{"id":301174,"date":"1981-01-01T00:00:25","date_gmt":"1980-12-31T23:00:25","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/dbnl\/jeroen-brouwersliteratuur-en-zelfmoordaantekeningen-bij-mijn-lectuur-iven-wie-zal-zeggen-of\/"},"modified":"2021-06-04T14:23:00","modified_gmt":"2021-06-04T13:23:00","slug":"jeroen-brouwersliteratuur-en-zelfmoordaantekeningen-bij-mijn-lectuur-iven-wie-zal-zeggen-of","status":"publish","type":"dbnl","link":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jeroen-brouwersliteratuur-en-zelfmoordaantekeningen-bij-mijn-lectuur-iven-wie-zal-zeggen-of\/","title":{"rendered":"Jeroen Brouwers\r\n\r\nLiteratuur en zelfmoord\r\n\r\nAantekeningen bij mijn lectuur IV\r\n\r\n\u2018En &#8211; wie zal zeggen of&#8230;\u2019"},"content":{"rendered":"<div class=\"wp-block-columns alignwide is-layout-flex wp-container-core-columns-is-layout-9d6595d7 wp-block-columns-is-layout-flex\"><div class=\"wp-block-column dbnl-links is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:66.66%\">\r\n\r\n <interp type=\"primair\" value=\"brou033\"><\/interp><div class=\"pb\">[p. 180]<\/div>\r\n<a name=\"22\"><\/a>\r\n<h3>\r\n<i>Jeroen Brouwers<\/i>\r\n\r\n<br>\r\nLiteratuur en zelfmoord\r\n<br>\r\nAantekeningen bij mijn lectuur IV\r\n<br>\r\n\u2018En &#8211; wie zal zeggen of&#8230;\u2019<\/h3>\r\n\r\n<h4 class=\"small-margins\">1.<\/h4>\r\n\r\n<p>Een van de mooiste en opzienbarendste zelfmoorden uit de Griekse oudheid is die van Empedocles van Agrigentum, die vijf eeuwen v\u00f3\u00f3r Christus heeft geleefd. Op zekere dag gevoelde deze wijsgeer-dichter geen lust meer in het bestaan en wierp zich in de Etna, &#8211; net als, veel later, met een andere bedoeling, de baron Von M\u00fcnchhausen zou doen. Liep de laatste slechts brandwonden op aan verschillende delen van zijn lichaam, \u2018edele en onedele\u2019, zoals hij na afloop opgewekt zou vertellen, Empedocles liet in de borrelende vuurpan het leven: &#8211; zo althans wil het de legende. De waarheid is, dat Empedocles een natuurlijke dood stierf en daarbij hoogstwaarschijnlijk gewoon in bed lag.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ander voorbeeld, &#8211; per toeval ontdekt toen ik Charles B. Timmer, de eminente kenner van de Russische literatuur, om nadere gegevens vroeg over de zelfmoord van de Russische schrijver Nikolaj Vasilevitsj Oespenski (1837-1889). Omtrent deze Oespenski vermeldt de \u2018Moderne Encyclopedie der Wereldliteratuur\u2019: <i>Aan de drank verslaafd, vervalt hij in ellende en pleegt ten slotte zelfmoord.<\/i> Ik wilde weten (in het kader van mijn bedenkingen omtrent \u2018De trage zelfmoord\u2019, gepubliceerd in \u2018Tirade\u2019 nr 262) <i>hoe<\/i> Oespenski zijn zelfmoord had voltrokken. Charles B. Timmer schreef mij dat \u2018Oespenski\u2019 niet door zelfmoord, maar aan een hartinfarct was overleden, &#8211; maar dat \u2018Westerse literatuurhistorici van \u201czelfmoord\u201d hebben gesproken en wat erger is: geschreven (o.a. J. Lavrin)\u2019. Timmer bleek het in zijn brief echter niet te hebben over de door mij bedoelde Nikolaj Vasilevitsj -, maar over Gleb Ivanovitsj Oespenski (1843-1902, een neef van de alcoholist).<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 181]<\/div>\r\n<p>In een tweede brief lichtte Timmer het misverstand toe:<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018De Engelse professor die ik in mijn vorige brief noemde heet(te) Janko Lavrin, doceerde in Londen, schreef een paar literatuurgeschiedenissen, o.a. An Introduction to the Russian Novel, London, 1942, alwaar op p. 93 over Gleb Oespenski vermeld staat: \u201cHis moral isolation eventually led him to suicide\u201d. &#8211; De professor heeft dus de twee Oespenski&#8217;s door elkaar gehaald.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">(Hoe nu die \u00e0ndere Oespenski, de drinker, zelfmoord heeft begaan \u2018weet ik niet en weet kennelijk niemand\u2019<a href=\"#051\" name=\"051T\"><span class=\"notenr\">1.<\/span><\/a>.)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Aldus ontstaan de legenden, waarvan in de literatuur-over-zelfmoord de voorbeelden legio zijn, en waarvan ik, onder andere in het hoofdstuk \u2018De trage zelfmoord\u2019, al voorbeelden heb gegeven. Voldoende is, om, zoals in het geval van de geleerde Janko Lavrin, een slordige vergissing te begaan en de niet-zelfmoordenaar staat voor vele jaren, indien al niet voorgoed, als zelfmoordenaar geboekstaafd.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Nog een voorbeeld: &#8211; in de \u2018Brieven aan P.N. van Eyck\u2019 door J.C. Bloem,<a href=\"#052\" name=\"052T\"><span class=\"notenr\">2.<\/span><\/a> deel 1, bladzijde 163, voetnoot 5, is sprake van Bloems gedicht \u2018L\u00e9on Deubel\u2019, dat door Bloem werd opgedragen \u2018Aan de nagedachtenis van Dop Bles\u2019.<a href=\"#053\" name=\"053T\"><span class=\"notenr\">3.<\/span><\/a> De geleerde voetnootschrijver annoteert: () <i>de Nederlandse dichter Dop Bles, die half januari 1940 zelfmoord had gepleegd<\/i> ()&#8230;<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Nu heeft de Nederlandse dichter-prozaschrijver journalist en boekverkoper Dop (Adolf) Bles (1883-1940) helemaal geen zelfmoord gepleegd, &#8211; en dat in een wetenschappelijke, waarschijnlijk \u00e9\u00e9nmalige en dus nimmer te corrigeren uitgave te lezen staat dat dit w\u00e8l het geval zou zijn, is op zijn minst het tegendeel van wetenschappelijk te noemen, niettegenstaande de stoet van professors, doctors, professor-doctors, doctorandussen en prominente letterkundigen die voor deze uitgave verantwoordelijk en\/of mede-verantwoordelijk zijn. Dat Dop Bles door zelfmoord om het leven zou zijn gekomen is een merkwaardig gerucht, dat verschillende door mij erover ondervraagden weliswaar bekend was, maar dat geen van hen in staat was te bevestigen. (Andere ondervraagden kenden het gerucht niet, en toonden zich er verbaasd, zelfs verontwaardigd over.) De heer L.J.C. Boucher, boekverkoper te Den Haag, jarenlang bevriend met Dop Bles, schreef mij<a href=\"#054\" name=\"054T\"><span class=\"notenr\">4.