{"id":301516,"date":"1984-01-01T00:01:12","date_gmt":"1983-12-31T23:01:12","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/dbnl\/frank-van-herkwie-riep-mij-tot-de-vloekgerard-den-brabander-en-het-dichterschap\/"},"modified":"2021-06-04T15:06:20","modified_gmt":"2021-06-04T14:06:20","slug":"frank-van-herkwie-riep-mij-tot-de-vloekgerard-den-brabander-en-het-dichterschap","status":"publish","type":"dbnl","link":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/frank-van-herkwie-riep-mij-tot-de-vloekgerard-den-brabander-en-het-dichterschap\/","title":{"rendered":"Frank van Herk\r\n\r\nWie riep mij tot de vloek?\r\n\r\nGerard den Brabander en het dichterschap"},"content":{"rendered":"<div class=\"wp-block-columns alignwide is-layout-flex wp-container-core-columns-is-layout-9d6595d7 wp-block-columns-is-layout-flex\"><div class=\"wp-block-column dbnl-links is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:66.66%\">\r\n\r\n <interp type=\"primair\" value=\"herk008\"><\/interp><interp type=\"secundair\" value=\"brab001\"><\/interp><div class=\"pb\">[p. 683]<\/div>\r\n<a name=\"63\"><\/a>\r\n<h3>\r\n<i>Frank van Herk<\/i>\r\n\r\n<br>\r\nWie riep mij tot de vloek?\r\n<br>\r\nGerard den Brabander en het dichterschap<\/h3>\r\n\r\n<h4 class=\"small-margins\">1.<\/h4>\r\n\r\n<p>Het is typerend voor het noodlot dat het leven van Gerard den Brabander beheerste dat hij vandaag de dag voor veel mensen weinig meer is dan een romanfiguur. Want het is vooral te danken aan de alcoholische logeerpartij in Greonterp, door zijn bewonderaar Gerard Reve beschreven in diens <i>Nader tot U<\/i>, dat men zijn naam nog kent, en zijn reputatie. Zelden heeft iemand de rol van boh\u00e9mien met zoveel overgave gespeeld als hij. Hij was het prototype van \u2018De Dichter\u2019, de gedrevene die ziel en zaligheid, gezondheid en maatschappelijk aanzien offert aan de Muze. Twee dingen behoedden hem ervoor een karikatuur te worden: zijn humor, die in de meeste anecdotes over hem een grote rol speelt, en zijn werk, dat weliswaar ongelijk van kwaliteit is maar voldoende hoogtepunten bevat om hem als dichter serieus te nemen. Helaas werd zijn werk steeds minder gelezen, steeds minder herdrukt ook: jaren lang was er geen enkele bundel van hem verkrijgbaar. In dat laatste komt nu in elk geval verandering, met de publicatie van de <i>Verzamelde Verzen<\/i>, de eerste uitgave die die naam verdient.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Niet alleen in het dagelijks leven, ook in zijn po\u00ebzie kwam Den Brabander er nadrukkelijk voor uit in de eerste plaats dichter te zijn, en hij heeft zich zijn leven lang, in een groot aantal \u2018po\u00ebticale\u2019 gedichten, hardop afgevraagd wat dit betekende. Het dichterschap zelf was dus een van zijn voornaamste thema&#8217;s, maar het bepaalde ook zijn kijk op alle andere delen van zijn bestaan: hij dronk als dichter, had lief als dichter, deed aan politiek als dichter en stierf als dichter, tot het laatst toe schrijvend, en na\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 684]<\/div><p>de dood meermalen in zijn po\u00ebzie bezongen te hebben. Betekenis en waarde van zijn leven konden volgens hem alleen worden vastgesteld in relatie tot zijn werk, dat daarmee de plaats innam van religie en moraal. Vandaar dat een poging om de po\u00ebzie van Den Brabander te beschrijven het beste kan beginnen bij het po\u00ebticale deel.<\/p>\r\n\r\n<h4>2.<\/h4>\r\n\r\n<p>In zijn inleiding voor de bloemlezing <i>Curve<\/i> stelt Hoornik dat Den Brabander door drie \u2018rancunes\u2019 werd beheerst: rancune jegens het \u2018vigerende maatschappelijke stelsel\u2019, jegens \u2018al wie vrouw was\u2019, en jegens het dichterschap zelf.<a href=\"#134\" name=\"134T\"><span class=\"notenr\">1.<\/span><\/a> Dit wordt ten dele ondersteund door wat Den Brabander eens in een interview zei: \u2018Ik ben in de eerste plaats lyricus, en je kunt ook lyrisch haten. Behalve het fascisme heb ik vaak de vrouwen lyrisch gehaat, omdat ze zich zo kunnen aanstellen.\u2019<a href=\"#135\" name=\"135T\"><span class=\"notenr\">2.<\/span><\/a> Rancune en haat: Den Brabander zag zichzelf graag als de vleesgeworden negatie, en er wordt in zijn gedichten inderdaad heel wat afgescholden. Toch is dit een veel te simpele voorstelling, want haat en rancune zijn bij hem onverbrekelijk verbonden met liefdevolle verering. Tussen die twee kanten van zijn wezen bestond een nooit aflatende wisselwerking. In een brief aan zijn geestelijk leidsman en voormalige chef (bij de <span class=\"small-caps\">ptt<\/span>), Van Daalen, bekent hij: \u2018Als ik iets brak, dan deed ik dat ook voor mijzelf: liever een ru\u00efne, dan een ijdele droom.\u2019<a href=\"#136\" name=\"136T\"><span class=\"notenr\">3.<\/span><\/a> En hij heeft nogal wat geru\u00efneerd in zijn leven, niet in de laatste plaats zichzelf; maar de ijdele dromen bleven terugkomen. En omdat hij nooit iets half deed wordt zijn werk gekenmerkt door heftige tegenstellingen en paradoxen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De dichterlijke loopbaan van Den Brabander begint, het moet worden gezegd, met een ijdele droom. Toen hem eens gevraagd werd waarom hij is gaan dichten antwoordde hij: \u2018Waarschijnlijk uit recalcitrantie. Ik voelde mij niet lekker en ik wilde er iets tegenover zetten.\u2019<a href=\"#137\" name=\"137T\"><span class=\"notenr\">4.<\/span><\/a> Een neiging tot dwarsliggen heeft hij inderdaad vanaf het begin al gehad. Terugkijkend op deze periode zei hij later: \u2018Ik las toen eens een rijm van Gouverneur en dacht: dat kan ik ook. Van toen af rijmde ik alles aan elkaar en voelde mij gelijkwaardig aan Kloos en Van Eeden (&#8230;). Ik meende mijn dorst naar muzikale uiting in de po\u00ebzie te kunnen bevredigen. Vandaar mijn eerste\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 685]<\/div><p>werk onder invloed van &#8217;80.\u2019<a href=\"#138\" name=\"138T\"><span class=\"notenr\">5.<\/span><\/a> In 1924 is dat niet meer zo&#8217;n voor de hand liggende keus, en Willem Kloos reageerde dan ook ietwat wantrouwig toen Jan Jofriet hem een aantal verzen ter beoordeling toezond. In zijn tweede brief moet de jonge po\u00ebet hem geruststellen: \u2018Ik heb het niet (zoals Ued. meent) uit de grap gedaan U mijn werk ter inzage te zenden. Een sterveling past wel op zijn Goden te krenken!\u2019 Het oordeel van Kloos valt niettemin zeer ongunstig uit, wat niet geheel onbegrijpelijk is, gezien regels als \u2018Ik min den tempel, waar onder &#8216;t dak van bla\u00ean \/ de bomendromend zich te spieg&#8217;len staan\u2019 en \u2018Mijn voet gaat zacht en onder &#8216;t voortgaan luister ik naar &#8216;t \/ spelend koeltjen en &#8216;t antwoordfluisterend gebla\u00eart&#8230;\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Maar ontmoedigd is hij niet: \u2018Neen gij hebt mij niet de doodsteek toegebracht doch mij juist aangespoord te studeren, mij te oefenen in de kunst welke mij in enkele maanden tijds tot een levensbehoefte geworden is.\u2019 Tevens had Den Brabander in die tijd al voldoende zelfkennis om in te zien wat zijn grootste zwakte was: \u2018Ik voel, doch kan &#8216;t niet fatsoenlijk uitbrengen.\u2019 \u2018(&#8230;) ik heb verstand dat zich evenwel dikwijls door het gevoel laat meeslepen.\u2019<a href=\"#139\" name=\"139T\"><span class=\"notenr\">6.<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In de daaropvolgende jaren heeft Den Brabander het mislukken van zijn po\u00ebzie waarschijnlijk geweten aan die ongebreidelde emotionaliteit. En net zoals hij ook later in zijn leven de gespletenheid in zijn karakter zou proberen op te heffen door \u00e9\u00e9n van de uitersten te ontkennen, zo probeert hij in de tweede fase van zijn ontwikkeling de lyrische gevoelsuitstorting uit zijn werk te bannen. Dit is goed te volgen aan de hand van de lange brieven die hij in het begin van de jaren dertig aan Van Daalen schreef. Hieruit blijkt dat Van Daalen, die een gelovig christen was, probeerde de van oorsprong kerkse dichter (zoon van een koster) van zijn twijfels op dat gebied af te helpen, en terug te leiden naar het rechte pad. Uiteindelijk zou dat volkomen mislukken, maar Den Brabander heeft zijn hele leven met heimwee teruggedacht aan de huiselijke bijeenkomsten in de boezem van het gezin Van Daalen, en vooral aan het kerststalletje, dat hij had helpen bouwen. Bij Van Daalen stort hij zijn hart uit, als hij overhoop ligt met zijn dichterschap. Naar aanleiding van \u2018Liedje\u2019 (opgenomen in <i>Vaart<\/i>, en in de <i>V.V.<\/i>, p. 10) verzucht hij: \u2018weer zo&#8217;n romantisch-zoeten-inval.\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 686]<\/div><p>(&#8230;) Maar dit is louter Verlaine: de la musique avant toute chose. God gaf dat ik weer z\u00f3 ver was om zo te zingen. Maar een mooie aanhef, een zinloos gevolg is al wat ik voortbreng. V\u00f3\u00f3r mijn kunst zich kan ontplooien is ze al weer uitgeput, omdat ik geen woord wil schrijven dat niet door mijn overtuiging wordt gedragen.\u2019<a href=\"#140\" name=\"140T\"><span class=\"notenr\">7.<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De experimentele dichtkunst, die mogelijk voor een doorbraak had kunnen zorgen, wijst hij af: \u2018een vers is geen experiment en een experiment is geen vers, want geen kristallisering van gevoel. Ik wil: eerlijke uiting, spontaan doch (&#8230;) beheerst.