{"id":301978,"date":"1989-01-01T00:00:04","date_gmt":"1988-12-31T23:00:04","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/dbnl\/jaap-goedegebuureuit-de-diepten-heb-ik-geroepenover-de-poezie-van-gerard-reve\/"},"modified":"2021-06-04T15:09:11","modified_gmt":"2021-06-04T14:09:11","slug":"jaap-goedegebuureuit-de-diepten-heb-ik-geroepenover-de-poezie-van-gerard-reve","status":"publish","type":"dbnl","link":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jaap-goedegebuureuit-de-diepten-heb-ik-geroepenover-de-poezie-van-gerard-reve\/","title":{"rendered":"Jaap Goedegebuure\r\n\r\nUit de diepten heb ik geroepen\r\n\r\n(Over de po\u00ebzie van Gerard Reve)"},"content":{"rendered":"<div class=\"wp-block-columns alignwide is-layout-flex wp-container-core-columns-is-layout-9d6595d7 wp-block-columns-is-layout-flex\"><div class=\"wp-block-column dbnl-links is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:66.66%\">\r\n\r\n <interp type=\"primair\" value=\"goed004\"><\/interp><interp type=\"primair\" value=\"19880421\"><\/interp><interp type=\"secundair\" value=\"reve002\"><\/interp><interp type=\"secundair\" value=\"kort006\"><\/interp><interp type=\"secundair\" value=\"ouwe004\"><\/interp><div class=\"pb\">[p. 16]<\/div>\r\n<a name=\"3\"><\/a>\r\n<h3>\r\n<i>Jaap Goedegebuure<\/i>\r\n\r\n<br>\r\nUit de diepten heb ik geroepen\r\n<br>\r\n(Over de po\u00ebzie van Gerard Reve)<a href=\"#004\" name=\"004T\"><span class=\"notenr\">*<\/span><\/a>\r\n<\/h3>\r\n\r\n<p>Wanneer een schrijver ingang heeft gevonden in de spreektaal, kun je met recht zeggen dat hij klassiek is. De Nederlandse literatuur mist een figuur als Shakespeare, die het Engels met tal van staande uitdrukkingen verrijkte. Maar in plaats daarvan bezitten wij de Statenvertaling, dat onuitputtelijk reservoir van ons taaleigen. En daarnaast zijn er heus wel wat auteurs te vinden wier woorden nog steeds levend worden gehouden. Zo bekeken maken regels van Vondel (\u2018Waar werd oprechter trouw\u2019), Gorter (\u2018Een nieuwe lente en een nieuw geluid\u2019) en Heijermans (\u2018De vis wordt duur betaald\u2019) deel uit van het openbaar cultuurbezit. Wat minder bekend, maar altijd nog goed voor een onbeperkt gebruik zonder de noodzaak van bronvermelding zijn Bloem (\u2018Domweg gelukkig in de Dapperstraat\u2019) en Marsman (\u2018Groots en meeslepend wil ik leven\u2019).<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Van de schrijvers uit de naoorlogse periode is alleen Gerard Reve tot de volksmond doorgedrongen. Sinds de verschijning van <i>De avonden<\/i> in 1947 hebben vele generaties van letterlievende <span class=\"small-caps\">hbs<\/span>-ers en gymnasiasten zich bediend van het groepsvormende jargon dat Frits van Egters en zijn vrienden er op na houden. Maar De <i>avonden<\/i> is niet het enige boek uit Reve&#8217;s oeuvre dat zich langs die weg een klassieke status heeft verworven. Zo hoorde ik de laatste tijd tot twee maal toe een receptie aankondigen met de mededeling \u2018dat het onbekrompen schenken een aanvang kon nemen\u2019. Het kan niet anders of allebei de sprekers behoorden tot de liefhebbers, was het niet van de kruik, dan wel van Reve&#8217;s reisbrieven. Daar mag ik zelf ook graag uit citeren. Als ik laat weten dat mijn betoog de grens van het geouwehoer nadert, of zelfs al overschreden heeft, en ik voeg daar nog aan toe: \u2018Er is niets tegen geoudehoer, zolang er maar Gods zegen op rust\u2019, dan zal geen Reviaan op de gedachte komen dat ik het in alle ernst over mezelf\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 17]<\/div><p>heb. Men herkent immers de befaamde zinsnede uit de \u2018Brief uit Amsterdam\u2019 (te vinden in <i>Op weg naar het einde<\/i>).<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Toen ik op 16 april 1988 dezaterdagbijlagevande <i>de Volkskrant<\/i> doorbladerde, bleef mijn blik hangen bij de kop boven een interview met het Tweede Kamerlid Ria Beckers: \u2018Komt er nog wat van, van dat Koninkrijk?\u2019 Meteen gingen er een paar snaren trillen. Allereerst herkende ik de enigszins verminkte verwijzing naar de beroemde slotregel van het gedicht \u2018Graf te Blauwhuis\u2019: \u2018Dat Koninkrijk van U, weet U wel, wordt dat nog wat?\u2019 Voorts proefde ik de verdubbelde ironie. Anders dan Reve spreekt interviewer Jan Tromp niet God aan, maar de voorvrouwe van de <span class=\"small-caps\">ppr<\/span>. Kennelijk gaat ze in haar streven naar het aardse paradijs wat al te nadrukkelijk op Gods stoel zitten.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Nu maakt \u00e9\u00e9n krantekop nog geen gevleugeld woord. Uit de toepassing van deze en andere regels uit de Nederlandse po\u00ebzie voor journalistiek gebruik moeten daarom geen al te ver strekkende conclusies worden getrokken. En bovendien: wat zegt de klassieke status over kwaliteit? Vader Cats is ook klassiek, maar niemand leest hem nog, en in aanzien staat hij al evenmin. Een stellige uitspraak over de verhouding tussen de bekendheid en de waarde van een literair werk is te vinden bij &#8211; hoe zou het ook anders kunnen &#8211; W.F. Hermans. Hij vindt Nijhoffs <i>Awater<\/i> een gedicht met veel grootse regels, maar nog geen groots gedicht. De gevleugelde woorden die het bevat, komen er niet uit los, omdat het gedicht als geheel vleuggellam is.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De relatieve bekendheid van Reve&#8217;s gedichten is op zich geen verdienste. Nu de citaten spontaan opborrelen bij het verzinnen van zoiets triviaals als een krantekop, houdt dat misschien niet meer in dan een bevestiging van het vermoeden dat het veelverkochte reisbrievenboek <i>Nader tot U<\/i> (waar een groot deel van Reve&#8217;s po\u00ebzie in werd opgenomen) voor de generatie van Jan Tromp en mij de rol heeft gespeeld die tijdens de jaren veertig en vijftig aan <i>De avonden<\/i> was voorbehouden. Ik kom op de kwestie van de kwaliteit omdat me bij herhaling is gevraagd hoe ik er eigenlijk bij kwam dat Reve een dichter zou zijn. Eerlijk gezegd verbaast die kritiek me, nu hij opvallend vaak afkomstig blijkt van lezers (als de criticus T. van Deel bijvoorbeeld) die geneigd zijn proza\u00efsten als Brakman, Brouwers en Krol nog eerder als dichter te beschouwen. Maar gelet op de ontvangst van Reve&#8217;s <i>Verzamelde gedichten<\/i> door de recensenten is die scepsis algemener verbreid dan ik dacht. Een prikkelender uitdaging om Reve tot de inzet van een opvatting over po\u00ebzie te maken, kan ik me moeilijk indenken.