<\/span><\/a> ten slotte: \u2018Op het algemeen Rijksarchief wordt o.a. een kartotheek bijgehouden aangaande de doodsoorzaak van de gehele bevolking.\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 182]<\/div><p>Die gegevens zijn volgens een bepaalde procedure wel te verkrijgen. In geval van mijn vriend Dop Bles leek me een negatieve verklaring voldoende, die de Rijksarchivaris mij gisteren verstrekte. Het is dus <i>niet<\/i> een geval van su\u00efcide.\u2019<a href=\"#055\" name=\"055T\"><span class=\"notenr\">5.<\/span><\/a><a href=\"#056\" name=\"056T\"><span class=\"notenr\">6.<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Legenden kunnen ook ontstaan als er bij wijze van gissing of stelling een niet te bewijzen bewering wordt gedaan, waarvan het vooralsnog waarschijnlijker is dat hij <i>niet<\/i> waar is dan dat hij <i>wel<\/i> waar zou zijn.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Zo heeft dr. Jaap Meijer in zijn studies (1976) over Jacques Perk (1859-1881) de hypothese geopperd dat de \u2018Heraut van de Tachtigers\u2019 best wel zo&#8217;n beetje misschien door zelfmoord zou kunnen zijn gestorven, &#8211; alleen: de hypothese is gebaseerd op al te weinig dat zelfs maar lijkt op enig tastbaar bewijs en is van een dusdanig ingewikkeld verknoopte warrigheid dat het mij onmogelijk is om er op in te gaan.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ook omtrent de dood van nog andere Nederlandstalige schrijvers wordt gesuggereerd dat deze door zelfmoord zou zijn of zou <i>kunnen<\/i> zijn veroorzaakt, terwijl daarvoor al evenmin ook maar een grein van bewijsvoering wordt verstrekt aangezien het niet voorhanden is: &#8211; het is legendevorming op grond van speculaties, interpretaties, vermoedens en ook soms wel op grond van doodgewoon geklets.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ik geef hier een paar voorbeelden:<\/p>\r\n\r\n<h4>2. <i>Louis Couperus<\/i>\r\n<\/h4>\r\n\r\n<p>Opeens (dit is: in 1977) ontstond het gerucht dat Louis Couperus (1863-1923) door zelfmoord zou zijn gestorven, terwijl niets (of dan toch: nauwelijks iets) er op wijst dat dit het geval is geweest; &#8211; over het middel waarmee Couperus zijn dood zou hebben teweeg gebracht ontbreekt iedere precisering of zelf aanduiding.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Couperus stierf ten gevolge van longvliesontsteking, gepaard aan bloedvergiftiging in de neus. <i>Volgen wij een wat andere, niet controleerbare lezing, dan heeft Couperus aan zijn lijdensweg zelf een einde gemaakt<\/i>, schrijft F.L. Bastet in zijn commentaar bij de briefwisseling tussen Couperus en diens uitgever Veen.<a href=\"#057\" name=\"057T\"><span class=\"notenr\">7.<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Alsof het niks is, of anders een te verwaarlozen bagatel! Is dit een \u2018wat andere\u2019 lezing? Mij dunkt, dit is een h\u00e9\u00e9l andere lezing, die, als hij op waar-<\/p><div class=\"pb\">[p. 183]<\/div><p>heid zou berusten, de \u2018visie\u2019 op Couperus, de persoon, zijn werk, et cetera, in een volkomen ander schijnsel zou plaatsen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Deze \u2018niet controleerbare lezing\u2019 stoelt op een \u2018mondelinge mededeling\u2019 van Marc Galle, aan wie deze lezing \u2018onafhankelijk van elkaar, door zowel Elisabeth Couperus als Marie Vlielander Hein (zou) zijn toevertrouwd\u2019 (voetnoot waarin Bastet het hierboven geciteerde verantwoordt).<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ik zou, om te beginnen, best willen weten wat precies deze beide dames, respectievelijk de echtgenote en een zus van Couperus, aan Marc Galle hebben toevertrouwd, en daarna zou ik ook wel willen weten waarom precies beider getuigenissen nooit eerder werden gereleveerd.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Bastet: <i>Als dit op waarheid berust, moeten wij het waarschijnlijk zo zien, dat (Couperus) zijn ziekte heeft aangegrepen om er, in een opwelling die bepaald niet onvoorbereid kwam, nu maar meteen definitief een streep onder te zetten.<\/i>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Een bepaald niet onvoorbereide opwelling\u2019?<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Mij is het allemaal veel te mistig, &#8211; en: een \u2018opwelling\u2019 is immers nu juist iets dat plaats vindt <i>zonder<\/i> dat er \u2018voorbereiding\u2019 aan te pas is gekomen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Albert Vogel heeft in zijn boek \u2018De man met de orchidee\u2019<a href=\"#058\" name=\"058T\"><span class=\"notenr\">8.<\/span><\/a> de laatste week van Couperus&#8217; leven beschreven. De romancier verbleef twee dagen in een ziekenhuis te Velp, waar hij op 11 juli 1923 was opgenomen, &#8211; men liet hem naar huis gaan omdat hij het in dat ziekenhuis zo vreselijk vond. <i>De 14de juli geraakte hij in coma, nog twee dagen leefde Louis Couperus, bewusteloos en in ijlende koortsen en op 16juli () overleed hij.<\/i> Zo bleven hem (Bastet:) \u2018de gehate ouderdom, en ook de literaire aftakeling () bespaard\u2019. Couperus was (Vogel:) \u2018ziek en uitgeput en hij wist ook zeer goed dat hij zijn laatste dagen gesleten had.() Hij dacht veel aan de dood en met overgave; hij was moe ().\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het thema \u2018zelfmoord\u2019 komt bij Couperus onder andere voor in zijn roman \u2018Noodlot\u2019 (dubbelzelfmoord door middel van vergif), en in \u2018De boeken der kleine zielen\u2019 (Gerrit Lowe maakt een eind aan zijn leven met een revolverschot). Van Eline Vere, die sterft doordat ze te veel druppels van een slaapmiddel heeft genomen, blijft onduidelijk of zij dit heeft gedaan met de bedoeling om te sterven.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Op welke wijze zou Couperus z\u00e8lf \u2018niet bepaald onvoorbereid\u2019 hebben toegegeven aan die \u2018opwelling\u2019 om er \u2018definitief een streep onder te zetten\u2019?<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 184]<\/div>\r\n<p>In zijn essaybundel \u2018Een zuil in de mist\u2019<a href=\"#059\" name=\"059T\"><span class=\"notenr\">9.