{"id":301452,"date":"1984-01-01T00:00:29","date_gmt":"1983-12-31T23:00:29","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/dbnl\/martin-bakkerde-twee-nablijvers-als-programma-gedicht\/"},"modified":"2021-06-04T15:05:59","modified_gmt":"2021-06-04T14:05:59","slug":"martin-bakkerde-twee-nablijvers-als-programma-gedicht","status":"publish","type":"dbnl","link":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/martin-bakkerde-twee-nablijvers-als-programma-gedicht\/","title":{"rendered":"Martin Bakker\r\n\r\n\u2018De twee nablijvers\u2019 als programma-gedicht"},"content":{"rendered":"<div class=\"wp-block-columns alignwide is-layout-flex wp-container-core-columns-is-layout-9d6595d7 wp-block-columns-is-layout-flex\"><div class=\"wp-block-column dbnl-links is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:66.66%\">\r\n\r\n <interp type=\"primair\" value=\"bakk060\"><\/interp><interp type=\"secundair\" value=\"nijh004\"><\/interp><div class=\"pb\">[p. 246]<\/div>\r\n<a name=\"26\"><\/a>\r\n<h3>\r\n<i>Martin Bakker<\/i>\r\n\r\n<br>\r\n\u2018De twee nablijvers\u2019 als programma-gedicht<\/h3>\r\n\r\n<p>De publicatie van <i>Nieuwe Gedichten<\/i> in 1934 kan beschouwd worden als de culminatie van een ontwikkeling waarvan de eerste tekenen al jaren tevoren zichtbaar waren, of als het opbloeien van een kracht die als kiem eigenlijk steeds in aanleg aanwezig was. Het is ook de formele aankondiging van een vernieuwing, zoals blijkt uit de titel. Een theoretisch-beschouwend essay als \u2018De pen op papier\u2019 (1926) vormt in zekere zin een projectie in prozavorm van wat zich in po\u00ebtische vorm nog niet bewust had gemanifesteerd. In dit stuk verwijst Nijhoff naar deze bewustwording als \u2018een ontwaken tot de aardse werkelijkheid,\u2019 en als het \u2018omlaaghouden van de ziel in het lichaam\u2019 na het vroegere pogen \u2018mijn ziel in haar intellectuele essentie omhoog te drijven tot wat ik noemde een \u201czien van God\u201d.\u2019<a href=\"#067\" name=\"067T\"><span class=\"notenr\">1.<\/span><\/a> Deze ontwikkeling wordt door Nijhoff in een aantal theoretiserende prozastukken<a href=\"#068\" name=\"068T\"><span class=\"notenr\">2.<\/span><\/a> \u2018overdacht\u2019 en van verschillende kanten belicht en krijgt ten slotte na een aanzet in enkele verspreide publicaties haar po\u00ebtisch beslag in <i>Nieuwe Gedichten.<\/i>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Wanneer er over Nijhoffs latere werk gesproken wordt, gebeurt dat dikwijls tegen de achtergrond van deze ontwikkeling, die vaak ook een \u2018wending\u2019<a href=\"#069\" name=\"069T\"><span class=\"notenr\">3.<\/span><\/a> genoemd wordt. Zo gaat bijvoorbeeld Knuvelder bij zijn bespreking van Nijhoffs latere werk uit van wat hij noemt deze \u2018wending van het directe subjectieve naar het schijnbaar objectieve, de wending naar de aarde.\u2019<a href=\"#070\" name=\"070T\"><span class=\"notenr\">4.<\/span><\/a> Hij onderkent ook de gevolgen ervan voor de technische vormgeving: \u2018Met <i>Nieuwe Gedichten<\/i> (inclusief Awater) begon ook technisch een ontwikkelingsgang die in <i>Het uur u<\/i> zijn hoogtepunt bereikte en een volkomen vernieuwing van de versvorm bracht.\u2019<a href=\"#071\" name=\"071T\"><span class=\"notenr\">5.<\/span><\/a> Voor Theun de Vries betekent <i>Nieuwe Gedichten<\/i> een hoogtepunt in het werk van Nijhoff. Zijn beschrijving klinkt zegevierend: \u2018De faun, de stigmaticus en de danser blij-<\/p><div class=\"pb\">[p. 247]<\/div><p>ken overwonnen gestalten, en als de heilige toch weer verschijnt, geschiedt dat met zoveel verbluffende aardsheid, dat elke gedachte aan iets buitenmenselijks uitgebannen blijft. Het is duidelijk: de dichter streeft naar een hernieuwd herkennen van de bestaanswereld, nadat de vele problemen, die hij zich vanuit zijn \u201cintrigen\u201d, zijn zwaarmoedigheid en spelen heeft gesteld, hem innerlijk versnipperd gelaten hebben.\u2019<a href=\"#072\" name=\"072T\"><span class=\"notenr\">6.<\/span><\/a> Veel minder enthousiast is Vestdijk en veel minder scherp ziet hij de tegenstelling tussen voor en na <i>De pen op papier<\/i>, hoofdzakelijk omdat in de nieuwe bundel zowel eerder gepubliceerde als nieuwe, volgens hem vaak \r\nonvolgroeide gedichten, gepubliceerd waren.<a href=\"#073\" name=\"073T\"><span class=\"notenr\">7.<\/span><\/a> Hierdoor zou een zekere ongelijkheid in kwaliteit zijn ontstaan. Niettemin onderkent ook hij een tegenstelling tussen \u2018de vroegere geesteshouding\u2019 en \u2018een terugkeer van de dichter, nu bewust en weloverwogen, naar de aarde&#8230;\u2019<a href=\"#074\" name=\"074T\"><span class=\"notenr\">8.