{"id":301865,"date":"1987-01-01T00:01:07","date_gmt":"1986-12-31T23:01:07","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/dbnl\/gerben-wynialofzang-op-terhorst\/"},"modified":"2021-06-04T15:08:15","modified_gmt":"2021-06-04T14:08:15","slug":"gerben-wynialofzang-op-terhorst","status":"publish","type":"dbnl","link":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/gerben-wynialofzang-op-terhorst\/","title":{"rendered":"Gerben Wynia\r\n\r\nLofzang op Terhorst"},"content":{"rendered":"<div class=\"wp-block-columns alignwide is-layout-flex wp-container-core-columns-is-layout-9d6595d7 wp-block-columns-is-layout-flex\"><div class=\"wp-block-column dbnl-links is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:66.66%\">\r\n\r\n <interp type=\"primair\" value=\"wyni001\"><\/interp><interp type=\"secundair\" value=\"jell001\"><\/interp><div class=\"pb\">[p. 625]<\/div>\r\n<a name=\"61\"><\/a>\r\n<h3>\r\n<i>Gerben Wynia<\/i>\r\n\r\n<br>\r\nLofzang op Terhorst<\/h3>\r\n\r\n<blockquote>\u2018Keer in u zelf, open het venster\r\n<br>\r\nop &#8216;t lauwe duister van den nacht&#8230;\r\n<br>\r\n[&#8230;]\r\n<br>\r\nwanneer gij poogt u te verlossen\r\n<br>\r\nen in de stilte van de bossen\r\n<br>\r\nden weg herkent, waar vol verlangst\r\n<br>\r\nuw jeugd langs heidekruid en dennen\r\n<br>\r\nzich in den spiegel wou herkennen\r\n<br>\r\nvan de natuur en vond haar angst.\u2019\r\n<br>\r\n(Jan van Nijlen, \u2018De veertigjarige (<span class=\"small-caps\">ii<\/span>)\u2019, uit: <i>De vogel Phoenix<\/i>.)<\/blockquote>\r\n\r\n<h4>Over twee oden van C.O. Jellema<\/h4>\r\n\r\n<p>Aan het ongeveer drie kilometer ten zuiden van Beilen gelegen natuurgebied Terhorsterzand heeft C.O. Jellema twee oden gewijd. De eerste werd door hem opgenomen in zijn bundel <i>De toren van Snelson<\/i> (Amsterdam 1983) en is met recht een lofzang te noemen: de natuur wordt afgeschilderd als een soort van wereldse plichten verlossende en beschutting biedende moeder. De tweede ode vond een plaats in de bundel <i>In de koude voorjaarsnacht<\/i> (Amsterdam 1986). Beide dragen als titel \u2018Terhorst\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Wat opvalt bij lezing van de als eerste gepubliceerde ode (voortaan \u2018Terhorst (1)\u2019) zijn de woorden: \u2018naamloos\u2019 (r-5), \u2018Gewichtloos\u2019 (r-7), \u2018droomloos\u2019 (r-14) en \u2018roerloos\u2019 (r-23). Het eerste geciteerde woord heeft betrekking op Terhorst, op \u2018het dennen-\/Bos, de heideplas met de meeuwen\u2019, kortom de natuur die genoemd wordt zij \u2018die moeder\/Voor mijn gedachten\/\/Was.\u2019 Is iets eenmaal benoemd, dan is het gekend, dan bevindt het zich in zekere zin in onze macht en verliest het veel van zijn onbekend-<\/p><div class=\"pb\">[p. 626]<\/div><p>heid en raadselachtigheid; een naamloze natuur bezit nog geheimen, kan nog voor verrassingen zorgen, mogelijk is zij ook te groot en te complex om met een eenduidige naam te kunnen worden benoemd. In een naamloze natuur huist het kind dat wij waren.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het woord \u2018Gewichtloos\u2019 heeft betrekking op de plichten van het kind; plichten, die, terugdenkend, nu zo licht, ja zelfs zonder gewicht lijken. Het woord behelst dus een herwaardering door de volwassene van de ooit als zwaar en drukkend ondervonden kinderlijke verplichtingen. Bezien door de bril van het heden, blijkt het verleden aan een herijking toe te zijn.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het woord \u2018droomloos\u2019 gebruikt Jellema ter aanduiding van een soort mystieke bewustzijnstoestand: met een hoofd dat langzaam leegstroomt in tijd en ruimte, kristalliseert het kijken van het kind dat een en al oog is uit tot een ontstijgen aan het \u2018hic et nunc\u2019. In gehurkte houding zit het te kijken naar een rups op het zandpad, vergeet alles om zich heen en gaat helemaal op in zijn gebiologeerd turen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In de slotzin van \u2018Terhorst (1)\u2019 wordt het heidevennetje nogmaals genoemd: de hemel weerspiegelt zich erin op roerloze wijze. Geen wind die de wolken voortdrijft