezig te houden. Een essay als \u2018De richting der jeugd\u2019 heeft naast een informatieve ook een sterk stimulerende strekking. Zo constateert Marsman het ontbreken van een groepsvormend en profilerend tijdschrift, wat naar zijn mening leidt tot \u2018een staat van halve onbekendheid en onoverzichtelijk isolement\u2019, die de levenskans van de nieuwe literatuur \u2018stellig niet vergroten\u2019. Sprekend uit eigen ervaring merkt hij op dat een tijdelijk brandpunt van literaire meningsvorming van \u2018eminente betekenis\u2019 kan zijn. \u2018Tijdelijk &#8211; meer is ook niet nodig: na een periode van gemeenschappelijk verzet, van diepgaand persoonlijk contact, van uitwisseling, grootspraak en verblinding, stuk voor stuk de uitingen van een bezield, saamhorig jong leven, gaat men, wellicht na de heftigste botsing, voor goed of voor lang weer uiteen; maar het tijdschrift heeft, mits het aan een gemeenschappelijken drang, een norm, een criterium is ontsprongen, zijn werking gehad, het heeft het gezicht van den tijd en zelfs van het leven, in geringe of hevige mate, maar in beide gevallen <i>onmiskenbaar<\/i>, veranderd en gemerkt.\u2019<a href=\"#014\" name=\"014T\"><span class=\"notenr\">5.<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Een criterium\u2019. Misschien is het niet toevallig dat een aantal schrijvers en dichters die zo kort voor 1940 als de nieuwe generatie gelden, na een tijdelijk verband in het blad <i>Werk<\/i>, een programmatisch tijdschrift opricht dat <i>Criterium<\/i> heet. De eerste redacteuren zijn Cola Debrot, Han Hoekstra en Ed. Hoornik. De laatste, al spoedig de feitelijke leider van <i>Criterium<\/i>, staat dan al enige jaren met Marsman in schriftelijk contact, Debrot en Marsman kennen elkaar al vanaf 1932, toen ze beiden in Utrecht woonden. In zijn bijdrage aan het herdenkingsnummer van <i>Criterium<\/i> meldt Debrot dat hij van nabij de wording van het essay \u2018De aesthetiek der reporters\u2019 meemaakte, een stuk dat bij eerste publicatie in <i>Forum<\/i> aan hem werd opgedragen, en waarmee hij per brief (als ongepubliceerd document bewaard in het Marsman-archief van de Koninklijke Bibliotheek) zijn instemming betuigde. Bij de samenstelling van zijn verzamelde kritieken in 1938 nam Marsman dit stuk als inleiding op, een bewuste keus, want hij had er indertijd zeer duidelijk zijn positie mee bepaald: tussen de estheten van de inmiddels ter\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 234]<\/div><p>ziele gegane <i>Vrije bladen<\/i> en de personalisten van <i>Forum<\/i>. Hij kant zich daar tegen de moderne zakelijkheid als norm, en maakt, \u00e0 la Verwey, een onderscheid tussen de reportage als afbeelding, en het literaire werk als verbeelding. Alleen de kunstenaar \u2018kent den droom die meer dan het ding is\u2019; hij wil om de tijd niet vergeten \u2018wat boven den tijd ligt en om de zichtbare werkelijkheid\u2019 niet wil \u2018afzien van wat onzichtbaar is en achter den mensch, zwakke maar onbedrieglijke teekenen in de richting van het geheim\u2019. De vitalistische term vormkracht heeft plaats gemaakt voor het begrip verbeelding, maar in essentie is de therorie hetzelfde gebleven: \u2018Ver-beelden, her-scheppen, purifieeren van materie tot vorm\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het is juist Debrot, die de inleidende verklaring bij het eerste nummer van <i>Criterium<\/i> ondertekent, en als \u2018programma\u2019 van het blad een synthese tussen <i>De vrije bladen<\/i> en <i>Forum<\/i> voorstaat: een romantisch rationalisme; en hoewel hij Marsmans \u2018Aesthetiek der reporters\u2019 niet noemt, is de nawerking ervan op zijn literair credo duidelijk. Zoals gezegd, komt hij er in het septembernummer, naar aanleiding van Marsmans dood, wel op terug. Zijn uitlatingen, en die van Hoornik, maken Marsmans mentorsrol aannemelijk.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Dat Marsman goed inzag wat de jongere generatie bewoog, blijkt uit een andere passage in \u2018De richting der jeugd\u2019. \u2018Ik behoef hier geen deerniswekkend tafereel op te hangen van den nood van den tijd, waarmee reeds genoeg gesold wordt door lieden van allerlei slag, maar \u00e9en ding is zeker: zij die nu veertig zijn, hebben nog iets gekend van een veiligheid, een althans uiterlijke gezondheid, een idyllische stabiliteit, die weliswaar spoedig niets dan schijn bleek te zijn, maar ook de schijn heeft zijn waarde, en voor de op <i>dit<\/i> moment jeugdige mensen heeft zelfs die schijn niet bestaan. Zij denken dat wij dromen of fabuleren of zwetsen als wij vertellen over de jaren waarin wij ontwaakten. Het is waar, ook wij zijn in menig opzicht en niet tot ons nadeel ontnuchterd &#8211; zij daarentegen werden ontgoocheld geboren.