<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ondanks verschillen in evaluatie en interpretatie van de \u2018vernieuwing\u2019, wordt een tegenstelling tussen twee duidelijk onderscheidbare perioden in Nijhoffs oeuvre in elke bespreking van zijn werk als een gegeven aanvaard. Van de vijftien gedichten in de bundel waren er zeven al eerder gepubliceerd, \u2018Het lied der dwaze bijen\u2019 zelfs al in 1926, dus wat tijd betreft dichter bij de bundel <i>Vormen<\/i> staand dan bij <i>Nieuwe Gedichten.<\/i> De titel geeft te kennen dat de gedichten, ondanks de verschillen in \u2018ancienniteit\u2019 iets, namelijk een bepaalde nieuwheid, gemeen hebben. De titel bevestigt tevens, of geeft \u2018vorm\u2019 aan de door de kritici geconstateerde tegenstelling tussen \u2018vroeger\u2019 en \u2018later\u2019, tussen \u2018oud\u2019 en \u2018nieuw\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018De twee nablijvers\u2019 is een van de acht gedichten die niet eerder elders gepubliceerd waren. Het gedicht bezit een aantal eigenschappen op grond waarvan het als een thema-aankondigend of programma-gedicht bestempeld kan worden.<\/p>\r\n\r\n<h4>\r\n<i>Ori\u00ebnteringsgedicht<\/i>\r\n<\/h4>\r\n\r\n<p>De titel van het gedicht, meer bepaald het woord \u2018nablijvers\u2019, schijnt op het eerste gezicht in zekere zin in strijd te zijn met de door de titel van de bundel gecre\u00eberde verwachting: in plaats van de in het vooruitzicht gestelde \u2018vernieuwing\u2019 of vooruitgang, is er voorlopig een stilstand, een nablijven. Wel betekent het woord \u2018nablijven\u2019 meer dan \u2018achterblijven\u2019; Het laatstge-<\/p><div class=\"pb\">[p. 248]<\/div><p>noemde woord suggereert een permanente toestand, in tegenstelling tot \u2018nablijven\u2019 dat betrekking heeft op een tijdelijke situatie, zoals bij \u2018schoolblijven\u2019, \u2018na school blijven\u2019. Het \u2018inhalen\u2019, later, is besloten in de betekenis van het woord, een betekenis die door de inhoud van het gedicht bevestigd zal worden.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het woord \u2018nablijven\u2019 suggereert het bestaan van afstand, zowel in ruimte als in tijd, afstand tussen \u2018hier\u2019 en \u2018daar\u2019, tussen \u2018nu\u2019 en \u2018dan\u2019, eventueel \u2018heden\u2019 en \u2018toekomst\u2019, afhangend van de context waarin het woord voorkomt. In het gedicht heeft het gebruik van het woord \u2018nablijven\u2019 het effect van het cre\u00ebren van een stilstand, een pauze, want de stilstand is tijdelijk, alsof de dichter aan het begin van een nieuwe fase de situatie overdenkt, aan het begin van een nieuw traject bestek opmaakt en de koers bepaalt. Dat \u2018De twee nablijvers\u2019 kennelijk in de bundel deze projecterende functie heeft, geeft het gedicht het karakter van een programma-gedicht<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>\r\n<i>Een gedicht over het schrijven<\/i>\r\n<\/h4>\r\n\r\n<p>Het is bekend dat Nijhoff zich in verscheidene gedichten bezint op het schrijven en het schrijverschap: \u2018Het kind en ik\u2019, \u2018Het stenen kindje\u2019 en \u2018Impasse\u2019 kunnen als voorbeelden dienen. Eventueel zou zelfs gezegd kunnen worden dat Nijhoffs relatie, d.w.z. als dichter, tot \u2018het leven\u2019 het belangrijkste thema in zijn werk is. In die zin gaat dus zelfs ieder gedicht van Nijhoff over \u2018het dichten.\u2019 In \u2018De twee nablijvers\u2019 gebeurt dit \u2018zich bezinnen\u2019 op het schrijven wel in zeer concrete vorm. Vooral de persoonlijke noot die sterk doorklinkt, draagt hiertoe veel bij. De autobiografische elementen, met name de verwijzing naar \u2018vrouw en kind\u2019, roepen het beeld op van Nijhoff zelf, zittend \u2018in\u2019 het raam, uitkijkend over \u2018zijn\u2019 achtertuin. De vraag of zo&#8217;n interpretatie \u2018legaal\u2019 is, is uiterst belangrijk, maar hier niet direct aan de orde. De overeenkomst tussen de beschreven situatie en de situatie van de dichter in zijn persoonlijke hoedanigheid, geeft het gedicht een interessante extra dimensie en draagt ontegenzeggelijk bij tot het programmatische karakter van het gedicht. Het zou gezegd kunnen worden dat het gedicht inderdaad een tweeledig programmatisch karakter heeft, d.w.z. ten aanzien van de bundel als zodanig en tevens ten aanzien van het werk van Nijhoff, meer bepaald het deel na de \u2018wending\u2019, in het algemeen.<\/p>\r\n\r\n\r\n<div class=\"pb\">[p. 249]<\/div>\r\n<h4 class=\"small-margins\">\r\n<i>Detail-analyse<\/i>\r\n<\/h4>\r\n\r\n<p>Naar de mate waarin \u2018De twee nablijvers\u2019 wat betreft thema en techniek afwijkt van het \u2018oude\u2019 patroon en overeenstemt met het \u2018nieuwe\u2019, kan het als programmatisch worden beschouwd.