{"id":301268,"date":"1982-01-01T00:00:30","date_gmt":"1981-12-31T23:00:30","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/dbnl\/lieneke-frerichsnescio-in-1900-ik-ben-blij-en-ben-er-trotsch-op-te-weten-dat-ik-niets-weet\/"},"modified":"2021-06-04T15:04:56","modified_gmt":"2021-06-04T14:04:56","slug":"lieneke-frerichsnescio-in-1900-ik-ben-blij-en-ben-er-trotsch-op-te-weten-dat-ik-niets-weet","status":"publish","type":"dbnl","link":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/lieneke-frerichsnescio-in-1900-ik-ben-blij-en-ben-er-trotsch-op-te-weten-dat-ik-niets-weet\/","title":{"rendered":"Lieneke Frerichs\r\nNescio in 1900: \u2018Ik ben blij en ben er trotsch op te weten, dat ik niets weet\u2019"},"content":{"rendered":"<div class=\"wp-block-columns alignwide is-layout-flex wp-container-core-columns-is-layout-9d6595d7 wp-block-columns-is-layout-flex\"><div class=\"wp-block-column dbnl-links is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:66.66%\">\r\n\r\n <interp type=\"primair\" value=\"frer001\"><\/interp><interp type=\"secundair\" value=\"nesc001\"><\/interp><div class=\"pb\">[p. 258]<\/div>\r\n    \r\n        <br \/><br \/><img decoding=\"async\" src=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/wp-content\/uploads\/1982\/01\/_tir001198201ill18-150x200.gif\" alt=\"illustratie\" id=\"img-1\"><br \/><div class=\"small caption\" data-image-id=\"img-1\">\r\n<i>Boven: voorbedrukte briefkaart van <span class=\"small-caps\">gohv<\/span>, d.d. 28 juni 1900<\/i>\r\n                \r\n<br><i>Onder: briefkaart van A. Ricardo aan Gr\u00f6nloh<\/i>\r\n<\/div>\r\n<br \/><br \/>\r\n<div class=\"pb\">[p. 259]<\/div>\r\n<a name=\"27\"><\/a>\r\n<h3>\r\n<i>Lieneke Frerichs<\/i>\r\n\r\n<br>Nescio in 1900: \u2018Ik ben blij en ben er trotsch op te weten, dat ik niets weet\u2019<\/h3>\r\n\r\n<p>Nescio is in de eerste plaats de auteur van het Hollandse landschap. Maar daarnaast speelt in zijn werk de weemoed een grote rol, weemoed om wat onherroepelijk voorbij is. Bijna alle verhalen zijn geschreven als een terugblik, een herinnering. Ze zijn doortrokken van het verlangen naar de tijd waarin het vertelde werd beleefd, naar de tijd van de verwachtingen, de tijd van vo\u00f3r de desillusie. Zelfs het jeugdverhaal \u2018Heimwee\u2019 (veelzeggende titel!) is al geschreven vanuit dit terugzien op een tijd die definitief voorbij is. Gr\u00f6nloh was twintig jaar, toen hij dit verhaal schreef.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het is dan ook verrassend, dat er werk bewaard is gebleven van de jonge Frits Gr\u00f6nloh uit de tijd dat hij nog allerminst weemoedig was. In de literaire nalatenschap trof ik her en der losse schoolschriftblaadjes aan, met de aanhef \u2018Waarde hoorders\u2019 of de slotformule \u2018Ik heb gezegd\u2019. Ik heb deze blaadjes kunnen thuisbrengen als summiere notities, onvoltooide opzetjes, kladversies, halve maar ook enkele complete lezingen; dit alles bestemd voor de Amsterdamse debating-club <span class=\"small-caps\">gohv<\/span>.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De blaadjes dateren van rond 1900; natuurlijk komt daarin niet de schrijver Nescio aan het woord. Hier spreekt de 17-18 jarige Gr\u00f6nloh, zelf nog zo&#8217;n \u2018aardige jongen\u2019 waarover Nescio later met nostalgische vertedering zal schrijven. Hij komt pas kijken in de wereld, hij dwingt zichzelf om zich rekenschap te geven van alles wat hij ziet, van waar en onwaar, mooi en lelijk, goed en kwaad. En hij doet dat op papier, schrijvenderwijs, en vormt zich al doende een steeds persoonlijker stijl. Zo gezien, zijn deze blaadjes niet alleen van betekenis voor de ontwikkeling van de toevallige persoon Gr\u00f6nloh, maar hebben ook betekenis voor de ontwikkeling van Nescio, dat is: van de <i>schrijver<\/i> J.H.F. Gr\u00f6nloh; ze laten ook Nescio&#8217;s geestelijke en stilistische groei zien.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 260]<\/div>\r\n<p>Jan Hendrik Frederik (\u2018Frits\u2019) Gr\u00f6nloh heeft drie jaren (1894-1897) doorgebracht op de 4e <span class=\"small-caps\">hbs<\/span> voor jongens met 3-jarige cursus aan de Mauritskade, en twee jaren vervolgonderwijs gehad op de Openbare Handelsschool aan de Keizersgracht. In juni 1899 doet hij als amper 17-jarige eindexamen, en slaagt met het predikaat \u2018goed\u2019. Daarmee komt een abrupt einde aan het scholierenbestaan: nog geen week later is hij afgereisd naar Hengelo, om voor <i>f<\/i> 500.- per jaar de hele dag op een kantoorkruk te zitten, als schrijver bij de fabriek der Twentsche Bontweverij. Kost en inwoning geniet hij bij zijn ongetrouwde en nogal dominerende tante Agathe Gr\u00f6nloh. Dat alles voldoet hem allerminst, aan klachten geen gebrek, maar ook hijzelf blijkt niet te voldoen: eind september 1899 is hij weer in het ouderlijk huis in Amsterdam terug. In een nieuwe kantoorbaan, d\u00e0t wel.