<\/span><\/a> geeft F.L. Bastet een wat uitgebreidere beschrijving van Couperus&#8217; laatste levensdagen. Couperus zou, schrijft Bastet, <i>heimelijk de hoop gekoesterd hebben aan zijn ziekte te bezwijken. Het weigeren van noodzakelijke medische hulp is de meest aanvaardbare vorm van zelf-euthanasie.<\/i>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Zou Bastet hiermee het chapiter over de dood van Couperus hebben afgesloten, ik zou er alle vrede mee hebben gehad, &#8211; maar helaas, Bastet vond dat hij zijn betoog moest aandikken met de bedenking: \u2018Men kan het geen su\u00efcide noemen, maar het komt er dicht bij\u2019. (Bastet wil kennelijk per se dat er een legende ontstaat.) En al helem\u00e1\u00e1l een staal van wat ik maar noem \u2018wetenschappelijke kitsch\u2019 levert Bastet als hij zijn aandikking ook nog versiert met de suggestie: \u2018En &#8211; wie zal zeggen of (Couperus) in het laatste stadium niet de paar druppels slaapdrank extra heeft genomen, die ook voor Eline Vere nolens volens fataal zijn geweest?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Inderdaad, wie zal dat zeggen? Er is toch niemand die dat zegt? Bastet, omtrent wiens bundel \u2018Een zuil in de mist\u2019 ik overigens niet verheel dat ik hem zeer bewonder, had z\u00e8lf zich niet aan ditsoortig geklets mogen overgeven.<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>3. <i>Adwaita en zijn \u2018trauma\u2019<\/i>\r\n<\/h4>\r\n\r\n<p>Ook omtrent het overlijden van J.A. d\u00e8r Mouw, de dichter Adwaita (1863-1919), wordt wel gesuggereerd dat het een dood door zelfmoord zou zijn geweest. Het lemma over D\u00e8r Mouw, geschreven door G. Stuiveling, in de \u2018Moderne Encyclopedie der Wereldliteratuur\u2019 bevat de zinsnede: <i>De oorzaak van zijn dood is niet volkomen zeker.<\/i> Victor E. van Vriesland vertelt in zijn \u2018Herinneringen\u2019<a href=\"#060\" name=\"060T\"><span class=\"notenr\">10.<\/span><\/a>: <i>Hij<\/i> (= D\u00e8r Mouw. J.B.) <i>is op zijn kamer bewusteloos geworden en niet meer bijgekomen en na een week gestorven. Hij was dood- en doodmoe. Waaraan hij precies gestorven is weet niemand, een attaque of iets anders in de hersenen, of een oud trauma van al die pogingen tot su\u00efcide in de tijd van Doetinchem.<\/i>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Met \u2018de tijd van Doetinchem\u2019 wordt bedoeld: de periode (1888-1904) waarin D\u00e8r Mouw als leraar oude talen aan het gymnasium van Doetinchem was verbonden. D\u00e8r Mouw raakte er, om redenen die hier buiten beschouwing kunnen blijven,<a href=\"#061\" name=\"061T\"><span class=\"notenr\">11.<\/span><\/a> in conflict met het schoolbestuur, welk\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 185]<\/div><p>conflict op nationaal niveau de gemoederen heeft beheerst. D\u00e8r Mouw werd het middelpunt en slachtoffer van persrellen en lastercampagnes, werd zenuwziek en probeerde zich met vergif het leven te benemen. Stuiveling spreekt van <i>een dubbele poging tot zelfmoord<\/i>, en Van Vriesland, die in boven gegeven citaat het heeft over <i>al die pogingen tot su\u00efcide<\/i>, vertelt elders in zijn kwebbelmemoires: <i>Hij probeerde een paar keer een eind aan zijn leven te maken, op erg exentrieke manieren.<\/i> Waaruit deze erge excentriciteit zou hebben bestaan, is een geheim dat Van Vriesland wellicht met zich mee in het graf heeft genomen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De psychiater Frederik van Eeden, nauw bevriend met D\u00e8r Mouw, en qualitate qua bij uitstek de persoon om van D\u00e8r Mouws doodsoorzaak en eventuele \u2018oude trauma\u2019 te getuigen, noteerde op 6 juli 1919 in zijn dagboek dat hij de dag tevoren <i>hoorde () dat D\u00e8r Mouw een beroerte heeft gekregen en nog bewusteloos is.<\/i> Op 10 juli: <i>Mijn vriend is heengegaan.<\/i> Op 12 juli: <i>Ik was gister bij de crematie. () Ik () praatte veel met D\u00e8r Mouw&#8217;s vrouw. Hij is nog bij kennis geweest, en praatte subtiel-wysgerig.<\/i><a href=\"#062\" name=\"062T\"><span class=\"notenr\">12.<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Hij is nog bij kennis geweest\u2019. D\u00e8r Mouws vrouw zal het wel beter hebben geweten dan Van Vriesland, volgens wie Adwaita \u2018niet meer bijgekomen\u2019 zou zijn, en ook beter dan P.P. Koster, die in zijn \u2018Herinnering aan Adwaita\u2019 eveneens beweert dat de dichter niet meer uit zijn bewusteloosheid zou zijn ontwaakt.<a href=\"#063\" name=\"063T\"><span class=\"notenr\">13.<\/span><\/a> Oorzaak van D\u00e8r Mouws dood volgens Van Eeden: een beroerte. M\u00e9\u00e9r gegevens zijn er niet.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De niet-eensluidende versies van getuigenissen terzake Adwaita&#8217;s overlijden zijn zowel in algemeenheid als in details te talrijk om er bijna zestig jaar later w\u00e0t-dan-ook nog over te kunnen beweren. Aangenomen dat het waar is, dat (Van Vriesland:) \u2018niemand weet\u2019 waaraan D\u00e8r Mouw vijftien jaar na het \u2018Schandaal in Doetinchem\u2019 is gestorven, dan hoeft er tot nader orde ook niet van te worden uitgegaan dat hij door zelfmoord is gestorven, noch dat hij zijn beroerte zou hebben gekregen ten gevolge van een zogenaamd \u2018oud trauma\u2019 van lange tijd eerder door hem gedane zelfmoordpogingen. (Expliciete of impliciete verwijzingen naar zelfmoord in het werk van Adwaita heb ik niet gevonden, of niet als zodanig onderkend.) Voorts zijn er m\u00e9\u00e9r schrijvers die ooit in hun leven een zelfmoordpoging of meerdere zelfmoordpogingen hebben ondernomen, en toch ten slotte niet door\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 186]<\/div><p>zelfmoord zijn gestorven. Soms zelfs hebben ze, in plaats van er een \u2018trauma\u2019 aan over te houden, een weldadige invloed van ondergaan.