en de gladde waterspiegel breekt. De naamloze, moeder gelijke natuur, de gewichtloze kinderplichten en het droomloze kijken naar een rups vallen samen in het beeld van de weerspiegelde hemel. Een eenheid scheppend beeld dat de hele ode omvat en op een hoger, veel meer omvattend niveau tilt; op dit niveau vindt de verzoening plaats van het toen beleefde en nu overdachte. Behalve deze verzoening <i>van<\/i>, is in deze ode een verzoening <i>met<\/i> verwoord en wel in de zinsnede waarmee de ode opent: \u2018Altijd zoek ik hier wat ik vind\u2019. Deze woorden keren in enigszins gewijzigde vorm maar met gelijke strekking weer in de vijfde strofe: \u2018Jaren\/Later breng ik wat ik vind terug als\/Vond ik het opnieuw.\u2019 In deze paradoxale versregels wordt de tegenstrijdigheid tussen zoeken en vinden opgelost door Terhorst niet alleen als vindplaats van het zoek gewaande af te schilderen, maar daarnaast en tegelijk als veilige opbergplaats voor het gevondene. Op deze wijze verzoent de volwassene zich met het kind, de tijd zich met het ogenblik. Wie wat vindt heeft slecht gezocht. Deze woorden van Rutger Kopland duiden op dezelfde gewaarwording, op hetzelfde inzicht. Jellema heeft het verankerd in een beeld dat voorbij het begripsmatige reikt: hij schreef zijn woorden in het zand tussen de jeneverbessen.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 627]<\/div>\r\n<p>In de ode \u2018Terhorst\u2019 zoals Jellema deze in zijn bundel <i>In de koude voorjaarsnacht<\/i> publiceerde, is hij er naar mijn idee nog beter in geslaagd het trouw blijven \u2018aan iets dat hij verloren had, &#8211; aan iets dat hij nooit had bezeten\u2019 te verwoorden, te verbeelden. Het komt mij voor, dat een mogelijke verklaring voor dit verschijnsel in waardering reeds opgesloten ligt in ogenschijnlijk onbelangrijke formele verschillen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Telde \u2018Terhorst (1)\u2019 zes vierregelige strofen, \u2018Terhorst (2)\u2019 telt er zeven. Deze zeven strofen zijn gelet op de interpunctie afgeronde delen, terwijl Jellema in \u2018Terhorst (1)\u2019 vier van de zes strofen laat doorlopen in de daarop volgende. Aangezien deze grotere vormvastheid niet ten koste gaat aan het ritme en de lyrische zeggingskracht van het gedicht &#8211; in tegendeel zelfs: de noodzaak een strakkere versvorm te handhaven lijkt een extra inspirerende werking te hebben gehad; de noodzaak tot een strofegewijze afronding deed de dichter woorden en beelden van grote pregnantie en suggestiviteit vinden-, stijgt \u2018Terhorst (2)\u2019 voor mijn gevoel uit boven de eerste ode. En zo kan deze tweede ode dus tevens gelezen worden als een lofzang op de vruchtbare wisselwerking tussen ambachtelijke vormbeheersing en inhoudelijke rijkdom.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Over de ode als versvorm maakte Jellema in een interview deze opmerking: \u2018Ik maak tegenwoordig ook wel gebruik van de ode, die boven het sonnet het voordeel heeft dat je &#8216;m zolang kunt maken als je wilt. Elke strofe is een in zich gesloten cirkeltje &#8211; al laat ik de strofen ook wel eens in elkaar overlopen &#8211; en in de laatste strofe probeer ik dan weer terug te grijpen op de eerste. Dit is een fascinatie op zich.\u2019 (<i>Het Parool<\/i>, 29-8-1986)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Dit teruggrijpen op de beginstrofe heeft Jellema op bewonderenswaardig natuurlijke wijze uitgewerkt in \u2018Terhorst (2)\u2019. Veel uit de beginstrofe keert in de slotstrofe weer: de aangesproken persoon, de hei en de paden. Maar ook het motief van het kijken, dat zo&#8217;n essenti\u00eble functie heeft in deze ode; ik kom daar verderop nog op terug. In de laatste woorden van het gedicht, \u2018want nooit zal ik door\/jouw ogen kijken.\u2019 resoneert de zin waarmee de eerste strofe afsloot op niet mis te verstane wijze mee: \u2018Want wat ik zie\/is niet te bekijken.\u2019 Elke strofe dus een parel en de ode een snoer van parels waaraan ogenschijnlijk begin en eind zijn te onderkennen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Een verwerpelijke of op zijn minst bedenkelijke vorm van mani\u00ebrisme?