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>In juni 1899 had inmiddels de oprichting plaats gevonden van de debatingclub <span class=\"small-caps\">gohv<\/span>, een vereniging, waarvan de initialen voor mij helaas dode letters gebleven zijn, alle naspeuringen ten spijt. Misschien staan de <span class=\"small-caps\">o<\/span> en <span class=\"small-caps\">h<\/span> voor Openbare Handelsschool: de initiatiefnemers zijn leerlingen van deze school. Behalve Gr\u00f6nloh zelf zijn dat de eindexamencandidaten Abraham Ricardo, Siegfried Hoofi\u00ebn en Jac. van Emden, en van een klas lager: J.L. Hassoldt, J.M. Boas en G.J. Ree. Erelid wordt enkele maanden later hun leraar Maleis, Italiaans en Spaans op de Handelsschool, dr. A.A. Fokker. Van elders komen J. Engelander jr., ene Moresco, en Salomon Snuyff, later ook diens zuster. Er is een voorzitter, een 1e en 2e secretaris\/penningmeester, een notulenboek; er zijn statuten en gewone, buitengewone en huishoudelijke vergaderingen, kascontroles, alles comme il faut. De debaters komen tweemaal per maand bijeen, op zaterdag van 8 tot 11 en betalen waarschijnlijk 50 ct per keer. Lokaliteiten waren onder meer caf\u00e9 \u2018Rotonde\u2019 in de galerij van het Paleis voor Volksvlijt, en (waarschijnlijk) caf\u00e9 M\u00fcller, Plantage Middenlaan 28. De leden spreken elkaar aan met \u2018mijnheer\u2019 en \u2018U\u2019, en zuigen door een rietje hun kwast of \u2018grenadier\u2019, zodat zich de suggestie <i>G<\/i>eheel <i>O<\/i>nt<i>H<\/i>ouders <i>V<\/i>ereeniging aanbiedt (maar je mag iets spirituelers verwachten).<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 261]<\/div>\r\n<p>Op de eerste gewone vergadering, zaterdag 15 juli 1899, zou Gr\u00f6nloh de debatavonden inwijden met een voordracht over <i>De sociale kwestie<\/i> (de noodzaak tot maatschappijhervorming), wat door zijn overhaaste vertrek naar Twente wordt verhinderd. Zijn vriend Ricardo bericht hem over het wel en wee van de vereniging: lezingen over de topics van die dagen, zoals <i>Godsdienst en natuurwetenschap<\/i> (voornamelijk over Darwin), <i>Het Feminisme<\/i> (vrouwenkiesrecht, gelijk loon voor mannen en vrouwen, recht op studie voor de vrouw etc.), <i>koloniale politiek<\/i>, <i>oorlog en vrede<\/i>, <i>opvoeding<\/i>. Om enig idee te geven van het debating-spel en van de manier van denken en van spreken, laat ik Ricardo aan het woord over het voortgezet debat naar aanleiding van Engelanders lezing over <i>Feminisme<\/i> (brief van 12 september 1899):\r\n<\/p>\n<blockquote>\u2018En nu de vergadering! Het debat was zeer geanimeerd en op enkele punten zelfs vurig. Enkele malen gebeurde het, dat V. Emden met kracht eenige keeren zijn voorzittershamer op de tafel moest laten neerdalen, toen er een algemeen debat was en de leden door elkaar schreeuwden. De 2 voornaamste debatters [sic] waren Boas en ik en ik moet zeggen, zonder verwaand te zijn, dat ik hem zeer in het nauw heb gebracht. Ik zal je nu een klein uittreksel uit de notulen der vergadering geven:\r\n<br>Boas begon met te beweren, dat de loonstandaard voor de vrouw lager moet zijn, dan voor den man; daar de eerste altijd minder werk doet (zwakkere lichaamsbouw) en daar een man gewoonlijk een huishouden te onderhouden heeft. Ik heb mijn standpunt toen verdedigd (het spijt mij, dat ik, Maandag, d.i. 2 dagen na de verg. reeds een ander en veel ruimer standpunt had) Maar ik geef je een verslag van de verg. en ik zal dus zeggen, wat ik <span class=\"small-caps\">op de verg<\/span>. gezegd heb en niet wat ik <i>nu<\/i> zou zeggen. Ik zei tegen Boas, dat hij ten eerste de intellectueele arbeid geheel wegliet in zijn eerste punt. En wat het 2e punt aangaat, dan zou ook verschil in loon moeten bestaan tusschen een man, die 6 kinderen en een die er 5 heeft, enz. (Had ik daar maar op doorgegaan, doch helaas!) Boas echter zei, dat de werkgever niet <i>alles<\/i> kan onderzoeken en ik verklaarde, daarop, dat <i>in &#8216;t algemeen<\/i> ik het stelsel billijkte, dat de man meer loon heeft, dan de vrouw. Ik vroeg echter aan Boas, of de vrouw niet evenveel of zelfs meer moest verdienen als de man,\r\n<\/blockquote>\r\n<div class=\"pb\">[p. 262]<\/div><p>\r\n<\/p>\n<blockquote>wanneer in enkele gevallen de vrouw in even ongunstige of ongunstiger sociale omstandigheden verkeert dan de man.\r\n<br><i>De 2e secr.-penn<\/i>. [= Boas] \u201cDaar geef ik geen antwoord op\u201d\r\n<br><i>De 1e secr.<\/i> [=Ricardo] \u201cDus U weigert te antwoorden?\u201d\r\n<br><i>De 2e secr.penn.<\/i> \u201cJa\u201d\r\n<br><i>De 1e secr.<\/i> (met verheffing van stem) \u201cIk constateer, dat de Heer Boas weigert op mijn vraag een antwoord te geven.\u201d\r\n<br>Zoo staat het in de notulen!