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 18]<\/div>\r\n<p>Wie zich met Reve&#8217;s dichterlijke werk bezig houdt, wordt getroffen door de beperkte omvang. De vorig jaar verschenen verzamelbundel bevat niet meer dan 107 gedichten. Dat is altijd nog een derde minder dan het volledig werk van J.C. Bloem, de man van de spreekwoordelijk kleine produktie, en bovendien de auteur van de gevleugelde woorden: \u2018Is dit genoeg, een stuk of wat gedichten\/voor de rechtvaardiging van een bestaan?\u2019 Voor Reve is dat inderdaad de kardinale vraag. In zijn \u2018Treurzang op Goede Vrijdag\u2019 vraagt hij God om hem \u2018als oogst van dit rampzalig leven,\/\u00e9\u00e9n regel te tonen, die de moeite waard en leesbaar was.\u2019 Als mijn tegensprekers met de macht van God bekleed waren, zouden ze zich in een vijandig stilzwijgen hullen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Laat ik de critici tegemoetkomen en toegeven dat het grootste deel van Reve&#8217;s po\u00ebzie in het niet valt wanneer men ze afmeet aan, laat ons zeggen, die van Bloem. Als ik zijn verzamelbundel had mogen samenstellen zou ik niet (zoals nu door Reve zelf is gedaan) twintig gedichten hebben weggelaten. Ik had er een streng geselecteerde bloemlezing van gemaakt, met hooguit vijftig gedichten. Of beter nog: ik had de cyclus uit <i>Nader tot U<\/i> apart uitgegeven, en aangevuld met een paar sterke gedichten van later datum.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De uit eenentwintig gedichten bestaande afdeling \u2018Jeugdpo\u00ebzie\u2019 hoort absoluut niet in de <i>Verzamelde gedichten<\/i> thuis, al vormen ze door de veelvuldige gememoreerde regenval een curieuze voorafschaduwing van het verhalende werk dat Reve in latere jaren zou gaan schrijven. Maar <i>juvenilia<\/i> worden pas echt interessant als aanhangsel bij een afgesloten oeuvre, en zo ver is het bij Reve nog niet. We hebben op zijn minst de aangekondigde roman <i>Bezorgde ouders<\/i> te goed, en eigenlijk ook nog <i>Het boek van het Violet en de Dood.<\/i> Of de twaalf \u2018Dronkemansgedichten\u2019 de toets van Reve&#8217;s kritiek hadden mogen doorstaan (alles wat hij naar eigen zeggen \u2018te grof, te flauw, te onbenullig of te onsmakelijk\u2019 vond, liet hij uit zijn <i>Verzamelde gedichten<\/i> weg), is een vraag die ik op grond van de zojuist gekozen criteria graag ontkennend beantwoord. En ook in de bundel <i>Het zingend hart<\/i> (die hier is opgenomen in de \u2018Zangen van strijd\u2019) wordt het koren bijna geheel door kaf overdekt.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Voor de liefhebber is het ook achteraf nog verbijsterend om te moeten vaststellen hoe de ontwikkeling van dit aanvankelijk zo oorspronkelijke dichterschap na een korte periode van bloei is verzand in de flauwe grappen en de stichtelijke bidprentjes. (In het laatste geval denk ik nog niet eens aan het \u2018Cubaanse bidprentje\u2019 over die twee Amerikaanse mariniers die zoveel\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 19]<\/div><p>van elkaar hielden dat ze naar Havana gingen, een van de zeldzame keren dat Reve, in tegenstelling tot zijn gewoonte, po\u00ebzie met propaganda verwart.) Flauwe grappen zijn er in <i>Het zingend hart<\/i>, en eigenlijk ook al in <i>Nader tot U<\/i> (het gedicht over de schetenlatende kardinaal), volop te vinden. Een voorbeeld van een bidprentje is het vers dat ontstond ter gelegenheid van Maria-Hemelvaart 1970:<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Eens zal ik gaan<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">tot waar de Ongeschonden Roos voor eeuwig bloeit,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">en schouwen in Haar hart, tot waar de zee van bloed<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">zwart wordt van diepte: Mysterie, van Zichzelf gedragen<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">dat uit Zichzelf geboren wordt.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Het euvel schuilt hier in het klakkeloze gebruik van het roomse jargon, waardoor het gedicht onpersoonlijk en verwisselbaar wordt. Het zou net zo goed door pater Schreurs of pater Molkenboer geschreven kunnen zijn. Aan de gedragen en archa\u00efsche toonzetting van het gedicht ligt het niet. Daarvan heeft Reve nu juist zijn doeltreffendste middel gemaakt. Maar ditmaal komen toon en stijl niet onder de spanning van de minstens zo effectieve, want ironiserende vulgarismen te staan.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Bovendien is \u2018schouwen\u2019, van oorsprong een term uit de mystiek, hier veel te uitdrukkelijk en te vakmatig gebruikt. Waar Reve in zijn beste po\u00ebzie \u2018zien\u2019 schrijft als hij niet alleen \u2018waarnemen\u2019 maar ook \u2018schouwen\u2019 bedoelt, daar wordt hij naderhand eenduidig, en verliest aan kracht. Hij haalt de gelaagdheid van letterlijke en overdrachtelijke betekenis, die maakt dat er meer staat dan er staat, eenvoudig weg, en bederft daarmee het gedicht en uiteindelijk ook zijn dichterschap.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De echte dichter Reve heeft zich maar enkele jaren gemanifesteerd, tussen 1962 en 1965 om precies te zijn. Niet toevallig was dat de periode waarin <i>Op weg naar het einde<\/i> en <i>Nader tot U<\/i> ontstonden. Zelf heeft hij daarover opgemerkt dat hij iets onder woorden moest brengen wat \u2018alleen maar in die eigenaardige, hortende bezwerende vorm kon\u2019. Dat \u2018iets\u2019 is de kern van zijn oeuvre, datgene waarvan hij zo dikwijls heeft moeten erkennen dat hij het niet op durfde schrijven, uit vrees dat geen lezer het zou begrijpen, laat staan waarderen. Alleen in de zeer persoonlijke brieven aan Josine Meijer en in de \u2018pleitrede voor het Hof\u2019 (gehouden bij de tweede ronde van het ezelproces) gaat hij even ver als in zijn po\u00ebzie. En dan moet hij wel; tegenover Josine, omdat zij in die jaren een spirituele mentrix is, en tegenover het gerechtshof, omdat zijn integriteit ter discussie staat.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 20]<\/div>\r\n<p>Hoeveel overeenkomsten er ook zijn tussen het proza van de reisbrieven en de po\u00ebzie die in samenhang met deze reisbrieven is ontstaan, er zijn een paar wezenlijke verschillen die te maken hebben met de door Reve aangegeven omstandigheden: de mystiek getinte ervaring van seksualiteit die rite, en van religie die erotiek wordt, laat zich uitsluitend in een gedicht vastleggen. Zelden zal Reve zich daar in het proza van de reisbrieven over uitspreken. Een uitzondering is te vinden in de al eerder genoemde \u2018Brief uit Amsterdam\u2019: \u2018Nimmer dorst ik meer naar hem die is, was en zijn zal, en wiens terugkeer, in de komende Wereldtijd, ik geduldig afwacht, dan wanneer mijn stuk op scherp staat.