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In \u2018De twee nablijvers\u2019 gaat het om twee \u2018personen\u2019 die een dialoog<a href=\"#075\" name=\"075T\"><span class=\"notenr\">9.<\/span><\/a> met elkaar voeren. In deze zin staan zij dus tegenover elkaar. Anders bekeken, bevinden zij zich aan \u2018dezelfde kant\u2019, zijn zij \u2018lotgenoten\u2019. Uit de titel valt af te leiden dat het laatstgenoemde facet van hun relatie belangrijker is dan het eerstgenoemde: ze zijn beide nablijvers, daar gaat het letterlijk om. In hun lotsverbondenheid vormen zij een soort twee-eenheid. In het kader van Nijhoffs werk, meer bepaald de <i>Nieuwe Gedichten<\/i>, kan de belangrijkheid van dit aspect van de relatie tussen de twee figuren nauwelijks worden overschat. Zelfs een oppervlakkige lezing van de gedichten van Nijhoff in het algemeen, maar vooral van <i>Nieuwe Gedichten<\/i>, toont dat in de meeste gedichten een vergelijkbare relatie tussen twee \u2018personen\u2019 wordt aange-troffen. Bij wijze van voorbeeld wordt verwezen naar de titels \u2018De soldaat en de zee\u2019, \u2018Het kind en ik\u2019, \u2018Impasse\u2019, \u2018De moeder de vrouw\u2019 en \u2018De vogels\u2019. Ook in deze gedichten gaat het om een twee-eenheid, met als thema een tijdelijke vervreemding, een tijdelijk \u2018niet begrijpen\u2019. Hierbij zijn dan twee ogenschijnlijk zeer ongelijke, zelfs tegengestelde, maar in wezen soortgelijke figuren betrokken die tot de ontdekking komen dat zij in werkelijkheid bij elkaar horen, verwant zijn, zoals een spiegelbeeld bij het weerspiegelde object, de ene oever bij de andere, en in \r\ndiepste wezen, de hemel bij de aarde.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In \u2018De twee nablijvers\u2019 wordt in strofe 1 een boom door een schrijver beschreven. De schrijver merkt daarbij ten aanzien van de boom een aantal, stuk voor stuk zeer negatieve eigenschappen op. De boom is oud, hij staat in een achtertuin, zijn kruin is kaal en lelijk, en, bovendien, zo weinig levenskracht schijnt de boom te bezitten dat hij nagenoeg onproductief is geworden. Het refereren aan bijbelteksten komt bij Nijhoff veelvuldig voor. Men kan zich in het geval van \u2018De twee nablijvers\u2019 voorstellen dat \u2018de\u2019 dichter bij het beschouwen van de onfortuinlijke boom onwillekeurig moest denken aan een boom in schriftuurlijk verband die zich in een vergelijkbare situatie bevond: Matt. 7:17-20: \u2018Zo brengt iedere goede boom\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 250]<\/div><p>goede vruchten voort, maar de slechte boom brengt slechte vruchten voort. Een goede boom kan geen slechte vruchten dragen, of een slechte boom goede vruchten. Iedere boom die geen goede vruchten voortbrengt, wordt uitgehouwen en in het vuur geworpen. Zo zult gij hen dan aan hun vruchten kennen.\u2019 In de bijbeltekst gaat het weliswaar om slechte \u00e9n goede bomen, maar de nadruk ligt toch zwaar op de slechte boom die uitgehouwen en in het vuur geworpen dreigt te worden. De dichter had ten aanzien van \u2018zijn\u2019 boom al opgemerkt dat ook hij nauwelijks nog ergens goed voor is, dat men ook hem \u2018aan zijn vruchten kent\u2019, dat ook zijn toekomst er nauwelijks goed uitziet. De grootste gemene deler die resulteert uit een vergelijking tussen de twee bomen, is wel het sombere vooruitzicht van beide. Strofe 1 blijft beperkt tot een beschrijving van de boom; over de relatie van de schrijver tot de boom wordt met geen woord gerept, hoewel men zou kunnen speculeren over de gemoedstoestand van de waarnemer die uitsluitend negatieve eigenschappen van een object waarneemt. Een sombere toekomstverwachting, zelfs een \u2018aflopend leven\u2019 schijnt de basisgedachte van strofe 1 te zijn.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In strofe 2 levert de boom repliek en merkt ten aanzien van de schrijver een aantal eigenschappen op die in principe hetzelfde zijn als de eigenschappen die de schrijver ten aanzien van de boom had opgemerkt: ook de schrijver is eenzaam, ook hij is onproductief, d.w.z onproductief in existenti\u00eble zin, want wel schrijft hij nog. Een bepaalde wijziging in de tweede versie van het gedicht ten opzichte van de eerste, vraagt hier enige aandacht, aangezien door deze wijziging een belangrijke betekenisverandering tot stand komt. Het gaat om de wijziging van \u2018uw kinderen\u2019 in versie 1, tot \u2018je vrouw en kind\u2019 (zijn heengegaan) in versie 2. Het ligt voor de hand dat men zich gaat afvragen wat de afwezigheid van vrouw en kind van een schrijver te maken heeft met zijn productiviteit en in welk opzicht hij in dit verband met een boom te vergelijken is. Het blijkt dat juist de wijziging in deze onduidelijkheid klaarheid brengt: \u2018uw kinderen\u2019 vertegenwoordigen uiteraard slechts \u00e9\u00e9n