{"id":301443,"date":"1984-01-01T00:00:20","date_gmt":"1983-12-31T23:00:20","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/dbnl\/carola-kloosgods-kippenhok\/"},"modified":"2025-12-02T17:45:08","modified_gmt":"2025-12-02T16:45:08","slug":"carola-kloosgods-kippenhok","status":"publish","type":"dbnl","link":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/carola-kloosgods-kippenhok\/","title":{"rendered":"Carola Kloos\r\n\r\nGods kippenhok"},"content":{"rendered":"\n<div class=\"wp-block-columns alignwide is-layout-flex wp-container-core-columns-is-layout-9d6595d7 wp-block-columns-is-layout-flex\">\n<div class=\"wp-block-column dbnl-links is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:66.66%\">\n<interp type=\"primair\" value=\"kloo010\"><\/interp><div class=\"pb\">[p. 143]<\/div>\r\n<a name=\"17\"><\/a>\r\n<h3>\r\n<i>Carola Kloos<\/i>\r\n\r\n<br>\r\nGods kippenhok<\/h3>\r\n\r\n<p>De universitaire wereld herbergt vreemde vogels. Sinds 1 oktober 1983 is ons land een leerstoel rijk in een snel omhoogschietend vak: de feministische theologie. Uiteraard wordt de stoel bezet door een vrouw; het is Catharina Halkes, die door haar benoeming de Nijmeegse universiteit in de vaart der volken opstoot. Overigens wordt het nieuwe vak aan meer universiteiten beoefend, zij het niet op hoogleraarsniveau.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Feministische theologie is modieus gekakel. Dat zullen velen op het horen van de naam all\u00e9\u00e9n al onderschrijven; maar het is redelijk, zeker tegenover de sympathisanten, de argumenten voor die stelling op papier te zetten.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Ik begin met enkele citaten uit een bericht dat op 8\/8\/&#8217;83 in <i>NRC-Handelsblad<\/i> verscheen onder de kop: <span class=\"small-caps\">vrouwen ontdekken \u2018nieuwe zusterlijkheid\u2019 in de kerk<\/span>. De redacteur geestelijk leven, uitgezonden naar de assemblee van de Wereldraad van Kerken in Vancouver, interviewt aldaar twee vrouwen: Lideke in &#8216;t Veld, voorzitster van de Remonstrantse Broederschap in Nederland, en Heidemarie Langer, een Westduitse kerkelijke vormingsleidster. Sprekend over de vrouwenconferentie die aan de assemblee voorafging zegt Lideke: \u2018We (&#8230;) hadden het over onszelf\u2019, en Heidemarie: \u2018Over de verwachtingen, de pijn en de angst van het vrouwzijn, daar vind je in de theologie niets van terug\u2019. De verslaggever knoopt hier een uitspraak van Dorothee S\u00f6lle aan vast: \u2018Als theoloog ben ik vrouw, wil ik geen man worden\u2019. En de beide dames weer: \u2018In de kerkelijke cultuur is het nog steeds zo dat het hoofd (het verstand) volstrekt gescheiden is van de rest van het lichaam. Vrouwen zijn de handen, voeten en borsten van de kerk. Maar met hun hoofd mogen ze niet meedenken\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 144]<\/div><p>en als ze dat aan de hand van de ervaringen van hun handen en voeten toch doen, worden ze als bedreigend ervaren\u2019. \u2018Wat wij nu doen\u2019, zegt Heidemarie, \u2018is onderzoeken wat er achter de patriarchale bijbelverhalen aan vrouwenleven schuilgaat. Daarvoor is de feministische theologie noodzakelijk.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Dat deze zinnen mij nogal wat hoofdbrekens hebben gekost komt waarschijnlijk doordat ik verzuimde een beroep te doen op de rest van mijn lichaam. Oppervlakkig gezien is het wel mogelijk de betekenis van het gesprokene te ontdekken &#8211; al blijf ik moeite houden met de klacht dat vrouwen iets niet <i>mogen<\/i> wat ze niet willen en, als ik het goed begrijp, niet kunnen (te weten: louter verstandelijk denken). Uit het gestelde, dat a. de bijbelverhalen \u2018patriarchaal\u2019 zijn, b. de theologie de gevoelens van vrouwen negeert, c. in de kerk het mannelijke denken overheerst, wordt geconcludeerd dat er behoefte bestaat aan bestudering van het \u2018vrouwenleven\u2019 in de bijbel, met als uiteindelijk streven dat de theologie meer aandacht zal besteden aan \u2018onszelf\u2019. Laat dit laatste niemand ontgaan; in de theologie berust bijbelstudie niet op puur historische belangstelling.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Bij nadere beschouwing evenwel rijzen er vragen. Zo is het niet direct duidelijk hoe \u2018patriarchale\u2019 verhalen voldoende over \u2018vrouwenleven\u2019 kunnen onthullen om de basis te vormen voor een meer vrouw-gerichte theologie; maar een meer principi\u00eble kwestie is: wat heeft de theologie van doen met de vrouw <i>als zodanig?<\/i>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Laten wij eerst deze principi\u00eble kwestie bekijken. In een scherpe reactie op het hierboven vermelde interview schrijft dr. J.A.T.J.M. Duynstee &#8211; wiens artikel, in <i>NRC-Handelsblad<\/i> dd. 22\/8\/&#8217;83, de titel draagt: <span class=\"small-caps\">praten in vancouver over zusterlijkheid is theologische kletskoek<\/span> -: \u2018daar gaat de wetenschap der theologie in het geheel niet over: het manzijn, het vrouw-zijn, het mens-zijn: deze vormen objecten van de wetenschap der anthropologie\u2019. \u2018En ze mogen ook niet spreken van een \u201cfeministische\u201d &#8211; of een \u201cmannen\u201d-theologie: die begrippen bestaan namelijk niet.\u2019 Deze kritiek verdient bepaald ernstiger te worden genomen dan gedaan is door E. Brongersma, die in <i>NRC-Handelsblad<\/i> d.d 24\/9\/&#8217;83 antwoordt: \u2018Deze harde taal is vrij wonderlijk, want \u201cfeministische theologie\u201d wordt als vak gedoceerd aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen\u2019. Of\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 145]<\/div><p>dit antwoord op onnozelheid berust dan wel als grapje is bedoeld ontgaat mij. Maar hoe terecht Duynstee&#8217;s kritiek ook is op de door Lideke en Heidemarie verkochte \u2018kletskoek\u2019 (waarvan ik hierboven het meeste heb weggelaten), ik meen toch dat hij ongelijk heeft wanneer hij \u2018het menszijn\u2019 buiten de gezichtskring van de theologie wil plaatsen Theologie immers houdt zich bezig met de relatie tussen God en mens, dus met de vraag: wat is de mens in Gods ogen. De kwestie is alleen, in hoeverre voor het aangezicht van God (aangenomen dat hij\/zij bestaat) het sexe-verschil iets uitmaakt. De feministische theologen gaan hier kennelijk van uit; hun theologie zal dus &#8211; wil men van godgeleerdheid kunnen spreken &#8211; d\u00ede aspecten van de relatie tussen God en de vrouw moeten beschrijven, die niet \u2018algemeen menselijk\u2019 zijn maar slechts voor vrouwen gelden. Ik wacht met spanning op het verschijnen van de eerste systematische theologie die de vrucht is van hun onderzoekingen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Vooralsnog gaat het om voorbereidend onderzoek; en zo komen wij weer terug bij de vraag, hoe de bestudering van het vrouwenleven in de patriarchale bijbelverhalen concreet in zijn werk gaat.