\u2019 En als mogelijke wereldbeschouwing, die de basis voor literatuuropvatting is, biedt hij aan \u2018een aanvaarding, die het leven niet alleen ziet, maar ook neemt zoals het is, met een harden, maar helderen blik. Deze aanvaarding tenslotte verraadt, enkel reeds door te aanvaarden, een mannelijke weerbaarheid, die, aanvankelijk bijna onmerkbaar en ook door haar dragers onopgemerkt, kan overgaan in een geloof: de overtuiging dat het\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 235]<\/div><p>leven als geheel moet worden geleefd. Zij zou, in verschillende graden en nuances, het richtsnoer kunnen worden van een geslacht dat zijn bestaan met een door het huidige leven volkomen gerechtvaardigd pessimisme zonder een schim van illusies begon.\u2019<a href=\"#015\" name=\"015T\"><span class=\"notenr\">6.<\/span><\/a> Het is niet helemaal hetzelfde als het in de po\u00ebtische praktijk opteren voor het \u2018klein geluk\u2019 dat de werkelijkheidsaanvaarding van de Criteriumgroep kenmerkt; in Marsmans formule schuilt de ge\u00efnspireerdheid van een Nietzscheaans amor fati, dat na 1934 in de plaats is gekom en voor het streven naar een groots en meeslepend leven, en dat verantwoordelijk is voor de bezielde retoriek van <i>Tempel en kruis<\/i>, een retoriek die men in de romantisch-rationalistische po\u00ebzie van Hoornik, Den Brabander, Lehmann en anderen tevergeefs zal zoeken. De ene uitzondering, Robert Franquinet, blijft te veel een ge\u00efsoleerd en door Marsman ook wel overschat geval.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Maar hoezeer Marsman de stemming van de jeugd goed gepeild heeft, blijkt bv. uit deze woorden van Hoornik, geschreven bij de opening van de tweede jaargang van <i>Criterium<\/i>: \u2018Marsman die de gemeenschap verweet niet te beseffen, wat zij de persoonlijkheid schuldig is, die in eigen hart en ziel de conflicten uitvocht, waarvan de slechting ook haar bestaan zou verbeteren en haar cultuur zou verrijken, werd als wij individualist uit nood. Dit terugtrekken op eigen gebied leverde in de po\u00ebzie een somber beeld op, waaruit de tragiek van al het individueel-levende in dubbele mate spreekt. Want meer nog dan die verworpenheid zelve, zooals bij den dichter J.C. Bloem, werd het hoofdthema van onze po\u00ebzie de realiteit, die haar veroorzaakt. Er ontstond een psychologisch realisme, dat de zaken niet verfraaide en de dingen bij hun naam noemde, waaruit de geijkte schoonheid geheel gebannen was, en waaraan de aesthetische vooringenomenheid van de etherische lyrici zich wel moest stooten. (&#8230;)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Slechts de enkeling vroeg om een grooter bevrijdenden droom, en maar weinigen wilden hun verlatenheid die ook de onze was, verbeeld zien in po\u00ebtische vormen. Tot dien droom waren wij niet bij machte. Wij sliepen niet meer als Marsman met den Melkweg, maar met de sterren van springende granaten.\u2019 In het tweede deel van dit programmatische stuk benadert Hoornik niet alleen de analyse en het perspectief dat Marsman heeft gesteld, maar ook diens toon, zoals die klinkt in de cultuurkritiek van diens\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 236]<\/div><p>laatste jaren en in <i>Tempel en kruis<\/i>: \u2018De scheppende mensch tot in zijn doodsverlangen toe, verwerpt het leven niet, zoolang hij creatief is. Er komt een avond, dat hij \u201cden onuitsprekelijken hemel\u201d weder ziet, dat hij, ook zonder wijsgeerige bezinning, het onvergankelijke boven het tijdelijke stelt, den droom boven de realiteit, dat hij het lijden en het geluk, het gemis en de verwachting erkent als de wezenlijke factoren van de menschelijke tragiek <i>in alle tijden<\/i>. Ook wij zagen het: maan en sterren boven een turbulente uiteengeslagen wereld: een werkelijkheid, die wij ondanks alles toch konden aanvaarden, een realiteit, die tot op vandaag de bron onzer verbeelding bleef en, op een hooger plan gebracht, \u201cHinausgeht \u00fcber die sinnliche Erfahrung mit der Tendenz sich zu dem was hinter den Dingen liegt zum Geistigen zu erheben\u201d\u2019.<a href=\"#016\" name=\"016T\"><span class=\"notenr\">7.