{"id":301909,"date":"1988-01-01T00:00:38","date_gmt":"1987-12-31T23:00:38","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/dbnl\/robert-ankerover-het-wegzijn-van-iets\/"},"modified":"2021-06-04T15:08:31","modified_gmt":"2021-06-04T14:08:31","slug":"robert-ankerover-het-wegzijn-van-iets","status":"publish","type":"dbnl","link":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/robert-ankerover-het-wegzijn-van-iets\/","title":{"rendered":"Robert Anker\r\n\r\nOver het wegzijn van iets"},"content":{"rendered":"<div class=\"wp-block-columns alignwide is-layout-flex wp-container-core-columns-is-layout-9d6595d7 wp-block-columns-is-layout-flex\"><div class=\"wp-block-column dbnl-links is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:66.66%\">\r\n\r\n <interp type=\"primair\" value=\"anke001\"><\/interp><div class=\"pb\">[p. 236]<\/div>\r\n<a name=\"35\"><\/a>\r\n<h3>\r\n<i>Robert Anker<\/i>\r\n\r\n<br>\r\nOver het wegzijn van iets<\/h3>\r\n\r\n<p>Is een verzamelaar een liefhebber van de dingen die hij verzamelt? Ik denk het niet. Niet de dingen interesseren hem, maar de verzameling waaraan hij ze ondergeschikt maakt. Ik houd niet van onderschikking. Ik houd niet van verzamelaars. Kunstenaars, is me vaak opgevallen, zijn zelden mensen die gemakkelijk iets weggooien en dat verwacht je ook niet bij de intieme omgang met de dingen die we hun toedichten. Ze zijn geneigd alles te bewaren, maar &#8211; en dat is interessant &#8211; ze laten het bij gelegenheid gemakkelijk achter. Dingen zijn als mensen: die verzamel je ook niet, je gooit ze niet weg, je hebt ze graag om je heen, maar je laat ze ook weer achter &#8211; je m\u00f3et vaak wel.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Kun je een leeg lucifersdoosje doodslaan? Volgens mij wel, dat wil zeggen, ik kan het niet, met een vuistslag zo&#8217;n weerloos doosje verpletteren. Toch zie je dat sommige mensen achteloos doen. Zijn dat dezelfde mensen die een leeg sigarettendoosje of een blikje weggooien zonder een moment van afscheid? Bevinden zich onder hen architecten die een weerloze polder aanranden met liefdeloze hoogbouw waarin de mensen tot dingen worden gemaakt in de collectie van de grote Verzamelaar? Wie is dat trouwens, wie wil dit allemaal? Zijn wij het met z&#8217;n allen samen, door, ieder op zijn tijd en plek, als Zijn adjudanten op te treden? Jazeker, een beetje sentimenteel doen over een lucifersdoosje, maar &#8216;s morgens gewoon de handtekening zetten die een stadswijk overhoop haalt, of de Stopera neerzet, de grootste belediging die Amsterdam in lange tijd is aangedaan: dat grote platte burgermanssmoel van baksteen dat ondeugend doet met een plaatje marmer en een zalmkleurige vloerbedekking.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Als we van onszelf houden, en van anderen, dan veruiterlijkt zich dat in de dingen waarmee we omgaan. De liefde die we onszelf gunnen, vloeit over in de dingen. Zij verzelfstandigen zich en verrukken ons op hun beurt met hun raadselachtige aanwezigheid. Als er bij grote uitzondering eens een gebouw wordt neergezet vanuit deze gedachte, het hoofdkantoor van de <span class=\"small-caps\">nmb<\/span> in Amsterdam Zuid-Oost bijvoorbeeld, dan weetje weer wat er\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 237]<\/div><p>kan. Maar als je de voorlichtster van de bank hoort verklaren dat het gebouw waarschijnlijk geen trend zal worden, omdat het niet echt praktisch is, dan weet je weer wie de grote Verzamelaar is: het nut.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>In de Middeleeuwen was de aanwezigheid van de dingen veel vanzelfsprekender dan in de Nieuwe Tijd. De productie van gebruiksvoorwerpen vond plaats in de nabije omgeving. Je wist dus waar alles vandaan kwam en hoe het gemaakt werd. Iedereen kon zien hoe een smid, een timmerman of een schoenmaker te werk ging. Iedereen wist hoe brood gebakken werd, hielp mee een varken te slachten en plukte op zijn tijd de appels en de peren van de bomen. Ik kan me daar wel iets bij voorstellen omdat ik zelf ben opgegroeid in een van de laatste echte dorpen van voor de schaalvergroting, de ruilverkaveling en de branchevervaging.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Smeden, bakkers, electriciens en slagers oefenden er zelf nog hun ambacht uit en de vele kleine winkels verkochten elk maar \u00e9\u00e9n soort artikel. Een kruidenier verkocht etenswaren. Watje niet kon eten, moest je dus ergens anders kopen, maar als het niet voor de huishouding was, moest je weer naar een ander die, bijvoorbeeld, garen en band en knopen verkocht. Mijn vader was timmerman en voor de huizen die hij bouwde, maakte hij alles zelf, niets kwam uit een fabriek. Oude spullen werden niet vervangen maar gerepareerd. Als een kozijn in de hoek waar de wind op stond, verrot was, zaagde mijn vader dat stuk eruit en maakte een inlas waar je, als hij overgeschilderd was, niets meer van zag.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Waarschijnlijk kan hij daarom niets weggooien: je kunt alles nog wel eens gebruiken. Ik heb hem daar wel filosofische vragen over gesteld, van de soort die in dit artikel aan de orde komen, of sociologische &#8211; of vrouwen gemakkelijker dingen weggooien &#8211; maar die begreep hij niet. \u2018Ja\u2019, zei hij dan, \u2018je moeder gooit alles maar weg.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Voor hem waren de dingen vanzelfsprekend. Ze waren niet gescheiden van het leven dat hij leidde. Hij leefde niet als wij in een halve abstractie van relaties, afspraken en plannen. Zijn plannen stonden als tekening op papier en moesten door de dingen concreet worden. Maten uitrekenen &#8211; dat was zijn abstractie. Telefoneren en rekeningen schrijven (\u00e9\u00e9n keer per jaar!) liet hij aan mijn moeder over. De tussentijdse boekhouding schreef hij met zijn potlood op tientallen plankjes afvalhout die hij later niet weggooide. Zelfs de krullen ruimde hij pas na herhaalde aandrang van mijn moeder op, wat, als de wind niet naar de buren maar naar de weilanden stond, een verrukkelijk vuur opleverde achterop de wal tussen de schuiten die hij onderhield en repareerde.