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">(In zijn autobiografische geschrift \u2018A Little Learning\u2019 beschrijft Evelyn Waugh (1903-1966) hoe hij op een tijdstip in de jaren twintig een zelfmoordpoging heeft gedaan: hij ging naar het strand, kleedde zich uit, liet op zijn kleren een stuk papier achter waarop hij tevoren een toepasselijk afscheidscitaat van Euripides had geschreven, en zwom de zee in. Nauwelijks de branding gepasseerd kwam hij in een school kwallen terecht en werd door een van deze wezens gebeten. Vervuld van afkeer zwom de auteur terug naar het strand, om pas een jaar of veertig later en zonder dat deze daad uit zijn jonge jaren enig \u2018trauma\u2019 bij hem had veroorzaakt, een natuurlijke dood te sterven.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">A. Alvarez schrijft in \u2018De wrede god\u2019 dat hij na (of d\u00f3\u00f3r) zijn zelfmoordpoging &#8211; hij nam vijfenveertig slaappillen &#8211; tot genezing van zijn traumatische zelfmoordidee\u00ebn kwam. Na afloop van de hemzelf en anderen aangedane ellende kwam hij tot de slotsom: <i>() het is niets voor mij. () Ik neem nu aan dat de dood, als hij ten slotte komt, waarschijnlijk onaangenamer zal zijn dan zelfmoord en zeker heel wat minder gelegen.<\/i><a href=\"#064\" name=\"064T\"><span class=\"notenr\">14.<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">En welke waren de gevoelens van de pianist Arthur Rubinstein, nadat het koord van zijn kamerjas het gewicht van zijn lichaam niet had willen dragen (zie \u2018Tirade\u2019 nr. 263) en zijn zelfmoord om die reden geen doorgang vond? Eerst liet de jeugdige toekomstige maestro lang en ontroostbaar zijn tranen de vrije loop, toen ging hij een beetje piano spelen, en daarna besloot hij om in de eetgelegenheid, waar zijn dagelijkse armoede-maaltijd uit \u00e9\u00e9n worstje van 10 Pfennig bestond, deze keer voor de somma van 20 Pfennig tw\u00e9\u00e9 worstjes te gaan eten. Bijna driekwart eeuw later schreef Rubinstein in zijn memoires: <i>In deze chaos van gedachten ontdekte ik het geheim van het geluk dat ik nog steeds koester: hou onvoorwaardelijk van het leven, in voorspoed en tegenspoed.<\/i><a href=\"#065\" name=\"065T\"><span class=\"notenr\">15.<\/span><\/a>)<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>4. <i>P\u00e9 Hawinkels en Roger van de Velde<\/i>\r\n<\/h4>\r\n\r\n<p>In 1977 overleed, bijna vijfendertigjaar oud, de vertaler, proza\u00efst en dichter P\u00e9 Hawinkels. Zijn \u2018plotselinge dood\u2019, zijn \u2018voortijdige dood\u2019, zijn \u2018eenzame dood\u2019 &#8211; de kranten hadden omtrent de aard van deze dood vele variaties\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 187]<\/div><p>en iedere variatie leek hetzelfde te moeten suggereren &#8211; veroorzaakte het gegons van gissingen en praatjes dat in het kunstwereldje pleegt te ontstaan als iemand uit dat wereldje <i>opeens<\/i> in de bloei van zijn leven sterft. Men <i>zei<\/i> over Hawinkels&#8217; dood wat alleen de popzanger Herman Brood ten slotte in geschrifte zou durven formuleren, al formuleerde Herman Brood weer niets anders dan wat \u2018men zei\u2019 en zonder dat de formulering enige klaarheid opleverde. Twee jaar na Hawinkels&#8217; dood verscheen een meer dan vijfhonderd bladzijden tellend boek<a href=\"#066\" name=\"066T\"><span class=\"notenr\">16.<\/span><\/a> vol getuigenissen over de overledene, geschreven door diens familie, vrienden en relaties. In de bijdrage van Herman Brood aan dit boek komt deze passage voor:<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\r\n<i>Wat een aparte manier om dood te gaan, in de stoel, krantje voor je met daarin het bericht \u2018Elvis overleden\u2019, mysterieus genoeg, waarom P\u00e9&#8217;s familie soms ongerust wanneer dood-su\u00efcide gesuggereerd wordt (en terecht).<\/i>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het heet, dat Hawinkels is gestorven ten gevolge van drankgebruik gecombineerd met gebruik van dope. Of hij daarmee zichzelf welbewust heeft willen doden, &#8211; wie zou dat weten?<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In hetzelfde boek schrijft Hawinkels&#8217; broer Koos: \u2018Hij stierf in de avond van 16 augustus 1977, zittend achter zijn bureau. Zijn hart had het begeven. () Doordat zijn auto een straat verder geparkeerd stond en hij wel vaker dagenlang onaangekondigd van huis was, vonden zijn huisgenoten, die zijn levenswijze respecteerden, hem pas in de vroege ochtend van de 24e.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Wie zou dus w\u00e0t <i>kunnen<\/i> weten, &#8211; en hoezo zou het (Herman Brood:) \u2018terecht\u2019 genoemd kunnen worden \u2018wanneer dood-su\u00efcide gesuggereerd wordt\u2019?<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Zoals Hawinkels \u2018zittend achter zijn bureau\u2019 en met \u2018krantje voor zich\u2019 dood werd aangetroffen, zo werd op 30 mei 1970 de Vlaamse schrijver Roger van de Velde, vijfenveertig jaar oud, dood en eventueel met krantje voor zich aangetroffen op een caf\u00e9terras in Antwerpen. Doodsoorzaak: dezelfde als die zeven jaar later bij Hawinkels zou zijn geconstateerd: drankgebruik gecombineerd met gebruik van dope. Ook na de dood van Van de Velde ontstond de geruchtenstroom, draaikolken veroorzakend rond de vraag: Zelfmoord?<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ik trek mijn schouders op, ik weet het niet, ik beweer het niet, ik suggereer het ook niet.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Niemand weet het.<a href=\"#067\" name=\"067T\"><span class=\"notenr\">17.<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n\r\n<div class=\"pb\">[p. 188]<\/div>\r\n<h4 class=\"small-margins\">5. <i>Het geval Ido Keekstra<\/i>\r\n<\/h4>\r\n\r\n<p>Op 27 november 1965, op zijn zesenvijftigste verjaardag, stierf de dichter Ido Keekstra ten gevolge van een verkeersongeluk: de door de dichter bestuurde auto slipte op een besneeuwd wegdek en kwam frontaal in botsing met een hem tegemoetkomende vrachtauto. Keekstra&#8217;s echtgenote, die naast hem in de auto zat, overleed enige uren later.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Op 8 juli 1963 had Keekstra in zijn dagboek een droom over een autoongeluk genoteerd: <i>Ik reed met een grote auto. Ik meende dat het sneeuwde. Voor een huis stond een auto. Ik wilde niet stoppen, maar reed eromheen en raakte in een berg stuifsneeuw. Ik sloeg met de auto over de kop.