\u2019<\/blockquote>\r\n\r\n\r\n<p class=\"indent\">Gr\u00f6nloh doorziet dit pathos: \u2018Zaterdagavondgeestdrift\u2019 zal hij het later noemen. Ricardo verweert zich in een brief van 29 januari 1900, maar maakt het er niet beter op:\r\n<\/p>\n<blockquote>\u2018Noem mijn voordracht onbeteekenend, noem mijn stijl phraserig en opgeschroefd, mijn geestdrift \u201cZaterdagavondgeestdrift\u201d, noem alles slecht, gemeen en verward, bedenk, dat het een overtuiging is, die ik verkondig, bedenk, dat ik heb gestreden en geleden daarvoor, bedenk, dat het niet de zucht is om wat uit te schreeuwen, maar dat ik verkondig, wat voor <i>mij<\/i> recht en waarheid is. [&#8230;] De waarheid moet gezocht worden, niets dan de waarheid, maar helaas dikwijls vergenoegt men zich met den schijn en meent de waarheid te bezitten en die menschen zijn dan het ergst. En daarom zeg ik met jou: ik ben blij en ben er trotsch op te weten, dat ik niets weet.\u2019<\/blockquote>\r\n\r\n\r\n<p class=\"indent\">Waaruit blijken mag, dat Gr\u00f6nloh al in 1900 het \u2018nescio\u2019 in zijn vaandel voerde.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Uit de <span class=\"small-caps\">gohv<\/span>-stukken zal blijken, dat het pathos van de jonge Ricardo toch wel te onderscheiden valt van de declamatorische hoogstandjes van Gr\u00f6nloh. In Multatuli&#8217;s voetspoor heeft hij wel degelijk \u2018gestreden en geleden\u2019. Overigens is ook Gr\u00f6nloh niet afkerig van een flinke portie tevreden rhetoriek!<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Op zaterdagavond 13 januari 1900 doet Gr\u00f6nloh zijn herintrede in de vereniging, en op 17 februari houdt hij zijn eerste lezing, die geen titel heeft en handelt over het debatteren zelf en over de \u2018sociale kwestie\u2019, naar aanleiding van de voordracht van Van Emden over dat onderwerp. Deze \u2018mai-<\/p><div class=\"pb\">[p. 263]<\/div><p>denspeech\u2019 is in zijn geheel bewaard gebleven. &#8211; Een jaar later, 23 maart 1901, neemt hij afscheid van de vereniging, en ook d\u00e8ze speech is in zijn geheel overgeleverd.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Wat de overige concept-toespraken betreft: het is onzeker, welke ook werkelijk in het openbaar zijn uitgesproken. Speculaties daarover zijn te vinden bij de toelichtingen op elke lezing afzonderlijk. Het archief van <span class=\"small-caps\">gohv<\/span> zou uitkomst kunnen bieden, maar het is mij niet gelukt om dit op te sporen. Noch het Gemeentearchief van Amsterdam, noch het archief van de Openbare Handelsschool (berustend op het Gemeentearchief), noch de index op familiearchieven (Rijksarchief&#8217;s Gravenhage), noch het archief van Siegfried Hoofi\u00ebn (Central Zionist Archives, Jeruzalem) konden een aanknopingspunt opleveren. Een zoektocht naar de laatste mij bekende secretaris, Abraham Ricardo, bracht mij naar zijn vier dochters: hun vader, later enige tijd journalist bij de <span class=\"small-caps\">nrc<\/span>, en elders politiek zeer linkse stukken publicerend onder het pseudoniem J. Welders, heeft hen geen persoonlijke papieren nagelaten, en nooit iets verteld over zijn jonge jaren als debater.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Het lidmaatschap van <span class=\"small-caps\">gohv<\/span> heeft Gr\u00f6nloh een jaar lang gestimuleerd om zijn gedachten op papier te zetten. Het is duidelijk dat hij succes heeft als spreker, en dat doet hem goed. \u2018Vreest ge mijn scherpte, mijn venijnige stijl? Want go\u00e8d schrijf ik, dat kunt ge overal bevragen, bij die me kennen.\u2019 Dat vraagt hij, op zelfbewuste toon, aan een gereformeerd gezelschap jongelingen in een brief van 19 april 1900. \u2018Ik schrijf voor me zelf een boel over allerlei dingen en berg &#8216;t dan op. Sommige mensen van smaak vinden &#8216;t erg mooi. Reden te meer om &#8216;t diep weg te stoppen.\u2019 Dat schrijft hij aan zijn tante op 17 juni 1900 in een verjaardagsbrief die hij niet verstuurt.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het lid zijn van een debating club (\u2018Ik heb een debating club waarvan ik de vergaderingen in de war schop\u2019 zegt Gr\u00f6nloh in dezelfde brief) was in die jaren, arm aan ander amusement, zeer gebruikelijk, en dan met name onder studenten en jongeren in het algemeen. Het is opvallend hoeveel tijdgenoten van Gr\u00f6nloh dezelfde ontwikkelingsgang doormaken als hij: onder invloed van Multatuli en Heine worden ze zich bewust van de kluisters van christelijke kerk, burgerlijk milieu en liberalisme, scholen zich in\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 264]<\/div><p>een debatingclub aan het opkomend socialisme, en slaan een eigen weg in. Twee leden van <span class=\"small-caps\">gohv<\/span>, Engelander en Hoofi\u00ebn, wenden zich bijvoorbeeld tot Van der Goes bij het verzamelen van bouwstoffen voor hun spreekbeurt (Van der Goes-archief, <span class=\"small-caps\">iisg<\/span> A&#8217;dam). Dezelfde weg als Gr\u00f6nloh (Heine, Multatuli, debatingclub) volgt zijn leeftijd- en naamgenoot Frits Hopman. Voor beiden, in karakter erg verwant, komt daar dan nog een factor bij: de invloed van Frederik van Eeden.