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 238]<\/div>\r\n<p>Dit heeft er ook mee te maken: in dat dorp stikte het natuurlijk van de vogels en ik heb ze allemaal gezien, maar toen een stadsvriendje, van de <span class=\"small-caps\">hbs<\/span>, eens op bezoek kwam, bleek hij tot mijn schaamte alle namen te kennen &#8211; ik wist er niet een.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Vanzelfsprekendheid.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Als de dingen je omringen zoals het water de vis, als ze nog niet ge\u00efsoleerd en vervreemd zijn, juist dan kun je ze als soort abstraheren tot een symbool, tot dragers van betekenissen die hun plaats hebben in het grote verband dat de wereld ordent, omdat de dingen deel uitmaken van dat verband. Ons lukt dat niet meer. Een hoefijzer als symbool? Let op het lidwoord: we kunnen niet eens meer zeggen \u2018het hoefijzer\u2019. Als iemand nu een televisieantenne zou willen verklaren tot symbool van communicatie, weten we wel wat hij bedoelt maar het werkt niet, het hecht zich niet in onze richtingloze gedachtenwereld. Dat heeft alles te maken met massaproductie, vervangbaarheid en, vooral, tijdelijkheid. De antenne is bij voorbeeld al weer verdwenen, ondergronds, in een onzichtbare kabel. En bovendien: waarom niet de brievenbus, de postzegel, het telefoonboek, de megafoon, het spandoek, het telefoontoestel, de tv, de telex, de ganzeveer, de vulpen&#8230;? Als we deze opsomming goed tot ons laten doordringen, begrijpen we dat het onmogelijk is geworden een ding tot universeel symbool te verklaren. Let in dit verband ook op de wanhopige, want eenduidige, logo&#8217;s waarmee bedrijven en instellingen hun identiteit proberen uit te schreeuwen in een wereld die allang doof is geworden door zoveel stemmen. Alleen in het kunstwerk kan het nog. De kunstenaar maakt de dingen tot symbolen die binnen het universum van zijn werk geldigheid hebben. Dat komt natuurlijk doordat het een gemaakt universum is, waarin alles samenhangt.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In de huidige fase van wereldomvattende utilisering van alles en iedereen moest het design wel ontstaan, waarbij de mens-als-ding niet werd overgeslagen. Ik ken een meisje dat onlangs, voor \u00e9\u00e9n keer, de omslag van de Viva sierde. Ze was het wel maar eigenlijk was ze het vooral niet. Een \u00e8chte foto van iemand presenteert de identiteit van deze persoon, benadrukt daar iets van, laat ons nadenken over een individu. Bij een fotomodel wordt dat alles weggegumd ten faveure van een lege fascinatie, een mediabeeld dat een schijnhonger opwerkt, voldoende om het blad te kopen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het zou onrechtvaardig zijn dit commentaar geldig te verklaren voor ieder industrieel product, maar iets ervan &#8211; lege fascinatie &#8211; is altijd aanwezig. Dat komt doordat design een verzonnen behaagzucht is, die niet meer\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 239]<\/div><p>vanzelfsprekend voortkomt uit het product. De vormgeving is principieel willekeurig, er is geen vaststaande stijl, smaak of traditie die voorschrijft hoe een voorwerp er uit moet zien. De ontwerper wordt \u2018op een produkt gezet\u2019, hij \u2018mag\u2019 daar naar hartelust mee \u2018stoeien\u2019, waarna de commercieeldirecteuren een keuze maken op grond van de geschatte smaak van de consument.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Wij, die in de werkelijkheid leven, laten ons echter niet alles wijsmaken door de duizenden lege beelden die dat wel willen. Wij wonen in een flat, in een doos met Soo andere, maar we weten heus wel dat dat geen <i>huis<\/i> is, een plek, een territorium dat door anderen als zodanig wordt herkend en gerespecteerd. En als we het al vergeten zijn, dan herinnert ons lichaam ons er wel aan: flatneurose, hoofdpijn.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Of een lege aansteker: we gooien hem weg, maar het blijft knagen dat het tegen de orde van de dingen is. Waarom lachen we anders om de anekdote van de oliesjeik die, toen de benzinetank leeg was, een nieuwe auto kocht met een volle tank? Of om het mopje over Sam die een partij verrotte sardines-in-blik aan Moos verkocht en bij reclamering antwoordde dat ze ook niet om te vreten waren maar voor de handel?<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Natuurlijk was de vorm van veel Middeleeuwse producten het directe gevolg van hun functie. Anderzijds bestond er veel nutteloze versiering, maar het diepe verschil met nu is dit: het Middeleeuwse ding drong zich niet op, het hoefde niet met soortgenoten te concurreren, het wilde niemand, omdat het <i>geruild<\/i> wilde worden, fascineren en veroveren, maar had een terughoudende pr\u00e9sence omdat het zo lang mogelijk <i>gebruikt<\/i> wilde worden. Ik had dit graag willen toelichten met een verwijzing naar dingen op vroeg-Middeleeuwse schilderijen, maar juist door hun toenmalige vanzelfsprekendheid ontbreken ze daarop als individu en worden ze slechts in hun algemeenheid, als aanduiding van de soort, gerepresenteerd. Dit geldt, zoals we weten, ook voor mensen en dieren. De hele wereld was uiteindelijk de representatie van de goddelijke orde. Op het moment dat we de dingen zelfstandig zien worden, is de Nieuwe Tijd aangebroken.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In het werk van de 14e eeuwse Vlaamse meesters bijvoorbeeld blijven de mensen nog lang traditioneel in uiterlijk en houding, dat wil zeggen meer iconografisch dan realistisch, maar traditioneel effigie en psychologischrealistisch portret ontmoeten elkaar al op hetzelfde schilderij. Bijvoorbeeld het gezicht van kanunnik Jan van der Paele en dat van Maria bij Jan van Eyck. Een vergelijkbare overgang zien we bij de dingen. De waterketel op\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 240]<\/div><p>het M\u00e9rode-altaar van de Meester van Fl\u00e9malle is nog wel een toespeling op Maria als \u2018Bron van het levende water\u2019 en de leli\u00ebn verwijzen naar haar kuisheid, maar volstrekt nieuw is de stoffelijkheid waarmee alles geschilderd is. De edelstenen op Van Eycks bisschopsmijter bijvoorbeeld zijn met zo&#8217;n gretige intensiteit geschilderd dat we ook bij nadere beschouwing geneigd zijn dit trompe-l&#8217;oeil van het doek te lichten, en het tapijt onder Maria&#8217;s voeten is zo verzadigd van zintuiglijkheid dat we er telkens met de toppen van onze vingers langs willen strijken.