<\/span><\/a> Een uitlating als deze wekt duidelijke herinneringen aan het in \u2018De aesthetiek der reporters\u2019 door Marsman verhongerde standpunt \u00e8n aan de slotregels van <i>Tempel en kruis<\/i>:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>zolang de europese wereld leeft<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>en<\/i>, <i>bloedend<\/i>, <i>droomt den roekelozen droom<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>waarin het kruishout als een wijnstok rankt<\/i>,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>rust hier de bron<\/i>, <i>zweeft boven d\u00e9ze zee<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>het lichten van den creatieven geest<\/i>.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>De lijn van romantisch rationalisme, die zijn inspiratie voor een niet onbelangrijk deel aan Marsman dankt, wordt echter al spoedig afgebroken wanneer eerst aan het eind van 1941 <i>Criterium<\/i> wordt opgeheven, en Hoornik spoedig daarna in een Duits concentratiekamp belandt. In al die oorlogsjaren is er slechts \u00e9\u00e9n duidelijke adhaesiebetuiging aan de figuur Marsman: het essay <i>Het hooglied van de creativiteit<\/i> van Erik Martens (ps. van de latere hoogleraar en humanist J.P. van Praag), een outsider in literaire kringen, wiens boekje bovendien clandestien wordt gepubliceerd, en tot op de dag van vandaag nauwelijks opgemerkt.<a href=\"#017\" name=\"017T\"><span class=\"notenr\">8.<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Wanneer na de oorlog <i>Criterium<\/i> opnieuw wordt uitgegeven treden de vroegere redacteuren Debrot en Hoornik er niet meer in een leidinggevende rol op, en lijkt het met een lijn-Marsman definitief gedaan. Gomperts manifesteert zich als belangrijk kritikus en relativeert de rol van\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 237]<\/div><p>Marsman sterk, wanneer hij de vitalistische stukken vergelijkt met het bespelen van een zuchtend en steunend fornuis.<a href=\"#018\" name=\"018T\"><span class=\"notenr\">9.<\/span><\/a> Ter Braak en Du Perron zijn de grote leermeesters van de na-oorlogse generatie, zelfs nog voor Hermans, die zich pas na 1950 van deze voorbeelden distantieert, maar dat dan ook op een krachtdadige wijze. Hij heeft dan inmiddels wel de overgang gemaakt van <i>Criterium<\/i> naar <i>Podium<\/i>, waar men van meet af aan minder onvoorwaardelijk het gezag van Ter Braak en Du Perron accepteert als in <i>Criterium<\/i>, en na 1948, in <i>Libertinage<\/i>. Zo doet Rodenko een geforceerde poging zich van Ter Braaks burger-dichter antithese los te maken, maar door Fokke Sierksma, de belangrijkste woordvoerder van de Podiumgroep op dit moment, wordt hij snel met zijn neus op de afhankelijkheid van Ter Braak gedrukt. Ook Sierksma zelf staat duidelijk onder Terbraakiaanse invloed,<a href=\"#019\" name=\"019T\"><span class=\"notenr\">10.<\/span><\/a> getuige de titel en de inhoud van de bundel waarin hij de essays die hij in deze jaren schrijft bundelt: <i>Schoonheid als eigenbelang<\/i>. Ook bij hem is Marsman nog slechts te horen in de vorm van een geciteerde versregel of een aangehaalde opvatting waarmee wordt ingestemd; maar meer dan terloops is het niet. Uit dit alles blijkt dat, evenals in 1931 na de uitkomst van het debat over <i>Prisma<\/i>, een naast elkaar optreden van de tandem Ter Braak-Du Perron en Marsman als literaire leiders uitgesloten is. In beide gevallen verdwijnt Marsman naar het tweede plan, in laatste instantie definitief.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Alleen in het tijdschrift <i>Columbus<\/i>, dat zich na 1945 heeft geformeerd uit een drietal literaire periodiekjes, een bundeling die niet kan voorkomen dat het na twee jaargangen opgaat in <i>Podium<\/i>, valt min of meer een theoretisch teruggrijpen op Marsman te constateren. Zo wordt in de inleiding van het eerste nummer, van oktober 1945, gesteld \u2018dat de kunst, ons proza en onze po\u00ebzie, voor ons niet anders meer is te verstaan, dan als een functionele menselijke uiting: \u2018gelebtes Leben\u2019. Lijkt dit veel op het scheppen als opperste levensfunctie van Marsman, in het vervolg wordt van diens vitalisme enige afstand genomen, met behoud van het persoonlijkheidscriterium, dat na Marsman met grotere kracht gesteld werd door <i>Forum<\/i>: Wij erkennen dus opnieuw de waarde der persoonlijkheid, aangezien persoonlijkheid voor ons \u2018mens-zijn\u2019 betekent, hetgeen &#8211; niet zozeer in vitalistische als wel in vitale zin &#8211; synoniem is met \u2018Leven\u2019.