<\/i>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Van vier maanden later (14\/15 november 1963) dateert deze droomnotitie: <i>Was in een straat, daar stond een auto (Volkswagenbusje). Iemand (of ik) zei: ga daar mee rijden. Dat deed ik maar ik kon het ding niet laten stoppen. Ikgafgeen gas meer, maar het ding bleef voortrijden. Toen dacht ik: ik rijd zo voorzichtig mogelijk tegen een deur van een huis aan. Dat deed ik.<\/i>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Keekstra heeft, getuige zijn dagboekbladen, nog meer dan dit soort \u2018autodromen\u2019 gehad. Op 10 juli 1965 schreef hij nog: <i>Er ligt m.i. een verband tussen de autodromen. Ik moet voorzichtig zijn met auto&#8217;s.<\/i>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het laatste gedicht van Ido Keekstra, twaalf dagen voor zijn dood geschreven, begint met de regels:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>Ik ga op reis, ik weet niets van mijn terugkeer af<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>Misschien kom ik niet weer, geen mens kan zeggen:<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<i>tot morgen, want de dood kan dat weerleggen.<\/i>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Bovenstaande gegevens en citaten ontleen ik aan het \u2018Nawoord\u2019 van Wim Hazeu bij de posthuum verschenen verzamelbundel van Ido Keekstra&#8217;s verzen: \u2018Huis van Nobi.\u2019<a href=\"#068\" name=\"068T\"><span class=\"notenr\">18.<\/span><\/a> Hazeu schrijft in dit \u2018Nawoord\u2019 dat hij Keekstra&#8217;s dagboekaantekeningen over diens \u2018autodromen\u2019, in verband gebracht met het auto-ongeluk waarbij Keekstra om het leven kwam, slechts heeft bedoeld te citeren bij wijze van \u2018illustratie van wat velen in Ido Keekstra zagen: een voor-ganger, -zegger en -speller, een denker die zijn gedachten op bijna profetische manier onder woorden bracht, in het gesprek, in een brief, in een gedicht\u2019. Hazeu wijst er op, dat in dit verband Keekstra&#8217;s laatste gedicht \u2018een frappant profetisch en po\u00ebtisch voorbeeld\u2019 is.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 189]<\/div>\r\n<p>(Overeenkomsten tussen de dood van Keekstra en die van Hendrik Marsman (1899-1940) zijn evident. Marsman verdronk kort na het uitbreken van de tweede wereldoorlog in de Noordzee nadat het schip \u2018Berenice\u2019, waarmee hij op weg was naar Engeland, in de nacht van 20 op 21 juni 1940 werd getorpedeerd. Marsmans echtgenote, ook op het schip aanwezig, overleefde de ramp. Evenals Keekstra zou Marsman \u2018frappant profetisch en po\u00ebtisch\u2019 de manier waarop of de omstandigheden waarin hij zou sterven zogenaamd hebben \u2018voorspeld\u2019: &#8211; voor wie dit zou geloven of gevoelig zou zijn voor dit denkbeeld, wijs ik op Marsmans verzen \u2018De overtocht\u2019, \u2018Zinkend schip\u2019 en \u2018Maannacht\u2019, en op de laatste alinea van zijn prozagedicht \u2018De vliegende Hollander\u2019, die luidt:<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\r\n<i>De nacht&#8230; een oeverloos donker en een eentonig, eindeloos lied&#8230; en het Schip, verloren daarin &#8211; een blind voorbijgaan naar den laatsten einder, die eeuwig wijkt.<\/i><a href=\"#069\" name=\"069T\"><span class=\"notenr\">19.<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Net als Keekstra ook zou Jo Otten, die stierf doordat hij op io mei 1940 werd getroffen door de enige bom die op Den Haag viel, zijn levenseinde in dromen hebben voorzien. Van Vriesland<a href=\"#070\" name=\"070T\"><span class=\"notenr\">20.<\/span><\/a> herinnerde zich dat Ottens vrouw hem had verteld dat Otten \u2018een paar keer gillend is wakker geworden en later zei: \u201cIk droomde dat ik een bom op mijn hoofd kreeg, regelrecht op mijzelf, en dat die bom mij verpletterde.\u201d Hij ging dan weer slapen en het was voorbij.\u2019)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hazeu suggereert op geen enkele wijze dat Keekstra zelfmoord zou hebben begaan, of zelfs, aangezien ook Keekstra&#8217;s vrouw bij het dodelijke ongeluk betrokken was: dubbelzelfmoord, of mogelijk nog iets anders. Onjuist is dus, wat Ab Visser schrijft in zijn herinneringenbundel \u2018&#8217;t Peerd van ome Loeks\u2019:<a href=\"#071\" name=\"071T\"><span class=\"notenr\">21.<\/span><\/a> \u2018Wim Hazeu, die de posthume verzamelbundel van Keekstra inluidde, veronderstelt dat Keekstra, wat zijn dood betreft, \u201cmet de genade meegewerkt heeft\u201d.\u2019 Onjuist, aangezien Hazeu dit (terecht) <i>niet<\/i> \u2018veronderstelt\u2019; onjuist om iemand anders in de mond te leggen wat men misschien z\u00e8lf \u2018veronderstelt\u2019 of gaarne als \u2018veronderstelling\u2019 zou horen uitspreken; onjuist om \u00fcberhaupt (en men lette speciaal op de eufemistische bewoordingen waarmee het wordt gedaan) omtrent Keekstra&#8217;s dood te \u2018veronderstellen\u2019 dat deze \u00e0nders dan louter door een auto-ongeluk zou zijn veroorzaakt, aangezien daartoe geen enkel bewijs en zelfs geen enkele aanwijzing bestaat. Zo sprong Empedocles in de Etna, en zo ontstaan legen-<\/p><div class=\"pb\">[p. 190]<\/div><p>den. Ab Visser: \u2018Het is in elk geval zeker dat Keekstra op een griezelig symbolische wijze door zijn tragische einde gebiologeerd werd\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Uit een brief van Wim Hazeu aan mij<a href=\"#072\" name=\"072T\"><span class=\"notenr\">22.