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Later verschijnt het stilleven als genre, wat traditioneel wordt verklaard uit de wending naar de werkelijkheid die ook al bij de Vlaamse meesters werd gemaakt. Als we echter hoogtepunten in dit nieuwe genre &#8211; Willem Claesz. Heda, of Adriaen Coorte &#8211; goed beschouwen, dan zien we dat er meer aan de hand is. Deze schilders leverden niet zozeer een versiering voor de 17e eeuwse kamerwanden, maar <i>maakten een verlies aanwezig<\/i>: de verloren vanzelfsprekendheid der dingen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In de prachtige reeks \u2018Adriaen Coorte\u2019 waarmee de bundel \u2018Lichtval\u2019 opent, schrijft Hans Faverey, in het laatste gedicht:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Scheuten, waar gebleven,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">ontbrekend hier opgevoerd.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>En in het vierde:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">(&#8230;) Alles zo<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u00a0<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">vanzelfsprekend dat het<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">zich bestaat;<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>En in het eerste gedicht:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Windstilte, het wegzijn<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">van iets: gestadig kloppend<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u00a0<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">in kruisbes, framboos,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">romigste asperges.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Die Faverey had het allemaal allang in de gaten. Vandaar de titel van dit stuk.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 241]<\/div>\r\n<p>De grote stilleven-schilders moeten evenals Van Eyck c.s. vermoed hebben dat in de dageraad van de Nieuwe Tijd een reusachtige ontvreemding op gang was gekomen, later ook van mens en landschap, maar die blijkbaar het eerst werd ervaren aan de dingen, die immers steeds meer tot handelswaar gemaakt werden. Ze waren nog wel aanwezig, maar op doortocht. Ik moet denken aan de roman \u2018Een liefde in 1947\u2019, van K. Schippers, waarin het jongetje zich de geliefde antiquair-dochter voorstelt als iemand die in een huis woont, het \u2018huis der veranderingen\u2019, waar alle dingen tijdelijk staan opgesteld, in afwachting van hun verkoop. De vraag hoe het is om in zo&#8217;n omgeving op te groeien, laat de schrijver onbeantwoord, maar iets van deze ervaring moeten sensibele mensen in de late Middeleeuwen en de vroege Renaissance gehad hebben. Dat de wereld in de loop van een mensenleven zichtbaar veranderde. Dat een eeuwenoude samenhang daarin op losse schroeven kwam te staan.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Misschien kwamen deze mensen door dit vermoeden tot een scherper besef van het verschil tussen hun tot bewustzijn gekomen leven en de eigen jeugd met zijn geheimzinnige coherentie. Wie kent niet de fascinatie van de stoffige zolder van het ouderlijk huis, waar allerlei voorwerpen ronddrijven in de schemer van de tijd? De benzinetank van een motorfiets, een wieg, een paar deursloten, \u00e9\u00e9n schaats&#8230; W.F. Hermans heeft het in zijn verhaal \u2018Elektrotherapie\u2019 (in de bundel \u2018Moedwil en misverstand\u2019) over de \u2018fosforescerende emotie die door al wat oud en vergeten is wordt opgewekt\u2019. Deze dingen willen herleid worden tot een verband dat ons, retrospectief, een onderkomen bood, toen zij nog een uitbreiding waren van onszelf en nog niet begrepen werden in het praktische nut dat ze voor de volwassenen gehad moeten hebben. Ze vertellen ons wie we waren en wat we kwijt zijn geraakt. Als deze redenering klopt, moet de raadselachtige aanwezigheid van de dingen veel minder evident ervaren worden door iemand die van jongsafaan in hetzelfde huis is blijven wonen en het ambacht van zijn vader heeft overgenomen, alles bij voorkeur in een overzichtelijke omgeving. Ik denk natuurlijk aan mijn eigen vader en zijn onvermogen dingen weg te gooien, niet uit een onberedeneerd heimwee, maar omdat je alles nog wel eens kunt gebruiken.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Hoewel wij in onze eeuw denken dat we de dingen totaal naar onze hand hebben gezet, maakt zo&#8217;n zolder met rommel duidelijk dat niet zij daar onder het stof de verliezers zijn, de weggeworpenen, de ontheemden, maar wij. Wij zijn het die buiten de orde zijn geraakt in de wereld der veranderingen. De dingen op een zeventiende eeuws stilleven weten dat en\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 242]<\/div><p>herinneren ons daaraan in hun beschroomde aanwezigheid (een kunstwerk kan wel een grote mond hebben maar is nooit autoritair; je kunt erin naar binnen maar je kunt er ook weer uit, je wordt niet in een hoek gedrukt). \u2018Kruisbes, framboos, romigste asperges\u2019 bij Coorte, of een wijnglas, een mes en een halfgeschilde citroen op een tinnen bord bij Heda, vertonen zich in een glanzende vanzelfsprekendheid, in de onverschillige grandeur van wie zich boodschappers weten uit een mythische wereld, aangespoeld uit een andere tijd die parallel aan de onze aan de rand van ons bewustzijn met ons meeloopt. Ze hebben ons iets te zeggen in hun zwijgzaamheid; ze zijn geen \u2018nature\u2019 en niet \u2018mort\u2019 maar stil-leven.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Een fascinerend aspect aan deze contemplatie van de dingen is de weigering van het opgeroepen heimwee te verglijden in nostalgie en melancholie om de verloren tijd. Integendeel, \u2018de fosforescerende emotie\u2019 is een sterk en utopisch sentiment dat, als honger, gericht is op vervulling in een toekomstig heden. Deze functieloze beschouwing van wat overal buiten de lijst wordt uitgebuit, is zo bezien dus principieel subversief.