generatie en wel de generatie die volgt op die van het subject, in dit geval de schrijver; \u2018vrouw en kind\u2019 vertegenwoordigen twee generaties, namelijk de generatie van de schrijver zelf via zijn vrouw, en de volgende vertegenwoordigd door zijn kind. De \u2018boodschap\u2019 van\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 251]<\/div><p>strofe 2 is dus: je schrijft nog wel, maar je hebt geen contact met je (eigen) mensen, je tijd- en generatiegenoten, je staat buiten de werkelijkheid, je schrijven is onproductief in de zin dat je er niemand mee \u2018bereikt\u2019, je schrijven is niet vruchtbaar meer; het leven is bezig om aan jou, evenals aan de boom voorbij te gaan, jullie zijn beiden achterblijvers.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Er is met de twee-eenheid nog meer aan de hand. Een sprekende boom is een zo vreemd verschijnsel dat enige uitleg wel gewenst is. De aanwezigheid van een sprookjesachtige sfeer zou een verklaring geven, maar d\u00ede is in het gedicht niet aanwezig; integendeel, de sfeer en de strekking van het gesprek zijn eerder sober, nuchter dan sprookjesachtig. Ook is de herhaling van de beschrijving uit de eerste strofe zo exact, bijna letterlijk, dat een verklaring voor beide verschijnselen, d.w.z het spreken van de boom en dan nog wel in een herhaling, gevonden zal moeten worden. Ironie of spot zou een verklaring kunnen zijn. Er is ook een andere mogelijkheid.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Hierboven is melding gemaakt van een spiegeleffect. Verwijzing naar andere gedichten in de bundel wordt niet bedoeld als bewijsvoering, maar kan wel een bevestigend effect hebben. Een zeer plausibele verklaring voor de merkwaardige dialoog is dus de volgende:<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De schrijver bevindt zich in zijn huis, bijvoorbeeld in zijn studeerkamer. Hij staat voor het raam en in een duidelijk neerslachtige stemming observeert hij \u2018de\u2019 boom. Dat hij daarbij alle negatieve eigenschappen van de boom opmerkt, is volkomen aannemelijk. Met andere woorden, hij blijkt zijn eigen stemming, die het gevolg is van de situatie waarin hij zich bevindt, op de boom te projecteren; hij vergelijkt zich met de boom; hij herkent zichzelf in de boom; de boom is zijn spiegelbeeld. Op een ander niveau is ook strofe 2 een spiegelbeeld van strofe 1.<a href=\"#076\" name=\"076T\"><span class=\"notenr\">10.<\/span><\/a> Er wordt dus inderdaad een dialoog gevoerd, maar wel een dialoog van een bepaald soort: het is een gesprek door de schrijver met zichzelf, een \u2018dialogue int\u00e9rieur\u2019 waarbij de boom als \u2018klankbord\u2019 fungeert.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In het wit tussen de tweede en de derde strofe vindt <span class=\"small-caps\">de<\/span> wending plaats. De dialoog wordt voortgezet &#8211; elk der sprekers krijgt nog een beurt. De strofe begint met een spondee in de overigens zeer regelmatig jambische maat. Men wordt tot stilte (\u2018Stil!\u2019) en aandacht (\u2018Hoor!\u2019) gedwongen (op een\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 252]<\/div><p>zeer typisch Nijhoviaanse wijze); de verstechniek wordt daartoe ingezet. Met de hervatting van de jambische maat en het woord \u2018hervat\u2019 (sic) in een zeer opvallende positie in de zin en versregel, wordt het lied van de nachtegaal ook hervat, en wel in het hartje van de stad. Dit is van nu af aan de plaats waar de nachtegaal, de zanger, de po\u00ebet zijn lied zal laten klinken; in de stad waar de mensen zijn, de stad met haar \u2018nieuwbouw\u2019, de stad als symbool van de nieuwe tijd, het nieuwe leven. Over dit onderwerp heeft Nijhoff zich, zoals overbekend, dikwijls uitgelaten, o.a in zijn \u2018Enschedese toespraak\u2019, opgenomen in <i>Lees maar, er staat niet wat er staat.<\/i><a href=\"#077\" name=\"077T\"><span class=\"notenr\">11.<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ook voor de boom schijnen er in de stad mogelijkheden te bestaan. Hij hoeft niet \u2018uitgehouwen en in het vuur geworpen te worden\u2019, hij is niet uitgediend: in de stad heeft men (blinkend) hout nodig om nieuwe huizen te bouwen. Zo hebben beide sprekers onderdak gevonden en wel in de stad waar \u2018vele woningen\u2019 zijn.