<\/span><\/a> citeer ik, ter aanvulling:<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ido Keekstra. Ik was bevriend met hem, een soort vader-zoon-relatie (hij had geen kinderen, wel een pleegdochter). Lange, nachtelijke gesprekken met hem gevoerd aan het Jaagpad te Delft, waar hij woonde. Heel vaak over de dood en over zijn autodromen. Hij droomde altijd van plotseling opduikende auto&#8217;s die hij niet meer kon ontwijken. Heel goed heb ik zijn uitspraak onthouden: \u201cIk wil tegelijk sterven met mijn vrouw\u201d. Ik heb zijn gehele nalatenschap zorgvuldig doorgeplozen, ten behoeve van de bundel Huis van Nobi, een verzamelbundel gedichten, een erezaak voor mij. Er is geen enkel gedicht te vinden zonder een aantal doorhalingen en veranderingen. Op de dag van zijn dood liet hij, duidelijk in het oog springend, op zijn bureau zijn laatste gedicht liggen, in handschrift, zonder ook maar \u00e9\u00e9n doorhaling. Het is een gedicht over zijn dood. Ik heb erover geschreven in het begeleidend woord bij de bundel. Dat duidelijk tonen van dit gedicht was zo opvallend, omdat hij nooit te koop liep met zijn werk en zijn gedichten in een bureaulade verborgen hield. Die dag, zijn verjaardag, reed hij met zijn vrouw in hun Volvo naar N.-Holland, naar de inmiddels getrouwde pleegdochter. Boven Amsterdam kwam hij plotseling (zonder remsporen) op de tweebaansweg op de verkeerde kant van de weg terecht en botste direct tegen een vrachtwagen. Het echtpaar Keekstra was niet meer. De nachtelijke gesprekken, het laatste gedicht, de dromen&#8230; ze kunnen mij niet anders vertellen dan dat Ido tot dit ongeval werd gebracht. Zelfmoord? Wel de dood die hij voorspeld had en die hij ook wilde.\u2019<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>6.<\/h4>\r\n\r\n<p>Uit \u2018Elseviers Magazine\u2019 (10.9.1977) schrijf ik een opmerking over van Wim Zaal, door deze gemaakt naar aanleiding van de dood van P\u00e9 Hawinkels, &#8211; het citaat zou als motto boven dit stuk hebben kunnen staan:<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\r\n<i>Wat eigenaardig dat ieder leven, ieder letterkundig werk onvoltooid blijft omdat het laatste woord gezegd zou moeten worden, wanneer de mond voorgoed gesloten is.<\/i>\r\n<\/p>\r\n\r\n\r\n\r\n\r\n\r\n<\/div><div class=\"wp-block-column dbnl-rechts is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:33.33%\"><div id=\"noten-apparaat\"><div class=\"interp\">\n<h3>Over dit hoofdstuk\/artikel<\/h3>\n<p><label>auteurs<\/label><\/p>\n<p> <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=brou033\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Jeroen Brouwers<\/a><\/p>\n<br>\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-051\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#051T\" name=\"051\"><span class=\"notenr\">1.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Brieven van Charles B. Timmer aan Jeroen Brouwers, augustus 1980.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-052\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#052T\" name=\"052\"><span class=\"notenr\">2.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>J.C. Bloem, <i>Brieven aan P.N. van Eyck.<\/i> Uitgegeven, ingeleid en van aantekeningen voorzien door G.J. Dorleijn, A.L. S?temann en H.T.M. van Vliet. Deel I: 1910-1916. Serie Achter het boek. Nederlands letterkundig museum en documentatiecentrum, &#8216;s-Gravenhage 1980.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-053\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#053T\" name=\"053\"><span class=\"notenr\">3.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Gedicht met opdracht staat in: J.C. Bloem, <i>Verzamelde gedichten.<\/i> Polak &amp; Van Gennep, Amsterdam 1965.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-054\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#054T\" name=\"054\"><span class=\"notenr\">4.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Brief van mr. dr. L.J.C. Boucher aan Jeroen Brouwers, 30 september 1980.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-055\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#055T\" name=\"055\"><span class=\"notenr\">5.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Voor hun bemoeienissen bij het uitpluizen van het geval Dop Bles dank ik ook Hans Roest en K. Waser.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-056\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#056T\" name=\"056\"><span class=\"notenr\">6.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Als curiosum en bij wijze van kleine hommage aan Dop Bles (wiens naam men, om de voortreffelijke boekverkoper die hij moet zijn geweest, vereeuwigd ziet in een van de dagboeken van Julien Green) citeer ik hier Dop Bles&#8217; merkwaardige ?zelfmoordversje?:\n<div class=\"poem\">\n<div class=\"line\">\r\n<div class=\"line-nr\">?<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<div class=\"tabs-2\">ZIE DE MAAN<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\n<div class=\"line\">\r\n<div class=\"line-nr\">?<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Zie de maan schijnt door de boomen,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\n<div class=\"line\">\r\n<div class=\"line-nr\">?<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">en de boomen naast elkaar<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\n<div class=\"line\">\r\n<div class=\"line-nr\">?<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">staan met hulpeloos gebaar<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\n<div class=\"line\">\r\n<div class=\"line-nr\">?<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">wachten of geen mensch zal komen<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\n<div class=\"line\">\r\n<div class=\"line-nr\">?<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<div class=\"tabs-1\">met een touw<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\n<div class=\"line\">\r\n<div class=\"line-nr\">?<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<div class=\"tabs-1\">om zich gauw<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\n<div class=\"line\">\r\n<div class=\"line-nr\">?<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">aan een tak wat op te hangen,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\n<div class=\"line\">\r\n<div class=\"line-nr\">?<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">om wat hooger stil te dromen:<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\n<div class=\"line\">\r\n<div class=\"line-nr\">?<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">&#8216;t heerlijk avondje is gekomen.