\u2019<a href=\"#141\" name=\"141T\"><span class=\"notenr\">8.<\/span><\/a> Het is dan ook geen formeel po\u00ebtisch programma dat hem uiteindelijk uit de impasse helpt, maar een politiek programma, dat hij als tegengif voor zijn ijdelheid en weke gevoeligheid beschouwt: het socialisme. Niet zo lang daarvoor had hij het nog afgewezen, wellicht onder invloed van Van Daalen: \u2018Wat ziet men toch in een beweging, die niet meer is en niet meer zijn kan dan een reactie op stoffelijke misstanden?\u2019<a href=\"#142\" name=\"142T\"><span class=\"notenr\">9.<\/span><\/a> Afkeer van bloedige revoluties inspireerde hem tot het volgende gedicht:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u2018Het weerlicht van d&#8217;opstand&#8217;gen bliksem moet<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">vertoornden werper een moment verblinden;<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">ontzet zal hij de wereld wedervinden<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">waar de verslaag&#8217;nen went&#8217;len in hun bloed.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u00a0<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">De jammerkreten der verminkt&#8217; ontzinden<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">zullen zich griffe&#8217; in zijn ontsteld gemoed:<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">voor alles wat gij deez&#8217; mijn kind&#8217;ren doet<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">zult gij vergelding op deez&#8217; aarde vinden!\u2019<a href=\"#143\" name=\"143T\"><span class=\"notenr\">10.<\/span><\/a>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Toch keert hij zich na verloop van tijd van het geloof van zijn mentor af, om lid te worden van de <span class=\"small-caps\">sdap<\/span>, een stap die hij in een brief van 1-1-&#8217;31 probeert te verklaren. Het wekt geen verbazing dat hij daarbij zijn po\u00ebzie als uitgangspunt neemt: \u2018Ik ben zowat overwinnaar op het egocentrische in mijn verzen en heb de stelling \u201cl&#8217;art pour l&#8217;art\u201d grondig verworpen. In en van alles eis ik \u201cdienstbaarheid\u201d, \u00f3\u00f3k van mijzelf.\u2019 In de Radiogids van de <span class=\"small-caps\">vara<\/span> vat Den Brabander het als volgt samen: \u2018Als geestelijk\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 687]<\/div><p>eenzame ontwikkelde ik, mijzelf beschouwende, eerst tot ego-centrisch mens, terwijl ik nu niets liever wil, dan een goed gemeenschapsmens zijn.\u2019<a href=\"#144\" name=\"144T\"><span class=\"notenr\">11.<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het gevoel in een groter geheel te zijn opgenomen schenkt hem tijdelijk rust en bevrediging, maar dit voorkomt niet dat hij zich toch weer door zijn emoties mee laat slepen, en in even felle bewoordingen als voorheen het individualisme en de schoonheidscultus gaat beschimpen:<\/p>\r\n\r\n<h4>\u2018Aan prullige individualisten\u2019<\/h4>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u2018Ook ik zong \u00e9\u00e9ns bij &#8216;t schijnsel van een lamp,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">En &#8216;t ging niet als ie maar een milimeter scheef hing;<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Nu schrijf ik snel, in &#8216;t heftigst van den kamp,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">op hemd of zakdoek wat onstuimig uitspringt.\u2019<a href=\"#145\" name=\"145T\"><span class=\"notenr\">12.<\/span><\/a>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Ondanks het nog niet al te hoge peil van de gedichten begint met deze eerste poging zijn woeste gevoelsleven een zinvolle vorm te verlenen de werkelijke po\u00ebtische loopbaan van Den Brabander. Met karakteristieke vurigheid plaatst hij zich opnieuw, maar op een andere manier, buiten het literaire establishment; zijn lyrisch haten begint met haat jegens de lyriek.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Den Brabanders eerste bundel, <i>Vaart<\/i> (uit 1932), vertoont (afgezien van een aantal terwille van de oprechtheid en volledigheid opgenomen jeugdverzen) de invloed van de volstrekt a-modieuze Belgische dichteres Alice Nahon. De modernistische experimenten uit de jaren twintig lijken aan haar en haar volgeling helemaal voorbij te zijn gegaan; haar simpele, vaak nogal sentimentele verzen grijpen wat hun vormgeving betreft terug naar Gezelle. In een aan Nahon gewijd gedicht noemt Den Brander haar \u2018Gezalfde\u2019, \u2018belichaamd licht\u2019 &#8211; opvallend religieuze termen: kennelijk ziet hij haar als een soort moderne heilige, die zich niet door godsvrucht maar door sociale bewogenheid en \u2018zachte drang\u2019 onderscheiden heeft. Voor hem is ze de \u2018zoetste aller zanggodinnen.\u2019<a href=\"#146\" name=\"146T\"><span class=\"notenr\">13.<\/span><\/a> Tegenover die voorkeur voor simpelheid en dienstbaarheid staat zijn rancune jegens hen die in de letterkunde de dienst uitmaken, o.a. vervat in \u2018Wij dichters\u2019:<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 688]<\/div>\r\n<div class=\"poem-small-margins\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u2018Wij hebben fier ziels bittere ervaring<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">kostlijk gebundeld aan de markt gebracht,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">maar &#8216;t volk, dat hijgt naar onze openbaring<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">hebben wij trots en peilloos diep veracht.\u2019<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>(p. 12)<a href=\"#147\" name=\"147T\"><span class=\"notenr\">14.<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het dingen naar prijzen, het uitgeven van bundels op \u2018japans papier\u2019, in een \u2018tere band\u2019, die \u2018drie pop negentig\u2019 moeten kosten, kortom de hele elitaire kant van het literaire bedrijf, wekt zijn woede op.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Deze opvatting, dat de po\u00ebzie van zijn tijdgenoten het contact met het werkelijke leven en het gewone volk moedwillig verbroken heeft, en die zich o.a. uit in minachting voor bourgeoisdichters als J.C. Bloem, komen we ook in de volgende bundels tegen. De burgerlijke dichter \u2018rijmt wel speels en muzikaal, maar kent \/ g\u00e9\u00e9n onzer smarten en vertwijfeldheden\u2019 (p. 27). Met wrok constateert Den Brabander dat dit \u2018slap esthetisch leven\u2019 met medewerking van de pers en ondanks het ontbreken van werkelijk talent, bekroond wordt met een klinkende huldiging. (idem) Tegenover het gemijmer van de \u2018weke dromer\u2019 stelt hij het visioen van de \u2018rode hoornstoot\u2019 en de \u2018nieuwe morgen\u2019 (p. 26). In \u2018Literaire moord\u2019 stelt hij een nog drastischer afrekening voor. Eerst spreekt hij een verafschuwd dichter toe:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u2018Eertijds verdiepte ik mij in gissingen<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">waarom uw vers zich niet handhaven kon;<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">en het zich doodzong op de maan, de zon<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">en liefstes zachtverrukte lispelingen.\u2019<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Als hem eenmaal aan de \u2018oever van een modderbron\u2019 met \u2018vettige oprispingen\u2019 een licht is opgegaan, leidt dit eerst tot vrolijkheid en dan tot doortastend optreden: \u2018(ik) zocht de kwal, waarvan &#8216;k mij wou bevrijden, \/ in zijn studeerkot op en schoot hem dood.\u2019 (p. 47).<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Natuurlijk gaat het hierbij ook over Den Brabander zelf, dat wil zeggen over \u00e9\u00e9n kant van zijn wezen, de kant waar hij voor altijd mee afgerekend hoopt te hebben. In een brief aan Van Daalen geeft hij toe \u2018Wij\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 689]<\/div><p>dichters\u2019 ook aan eigen adres te hebben gericht, en in het destijds ongebundelde maar nu in de afdeling <i>Verspreide verzen<\/i> van de verzameleditie opgenomen \u2018Fantaisie Noire (Voor een bleekzuchtig dromer)\u2019 komt de volgende bekentenis voor:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u2018Ach! Je verrukking voel ik aan:<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">ook ik kwijnde eens in &#8216;t licht der maan<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">en vloekte &#8216;t licht der rood-geronnen<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">en platte burgerlijke dagen<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">en lag bezopen in mijn nest&#8230;\u2019<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>(p. 493)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het valt op dat de po\u00ebticale gedichten uit deze periode, die overigens niet zeer talrijk zijn, allemaal in negatieve termen zijn gesteld. Den Brabander wist heel goed wat hij niet wilde, maar liet zich weinig uit over wat hem dan wel voor ogen stond. Een van de schaarse uitzonderingen staat ook in de <i>Verspreide Verzen<\/i>, het in 1934 geschreven \u2018Mijn vers\u2019:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u2018Gij zult mijn knecht en mijn aanklager zijn.