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Zoekend naar een proeve van onderzoek op dit gebied stuitte ik op een bijlage bij het tijdschrift <i>Toerusting<\/i>, d.d. 5\/11\/&#8217;83, die \u2018een serie exegeses van en voor vrouwen\u2019 bevat. Het werkje is samengesteld door een collectief van zeven vrouwen, van wie de theologe Maria de Groot wel de bekendste is. Graag wil ik de lezer deelgenoot maken van de genoegens die ik beleefde bij \u2018een uitleg van Richteren 4 en 5\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hier volgt eerst mijn eigen toelichting. De Oudtestamentische boeken Jozua en Richteren beschrijven de geschiedenis van het volk Isra\u00ebl vanaf de binnenkomst in het beloofde land Kana\u00e4n tot de periode van de monarchie, die begint met het koningschap van Saul. Het in Jozua en Richteren beschreven tijdvak beslaat volgens de gebruikelijke datering ongeveer de 12de en 11de eeuw v. Chr. Deze boeken zelf zijn evenwel op zijn vroegst eind 7de eeuw v. Chr. tot stand gekomen (gedeelten ervan in de 6de eeuw), hetgeen ons huiverig moet maken om de historiciteit van het beschrevene voetstoots aan te nemen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Daar komt bij, dat de schrijvers door hun geschiedverhaal godsdienstige onderwijzing wilden geven aan hun tijdgenoten, die de Babylonische drei-<\/p><div class=\"pb\">[p. 146]<\/div><p>ging en uiteindelijk de deportatie naar Babylon beleefden. De les van de geschiedenis houdt in: ongehoorzaamheid aan Jhwh (=de Hebreeuwse weergave van de godsnaam Jahwe) leidt tot nederlaag, bekering tot Jhwh leidt tot overwinning. In een bedreigd volksbestaan moest deze les een steun betekenen. De tekst bevat wel oude overleveringen, een mengeling van historische tradities en sagen, maar is doorspekt met opmerkingen als: de Isra\u00eblieten deden wat kwaad is in de ogen van Jhwh; daarom gaf Jhwh hen over in de macht van hun vijanden. En de Isra\u00eblieten riepen tot Jhwh; daarop verwekte Jhwh een richter (d.w.z een leider), die hen bevrijdde van hun verdrukkers. Het is, kortom, ideologische geschiedschrijving.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Richteren <span class=\"small-caps\">iv<\/span> bevat het verhaal van de strijd van Isra\u00eblitische stammen tegen de Kana\u00e4nitische stadsvorst Jabin. Er is op dat moment een vrouwelijke richter, Debora, die volgens het verhaal een man genaamd Barak oproept om de strijd tegen Jabin te beginnen. Barak trekt ten strijde, vergezeld door Debora, en verslaat het leger van Jabin. Alleen diens legeroverste Sisera weet te ontkomen; hij verschuilt zich in de tent van een vrouw, Ja\u00ebl geheten. Ja\u00ebl (zelf geen Isra\u00eblitische) verleent haar medewerking door Sisera terwijl hij slaapt een ijzeren pin door zijn hoofd te slaan. In Richteren <span class=\"small-caps\">v<\/span> staat het \u2018lied van Debora\u2019, een overwinningslied dat veel ouder is dan het proza-verhaal.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Nu de uitleg \u2018van en voor vrouwen\u2019. Ik citeer enkele passages, waaraan ik mijn eigen opmerkingen toevoeg (herkenbaar door het teken -).<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Merendeels zijn dit (- de richteren) strijdbare en heldhaftige mannen, maar de profeet (- bedoeld is: de geschiedschrijver) toont ook angst voor sterke mannen en heldenverering. De \u201chelden\u201d van zijn boek worden nogal eens in hun dadendrang gestuit door vrouwen die aan hun macht een eind maken. In de vrouwen die in het boek Richteren voorkomen komt regelmatig de kritiek op mannen aan het woord.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">&#8211; Als voorbeelden van kritiek op heldendom noemen de schrijfsters merkwaardigerwijs: Jefta&#8217;s dochter (die geofferd werd aan Jhwh omdat Jefta had beloofd het eerste te zullen offeren dat hij thuis zou tegenkomen) en Delila (die Simson het geheim ontfutselde dat zijn kracht zat in zijn haar en het vervolgens afschoor, om hem voor geld te kunnen uitleveren aan de Filistijnen)!<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 147]<\/div>\r\n<p>\u2018Een vrouw staat op als richter en profetes. Zij gaat mannen die graag helden zouden zijn v\u00f3\u00f3r en zet hen voor schut in hun lafheid.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">&#8211; Dit slaat op het feit dat Barak, als Debora hem oproept tot de strijd, verlangt dat zij meegaat; zij is immers als richter door Jhwh ge\u00efnspireerd. Men notere, dat n\u00fa niet heldendom maar lafheid door de uitlegsters wordt gelaakt.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Hero\u00efek en heldendom zoals die in de mannenwereld worden gekoesterd worden belachelijk gemaakt. (&#8230;) E\u00e9n voor de hand liggend werktuig als een tentpin blijkt doeltreffender dan honderden ijzeren strijdwagens. De profeet tekent de mannenoorlog in z&#8217;n volkomen doelloosheid en verdorvenheid. Vrouwen zouden wel gek zijn daaraan mee te doen en \u201chun\u201d mannen en jongens als \u201chelden\u201d te verzorgen en te ondersteunen.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">&#8211; Ja, Debora gaat v\u00f3\u00f3r en Ja\u00ebl voltooit de slachting, maar ze zouden wel gek zijn&#8230;<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Isra\u00ebl is in het nauw gebracht en moet strijd leveren tegen degene die hen onderdrukt. De vijand, Jabin, koning van Moab, wordt getekend in heel zijn oorlogszuchtigheid, zijn ijzeren wagens, zijn menigte, zijn overmacht. (&#8230;) Bestaat er een manier om deze oorlogsmachine te stuiten? (&#8230;) Tegenover al dit strijdgewoel: een vrouw.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">&#8211; \u2018Moab\u2019 is een vergissing van de schrijfsters; het gaat om een Kana\u00e4nitische stadsvorst, voor wie de Isra\u00eblieten waarschijnlijk herediensten moesten vervullen. Vermoedelijk was dit de reden waarom zij, daartoe opgeroepen door Debora, de oorlog begonnen (sic!).<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Barak (&#8230;) maakt (&#8230;) zich onmogelijk als krijgsman, als held, als man. (- Dit slaat op het feit dat Barak niet zonder Debora wil gaan.) Dan zal hem ook de overwinning ontgaan en de vijand zal in handen vallen van een vrouw (&#8230;). Met haar troep weet de richter Debora de vijanden zo in het nauw te brengen dat ze niets meer waard zijn. (&#8230;) Van die hele menigte benauwers is er niet meer dan \u00e9\u00e9n overgebleven: Sisera. Zal Barak nu dan door hem te treffen het werk afmaken? Nee, ook nu komt Bliksemstraal (- zo wordt zijn naam leukjes vertaald) te laat (&#8230;). Ook de laatste man valt in handen van een vrouw.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">&#8211; Proficiat, Debora en Ja\u00ebl, sterke heldinnen!<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">&#8211; Het volgende slaat op het feit dat Debora&#8217;s naam in het Nieuwe Testa-<\/p><div class=\"pb\">[p. 148]<\/div><p>ment niet wordt genoemd in de opsomming van richteren.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Wat zullen wij n\u00fa van deze dingen zeggen? Dat mannen nogal eens vergeetachtig zijn, als het over het aandeel van vrouwen in de geschiedenis gaat? En wel eens enige neiging tot overdrijven vertonen als het hun eigen aandeel betreft?