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 238]<\/div>\r\n<p>In <i>Libertinage<\/i> tenslotte wordt Marsman via de voorpublicaties van Arthur Lehnings biografische studie <i>De vriend van mijn jeugd<\/i> in de literatuurgeschiedenis bijgezet. Weldra volgen de eerste wetenschappelijke studies en proefschriften, waarbij het opvallend is dat er van de kant van Vlamingen als Ren\u00e9 Verbeeck en Paul de Wispelaere de grootste waardering bestaat; niet zo verwonderlijk wanneer bedacht wordt dat de nuchter-relativerende reactie die met <i>Forum<\/i> in de po\u00ebzie optrad, in Vlaanderen nooit zo is aangeslagen. Men kon daar gevoelig blijven voor exuberante lyriek.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Een duidelijke wending in de over het algemeen positieve, maar niet erg levendige en stimulerende Marsman-receptie lijkt aan te breken met het artikel \u2018Marsman voor jong en oud\u2019 dat Oversteegen publiceert in <i>Raster<\/i> van april 1967. Hij laat daarin de \u2018mythe\u2019 Marsman: de altijd jeugdige, impulsieve en stimulerende persoonlijkheid, onaangetast, maar trekt de waarde van de gedichten in twijfel. \u2018De vriendschap van deze man moet even bijzonder geweest zijn, als zijn gedichten voor mij onleesbaar zijn, en vaak irritant.\u2019 Oversteegen constateert dat er voor het lezen van Marsmans po\u00ebzie wel een zeer speciale gevoeligheid nodig geweest is, die nu niet meer bestaat, getuige zijn ergenis over de incoherente en vaak tegenstrijdige beeldspraak, die soms doorslaat naar valse of lachwekkende metaforiek. Hij constateert de overvloed van over elkaar tuimelende en elkaar verdringende beelden, niet alleen in het op dit punt exuberante <i>Tempel en kruis<\/i>, maar ook in het werk dat daaraan vooraf gaat. De depreciatie voor de dichter Marsman voert zo ver dat Oversteegen zelfs de voorkeur geeft aan de schrijver van enkele verhalen en kritieken.<a href=\"#020\" name=\"020T\"><span class=\"notenr\">11.<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Een paar jaar later, in 1970, lijkt Jacques Kruithof zich bij dat standpunt aan te sluiten, wanneer hij bij enkele regels uit <i>Tempel en kruis<\/i> aantekent dat Marsman voor hem in de geschiedenis van de Nederlandse po\u00ebzie de grootmeester van de near-miss en het schampschot is.<a href=\"#021\" name=\"021T\"><span class=\"notenr\">12.<\/span><\/a> En deze opinie krijgt officieel een literair-wetenschappelijke bezegeling van Hannemieke Postma in haar proefschrift over Marsmans eerste bundel <i>Verzen<\/i>. Weliswaar is zij minder radicaal in haar afwijzing dan haar leermeester Oversteegen, en constateert in de door haar bestudeerde teksten veel van blijvende waarde, maar met een herhaling van de bezwaren \u2018incoherentie\u2019 en \u2018slordigheid\u2019 vraagt ze zich verbaasd af, waarom zo velen Marsman nog steeds als een groot dichter beschouwen.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 239]<\/div>\r\n<p>Ik heb zelf het idee dat het met de grootte van Marsmans supporterslegioen nogal meevalt. Toen de leeftijdsgroep, waartoe Oversteegen zelf behoort, van adolescent volwassen werd, dus tussen 1945 en 1955, bestond er geen kloof in de waardering voor de oudere schrijvers tussen de spraakmakende gemeente verzameld in <i>Criterium<\/i>, <i>Podium<\/i> en <i>Libertinage<\/i> en het lezerspubliek van die bladen. Het veronachtzaamde boek <i>Bij nader inzien<\/i> van J.J. Voskuil, dat cultuurhistorisch en sociologisch een onovertroffen tijdsdocument voor het eerste na-oorlogse decennium is, bevestigt volledig het beeld dat Ter Braak en Du Perron door de intellectuelen in aan was als halfgoden werden ge\u00eberd en ge\u00efmiteerd. Bij Voskuil doet men elkaar het <i>Verzameld werk<\/i> van Marsman wel eens cadeau bij feestelijke gelegenheden, maar als een autoriteit wordt hij niet beschouwd, en als dichter prefereert men Gorter.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Postma schrijft op blz. 434 van haar boek dat Marsmans po\u00ebzie voor adolescenten geschapen lijkt, en 37 pagina&#8217;s verder voegt ze daar aan toe dat dat naar haar idee te danken is aan zijn \u2018adolescent \u00e9lan, en niet te vergeten de ongecompliceerde, directe en enigszins na\u00efeve thematiek, die op een eenvoudig niveau al aanspreekt.\u2019 Ik heb als adolescent weinig van die voorkeur voor Marsman gemerkt bij mijn leeftijdgenoten, en geloof zelfs dat ik, met een paar anderen, tot een zeer kleine minderheid van uitzonderingen hoor. Als de dichter voor pubers bij uitstek werd Marsman halverwege de jaren vijftig vervangen door Lodeizen, die als hij voorzien was van het aureool der jonggestorvenen (die niet alleen door de goden, maar ook door het publiek zeer worden liefgehad), en die bovendien minder verheven en eigentijdser was.