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De magische aanwezigheid van wat er niet is, kan maar moeilijk verklaard worden. Dat de dingen op een stilleven hun kracht ontlenen aan kleur, compositie en, vooral, hun isolatie, is maar ten dele waar. De magie geldt, zoals we zagen, ook voor attributen en delen van een interieur op een schilderij dat een hele kamer bestrijkt, of een kathedraal. Het voornaamste geheim zit &#8216;m in het licht. Bij de stillevens die door de grote meesters zijn gemaakt, valt het licht niet van buiten op de voorwerpen maar stijgt eruit op. Het licht in het wijnglas, de glans op de hazelnoten, de ronding van een bord, het heldere groen van de rand van het tafelkleed en vooral de schil en het vruchtvlees van de citroen (Heda 1632; hangt in Wallraf-Richartz-Museum, Keulen) &#8211; het stijgt allemaal op uit de dingen zelf. \u2018Het glas wijn\u2019 van Vermeer (1600\/61; Berlijn) waarop een dekselse jongeman een bedeesd meisje een glas aanbiedt met erotische bedoelingen, <i>bedwelmt ons<\/i> door een gloed van zacht licht die uit de stoel, de kleren, het tafelkleed optrekt en zich over het hele schilderij verspreidt. Hier moeten we zwijgen, de taal kan er niet bij.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In de loop der eeuwen zien we dat het stilleven zelf steeds meer tot een ding wordt, een waar om te verkopen aan de burgerij. Aan het eind van de 19e eeuw gebeurt er nog iets anders: het stilleven wordt een plaats waar de moderne schilder experimenteert met lijnen, vlakken en kleuren om te komen tot een expressie, ook al is het nog even een impressie, die de zintuiglijke wereld transcendeert, de dingen deformeert, misschien wel\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 243]<\/div><p>om te komen tot een abstractere vorm van dinglijkheid, misschien wel om de dingen op die manier hun eigenwaarde terug te geven. Door deze schilderkunstige ontwikkeling zijn 20e eeuwse stillevens als van Pyke Koch, Dick Ket, of hedendaagse fijnschilders problematisch geworden. De realistische manier om de vraag naar de verhouding tussen mensen en dingen te stellen, werkt niet meer, wordt als na\u00efef ervaren. Iemand moet maar eens uitleggen waardoor dat komt. Een van de weinige kunstenaars die wel een vorm hebben gevonden om in de 20e eeuw met de dingen om te gaan als een 17e eeuwer, is Morandi, maar wat een verschil. De blikken, potten en kruiken op zijn etsen treden niet uit een verloren wereld naar voren, maar zijn dragers van het laatste licht in het schemeruur van een wereld die op het punt staat donker te worden. Ze troosten ons met de wetenschap dat zij zullen blijven bestaan maar \u00e9\u00e9n oogopslag verder en ze zijn voorgoed onzichtbaar geworden.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Intussen hebben de dingen zelf het initiatief genomen om op andere wijze de aandacht te vestigen op hun bestaan: door uit de lijst te stappen. Plotseling presenteren zij zichzelf als kunst, brutaal, zelfverzekerd en ironisch. Op rel beluste straatjongens zijn het, schoffies die kauwgum kauwend de restanten van de 19e eeuwse zekerheden over kunst doorprikken: fietswiel op een keukenkruk, een urinoir, een flessendroger bij Duchamp, of, bij Man Ray, subtiele combinaties als een appel waar op de plek van het steeltje een schroefje is neergelegd, een mobile die gemaakt is van 63 klerenhangers, of een parelmoeren snoertje gedrapeerd op een kinderbiljart.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Na Dada blijft hun aantal beperkt. Picasso last nog eens het stuur van een fiets en een zadel aan elkaar en noemt het \u2018stier\u2019, maar dan is er eigenlijk iets anders aan de hand. De dingen worden nu juist van hun identiteit ontdaan terwille van de nieuwe betekenis die het beeld oproept.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Met het ontstaan van Pop-Art en Nieuw-Realisme komen ze weer massaler te voorschijn, in allerlei verband. In de Pop-Art gedragen ze zich zelden als afgezanten uit een andere wereld, maar doen ze volop mee in actuele toernooien waarin de macht wordt uitgedaagd. Bovendien zijn ze vaak geschilderd of gedrukt. De cola-flesjes van Andy Warhol bijvoorbeeld, vragen geen aandacht voor zichzelf maar verwijzen knipogend naar aspecten van de Amerikaanse samenleving.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Met het Nieuwrealistische object trouv\u00e9 blijven we dichter bij de eigen aard der dingen, hoewel ze nogal eens weggemoffeld zijn in een groter\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 244]<\/div><p>geheel dat alle betekenis in zich opzuigt. De machines van Tinguely bijvoorbeeld, of de maaltijdrestanten van Spoerri. Een andere keer gaan ze een zeker voil\u00e0 niet te boven, zoals in de accumulaties van Arman of Jan Henderikse.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In dit spanningsveld tussen nevenschikking en onderschikking verkeren de beelden en collages van de Amsterdamse kunstenaar Hans van den Ban (1950). Ze zijn opgebouwd uit <i>gebruikte<\/i> (weggegooide, overbodig geworden) dingen die hun \u2018fosforescerende\u2019 identiteit niet verliezen in het grotere geheel dat zij mede betekenis verlenen. Je zou kunnen spreken van een democratische orde binnen het beeld. Ik denk dat Van den Ban daarmee een positie inneemt die hij met weinigen deelt &#8211; voorzover ik kan zien alleen met Man Ray.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Van een grote simpelheid is bijvoorbeeld het beeld \u2018De\u00efte\u2019. Het bestaat uit een trapleuning die in een sierlijke draai uitmondt in een grote, platte pan, of deksel op zijn rug. De twee elementen vragen zelfstandig om aandacht, waarbij de pan meer zichzelf blijft dan de leuning, die in horizontale positie sterk sculpturale trekken krijgt. Het geheel wekt bij mij Oosterse associaties op: een Chinese wok of strohoed, een boogbrug op een pentekening. Maar misschien is de brug wel de rivier zelf, altijd dezelfde, altijd anders, die de pan, een vijver, ons hoofd, vult met leegte. De Boeddha is glimlachend in de buurt.