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">&#8211; Misschien moeten wij wel zeggen dat in het Nieuwe Testament de kritiek op oorlogszuchtige vrouwen \u2018aan het woord komt\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ik laat het hier maar bij. Men herleze slechts de opmerkingen van de dames uitlegsters om de volle omvang van hun inconsequenties tot zich te laten doordringen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Nu kan men tegenwerpen, dat \u00e9\u00e9n misser nog niet pleit tegen de onderneming als geheel. Dat mag waar zijn &#8211; maar ik geloof, dat het feministisch onderzoek naar vrouwenleven in de bijbel principieel niet deugt. Ik zal dit toelichten.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Historisch onderzoek kan gegevens opleveren omtrent de sociale positie van de vrouw, de rol van vrouwen in de cultus, de wijze waarop \u2018de tweede sexe\u2019 door mannen werd beoordeeld, etc. Dergelijk onderzoek is bepaald geen uitvinding van de laatste tijd; ik noem bijvoorbeeld:<\/p>\r\n\r\n<table class=\"list\">\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">M. L\u00f6hr <i>Die Stellung des Weibes zu Jahwe-Religion und &#8211; Kult untersucht<\/i> Leipzig 1908;<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">J. Leipoldt <i>Jesus und die Frauen<\/i> Leipzig 1921;<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">D.R. Mace <i>Hebrew Marriage<\/i> Londen 1953;<\/td>\r\n<\/tr>\n<tr class=\"list-item-container\" id=\"\">\n<td class=\"list-item\">P.A.H. de Boer <i>Fatherhood and Motherhood in Israelite and Judean Piety<\/i> Leiden 1974.<\/td>\r\n<\/tr>\n<\/table>\n<p>Het is genoegzaam bekend dat, zoals De Boer het formuleert, \u2018a negative valuation of woman dominates both in Jewish and in Christian writings\u2019 (<i>o.c.<\/i> p. 6). Het Oude Testament schrijft voor dat alle mannelijke personen drie maal &#8216;s jaars, op de drie grote feesten, voor het aangezicht van Jhwh moeten verschijnen (Ex. <span class=\"small-caps\">xxiii<\/span> 17, <span class=\"small-caps\">xxxiv<\/span> 23); het gebod sluit dus vrouwen uit. De Joodse auteur Ben Sira (ede eeuw v. Chr.) schrijft: \u2018de zonde stamt van de vrouw, en het is door haar dat wij allen sterven\u2019 (<span class=\"small-caps\">xxv<\/span> 24); het was immers Eva die de appel aannam van de slang, een treurig voorval dat de verdrijving uit het paradijs veroorzaakte en onder de naam \u2018zondeval\u2019 de geschiedenis is ingegaan. Paulus schrijft in de eerste brief aan Timotheus:\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 149]<\/div><p>\u2018Ik sta een vrouw niet toe onderricht te geven of gezag uit te oefenen over de man; zij moet zich stil houden. Want Adam werd het eerst geformeerd, daarna Eva; en Adam werd niet verleid, maar Eva werd verleid en week van het rechte pad af\u2019 (11 12-14). Dergelijke voorbeelden van een negatieve waardering van de vrouw zijn te vermeerderen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Een enkele keer zijn er andere geluiden te horen. Jezus trad vrouwen en mannen op dezelfde wijze tegemoet. In het Oude Testament staan vrouwen soms op de voorgrond; denk alleen al aan Debora. Ook is het de vraag of het Jahwisme in de oudste tijd (v\u00f3\u00f3r de redactie van het Oude Testament) de vrouw achterstelde bij de man.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Er kan uiteraard geen bezwaar bestaan tegen voortzetting van het onderzoek door Katholieke sociologen, Marxistische historici, Feministische theologen &#8211; kortom iedereen die zin heeft en tot objectief onderzoek in staat is. Ik betwijfel evenwel of dit onderzoek nog veel nieuwe feiten zal kunnen opleveren. Naar het mij voorkomt stellen de aanhangsters der feministische theologie zich dan ook niet in de eerste plaats ten doel om nieuwe feiten op te sporen, maar willen zij hun licht laten schijnen over bekende feiten. Nu vraag ik mij af, wat voor resultaten zij <i>in principe<\/i> kunnen bereiken. Wat kan het schril feministisch licht, op het aartsmannelijke Boek gericht, onthullen?<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">1. Mannen zijn rotzakken. 2. Vrouwen zijn engelen. Ziehier de twee conclusies die ik moeiteloos opschrijf. Het kan natuurlijk allemaal wat genuanceerder worden uitgewerkt, maar in grote trekken zal de damesstudie steeds weer d\u00edt als uitkomst hebben. Nu lijkt het me niet alleen tamelijk saai om je tijd te besteden aan \u2018onderzoek\u2019 waarvan het resultaat al van te voren vaststaat, maar ook vrees ik dat er niet zozeer van onderzoek sprake zal zijn als wel van inlegkunde. Dat vrouwen m\u00e9\u00e9r waard zijn dan uit de bijbelteksten blijkt kan, eo ipso, niet uit deze teksten worden opgemaakt; de dames vullen dus in wat zij z\u00e8lf van de vrouw vinden. Dit kan niet worden bestempeld als een serieuze uitleg van de bijbeltekst.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het stompzinnige geklets van de exegese \u2018van en voor vrouwen\u2019 die ik hierboven citeerde bewijst al dat ik gelijk heb met mijn vrees. Voor wie hierdoor niet overtuigd is laat ik nog een klein voorbeeldje volgen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In een radio-uitzending van de <span class=\"small-caps\">ikon<\/span> (13\/11\/&#8217;83, 18.10-18.40), handelend\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 150]<\/div><p>over het belangwekkende thema \u2018Theologie en Incest\u2019, werd gediscussieerd over het verhaal van Lot en zijn dochters, die&#8230; enfin, u begrijpt het al (Gen. <span class=\"small-caps\">xix<\/span> 30-38). De dames konden zich lustvol uitleven in kritiek op het patriarchale Oude Testament, want \u2018incest is typisch iets voor een patriarchale maatschappij\u2019. De gespreksleider: \u2018maar Lot werd toch door zijn dochters ertoe verleid!\u2019 Wie nu zou denken dat dit de deur dichtdeed heeft het mis. Weliswaar zegt het verhaal inderdaad dat Lot door zijn dochters werd verleid, die hem voor dat doel eerst dronken voerden, maar \u2018dat stelt de bijbel zo v\u00f3\u00f3r om Lot (=\u201cde man\u201d) te rechtvaardigen; deze verdraaiing wordt alleen al bewezen door het feit dat het verhaal zoals het nu verteld wordt larie is: een dronken man is impotent!\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Lezer, het verhaal \u00eds larie, nog afgezien van de vraag wie door wie is verleid; het is een aetiologische sage, die bedoeld is als verklaring van het (veronderstelde) feit dat Lots dochters nageslacht kregen (zij heten de stammoeders der Moabieten en Ammonieten) terwijl er geen man meer in het land was, wegens de verwoesting van Sodom en Gomorra. W\u00e0t de bijbelschrijver ook verdraaid mag hebben &#8211; een historisch feit beslist n\u00edet. Maar goed, laat hij hebben ingegrepen in een oudere sage, die Lot als de Verleider voorstelde. Hoe dom nu van de bijbelschrijver, om met zo&#8217;n doorzichtig verhaaltje aan te komen dat hem als fantast te kijk stelt.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Als nu alle mannen die ooit succesvol aan het sexuele verkeer hebben deelgenomen met een te hoog promillage even een briefje naar de <span class=\"small-caps\">ikon<\/span> willen sturen &#8211; ja al komt er slechts \u00e9\u00e9n briefje, dan is de bijbelschrijver al gered.