<\/p>\r\n\r\n<h4>Multatuli<\/h4>\r\n\r\n<p>Het belang dat de <i>Ideen<\/i>, de <i>Max Havelaar<\/i>, de <i>Minnebrieven<\/i> voor Gr\u00f6nloh&#8217;s ontwikkeling hebben gehad, kan moeilijk worden overschat. Hij schrijft en denkt als Multatuli, voelt zich een zielsverwant, is even hartstochtelijk en radikaal als hij, een eenling, bij voorkeur varend op eigen kompas. Een aantal denkbeelden van de jonge Gr\u00f6nloh komt regelrecht uit de <i>Ideen<\/i>, en zelf krabbelt hij in vijf cents-cahiers ook eigen \u2018Idee\u00ebn\u2019, waarin hij staat en maatschappij omversmijt, autoriteiten veracht, de parlementaire democratie verwerpt, onophoudelijk het thema \u2018Mensch, denk!\u2019 aan zijn toehoorders voorhoudt, en te kennen geeft de wereld graag zo anarchistisch mogelijk te willen inrichten. De invloed van Multatuli is zichtbaar op bijna elke bladzijde van de <span class=\"small-caps\">gohv<\/span>-papieren (de meest frappante overeenkomsten worden in een noot aangegeven), al dient gezegd dat Gr\u00f6nloh nooit klakkeloos naschrijft, maar steeds van eigen verwerking blijk geeft. Wat Multatuli over zijn beweegredenen zegt in Idee 400, zou \u00f3\u00f3k het credo van de jonge Gr\u00f6nloh kunnen zijn:\r\n<\/p>\n<blockquote>Wat me dan beweegt? Ik zal &#8216;t u zeggen, <span class=\"small-caps\">publiek<\/span>&#8230; voor &#8216;n deel althans. Ik ben u niets schuldig, dus ook niet <i>al<\/i> de waarheid. Maar w\u00e0t ik u geef, zal waarheid wezen.\r\n<br>Wat me beweegt? Zie hier:\r\n<br>Ge zult moeite hebben my te gelooven, maar toch wil ik u verzekeren dat er menschen bestaan die van hun jeugd af zich bezighielden met denken.\r\n<br>&#8216;t Klinkt vreemd, paradoks, &#8216;t jaagt u schrik aan&#8230; maar inderdaad is het zoo. Daaronder zyn er die opgemerkt hebben dat er in onze maat-<\/blockquote>\r\n<div class=\"pb\">[p. 265]<\/div><p>\r\n<\/p>\n<blockquote>schappy veel is wat anders wezen moest, en met wat goeden wil, anders wezen k\u00f2n. Het terechtbrengen van \u00e0l &#8216;t verkeerde is onmogelijk, maar &#8216;t berusten in verkeerdheden, omdat wy ze niet <i>allen<\/i> kunnen veranderen, is aftekeuren, en &#8211; naar myn opvatting der roeping van den mensch &#8211; misdadig.\r\n<br>Want wie op zyn weg &#8216;n steen vindt, die oorzaak wezen kan van struikeling voor wien na hem komt, kantele dien ter-zyde. Het is niet voldoende den steen omtegaan, en alleen zichzelf te waren tegen schade. Daar rust op ieder lid van &#8216;t groote reisgezelschap des menschelyken geslachts &#8216;n dure verplichting den kant des wegs dien hy langs-ging, te merken met weggeruimde hindernissen, opdat die eervolle gedenkteekenen van z&#8217;n arbeid, aan latere reizigers strekken tot voordeel, hen opwekken tot dankbaarheid, en aansporen tot navolging. Maar er zyn zeer zware steenen! Daartoe gebruiken de mynwerkers kruit en <i>dynamiet<\/i>. En de groote, logge, schijnbaar onbeweegbare rotsblokken die den weg naar volksgeluk en volmaking versperren, laat men springen door wat geest.\r\n<br>Veel is er niet noodig, zooals ge ziet. Maar toch altyd meer dan er wordt gestookt uit uw granen, <span class=\"small-caps\">publiek<\/span>.\r\n<br>Sedert lang heb ik my beyverd hier-en-daar &#8216;n steen uit den weg te ruimen. En als &#8216;t me niet gelukt, zal ik toch zorgdragen dat wie na my komt, sporen vinde van myn pogingen.<\/blockquote>\r\n\r\n\r\n<p class=\"indent\">Multatuli&#8217;s strijden tegen onrecht, Multatuli&#8217;s athe\u00efsme, Multatuli&#8217;s afkeer van het parlementaire stelsel: de zaaier is niet tevergeefs uitgegaan om te zaaien, getuige Gr\u00f6nloh&#8217;s schrifturen. Het is zeker niet te ver gezocht, om ook in Gr\u00f6nloh&#8217;s beroemde spelling (zoals <i>doet-i<\/i>, later <i>doetti<\/i>) invloed van Multatuli te zien, die deze vormen prefereert (Idee 47, en noot van Idee 78). En beroemt Multatuli zich niet vele malen op het feit dat hij niets weet (b.v. de Ideen 96 t\/m 99)? Maar juist door dit \u2018niet-weten\u2019 kon Multatuli aan de jonge Gr\u00f6nloh niet geven wat Van Eeden hem bood: een actieprogramma om de maatschappij ook daadwerkelijk te veranderen, om al dit denken om te zetten in do\u00e8n.<\/p>\r\n\r\n<div class=\"pb\">[p. 266]<\/div>\r\n<h4 class=\"small-margins\">Van Eeden<\/h4>\r\n\r\n<blockquote>\u2018Van Eeden is een flinke vent, Multatuli was een kerel en \u00eck leef. Amen\u2019 (Gr\u00f6nloh op 23 maart 1901).<\/blockquote>\r\n\r\n<p>Over het literaire werk van Van Eeden laat Gr\u00f6nloh zich in deze tijd niet uit, maar de brochures <i>Waarvan leven wij<\/i> en <i>Waarvoor werkt gij<\/i> hebben zijn leven een beslissende wending gegeven. Hij krijgt ze in de zomer van 1899 in handen, en ze openen hem de ogen voor een heel andere wereld dan het \u2018vooruitstrevend liberalisme\u2019 van zijn ouderlijk huis en de catechisatielessen van de remonstrantse domin\u00e9. Het kind dat alles aannam, geloofde dat iedereen &#8216;t beter wist en \u2018alleen maar verwonderd [was], altijd door verwonderd en angstig ook over de vreemde wereld\u2019 vindt in de brochures een geestelijk houvast: \u2018Sedert heb ik mijn verwondering begrepen over het praten der menschen over god, over zonde, over kwaad en goed.