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De tijd is een wezenlijk aspect van de dingen in een stilleven, ook als ze de lijst verlaten hebben. Ze verwijzen, zoals we zagen, naar een verloren verband, naar een geheimzinnige paralleltijd en naar de toekomst, en tegelijkertijd zetten ze dat hele beweeg stil en demonstreren een eeuwigheid die onze tijdelijkheid zowel accentueert als in zich opneemt, een verband dat binnenhaalt en buitensluit. De spanning in Van den Bans werk vindt zijn oorzaak in contrasten die zich verzoenen zonder elkaar op te heffen. Dit blijkt bij nadere overdenking filosofische of, voor wie wil, religieuze implicaties te bevatten.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In verschillende variaties komt het tijdsidee voor. In een nauw aan \u2018De\u00efte\u2019 verwant werk zelfs in de titel, \u2018Verloop van tijd\u2019. Ook hier een langgerekte, stromende vorm, een gedraaide ijzeren staaf, die uitmondt in een aardewerken pot op zijn kant, die van binnen geglazuurd is. Wat hierin stroomt, loopt er onherroepelijk weer uit. De tijd kent geen vervulling. De tijd is. Dat klinkt gewichtig maar de vorm van het beeld zet tegelijkertijd aan tot een glimlach. Waar zullen we die voor bestemmen? Voor de hulpeloosheid van de kunst bij zoveel pretentie?<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 245]<\/div>\r\n<br \/><br \/><img decoding=\"async\" src=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/wp-content\/uploads\/1988\/01\/_tir001198801ill0004-150x200.gif\" alt=\"illustratie\" id=\"img-1\"><br \/><div class=\"small caption\" data-image-id=\"img-1\">\r\n<i>Hans van den Ban, De\u00efte<\/i>\r\n<\/div>\r\n<br \/><br \/><p class=\"indent\">Ook \u2018Verzamelde werken\u2019 bevat op een wat plompe manier de tijd. Discussieert Van den Ban hier met de lege wok en het geglazuurde potje, door een kuip waarin een bakker misschien zijn deeg heeft gekneed, tot de rand te vullen met gewichten van koekoeksklokken (of zijn het vederlichte, geverfde denneappels?) die, van zwaartekracht ontdaan, van geen tijd meer zullen weten? De beschouwer staat paf bij deze vadsige overvoerdheid, totdat hij ontdekt dat de gewichten een dun laagje vormen boven een gapende leegte. Zuinigheid? Le N\u00e9ant? Een grapje?<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Als er iets van waar is dat de dingen in de twintigste eeuw de lijst van het schilderij hebben verlaten &#8211; en daar is veel van waar &#8211; dan wordt dat nog eens krachtig bevestigd door \u2018De vliet\u2019, een formidabele kruik, uit oude loodkabel gewonden, die, op zijn kant gevallen, haar inhoud ziet wegstromen in de vorm van slierten materiaal waaruit zij zelf is opgebouwd. Dit roept minstens de vraag op hoelang een vorm zich staande kan houden zonder inhoud, of andersom: of leegte, het Niets, een vorm kan krijgen. Dat is zeker ook de vraag naar de mogelijkheden van een kunst die, als alle\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 246]<\/div><p>stillevens, de leegte, de stilte binnen de windhoos van het leven zoekt en dat is iets wat het kunstwerk zelf op de stromende tijd moet bevechten, zoals ook dit beeld laat zien. Het verbazingwekkende daarbij is dat deze vragen zich zowel laten stellen als opheffen want onontkoombaar, in al zijn vanzelfsprekendheid, ligt het ding daar te zijn. Een getuigenis van het eeuwige en troostende verbond tussen mensen, dingen en natuur. \u2018De vliet\u2019 is alles en niets als je er lang naar kijkt. Loodzwaar en vederlicht, aan de aarde verkleefd en daarboven zwevend, opdoemend en weer verdwijnend als de hooischelven van Monet, die ook nog heel goed wist wat stil-leven was.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Misschien zijn het in de 20e eeuw vooral de schrijvers en dichters die de dingen uit hun geproletariseerde bestaan hebben verlost.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Oud gereedschap mensheid moe\u2019 luidt de meesterlijke formulering van H.H. ter Balkt. We zagen het al: de dingen zijn het niet die weggeworpen worden na te zijn uitgebuit, wij zijn het die het slachtoffer zijn door de wereld zo liefdeloos in te richten dat we er niet meer kunnen wonen. Dat is de wraak die de dingen in het vooruitzicht stellen.<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Oud gereedschap ver van huis<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">bedenkt geen rondeel om te klagen.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Oud gereedschap huilt niet in het donker<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u00a0<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">lange weg, lange lange weg<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">en zingt geen blues want heeft geen stem.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Nee, geen stem, maar de dichter is hun profeet en met wat voor stem:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">De sterren zeggen, de hand is op komst<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">van wie oud gereedschap opneemt en gebruikt<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">doodgewone ploegschaar, vlashekel, wan:<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">ze vertellen dat hij komt.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u00a0<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Oud gereedschap mensheid moe<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">ver van huis, oud gereedschap dat je heersers<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">overleefde, oud gereedschap ver van huis,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u00a0<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">het is tijd voor andere meesters<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">het is tijd voor de eenvoudige beweging<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div><div class=\"pb\">[p. 247]<\/div><div class=\"poem-small-margins\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\r\n<span class=\"small-caps\">van de bijlslag recht in het gezicht<\/span>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">van die alles in vuur hebben gezet<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">langs de weg. Langs de lange lange weg.