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Overigens moet de conclusie van de dames gerekend worden tot groep <span class=\"small-caps\">1<\/span> (de \u2018mannen zijn rotzakken\u2019-conclusies). Zoals wij zagen was de uitleg van het Debora-verhaal in zoverre veelzijdiger, dat naast de conclusie van type 1 \u00f3\u00f3k type 2 vertegenwoordigd was.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Maar genoeg hierover; het wordt tijd dat wij ons wenden tot God.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Het vrouwenleven is de ene pool in het feministisch-theologisch onderzoek; de andere is het godsbeeld. Aan het hierboven vermelde artikel \u2018Vrouwen ontdekken \u201cnieuwe zusterlijkheid\u201d in de kerk\u2019 ontleen ik de volgende uitspraak van de theologe Elisabeth Moltmann: \u2018Vooral voor vrou-<\/p><div class=\"pb\">[p. 151]<\/div><p>wen in de Westelijke wereld is God een vreemdeling geworden, want wat God doet, is ontleend aan een mannelijk leiderspatroon: heersen, oordelen en regeren; wat hij is, beantwoordt aan mannelijke wensen: hij is rechter, koning, heerser, veldheer. Het jammerlijke van deze mannelijke God is dat hij wordt bepaald door zijn functie van heerser en bezitter van de wereld. (&#8230;) Maar een God die slechts de \u201calmachtige\u201d is, is geen God maar een monster\u2019. Het is zonneklaar: wij moeten toe naar een ander godsbeeld.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ik wil nu enkele voorbeelden bespreken van wat mij onder ogen kwam aan feministisch denkwerk over de godsvoorstelling. Voor het nu volgende baseer ik mij in hoofdzaak op: C.J.M. Halkes, <i>Met Mirjam is het begonnen. Opstandige vrouwen op zoek naar hun geloof<\/i>, Kampen 1980. Voorts heb ik onder ogen gehad: Phyllis Trible, \u2018Depatriarchalizing in Biblical Interpretation\u2019, <i>Journal of the American Academy of Religion<\/i> 41 (1973) 30-48, en een pamflet dat uitgegeven is door de Landelijke Hervormde Jeugdraad, in de serie <i>M.3<\/i>, jrg. 27 (1979), van de hand van de Lutherse kerkelijke hoogleraar C.H. Lindijer, getiteld \u2018vrouwen over de bijbel en de bijbel over vrouwen\u2019. Dan ontleen ik nog enkele punten aan: Mary Daly, <i>Beyond God the Father<\/i>, Boston 1973, en aan Maria de Groot in: <i>Als vrouwen aan het Woord komen &#8211; aspecten van de feministische theologie<\/i>, ed. C.J.M. Halkes &#8211; D. Buddingh, Kampen 1977, p. 48 sqq. Zoals te verwachten was, treft men bij de diverse schrijfsters veelal dezelfde idee\u00ebn aan. Wie de auctor intellectualis ervan is, werd mij uit de door mij geraadpleegde literatuur niet altijd duidelijk: zo wordt een bepaald idee door a toegeschreven aan c, door b daarentegen aan d, etc. De lezer moge het mij vergeven dat ik mijn speurwerk niet zover heb uitgestrekt, dat ik hier uitsluitsel over kan geven.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ter bestrijding van het door Elisabeth Moltmann getekende monstrum stelt de feministische theologie, dat de nadruk moet komen te liggen op niet-sexegebonden aanduidingen van God, en &#8211; als men t\u00f2ch over God spreekt in anthropomorfe termen &#8211; op Gods vrouwelijke kanten.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het eerste levert de onderzoeksters weinig problemen op: men moet God immers beschouwen als Geest. Ik vrees alleen dat zij hier niet veel mee opschieten; er zal in onze tijd wel geen Christen zijn die denkt dat zijn god lijfelijk in de hemel zetelt, zich tegoeddoend aan nectar en ambrozijn. De Rooms-Katholieke zowel als de Protestantse theologie hebben God\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 152]<\/div><p>omschreven als een \u2018substantia spiritualis\u2019 resp. een \u2018essentia spiritualis\u2019. Wie zich teweerstelt tegen een god met een lichaam (mannelijk nog wel, n\u00edet een gestalte als die van Heer Bommel!) vecht tegen windmolens. Het werkelijke probleem van de feministen lijkt mij dan ook niet gelegen in Gods tastbare mannelijkheid &#8211; waarvan hij beroofd zou moeten worden door de reductie tot Geest -, maar in de mannelijke <i>karaktertrekken<\/i> die dit Geestelijk Wezen heet te bezitten.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Halkes schrijft bovendien, dat de feministische theologen \u00e9\u00e9rder dan voor de Vader en de Zoon openstaan voor de Heilige Geest. (Dit is weer wat anders dan de opmerking \u2018dat God Geest is\u2019: de Heilige Geest is slechts een aspect van God, n.l. de inspiratie die van God uitgaat.) Ik zal met \u00e9\u00e9n voorbeeld illustreren hoe weinig al deze Geestdrift in wezen oplost. Het is een voorbeeld uit het Oude Testament, waarin de uitdrukking \u2018heilige geest\u2019 nog nauwelijks voorkomt; w\u00e8l is er sprake van de \u2018geest van Jhwh\u2019, de door Jhwh geschonken inspiratie.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018En de geest van Jhwh werd vaardig over hem, en hij ging naar Askelon en sloeg daar dertig mannen dood\u2019, lezen wij over Simson (Ri. <span class=\"small-caps\">xiv<\/span> 19). Heilige Geest, God als Geest &#8211; het vormt blijkbaar geen afdoende voorbehoedmiddel tegen de monsterlijke masculiniteit waaraan de dames willen ontkomen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ik weid maar niet uit over de andere grote vondst op het gebied van de sexe-loze aanduidingen, n.l. Mary Daly&#8217;s voorstel om God te benoemen met het werkwoord \u2018Zijn\u2019. Ook dit idee is niet nieuw; zo noemt Thomas van Aquino God \u2018het zijn zelf\u2019 (<i>Summa Theologica<\/i> 1, quaestio 13 art. 11). Het is mij best; maar waar ik bezwaar tegen maak is het domweg als feit poneren van een omstreden etymologie ter ondersteuning van dit voorstel (n.l. dat de naam Jhwh samenhangt met het Hebreeuwse werkwoord \u2018zijn\u2019). Ik geef de dames graag mijn kaartsysteem ter inzage met bibliografische gegevens over recent onderzoek naar de naam Jhwh; maar of hun ook de ware onderzoekersgeest valt in te geven, daaraan twijfel ik.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Om de bijbelteksten op te sporen die met beeldend taalgebruik Jhwh voorstellen als moeder behoeft men geen feministe te zijn. Voorbeelden van dergelijke beeldspraak zijn te vinden in het bovenvermelde boekje <i>Fatherhood and Motherhood<\/i> van de oudtestamenticus P.A.H. de Boer. Ook\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 153]<\/div><p>door Phyllis Trible wordt (ditmaal in het kader van de feministische opmars) een aantal voorbeelden gegeven; het lijkt mij dat we hiermee het voornaamste wel hebben gehad, zodat het maken van een werkelijk uitputtende lijst van passages niet \u00e0l te veel moeite moet kosten. Toch schrijft Halkes een jaar of zes later dat Trible en De Groot behoren tot de \u2018velen\u2019 die \u2018geduldig speuren\u2019 naar vrouwelijke beelden in de godsvoorstelling. Gelet op de thans geldende maatstaven voor effici\u00ebnt onderzoek zit een subsidie van <span class=\"small-caps\">zwo<\/span> er naar ik vrees niet in.