\u2019 Hij maakt zich los van de wereld van zijn ouders, van kerk en liberalisme, en tracht zich naar eer en geweten een e\u00ecgen mening te vormen \u2018tegen alle spot, alle kwaadsprekerij, alle \u201cvragenboekjes\u201d, zondagscholen, offici\u00eble moraal in met de vaste overtuiging goed te doen\u2019 (citaten uit een concept-brief met aanhef <i>Meisje<\/i>, van mei 1901). Hij volgt Van Eeden op de weg die deze in zijn (ook nu nog meeslepende) lezingen wijst om uit de mis\u00e8re van het kapitalisme te komen. Aan de bezittende klasse geeft Van Eeden de raad \u2018Woeker niet meer, leen of beleen geen geld of goed op rente, laat den grond vrij, en doe nuttig werk\u2019 (<i>Waarvan leven wij<\/i>, in <i>Studies<\/i> 4e reeks, p. 145), en aan de arbeiders: \u2018Werkt voor de werkers! en verovert den grond tot gemeenschappelijk bezit\u2019 (<i>Waarvoor werkt gij<\/i>, idem, p. 181). In Van Eeden&#8217;s visie staat het bezitten van de grond centraal: door zich te verenigen in co\u00f6peraties kunnen arbeiders zelf kapitaal vergaren en daarmee grond kopen; landkolonisten kunnen deze bebouwen, zichzelf en de\r\noverige werkers voeden en kleden en de overschotten verkopen; de opbrengst daarvan wordt ge\u00efnvesteerd in nieuwe grond, waarop nieuwe arbeiders werk naar eigen keuze kunnen vinden. Zo ontstaat een steeds groter wordende cirkel waarbinnen alle werkers werken voor elkander, in plaats van voor de bezittende klasse. De ethische motieven achter dit (hier grof geschetste) ontwerp brengen\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 267]<\/div><p>vanzelfsprekend het ideaal van een sobere levensstijl mee, en impliciet is de zekerheid, dat deze \u2018vrije\u2019 mensen ook \u2018gelukkige\u2019 mensen zullen zijn.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Gr\u00f6nloh heeft deze visie geheel tot de zijne gemaakt. Zijn eerste offici\u00eble <span class=\"small-caps\">gohv<\/span>-lezing (feb. 1900) staat er al vol van. Hij meldt zich aan op Walden, maar Van Eeden plaatst hem op de wachtlijst, en laat hem weinig hoop: hij heeft op dat moment liever arbeiders met verstand van het tuindersvak, dan idealistische kantoorbedienden. In juli 1900 komt hij in contact met de kantoorbediende Jan de Wilde, die met een aantal vrienden geld aan het sparen is om een stuk grond te kopen. Een klein begin, maar \u2018&#8217;t is beter dan te praten in een debating club\u2019, schrijft Wilde hem. Toch krijgt de debating-club er een uiteenzetting over, de speech \u2018Wat ik wil?\u2019 van 13 augustus 1900. Voorlopig is de realiteit nog ver, is er alleen het eens per week bijeenkomen op de zolder van \u00e9\u00e9n der spaarders, zoals dat is geschilderd in \u2018Heimwee\u2019 en \u2018Titaantjes\u2019. En hier begint ook de geschiedenis van de kolonie \u2018Tames\u2019, en van Gr\u00f6nloh&#8217;s bemoeienissen met de Vereeniging voor Gemeenschappelijk Grondbezit (<span class=\"small-caps\">ggb<\/span>) en het tijdschrift \u2018De Pionier\u2019: de wereld van landkolonisatie, waaraan hij tot mei 1907 trouw is gebleven, al werden zijn geloof en zijn inzet steeds kleiner. Maar dat alles is een ander verhaal.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Een jaar lang stimuleert het debatteren hem, maar dan krijgt hij er genoeg van. In zijn laatste lezing zet hij helder uiteen wat hem verveelt: het spelletje van de rhetorica, waarbij de woorden tellen, maar de ge\u00efnvesteerde gevoelens verborgen blijven. Op <span class=\"small-caps\">gohv<\/span> is men dan ook onkundig gebleven van de behoefte aan allesomvattende liefde, waardoor hun clubgenoot de laatste maanden wordt beheerst. Hij is wanhopig verliefd op een meisje van de zangvereniging, maar zij wil niets van hem weten, en hij twijfelt of zij wel de ware is, of hij in haar het ideale meisje kan zien, de \u2018werkelijke, lichtende, scheppende heerlijke Adinda, de nog niet gevondene\u2019 (\u2018Dagboek\u2019, 6 maart 1901).