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het verschil tussen Reve&#8217;s proza en zijn po\u00ebzie, vooral waar het gaat om het verwoorden van religieuze emoties, heeft gevolgen voor de kwantitatieve verhouding tussen gedragen en populair taalgebruik. Reve is een meester in het vervlechten van die twee. Een voorbeeld daarvan is het vermaarde bessen-appelfragment uit <i>De avonden.<\/i> De moeder van Frits van Egters heeft ter verhoging van de vreugde rond de jaarwisseling een fles wijn gekocht. Op het moment dat de fles ontkurkt moet worden merkt Frits dat er geen wijn maar vruchtesap in zit. In stilte wendt hij zich tot de Schepper. \u2018Help ons, eeuwige, onze God. Zie onze nood. Uit de diepten roepen wij tot u.\u2019 Een even later: \u2018Eeuwige, enige, almachtige, onze God, vestig uw blik op mijn ouders. Zie hen in hun nood. Wend uw blik niet af. Luister, mijn vader is doof als de pest\u2019 en zo verder.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In de brievenboeken wordt dit stijlmiddel tot in de perfectie ontwik-keld. Van het grootste belang is evenwel de dosering. Waar de Reve van <i>Een circusjongen<\/i> en <i>Wolf<\/i>&#8216;het vaak bederft door bijna alle zinnen op quasiarcha\u00efsche wijze vorm te geven, daar bewaart de \u2018klassieke\u2019 Reve het evenwicht van een uitgekiende dosering, dat wil zeggen: \u00e9\u00e9n plechtstatigheid op tien banaliteiten. Dikwijls staat zo&#8217;n passage zelfs los van de overige tekst, waardoor het contrast tussen de ene stijl en de andere aan scherpte wint. Aan het slot van de \u2018Brief door tranen uitgewist\u2019 vertelt Reve van de tragikomische ontmoeting met een jonge Spaanse masochist die hij wat al te geestdriftig heeft afgetuigd. Om de jongen te troosten, vraagt hij naar zijn adres, zodat hij hem iets kan sturen. Diezelfde avond is hij het adres alweer kwijt. Meteen daarop volgt deze tussen haakjes geplaatste alinea: \u2018Uit de Diepten. O Geest, gij die nooit te vergeefs gezocht wordt, ook indien gij nimmer gevonden wordt, wil u toch aan mij openbaren. Indien het uw stem is, zal ik hem herkennen en weten, dat gij het zijt, die spreekt.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De confrontatie van twee ogenschijnlijk niet met elkaar in verband\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 21]<\/div><p>staande mededelingen benadrukt de suggestie van vergeefsheid die in de anecdote over de jonge Spanjaard ligt opgesloten. De smekende en aan sommige psalmen herinnerende aanroep tot de goddelijke geest versterkt die suggestie nog. Het is een smeekbede om het zichtbaar worden van \u2018een heilsgeheim, lang verborgen, [&#8230;] waarin [&#8230;] aan de zoekende mensheid de weg naar vrede en broederschap werd geopenbaard\u2019, zoals het heet in de overwegingen die Reve verbindt aan de verschijningen van de Meedogenloze Jongen. Pas dan zal het vermoeden dat God Liefde \u00e9n Lijden is bewaarheid worden.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De \u2018klassieke\u2019 po\u00ebzie die Reve tussen 1962 en 1965 schreef, staat nog veel sterker in het teken van het spirituele verbond tussen de profane en sacrale kanten van liefde en lijden. Vandaar dat ook hier de tale Kanaans botst met de huiselijker taal. Alleen is de verhouding in vergelijking met het proza anders: drie of vier gedragen volzinnen tegen \u00e9\u00e9n wat platvloerser uitdrukking. Ongetwijfeld heeft het verschil te maken met een grotere intensiteit en de grotere directheid. De laatstgenoemde eigenschap is misschien vreemd voor hen die po\u00ebzie associ\u00ebren met \u2018het principe van de omweg\u2019, zoals Poll dat eens heeft genoemd, en die Reve om die reden misschien geen echte dichter vinden. Directheid en concentratie kunnen echter wel degelijk samengaan, zoals Reve&#8217;s beste gedichten bewijzen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Als voorbeeld van de verhouding tussen de twee taalregisters citeer ik \u2018Het is maar net zoals je het bekijkt\u2019.<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Uw woord, dat niet voorbij gaat, zegt<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">dat ik slechts gras ben, en dat is ook zo.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Na lang getob weer stevig aan de kruik.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Maar klachten heb ik niet, want alles moet<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">voltooiing zijn van U, Oneindige, voor wie ik zing en dans<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">zo lang het U belieft en blijft behagen.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Wendingen als \u2018weer stevig aan de kruik\u2019, \u2018klachten heb ik niet\u2019 en \u2018zo lang het U belieft\u2019 stammen uit het idioom van alledag, terwijl andere regels niet zouden misstaan in een steil-christelijke boetepreek. Een dergelijke afwisseling is karakteristiek voor de meeste gedichten uit deze periode. Het droomtafereel waarbij de ik zijn moeder in het hiernamaals ziet wordt besloten met de opmerking dat ze kralen draagt die goed bij haar jurk passen. In \u2018Van het een komt het ander\u2019 ligt de scheiding tussen de vierde en vijfde regel. Na een aanhef over een tweetal onder koosnaam ingevoerde\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 22]<\/div><p>personages (Teigetje en Douwetje, \u2018droom van de pederast\u2019), besluit het gedicht in een heel ander register, al is daar de ironie niet geheel uit verdwenen.<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">De dieren legden zich neder. Het woud zweeg stil.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Van stenen werd het binnenste geroerd.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Snachts droomde ik dat ik in God geloofde.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Uitsluitend het een of het ander levert in het geval van Reve slechte po\u00ebzie op. Dat zagen we al aan het hiervoor geciteerde Maria Hemelvaartgedicht. Aan een al te grote eenzijdigheid in stijl (de verheven variant in dit geval) lijdt ook \u2018Aan de Maagd, vierde persoon Gods\u2019. Het andere uiterste is de al genoemde grappenmakerij over de schetenlatende kardinaal, of het loflied op de kater.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De dertig \u2018geestelijke liederen\u2019 die het sluitstuk vormen van <i>Nader tot U<\/i> behoren tot de top van Reve&#8217;s gehele oeuvre. Maar ook deze deelverzameling bevat nog een groot aantal zwakke gedichten. Hoe leuk die versjes over lever met gebakken uien of het nut van de kater ook mogen zijn, met po\u00ebzie hebben ze weinig uit te staan.