{"id":302288,"date":"1991-01-01T00:01:23","date_gmt":"1990-12-31T23:01:23","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/dbnl\/poeziekroniek-34\/"},"modified":"2021-06-04T15:41:35","modified_gmt":"2021-06-04T14:41:35","slug":"poeziekroniek-34","status":"publish","type":"dbnl","link":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/poeziekroniek-34\/","title":{"rendered":"Po\u00ebziekroniek"},"content":{"rendered":"<div class=\"wp-block-columns alignwide is-layout-flex wp-container-core-columns-is-layout-9d6595d7 wp-block-columns-is-layout-flex\"><div class=\"wp-block-column dbnl-links is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:66.66%\">\r\n\r\n <interp type=\"primair\" value=\"lies003\"><\/interp><interp type=\"secundair\" value=\"rode006\"><\/interp><div class=\"pb\">[p. 472]<\/div>\r\n<a name=\"78\"><\/a>\r\n<h3>Po\u00ebziekroniek<\/h3>\r\n\r\n<p>\u2018Rodenko&#8217;s volzinnen zijn zwaar als gesmolten olifantenvet of vertaald Duits, ze zijn van elke humor gespeend, overladen met gerelativeerde termen, buitenlandse autoriteiten, naar de exacte wetenschappen scheelogende beeldspraak en aan de geesteswetenschappen ontleende toverformules. [&#8230;] Stop honderd barbaarse woorden en een Duitse grammatica in een electronische rekenmachine en wat komt eruit? Een essay van Paul Rodenko.\u2019 Scherpe formuleringen van Willem Frederik Hermans uit <i>Mandarijnen op zwavelzuur<\/i>, die dan ook steeds weer geciteerd worden. Zijn ze waar? Gaat deze uitspraak op voor, zo niet alle, dan toch een aantal essays? Ja. Dat de essays van Rodenko soms lastig lezen en zich pas na een taai gevecht laten veroveren, ligt in veel gevallen aan het jargon en de houten stijl. Een opeenvolging van begrippen als \u2018fysiologisch communisme\u2019, \u2018diversifi\u00ebrende superstructuren\u2019, \u2018inaniteiten\u2019, \u2018experimenterend oneigenlijk-zijn\u2019, \u2018topologische consideraties\u2019, \u2018oscilleren tussen eigenlijkheid en oneigenlijkheid\u2019, \u2018katexochen\u2019 (alle in een ruim vijf bladzijden tellend stukje over Dylan Thomas) doet je op den duur vermoeden dat je in het verkeerde vak bent beland. Is de uitspraak van Hermans het laatste oordeel? Neen. Zeker nu wij vanaf enige afstand kunnen oordelen over de betekenis van Rodenko als essayist en begeleider van de naoorlogse Nederlandse dichtkunst, zou het van \u2018inaniteit\u2019 getuigen Rodenko alleen om zijn loodzware stijl te verwerpen. Hermans is zich er trouwens van bewust dat hij maar \u00e9\u00e9n accent van Rodenko belicht met zijn uitspraak. Hij merkt op dat de essayistiek van Rodenko \u2018ontaard is in dit zwaarmoedig gemodder\u2019, dat eerdere essays iets verbluffends bezaten en, elders, \u2018het uitstekend essay van Rodenko\u2019. Na deze inleidende opmerkingen wil ik geen kwaad woord \r\nmeer over de essays van Rodenko schrijven.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Paul Rodenko <i>Verzamelde essays en kritieken<\/i>: een mooi, gebonden boek, 600 pagina&#8217;s dik. De argeloze koper die op kaft en titelpagina afgaat en meent met deze aanschaf al het essayistisch werk van Rodenko in huis te\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 473]<\/div><p>hebben zij gewaarschuwd. Dit is het eerste deel. Hierin slechts die essays die door Rodenko zelf gebundeld zijn of die als uitzonderlijke uitgave zijn verschenen. <i>Over Hans Lodeizen, Tussen de regels, De sprong van M\u00fcnchhausen<\/i> en <i>Op het twijgje der indigestie.