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Bert Schierbeek zegt het in \u2018De maker en de dingen\u2019 (in \u2018Een broek voor een oktopus\u2019) zo: \u2018De dichter laat de woorden klinken en daarmee de dingen. Hij rukt de dingen uit hun stilte en verklankt wat zij in bruikbaarheid en dienstbaarheid verzwegen. Hij maakt ze vrij. Hij gebruikt ze buiten hun nuttigheidsfunctie om. Door de namen der dingen te gebruiken in het typische aspect dat de woorden van de dingen laten zien, maakt hij ze hoorbaar. Hij laat de hoorbare vorm der dingen zien. De hoorbare vorm van het ding is het woord. Maar doordat hij het ding bevrijd heeft, \u201cer een onding\u201d van gemaakt heeft, valt het woord in de stilte van het ding, waar het weer \u201conbetekend\u201d is en vormt daar een trillingsbron, waardoor het <i>hele<\/i> ding weer tot leven komt. Men kan het niet alleen horen, men gaat het ruiken, en zien.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Wie heeft, in de Nederlandse literatuur, de dingen meer respect bewezen dan K. Schippers. In \u2018Eerste indrukken\u2019 vraagt de kleuter zich zelfs af of het louter kijken naar dingen al het begin van een aanranding kan zijn. \u2018Wie te lang naar een lichtplek kijkt, zou tenslotte zijn verontschuldigingen moeten aanbieden. Maar aan wat?\u2019 Anderzijds: \u2018De dingen hebben jou nodig\/om gezien te worden.\u2019, en zo is het evenwicht weer hersteld.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Aan Schierbeek verwante gedachten vind je in \u2018Zeep\u2019, van de Franse dichter Francis Ponge. Dit even komische als raadselachtige boekje uit 1966 gaat in zijn geheel over zeep op een zodanige wijze dat ik er in kort bestek niets over kan zeggen, dus ter zake. Ik zoek een bepaalde pagina en lees intussen \u2018A la Recherche du Savon Perdu&#8230;\u2019 Op p. 121 van de Nederlandse vertaling zegt hij: \u2018het komt voor dat, bijv., een schilder een stilleven (zeg een keukentafel) naar z&#8217;n ware <i>betekenis<\/i> gaat <i>zien\u2019.<\/i> Kunstenaars kunnen daarin \u2018op z&#8217;n minst beschouwd worden als nuttige baanbrekers voor een bepaald \u201cfacet\u201d van de wereld, die soms moeilijker, interessanter, boeiender kan worden dan zij doorgaans al voorkomt. Kortom, als trainers (in de zin van sporttraining), gymnastiekleraren, gidsen, verplegers, weet ik veel?, of grofweg moralisten. Dat is misschien wel het nut van dichters en kunsternaars\u2019. \u2018En het behoeft nauwelijks een betoog dat de meest extreme vorm van dit spel de po\u00ebzie is, <i>het<\/i> zuivere woordenspel, zonder een imitatie of voorstelling van het leven zelf te zijn\u2019 Even later stelt hij dat \u2018de eigenlijke <i>makers<\/i> (en dus niet alleen bedenkers) van deze voorwerpen de schrijvers zijn, de dichters\u2019.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 248]<\/div>\r\n<p>Elders zegt Ponge dat hij, na de geweldige avonturen van de geest, grote behoefte had \u2018naar het aardse terug te keren, water te drinken, in de grond te wroeten, vruchten te plukken, en mij op de objecten te werpen.\u2019 Dat sluit aan op het uitgangspunt van \u2018Kritiek van de cynische rede\u2019 van Peter Sloterdijk. Hij stelt, met Walter Benjamin, dat de wereld zo dichtbij ons gekomen is dat het niet meer mogelijk is de directe ervaring van het leven te transcenderen in grote overzichten. De filosofie \u2018bekent: al die grootse schema&#8217;s, dat waren uitvluchten en halve waarheden.\u2019 (p. 11) Met betrekking tot die nabijheid spreekt hij van het \u2018pijn-apriori\u2019 dat de filosofie tot uitgangspunt zal moeten nemen en al heeft genomen in de Kritische Theorie van Adorno en anderen. \u2018Omdat de soevereiniteit van het hoofd nooit anders dan fout kan zijn, maakt de nieuwe kritiek aanstalten over te stappen van het hoofd naar het gehele lichaam. Het rationalisme wenst van boven naar beneden te werken &#8211; zowel educatief-politiek als psychosomatisch. Wanneer men het levende lichaam ontdekt als \u201caanvoeler van de wereld\u201d, dan wil dat zeggen dat men de filosofische kennis van de wereld een realistische grondslag geeft.\u2019 (p. 22)<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Lichamelijke filosofie, hunkering naar de dingen &#8211; wat is er aan de hand? Ik denk, met Ponge, dat de geest in al die eeuwen te ver van huis is geraakt en nu, bij terugkeer, merkt dat de wereld zo door en door verdinglijkt is, dat hij zich afvraagt of hij daar nog wel kan wonen. Tegelijkertijd weet hij dat hij terug <i>moet<\/i>, terug naar de grond, niet alleen omdat hij zich niet meer aan de wereld kan onttrekken maar ook omdat het zijn diepste wil is daar eindelijk in te <i>leven.<\/i> Weg met de geniale abstracties die hij nooit zal vergeten maar die hem geen enkel houvast meer bieden in het leven zelf. De schizofrenie van zijn afwezige aanwezigheid heeft hem ziek gemaakt. Daarom krijgt de held van Nicolaas Matsiers roman \u2018De eeuwige stad\u2019, die naar Rome is gegaan om een boek te schrijven (!), geen letter op papier, maar loopt hij eindeloos door de stad om Romein te worden onder de Romeinen, mens onder de mensen. Daarom wil de engel in Wim Wenders&#8217; film \u2018Himmel \u00fcber Berlin\u2019 weg uit zijn hemelse overzichtelijkheid om eindelijk mens te worden in de pijnlijke werkelijkheid van de grote stad, om in de slotsc\u00e8ne te ervaren dat de pijn opgeheven kan worden in het verbijsterend clich\u00e9 van de zingevende liefde.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De geest heeft een lichaam aangetrokken en neemt de dingen in zijn hand. De dingen brengen ons terug naar een voor-bewuste vanzelfsprekendheid, want \u2018dat ben jij\u2019 (D\u00e8r Mouw). Onze geest komt tot rust, er vloeit iets uit ons en in ons, en tussen ons bewustzijn en het ding dat we\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 249]<\/div><p>contempleren ontstaat een niemandsland waarin even iets opdoemt van een buitenpersoonlijk Zelf, een basis, een thuis diep in ons. Mystiek? Ponge: \u2018En dit is het waarom van de <i>dingen<\/i> (en van bijv. zeep) in mijn boek, mijn bijbel&#8230;\u2019 (p. 115) \u2018dat de kern zich ledigt\u2019, schrijft Hans Faverey in het vijfde gedicht van \u2018Adriaen Coorte\u2019. En, in hetzelfde gedicht:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Eerst zichtbaar geworden<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">wordt het verstaan:<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u00a0<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">het in zijn nu verblijvend hier.