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\n<\/div>\n(Ontleend aan: Michel van der Plas, <i>Ongerijmde rijmen.<\/i> Samengesteld door -. Het Spectrum, Utrecht\/Antwerpen z.j.)<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-057\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#057T\" name=\"057\"><span class=\"notenr\">7.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>\r\n<i>Amice. Brieven van Louis Couperus aan zijn uitgever.<\/i> Ingeleid en van aantekeningen voorzien door F.L. Bastet. Deel II (1902-1919). Serie Achter het boek. Nederlands letterkundig museum en documentatiecentrum, &#8216;s-Gravenhage 1977.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-058\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#058T\" name=\"058\"><span class=\"notenr\">8.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Albert Vogel, <i>De man met de orchidee. Het levensverhaal van Louis Couperus.<\/i> Nijgh &amp; Van Ditmar, &#8216;s-Gravenhage\/Rotterdam z.j. (1973).<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-059\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#059T\" name=\"059\"><span class=\"notenr\">9.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>F.L. Bastet, <i>Een zuil in de mist.<\/i> Em. Querido, Amsterdam, 1980.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-060\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#060T\" name=\"060\"><span class=\"notenr\">10.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Victor E. van Vriesland, <i>Herinneringen.<\/i> Verteld aan Alfred Kossmann. Em. Querido, Amsterdam 1969.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-061\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#061T\" name=\"061\"><span class=\"notenr\">11.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Ik volsta met te verwijzen naar het artikel van Rody Chamuleau, <i>Schandaal in Doetinchem<\/i>, in: <i>NRC Handelsblad<\/i>, 7.2.1980, en naar de in dit artikel opgegeven literatuur terzake het onderwerp.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-062\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#062T\" name=\"062\"><span class=\"notenr\">12.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>De dagboekpassages van Frederik van Eeden werden door mij geciteerd uit: J.A. d?r Mouw, <i>Brieven aan Frederik van Eeden.<\/i> Uitgegeven, ingeleid en van aantekeningen voorzien door Harry G.M. Prick. Serie Achter het boek. Nederlands letterkundig museum en documentatiecentrum, &#8216;s-Gravenhage 1971.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-063\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#063T\" name=\"063\"><span class=\"notenr\">13.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Door mij ontleend aan idem als noot 12.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-064\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#064T\" name=\"064\"><span class=\"notenr\">14.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>A. Alvarez, <i>De wrede god. Een studie over zelfmoord.<\/i> Vertaling Heleen ten Holt. De Arbeiderspers, Amsterdam 1974.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-065\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#065T\" name=\"065\"><span class=\"notenr\">15.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Ontleend aan en geciteerd uit: Renske Koning, <i>Hebt u de laatste tijd nog vleugels in elkaar geslagen<\/i>? In: <i>NRC Handelsblad<\/i>, 22.8.1980.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-066\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#066T\" name=\"066\"><span class=\"notenr\">16.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>\r\n<i>Moet dit een wereldbeeld verbeelden? Van en over P? Hawinkels.<\/i> Socialistische Uitgeverij, Nijmegen juni 1979.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-067\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#067T\" name=\"067\"><span class=\"notenr\">17.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Mijn herinneringen aan Roger van de Velde heb ik geschreven in <i>Zes pioenrozen<\/i>, opgenomen in: <i>Mijn Vlaamse jaren.<\/i> De Arbeiderspers, Amsterdam 1978.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-068\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#068T\" name=\"068\"><span class=\"notenr\">18.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Ido Keekstra, <i>Huis van Nobi.<\/i> Samengesteld en van een Nawoord voorzien door Wim Hazeu. Bosch &amp; Keuning n.v., Baarn z.j.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-069\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#069T\" name=\"069\"><span class=\"notenr\">19.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>H. Marsman, <i>Verzameld Werk.<\/i> Querido, Amsterdam 1960.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-070\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#070T\" name=\"070\"><span class=\"notenr\">20.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Idem als noot 10.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-071\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#071T\" name=\"071\"><span class=\"notenr\">21.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Ab Visser, <i>&#8216;t Peerd van ome Loeks.<\/i> De Arbeiderspers, Amsterdam 1970.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-072\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#072T\" name=\"072\"><span class=\"notenr\">22.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Brief van Wim Hazeu aan Jeroen Brouwers, 25.8.1980.