<\/i> Behalve weer de essays uit die bundels die speciaal handelen over Gerrit Achterberg of over de experimentele po\u00ebzie. Want met de essays over die beide onderwerpen zal straks deel twee gevuld zijn. Dan wacht ons nog een derde deel met de ongebundelde literaire essays en een vierde met de ongebundelde kritieken. Over de zin van deze indeling zal pas achteraf gesproken kunnen worden. Belangrijk lijkt mij dat er opnieuw belangstelling is voor iemand die lang en consequent over po\u00ebzie heeft geschreven en die voor dat velen begrepen wat er aan de hand was, een helder beeld gekoesterd moet hebben van de wegen die de po\u00ebzie in Nederland en daarbuiten zou gaan volgen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Vanaf de eerste letter van deze verzameling wordt duidelijk hoe serieus Rodenko dacht over de po\u00ebzie en welke belangrijke plaats hij de po\u00ebzie toeschreef in de ruimte van het volledig leven.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Het eerste essay klinkt of het vandaag geschreven is en niet in september 1953. \u2018Men heeft weleens &#8211; hetzij met spijt, hetzij met leedvermaak &#8211; beweerd dat [&#8230;] de po\u00ebzie [&#8230;] wel vanzelf uit ons cultuurpatroon zou verdwijnen. Men wees daarbij onder andere op de toenemende \u201converstaanbaarheid\u201d van de moderne po\u00ebzie en op het feit dat deze meer en meer een onderonsje van vakgenoten was geworden: dichters, zo zei men, schrijven tegenwoordig eigenlijk alleen maar voor enkele bevriende mededichters.\u2019 Men ziet: er is weinig nieuws onder de dichtzon. Deze zwartkijkers gaat Rodenko met de volgende redenering te lijf. Een cultuur berust op een spanningsverhouding en wordt beheerst door de wetten van de cybernetica: een te sterk accent op de techniek roept automatisch de tegenwerking van irrationele, instinctieve krachten op en vice versa. Op iets kleinere schaal is een identieke wisselwerking waarneembaar tussen de natuurwetenschappen en de po\u00ebzie. Ze versterken elkaar en kunnen niet buiten elkaar. Naarmate de wetenschap abstracter wordt, zuigt de po\u00ebzie sterker \u2018de antropomorfe elementen van de contemporaine denkhorizon\u2019 naar zich toe. De mens wil zijn wereld met beelden stofferen en als de wetenschap abstracter wordt zal de po\u00ebzie beeldrijker worden. Dat houdt in dat bij verdwijning van de po\u00ebzie de wetenschap zou \u2018verwilderen\u2019, onjuiste beeldvorming zou opnemen. En is het niet het gedicht zelf dat de man van de straat het leven leefbaar maakt dan zijn het wel de van dat\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 474]<\/div><p>gedicht afgeleide verschijnselen als humor en taal. Tot zover Rodenko&#8217;s verhaal.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Beeldvorming: het kan op vele manieren en je kan je afvragen of de po\u00ebzie niet van zijn beeldvormingstaak is ontdaan. Kan de po\u00ebzie op tegen de film of tegen de reclame? In dit Europa waar in de Parijse metro ter waarschuwing bij de deuren een plaatje geplakt is met een konijn in tuinbroek die zijn poot knelt en waar de scholier zijn liefdesbrieven gedicteerd krijgt door Joop Klepzeiker lijkt de po\u00ebzie een anachronisme. Po\u00ebzie is geworden tot een van de vele mogelijkheden; bij Rodenko staat de po\u00ebzie nog in het centrum.