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">(&#8230;)<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Dat dan uw noodsignaal roodkoper schalle<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">en totterdood op de beschoten wallen<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">de drager van mijn bitter worstlen zijn.\u2019<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>(p. 492)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hoe dat in de praktijk uitpakte is af te lezen aan de titels en de inhoud van bundels als <i>Gebroken Lier<\/i> en <i>Cynische Portretten<\/i>: opzettelijk on-po\u00ebtische, praterige (maar niet door Du Perron be\u00efnvloede) verzen, vaak vertellend of beschrijvend van aard; door sarcasme vertekende taferelen vol kleinburgers, militairen, fascisten en geestelijken, geschilderd met een door walging ingegeven grofheid die aan de spotprenten van George Grosz doet denken. Het persoonlijke element in deze gedichten komt alleen indirect, via de stijl, tot uitdrukking.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 690]<\/div>\r\n<p>Zoals te voorspellen was duurt deze eenzijdige, door een ideaal beheerste fase niet zo lang. Den Brabander verlaat de <span class=\"small-caps\">sdap<\/span> weer vrij snel, uit afkeer voor het ook daar voorkomende politieke gekonkel, en met de volledige dienstbaarheid valt het ook niet mee. Den Brabander ziet in dat zijn gemeenschapsgevoel in feite ook gebaseerd is op ijdelheid, op het verlangen d\u00e9 Volksdichter te worden. Aan Van Daalen schrijft hij: \u2018Zie, ik moet in mijn vervolgend werk geregeld tegen mezelf zeggen: Je bent alleen kunstenaar d.w.z. uitend mens. Je zult nooit zijn: een groot man; geen volksmenner; geen volksdichter; geen hogere functionaris dan Acm. (= adjunct-commies &#8211; <span class=\"small-caps\">f<\/span>v<span class=\"small-caps\">h<\/span>) Dan zal ik wellicht tot rustige, onbevangen en onopgeschroefde uiting komen.\u2019<a href=\"#148\" name=\"148T\"><span class=\"notenr\">15.<\/span><\/a> Den Brabander wordt weer op zichzelf teruggeworpen, en al raakt hij zijn gevoel voor sociale rechtvaardigheid en zijn haat jegens het fascisme niet kwijt, hij neemt zich voor zijn \u2018persoonlijkheid als dichter (al is het dan als gemeenschapsdichter)\u2019 niet te laten \u2018ver-partijen\u2019.<a href=\"#149\" name=\"149T\"><span class=\"notenr\">16.<\/span><\/a> \u2018Het kweken van een Roomse-, Protestantse &#8211; of Socialistische kunst is nonsens, om de dood-eenvoudige reden, dat echte kunst een organisch geheel vormt met zijn maker en in feite niets anders is dan de vrucht, gerijpt in de innerlijke bewogenheid van de kunstenaar.\u2019<a href=\"#150\" name=\"150T\"><span class=\"notenr\">17.<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het idealisme taant, en datzelfde geldt voor het huwelijksgeluk, dat ongeveer in dezelfde periode van dienstbaarheid tot stand kwam. In 1937 schrijft Den Brabander aan Van Daalen over zijn vele verliefdheden, en over het knellen van de banden die hem vasthouden. Zijn ontreddering is groot: Alle idealen zijn mij stuk voor stuk ontnomen\u2019, hij heeft \u2018niet de minste houvast meer.\u2019<a href=\"#151\" name=\"151T\"><span class=\"notenr\">18.<\/span><\/a> Het spreekt vanzelf dat hij daarom weer over zichzelf gaat schrijven, maar nu echt &#8211; niet als Tachtiger, en niet over stromen van onbeheerste en onbegrepen gevoeligheid, maar met zijn eigen stem, over zijn eigen, werkelijk doorleefde tragiek. Het aantal po\u00ebticale gedichten neemt in deze fase, die tot na de 2e Wereldoorlog duurt, sterk toe; ook als het over andere onderwerpen gaat voert hij zichzelf steeds vaker ten tonele als \u2018de dichter\u2019. De actualiteit blijft geregeld aanleiding geven tot gedichten, maar in tegenstelling tot vroeger reageert Den Brabander op deze prikkels steeds vaker met een poging zich van de wereld af te keren:<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 691]<\/div>\r\n<div class=\"poem-small-margins\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u2018Vaak sloot zijn ziel het dubbel ogenraam<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">en wilde tot een loden slaap bezwijmen,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">maar in zijn hersens worstelden de rijmen<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">en vormden aan zijn mond een wild verzaam.\u2019<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>(p.80)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">en<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u2018Wat deren m\u00edj vuur en smook,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">dictator en midinette?<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Wie zal mij te drinken beletten?<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Wie belet mij te zingen ook?<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Ben ik zaad, de vrucht zal zich zetten<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">en de wereld vergaat in rook.\u2019<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>(p. 193)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De doem van het dichterschap dringt zich in deze periode voor het eerst aan Den Brabander op. Hij besefte al eerder dat het een \u2018levensbehoefte\u2019 van hem is, maar hij gaat nu ook beseffen hoeveel erdoor vernietigd wordt. Niet alleen voor de maatschappij wordt hij steeds meer een buitenstaander, ook het gezin wordt een gesloten cirkel, waar hij zich buiten heeft geplaatst, zoals hij inziet in \u2018Zelfportret\u2019:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u2018Vervreemd van al wat ik bemin<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">ben ik alleen het mager hek<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">om &#8216;t huis heen en de stap op &#8216;t grind\u2019<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>(p. 217)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In dezelfde bundel, <i>Materie-Man<\/i>, leidt de onmacht een normaal bestaan op te bouwen tot een verlangen naar de kindertijd, en wordt het vers tot een wieg, waar de \u2018dwaze wereld met uw pijnen\u2019 geen toegang heeft, en waar de vrouw is gereduceerd tot het \u2018moederlijke schijnen\u2019 dat door de gordijnen breekt. In het titelgedicht wordt heel kort, heel concies de pijnlijke paradox samengevat die Den Brabanders leven beheerst, en die\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 692]<\/div><p>in dit geval vermoeide berusting doet ontstaan. In dit soort gedichten toont Den Brabander m.i. zijn meesterschap: geen overtollige beelden, geen woordwoeker, en een volstrekt eigen toon.<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u2018Moede het vogelzingen<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">over de dode hand;<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">moe de verholen brand<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">en de vrouwen die mij omringen,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">zink ik ten prooi aan de azen-<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">de worm en de levenswil,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">lind uit de blinkende glazen<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">van mijn verblinde bril.\u2019<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>(p. 123)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De eveneens in deze bundel opgenomen gedichten \u2018Vervloekt\u2019 en \u2018Al wie mij eens behoorden\u2019 leggen dezelfde relatie tussen po\u00ebtische bezetenheid en de voortschrijdende, onverdragelijke eenzaamheid, waarbij voortdurend in het midden wordt gelaten in hoeverre Den Brabander hier zelf voor gekozen heeft. Het lijkt of hij het noodlot haar macht misgunt, en zich aan zijn vrije wil blijft vastklampen. Die paradoxale verhouding wordt heel treffend uitgedrukt in de vraag \u2018Wie riep mij tot de vloek?\u2019 (p. 129) Hij werd geroepen, en kwam, maar begon daarmee geen kruistocht tegen het onrecht; hij \u2018heeft zichzelf gevangen \/ en aan het lied verhangen&#8230;\u2019 (p. 145)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In een brief aan Van Vriesland, in 1940, geeft Den Brabander toe dat hij zich weer met \u2018voltooid-verleden-romantiek\u2019 bezighoudt, \u2018nademaal ik zo uit deze grote tijd verzeild geraakt ben (&#8230;)\u2019.<a href=\"#152\" name=\"152T\"><span class=\"notenr\">19.<\/span><\/a> De ouderwetse aanduidingen \u2018zingen\u2019 en \u2018liederen\u2019, die hij meestal gebruikt om zijn werk aan te duiden, bevestigen dat, en een gedicht als \u2018Het eerste\u2019, midden in de oorlog geschreven, staat wel bijzonder ver af van de rode strijdzangen van tien jaar terug:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u2018Een lichte dans omvat mijn lichter leden<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">en op mijn lippen bloeit een lief refrein:<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div><div class=\"pb\">[p. 693]<\/div><div class=\"poem-small-margins\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">het leven tiert op kleine tederheden,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">het zal alleen maar lied en liefde zijn.