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Een van die uitzonderingen is Gerrit Krol, die op blz. 54 van <i>Het gemillimeterde hoofd<\/i> schrijft dat hij met Marsmans gedichten jarenlang heeft geleefd als met \u2018een geluk, een ziekte, tot het is overgegaan.\u2019 De sporen van de herkenning in de dichter van de kosmische zelfvergroting, die als een profeet opriep tot het vormen van een nieuwe gemeenschap zijn hier en daar in Krols eigen werk aan te treffen. Zo is de titelheld van het verhaal \u2018De zoon van de levende stad\u2019, die \u2018fietst door de straten van zijn holy city, die fietst en kijkt naar de mensen, alleen om te zien of ze voor of tegen hem zijn\u2019 het type van de \u2018Verhevene\u2019, de \u2018Heerser\u2019, die we kennen uit Marsmans eerste\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 240]<\/div><p>gedichten. En al noemt Oek de Jong Marsman nergens met name, Edo Mesch uit <i>Opwaaiende zomerjurken<\/i> is als puber een verre nazaat van deze verhevene. Trouwens, het door De Jong zelf als vitalistisch gekenmerkte, \u2018lebensbejahende\u2019 slot van deze roman, doet indirect aan Marsman denken. Persoonlijk komt me de jongen uit Willem van Toorns verhaal \u2018Vaders\u2019<a href=\"#022\" name=\"022T\"><span class=\"notenr\">13.<\/span><\/a> ook bekend voor, wanneer hij zijn meisje po\u00ebzie voorleest, \u2018vooral van Marsman \u201cLex barbarorum\u201d en \u201cSlaap met het donker, vrouw, slaap met den nacht\u201d\u2019. Zo lazen wij elkaar bij kaarslicht en onder hanebalken tijdens het middernachtelijk uur de gedichten van A. Roland Holst voor, zwaar ge\u00efmponeerd door het meeuwengekrijs, het gesuis van de wind en het elysisch verlangen. Zoals Roland Holsts werk vermoedelijk voorgoed op die elementen gefixeerd is, zo is het beeld dat nog van Marsman bestaat geassocieerd met het \u2018groots en meeslepend leven\u2019, een formulering die gelicht is uit het gedicht \u2018De grijsaard en de jongeling\u2019 dat ironisch genoeg geschreven werd toen de dichter zichzelf in zijn berusting meer verwant voelde aan de grijsaard dan aan de jongeling. Korte tijd daarop ontmoette hij Du Perron die hem terzijde stond bij het afkappen van zijn al te lyrische en retorische uitwassen. Het \u2018groots en meeslepend leven\u2019 klinkt dan af en toe nog eens als een zwak contramotief van een tendens die Marsman brengt tot meer parlando in zijn po\u00ebzie, meer psychologie in zijn proza en meer redelijke argumentatie in zijn kritieken. \u2018Groots en meeslepend leven\u2019 is ook een onderstroompje in <i>Met koele obsessie<\/i>, een boek dat Oscar de Wit, behorend tot dezelfde generatie als Krol en Van Toorn, niet had kunnen schrijven zonder het voorbeeld van Du\r\nPerron.<a href=\"#023\" name=\"023T\"><span class=\"notenr\">14.<\/span><\/a> Waar Marsman zelf bij leven al voor vreesde is een feit: zijn imago berust op een caricatuur, op het versteende beeld dat men wordt in zijn werk.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Wat is, als men voorbijgaat aan de onherroepelijke constatering dat Marsman als figuur literatuurgeschiedenis is geworden, zijn betekenis? Er kan met Oversteegen worden ingestemd dat die voor een belangrijk deel te vinden is in het derde deel en vierde deel <i>Verzameld werk<\/i>, het kritisch proza. Een studie als die over Ter Braak, portret dat ten dele ook zelfportret is, zoals vele van Marsmans kritische geschriften, \u2018Selbstaussage\u2019 als zijn lyriek, maar van een andere categorie, valt moeilijk in scherpte te overtreffen. De korte karakteristiek van de po\u00ebzie van Henri\u00ebtte Roland Holst is in al zijn\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 241]<\/div><p>beknoptheid het meest juiste wat ooit over haar is beweerd. En tot 1936 had niemand met zoveel inlevingsvermogen over Gorter geschreven als Marsman in het lange essay over de man die hij als de verpersoonlijking van het ideale dichtertype beschouwde.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Minder eens ben ik het met Oversteegens oordeel over Marsmans verhalend proza en zijn po\u00ebzie. Oversteegen prijst de verhalen, maar ik kan moeilijk inzien dat \u2018Teresa immaculata\u2019 en \u2018A.M.-B.