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Wat zijn dan wel de goede gedichten van Reve? Werkelijk superieur vind ik \u2018Leve onze marine\u2019, \u2018Dagsluiting\u2019 (met de regels \u2018Maar soms, wanneer ik denk dat Gij waarachtig leeft,\/ dan denk ik, dat Gij Liefde zijt, en eenzaam,\/ en dat, in zelfde wanhoop, Gij mij zoekt, zoals ik U.\u2019), \u2018Danklied voor het Lam\u2019 (over de ex-Beatle Stu Stutcliff die door God in ploegenstelsel wordt genaaid), \u2018Gezicht op Kerstmis\u2019, \u2018Graf te Blauwhuis\u2019 en \u2018Herkenning\u2019. Prachtig, maar niet van die huiveringwekkende pracht als de zojuist genoemde zes zijn: \u2018Een nieuw Paaslied\u2019, \u2018Oost, West\u2019 en \u2018Wiegelied\u2019. En nog een trapje lager, maar toch nog hoog genoeg om aanspraak te maken op opname in Komrij&#8217;s <i>Duizend en \u00e9\u00e9n gedichten<\/i> staat het \u2018Gedicht voor mijn 39ste verjaardag\u2019 en \u2018Openbaring\u2019. Wanneer u de stand hebt bijgehouden weet u dat het er precies elf zijn; geen wonder, want Reve is nu eenmaal een beter dichter dan Jan Jacob Lodewijk ten Kate of Hans Warren, en zelfs een echtere dichter dan E. du Perron, die net als Ten Kate en Warren een tien van Komrij krijgt.<a href=\"#005\" name=\"005T\"><span class=\"notenr\">*<\/span><\/a> Voor deze gedichten\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 23]<\/div><p>geldt het adagium van Marsman over \u2018het geluk\/ van dertig woorden\/ stuk voor stuk\/ gezuiverd van den tijd.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Nu we toch bij Marsman zijn: de reviaanse pathetiek doet bij herhaling denken aan de dichter van het groots en meeslepend leven. Alleen is het een veeg teken dat de affiniteit het duidelijkst is in Reve&#8217;s mindere gedichten. Neem bijvoorbeeld \u2018In Uw handen\u2019, een vooruitblik op de dood. Midden in dat gedicht staan de volgende drie regels: \u2018Dan piept opeens zijn stem, als uit het stof,\/ en klauwt zijn lege hand naar &#8216;t arme hart,\/ waar nu het mes in staat van God.\u2019 Ik kan er niets aan doen, maar hoe vaker ik deze passage lees, des te sterker moet ik denken aan het slot van Marsmans \u2018Les soldats de Dieu\u2019 (\u2018arm hart, arm hart.\/ dappere, dappere citadel.\/ nog \u00e9en nacht, nog \u00e9en uur, nog \u00e9en tel.\u2019) en aan het legendarische mes (\u2018G\u00e9\u00e9f mij een mes!\u2019) uit \u2018Lex barbarorum\u2019. Bij deze twee reminiscenties blijft het overigens niet. Het stevige en stabiele ritme van Reve&#8217;s po\u00ebzie, ongebonden aan metrische schema&#8217;s, rijm en gefixeerde versvormen, doet sterk denken aan de belangrijkste bouwsteen van Marsmans gedichten. En het marsmaniaanse timbre vind ik terug in de slotregels van \u2018De wijsheid in de kan\u2019, afkomstig uit <i>Het zingend hart:<\/i> \u2018De dronk valt slecht. Er rijzen vragen. Hoe lang nog?\/ Worden wij uitgewist, zodat wij nooit bestonden?\u2019 Men vergelijke daarmee \u2018Zinkend schip\u2019: \u2018ik heb geleerd\/ dat in den dood\/ de ziel zal stijgen\/ levensgroot\/\/of dalen\/ in het schimmenrijk\/ en falen\/ onherroepelijk\/\/en dat al wat\/der wereld is\/ een waan is, een bekommernis.\u2019 Of \u2018De overtocht\u2019: \u2018nu zijn wij bijna vergaan\/ &#8211; is dat licht het paradijs?\/ nu zijn wij bijna vergaan\/ &#8211; is dan alles voorgoed voorbij?\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Bij het doortrekken van de vergelijking tussen Marsman en Reve zou ik nog kunnen wijzen op beider fascinatie voor de dood (al moet ik daar meteen aan toevoegen dat Marsman zich verzet waar Reve wordt aangetrokken), maar misschien moet ik voor het moment volstaan met de constatering dat de balans op alle punten doorslaat in het voordeel van laatstgenoemde. Ik keer terug naar het niet eens zo goede gedicht \u2018In Uw handen\u2019 dat ik daarstraks al gebruikte bij het trekken van de parallel. Na allerlei regels die er naast zijn, omdat Reve ze te dik heeft aangezet (\u2018bulderende branding van gelach\u2019; \u2018klauwt zijn hand naar &#8216;t arme hart,\/waar nu het mes in staat van God\u2019) komt er plotseling een suggestieve passage. \u2018Een flits, van droevig speelgoed, droeve sneeuw\/ en droef lantarenlicht.\u2019 Dat sneeuw en lantarenlicht droef kunnen zijn, is niet zo vreemd; zulke combinaties doen zelfs aan als een stereotiep van wat \u2018po\u00ebtisch\u2019 is. Maar speelgoed? Nee dus. En door dat onverwachte van droef speelgoed worden ook\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 24]<\/div><p>die droeve sneeuw en dat droef lantarenlicht veel minder vanzelfsprekend. Wat hier plotseling opdoemt is de spleen van Baudelaire en andere gedoemde dichters, de atmosfeer van ledigheid en verveling, die wordt bepaald door het \u2018weer van alle mensen\u2019. Deze zo typisch reviaanse ambiance wordt concreet in een vast en klein bestand aan beelden. Het mooiste voorbeeld daarvan is \u2018Gezicht op Kerstmis\u2019.<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Herfstnevels. De nutteloze geilheid der namiddagen.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">De getuchtigde kapper. De geknielde pianist.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Een opbeurend woord hier, een kwinkslag daar,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">zo gaat het tenslotte, het leven stelt zijn eisen.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">En dan, tussen twee invallen van de politie, de dichter<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">of schrijver, of allebei, of geen van beide, S.V.,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">die mij verzoekt, hem te vereeuwigen in een geschrift.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">\u00a0<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Ik wil een gedicht schrijven op God zijn verjaardag:<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">wanhopig drinkend onder keukenlicht<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">zie ik U buiten, Zegevierende,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Zoon, die de Dood zijt, Troost, Vergetelheid.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Behalve de aanwezigheid van de \u2018d\u00e9mon du midi\u2019 valt er nog iets anders in dit gedicht te signaleren. Dat zijn de woorden \u2018gezicht\u2019 in de titel, en de verbogen vorm van \u2018zien\u2019 in de voorlaatste regel. \u2018Zien\u2019 is in Reve&#8217;s oeuvre het sleutelwoord. Ik stelde al vast dat het daarbij niet gaat om waarnemen of observeren zonder meer, maar om iets dat opgesloten ligt in de term \u2018gezicht\u2019, en dat raakt aan de bovenzinnelijke ervaring. Datgene wat wordt gezien, is opgenomen in een schouwende blik die het Al omvat. Of om het te zeggen in de woorden van het gedicht \u2018Altijd wat\u2019, dat de reeks \u2018Nader tot U\u2019 opent: \u2018De dag verheft zich, en ik zie\/ Uw gruwelijke Majesteit.