<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Als Gr\u00f6nloh in maart 1901 de debating-club vaarwel zegt, is hij \u2018zat, \u00f2p, fini\u2019 van het malende denken over het lot van de wereld, en zijn eigen kleine lot. Hij heeft koortsachtig gezocht, en een hero\u00efsche poging gedaan om op\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 268]<\/div><p>eigen kompas te varen. Want, al mag het anders lijken, veel gelezen heeft hij niet: \u2018Ik heb genoeg te lezen in mijzelf en anderen en ben mijzelf tot bron genoeg\u2019, verklaart de amper 18-jarige op 23 juni 1900. Heine is van belang voor hem geweest in zijn schooljaren, met Goethe&#8217;s <i>Faust<\/i> heeft hij zich ge\u00efdentificeerd, het boek \u2018Prediker\u2019 kent hij, <i>Majesteit<\/i> van Couperus vindt hij mooi. En regelmatig studeert hij in de 18 delen van Schlosser&#8217;s <i>Algemeene geschiedenis<\/i>, om de lessen van het verleden vast te stellen. Maar de meeste idee\u00ebn die hij op <span class=\"small-caps\">gohv<\/span> te berde brengt, heeft hij op eigen kracht ontwikkeld, en deze intellectuele inspanning plus zijn emotionele ontreddering brengen hem aan de rand van wat in zijn tijd \u2018zenuwoverspanning\u2019 heette.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Voor wie weten wil hoe het verder gaat: Gr\u00f6nloh verkeert enkele maanden lang in de gemoedsgesteldheid van Eduard in \u2018Dichtertje\u2019, dichtend, dwepend, smachtend. In september 1901 neemt hij een baan in Oldenzaal, en op 28 december 1901 loopt hij voor &#8216;t eerst met Adinda, die de ware Adinda blijkt, en \u2018toen kreeg i haar\u2019 (\u2018Dichtertje\u2019, p. 82). Hij richt zich geheel op haar en op de kolonisatieplannen, die in dezelfde tijd tot verwezenlijking komen (kerstmis 1901 wordt een stuk land gekocht bij Huizen).<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het laatste document met betrekking tot de debatingclub is een conceptvoordracht voor de \u2018<i>Dames en Heeren<\/i>, <i>leden<\/i>, <i>begunstigers en genoodigden van <span class=\"small-caps\">gohv<\/span> daar ik vroeger lid van was<\/i>\u2019, onvoltooid, ongedateerd, maar van april 1902. Daarin vertelt hij over de kolonie, \u2018met het zeer opzettelike en wel overlegde doel, U voor iets te laten betalen.\u2019 Met dezelfde bedoeling heeft hij blijkbaar zijn vroegere vriend Ricardo aangeschreven. Tot het eind van het jaar corresponderen \u2018Gr\u00f6n\u2019 en \u2018Riek\u2019 over de debatingclub en de kolonie. \u2018Wat <span class=\"small-caps\">gohv<\/span> aangaat\u2019, schrijft Ricardo op 24 april 1902, \u2018ik kan je wel zeggen, dat in deze vereeniging al z\u00e9er weinig sympathie voor je plan bestaat. Van di\u00e8 zijde kan je dus weinig of niets verwachten\u2019. Ricardo zelf kan wel sympathie opbrengen voor Van Eeden en voor landbouwkolonisatie, en wijkt daarmee af van het standpunt van zijn sociaal-democratische partijgenoten. Hij meent echter dat Gr\u00f6nloh te weinig oog heeft voor de kolonie als onderdeel van de arbeidersbeweging en de klassenstrijd: \u2018Hoed je voor specialiteiten en speciale studie, Gr\u00f6n!\u2019 Zijn theoretische\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 269]<\/div><p>bespiegelingen vinden op hun beurt weinig gehoor bij Gr\u00f6nloh en zijn vrienden, die meer zorgen hebben over de vraag, hoe ze de gewassen op het land tegen de konijnen moeten beschermen. Aardig is het daarom, dat de <span class=\"small-caps\">gohv<\/span>-ers Ricardo en Van Emden samen <i>f<\/i> 2,50 overmaken, met op de ch\u00e8que de woorden \u2018op hoop van zegen\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>\r\n<span class=\"small-caps\">gohv<\/span> blijft floreren, met Ricardo als secretaris. Op Tames blijft de zegen uit. Het laatste briefkaartje van Ricardo dateert van 31 december 1902. Kort daarop vertrekt hij naar Amerika, en wordt het contact definitief verbroken. En daarmee valt ook over de debatingclub <span class=\"small-caps\">gohv<\/span> het doek.<\/p>\r\n\r\n<h4>Wijze van uitgave<\/h4>\r\n\r\n<p>Van de eerste lezing is een klad- \u00e8n nethandschrift bewaard gebleven, van de laatste lezing alleen een nethandschrift. De overige speeches zijn door mij bijeengezocht uit de nalatenschap, en op grond van inhoudelijke \u00e8n formele kenmerken (papiersoort, inkt, handschrift) zo goed mogelijk in chronologische volgorde gebracht. Uit \u00e0l het beschikbare <span class=\"small-caps\">gohv<\/span>-materiaal (zie het overzicht hierna) heb ik een keuze gemaakt voor dit artikel.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>De meeste stukken voor <span class=\"small-caps\">gohv<\/span> zijn zeer wild, soms vrijwel onleesbaar geschreven, met talloze doorhalingen en toevoegingen. Er is gekozen voor een leesbare tekst, zonder varianten.