\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 628]<\/div><p>Naar aanleiding van een sonnet uit de bundel <i>In de koude voorjaarsnacht<\/i> merkte Kees Fens op, dat het \u2018op de rand van het kunstmatige\u2019 balanceerde (<i>de Volkskrant<\/i>, 12-12-1986). Of men de po\u00ebzie van Jellema dit verwijt met recht kan maken, of dat deze gevolgtrekking veeleer een verklaring vindt in Fens&#8217; eigenaardigheid om de \u2018close reading\u2019-methode zo nu en dan te verweven met vondsten van intertekstuele aard en nogal subjectieve, en daardoor naar het zweverige neigende interpretaties, mag een ieder zelf uitmaken.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Maar afgezien hiervan: ook deze ode kan men maar al te gemakkelijk in de hoek van het kunstmatige en mani\u00ebristische manoeuvreren, zeker wanneer men wijst op de strakke regelmaat in de lettergreepverdeling per versregel per strofe (11-11-11-5) en deze vervolgens relateert aan Jellema&#8217;s syntaxis, die soms opvallend afwijkt van de gebruikelijke (\u2018Toegevoegd nu jij aan de beelden, [&#8230;].\u2019) De voor hem zo typerende zinsbouw wordt dan verwrongen of gekunsteld genoemd en hij zit voorgoed vast aan het epitheton \u2018mani\u00ebrist\u2019 (vergelijk S. Vestdijk: cerebraal dichter). Kortom: wie kwaad wil in de po\u00ebzie-analyse, vindt bij voorbaat zijn pleit beslecht. In zo&#8217;n geval dient de interpretatie door het gedicht in kwestie echter als voetveeg behandeld te worden. Immers: wie schrijve over literatuur, schrijve op inspirerende wijze.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Naast verschillen op het formele vlak, zijn er ook inhoudelijke verschillen. De meest in het oog springende is waarschijnlijk deze: in de eerste ode is een \u2018ik\u2019 aan het woord, die zich niet nadrukkelijk tot een ander personage wendt, terwijl de inzet van \u2018Terhorst (2)\u2019 &#8211; \u2018Liet ik jou iets zien\u2019 &#8211; de toon zet voor de rest van de ode. Degene die in deze ode wordt aangesproken, is blijkens de beginwoorden ooit, in een ver of nabij verleden, in gezelschap van de \u2018ik\u2019 ter plaatse geweest. Deze persoon verloor in de loop der tijd veel van zijn concrete gedaante; wat rest is een herinneringsbeeld: \u2018Toegevoegd nu jij aan de beelden\u2019. Hij is evenwel niet zomaar een herinnering, maar een \u2018dierbaar\/beeld\u2019. Hiermee is de ander nog niet volledig aangeduid, want hij is tevens iemand, die door de \u2018ik\u2019 \u2018ook vroeger in deze sc\u00e9ne\/reeds\u2019 werd gedacht. De aangesprokene, de \u2018jij\u2019, komt aldus in een nogal complexe verhouding tot de \u2018ik\u2019 te staan. Van concreet aanwezige werd hij na ver-<\/p><div class=\"pb\">[p. 629]<\/div><p>loop van jaren tot een dierbaar herinneringsbeeld. Deze transformatie blijkt haar beslag te vinden in het heden, waarin ook de ode geplaatst wordt: \u2018Toegevoegd <i>nu<\/i> jij aan de beelden\u2019. Wat tevens in dit \u2018nu\u2019 gesitueerd dient te worden, is het besef dat dit zelfde beeld reeds in de kinderjaren (cf. r-19) in dezelfde sc\u00e9ne een plaats kreeg toebedacht. Toch is de tot dierbaar beeld uitgekristalliseerde aangesprokene niet simpelweg gelijk te stellen aan de figuur uit een droomwereld: \u2018al was niet jij het en niemand die ik\/kende dan dromend.\u2019 Alleen wanneer hij droomde, wist de \u2018ik\u2019 wie het was die voor zijn geestesoog verscheen. De woorden \u2018gedacht\u2019 en \u2018kende\u2019 hebben dus betrekking op een niet-rationele vorm van weten. Herinnering en droom \r\nvallen in deze strofe samen en worden z\u00f2 bepalend voor de voorstellingswereld van de \u2018ik\u2019, dat hij zich afvraagt wat de realiteitswaarde is van de ander tot wie hij zich richt: \u2018Nam ik jou wel waar?\u2019 Een retorische vraag, aangezien waarnemen een zintuigelijke activiteit is, die doorgaans door de wereld van droom en herinnering buiten wordt gesloten, en die dan ook in de vorm van een wedervraag (\u2018Gaat het mij niet steeds weer\/om herdenking?