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Anachronisme of niet, po\u00ebzie is tegenover wetenschap wel de zuiverste beeldvormer. Allebei elitair, allebei secuur geboekstaafd, allebei bron van datgene waar men dagelijks mee te maken krijgt: werk en taal. Dat de wetenschapper er goed van eet en de dichter van zijn royalty nauwelijks zoethout kan kauwen is economisch verantwoord. Men legt zich daar bij neer. Maar dat lezers en dichters accepteren dat er telkens weer te horen is dat po\u00ebzie een nutteloze zaak is, een tijdverdrijf voor vriendenclubs, zelfs als kunstvorm achterhaald en onbegrijpelijk, dat we ons telkens weer een oor laten aannaaien door die praatjes, dat is onaanvaardbaar. Dat had Rodenko prima in de gaten.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Nadat hij de po\u00ebzie zo heeft teruggeplaatst op de hoge console waar zij hoort, komt Rodenko er telkens verfijnend op terug. In het essay <i>Wat is po\u00ebzie?<\/i> wijst hij op de structuur van onze westerse wereld waarin sommige begrippen domweg belangrijk gevonden worden omdat ze vooraan staan als de vraag \u2018wat heb ik eraan\u2019 beantwoord moet worden. Gesprekken met jonge mensen anno 1991 maken duidelijk dat dit patroon steeds sterker dreigt te worden. Die prominente positie van het nut levert een flink gezichtsbedrog op en de taak van de po\u00ebzie is het corrigeren van dat bedrog. Een pagina verder wijst hij op het steeds sterker onvermogen voorwerpen waar te nemen; men ziet slechts werktuigen, \u2018dingen-om-te\u2019. Een om-te-perspectief waarin de hi\u00ebrarchie der driften de hi\u00ebrarchie der waarden bepaalt. Kunst moet ons van dit perspectief losmaken.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Zo&#8217;n houding, zo&#8217;n ernstige weging van de po\u00ebzie, en nergens in het 600 pagina&#8217;s tellende boek geeft hij er ook maar even blijk van de po\u00ebtische zaak een gram lichter op te vatten, dwingt respect af. Uiteraard. Tegelijk is het angstaanjagend. Want iemand die po\u00ebzie zo opvat en haar ook op die wijze wil verdedigen, moet weten dat hij een gevecht aangaat dat nooit een einde zal kennen en altijd gestreden moet worden met de slechtst mo-<\/p><div class=\"pb\">[p. 475]<\/div><p>gelijke wapens en onder hoongelach van alle toeschouwers en bookmakers. Want hoe schamel klinkt het lied der dwaze bijen in vergelijking met het gestamp van de fabrieken en zonder blikken of blozen omschrijft de hedendaagse scholier een dichter als \u2018een lui met een brilletje op\u2019.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>En toch, lachwekkend als Don Quichot wordt Rodenko nergens; als iemand de po\u00ebzie met succes kon verdedigen dan is hij het wel geweest. Een verbluffend inzicht, zowel in de po\u00ebzie als fenomeen, als in de gedichten zelf van zijn tijdgenoten. Een groot deel van het boek wordt gevuld met besprekingen van po\u00ebziebundels die tussen 1950 en 1958 verschenen. Dat geen van de besprekingen ronduit negatief is, ligt uiteraard aan het feit dat het om gebundelde besprekingen gaat. Negatieve besprekingen schreef hij wel degelijk. Een noot herinnert aan de bespreking van een zekere Jan Olree: \u2018dit bundeltje slechte en kinderachtige versjes die alleen door hun onsamenhangendheid misschien \u201cmodern\u201d aandoen\u2019. En het eerste exemplaar van de reeks <i>De Windroos<\/i> waar hij zo naar uitgekeken had, noemt hij halfslachtig, naast goede regels \u2018het hele gamma van rijmelarij tot kolder.\u2019 Een blad voor de mond neemt hij beslist niet.