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Halkes zal nu tegenwerpen dat het niet louter gaat om expliciete beeldspraak, maar ook om het verborgen vrouwelijke element. Dit laatste zou inderdaad een rechtvaardiging kunnen betekenen van het niet aflatend geploeter, als het tenminste speurwerk is van goede kwaliteit. Maar ach&#8230; De idee\u00ebn van onze eigen nationale professor wekken niet de indruk dat wij te maken hebben met grensverleggend onderzoek. Ik zal er een voorbeeld van geven.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In het eerste van de twee Oudtestamentische scheppingsverhalen staat: \u2018En God sprak: laat ons mensen maken naar ons beeld en onze gelijkenis\u2019 (Gen. 126). Het volgende vers zegt: \u2018man en vrouw schiep hij hen\u2019. Om Halkes&#8217; commentaar te kunnen begrijpen moet men weten dat het Hebreeuwse woord voor \u2018God\u2019, <i>elohim<\/i>, naar grammaticale vorm een meervoud is. Halkes schrijft (<i>Met Mirjam is het begonnen<\/i> p. 35): \u2018de mens is man en vrouw, als zodanig beeld Gods; samen en ieder. Dat moet dan wel inhouden dat er in God iets is van deze pluraliteit, waarvan de menselijke sexuele differentiatie het beeld is. Het ware nog nader te onderzoeken of inderdaad Elohim, de hier gebruikte Godsnaam, een meervoud met vrouwelijk en mannelijk weergeeft en of er een reminiscentie aan de oudere moederreligie in doorklinkt\u2019. In een andere passage (p. 51\/52) schrijft zij: \u2018Laat \u00d3ns de mens maken, naar \u00f3ns beeld en gelijkenis; mensen, man en vrouw, worden dan beeld van <i>Elohim<\/i>, een meervoudige aanduiding van God, die daarmee alle karakteristieken van mannelijk en vrouwelijk insluit, v\u00f3\u00f3r Isra\u00ebl aan afzonderlijke mannelijke en vrouwelijke goden toegeschreven\u2019. Het valt op dat wat op p. 35 \u2018nog nader te onderzoeken\u2019 was, op p. 51\/52 als feit wordt aangenomen, zonder dat het ondertussen op merkbare wijze door Halkes is onderzocht. Ik zou willen aanbevelen dat professor Halkes\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 154]<\/div><p>onderzoek verricht v\u00f3\u00f3r de publicatie van haar idee\u00ebn; dat kan haar behoeden voor onoordeelkundig geschrijf.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Om te beginnen: wat bedoelt Halkes met \u2018de oudere moederreligie\u2019? Het antwoord is te vinden op p. 48, waarvan ik citeer:<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Ontstaan in een patriarchale kultuur dragen de boeken in de Schrift daar alle sporen van. De Bijbel is dan ook de neerslag van die kultuur, van nomaden, van een onderdrukt volk dat zich bevrijdt en vechtend en strijdend zich elders vestigt (&#8230;). We weten uit de godsdienstgeschiedenis dat juist als een volk niet-sedentair is maar zwerft, verdreven wordt, op tocht gaat, dat dan (&#8230;) hun godsbeeld mannelijk is gekleurd; c.q. dat de mannelijke goden domineren. Is er daarentegen sprake van een gevestigd bestaan (&#8230;) dan domineren de zogeheten vrouwelijke waarden van aarde, huis en haard, en treden de vrouwelijke goden op de voorgrond.\u2019 Dit laatste, zo wordt dus beweerd, was het geval bij de bevolking van Kana\u00e4n; maar aan Isra\u00ebl was deze moederreligie wezensvreemd. Daar kwam bij, schrijft Halkes, dat de monothe\u00efstische tendentie verzet met zich meebracht tegen \u2018de goden, die afgoden worden; met name (&#8230;) tegen de grote moeder, de grote Godin die we onder tal van namen in alle oude kulturen tegenkomen\u2019. En op p. 56 vraagt Halkes zich af: \u2018welke cultuur- en cultuselementen vanuit de omringende gebieden hebben t\u00f3ch hun sporen in Isra\u00ebl, in zijn geschriften, achtergelaten, hoewel Isra\u00ebl \u00e9\u00e9n groot protest daartegen was?\u2019. Hier ziet Halkes een van de \u2018terreinen, waarop vrouwen aan het werk zouden kunnen gaan, liever vandaag dan morgen\u2019. Dit is dus de achtergrond van de opmerking, dat de geciteerde verzen uit Genesis <span class=\"small-caps\">i<\/span> misschien een reminiscentie aan de oudere moederreligie bevatten.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ik hoop dat de lezer mij er niet van wil verdenken dat ik Halkes&#8217; roepstem heb gevolgd, wanneer ik beken dat ik mij bezighoud met godsdienst-historisch onderzoek naar de invloed die Isra\u00ebl onderging van zijn omgeving. Ik doe dit dan ook al sinds gisteren, niet sinds vandaag. Daardoor kan ik met enig vertrouwen zeggen, dat Halkes een scheefgetrokken beeld geeft van de werkelijkheid.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De Isra\u00eblieten waren \u2018nomaden\u2019, ze \u2018bevrijdden zich\u2019, ze \u2018werden verdreven\u2019 en ze \u2018gingen op tocht\u2019. Bedoeld is de exodus uit Egypte. Nog daargelaten de tegenspraak tussen \u2018zich bevrijden\u2019 en \u2018verdreven worden\u2019, is een\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 155]<\/div><p>volk dat op reis gaat met een vaststaand doel niet precies hetzelfde als een nomadenvolk. De reis duurde volgens het verhaal slechts 40 jaar, toch n\u00edet helemaal voldoende om een \u2018godsbeeld te kleuren\u2019 voor alle eeuwen! Hoe dit ook zij, onze zekere kennis van het volk Isra\u00ebl reikt niet terug tot v\u00f3\u00f3r hun leven in Kana\u00e4n; het is een ietwat gewaagde onderneming om hun godsbeeld te verklaren vanuit een nooit bewezen buiten-Kana\u00e4nitische periode. Bovendien is het Oude Testament grotendeels een product van n\u00e1 de ballingschap, dus zo&#8217;n 700 jaar na de veronderstelde exodus uit Egypte. Zelfs al zo\u00f9 Isra\u00ebl lange tijd in de woestijn hebben doorgebracht, dan nog is het nogal boud om te veronderstellen dat het godsbeeld van de bijbelschrijvers door die woestijntijd werd bepaald.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Zeker, in de godsdienst van Isra\u00ebl zoals wij die uit het Oude Testament kennen is het vrouwelijke element onderdrukt; maar in de eeuwen die aan de totstandkoming van het Oude Testament voorafgingen stond Isra\u00ebl in intensief contact met zijn omgeving. Dit bracht met zich mee, dat goden en godinnen van de Kana\u00e4nieten door de Isra\u00eblieten werden vereerd. Het is dus niet juist wanneer Halkes stelt dat Isra\u00ebl \u2018\u00e9\u00e9n groot protest\u2019 hiertegen was; het is w\u00e8l juist wanneer zij veronderstelt dat er, ondanks de afwerende houding van de bijbelschrijvers, nog sporen van zijn te vinden in het Oude Testament. Maar gaat het hierbij om een \u2018moederreligie\u2019?<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De oppergod van de Kana\u00e4nieten was El, die overigens in het eerste millennium v. Chr. meer en meer verdrongen werd door Baal Mannelijke goden dus. Het is een feit dat het Oude Testament spreekt van sacrale prostitutie bij de Kana\u00e4nieten, die tot doel had de vruchtbaarheid te bevorderen &#8211; hetgeen een religieuze waardering van het vrouwelijke inhoudt; maar de god van de bevruchtende regen was Ba&#8217;al, die stierf en herrees met het sterven en opbloeien van de natuur. De term \u2018moederreligie\u2019 lijkt mij dus ietwat overdreven.