\u2019) ontkennend wordt beantwoord. In de zesde strofe staat het nog duidelijker verwoord: de \u2018ik\u2019 vraagt zich met betrekking tot de aangesprokene af, of deze net zo is als de jeneverbesstruiken ter plaatse, namelijk: \u2018Enkel de vorm waarin ik denk?\u2019 Er blijkt een geheimzinnig verband te bestaan tussen deze jeneverbessen en de aangesproken persoon: \u2018de jeneverbessen,\/zwijgend dicht bijeen, nu herinnerd zonder\/ jou pas ondenkbaar.\u2019 Bij afwezigheid van de ander is het voor de \u2018ik\u2019 niet langer mogelijk zich de jeneverbessen voor de geest te halen en omgekeerd roepen deze heesters de ander op. Door deze associatieve werking van de geest krijgt de werkelijkheid er een dimensie bij en wordt het verlangen naar het zo hartstochtelijk gezochte en verloren gewaande vervuld door het bij aanschouwing en tijdens overdenking als herinnerd of gedroomd aanwezig te weten in afwezigheid.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hiermee plaatst Jellema zich op de eerste plaats in een romantische, maar daarnaast tevens in een symbolische po\u00ebzieconceptie. In het denkbeeldige punt waarin herinnering, droom en gedachte samenvallen, kan het Terhorsterzand gesitueerd worden: aanwijsbare stip op de landkaart maar ook en vooral vindplaats van verloren jeugdjaren, droom van een zoek ge-<\/p><div class=\"pb\">[p. 630]<\/div><p>waand paradijs op aarde en sjabloon voor een particuliere levensbeschouwing. Van een andere geaardheid, maar in wezen ongewijzigd, is het voorgoed onbereikbaar gewordene toch in alles aanwezig. Je moet je er enkel voor open stellen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Of die ander, de \u2018jij\u2019, nu wel of niet ooit een concrete menselijke gedaante heeft gehad, is niet zo belangrijk meer. Naar mate de tijd verstrijkt leeft men steeds minder in het heden, teert men steeds meer op herinneringen en dromen. Zelfs de paden van het aards paradijs worden dan langzaam maar zeker van de landkaart van onze geest weggewist. Vandaar dat deze ode eindigt met de onnadrukkelijke want vraagtekenloze vraag: \u2018Wie ben jij dan, wat had ik lief in jou toen\/wij daar waren, ik jou liet zien de hei, maar\/welke, paden, welke-\u2019 Een veelzeggend einde zo&#8217;n gedachtenstreepje.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>\u2018Terhorst (2)\u2019 werd voorgepubliceerd in het door de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde uitgegeven mededelingenblad <i>Nieuw Letterkundig magazijn<\/i> (jrg. 2, nr. 2, nov. 1984). Vervolgens verscheen het als bibliofiele uitgave in 1985 bij uitgeverij Exponent te Bedum. In 1986 nam Jellema het op in de bundel <i>In de koude voorjaarsnacht.<\/i> Deze drukgeschiedenis is niet van belang ontbloot, omdat de verschillende versies interessante varianten laten zien. Met name de eerste strofe is in dit verband van belang. In de 1984-versie luidt deze als volgt:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Wat ik jou liet zien: de jeneverbessen,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t; 1tab\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<div class=\"tabs-1\">wat er over is van de hei, de paden<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t; 2tab\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<div class=\"tabs-2\">die ik ken hier, waar is. Want wat ik zie is<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t; 3tab\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<div class=\"tabs-3\">niet te bekijken.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>De versie zoals die in 1985 luidde:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Wat liet ik jou zien: de jeneverbessen,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t; 1tab\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<div class=\"tabs-1\">wat er overbleef van de hei, de paden<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t; 2tab\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<div class=\"tabs-2\">die ik ken hier, waar zijn. Want wat ik zie is<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t; 3tab\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<div class=\"tabs-3\">niet te bekijken.