\u2019<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>(p. 204)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Toch zou het verkeerd zijn dit op te vatten als een belofte van wat komen gaat, want naarmate het dichterschap meer en meer bezit neemt van de ambteloze burger die hij sinds 1943 is, gaat het er in zijn werk steeds heftiger aan toe, en blijft er weinig gelegenheid voor lichte dansen en lieve refreinen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Na de oorlog laait Den Brabanders felheid weer op, nu in een furieuze poging het enige wat hem rest, zijn \u2018vloek\u2019, op een hoger plan te tillen, om zich zodoende van de dagelijkse ellende te verlossen. In de bundels <i>De Stenen Minnaar, Parijse Sonnetten<\/i> en <i>Morbide Mei<\/i> doet hij bewust een gooi naar de onsterfelijkheid. Hij voelt zich nu gedreven door een hoge roeping, die hem boven de wereld verheft, en hem het wereldse in zijn eigen karakter af doet keuren. Daarbij gaat het met name om de erotiek, de \u2018lust\u2019 zoals hij het zelf meestal noemt. De lust wordt in deze jaren \u2018ingekerkt\u2019, zodat de dichter haast een \u2018monnik\u2019 wordt (p. 265). Met instemming citeert hij Aafjes: \u2018Dichters moeten de minnaars uit zich weren, \/ willen zij naakt gelijk de goden zijn\u2019 (p. 256) &#8211; hij wil af van de schaamte, die de mensen aan de aarde geketend houdt. De ware liefde is de platonische, die voor de \u2018hoge Koninginne\u2019, die met religieuze vervoering bezongen wordt en in wier dienst hij de po\u00ebzie als dieper levensdoel wil nastreven. (p. 296) Hij keert zich af van het aards verval, waant zich voor het gewone leven verloren, en geeft zich over aan de versterving:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u2018Om hoger in zijn zangen te verblijven<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">moet men eerst sterven in het avondrood,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">maar uit die dood herrezen zal men schrijven<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">al wat niet sterft, maar staan blijft&#8230; levensgroot.\u2019<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>(p. 260)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Uit de <i>Parijse Sonnetten<\/i> wordt duidelijk dat Den Brabander het gevoel heeft in die tijd een artistieke wedergeboorte door te maken: \u2018Nu het\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 694]<\/div><p>verzen regent als gebeden,\/ waar mijn tong niet langer is verlamd\u2019 (p. 274) &#8211; en inderdaad, de hele bundel blijkt tussen 6 en 25 september geschreven te zijn. Toch houdt dit niet in dat de periode daarvoor weinig gedichten opgeleverd heeft: als we de dateringen van <i>Verzen op pleepapier, De Holle man<\/i> en <i>De Stenen Minnaar<\/i> mogen geloven, heeft Den Brabander de hele oorlog door niet stilgezeten. Misschien beschouwt hij de <i>Parijse Sonnetten<\/i> als waarachtiger, meer in overeenstemming met zijn bedoelingen. De toon is in elk geval nog scheller dan voorheen, de afwijzing van de werkelijkheid nog stelselmatiger. Voor een deel zal de tijdgeest daar de oorzaak van zijn: de mooie dromen van de jaren dertig hebben de oorlog niet kunnen voorkomen, cynisme jegens militairen en burgers wordt cynisme jegens het hele bestaan. De dichter geeft zich over aan de haat, de \u2018broeder aller tederheden\u2019,<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u2018Want beter is in deze hel van heden<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">zich met zijn eigen hartklop te verstaan<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">dan altijd in ru\u00efnes om te gaan<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">en te verdolen in verdorvenheid.\u2019<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>(p. 263)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het resultaat is in elk geval sterk vergeestelijkte lyriek, die het \u2018eeuwig paradijs\u2019 bezingt, contact zoekt met de wereldziel die zich spiegelt in de ziel der uitverkorenen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het opvallende, en onbevredigende, aan deze po\u00ebzie is dat de werkelijkheid, in de vorm van waarneming of anecdote, er vrijwel uit verdwenen is. Met name in <i>Morbide Mei<\/i> en <i>De Stenen Minnaar<\/i> worden de lezer berijmde filosofische vertogen voorgezet, die de indruk maken voortgekomen te zijn uit een samenhangende wereldbeschouwing, zonder dat er over die wereldbeschouwing veel te zeggen valt. Blijkens een brief aan Theun de Vries hadden tijdgenoten het idee dat Den Brabander op het punt stond katholiek te worden. \u2018Mag men niet meer filosoferen en zichzelf onderzoeken?\u2019<a href=\"#153\" name=\"153T\"><span class=\"notenr\">20.<\/span><\/a> Deze drang tot filosoferen is hoogstwaarschijnlijk te danken aan de invloed van Roland Holst, wiens geest in die tijd over Den Brabanders wateren zweeft. Die geest fluistert hem in dat alleen het aller-<\/p><div class=\"pb\">[p. 695]<\/div><p>hoogste waard is bezongen te worden, en dat de dichter een ziener is. Dat leidt tot regels als:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u2018Hoe zal ik met u spreken<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">wanneer ik nederdaal<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">tot waar gij zult ontweken<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">in sprakeloze taal?\u2019<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>(p. 289)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In tegenstelling tot Roland Holst heeft Den Brabander geen uitgebalanceerde, geduldig uitgewerkte, in alle rust doordachte levensbeschouwing, noch een bijbehorende persoonlijke mythologie, en dit drijft hem maar al te vaak tot de uit louter fortissimo&#8217;s bestaande retoriek waar iemand als Hendrik de Vries zich zo aan stoorde. De Vries vond bijvoorbeeld dat <i>De Stenen Minnaar<\/i> \u2018het gebied van de betekenisloze klinkklank bedenkelijk is genaderd.\u2019 \u2018Gekeelde liederen en gevierendeelde levens &#8211; hiertegen schrijvende krijgt men inderdaad een gevoel of men met graniet krakeelt.\u2019<a href=\"#154\" name=\"154T\"><span class=\"notenr\">21.<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De reactie blijft niet uit. In het gedicht \u2018Aan Beethoven\u2019 klinkt de twijfel al door: \u2018Doe mij het lied geloven \/ dat aan mijn keel ontspringt\u2019 (p. 314). De \u2018oefening in eenzaamheid\u2019 wordt voortgezet, maar nu worden ook de pijnlijker, lichamelijker kanten van het versterven weer genoemd, zodat de dichter een menselijker gezicht krijgt:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u2018In de goten kan ik niet meer denken:<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">honger heb ik, en ik ben al dood.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Als ik doorga met dit lijf te krenken<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">is de ziel niet langer deelgenoot.\u2019<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>(p. 315)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het eenzaam sterven wordt weliswaar nog steeds door de dichterlijke bloei zinvol gemaakt, maar zonder moeite gaat dat niet: \u2018Men stiet mij voort. Voort! En men stal mijn kindren. \/ En zonder kindren wordt een mens niet groot.\u2019 (p. 37) Hoe onmogelijk het is zich volledig aan het\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 696]<\/div><p>dichterschap te wijden wordt samengevat in het verfrissend sobere \u2018Vers voor Annet\u2019, met de beroemde beginregels: \u2018Zonder verdriet kan men geen verzen schrijven \/ en zonder vreugde kan men niet bestaan\u2019 (p. 327). Den Brabander weet zich opnieuw \u2018gespeend van de muze, die ik gratie \/ en bloementooi ontruk\u2019 (p. 334). Tegenover het heilige regeneratiesymbool uit <i>Morbide Mei<\/i> staat nu weer de alomtegenwoordige, alles zinloos makende vernietiging: \u2018In &#8216;t zuiverst groen zie ik reeds het bederf \/ verstokt zijn knoken door de bloesem reiken.\u2019 (p. 334)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Weemoedige berusting in de raadselachtigheid van het lot, en een veel bescheidener toon, beheersen de bundel <i>Onraad<\/i> en <i>Niets Nieuws.<\/i> Het titelgedicht van de laatste bundel:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u2018Niets nieuws onder de zon&#8230;<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Ik zing, zoals ik begon,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">want er zijn geen nieuwe dingen<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">en er is geen ander zingen<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">dan zingen met de tong,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">dan ademen met de long<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">en zijn eigen pijn verdringen.