<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>\r\n<i>Symboliek<\/i>\r\n<\/h4>\r\n\r\n<p>\u2018De twee nablijvers\u2019 is op meer dan \u00e9\u00e9n niveau interpretabel. Op het eerste, het anekdotische niveau is het een verslag van een soort dialoog tussen een schrijver en een boom. Zelfs op dit niveau is er duidelijk sprake van een \u2018wending\u2019, daar de functie, en situatie in het algemeen, van boom en schrijver een radicale omwenteling ondergaan: de boom ziet zijn rol van vruchtdrager in een tuin veranderen in een rol waarin hij als timmerhout voor nieuwbouw zal dienen, een niet bepaald po\u00ebtische, maar wel praktische rol. Op grond van deze verandering kan de basistegenstelling ook uitgedrukt worden als een contrast tussen romantisch en praktisch of realistisch. De boodschap op dit niveau schijnt te zijn: als er voor het produceren van vruchten geen functie meer voor een boom weggelegd is, kan het hout van de boom nog altijd aan de man worden gebracht. De situatie van de schrijver is, zoals uiteengezet, parallel aan die van de boom: ook hij bereikt de \u2018consument\u2019 niet meer; ook hij moet afzien van zijn romantische achtertuin en zich voorwaarts richten op de \u2018harde\u2019 realiteit: de markt is in de stad; ook z\u00edjn \u2018waar\u2019 zal daar \u2018aan de man moeten worden gebracht\u2019; zijn vrouw en kind verwachten hem daar waarschijnlijk ook.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De symboliek, niveau 2, berust uiteraard op de basissituatie, namelijk de\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 253]<\/div><p>overeenkomst in de \u2018condities\u2019 van de twee leden van de twee-eenheid boom-schrijver. De combinatie van deze elementen is niet vergezocht als men bedenkt dat de boom traditioneel natuursymbool is en er in de basissituatie sprake is van een ontwikkeling van een romantische naar een realistische situatie. Romantische po\u00ebzie is \u2018eeuwenlang\u2019 bedreven, o.a door Nijhoffs directe voorgangers, tijdgenoten en natuurlijk Nijhoff zelf. De strekking van \u2018De twee nablijvers\u2019 op het eerste symbolische niveau blijkt een zich afzetten tegen de romantische po\u00ebzie, gesymboliseerd door de boom in de achtertuin, te zijn. Dit gebeurt ook, uiteraard iedere keer in een andere vorm, in de andere gedichten in de bundel, het meest opzichtig misschien in \u2018De soldaat en de zee\u2019 waar de symboliek schijnt te zijn overgenomen uit het arsenaal van A. Roland Holst, om vervolgens tegen de \u2018eigenaar\u2019 gebruikt te worden.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Nijhoff spreekt in zijn \u2018Enschedese rede\u2019 de mening uit dat er in zijn tijd, volgens hem een tijd van buitengewone ontwikkelingen op economischsociaal gebied, geen functie meer is weggelegd voor dit soort po\u00ebzie. Po\u00ebzie moet worden aangepast bij de eeuw van de machine, de eeuw van de wolkenkrabbers in plaats van kathedralen, van ziekenhuizen, caf\u00e9&#8217;s, stations, van plaatsen waar \u2018massa&#8217;s mensen\u2019 bijeen zijn. Alleen in \u2018De twee nablijvers\u2019 wordt de stad als hoofdobject voor de moderne po\u00ebzie in directe zin genoemd &#8211; een nieuw argument dus om het gedicht een ideaal programmagedicht te noemen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Even duidelijk als de symbolische functie van de stad is de symboliek betreffende de nachtegaal, hoewel het idee van een zingende nachtegaal in een stad als symbool van de moderne po\u00ebet, niet voor iedereen even acceptabel zal zijn.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Op een tweede symbolisch niveau komt de persoonlijke betrokkenheid van \u2018een\u2019 dichter aan de orde. De verwijzing naar de particuliere levensomstandigheden (vrouw en kind) is zo direct dat een apart interpretatieniveau gerechtvaardigd schijnt. Ook ligt het voor de hand de theoretische beschouwingen van Nijhoff die doorgaans sterk persoonlijk getint zijn, bij de interpretatie te betrekken. Behalve de genoemde ontwikkelingen op maatschappelijk gebied, ervaart ieder mens, volgens Nijhoff, een moment waarop hij \u2018zichzelf ziet wegwandelen uit zijn eigen leven,\u2019<a href=\"#078\" name=\"078T\"><span class=\"notenr\">12.<\/span><\/a> waarop hij als\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 254]<\/div><p>het ware \u2018een dubbel leven gaat voeren\u2019, hij \u2018een vreemdeling voor zichzelf\u2019 is geworden. Met de beelden wordt kennelijk het bereiken door een persoon van een bepaalde objectiviteit ten opzichte van zichzelf bedoeld. Het is het moment waarop men de werkelijkheid onder ogen ziet, het moment waarop \u2018mijter, opperkleed en bisschopsstaf\u2019 iet langer de bevrijdende functie hebben, die deze attributen wel voor de onvolwassene hebben, het moment m.a.w. waarop \u2018Sinterklaas ophoudt te bestaan\u2019. Dit tijdstip is te vergelijken met het moment in het leven van de dichter waarop hij moet afzien van zijn ideaal om heldendichten te maken, moet afzien van de wens te sneuvelen voor volk en vaderland, het moment waarop Willem 1, Johan de Wit, heiligen, koningen, goden en nimfen plaats moeten maken voor eigentijdse goden, de realiteit met andere woorden de plaats inneemt van de droom. Wanneer deze realiteit aanvaard wordt, dan wordt de thuiskomst bij het eigen huis met \u2018groengeverfde voordeur\u2019 even belangrijk als het aankomen in een \u2018land van melk en honing\u2019 dat in feite nog steeds bestaat al zijn er een paar \u2018aardse\u2019 geuren bijgekomen. Dezelfde aanvaarding van de aardse werkelijkheid of realiteit die in wezen de gedachte achter \u2018De twee nablijvers\u2019 is, is aanwezig in elk van de andere gedichten in de bundel. Dat de gedachte zo concreet geformuleerd is in het eerste gedicht, brengt mee dat men concludeert dat het gedicht speciaal voor dit doel geschreven is.