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Ten slotte de versie uit de bundel:<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 631]<\/div>\r\n<div class=\"poem-small-margins\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Liet ik jou iets zien: de jeneverbessen,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t; 1tab\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<div class=\"tabs-1\">van de hei &#8216;t geblevene, hier de paden<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t; 2tab\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<div class=\"tabs-2\">die ik ken. De ware. Want wat ik zie<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t; 3tab\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<div class=\"tabs-3\">is niet te bekijken.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>De derde versie van de beginregel voor de dubbele punt is de meest suggestieve; de tweede heeft door de combinatie van \u2018Wat\u2019 met de inversie meteen daarachter al iets onzekers, iets vragends gekregen in vergelijking met de eerste versie. Door nu \u2018Wat\u2019 te elimineren wordt deze zinsnede helemaal zwevend gehouden. Je zou er een bepaling van tijd (gisteren, vroeger) of van plaats (in Terhorst) voor kunnen denken. In plaats daarvan verwacht je overigens ook geen punt maar een komma achter \u2018ken\u2019, gevolgd door \u2018vond je het nog niet voldoende\u2019 of woorden van gelijke strekking. Nu ontbreekt echter zowel de bepaling aan het begin, als de komma aan het eind. De inzet van deze ode loopt nu als het ware vol met betekenissen, die het gedicht minder eenduidig maken zonder dat het onbegrijpelijk of ontoegankelijk wordt. De meerduidigheid van \u2018Liet ik jou iets zien\u2019, harmonieert perfect met de paradoxale slotzin van deze eerste strofe, die zijn tegenstrijdigheid verliest wanneer wij beseffen dat in deze ode door Jellema een zintuigelijk niet-waarneembare realiteit wordt opgeroepen; een wereld waar de innerlijke stem van zich doet spreken en die uitsluitend met het innerlijk oog kan worden aanschouwd.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De wellicht lastige passage uit de strofe zijn de woordjes \u2018waar is\u2019 in de derde versregel. Zij worden gewijzigd in \u2018waar zijn\u2019 en die worden vervolgens ook weer geschrapt om plaats te maken voor \u2018De ware\u2019. De elliptische zinsnedes uit de twee oudste versies zijn moeilijk te duiden. Moet \u2018waar is\u2019 gelezen worden als \u2018waar alles aanwezig is\u2019? Zo ja, wat is dan dat alles? Moet \u2018waar zijn\u2019 gelezen worden als \u2018waar zij zijn\u2019 of als \u2018waar ook wij zijn\u2019?<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Dat voor al deze lezingen wat te zeggen valt, wordt aannemelijk wanneer \u2018waar is\u2019 in de meest letterlijke zin wordt opgevat. Over deze letterlijke betekenis heeft Jellema in het reeds eerder aangehaalde <i>Parool<\/i>-interview de volgende boeiende uitspraak gedaan \u2018\u201cEr zijn\u201d is als het ware met al je zintuigen en met je hele fysieke bestaan geori\u00ebnteerd zijn in het hier en nu. Het is een opheffing van die kloof in jezelf tussen enerzijds het\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 632]<\/div><p>handelen en praten en anderzijds dat voortdurend toeschouwer zijn van jezelf, dat w\u00e9\u00e9t hebben van wat je doet. \u201cEr zijn\u201d is een bijna opgaan in de dingen, zoals dat soms mogelijk was in de kindertijd.\u2019 Het is deze polariteit, die Jellema&#8217;s po\u00ebzie zo spannend maakt: aan de ene kant het beleven van de werkelijkheid, aan de andere kant het overdenken van de werkelijkheid zoals deze wordt beleefd. Zoals ik hiervoor reeds opmerkte naar aanleiding van \u2018Terhorst (1)\u2019, gaat het niet alleen om een verzoening van deze twee polen, maar tevens om een verzoening met; dat wil zeggen dat in Jellema&#8217;s visie de diversiteit van indrukken, gedachten, dromen en herinneringen vanuit dit in zekere zin mystiek te noemen brandpunt van het \u2018er zijn\u2019 tot een eenheid gebracht kan worden. De ide\u00eble wereld die aldus vorm gegeven wordt, lijkt bepaald te worden door Plato&#8217;s idee van het Goede, dat in zijn ethica gelijk gesteld wordt aan het geluk of het goede en dus geslaagde leven.