<\/p>\r\n\r\n<table class=\"list\">\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-label\" id=\"\">&#8211;<\/td>\n<td class=\"list-item\">interpunctie werd spaarzaam toegevoegd<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-label\" id=\"\">&#8211;<\/td>\n<td class=\"list-item\">snelheidsafkortingen zijn opgelost, soms tussen [+ ]<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-label\" id=\"\">&#8211;<\/td>\n<td class=\"list-item\">woordverdubbelingen werden gecorrigeerd<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-label\" id=\"\">&#8211;<\/td>\n<td class=\"list-item\">vergeten letters en woorden zijn tussen haken toegevoegd [+ ]<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-label\" id=\"\">&#8211;<\/td>\n<td class=\"list-item\">evidente verschrijvingen zijn gecorrigeerd, in twijfelgevallen als [<i>lees<\/i>: ]<\/td>\r\n<\/tr>\n<\/table><div class=\"pb\">[p. 270]<\/div>\r\n\r\n<br \/><br \/><img decoding=\"async\" src=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/wp-content\/uploads\/1982\/01\/_tir001198201ill19-150x200.gif\" alt=\"illustratie\" id=\"img-2\"><br \/><div class=\"small caption\" data-image-id=\"img-2\">\r\n<i>A. Ricardo aan Gr\u00f6nloh<\/i>, <i>8 januari 1900 (fragment<\/i>, <i>verkleind)<\/i>\r\n<\/div>\r\n<br \/><br \/><\/div><div class=\"wp-block-column dbnl-rechts is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:33.33%\"><div id=\"noten-apparaat\"><div class=\"interp\">\n<h3>Over dit hoofdstuk\/artikel<\/h3>\n<p><label>auteurs<\/label><\/p>\n<p> <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=frer001\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Lieneke Frerichs<\/a><\/p>\n<p>over  <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=nesc001\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\"> Nescio<\/a><\/p>\n<br>\n<\/div><\/div><\/div><\/div>","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>[p. 258] Boven: voorbedrukte briefkaart van gohv, d.d. 28 juni 1900 Onder: briefkaart van A. Ricardo aan Gr\u00f6nloh [p. 259] Lieneke Frerichs Nescio in 1900: \u2018Ik ben blij en ben er trotsch op te weten, dat ik niets weet\u2019 Nescio is in de eerste plaats de auteur van het Hollandse landschap. Maar daarnaast speelt in&#8230; <a class=\"more-link\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/lieneke-frerichsnescio-in-1900-ik-ben-blij-en-ben-er-trotsch-op-te-weten-dat-ik-niets-weet\/\">Lees verder <span class=\"read-more-arrow\"><\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","class_list":["post-301268","dbnl","type-dbnl","status-publish","hentry"],"acf":[],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO plugin v26.4 - https:\/\/yoast.com\/wordpress\/plugins\/seo\/ -->\n<title>Lieneke Frerichs Nescio in 1900: \u2018Ik ben blij en ben er trotsch op te weten, dat ik niets weet\u2019 &#183; Uitgeverij Van Oorschot<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/lieneke-frerichsnescio-in-1900-ik-ben-blij-en-ben-er-trotsch-op-te-weten-dat-ik-niets-weet\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"Lieneke Frerichs Nescio in 1900: \u2018Ik ben blij en ben er trotsch op te weten, dat ik niets weet\u2019 &#183; Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"[p. 258] Boven: voorbedrukte briefkaart van gohv, d.d. 28 juni 1900 Onder: briefkaart van A. Ricardo aan Gr\u00f6nloh [p. 259] Lieneke Frerichs Nescio in 1900: \u2018Ik ben blij en ben er trotsch op te weten, dat ik niets weet\u2019 Nescio is in de eerste plaats de auteur van het Hollandse landschap. Maar daarnaast speelt in... Lees verder\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/lieneke-frerichsnescio-in-1900-ik-ben-blij-en-ben-er-trotsch-op-te-weten-dat-ik-niets-weet\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"article:modified_time\" content=\"2021-06-04T14:04:56+00:00\" \/>\n<meta property=\"og:image\" content=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/wp-content\/uploads\/1982\/01\/_tir001198201ill18-150x200.gif\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"19 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\/\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/lieneke-frerichsnescio-in-1900-ik-ben-blij-en-ben-er-trotsch-op-te-weten-dat-ik-niets-weet\/\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/lieneke-frerichsnescio-in-1900-ik-ben-blij-en-ben-er-trotsch-op-te-weten-dat-ik-niets-weet\/\",\"name\":\"Lieneke Frerichs Nescio in 1900: \u2018Ik ben blij en ben er trotsch op te weten, dat ik niets weet\u2019 &#183; Uitgeverij Van Oorschot\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\"},\"primaryImageOfPage\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/lieneke-frerichsnescio-in-1900-ik-ben-blij-en-ben-er-trotsch-op-te-weten-dat-ik-niets-weet\/#primaryimage\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/lieneke-frerichsnescio-in-1900-ik-ben-blij-en-ben-er-trotsch-op-te-weten-dat-ik-niets-weet\/#primaryimage\"},\"thumbnailUrl\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/wp-content\/uploads\/1982\/01\/_tir001198201ill18-150x200.gif\",\"datePublished\":\"1981-12-31T23:00:30+00:00\",\"dateModified\":\"2021-06-04T14:04:56+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/lieneke-frerichsnescio-in-1900-ik-ben-blij-en-ben-er-trotsch-op-te-weten-dat-ik-niets-weet\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/lieneke-frerichsnescio-in-1900-ik-ben-blij-en-ben-er-trotsch-op-te-weten-dat-ik-niets-weet\/\"]}]},{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"en-US\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/lieneke-frerichsnescio-in-1900-ik-ben-blij-en-ben-er-trotsch-op-te-weten-dat-ik-niets-weet\/#primaryimage\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/wp-content\/uploads\/1982\/01\/_tir001198201ill18-150x200.gif\",\"contentUrl\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/wp-content\/uploads\/1982\/01\/_tir001198201ill18-150x200.gif\"},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/lieneke-frerichsnescio-in-1900-ik-ben-blij-en-ben-er-trotsch-op-te-weten-dat-ik-niets-weet\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"DBNL\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"Lieneke