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ook het onmiskenbaar auto-biografische element is programmatisch voor de rest van de bundel<a href=\"#079\" name=\"079T\"><span class=\"notenr\">13.<\/span><\/a>: in \u2018De soldaat en de zee\u2019 is het vooral de verwijzing naar militaire bijzonderheden die verantwoordelijk is voor de persoonlijke klank, en in \u2018Aan een graf\u2019 en \u2018De moeder de vrouw\u2019 is het de verwijzing naar de moeder. In sommige andere gedichten is het persoonlijke element meer gecamoufleerd en in \u2018Het lied der dwaze bijen\u2019 helemaal afwezig, daar de idee in dit geval op het abstracte niveau gehouden is.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Tenslotte dient te worden opgemerkt dat het \u2018afzien van het oude\u2019 en het \u2018aanvaarden van het nieuwe\u2019 niet opgevat moeten worden als een \u2018afschr\u00edjven.\u2019 De boom \u00eds niet \u2018uitgehouwen en in het vuur geworpen\u2019, de schrijver n\u00edet vervangen door een computer-programmeur. Daarom kan het woord \u2018wending\u2019 misleidend zijn en zou het woord \u2018verzoening\u2019 beter uit-<\/p><div class=\"pb\">[p. 255]<\/div><p>drukken wat de wijziging in de houding en beschouwing van de dichter inhoudt: de nachtegaal zingt nog, Sebastiaan vindt \u2018hemelse rust\u2019 op aarde, de soldaat is gelukkig in zijn vaderland, de vogels ontvangen voedsel van een heilige in werkkleding, en al vertegenwoordigt ieder moment van geluk maar een tijdelijke vreugde, en al moet de hofstee ad infinitum op het woud worden veroverd, het is het enige \u2018haalbare\u2019 geluk.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Met de volwassenheid komt de objectiviteit; met de objectiviteit de realiteit, met de realiteit de aanvaarding en met de aanvaarding de verzoening. De verzoening die in het laatste gedicht in <i>Nieuwe Gedichten<\/i> bewerkstelligd is met het voltooien van de brug die twee ogenschijnlijk vijandige kanten verbindt, is in \u2018De twee nablijvers\u2019 in het vooruitzicht gesteld.<\/p>\r\n\r\n\r\n\r\n\r\n<\/div><div class=\"wp-block-column dbnl-rechts is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:33.33%\"><div id=\"noten-apparaat\"><div class=\"interp\">\n<h3>Over dit hoofdstuk\/artikel<\/h3>\n<p><label>auteurs<\/label><\/p>\n<p> <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=bakk060\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Martin Bakker<\/a><\/p>\n<p>over  <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=nijh004\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Martinus Nijhoff<\/a><\/p>\n<br>\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-067\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#067T\" name=\"067\"><span class=\"notenr\">1.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>M. Nijhoff, <i>De pen op papier<\/i>, p. 6.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-068\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#068T\" name=\"068\"><span class=\"notenr\">2.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Vergelijk o.a. de voordracht van Nijhoff voor de Volksuniversiteit te Enschede, afgedrukt in <i>Lees maar, er staat niet wat er staat. Over eigen werk.<\/i> 1974.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-069\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#069T\" name=\"069\"><span class=\"notenr\">3.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Vgl. bv. A.M. Korpershoek. Nijhoffs wending. <i>De nieuwe taalgids<\/i>, <span class=\"small-caps\">xxxi<\/span>, p. 298.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-070\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#070T\" name=\"070\"><span class=\"notenr\">4.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Knuvelder. <i>Nederlandse Letterkunde.<\/i> Vierde deel, p. 285.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-071\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#071T\" name=\"071\"><span class=\"notenr\">5.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Idem, p. 289.