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u2018Zien\u2019 bij Reve is bovendien synoniem met het opgenomen zijn in de liefde Gods (die tegelijkertijd de liefde van het schouwende ik is, want zoals duidelijk zal zijn is Reve&#8217;s Godsbeeld gebaseerd op de religieuze projectie van eigen preoccupaties). Met hoeveel vrucht hij Vestdijks roman <i>De ziener<\/i> gelezen heeft, valt lastig na te gaan, maar het begluren van jongens, een frequent opduikend motief in Reve&#8217;s dicht en ondicht, doet sterk denken aan de liefdevolle praktijken van de koppelende voyeur Le Roy. En tenslotte behelst het zien ook het mystieke visioen, dat volgens het revistische recept altijd het aardse en het hemelse, het sacrale en het profane\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 25]<\/div><p>bijeenbrengt. Er is geen verschil tussen de droom waarin de dichter zijn gestorven moeder van aangezicht tot aangezicht mag aanschouwen (\u2018eindelijk eens goed gekleed\u2019 en met \u2018kralen om die goed pasten bij haar jurk\u2019), en de openbaring waarin de Maagd Maria zich geeft \u2018aan een jonge Soldaat die eenzaam was zonder moeder\/ en het nog nooit gedaan had bovendien.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Nog duidelijker worden de onderlinge betrekkingen van hemel en aarde in \u2018Een nieuw Paaslied\u2019, het gedicht waarin hij zijn godsbeeld voor het eerst publiekelijk onder woorden bracht. Hier noch elders is het Reve te doen om een literair-technische kunstgreep, maar om de uitdrukking van een wereldbeeld. Tot in de slotregels (\u2018Ik wilde wel naar een of andere avondmis,\/maar er was er geen.\u2019), die aangeven dat de religieuze ervaring onmogelijk op een adequate manier beleefd kan worden, is dit gedicht reviaans. Het sluit aan bij het inzicht dat hij eens onder woorden bracht in een brief aan zijn biechtmoeder Josine M.: \u2018Het is de tragiek van bijna elke schrijver, dat hij de goudmijn van zijn eigen, schijnbaar triviale ervaringen en herinneringen, niet kan of wil zien. Ik zie nu eindelijk in, dat de majesteit Gods heel dicht bij huis, gewoonlijk in een met oude fietsbanden volgeworpen tuin, te zien en te ervaren is.\u2019 Enige tijd later wordt daar nog generaliserend aan toegevoegd: \u2018Ik zie overal God, hoe zal ik het zeggen, hij openbaart zich eigenlijk in alles, en niemand kan mij ooit beletten hem lief te hebben, die gedachte schenkt mij diepe troost.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Toen ik zoeven constateerde dat Reve&#8217;s beste gedichten voldoen aan Marsmans eis dat ze zijn \u2018gezuiverd van de tijd\u2019, heb ik misschien niet voldoende rekening gehouden met het feit dat ze op een bepaalde manier stevig in hun tijd verankerd zijn. Laten we nog even blijven stilstaan bij \u2018Een nieuw Paaslied\u2019. Dat gedicht begint zo: \u2018Zonder gedronken te hebben, prijs ik God.\u2019 Die regel speelt ongetwijfeld in op de mogelijkheid dat sommige lezers, vooral zij die een orthodoxe beleving van de christelijke godsdienst zijn toegedaan, geschokt zullen reageren. Dronkenschap en religieuze vervoering waren voordien alleen nog maar op elkaar betrokken door Reve&#8217;s voorbeeld Den Brabander. Pas veel later zou Reve zelf daar heel uitgesproken over dichten toen hij Christus als Bacchus portretteerde: \u2018Hoog heft Hij boven Zijn beschonken hoofd de tamboerijn\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Ook het vervolg van het gedicht zal destijds irritaties en gevoelens van gekwetstheid hebben opgewekt, waar nu voornamelijk hilariteit het resultaat is.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 26]<\/div>\r\n<div class=\"poem-small-margins\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Al voortwandelend in de benedenstad,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">denkend aan de Uiteindelijke Dingen,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">zag ik een jongen, vermoedelijk een Duitse toerist,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">en volgde hem terwijl ik dacht:<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">ik zal je voor je reet geven of als dat niet kan<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">sla mij dan maar,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">de hoofdzaak is dat we bezig zijn &#8211;<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>De hier beschreven queeste culmineert dan in een lofzang op God, die wordt aangeroepen als \u2018Meester, Slaaf en Broeder, Geslachte en Verrezen God\u2019, wiens majesteit de ik overtuigend gedemonstreerd vindt in het visioen op Bet van Beeren, \u2018aan een wit tafeltje\/ tegenover haar cafee gezeten, pogend met mes en vork\/ een makreel te openen om deze in de zon te eten.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De botsingen tussen het sacrale en het profane zijn het heftigst waar seks en de kern van de christelijke, dat wil zeggen rooms-katholieke, eredienst zo sterk op elkaar worden betrokken dat ze inwisselbaar zijn. De seksualiteit staat in het teken van het rituele offer; de verbinding tussen de twee wordt gelegd door de alle kloven overbruggende macht van de liefde. Van dit bij uitstek revistische credo wordt belijdenis afgelegd in \u2018Leve onze marine\u2019, zonder twijfel een van de stichtelijkste gedichten uit het totaal van 127 dat Reve op zijn naam heeft gebracht. Hier suggereert het woord \u2018zien\u2019 de drang om de aanbedene en het lichaam dat de ik hem als offer aanbiedt in \u00e9\u00e9n liefdevolle blik te omvangen. Reve verenigt hier de hoedanigheden van de \u2018eeuwige, enige, almachtige, onze God\u2019 uit <i>De avonden<\/i> (\u00e9n de God die zijn zoon ten offer brengt voor het heil der mensheid) met het signalement van Vestdijks gluurder-ziener Le Roy.<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Ik zou zo graag erbij zijn, schat, maar niet als jij je schaamt<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">dan hoeft het niet, en zal ik je nooit zien,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">verborgen naakt in trui en broek, verheven ruiter,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">aanbeden Dier, lief Broertje van me.