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Dit door middel van po\u00ebzie aanwezig stellen van een metafysica past binnen Jellema&#8217;s poetica, die ik hiervoor als romantisch-symbolistisch heb omschreven. Deze po\u00ebzieconceptie maakt de dichter evenwel niet blind voor het feit dat het uiteindelijk allemaal constructie is. In zijn onlangs verschenen bundel <i>Het Bodemloze<\/i> (Wijhe 1987) zegt hij het in het derde gedicht als volgt: \u2018Dat woorden nooit vervangen wat ontbreekt:\/een onverdeeld er zijn.\u2019 Simpel gezegd: woorden schieten altijd te kort. Ieder vers mag dan artificieel zijn, dit neemt niet weg dat het schone en ware in de po\u00ebzie voor de dichter de enige wapens zijn in de strijd tegen de vergankelijkheid en de dood. \u2018[&#8230;] herinneren zelf is de essentie van het schrijven; [&#8230;]\u2019, dit schrijft Willem Brakman in zijn essay over eigen werk <i>Een wak in het kroos<\/i> (Amsterdam 1983, p. 140). Deze poeticale uitspraak zal Jellema naar ik aanneem zonder meer willen onderschrijven; de twee oden over Terhorst zijn er immers treffende uitwerkingen van.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In een brief schreef Jellema mij onder meer het volgende over zijn herinneringen aan Terhorst: \u2018We zijn toen [zomer 1944] in een weekendhuis van kennissen op Terhorst getrokken. Het lag (en ligt nog steeds) aan de bosrand, uitzicht over de hei met jeneverbessen, richting plas, waar toen nog een meeuwenkolonie zat. Mooiste tijd uit m&#8217;n leven: geen school, altijd buiten, &#8216;s avonds met m&#8217;n vader stiekem-sluipend melk halen bij een\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 633]<\/div><p>boer, de kerstboom uit het bos gehaald. Woonde ik er nog maar denk ik vaak, als ik er langs rijd. Jeugdgeluk is niet terug te kopen. &#8216;t Is ook niet daar, &#8216;t is puur herinnering.\u2019 (brief van 10 juni 1987) De hand van een romantisch geaard dichter maakt in zo&#8217;n geval voorzichtig een wak in het kroos der herinnering en stelt zich zelf zodoende in staat een blik te werpen op het kind dat hij was. En een stuk of wat gedichten waarin deze poging slaagt, zijn meer dan voldoende om het bestaan zin te geven.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>De dichter Jan Luyken, die leefde van 1649 tot 1712, schreef in zijn eerste periode zeer zinnelijke po\u00ebzie. Tot dat hem op zesentwintig jarige leeftijd \u2018de Heere op een krachtdaadige wys aan zijn herte\u2019 verscheen. Vanaf dat moment keert hij zich af van de zinnen en richt zich op zijn ziel.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hij is de dichter van het vers \u2018Droom is &#8216;t leven\u2019, waarvan de beginregels als volgt luiden:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Droom is &#8216;t leven, anders niet;<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">&#8216;t Glijdt voorbij gelijk een vliet,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Die langs steile boorden schiet,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Zonder ooit te keren.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>In al hun eenvoud zijn dit treffende regels, omdat Luyken het onwerkelijke van de werkelijkheid verwoordt in het beeld van een al maar voortstromende rivier; hoewel zichtbaar aanwezig, weet men zich van de stroom gescheiden door steile oevers. Een klassiek beeld, maar ook een beeld waarin veel waarheid schuilt: de ongrijpbaarheid van het stromende water is bij uitstek geschikt om de onbegrijpelijkheid van het bestaan uit te drukken.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Want wat ik zie\/is niet te bekijken.\u2019 Zo eindigt de eerste strofe van \u2018Terhorst (2)\u2019. Met behulp van deze paradox evoceert Jellema een bovenwerkelijkheid, waaruit zijn geloof in een ide\u00eble, synthetiserende waarheid spreekt. Een waarheid die evenwel nooit en te nimmer valt los te denken van datgene wat we met onze zintuigen waarnemen en die dus wel degelijk het besef van een te kort schieten met zich meedraagt.