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Gaat men na, welke invloeden de Isra\u00eblitische godsvoorstelling heeft ondergaan van de Kana\u00e4nitische religie, dan moet in de eerste plaats aan Baal worden gedacht (en voorts aan de oppergod El). Jhwh heeft een aantal trekken die overeenkomen met die van Baal, zoals merkbaar is \u00f2ndanks het feit dat de bijbelschrijvers hier niet veel van wilden weten. Het is de moeite waard om na te sporen hoever deze invloed van Ba&#8217;al strekte; maar\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 156]<\/div><p>de feministen hebben dat natuurlijk niet op hun programma staan. Wat de Kana\u00e4nitische godinnen betreft: zoals ik al opmerkte werden deze \u00f3\u00f3k in Isra\u00ebl vereerd; dit blijkt uit de aantijgingen van de bijbelschrijvers, die het monothe\u00efsme ingang wilden doen vinden: het zondige volk liep de Ba&#8217;als en de Astartes na. Maar wat denkt Halkes te winnen bij deze wetenschap? Blijkbaar zou zij willen aantonen dat in de figuur van Jhwh trekken van deze godinnen zijn opgenomen; daarvoor moet dan o.a. Gen. 1 26-27 dienen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Wat nu het meervoud <i>elohim<\/i> betreft: dit is de gangbare aanduiding van de ene god Jhwh; het wordt dan ook als regel geconstrueerd met het werkwoord in het enkelvoud (zo is ook het werkwoord \u2018sprak\u2019 in Gen. 1 26 enkelvoud). Halkes lijkt niet op de hoogte van de verklaringen die voor de meervoudsvorm <i>elohim<\/i> zijn gegeven; ik kan daar nu niet op ingaan &#8211; al wil ik w\u00e8l opmerken dat in brieven van Kana\u00e4nitische stadsvorsten aan de Egyptische farao, daterend uit de 14de eeuw v. Chr., de farao geregeld wordt geadresseerd als \u2018god\u2019, waarbij \u2018god\u2019 soms een enkelvoudsvorm, soms een meervoudsvorm is. Zou Halkes willen beweren dat de farao \u2018dus\u2019 als mannelijk \u00e8n vrouwelijk werd beschouwd? Neen, dat zal zij n\u00edet; de gedachte aan androgynie is haar slechts ingegeven door de inhoud van Gen. 1 26-27. Laten wij ons dus tot deze inhoud beperken.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het valt op dat \u2018laat ons maken\u2019 een meervoud is &#8211; een meervoud dat (in strijd met Halkes&#8217; veronderstelling) niet verklaard kan worden door de meervoudsvorm <i>elohim<\/i>, aangezien \u2018sprak\u2019 in het enkelvoud staat. Over het meervoud \u2018laten wij maken\u2019 is veel gespeculeerd. De oudere Christelijke commentatoren, tot en met Calvijn toe, hebben het meervoud verklaard als een toespeling op de Drie\u00ebenheid &#8211; een onhoudbare verklaring, daar de Drie\u00ebenheid natuurlijk pas \u2018n\u00e1 Christus\u2019 is uitgevonden.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Een gangbare verklaring is, dat God hier de godenvergadering toespreekt. Uit diverse gegevens blijkt, dat Genesis <span class=\"small-caps\">i<\/span> een bewerking is van oud mythisch materiaal. De bijbelschrijvers, die in het kader van hun monothe\u00efstische propaganda natuurlijk geen godenvergadering konden tolereren, hebben dus \u2018censuur\u2019 toegepast, maar het meervoud \u2018laten wij maken\u2019 hebben zij laten passeren. Een nog interessanter verklaring vind ik die van P.A.H. de Boer (<i>o.c.<\/i> p. 46\/47), die oppert dat het meervoud in vs. 26 ver-<\/p><div class=\"pb\">[p. 157]<\/div><p>oorzaakt is door het feit, dat de oude mythe sprak van een god <i>en een godin.<\/i> Simpeler kan het niet: \u2018laten wij mensen maken naar ons beeld\u2019, sprak God tot zijn echtgenote. Hoe dit in zijn werk gaat mag bekend worden verondersteld. (Volledigheidshalve moet ik vermelden dat het idee dat er van een godin sprake was reeds in 1931 is geopperd door J. Hempel in het <i>Zeitschrift f\u00fcr systematische Theologie<\/i> 9, maar Hempel weigert om de voor de hand liggende consequentie te trekken en houdt het verhaal kuis.)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Aanvaardt men deze uitleg, dan is Halkes&#8217; idee van een androgyne godheid eerst recht onhoudbaar: Jhwh moet toch wel geheel en al mannelijk zijn geweest, wilde de onderneming enige vrucht dragen. Het is waar dat God het in de huidige tekst in zijn eentje doet; maar de godin is <i>geschrapt<\/i>; dat wil niet zeggen dat zij in de god is ge\u00efncorporeerd.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hoe dan ook, mijn bezwaar tegen Halkes is dat zij zich zo weinig op de hoogte toont van de bestaande literatuur over het onderwerp. Wat \u2018nog nader te onderzoeken\u2019 wordt genoemd, is lang en breed onderzocht. Op Halkes rust de plicht de uitkomsten van dit onderzoek te weerleggen, als zij haar eigen idee ervoor in de plaats wil stellen<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Evenmin lijkt Halkes op de hoogte van het volgende, dat ik bij wijze van sluitstuk wil onthullen. Wie zojuist geschokt heeft gereageerd op de gedachte dat Jhwh ooit met een echtgenote is voorgesteld, moet weten dat hier niet lang geleden een bevestiging van is gevonden. In de zeventiger jaren zijn inscripties van Jhwh-vereerders ontdekt uit de 8ste eeuw v. Chr., bij opgravingen in Kuntillet \u2018Ajrud en in Khirbet el-Qom, waarin gesproken wordt van \u2018Jhwh en zijn Ashera\u2019 (Ashera is ons bekend als een Kana\u00e4nitische godin). De Boers uitleg van Gen. 1 26 ontvangt hierdoor een niet geringe versterking.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">V\u00e9\u00e9l fiducie in het feministisch onderzoek heb ik dus niet gekregen. Ik besluit dit gedeelte met een laatste feministische trouvaille, die eigenlijk wel alle hoop op een wezenlijke bijdrage van hun kant de grond in boort. Zowel Halkes als De Groot achten het van belang, dat termen waarmee God in het Hebreeuws wordt omschreven (zoals: de Aanwezigheid) soms grammaticaal vrouwelijk zijn. Ook het woord \u2018geest\u2019 (ruach) is vrouwelijk, schrijft Halkes &#8211; terwijl het in het Latijn mannelijk is geworden (spiritus), voegt zij onheilspellend toe. (Het is dan wel een verwarrend gegeven dat\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 158]<\/div><p>ruach soms mannelijk is; maar dat vermeldt Halkes niet. Evenmin vermeldt zij iets waar zij nu juist in gejuich om had moeten uitbarsten, n.l. dat in het vroege Syrische Christendom de Heilige Geest werd aangeroepen als \u2018moeder\u2019!) Is er een verband tussen het grammaticaal en het biologisch geslacht?, zo vraagt Halkes aan de \u2018taaldeskundigen\u2019. Ik antwoord haar bij deze. Het varken kan nooit varkentjes krijgen. Arm varken.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Na deze staaltjes van feministisch onderzoek wil ik tot slot drie redenen noemen, waarom de feministische theologie een wanproduct geacht moet worden van de menselijke geest.