\u2019<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>(p. 375)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De hoogdravende idee\u00ebn zijn veranderd in rommel \r\nen oud roest, de Hof van Eden in het Waterlooplein:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u2018Maar, als ik weer beginnen moest,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">zou ik opnieuw een dichter zijn,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">maar niet meer met zo&#8217;n trotse mond,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">meer een hyena of een hond&#8230;\u2019<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>(p. 381)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Sterk versimpeld komt het er dus op neer dat er in Den Brabanders verhouding tot het dichterschap een ontwikkeling is aan te wijzen van afkeer naar bevlogenheid, en van bevlogenheid naar berusting. (Ik laat de jeugdverzen nu buiten beschouwing.) Wat de vorm betreft zou je een parallelle ontwikkeling kunnen aanwijzen: van anecdotiek via retoriek\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 697]<\/div><p>naar een sober en persoonlijk geluid; met dien verstande dat Den Brabander dat persoonlijk geluid al eerder, v\u00f3\u00f3r de retorische fase, gevonden had, in bundels als <i>Opus 5, De Holle Man<\/i> en <i>Materie-Man.<\/i>\r\n<\/p>\r\n\r\n\r\n\r\n<h4>3.<\/h4>\r\n\r\n<p>Voor zo&#8217;n eenvoudige chronologische weergave is veel te zeggen, maar als ze niet onmiddellijk wordt gerelativeerd gaat ze een eigen leven leiden, en dan bestaat het gevaar dat de hoofzaak: dat wat het oeuvre van Den Brabander tot een eenheid maakt, verdrongen wordt door bijzaken en niet-wezenlijke verschuivingen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Want afgezien van de extreme uitschieters, zoals tijdens zijn rode jaren en zijn Holstiaanse periode, is Den Brabanders houding tegenover de po\u00ebzie nooit volkomen eenduidig: hij is een propagandist die boven de wereld uit wil stijgen, een profeet die zich omlaag getrokken voelt worden.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De militante verzenmaker die hij aanvankelijk was kwam al snel tot de ontdekking dat de lyriek, die toch zijn voornaamste bijdrage aan de socialistische strijd was, als wapen weinig voorstelde:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u2018(&#8230;) onze salvo&#8217;s zijn slechts &#8216;t pover seinen,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">dat aan deze wereld onze onmacht meldt.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Droom van revolte en van po\u00ebtisch schroot:<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">geen morgenzon vond ons nog star en groot<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">geschouderd met de kolven aan de voeten&#8230;\u2019<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>(p. 83)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Dit schreef hij in 1933. E\u00e9n mogelijke reactie op dit gevoel van onmacht is het afzweren van de po\u00ebzie, zoals hij lijkt te gaan doen in een motto voor de nooit gepubliceerde bundel <i>Signaal<\/i> (uit 1935):<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u2018Po\u00ebzie, wat kan mij jou verdommen,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Po\u00ebzie, zie toch de wereld aan:<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">alles is gebroken en verkommerd<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">en mijn schoonste lier hangt in de lommerd,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">kan er dan nog <i>po\u00ebzie<\/i> bestaan?\u2019<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>(p. 610)<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 698]<\/div>\r\n<p>Een soortgelijke twijfel aan de levensvatbaarheid van de po\u00ebzie is ook nog terug te vinden in \u2018Recapitulatie\u2019, uit de gelijknamige, in 1952 verschenen bundel: \u2018De klaarste leeuwrik klimt naar zijn verderf \/ als hij de hemel lyrisch wil verrijken.\u2019 (p. 334) Maar in hetzelfde gedicht lezen we ook:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u2018(&#8230;) mijn lot was allang bepaald<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">toen de vloek mij was ingedreven<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">en het woord in mij afgedaald.\u2019<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>(p. 334)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Leven zonder po\u00ebzie is ondenkbaar, po\u00ebzie zonder contact met het leven ook. Vandaar dat de actualiteit in Den Brabanders werk blijft opduiken; in de jaren vijftig uit hij bijvoorbeeld zijn woede over zaken als de inval in Hongarije, atoomwapens en het Vietnam-conflict. Maar dit komt niet voort uit een politieke zendingsdrang, die de po\u00ebzie tot middel reduceert. Clara Eggink schreef over dit aspect van zijn werk:<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Juist in dit aan een tijd of een feit gebonden werk toont hij zich de dichter die het ogenblik grijpt omdat het haakt in de oerbron van po\u00ebtisch materiaal, en niet het tegenovergestelde: de dichter die een ontroering met de saus van zijn talent overgiet.\u2019<a href=\"#155\" name=\"155T\"><span class=\"notenr\">22.<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het socialisme bleef ook altijd zijn sympathie behouden, al bevredigde het zijn diepste levensbehoeften niet. In 1947 schrijft hij het te beschouwen \u2018noch als religie, noch als eindphase (&#8230;) Wat daarop volgt kunnen wij niet weten, omdat niet te voorzien is welke controversen zich na de voltrekking van dit socialisme zullen voordoen.\u2019<a href=\"#156\" name=\"156T\"><span class=\"notenr\">23.<\/span><\/a> En het opheffen van controversen op ieder gebied was Den Brabanders streven. Behalve socialist was hij ook op een paar maanden na zilveren jubilaris bij de <span class=\"small-caps\">ptt<\/span>; als hij fulmineerde tegen de burgerij wist hij heel goed dat hij zichzelf niet sparen mocht. Hetzelfde geldt voor het fascisme, dat hij van uniformen en andere tijdelijke vermommingen ontdeed door het te erkennen als wezenstrek van ieder mens, en dus ook van zichzelf: \u2018Ik haat de fascisten als dat duistere wezen in mij, dat met boemerangs en indianenveren wenst te spelen.\u2019<a href=\"#157\" name=\"157T\"><span class=\"notenr\">24.<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Den Brabander had een sterk zondebesef, en was zich al vroeg bewust van de verleiding die de zonde der overdrijving voor hem had. Lang\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 699]<\/div><p>voor hij zich werkelijk aan retoriek te buiten gaat geeft hij al toe: \u2018Ik heb nog steeds het ongeluk bij een grootse opzet de draad te verliezen \u00f3f de belangstelling. D\u00e1t wordt <i>mijn dichterlijk ongeluk.<\/i>\u2019<a href=\"#158\" name=\"158T\"><span class=\"notenr\">25.<\/span><\/a> En in 1932 schrijft hij Van Daalen: \u2018Moet oppassen voor rethorica, want mijn beelden schieten mij bijna pasklaar in en ik schrijf vrij snel.\u2019<a href=\"#159\" name=\"159T\"><span class=\"notenr\">26.<\/span><\/a> Ook hier dus zelfkennis, die weliswaar de excessen niet voorkomen kan, maar wel bewijst dat de strijd tussen soberheid en overdaad een van de constanten in zijn werk is.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Den Brabanders derde rancune, die \u2018jegens al wie vrouw was\u2019, moet zoals gezegd ook sterk worden gerelativeerd, in elk geval wat zijn dichterschap aangaat, dat door de erotiek op twee verschillende, tegenstrijdige manieren wordt be\u00efnvloed. Volgens Hoornik heeft Den Brabander de vrouwen in zijn jeugd te veel ge\u00efdealiseerd, en is zijn haat een reactie op de onvermijdelijke ontluistering van dat ideaal. Van die idealisering hebben we ook in latere perioden nog voorbeelden kunnen zien: Alice Nahon en de \u2018hoge Koninginne\u2019 waren beide (tamelijk irre\u00eble) met een goddelijk aureool omgeven figuren. Ook de haat is zeker in het werk aan te treffen, bijvoorbeeld in \u2018De hond zelfs zal mij diep verachten\u2019 uit <i>Materie-Man<\/i>, waarin de zanger en zijn lied worden versmaad door een vrouw, die wordt afgeschilderd als een door urinelucht loops geworden teef. Veel verder in die richting kun je niet gaan, dunkt me. Ook in brieven beklaagt Den Brabander zich geregeld over het onbegrip van de vrouwen, en over het al te grote beslag dat ze op zijn leven leggen: \u2018Krankzinnig, dat niet \u00e9\u00e9n wijf snapt, wat een dichter, bennen we dat nog?, zoekt. De twee kinders in huis bevorderen het alleenzijn ook niet al te zeer, zodat ik vaak zin heb met de kop tegen de muur te lopen. Gek, altijd eenzaam te zijn en de eenzaamheid niet te kunnen vinden!\u2019<a href=\"#160\" name=\"160T\"><span class=\"notenr\">27.<\/span><\/a> Want: \u2018Om te werken is eenzaamheid geboden.\u2019<a href=\"#161\" name=\"161T\"><span class=\"notenr\">28.<\/span><\/a> Al vrij snel nadat hij met zijn \u2018meisje\u2019 is getrouwd klaagt hij bij Van Daalen: \u2018Het valt anders niet mee in het huwelijk je dichterlijke aandrift te behouden. Er zijn zoveel kleinigheden, die je vrouw niet aanvoelt, maar waarmee ze je geluk voor dagen verstoort.\u2019<a href=\"#162\" name=\"162T\"><span class=\"notenr\">29.<\/span><\/a> En, in \r\n1958 terugkijkend n.a.v. \u2018Het gespleten vuur\u2019 (een dialoog tussen Adam en Eva) schrijft hij aan Donkersloot: \u2018Het fragment: Niemand die eenzaam is, is ooit alleen&#8230; impliceert niets denigrerends tegen het huwelijk: Er moet ergens gezegd zijn: Die trouwt doet goed, die niet trouwt\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 700]<\/div><p>doet beter. Uit die sfeer spreekt Adam.