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>De liefde die de ik ervaart in het brengen van het offer komt bovendien overeen met de gemeenschap die de gelovigen ervaren in het liefdemaal dat Jezus vierde met zijn jongelingen. Het is dit rituele liefdemaal dat wordt herdacht in en gesymboliseerd door het misoffer van brood en wijn. Daarbij herhaalt de priester de woorden die Jezus sprak: \u2018dit is mijn li-<\/p><div class=\"pb\">[p. 27]<\/div><p>chaam\u2019 en \u2018dit is mijn bloed\u2019, woorden die door Reve worden herhaald en die de verbinding leggen tussen het seksuele en het religieuze moment. (Helaas geeft een latere variant van dit gedicht \u2018lijf\u2019 in plaats van \u2018lichaam\u2019 geen verbetering, lijkt me.) Van hier naar het beeld van God als ezel met wie de ik gemeenschap heeft, of naar Christus die zijn hals aanbiedt zodat de ik zich als een vampier aan zijn bloed kan laven, of Maria die zich geeft als een veile deerne, is maar een kleine stap.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Voorbeelden als deze maken duidelijk met hoeveel vrucht Reve gebruik heeft weten te maken van het gewijde christelijke idioom, maar vooral ook van de op de Statenvertaling teruggaande tale Kana\u00e4ns die weerklinkt in de kerken op de Veluwe en de Zeeuwse en Zuidhollandse archipel. Deze stijl heeft zijn rijkste voedingsbodem in de Oudtestamenti-sche boeken van de Psalmen, Prediker, Job enjeremia. Hoewel Reve nooit zo letterlijk citeert als in \u2018Leve onze marine\u2019 is de bron van zijn woordkeus en frasering duidelijk zichtbaar. Ik denk vooral aan wendingen als \u2018Troost mij toch, o Geest, in diepe ontzetting, en omringd door Duisternis\u2019, of \u2018Al hebt Gij mij verworpen en verstoken van Uw Licht\u2019 (waarop typerend genoeg volgt \u2018ik ga gewoon door, alsof er niks aan de hand is\u2019) of \u2018Uw woord, dat niet voorbij gaat, zegt\/ dat ik slechts gras ben\u2019, enzovoort.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Een aan de antieke retor Longinus toegeschreven uitspraak maakt al gewag van het po\u00ebtisch flu\u00efdum van de psalmen. In de Statenvertaling is dat flu\u00efdum niet alleen behouden, het heeft zich ook meegedeeld aan de andere Bijbelboeken. Als kind heb ik, net als veel andere Nederlanders van mijn generatie en vele voorgaande geslachten, de dagelijkse Bijbellezing meegemaakt, volgens een bepaalde traditie gepresenteerd als het toetje bij de dagelijkse maaltijden. De orthodox-calvinistische gewoonte getrouw, ging dat op dezelfde slepende wijs als waarmee des zondags de kerkzangen ten gehore werden gebracht, met dien verstande dat aan het einde van elke zin de stem vragend omhoog ging, als het ware naar God zelf toe. Voor het kind dat ik was werkten deze recitatieven als bezwerende zangen. De archa\u00efsche Statenvertaling, daterend uit de eerste helft van de zeventiende eeuw, stond een goed begrip van de inhoud in de weg, maar verhoogde het effect van de incantatie. Wat het gregoriaans voor de katholieken was (getuige de uitlatingen van Michel van der Plas en Kees Fens denken ze er nog vaak met heimwee aan terug), dat was de Bijbellezing voor mij. Ik begreep er niet veel van, maar dat onbegrip verhoogde juist de fascinatie die elk mysterie nu eenmaal eigen is. Iets van die bekoring ervaar ik ook bij Reve, die ik om die reden (maar ook vanwege het feit dat ik hem een in\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 28]<\/div><p>schuldbesef verstrikte dualist vind) eerder een protestants dan een katholiek auteur zou willen noemen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De stilistische inslag van de Statenvertaling is terug te vinden bij tal van Nederlandse schrijvers, van Multatuli tot Maarten &#8216;t Hart. Ze is ook aanwezig in het werk van jongere dichters als Kees Ouwens en Anton Korte-weg. Ze horen bij mijn favorieten omdat hun po\u00ebzie dezelfde spanning van pathos en ironie kent die je ook bij Reve vindt. Het is dan ook geen toeval dat hun dichterschap mede aan <i>Nader tot U<\/i> is ontbrand.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In zijn debuutbundel <i>Arcadia<\/i> (1968) getuigde Kees Ouwens van een nog completer revisme dan de meester zelf, door de tragikomische anekdotiek van <i>De avonden<\/i> te combineren met het ge\u00efroniseerde pi\u00ebtisme van de latere po\u00ebzie. Een duidelijk voorbeeld is \u2018Onder het lamplicht\u2019, met regels als<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">En wanneer ik thuis kom, red<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">mij dan, o, Heer, want ik moet twee trappen op<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">en als ik, onder het felle lamplicht, het aanrecht zie,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">met de gebruikte koffiekopjes,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">is alles verloren.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>De religieuze inslag die Ouwens&#8217; po\u00ebzie van stond af aan eigen is geweest, manifesteert zich in <i>Arcadia<\/i> in de bijbelse, dan wel christelijke benoeming (\u2018onbevlekte ontvangene\u2019, het &#8211; brandende &#8211; braambos, het hert in de doornstruiken e.d.) van het absolute dat de ik najaagt.<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">In uw naam begeef ik mij in het zomerse land.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Ik ben te voet, dit keer gekleed in<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">een grijze broek.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Bij een braambos stokt mijn adem.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Daarom staar ik op het asfalt.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Nu hijgt mijn adem weer en<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">omklemt mijn hand uw keel,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">nog voordat ik weet, dat u het bent,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">de onbevlekt ontvangene, de heilige maagd<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">uit mijn droom.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>De context van de bundel maakt duidelijk dat de verschijning van de maagd zich alleen in het dichterlijk visioen voordoet. Als hardnekkig \u2018masturbant\u2019 is het alter ego van Ouwens immers \u2018zichzelf genoeg\u2019; hem is\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 29]<\/div><p>\u2018niet duidelijk wat er naast\/het eigen lichaam nog te beleven valt.\u2019 De omklemde keel is dus niets anders dan het eigen lid. Ook al loopt hij \u2018met God halverwege mijn hersenen\/en het hiernamaals als een diploma in mijn binnenzak\u2019, uiteindelijk draait de jacht op de onbereikbare altijd weer uit op de soloseks, die iedere verschijning van de andere werkelijkheid terugbrengt tot een spiegelbeeld.