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><\/div><\/div><\/div>","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>[p. 180] Jeroen Brouwers Literatuur en zelfmoord Aantekeningen bij mijn lectuur IV \u2018En &#8211; wie zal zeggen of&#8230;\u2019 1. Een van de mooiste en opzienbarendste zelfmoorden uit de Griekse oudheid is die van Empedocles van Agrigentum, die vijf eeuwen v\u00f3\u00f3r Christus heeft geleefd. Op zekere dag gevoelde deze wijsgeer-dichter geen lust meer in het bestaan&#8230; <a class=\"more-link\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jeroen-brouwersliteratuur-en-zelfmoordaantekeningen-bij-mijn-lectuur-iven-wie-zal-zeggen-of\/\">Lees verder <span class=\"read-more-arrow\"><\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","class_list":["post-301174","dbnl","type-dbnl","status-publish","hentry"],"acf":[],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO plugin v26.4 - https:\/\/yoast.com\/wordpress\/plugins\/seo\/ -->\n<title>Jeroen Brouwers  Literatuur en zelfmoord  Aantekeningen bij mijn lectuur IV  \u2018En - wie zal zeggen of...\u2019 &#183; Uitgeverij Van Oorschot<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jeroen-brouwersliteratuur-en-zelfmoordaantekeningen-bij-mijn-lectuur-iven-wie-zal-zeggen-of\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"Jeroen Brouwers  Literatuur en zelfmoord  Aantekeningen bij mijn lectuur IV  \u2018En - wie zal zeggen of...\u2019 &#183; Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"[p. 180] Jeroen Brouwers Literatuur en zelfmoord Aantekeningen bij mijn lectuur IV \u2018En &#8211; wie zal zeggen of&#8230;\u2019 1. Een van de mooiste en opzienbarendste zelfmoorden uit de Griekse oudheid is die van Empedocles van Agrigentum, die vijf eeuwen v\u00f3\u00f3r Christus heeft geleefd. Op zekere dag gevoelde deze wijsgeer-dichter geen lust meer in het bestaan... Lees verder\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jeroen-brouwersliteratuur-en-zelfmoordaantekeningen-bij-mijn-lectuur-iven-wie-zal-zeggen-of\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"article:modified_time\" content=\"2021-06-04T13:23:00+00:00\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"22 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\/\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jeroen-brouwersliteratuur-en-zelfmoordaantekeningen-bij-mijn-lectuur-iven-wie-zal-zeggen-of\/\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jeroen-brouwersliteratuur-en-zelfmoordaantekeningen-bij-mijn-lectuur-iven-wie-zal-zeggen-of\/\",\"name\":\"Jeroen Brouwers Literatuur en zelfmoord Aantekeningen bij mijn lectuur IV \u2018En - wie zal zeggen of...\u2019 &#183; Uitgeverij Van Oorschot\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\"},\"datePublished\":\"1980-12-31T23:00:25+00:00\",\"dateModified\":\"2021-06-04T13:23:00+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jeroen-brouwersliteratuur-en-zelfmoordaantekeningen-bij-mijn-lectuur-iven-wie-zal-zeggen-of\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jeroen-brouwersliteratuur-en-zelfmoordaantekeningen-bij-mijn-lectuur-iven-wie-zal-zeggen-of\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jeroen-brouwersliteratuur-en-zelfmoordaantekeningen-bij-mijn-lectuur-iven-wie-zal-zeggen-of\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"DBNL\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"Jeroen Brouwers Literatuur en zelfmoord Aantekeningen bij mijn lectuur IV \u2018En &#8211; wie zal zeggen of&#8230;\u2019\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\",\"name\":\"Uitgeverij Van Oorschot\",\"description\":\"\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"Jeroen Brouwers  Literatuur en zelfmoord  Aantekeningen bij mijn lectuur IV  \u2018En - wie zal zeggen of...\u2019 &#183; Uitgeverij Van Oorschot","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jeroen-brouwersliteratuur-en-zelfmoordaantekeningen-bij-mijn-lectuur-iven-wie-zal-zeggen-of\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"Jeroen Brouwers  Literatuur en zelfmoord  Aantekeningen bij mijn lectuur IV  \u2018En - wie zal zeggen of...\u2019 &#183; Uitgeverij Van Oorschot","og_description":"[p. 180] Jeroen Brouwers Literatuur en zelfmoord Aantekeningen bij mijn lectuur IV \u2018En &#8211; wie zal zeggen of&#8230;\u2019 1. Een van de mooiste en opzienbarendste zelfmoorden uit de Griekse oudheid is die van Empedocles van Agrigentum, die vijf eeuwen v\u00f3\u00f3r Christus heeft geleefd. Op zekere dag gevoelde deze wijsgeer-dichter geen lust meer in het bestaan... Lees verder","og_url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jeroen-brouwersliteratuur-en-zelfmoordaantekeningen-bij-mijn-lectuur-iven-wie-zal-zeggen-of\/","og_site_name":"Uitgeverij Van Oorschot","article_modified_time":"2021-06-04T13:23:00+00:00","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"22 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jeroen-brouwersliteratuur-en-zelfmoordaantekeningen-bij-mijn-lectuur-iven-wie-zal-zeggen-of\/","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jeroen-brouwersliteratuur-en-zelfmoordaantekeningen-bij-mijn-lectuur-iven-wie-zal-zeggen-of\/","name":"Jeroen Brouwers Literatuur en zelfmoord Aantekeningen bij mijn lectuur IV \u2018En - wie zal zeggen of...\u2019 &#183; Uitgeverij Van Oorschot","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website"},"datePublished":"1980-12-31T23:00:25+00:00","dateModified":"2021-06-04T13:23:00+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jeroen-brouwersliteratuur-en-zelfmoordaantekeningen-bij-mijn-lectuur-iven-wie-zal-zeggen-of\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jeroen-brouwersliteratuur-en-zelfmoordaantekeningen-bij-mijn-lectuur-iven-wie-zal-zeggen-of\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jeroen-brouwersliteratuur-en-zelfmoordaantekeningen-bij-mijn-lectuur-iven-wie-zal-zeggen-of\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"DBNL","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"Jeroen Brouwers Literatuur en zelfmoord Aantekeningen bij mijn lectuur IV \u2018En &#8211; wie zal zeggen of&#8230;\u2019"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/","name":"Uitgeverij Van Oorschot","description":"","potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"}]}},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl\/301174","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/dbnl"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=301174"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=301174"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}