\u2019<a href=\"#163\" name=\"163T\"><span class=\"notenr\">30.<\/span><\/a> Uit dit alles blijkt dat zijn vrouwenhaat zeker ook te maken heeft met het feit dat hij gedoemd was hen ontrouw te worden, doordat hij een ongeregeld leven leidde dat beheerst werd door de po\u00ebzie en de drank. Hij zal zich daar zeker schuldig over hebben gevoeld, en dat schuldgevoel af en toe op vrouwen afgereageerd hebben.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ondanks de rancune en het verlangen naar eenzaamheid is het echter onmiskenbaar dat Den Brabander de vrouwen zijn hele leven is blijven aanbidden. Onder de laatste van hem bekende gedichten bevindt zich een reeks die \u2018Het Evangelie Vrouw\u2019 heet; in een brief aan Greshoff heeft hij het over zijn verering voor \u2018de eeuwige godin, de vrouw, die onveranderlijk tot leven aandrijft.\u2019<a href=\"#164\" name=\"164T\"><span class=\"notenr\">31.<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De relatie tussen dichterschap en erotiek is ingewikkeld: ze kunnen niet zonder elkaar, maar staan elkaar bijna voortdurend in de weg. De enkele keer dat de erotiek zonder bedenkingen gevierd wordt, gebeurt dat in uitbundige gedichten, met een ondertoon van ontzag. In het fraaie \u2018Hooglied\u2019 wordt een verband gelegd tussen de vruchtbaarheid en de inspiratie: de vrouw die \u2018beeft in het diepste van (haar) schoot\u2019, en van wie elke daad al een deelgenoot heeft (mooie beelden) zet de dichter aan tot zingen over \u2018weer een wordend wonder\u2019. Uit solidariteit met haar buik zingt hij zich \u2018de borstkas ronder\u2019 want \u2018dichters worden slechts in liedren groot\u2019. In de laatste zes regels legt Den Brabander zich aan de voeten van de vrouw, die op dat moment het leven zelf vertegenwoordigt:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u2018Blinde buik, in \u00fa breekt dit verzet;<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">vruchtbaarheid, n\u00fa buigt voor blinde wet,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">die zich op geen wetswoord wou bezinnen.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Alle worstling schreit \u00faw overwinnen,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">leven, dat mij w\u00e9\u00e9r met al de zinnen,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">zonder zin tot heller zingen zet.\u2019<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>(p. 119)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Maar het duurt niet lang of hij is weer de \u2018vluchteling\u2019, de \u2018arme rijke\u2019 die \u2018in verbeelding paradijzen schiep\u2019 (p. 99); een slachtoffer van het \u2018zinloos lied\u2019, het sneeuwveld van het onbeschreven blad, het<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 701]<\/div>\r\n<div class=\"poem-small-margins\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u2018Woord, dat mij voorgaat en mij wenkt en grijpt<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">en woorden wekt en meevoert; woord, dat rijpt<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">tot w\u00e9\u00e9r een lied, dat ik alleen vermoedde.\u2019<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>(p. 118)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De vrouw zet aan tot dichten, het dichten verdringt de vrouw, uit het verlies van de vrouw komt weer de drang tot dichten voort, de eenzaamheid van het dichterschap drijft hem weer in de armen van een vrouw. \u2018Ik aarzel steeds, want heb ik jou, Annet, \/ dan kwelt mij weer de dictatuur \u201cSonnet\u201d\u2019 (p.327). En net als bij het onoplosbare probleem van \u2018de toestand in de wereld\u2019 probeert Den Brabander wel eens een oplossing te forceren door de aanleiding tot het probleem te ontkennen: de erotiek af te zweren, een monnik te worden.<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u2018Wat doe ik met mijn leven<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">als ik de min verricht?<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Wie zich het lief wil geven<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">die groeit de zangkeel dicht.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">De liefde duurt maar even<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">en sterflijk is het wicht&#8230;<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Het kost een mensenleven,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">t\u00f3ch, wil mij niet begeven,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">o lied, o plicht.\u2019<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>(p. 298)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hiermee schuift hij op naar het andere uiterste van de schaal: de erotiek als vijand van de po\u00ebzie. En ook de vruchtbaarheid heeft dan haar keerzijde, ook de dood wordt via de erotiek van mens tot mens doorgegeven:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u2018De eenzaamheid begint als men gaat paren:<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">dan breekt de Tijd aan en men telt in jaren<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">de lege leegte van zijn leven af<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">en, steeds maar tellend, stort men in het graf.\u2019<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>(p. 438)<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 702]<\/div>\r\n<p>Noch haat, noch aanbidding schenken echter werkelijke bevrediging; alleen als inspiratiebron, als onvolmaakte incarnatie van iets onbereikbaars kan de vrouw voor Den Brabander een onvergankelijke vruchtbaarheid, een waarachtige verlossing betekenen:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u2018Zij is de lente, en zij weet het niet;<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">ze rijpt tot herfst, en zij beseft het niet.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Zij gaat voorbij, en is er niet geweest&#8230;<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Zij is onvatbaar, want alleen maar geest.\u2019<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>(p. 449)<\/p>\r\n\r\n\r\n<h4>4.<\/h4>\r\n\r\n<p>In 1968, kort na de dood van de dichter, schreef de toen hoogbejaarde Van Daalen aan Den Brabanders weduwe: \u2018Ik heb me er altijd een pijnlijke gewetenszaak van gemaakt, me schuldig gevoeld, dat ik gedeeltelijk de oorzaak geweest ben van zijn geestelijke ontluiking en daardoor maatschappelijke mislukking, zoals wij burgers, pennelikkers dat dan beschouwen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ik heb dat ook eens een keer tegen de dichter Roland Holst gezegd, waarop hij antwoordde: \u2018maar dan zouden diverse prachtige gedichten van Den Brabander ook niet zijn ontstaan.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Enfin ik heb mijn best gedaan.\u2019<a href=\"#165\" name=\"165T\"><span class=\"notenr\">32.<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De \u2018diverse prachtige gedichten\u2019, waar er gelukkig heel wat van zijn, weerspiegelen net als het levensverhaal van de dichter een tragische gespletenheid. Op vrijwel ieder gebied werd hij, sterker dan bij de meeste mensen het geval is, door tegenstrijdige aanvechtingen beheerst. Een burgerlijke achtergrond die hij nooit geheel afschudde werd gekoppeld aan een verregaande onmaatschappelijkheid; exuberante levenslust werd afgewisseld met een verlangen naar versterving; haat en liefde voor de wereld, voor de vrouw, versmolten tot een vreemde mengvorm, die zich afwisselend op nuchtere en bezeten wijze uitte. Ook de formele kant van zijn werk vertoont die gespletenheid: heftige uitvallen in strenge versvorm, klassicisme naast nieuwe zakelijkheid, archa\u00efsche plechtigheid naast grofheid &#8211; en helaas ook: heel goed naast heel slecht. Dit alles had rampza-<\/p><div class=\"pb\">[p. 703]<\/div><p>lig kunnen zijn voor zijn talent, ware het niet dat Den Brabander zelf inzag hoe het met hem stond, en naar verbetering, verzoening bleef streven. In 1932 schreef hij al dat zijn doel was: \u2018overeenstemming zoeken; evenwicht brengen in intellect en god. (&#8230;) Mijn strijd waait van het ene naar het andere front door gemis aan strakke filosofische scholing; daartegenover staat, dat geen vorm mij bindt en dat ik, zo god mij genadig is, in staat ben te verwoorden wat ik denk.\u2019<a href=\"#166\" name=\"166T\"><span class=\"notenr\">33.<\/span><\/a>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Die verzoening wordt in zijn werk nooit bereikt, en dat is geen wonder, want het doel dat hij zichzelf had gesteld hield in dat hij iets buitentijdelijks zocht. Ieder gedicht was slechts een tijdelijke, provisorische verbinding van de strijdende elementen; ieder gedicht benadrukte de noodzaak van w\u00e9\u00e9r een nieuw gedicht.<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u2018Het beste glas staat in het volgende caf\u00e9,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">zegt Gerard den Brabander, en hij drinkt gedwee.