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-072\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#072T\" name=\"072\"><span class=\"notenr\">6.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Theun de Vries. <i>Martinus Nijhoff. Wandelaar in de werkelijkheid<\/i>, p. 49.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-073\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#073T\" name=\"073\"><span class=\"notenr\">7.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>S. Vestdijk <i>Aestheticisme en menselijkheid.<\/i> In <i>Muiterij tegen het etmaal II<\/i>, p. 71.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-074\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#074T\" name=\"074\"><span class=\"notenr\">8.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Idem, p. 73.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-075\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#075T\" name=\"075\"><span class=\"notenr\">9.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Hellinga (<i>Perspectief der varianten<\/i>, p. 54) is het met de interpretatie van ?De twee nablijvers? als zijnde een dialoog tussen een boom en een schrijvertje, d.w.z. na de wijziging bij de tweede versie van de gedachtestrepen (1937 versie) niet eens. Hij ziet het gedicht in deze vorm als een monoloog door de dichter gericht tot boom en schrijvertje.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-076\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#076T\" name=\"076\"><span class=\"notenr\">10.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Dit effect wordt krachtig gesteund door de vormgeving in vers-technisczhe zin, d.w.z. de letterlijke herhalingen en semi-letterlijke herhalingen:\n<div class=\"poem\">\n<div class=\"line\">\r\n<div class=\"line-nr\">?<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">a. &#8211; O oude boom in de achtertuin<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\n<div class=\"line\">\r\n<div class=\"line-nr\">?<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">b. &#8211; O eenzaam schrijvertje in het raam,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\n<div class=\"line\">\r\n<div class=\"line-nr\">?<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">?<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\n<div class=\"line\">\r\n<div class=\"line-nr\">?<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">a. ik vraag mij af of jij nog leeft,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\n<div class=\"line\">\r\n<div class=\"line-nr\">?<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">b. ik vraag mij af of dat jij schrijft<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-077\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#077T\" name=\"077\"><span class=\"notenr\">11.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>\r\n<i>Lees maar, er staat niet wat er staat.<\/i> Bert Bakker. Den Haag 1974.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-078\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#078T\" name=\"078\"><span class=\"notenr\">12.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Dit citaat en de volgende citaten komen uit ?<i>De pen op papier<\/i>?. Verzameld Werk 2* p. 1063.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-079\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#079T\" name=\"079\"><span class=\"notenr\">13.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Deze gedachte wordt het sterkst uitgedrukt door W. Spillebeen. <i>De geboorte van het stenen kindje<\/i>, p. 161, waar hij zegt: ?De ik-persoon is Nijhoff zelf, want in <i>Nieuwe Gedichten<\/i> is ik Nijhoff zelf&#8230;? enz.\n<br>\nTheun de Vries in a.w. schrijft: ?Het ?schrijvertje bij het raam? wijdt zijn werk aan de nagedachtenis van moeder en broer.? p. 50. Dus Nijhoff is het schrijvertje!<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><\/div><\/div><\/div>","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>[p. 246] Martin Bakker \u2018De twee nablijvers\u2019 als programma-gedicht De publicatie van Nieuwe Gedichten in 1934 kan beschouwd worden als de culminatie van een ontwikkeling waarvan de eerste tekenen al jaren tevoren zichtbaar waren, of als het opbloeien van een kracht die als kiem eigenlijk steeds in aanleg aanwezig was. Het is ook de formele&#8230; <a class=\"more-link\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/martin-bakkerde-twee-nablijvers-als-programma-gedicht\/\">Lees verder <span class=\"read-more-arrow\"><\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","class_list":["post-301452","dbnl","type-dbnl","status-publish","hentry"],"acf":[],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO plugin v26.4 - https:\/\/yoast.com\/wordpress\/plugins\/seo\/ -->\n<title>Martin Bakker  \u2018De twee nablijvers\u2019 als programma-gedicht &#183; Uitgeverij Van Oorschot<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/martin-bakkerde-twee-nablijvers-als-programma-gedicht\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"Martin Bakker  \u2018De twee nablijvers\u2019 als programma-gedicht &#183; Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"[p. 246] Martin Bakker \u2018De twee nablijvers\u2019 als programma-gedicht De publicatie van Nieuwe Gedichten in 1934 kan beschouwd worden als de culminatie van een ontwikkeling waarvan de eerste tekenen al jaren tevoren zichtbaar waren, of als het opbloeien van een kracht die als kiem eigenlijk steeds in aanleg aanwezig was. Het is ook de formele... Lees verder\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/martin-bakkerde-twee-nablijvers-als-programma-gedicht\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"article:modified_time\" content=\"2021-06-04T14:05:59+00:00\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"18 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\/\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/martin-bakkerde-twee-nablijvers-als-programma-gedicht\/\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/martin-bakkerde-twee-nablijvers-als-programma-gedicht\/\",\"name\":\"Martin Bakker \u2018De twee nablijvers\u2019 als programma-gedicht &#183; Uitgeverij Van Oorschot\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\"},\"datePublished\":\"1983-12-31T23:00:29+00:00\",\"dateModified\":\"2021-06-04T14:05:59+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/martin-bakkerde-twee-nablijvers-als-programma-gedicht\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/martin-bakkerde-twee-nablijvers-als-programma-gedicht\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/martin-bakkerde-twee-nablijvers-als-programma-gedicht\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"DBNL\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"Martin Bakker \u2018De twee nablijvers\u2019 als programma-gedicht\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\",\"name\":\"Uitgeverij Van Oorschot\",\"description\":\"\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"Martin Bakker  \u2018De twee nablijvers\u2019 als programma-gedicht &#183; Uitgeverij Van Oorschot","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/martin-bakkerde-twee-nablijvers-als-programma-gedicht\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"Martin Bakker  \u2018De twee nablijvers\u2019 als programma-gedicht &#183; Uitgeverij Van Oorschot","og_description":"[p. 246] Martin Bakker \u2018De twee nablijvers\u2019 als programma-gedicht De publicatie van Nieuwe Gedichten in 1934 kan beschouwd worden als de culminatie van een ontwikkeling waarvan de eerste tekenen al jaren tevoren zichtbaar waren, of als het opbloeien van een kracht die als kiem eigenlijk steeds in aanleg aanwezig was. Het is ook de formele... Lees verder","og_url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/martin-bakkerde-twee-nablijvers-als-programma-gedicht\/","og_site_name":"Uitgeverij Van Oorschot","article_modified_time":"2021-06-04T14:05:59+00:00","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"18 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/martin-bakkerde-twee-nablijvers-als-programma-gedicht\/","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/martin-bakkerde-twee-nablijvers-als-programma-gedicht\/","name":"Martin Bakker \u2018De twee nablijvers\u2019 als programma-gedicht &#183; Uitgeverij Van Oorschot","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website"},"datePublished":"1983-12-31T23:00:29+00:00","dateModified":"2021-06-04T14:05:59+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/martin-bakkerde-twee-nablijvers-als-programma-gedicht\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/martin-bakkerde-twee-nablijvers-als-programma-gedicht\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/martin-bakkerde-twee-nablijvers-als-programma-gedicht\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"DBNL","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"Martin Bakker \u2018De twee nablijvers\u2019 als programma-gedicht"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/","name":"Uitgeverij Van Oorschot","description":"","potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"}]}},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl\/301452","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/dbnl"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=301452"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=301452"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}