\u2019 minder drakerig zouden zijn dan <i>Vera<\/i> en <i>De dood van Ang\u00e8le Degroux<\/i>, romans die hun belang meer ontlenen aan wat ze vertellen over de persoon Marsman dan aan kwaliteiten op het vlak van compositie, psychologisch inzicht en thematiek. Pas wanneer Marsman onverhuld over zichzelf schrijft, en zich niet veplicht ziet tot een geforceerde objectivering van zijn problematiek in romanpersonages, die hij ondanks al zijn moeite toch niet boven het niveau van tweederangsliteratuur weet te tillen, is hij als proza\u00efst boeiend; daarom lijken mij de \u2018Drie autobiografische stukken\u2019 en de \u2018Proeve van zelfcritiek\u2019 met die gedeelten uit <i>Zelfportret van J.F.<\/i>, waarin Jacques Fontein samenvalt met de dichter H. Marsman, te horen tot de top van zijn oeuvre.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Daarbij hoort ook een groot deel van zijn gedichten. Goed, hij heeft met \u2018Heimwee\u2019, \u2018Lex barbarorum\u2019 en \u2018Phoenix\u2019 overtuigende staaltjes van holle retoriek gegeven, aan te vullen met pendanten in de vorm van zichzelf overschreeuwend, bombastische beschouwingen en kritieken, die hij terecht voor het grootste deel uit zijn <i>Verzameld werk<\/i> heeft geweerd, maar die hem tonen als een wat warhoofdige en niet eens zo bijster origineel denker. De kracht van het merendeel van de bijna 160 gedichten die Marsman zelf van blijvende waarde vond, schuilt vaker in de dichterlijke bezieling die er uit spreekt, dan in een verrassende wending, een pakkend beeld of een oorspronkelijke zienswijze. Maar er zijn er enkele tientallen bij, die beantwoorden aan de door hemzelf gestelde eis dat ze \u2018gezuiverd van de tijd\u2019 zijn. In zijn vroegste po\u00ebzie zijn meesterstukken van spanning en complexiteit te vinden, bij een minimum aan middelen, zoals \u2018Amsterdam\u2019, \u2018Delft\u2019 en \u2018Weimar\u2019. Tussen de elegische en verstilde gedichten in <i>Witte vrouwen<\/i>, een weldadig intermezzo tussen het geforceerde vitalisme van <i>Paradise regained<\/i> en de verbeten doodspo\u00ebzie van <i>Porta nigra<\/i>, treft een ijl en absoluut on-Marsmaniaans vers als \u2018De bruid\u2019. En in <i>Tempel en kruis<\/i> staat\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 242]<\/div><p>naast \u00e9\u00e9n rederijkerige afdeling (\u2018De boot van Dionysos\u2019) de cyclus \u2018De wanhoop\u2019, 21 gedichten waarin het evenwicht is bereikt van een door sobere vormgeving ingetoomde emotionaliteit.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Het ergste is de literatuurgeschiedenis\u2019, schreef hij in 1932, terugblikkend op zijn vitalistische periode, en zoekend naar een nieuwe houding; \u2018te zien hoe een stuk van mij verleden is geworden, historie, verstening, het ligt in een museum, een mausoleum, het ligt op een kerkhof en verspreidt lijkenlucht. (&#8230;) Ik had vrij kunnen zijn, (&#8230;) ik had los kunnen zijn van mijn verleden, onversteend, vloeiend, ik had mij zelf kunnen zijn\u2019.<a href=\"#024\" name=\"024T\"><span class=\"notenr\">15.<\/span><\/a> De ironie van de geschiedenis wil dat de plaats die Marsman als historische figuur op het moment inneemt juist grotendeels wordt bepaald door die uitingen die getuigen van de wil vrij te blijven van de verstening, de hang naar \u2018het onbeperkt gezag van een nieuwen naam\u2019. Als dichter bij leven al in de schaduw gesteld door Slauerhoff, als romancier en verhalenschrijver onderdoend voor Vestdijk, en als kritikus alleen voor de po\u00ebzie een waardig concurrent voor Du Perron en Ter Braak; men zou haast geneigd zijn Marsman een plaats op de tweede rang toe te delen. Dat hij meer verdient, ondanks al zijn tekortkomingen, is te danken aan wat hij zelf heeft opgeroepen en vervolgens bestreden, zonder te kunnen verhinderen dat het ook na zijn dood bleef voortbestaan: de mythe van de eeuwig jonge dichter.<\/p><\/div><div class=\"wp-block-column dbnl-rechts is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:33.33%\"><div id=\"noten-apparaat\"><div class=\"interp\">\n<h3>Over dit hoofdstuk\/artikel<\/h3>\n<p><label>auteurs<\/label><\/p>\n<p> <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=goed004\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Jaap Goedegebuure<\/a><\/p>\n<p>over  <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=mars005\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">H. Marsman<\/a><\/p>\n<br>\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-010\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#010T\" name=\"010\"><span class=\"notenr\">1.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>H. Marsman, ?De dood van het vitalisme?. In <i>Verzameld werk<\/i>, Amsterdam 1960, p. 622.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-011\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#011T\" name=\"011\"><span class=\"notenr\">2.