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Wij moeten drinken om het te bereiken.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Wij zijn alleen het vers waarnaar wij reiken,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">ten spijt van onze verzamelde werken<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">in vele, zware delen en verguld op snee.\u2019<a href=\"#167\" name=\"167T\"><span class=\"notenr\">34.<\/span><\/a>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Zo typeerde Achterberg hem. Misschien dat hij in Den Brabander zijn eigen lot herkende: beiden waren getekend door hun verlangen het onzegbare in woorden uit te drukken. Alleen het \u2018reiken\u2019 is voor dit soort dichters van belang, \u2018het\u2019 vers laat zich niet vatten, omdat het door de dichter zelf buiten zijn bereik is geplaatst. Hij zoekt de oertaal van het eigen wezen, maar die is \u2018al in de droom vermoord\u2019 en ligt \u2018zonder spreken\u2019 diep verloren in zijn eigen ziel. (p. 144) De kern van Den Brabanders dichterschap wordt beheerst door een mystiek zonder god, de mystiek van de \u2018leere Transzendenz\u2019. \u2018Voorts is mijn neerslachtige po\u00ebzie niet afgelopen. Integendeel ben ik van plan die voort te zetten, alleen: achter die neerslachtigheid siddert het heftig verlangen naar een compromis tussen rede en god. D.w.z. de ware god. Ik ben overtuigd, dat wij god verkleind en misvormd hebben en ik zoek zijn ware gedaante.\u2019<a href=\"#168\" name=\"168T\"><span class=\"notenr\">35.<\/span><\/a> Hij heeft hem overal nagejaagd; weinig Nederlandse dichters hebben over zo veel\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 704]<\/div><p>verschillende onderwerpen geschreven als hij. Het lijkt of hij getracht heeft zijn hele leven in po\u00ebzie om te zetten. In zijn werk kom je alles en iedereen tegen: zijn vijanden, zijn vrienden, (en hen die, zoals Reve, van de ene categorie in de andere overgingen), zijn vrouwen; alles wat zijn makkelijk te verhitten emoties had laten overkoken moest in taalmuziek worden gevangen. En die taalmuziek, als ze op haar best was, kon veel verklanken: van sarcasme tot tederheid, van humor tot wanhoop. Wie Den Brabander leest ontmoet een grote persoonlijkheid, die net als onze enige andere \u2018po\u00e8te maudit\u2019, Slauerhoff, met al zijn hebbelijkheden en fouten in iedere tekst levensgroot aanwezig is.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 705]<\/div>\r\n<p>Alle door mij gebruikte brieven zijn in het bezit van het Letterkundig Museum en Documentatiecentrum te Den Haag; ik dank Dhr. S. van Faassen voor zijn hulp. Mijn dank gaat tevens uit naar Dhr. C. Bittremieux, voor zijn behulpzame adviezen.<\/p>\r\n\r\n<\/div><div class=\"wp-block-column dbnl-rechts is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:33.33%\"><div id=\"noten-apparaat\"><div class=\"interp\">\n<h3>Over dit hoofdstuk\/artikel<\/h3>\n<p><label>auteurs<\/label><\/p>\n<p> <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=herk008\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Frank van Herk<\/a><\/p>\n<p>over  <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=brab001\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Gerard den Brabander<\/a><\/p>\n<br>\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-134\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#134T\" name=\"134\"><span class=\"notenr\">1.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>E. Hoornik &#8211; ?Inleiding?; in: Gerard den Brabander &#8211; <i>Curve<\/i> De Bezige Bij, Amsterdam 1950<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-135\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#135T\" name=\"135\"><span class=\"notenr\">2.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>H.v.d. Kraan &#8211; ?Gerard den Brabander (in zijn po?zie altijd muzikaal) wordt zondag zestig?; in: <i>Vrij Nederland<\/i>, 2-7-&#8217;60<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-136\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#136T\" name=\"136\"><span class=\"notenr\">3.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Brief aan J.P.J.A.M. van Daalen, 15-6-&#8217;37<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-137\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#137T\" name=\"137\"><span class=\"notenr\">4.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>H. Hofhuizen &#8211; ?Gerard den Brabander, dichter uit recalcitrantie, 60 jaar?; in: <i>De Tijd<\/i>, 2-7-&#8217;60<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-138\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#138T\" name=\"138\"><span class=\"notenr\">5.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>De radiogids van de <span class=\"small-caps\">vara<\/span>, 17-9-&#8217;32<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-139\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#139T\" name=\"139\"><span class=\"notenr\">6.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Brief aan W. Kloos, 30-10-&#8217;24<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-140\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#140T\" name=\"140\"><span class=\"notenr\">7.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Brief aan Van Daalen, 8-4-&#8217;30<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-141\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#141T\" name=\"141\"><span class=\"notenr\">8.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Brief aan Van Daalen, 10-10-&#8217;29<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-142\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#142T\" name=\"142\"><span class=\"notenr\">9.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Brief aan Van Daalen, 1-5-&#8217;30<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-143\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#143T\" name=\"143\"><span class=\"notenr\">10.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Brief aan Van Daalen, 8-4-&#8217;30<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-144\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#144T\" name=\"144\"><span class=\"notenr\">11.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>De radiogids van de <span class=\"small-caps\">vara<\/span>, 17-9-&#8217;32<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-145\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#145T\" name=\"145\"><span class=\"notenr\">12.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Brief aan Van Daalen, 6-1-&#8216;3I<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-146\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#146T\" name=\"146\"><span class=\"notenr\">13.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Gerard den Brabander &#8211; <i>Vaart<\/i>; W.v.d. Voet, Monnikendam, 1932 (p. 11)<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-147\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#147T\" name=\"147\"><span class=\"notenr\">14.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Tenzij anders vermeld, verwijzen alle paginanummers naar de <i>Verzamelde Verzen<\/i> (Van Oorschot, A&#8217;dam 1984)<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-148\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#148T\" name=\"148\"><span class=\"notenr\">15.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Brief aan Van Daalen, 1-1-&#8217;32<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-149\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#149T\" name=\"149\"><span class=\"notenr\">16.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Brief aan Van Daalen, 24-8-&#8217;32<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-150\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#150T\" name=\"150\"><span class=\"notenr\">17.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Brief aan Van Daalen, 29-8-&#8217;32<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-151\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#151T\" name=\"151\"><span class=\"notenr\">18.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Brief aan Van Daalen, 15-6-&#8217;37<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-152\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#152T\" name=\"152\"><span class=\"notenr\">19.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Brief aan V. van Vriesland, 25-10-&#8217;40<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-153\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#153T\" name=\"153\"><span class=\"notenr\">20.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Brief aan Th. de Vries, 8-11-&#8217;48<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-154\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#154T\" name=\"154\"><span class=\"notenr\">21.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>H. de Vries &#8211; ?Gerard den Brabander. Dichter van zeldzame toppen?: in <i>Vrij Nederland<\/i>, 5-8-&#8217;50<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-155\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#155T\" name=\"155\"><span class=\"notenr\">22.