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">1. Allereerst de godsbeeldkwestie (die toch wel fundamenteler is dan het \u2018vrouwenleven\u2019). \u2018In de theologie berust bijbelstudie niet op puur historische belangstelling\u2019, schreef ik hierboven. Er is dan ook een hemelsbreed verschil tussen de historicus en de theoloog: terwijl de eerste zich bezighoudt met zichtbare verschijnselen (zoals de godsdienst) is het de tweede te doen om God zelf Voor de historicus komt \u2018God\u2019 natuurlijk niet als onderzoeksobject in aanmerking, omdat de wetenschap zich slechts kan richten op wat algemeen waarneembaar is. Het bijzondere van de theoloog is nu, dat zijn werkterrein gedeeltelijk samenvalt met dat van de godsdiensthistoricus; maar vervolgens laat hij dit terrein achter zich om zich in speculaties te begeven. Toch is het uitgangspunt voor die speculatie steeds het waarneembare: de uitspraken over God van andere wereldbewoners. In de Christelijke theologie is het een speciaal uitgeselecteerd groepje medemensen wier uitspraken als maatgevend worden beschouwd voor het wezen van God: de schrijvers van het Oude en het Nieuwe Testament. De Christelijke theoloog die graag een god zou hebben met vrouwelijke kanten moet die dus zien te ontdekken in de bijbel, m.a.w. hij moet historisch onderzoek verrichten.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In het wetenschappelijk onderzoek is het niet ongevaarlijk om naar een bepaalde uitkomst toe te werken. Ik geef toe dat dit in de praktijk tot op zekere hoogte gebeurt: je zoekt veelal naar de bevestiging van je idee\u00ebn. Het is altijd een moeilijk moment, waarop je moet beslissen niet d\u00edt idee maar het omgekeerde te gaan verdedigen, omdat d\u00edt idee door teveel naderhand ontdekte feiten wordt weersproken. Van de onderzoeker\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 159]<\/div><p>wordt in elk geval integriteit ge\u00ebist, en wendbaarheid van geest. Die flexibiliteit lijkt het feministisch onderzoek per definitie niet gegeven.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De dames zullen nu tegenwerpen, dat zij zoeken naar wat altijd is verwaarloosd maar wel degelijk op de achtergrond aanwezig is; dat zou hun \u2018gericht zoeken\u2019 toch moeten rechtvaardigen. Nu, v\u00e9\u00e9l zullen zij niet aan het licht kunnen brengen; ik merkte dat al op n.a.v. het \u2018vrouwenleven\u2019, maar het geldt minstens zozeer voor de godsvoorstelling. Hun enige uitweg kan dan nog zijn, al het \u2018masculinistische\u2019 voor \u2018tijdgebonden\u2019 en dus \u2018niet normatief\u2019 te verklaren. Uitstekend; maar waarom dan t\u00f2ch nog al dat zinloos speurwerk?<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Er is niets tegen, lijkt mij, om van het godsbeeld van de bijbelschrijvers af te stappen en een eigen godsbeeld ervoor in de plaats te stellen. Dan kan men ook met een gerust hart afzien van historisch onderzoek. Maar z\u00f3ver willen theologen in het algemeen niet gaan; zij beseffen wel, dat dan elke kans een erkende -loog te zijn verkeken is. En dat willen de dames toch zijn, met handen en voeten en al.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">2. Waar ik mij met kracht tegen verzet is het uitgangspunt, dat bepaald onderzoek slechts door bepaalde onderzoekers kan worden gedaan. \u2018Vrouwen, vrouwen, vrouwen\u2019, je leest het aan \u00e9\u00e9n stuk door wanneer het gaat om degenen die het onderzoek (moeten) verrichten. Een verworvenheid van de wetenschappelijke wereld is nu juist dat de persoon van de onderzoeker er niet telt, slechts zijn deskundigheid. Straks krijgen we \u2018Joden\u2019, \u2018negers\u2019 en \u2018homosexuelen\u2019 die als enigen in staat worden geacht hun eigen groep te bestuderen. Ik vind dit zeer bedenkelijk.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In het blaadje van de Leidse theologische faculteit (een nummer zonder datum) lees ik, in een Verslag van de Landelijke Dag Feminisme en Theologie: \u2018als je met drie vrouwen in een mannen-groep zit l\u00e1\u00e1t je &#8216;t wel elkaar af te vallen\u2019. Ziehier de wetenschapper van de toekomst. Zij maalt niet om wat op grond van argumenten als juist moet worden beschouwd. Zij maalt om het groepsbelang.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">3. \u2018Mannelijk\u2019 = slecht, \u2018vrouwelijk\u2019 = goed: het zijn de valse zuurstokkleuren van de sentimentaliteit. Ook mannen zijn blijkbaar bereid in dit sprookje te geloven. Ik maakte hierboven al melding van het artikel van E. Brongersma in <i>NRC-Handelsblad<\/i>, waarin de feministen worden verde-<\/p><div class=\"pb\">[p. 160]<\/div><p>digd. Om te beginnen komt Brongersma met een vondst waar je van achteroverslaat &#8211; en de redactie van de opiniepagina blijkbaar ook, getuige het feit dat deze vondst tot kop van het artikel werd gemaakt: <span class=\"small-caps\">godsbeeld is sterk bepaald door cultuur waarin gelovige leeft<\/span>. Het is te hopen dat de heer Brongersma, die onderaan het artikel wordt aangeduid als \u2018directeur van een stichting voor sexuologisch onderzoek\u2019, het in zijn eigen vak verder heeft gebracht dan dergelijke platitudes &#8211; waarvoor hij dan ook nog Thomas van Aquino aanhaalt ter bevestiging. Ik zal de heer Brongersma overbluffen met n\u00f2g meer geleerdheid: reeds in de 6de eeuw v. Chr. merkte de Griek Xenophanes op dat als de runderen een god hadden, zij hem zich ongetwijfeld als rund zouden voorstellen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Maar goed, Brongersma wijst erop dat de theologen die vorm gaven aan de Christelijke leer in een patriarchale cultuur leefden, waardoor hun godsbeeld aan \u2018menselijkheid\u2019 inboette. \u2018In de atoombom is de patriarchale cultuur nu tot een logisch eindpunt gekomen, tot in het absurde gedreven. Het is \u00f2f exploderen, \u00f2f rechtsomkeert maken naar een meer matrilineaire maatschappijvorm.\u2019 (Kennelijk exploderen we n\u00edet als kinderen de achternaam van de moeder dragen.) De feministische theologie wordt daarom door Brongersma toegejuicht.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ach, misschien zijn vrouwen wel te dom om de atoombom (en daarmee het afschrikkingsevenwicht) uit te vinden; maar zijn zij werkelijk zo zachtaardig? Om een voorbeeld te nemen uit de door professor Halkes zozeer verheerlijkte \u2018moederreligie\u2019: een Kana\u00e4nitische godin, die beschreven wordt in een mythologische tekst uit de 14de eeuw v. Chr., was Anat. Een bloeddorstiger type laat zich moeilijk indenken. Ik beveel de heer Brongersma en alle feministen de lectuur aan van de passage die gewoonlijk wordt aangeduid als \u2018het bloedbad van Anat\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Een Arabisch gezegde luidt: Als er plotseling een leeuw en een leeuwin uit het bos komen, wie van de twee moet je dan doden? De leeuwin. Want als je de leeuwin doodt, loopt de leeuw weg; maar als je de leeuw doodt, valt de leeuwin je aan.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Wanneer ik me al in dit artikel als een leeuwin op mijn prooi heb gestort vanwege de vermoorde wetenschap &#8211; de god der feministen laat schijnbaar \u00f3\u00f3k niet met zich spotten.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 161]<\/div>\r\n<p>\u2018Jhwh brult uit Sion en uit Jeruzalem verheft hij zijn stem, zodat de weiden der herders treuren en de top van de Karnrel verdort.\u2019 \u2018De leeuw heeft gebruld, wie zou niet vrezen?\u2019 Zo spreekt de profeet Amos.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Kakel dus maar h\u00e9\u00e9l zachtjes, kippen.