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Kenmerkend voor Ouwens&#8217; latere ontwikkeling is dat alles wat aan de oppervlakte aan Reve herinnerde &#8211; de anekdotiek, de ironie die menigmaal naar lolbroekerij doorschiet &#8211; plaats maakte voor een verdieping van de door Reve ge\u00efnspireerde thematiek. En ook hierin gaat Ouwens verder dan zijn vroegere voorbeeld. Het narcistisch ik dat in zijn gedichten aan het woord komt, is zich er van bewust dat alle mogelijkheden tot spiegeling en projectie zijn weggevallen, zodat zelfs een God naar eigen beeld en gelijkenis, zoals Reve zich die schiep, niet langer voldoet. Wat in Ouwens&#8217; po\u00ebzie echter gebleven is, is de bezwerende toon die voortkomt uit een geraffineerd gebruik van gedragen taal. Geheel gemodelleerd naar de litanieachtige structuur is het gedicht \u2018Ik was geen jongen meer\u2019 uit de recente bundel <i>Droom.<\/i>\r\n<\/p>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Zo ben ik voortgekomen uit het laatste oorlogsjaar en groot<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">werd ik in de wederopbouw<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">In het kaartenhuis daarna van de overvloed heb ik<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">gewoond<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Onder het dak van de illusie ben ik<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">schuilgegaan<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">In de luwte van de welvaartsstaat heb ik mijn tijd verdaan<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">tot ik geen jongen was meer maar een man en<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">ook al weigerde ik die laatste staat<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">de kaarten zijn opnieuw geschud<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">het huis is afgebroken en als gewordene werd ik<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">desolaat<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Mijn andere voorbeeld is Anton Korteweg. In zijn eerste drie bundels schreef hij voornamelijk \u2018anecdotische\u2019 po\u00ebzie, waarin het bijbelse taalgebruik vrijwel exclusiefin parodi\u00ebrende zin werd aangewend. Een van de weinige uitzonderingen is te vinden in <i>De stormwind van zijn hand<\/i> (1975). Het is een gedicht dat verwijst naar het opschrift (\u2018God roept u\u2019) van een Leidse, inmiddels alweer gesloopte, nieuwbouwkerk.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 30]<\/div>\r\n<div class=\"poem-small-margins\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">In koele neonletters schrijft U elke avond<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">vanaf het hoge dak der Goede Herder-kerk<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">dat U mij roept. Ik roep U ook wel eens,<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">maar uit de diepte. Schreeuwend. Met mijn stem.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>Nadat Korteweg zeven jaar had gezwegen debuteerde hij opnieuw met <i>Tussen twee stilten.<\/i> Gebruikte hij de ironie voordien nog als een nooduitgang die werd geforceerd om niet al te openlijk de dupe van de half beleden, half verzwegen weltschmerz te worden, in zijn vierde bundel durfde hij het risico van het pathos aan, en bewees toen pas met recht dat hij de reviaanse leerschool met vrucht had doorlopen. Om dat te illustreren citeer ik een laatste gedicht. Net als Ouwens is Korteweg hier geslaagd in het diffuus maken van het onderscheid tussen hemelse en aardse liefde, of het verlangen daarnaar.<\/p>\r\n\r\n<h4>Weerzien<\/h4>\r\n\r\n<div class=\"poem\">\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Als we elkaar nog eens ontmoeten, je<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">komt op me af, stralender en mooier dan ooit &#8211;<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">dat het dan je verwachting is<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">die wat ik nooit weten mocht<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">uitschreeuwt in mij: hoe ik je heb gezocht.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<div class=\"\n\t\t\t\tline\n\t\t\t\t\">\r\n<div class=\"line-nr\">\u00a0<\/div>\r\n<div class=\"line-content-container\">\r\n<div class=\"line-content\">Jij bent het, jij die ik nooit heb gekend.<\/div>\r\n<\/div>\r\n<\/div>\r\n\r\n<\/div>\r\n\r\n<p>De psalmodi\u00ebrende en bezwerende toon die Reve in zijn beste gedichten tot een kracht is geweest, heeft hem in zijn mindere werk verleid tot de orgelende toon die we aantroffen in de bidprentjeskitsch en de Mariadevotie. De sterke punten van een dichter kunnen al gauw zijn zwakke worden, zodra hij zijn maat niet meer kent. En die maat was bij de dualist Reve altijd de spanningsboog tussen twee sferen die niet met elkaar verzoend mochten worden. Hij is nu eenmaal niet de dichter van de triomferende kerk, maar bezit de stem eens roependen in de woestijn, een buitenstaander die moet profeteren en getuigen van zijn onvermogen hemel en hel met elkaar te verzoenen. De grensverleggende en normdoorbrekende manier waarop hij dat in zijn proza, maar vooral ook in zijn po\u00ebzie heeft gedaan, maakt hem tot een groots en vernieuwend dichter.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">De vernieuwing heb ik aan proberen te geven door te laten zien hoe hij ook als dichter schoolgemaakt heeft. Een vernieuwer van de po\u00ebtische\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 31]<\/div><p>middelen of de dichterlijke taal is hij niet geweest; in dat opzicht zijn Ouwens en Korteweg in hun latere werk zeker verder gegaan.<\/p>\r\n\r\n<\/div><div class=\"wp-block-column dbnl-rechts is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:33.33%\"><div id=\"noten-apparaat\"><div class=\"interp\">\n<h3>Over dit hoofdstuk\/artikel<\/h3>\n<p><label>auteurs<\/label><\/p>\n<p> <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=goed004\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Jaap Goedegebuure<\/a><\/p>\n<p>over  <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=reve002\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Gerard Reve<\/a><\/p>\n<p>over  <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=kort006\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Anton Korteweg<\/a><\/p>\n<p>over  <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=ouwe004\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Kees Ouwens<\/a><\/p>\n<br><p><label>datums<\/label><\/p>\n<p><a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/calendarium\/?d=19880421\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">21 april 1988<\/a><\/p>\n<br>\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-004\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#004T\" name=\"004\"><span class=\"notenr\">*<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Tekst van een lezing, gehouden op 21 april 1988, voor KREA te Amsterdam.