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>H. Marsman, <i>De anatomische les<\/i>, Bussum 1926, p. 97-101.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-012\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#012T\" name=\"012\"><span class=\"notenr\">3.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>\r\n<i>Verzameld werk<\/i>, p. 568.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-013\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#013T\" name=\"013\"><span class=\"notenr\">4.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Bespreking van Anton van Duinkerken, <i>Onder Gods oogen<\/i>, in de <span class=\"small-caps\">nrc<\/span> van 15 oktober 1927. Vergelijking met <i>Verzameld werk<\/i> p. 566 leert hoe met de supprimering van het woord ?God-weerspiegelende? een ongewenst stuk ?katholiserend? verleden verdoezeld moest worden; het is ??n voorbeeld uit vele.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-014\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#014T\" name=\"014\"><span class=\"notenr\">5.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>\r\n<i>Verzameld werk<\/i>, p. 842.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-015\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#015T\" name=\"015\"><span class=\"notenr\">6.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>\r\n<i>Verzameld werk<\/i>, p. 844.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-016\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#016T\" name=\"016\"><span class=\"notenr\">7.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Ed. Hoornik, ?Stand van zaken?. In <i>Criterium<\/i> 2 (1941) 1 (januari), p. 1-6.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-017\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#017T\" name=\"017\"><span class=\"notenr\">8.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Een herdruk verscheen zeer onlangs bij Bzzt?h te &#8216;s-Gravenhage.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-018\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#018T\" name=\"018\"><span class=\"notenr\">9.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>H.A. Gomperts, ?Kroniek?. In <i>Criterium<\/i> van oktober 1945, p. 46.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-019\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#019T\" name=\"019\"><span class=\"notenr\">10.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Sierksma zelf geeft overigens in deze tijd al toe dat hij ook veel te danken heeft aan Vestdijk, die via hem eerst als medewerker en later als redacteur <i>Podium<\/i> binnengehaald wordt.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-020\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#020T\" name=\"020\"><span class=\"notenr\">11.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>J.J. Oversteegen, ?Marsman voor jong en oud?. In <i>Raster<\/i> 1 (1967) 2 (april) p. 58-59.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-021\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#021T\" name=\"021\"><span class=\"notenr\">12.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Jacques Kruithof, ?Marsman?. In <i>Maatstaf<\/i> 17 (1969-1970) 10 (februari 1970), p. 666.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-022\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#022T\" name=\"022\"><span class=\"notenr\">13.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Opgenomen in <i>Het gevederd gevoel<\/i>, Den Haag 1980.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-023\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#023T\" name=\"023\"><span class=\"notenr\">14.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Ik schreef hierover uitvoeriger in ?De schrijver voor de spiegel? in <i>Tirade<\/i> 23 (1979) 248\/249 (september\/oktober), p. 469-478.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-024\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#024T\" name=\"024\"><span class=\"notenr\">15.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>?Naamloos en ongekend.? In <i>Verzameld werk<\/i>, p. 222-223.