<\/p>\n<\/div>\n\n\n\n<div class=\"wp-block-column dbnl-rechts is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:33.33%\">\n<p><div id=\"noten-apparaat\"><div class=\"interp\">\n<h3>Over dit hoofdstuk\/artikel<\/h3>\n<p><label>auteurs<\/label><\/p>\n<p> <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=kloo010\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Carola Kloos<\/a><\/p>\n<br>\n<\/div><\/div><\/p>\n<\/div>\n<\/div>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>[p. 143] Carola Kloos Gods kippenhok De universitaire wereld herbergt vreemde vogels. Sinds 1 oktober 1983 is ons land een leerstoel rijk in een snel omhoogschietend vak: de feministische theologie. Uiteraard wordt de stoel bezet door een vrouw; het is Catharina Halkes, die door haar benoeming de Nijmeegse universiteit in de vaart der volken opstoot&#8230;. <a class=\"more-link\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/carola-kloosgods-kippenhok\/\">Lees verder <span class=\"read-more-arrow\"><\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","class_list":["post-301443","dbnl","type-dbnl","status-publish","hentry"],"acf":[],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO plugin v26.4 - https:\/\/yoast.com\/wordpress\/plugins\/seo\/ -->\n<title>Carola Kloos  Gods kippenhok &#183; Uitgeverij Van Oorschot<\/title>\n<meta name=\"description\" content=\"De universitaire wereld herbergt vreemde vogels. Sinds 1 oktober 1983 is ons land een leerstoel rijk in een snel omhoogschietend vak: de feministische theologie. Uiteraard wordt de stoel bezet door een vrouw; het is Catharina Halkes, die door haar benoeming de Nijmeegse universiteit in de vaart der volken opstoot. Overigens wordt het nieuwe vak aan meer universiteiten beoefend, zij het niet op hoogleraarsniveau.\" \/>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/carola-kloosgods-kippenhok\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"Carola Kloos  Gods kippenhok &#183; Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"De universitaire wereld herbergt vreemde vogels. Sinds 1 oktober 1983 is ons land een leerstoel rijk in een snel omhoogschietend vak: de feministische theologie. Uiteraard wordt de stoel bezet door een vrouw; het is Catharina Halkes, die door haar benoeming de Nijmeegse universiteit in de vaart der volken opstoot. Overigens wordt het nieuwe vak aan meer universiteiten beoefend, zij het niet op hoogleraarsniveau.\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/carola-kloosgods-kippenhok\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"article:modified_time\" content=\"2025-12-02T16:45:08+00:00\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"33 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\/\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/carola-kloosgods-kippenhok\/\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/carola-kloosgods-kippenhok\/\",\"name\":\"Carola Kloos Gods kippenhok &#183; Uitgeverij Van Oorschot\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\"},\"datePublished\":\"1983-12-31T23:00:20+00:00\",\"dateModified\":\"2025-12-02T16:45:08+00:00\",\"description\":\"De universitaire wereld herbergt vreemde vogels. Sinds 1 oktober 1983 is ons land een leerstoel rijk in een snel omhoogschietend vak: de feministische theologie. Uiteraard wordt de stoel bezet door een vrouw; het is Catharina Halkes, die door haar benoeming de Nijmeegse universiteit in de vaart der volken opstoot. Overigens wordt het nieuwe vak aan meer universiteiten beoefend, zij het niet op hoogleraarsniveau.\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/carola-kloosgods-kippenhok\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/carola-kloosgods-kippenhok\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/carola-kloosgods-kippenhok\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"DBNL\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"Carola Kloos Gods kippenhok\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\",\"name\":\"Uitgeverij Van Oorschot\",\"description\":\"\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"Carola Kloos  Gods kippenhok &#183; Uitgeverij Van Oorschot","description":"De universitaire wereld herbergt vreemde vogels. Sinds 1 oktober 1983 is ons land een leerstoel rijk in een snel omhoogschietend vak: de feministische theologie. Uiteraard wordt de stoel bezet door een vrouw; het is Catharina Halkes, die door haar benoeming de Nijmeegse universiteit in de vaart der volken opstoot. Overigens wordt het nieuwe vak aan meer universiteiten beoefend, zij het niet op hoogleraarsniveau.","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/carola-kloosgods-kippenhok\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"Carola Kloos  Gods kippenhok &#183; Uitgeverij Van Oorschot","og_description":"De universitaire wereld herbergt vreemde vogels. Sinds 1 oktober 1983 is ons land een leerstoel rijk in een snel omhoogschietend vak: de feministische theologie. Uiteraard wordt de stoel bezet door een vrouw; het is Catharina Halkes, die door haar benoeming de Nijmeegse universiteit in de vaart der volken opstoot. Overigens wordt het nieuwe vak aan meer universiteiten beoefend, zij het niet op hoogleraarsniveau.","og_url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/carola-kloosgods-kippenhok\/","og_site_name":"Uitgeverij Van Oorschot","article_modified_time":"2025-12-02T16:45:08+00:00","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"33 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/carola-kloosgods-kippenhok\/","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/carola-kloosgods-kippenhok\/","name":"Carola Kloos Gods kippenhok &#183; Uitgeverij Van Oorschot","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website"},"datePublished":"1983-12-31T23:00:20+00:00","dateModified":"2025-12-02T16:45:08+00:00","description":"De universitaire wereld herbergt vreemde vogels. Sinds 1 oktober 1983 is ons land een leerstoel rijk in een snel omhoogschietend vak: de feministische theologie. Uiteraard wordt de stoel bezet door een vrouw; het is Catharina Halkes, die door haar benoeming de Nijmeegse universiteit in de vaart der volken opstoot. Overigens wordt het nieuwe vak aan meer universiteiten beoefend, zij het niet op hoogleraarsniveau.","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/carola-kloosgods-kippenhok\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/carola-kloosgods-kippenhok\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/carola-kloosgods-kippenhok\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"DBNL","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"Carola Kloos Gods kippenhok"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/","name":"Uitgeverij Van Oorschot","description":"","potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"}]}},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl\/301443","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/dbnl"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=301443"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=301443"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}