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><div class=\"notes-container\" id=\"noot-005\">\r\n<div class=\"note\">\r\n<dl>\n<dt>\r\n<a href=\"#005T\" name=\"005\"><span class=\"notenr\">*<\/span><\/a>\r\n<\/dt>\r\n<dd>Overigens is het ontbreken van Reve in <i>Duizend en enige gedichten<\/i> niet aan Komrij te wijten. Net als Annie M.G. Schmidt, Louis Th. Lehmann weigerde de dichter zijn toestemming.<\/dd>\r\n<\/dl>\n<\/div>\r\n<\/div><\/div><\/div><\/div>","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>[p. 16] Jaap Goedegebuure Uit de diepten heb ik geroepen (Over de po\u00ebzie van Gerard Reve)* Wanneer een schrijver ingang heeft gevonden in de spreektaal, kun je met recht zeggen dat hij klassiek is. De Nederlandse literatuur mist een figuur als Shakespeare, die het Engels met tal van staande uitdrukkingen verrijkte. Maar in plaats daarvan&#8230; <a class=\"more-link\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jaap-goedegebuureuit-de-diepten-heb-ik-geroepenover-de-poezie-van-gerard-reve\/\">Lees verder <span class=\"read-more-arrow\"><\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","class_list":["post-301978","dbnl","type-dbnl","status-publish","hentry"],"acf":[],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO plugin v26.4 - https:\/\/yoast.com\/wordpress\/plugins\/seo\/ -->\n<title>Jaap Goedegebuure  Uit de diepten heb ik geroepen  (Over de po\u00ebzie van Gerard Reve) &#183; Uitgeverij Van Oorschot<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jaap-goedegebuureuit-de-diepten-heb-ik-geroepenover-de-poezie-van-gerard-reve\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"Jaap Goedegebuure  Uit de diepten heb ik geroepen  (Over de po\u00ebzie van Gerard Reve) &#183; Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"[p. 16] Jaap Goedegebuure Uit de diepten heb ik geroepen (Over de po\u00ebzie van Gerard Reve)* Wanneer een schrijver ingang heeft gevonden in de spreektaal, kun je met recht zeggen dat hij klassiek is. De Nederlandse literatuur mist een figuur als Shakespeare, die het Engels met tal van staande uitdrukkingen verrijkte. Maar in plaats daarvan... Lees verder\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jaap-goedegebuureuit-de-diepten-heb-ik-geroepenover-de-poezie-van-gerard-reve\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"article:modified_time\" content=\"2021-06-04T14:09:11+00:00\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"30 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\/\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jaap-goedegebuureuit-de-diepten-heb-ik-geroepenover-de-poezie-van-gerard-reve\/\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jaap-goedegebuureuit-de-diepten-heb-ik-geroepenover-de-poezie-van-gerard-reve\/\",\"name\":\"Jaap Goedegebuure Uit de diepten heb ik geroepen (Over de po\u00ebzie van Gerard Reve) &#183; Uitgeverij Van Oorschot\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\"},\"datePublished\":\"1988-12-31T23:00:04+00:00\",\"dateModified\":\"2021-06-04T14:09:11+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jaap-goedegebuureuit-de-diepten-heb-ik-geroepenover-de-poezie-van-gerard-reve\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jaap-goedegebuureuit-de-diepten-heb-ik-geroepenover-de-poezie-van-gerard-reve\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jaap-goedegebuureuit-de-diepten-heb-ik-geroepenover-de-poezie-van-gerard-reve\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"DBNL\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"Jaap Goedegebuure Uit de diepten heb ik geroepen (Over de po\u00ebzie van Gerard Reve)\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\",\"name\":\"Uitgeverij Van Oorschot\",\"description\":\"\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"Jaap Goedegebuure  Uit de diepten heb ik geroepen  (Over de po\u00ebzie van Gerard Reve) &#183; Uitgeverij Van Oorschot","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jaap-goedegebuureuit-de-diepten-heb-ik-geroepenover-de-poezie-van-gerard-reve\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"Jaap Goedegebuure  Uit de diepten heb ik geroepen  (Over de po\u00ebzie van Gerard Reve) &#183; Uitgeverij Van Oorschot","og_description":"[p. 16] Jaap Goedegebuure Uit de diepten heb ik geroepen (Over de po\u00ebzie van Gerard Reve)* Wanneer een schrijver ingang heeft gevonden in de spreektaal, kun je met recht zeggen dat hij klassiek is. De Nederlandse literatuur mist een figuur als Shakespeare, die het Engels met tal van staande uitdrukkingen verrijkte. Maar in plaats daarvan... Lees verder","og_url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jaap-goedegebuureuit-de-diepten-heb-ik-geroepenover-de-poezie-van-gerard-reve\/","og_site_name":"Uitgeverij Van Oorschot","article_modified_time":"2021-06-04T14:09:11+00:00","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"30 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jaap-goedegebuureuit-de-diepten-heb-ik-geroepenover-de-poezie-van-gerard-reve\/","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jaap-goedegebuureuit-de-diepten-heb-ik-geroepenover-de-poezie-van-gerard-reve\/","name":"Jaap Goedegebuure Uit de diepten heb ik geroepen (Over de po\u00ebzie van Gerard Reve) &#183; Uitgeverij Van Oorschot","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website"},"datePublished":"1988-12-31T23:00:04+00:00","dateModified":"2021-06-04T14:09:11+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jaap-goedegebuureuit-de-diepten-heb-ik-geroepenover-de-poezie-van-gerard-reve\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jaap-goedegebuureuit-de-diepten-heb-ik-geroepenover-de-poezie-van-gerard-reve\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/jaap-goedegebuureuit-de-diepten-heb-ik-geroepenover-de-poezie-van-gerard-reve\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"DBNL","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"Jaap Goedegebuure Uit de diepten heb ik geroepen (Over de po\u00ebzie van Gerard Reve)"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/","name":"Uitgeverij Van Oorschot","description":"","potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"}]}},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl\/301978","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/dbnl"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=301978"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=301978"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}