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><\/div><\/div><\/div>","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>[p. 228] Jaap Goedegebuure Marsmans naleven Er valt een merkwaardige discrepantie te constateren tussen de rol die H. Marsman bij leven in de Nederlandse literatuur speelde, en de invloed die zijn werk daarna uitgeoefend heeft. Waar hij met Ter Braak en Du Perron hoort tot de leiders van een generatie, valt hij als voorbeeld voor&#8230; <a class=\"more-link\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jaap-goedegebuuremarsmans-naleven\/\">Lees verder <span class=\"read-more-arrow\"><\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","class_list":["post-301087","dbnl","type-dbnl","status-publish","hentry"],"acf":[],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO plugin v26.4 - https:\/\/yoast.com\/wordpress\/plugins\/seo\/ -->\n<title>Jaap Goedegebuure Marsmans naleven &#183; Uitgeverij Van Oorschot<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jaap-goedegebuuremarsmans-naleven\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"Jaap Goedegebuure Marsmans naleven &#183; Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"[p. 228] Jaap Goedegebuure Marsmans naleven Er valt een merkwaardige discrepantie te constateren tussen de rol die H. Marsman bij leven in de Nederlandse literatuur speelde, en de invloed die zijn werk daarna uitgeoefend heeft. Waar hij met Ter Braak en Du Perron hoort tot de leiders van een generatie, valt hij als voorbeeld voor... Lees verder\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jaap-goedegebuuremarsmans-naleven\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"article:modified_time\" content=\"2021-06-04T13:22:16+00:00\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"28 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\/\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jaap-goedegebuuremarsmans-naleven\/\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jaap-goedegebuuremarsmans-naleven\/\",\"name\":\"Jaap Goedegebuure Marsmans naleven &#183; Uitgeverij Van Oorschot\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\"},\"datePublished\":\"1979-12-31T23:00:29+00:00\",\"dateModified\":\"2021-06-04T13:22:16+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jaap-goedegebuuremarsmans-naleven\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jaap-goedegebuuremarsmans-naleven\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jaap-goedegebuuremarsmans-naleven\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"DBNL\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"Jaap Goedegebuure Marsmans naleven\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\",\"name\":\"Uitgeverij Van Oorschot\",\"description\":\"\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"Jaap Goedegebuure Marsmans naleven &#183; Uitgeverij Van Oorschot","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jaap-goedegebuuremarsmans-naleven\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"Jaap Goedegebuure Marsmans naleven &#183; Uitgeverij Van Oorschot","og_description":"[p. 228] Jaap Goedegebuure Marsmans naleven Er valt een merkwaardige discrepantie te constateren tussen de rol die H. Marsman bij leven in de Nederlandse literatuur speelde, en de invloed die zijn werk daarna uitgeoefend heeft. Waar hij met Ter Braak en Du Perron hoort tot de leiders van een generatie, valt hij als voorbeeld voor... Lees verder","og_url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jaap-goedegebuuremarsmans-naleven\/","og_site_name":"Uitgeverij Van Oorschot","article_modified_time":"2021-06-04T13:22:16+00:00","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"28 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jaap-goedegebuuremarsmans-naleven\/","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jaap-goedegebuuremarsmans-naleven\/","name":"Jaap Goedegebuure Marsmans naleven &#183; Uitgeverij Van Oorschot","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website"},"datePublished":"1979-12-31T23:00:29+00:00","dateModified":"2021-06-04T13:22:16+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jaap-goedegebuuremarsmans-naleven\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jaap-goedegebuuremarsmans-naleven\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jaap-goedegebuuremarsmans-naleven\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"DBNL","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"Jaap Goedegebuure Marsmans naleven"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/","name":"Uitgeverij Van Oorschot","description":"","potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"}]}},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl\/301087","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/dbnl"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=301087"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=301087"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}