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>C. Eggink &#8211; ?Den Brabander: grootste dichter van zijn generatie?; in: <i>Leidsch Dagblad<\/i>, 9-4-&#8217;66<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-156\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#156T\" name=\"156\"><span class=\"notenr\">23.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Brief aan L. Brinkman, 15-8-&#8217;47<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-157\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#157T\" name=\"157\"><span class=\"notenr\">24.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Brief aan J. Greshoff, 33-11-&#8217;36<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-158\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#158T\" name=\"158\"><span class=\"notenr\">25.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Brief aan Van Daalen, 1-1-&#8217;32<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-159\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#159T\" name=\"159\"><span class=\"notenr\">26.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Brief aan Van Daalen, 24-8-&#8217;32<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-160\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#160T\" name=\"160\"><span class=\"notenr\">27.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Brief aan A. Marja, 16-11-&#8217;38<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-161\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#161T\" name=\"161\"><span class=\"notenr\">28.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Brief aan Th. de Vries, 21-8-&#8217;47<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-162\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#162T\" name=\"162\"><span class=\"notenr\">29.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Brief aan Van Daalen, 19-6-&#8217;32<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-163\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#163T\" name=\"163\"><span class=\"notenr\">30.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Brief aan N.A. Donkersloot, 14-11-&#8217;58<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-164\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#164T\" name=\"164\"><span class=\"notenr\">31.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Brief aan J. Greshoff, 3-11-&#8217;36<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-165\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#165T\" name=\"165\"><span class=\"notenr\">32.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>1-1-&#8217;68<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-166\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#166T\" name=\"166\"><span class=\"notenr\">33.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Brief aan Van Daalen, 1-1-&#8217;32<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-167\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#167T\" name=\"167\"><span class=\"notenr\">34.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>G. Achterberg &#8211; <i>Achtergebleven gedichten<\/i>; Querido, A&#8217;dam 1980<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-168\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#168T\" name=\"168\"><span class=\"notenr\">35.<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Brief aan Van Daalen, 30-3-&#8217;32<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><\/div><\/div><\/div>","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>[p. 683] Frank van Herk Wie riep mij tot de vloek? Gerard den Brabander en het dichterschap 1. Het is typerend voor het noodlot dat het leven van Gerard den Brabander beheerste dat hij vandaag de dag voor veel mensen weinig meer is dan een romanfiguur. Want het is vooral te danken aan de alcoholische&#8230; <a class=\"more-link\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/frank-van-herkwie-riep-mij-tot-de-vloekgerard-den-brabander-en-het-dichterschap\/\">Lees verder <span class=\"read-more-arrow\"><\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","class_list":["post-301516","dbnl","type-dbnl","status-publish","hentry"],"acf":[],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO plugin v26.4 - https:\/\/yoast.com\/wordpress\/plugins\/seo\/ -->\n<title>Frank van Herk  Wie riep mij tot de vloek?  Gerard den Brabander en het dichterschap &#183; Uitgeverij Van Oorschot<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/frank-van-herkwie-riep-mij-tot-de-vloekgerard-den-brabander-en-het-dichterschap\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"Frank van Herk  Wie riep mij tot de vloek?  Gerard den Brabander en het dichterschap &#183; Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"[p. 683] Frank van Herk Wie riep mij tot de vloek? Gerard den Brabander en het dichterschap 1. Het is typerend voor het noodlot dat het leven van Gerard den Brabander beheerste dat hij vandaag de dag voor veel mensen weinig meer is dan een romanfiguur. Want het is vooral te danken aan de alcoholische... Lees verder\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/frank-van-herkwie-riep-mij-tot-de-vloekgerard-den-brabander-en-het-dichterschap\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"article:modified_time\" content=\"2021-06-04T14:06:20+00:00\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"34 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\/\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/frank-van-herkwie-riep-mij-tot-de-vloekgerard-den-brabander-en-het-dichterschap\/\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/frank-van-herkwie-riep-mij-tot-de-vloekgerard-den-brabander-en-het-dichterschap\/\",\"name\":\"Frank van Herk Wie riep mij tot de vloek? Gerard den Brabander en het dichterschap &#183; Uitgeverij Van Oorschot\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\"},\"datePublished\":\"1983-12-31T23:01:12+00:00\",\"dateModified\":\"2021-06-04T14:06:20+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/frank-van-herkwie-riep-mij-tot-de-vloekgerard-den-brabander-en-het-dichterschap\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/frank-van-herkwie-riep-mij-tot-de-vloekgerard-den-brabander-en-het-dichterschap\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/frank-van-herkwie-riep-mij-tot-de-vloekgerard-den-brabander-en-het-dichterschap\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"DBNL\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"Frank van Herk Wie riep mij tot de vloek? Gerard den Brabander en het dichterschap\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\",\"name\":\"Uitgeverij Van Oorschot\",\"description\":\"\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"Frank van Herk  Wie riep mij tot de vloek?  Gerard den Brabander en het dichterschap &#183; Uitgeverij Van Oorschot","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/frank-van-herkwie-riep-mij-tot-de-vloekgerard-den-brabander-en-het-dichterschap\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"Frank van Herk  Wie riep mij tot de vloek?  Gerard den Brabander en het dichterschap &#183; Uitgeverij Van Oorschot","og_description":"[p. 683] Frank van Herk Wie riep mij tot de vloek? Gerard den Brabander en het dichterschap 1. Het is typerend voor het noodlot dat het leven van Gerard den Brabander beheerste dat hij vandaag de dag voor veel mensen weinig meer is dan een romanfiguur. Want het is vooral te danken aan de alcoholische... Lees verder","og_url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/frank-van-herkwie-riep-mij-tot-de-vloekgerard-den-brabander-en-het-dichterschap\/","og_site_name":"Uitgeverij Van Oorschot","article_modified_time":"2021-06-04T14:06:20+00:00","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"34 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/frank-van-herkwie-riep-mij-tot-de-vloekgerard-den-brabander-en-het-dichterschap\/","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/frank-van-herkwie-riep-mij-tot-de-vloekgerard-den-brabander-en-het-dichterschap\/","name":"Frank van Herk Wie riep mij tot de vloek? Gerard den Brabander en het dichterschap &#183; Uitgeverij Van Oorschot","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website"},"datePublished":"1983-12-31T23:01:12+00:00","dateModified":"2021-06-04T14:06:20+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/frank-van-herkwie-riep-mij-tot-de-vloekgerard-den-brabander-en-het-dichterschap\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/frank-van-herkwie-riep-mij-tot-de-vloekgerard-den-brabander-en-het-dichterschap\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/frank-van-herkwie-riep-mij-tot-de-vloekgerard-den-brabander-en-het-dichterschap\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"DBNL","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"Frank van Herk Wie riep mij tot de vloek? Gerard den Brabander en het dichterschap"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/","name":"Uitgeverij Van Oorschot","description":"","potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"}]}},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl\/301516","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/dbnl"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=301516"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=301516"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}