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Wie deze kern van Jellema&#8217;s dichterschap eenmaal voor zich zelf heeft\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 634]<\/div><p>bloot gelegd, neemt een nu en dan optredend gebrek aan directheid, een soms wellicht wat al te grote afstandelijkheid graag voor lief. Sterker nog: hij voelt dit niet langer als bezwaren op het niveau van begrijpelijkheid, maar ziet ze als bijna onlosmakelijk verbonden met Jellema&#8217;s dichterlijk streven. Of, zoals Brakman het formuleert: \u2018Het moeilijke, het niet direct toegankelijke en het vreemde zijn in de kunsten altijd wel aanwezig als een stilzwijgend verzoek met het raadselachtige allereerst geen genoegen te nemen, het ook niet te ontkennen, maar het uiteindelijk te aanvaarden als een laatste, een element van oneindigheid in de geest, dat zich voordoet als de niet eindigende wisselzang van deel en geheel.\u2019 (O.c., p. 9)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Over de ogen schrijft Jan Luyken in de slotregel van zijn gedicht \u2018Droom is &#8216;t leven\u2019: \u2018&#8217;d Ogen waken,\/Met de dood in duisterhe\u00ean.\u2019 Raadselachtige regels? Niet raadselachtiger dan de slotwoorden van \u2018Terhorst (2)\u2019: \u2018want nooit zal ik door\/jouw ogen kijken.\u2019 Beide dichters binden de strijd aan met de tijd en vergankelijkheid, een strijd die het oog naar binnen richt:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Keer in u zelf, buig over &#8216;t duister<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">van den doorgeurden lentetuin:<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">nog altijd straalt de lichte luister<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">der kerselaren kruin naast kruin!<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">[&#8230;]<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Vervul uw hart een laatste maal<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">met &#8216;t heimwee van al de aardse dingen<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">en laat nog eenmaal ernstig zingen<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">de nutteloze nachtegaal.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Droom en gemis gaan hand in hand; daarvan getuigen ook deze regels van Jan van Nijlen uit het vierde vers van de gedichtenreeks \u2018De veertigjarige\u2019, waaruit eveneens het motto werd overgenomen. Inkeren, vooroverbuigen en bemerken dat datgene waarvan men dacht dat het al lang en voorgoed verdwenen zou zijn, \u2018nog altijd\u2019 aanwezig is. Iets van de zelfde aard zagen we ook bij Jellema: Terhorst ligt niet langer onder Beilen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>\r\n<i>Hengelo, juni-juli 1987<\/i>\r\n<\/p>\r\n\r\n<\/div><div class=\"wp-block-column dbnl-rechts is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:33.33%\"><div id=\"noten-apparaat\"><div class=\"interp\">\n<h3>Over dit hoofdstuk\/artikel<\/h3>\n<p><label>auteurs<\/label><\/p>\n<p> <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=wyni001\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Gerben Wynia<\/a><\/p>\n<p>over  <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=jell001\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">C.O. Jellema<\/a><\/p>\n<br>\n<\/div><\/div><\/div><\/div>","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>[p. 625] Gerben Wynia Lofzang op Terhorst \u2018Keer in u zelf, open het venster op &#8216;t lauwe duister van den nacht&#8230; [&#8230;] wanneer gij poogt u te verlossen en in de stilte van de bossen den weg herkent, waar vol verlangst uw jeugd langs heidekruid en dennen zich in den spiegel wou herkennen van de&#8230; <a class=\"more-link\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/gerben-wynialofzang-op-terhorst\/\">Lees verder <span class=\"read-more-arrow\"><\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","class_list":["post-301865","dbnl","type-dbnl","status-publish","hentry"],"acf":[],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO plugin v26.4 - https:\/\/yoast.com\/wordpress\/plugins\/seo\/ -->\n<title>Gerben Wynia  Lofzang op Terhorst &#183; Uitgeverij Van Oorschot<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/gerben-wynialofzang-op-terhorst\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"Gerben Wynia  Lofzang op Terhorst &#183; Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"[p. 625] Gerben Wynia Lofzang op Terhorst \u2018Keer in u zelf, open het venster op &#8216;t lauwe duister van den nacht&#8230; [&#8230;] wanneer gij poogt u te verlossen en in de stilte van de bossen den weg herkent, waar vol verlangst uw jeugd langs heidekruid en dennen zich in den spiegel wou herkennen van de... Lees verder\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/gerben-wynialofzang-op-terhorst\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"article:modified_time\" content=\"2021-06-04T14:08:15+00:00\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"17 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\/\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/gerben-wynialofzang-op-terhorst\/\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/gerben-wynialofzang-op-terhorst\/\",\"name\":\"Gerben Wynia Lofzang op Terhorst &#183; Uitgeverij Van Oorschot\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\"},\"datePublished\":\"1986-12-31T23:01:07+00:00\",\"dateModified\":\"2021-06-04T14:08:15+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/gerben-wynialofzang-op-terhorst\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/gerben-wynialofzang-op-terhorst\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/gerben-wynialofzang-op-terhorst\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"DBNL\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"Gerben Wynia Lofzang op Terhorst\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\",\"name\":\"Uitgeverij Van Oorschot\",\"description\":\"\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"Gerben Wynia  Lofzang op Terhorst &#183; Uitgeverij Van Oorschot","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/gerben-wynialofzang-op-terhorst\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"Gerben Wynia  Lofzang op Terhorst &#183; Uitgeverij Van Oorschot","og_description":"[p. 625] Gerben Wynia Lofzang op Terhorst \u2018Keer in u zelf, open het venster op &#8216;t lauwe duister van den nacht&#8230; [&#8230;] wanneer gij poogt u te verlossen en in de stilte van de bossen den weg herkent, waar vol verlangst uw jeugd langs heidekruid en dennen zich in den spiegel wou herkennen van de... Lees verder","og_url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/gerben-wynialofzang-op-terhorst\/","og_site_name":"Uitgeverij Van Oorschot","article_modified_time":"2021-06-04T14:08:15+00:00","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"17 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/gerben-wynialofzang-op-terhorst\/","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/gerben-wynialofzang-op-terhorst\/","name":"Gerben Wynia Lofzang op Terhorst &#183; Uitgeverij Van Oorschot","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website"},"datePublished":"1986-12-31T23:01:07+00:00","dateModified":"2021-06-04T14:08:15+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/gerben-wynialofzang-op-terhorst\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/gerben-wynialofzang-op-terhorst\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/gerben-wynialofzang-op-terhorst\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"DBNL","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"Gerben Wynia Lofzang op Terhorst"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/","name":"Uitgeverij Van Oorschot","description":"","potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"}]}},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl\/301865","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/dbnl"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=301865"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=301865"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}