Frerichs Nescio in 1900: \u2018Ik ben blij en ben er trotsch op te weten, dat ik niets weet\u2019\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\",\"name\":\"Uitgeverij Van Oorschot\",\"description\":\"\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"Lieneke Frerichs Nescio in 1900: \u2018Ik ben blij en ben er trotsch op te weten, dat ik niets weet\u2019 &#183; Uitgeverij Van Oorschot","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/lieneke-frerichsnescio-in-1900-ik-ben-blij-en-ben-er-trotsch-op-te-weten-dat-ik-niets-weet\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"Lieneke Frerichs Nescio in 1900: \u2018Ik ben blij en ben er trotsch op te weten, dat ik niets weet\u2019 &#183; Uitgeverij Van Oorschot","og_description":"[p. 258] Boven: voorbedrukte briefkaart van gohv, d.d. 28 juni 1900 Onder: briefkaart van A. Ricardo aan Gr\u00f6nloh [p. 259] Lieneke Frerichs Nescio in 1900: \u2018Ik ben blij en ben er trotsch op te weten, dat ik niets weet\u2019 Nescio is in de eerste plaats de auteur van het Hollandse landschap. Maar daarnaast speelt in... Lees verder","og_url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/lieneke-frerichsnescio-in-1900-ik-ben-blij-en-ben-er-trotsch-op-te-weten-dat-ik-niets-weet\/","og_site_name":"Uitgeverij Van Oorschot","article_modified_time":"2021-06-04T14:04:56+00:00","og_image":[{"url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/wp-content\/uploads\/1982\/01\/_tir001198201ill18-150x200.gif","type":"","width":"","height":""}],"twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"19 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/lieneke-frerichsnescio-in-1900-ik-ben-blij-en-ben-er-trotsch-op-te-weten-dat-ik-niets-weet\/","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/lieneke-frerichsnescio-in-1900-ik-ben-blij-en-ben-er-trotsch-op-te-weten-dat-ik-niets-weet\/","name":"Lieneke Frerichs Nescio in 1900: \u2018Ik ben blij en ben er trotsch op te weten, dat ik niets weet\u2019 &#183; Uitgeverij Van Oorschot","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website"},"primaryImageOfPage":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/lieneke-frerichsnescio-in-1900-ik-ben-blij-en-ben-er-trotsch-op-te-weten-dat-ik-niets-weet\/#primaryimage"},"image":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/lieneke-frerichsnescio-in-1900-ik-ben-blij-en-ben-er-trotsch-op-te-weten-dat-ik-niets-weet\/#primaryimage"},"thumbnailUrl":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/wp-content\/uploads\/1982\/01\/_tir001198201ill18-150x200.gif","datePublished":"1981-12-31T23:00:30+00:00","dateModified":"2021-06-04T14:04:56+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/lieneke-frerichsnescio-in-1900-ik-ben-blij-en-ben-er-trotsch-op-te-weten-dat-ik-niets-weet\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/lieneke-frerichsnescio-in-1900-ik-ben-blij-en-ben-er-trotsch-op-te-weten-dat-ik-niets-weet\/"]}]},{"@type":"ImageObject","inLanguage":"en-US","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/lieneke-frerichsnescio-in-1900-ik-ben-blij-en-ben-er-trotsch-op-te-weten-dat-ik-niets-weet\/#primaryimage","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/wp-content\/uploads\/1982\/01\/_tir001198201ill18-150x200.gif","contentUrl":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/wp-content\/uploads\/1982\/01\/_tir001198201ill18-150x200.gif"},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/lieneke-frerichsnescio-in-1900-ik-ben-blij-en-ben-er-trotsch-op-te-weten-dat-ik-niets-weet\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"DBNL","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"Lieneke Frerichs Nescio in 1900: \u2018Ik ben blij en ben er trotsch op te weten, dat ik niets weet\u2019"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/","name":"Uitgeverij Van Oorschot","description":"","potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"}]}},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl\/301268","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/dbnl"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=301268"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=301268"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}