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Het derde gedicht citeer ik in zijn geheel:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Uit zich voortgekomen.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u00a0<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Door zichzelf omstuwd;<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">omstold;<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">en weer ontstold.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u00a0<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Alsof dat boek waar het alles<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">in staat mij nog nooit<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">uit handen was gevallen.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u00a0<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Daar liggen ze, de schelpen;<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u00a0<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">zo toont de aardbei haar bloeiwijze.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u00a0<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Op sommige vruchten hoort een vlieg;<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">de toekomst bleef<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">even onveranderlijk als nu.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Ik laat nog een keer Ponge aan het woord. \u2018Zou dit niet z&#8217;n functie in de samenleving kunnen zijn, het in gezelschap zijn van iets anders (een wezen of een ding), kortom van een voorwerp, dat, wie dan ook, in staat stelt zich van z&#8217;n eigen identiteit bewust te worden, zich los te maken van wat hij niet is, zich te zuiveren, zich te decarbonizeren? <i>Zich<\/i> te betekenen? Zich tenslotte te vereeuwigen in het objool&#8230; Ons <i>paradijs<\/i>, m.a.w., zou het gelegen hebben in de <i>anderen<\/i>?\u2019 (p. 127) Curieus is de wending in de laatste\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 250]<\/div><p>zin van het ding via het Zich naar&#8230; de anderen. Met dit woord werpt Ponge de vraag op naar de politiek-maatschappelijke implicaties van de contemplatie der dingen: in het Zich verlaat het subject zichzelf en gaat het op weg naar de ander. Ik denk dat deze ervaring de grondslag is voor Sloterdijks idee van de \u2018subjectieve rede\u2019, die staat tegenover de \u2018objectieve rede\u2019 die, zo laat hij in zijn boek zien, te vaak gebruikt is als middel tot, of camouflage van \u2018die Wille-zur-Macht.\u2019 De subjectieve rede neemt het individuele subject dat de wereld ervaart, tot uitgangspunt, maar dan in een passieve gelatenheid die het verbindt met andere subjecten. Het is verleidelijk hier toch weer het woord \u2018Algemeen Belang\u2019 te overwegen, een woord waarvan we door de praktijk allang weten dat het, altijd weer, het belang van de sterksten is. Als Sloterdijk schrijft dat je mag eisen dat \u2018de subjecten zich onderwerpen aan de voorrang van de communicatie ten opzichte van de communicerenden en van de ervaringen ten opzichte van de \u201cbehoeften\u201d\u2019 (p. 836) roept dat het beeld op van een na\u00efeve hippiefilosofie, en dat weet hij, getuige de volgende alinea ook wel: \u2018De kritiek van de cynische rede heeft aangetoond hoe de \u201csubjecten\u201d, zowel hard als wendbaar geworden in de gedwongen existenti\u00eble en maatschappelijke strijd, te allen tijde het algemene links laten liggen en geen moment aarzelen alle culturele idealen te herroepen zodra het om kwesties van zelfbehoud gaat. De \u201cstrijdende rede\u201d is bij voorbaat activistisch en onbeheerst, zij laat zich tot geen enkele prijs ontwapenen en ontwerpt zich <i>a priori<\/i> nooit aan de voorrang van het gemeenschappelijke, algemene en alomvattende. Onder deze omstandigheden spelen de inspanningen van de Praktische Filosofie zich af binnen bedroevend beperkte grenzen.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Dat zijn ook de bedroevend beperkte grenzen van alle grote kunst, die in haar teruggetrokkenheid zowel haar moraliteit kent als haar machteloosheid. Het is de machteloosheid van het \u2018moderne gepijnigde bewustzijn\u2019 (Sloterdijk) dat handelend zou willen optreden in een onrechtvaardige wereld, dat zich anderzijds wil verzoenen met het eigen leven, maar weet dat die verzoening zich in de liefde, in neo-Boeddhistische Zich-verlorenheid, in de oogkleppen van de gezelligheid of de cynische yuppie-jacht op het goede leven, daarvan afwendt, terwijl in de wereld de \u2018geprivatiseerde subjectieve rede\u2019 zijn gang gaat. Dat zijn wij namelijk tegelijkertijd zelf. Vuile handen: ook dat nog.<\/p>\r\n<\/div><div class=\"wp-block-column dbnl-rechts is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:33.33%\"><div id=\"noten-apparaat\"><div class=\"interp\">\n<h3>Over dit hoofdstuk\/artikel<\/h3>\n<p><label>auteurs<\/label><\/p>\n<p> <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=anke001\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Robert Anker<\/a><\/p>\n<br>\n<\/div><\/div><\/div><\/div>","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>[p. 236] Robert Anker Over het wegzijn van iets Is een verzamelaar een liefhebber van de dingen die hij verzamelt? Ik denk het niet. Niet de dingen interesseren hem, maar de verzameling waaraan hij ze ondergeschikt maakt. Ik houd niet van onderschikking. Ik houd niet van verzamelaars. Kunstenaars, is me vaak opgevallen, zijn zelden mensen&#8230; <a class=\"more-link\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/robert-ankerover-het-wegzijn-van-iets\/\">Lees verder <span class=\"read-more-arrow\"><\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","class_list":["post-301909","dbnl","type-dbnl","status-publish","hentry"],"acf":[],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO plugin v26.4 - https:\/\/yoast.com\/wordpress\/plugins\/seo\/ -->\n<title>Robert Anker  Over het wegzijn van iets &#183; Uitgeverij Van Oorschot<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/robert-ankerover-het-wegzijn-van-iets\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"Robert Anker  Over het wegzijn van iets &#183; Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"[p. 236] Robert Anker Over het wegzijn van iets Is een verzamelaar een liefhebber van de dingen die hij verzamelt? Ik denk het niet. Niet de dingen interesseren hem, maar de verzameling waaraan hij ze ondergeschikt maakt. Ik houd niet van onderschikking. Ik houd niet van verzamelaars. Kunstenaars, is me vaak opgevallen, zijn zelden mensen... Lees verder\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/robert-ankerover-het-wegzijn-van-iets\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"article:modified_time\" content=\"2021-06-04T14:08:31+00:00\" \/>\n<meta property=\"og:image\" content=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/wp-content\/uploads\/1988\/01\/_tir001198801ill0004-150x200.gif\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"28 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\/\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/robert-ankerover-het-wegzijn-van-iets\/\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/robert-ankerover-het-wegzijn-van-iets\/\",\"name\":\"Robert Anker Over het wegzijn van iets &#183; Uitgeverij Van Oorschot\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\"},\"primaryImageOfPage\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/robert-ankerover-het-wegzijn-van-iets\/#primaryimage\"},\"image\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/robert-ankerover-het-wegzijn-van-iets\/#primaryimage\"},\"thumbnailUrl\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/wp-content\/uploads\/1988\/01\/_tir001198801ill0004-150x200.gif\",\"datePublished\":\"1987-12-31T23:00:38+00:00\",\"dateModified\":\"2021-06-04T14:08:31+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/robert-ankerover-het-wegzijn-van-iets\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/robert-ankerover-het-wegzijn-van-iets\/\"]}]},{\"@type\":\"ImageObject\",\"inLanguage\":\"en-US\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/robert-ankerover-het-wegzijn-van-iets\/#primaryimage\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/wp-content\/uploads\/1988\/01\/_tir001198801ill0004-150x200.gif\",\"contentUrl\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/wp-content\/uploads\/1988\/01\/_tir001198801ill0004-150x200.gif\"},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/robert-ankerover-het-wegzijn-van-iets\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"DBNL\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"Robert Anker Over het wegzijn van iets\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\",\"name\":\"Uitgeverij Van Oorschot\",\"description\":\"\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"Robert Anker  Over het wegzijn van iets &#183; Uitgeverij Van Oorschot","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/robert-ankerover-het-wegzijn-van-iets\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"Robert Anker  Over het wegzijn van iets &#183; Uitgeverij Van Oorschot","og_description":"[p. 236] Robert Anker Over het wegzijn van iets Is een verzamelaar een liefhebber van de dingen die hij verzamelt? Ik denk het niet. Niet de dingen interesseren hem, maar de verzameling waaraan hij ze ondergeschikt maakt. Ik houd niet van onderschikking. Ik houd niet van verzamelaars. Kunstenaars, is me vaak opgevallen, zijn zelden mensen... Lees verder","og_url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/robert-ankerover-het-wegzijn-van-iets\/","og_site_name":"Uitgeverij Van Oorschot","article_modified_time":"2021-06-04T14:08:31+00:00","og_image":[{"url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/wp-content\/uploads\/1988\/01\/_tir001198801ill0004-150x200.gif","type":"","width":"","height":""}],"twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"28 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/robert-ankerover-het-wegzijn-van-iets\/","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/robert-ankerover-het-wegzijn-van-iets\/","name":"Robert Anker Over het wegzijn van iets &#183; Uitgeverij Van Oorschot","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website"},"primaryImageOfPage":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/robert-ankerover-het-wegzijn-van-iets\/#primaryimage"},"image":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/robert-ankerover-het-wegzijn-van-iets\/#primaryimage"},"thumbnailUrl":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/wp-content\/uploads\/1988\/01\/_tir001198801ill0004-150x200.gif","datePublished":"1987-12-31T23:00:38+00:00","dateModified":"2021-06-04T14:08:31+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/robert-ankerover-het-wegzijn-van-iets\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/robert-ankerover-het-wegzijn-van-iets\/"]}]},{"@type":"ImageObject","inLanguage":"en-US","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/robert-ankerover-het-wegzijn-van-iets\/#primaryimage","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/wp-content\/uploads\/1988\/01\/_tir001198801ill0004-150x200.gif","contentUrl":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/wp-content\/uploads\/1988\/01\/_tir001198801ill0004-150x200.gif"},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/robert-ankerover-het-wegzijn-van-iets\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"DBNL","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"Robert Anker Over het wegzijn van iets"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/","name":"Uitgeverij Van Oorschot","description":"","potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"}]}},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl\/301909","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/dbnl"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=301909"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=301909"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}