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Van het allergrootste belang is Rodenko geweest als onvermoeibaar verdediger van de experimentelen. Het feit is bekend en ik kan me hier beperken tot de vermelding ook al omdat in dit boek slechts enkele besprekingen van bundels van Lucebert, Kouwenaar, Elburg en anderen zijn opgenomen en de grote stukken over de experimentele dichtkunst verplaatst zijn naar het tweede deel. Wat bovendien opvalt is de nuancering in de kritische arbeid van Rodenko. Zo bezeten zijn van de nieuwe dichtkunst en toch een open oog en een eerlijk oordeel hebben over de po\u00ebzie van niet of minder nieuwen: het lijkt nu soms vanzelfsprekend en gemakkelijk maar het moet in die tijd van \u2018wie niet voor mij is, is tegen mij\u2019 getuigd hebben van groot inzicht en een bijna judasachtige objectiviteit. De Judas van Vestdijk dan. De dichter Nes Tergast wordt verdedigd op zo&#8217;n manier dat ik mij ging afvragen of deze dichter niet nodig ontstoft moest worden. De weinige gedichten van hem die ik bezit, hebben het ongeluk getroffen door Komrij te zijn geplaatst tussen Van Ostaijen en Hendrik de Vries: alledrie geboren in 1896. Wie wordt zo niet doodgedrukt? Tergast dus, even onthouden. Nico Verhoeven, Hans Warren, J.B. Charles, Pierre Kemp, Maurits Mok, Leo Vroman, G.J. Resink, Van der Graft: natuurlijk vindt Rodenko ze niet allemaal even belangrijk en uit zijn besprekingen valt ook wel op te maken dat hij een sterk vermoeden\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 476]<\/div><p>had dat sommige namen snel uit de belangstelling zouden verdwijnen. Hij bespreekt ze allen met sympathie en geeft ze de aandacht die ze verdienen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Rodenko was door zijn opvoeding en zijn studie in Parijs internationaal geori\u00ebnteerd. Hij was zeer belezen. Zijn stukken over Artaud, Miller, Pound, Eliot, Henri Pichette moeten in het Nederland van vlak na de oorlog voor velen een openbaring zijn geweest.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Vele malen heeft hij een duidelijk inzicht gegeven in zijn idee\u00ebn over wat de kritische arbeid nu eigenlijk moest inhouden. Niet helemaal wars van biografie en psychologie om tot een beter begrip van de auteur te komen, vindt hij toch dat de criticus zich bezig moet houden met het gedicht en niet met de persoon van de dichter. Tegenover de gangbare kritiek die zich bemoeit met de gedachten, emoties en verlangens van de dichter en die het gedicht \u2018terugvertaalt\u2019 naar de bedoeling van de dichter, stelt hij een empirische po\u00ebziekritiek en een criticus als ingenieur die het gedicht als taalmachine onderzoekt en alle details analyseert om er achter te komen hoe de raderen in elkaar grijpen en welk effect het geheel produceert. Deze \u2018kille\u2019 benadering is hem aanvankelijk niet in dank afgenomen. Anderzijds kunnen we constateren dat Rodenko tezeer in psychologie ge\u00efnteresseerd was om het gedicht zuiver als een taalconstructie te zien en al snel knoopt hij aan zijn empirische kritiektheorie een tweede verhaal waarin de dichter zelf een plaats krijgt. Niet als mens, niet als dichter met een biografie, maar wel als dichter en maker van dit speciale gedicht. Hij splitst de dichter in \u2018de persoonlijkheid van de dichter\u2019 en de \u2018burgerlijke component\u2019 ervan. Het was een dappere stap in de goede richting, ook al kunnen wij jaren na Merlyn zeggen dat het allemaal wat halfslachtig klinkt. \u2018In het gedicht stijgt het dichterbestaan boven de accidentia van de biografie uit en wordt tot een zinvol paradigma van menselijk zijn. En dit lichtende paradigma is het, dat de empirische criticus boeit, niet de zieleroerselen, noch de meningen of intenties van de dichter, die slechts de slakken zijn van het scheppend vuur, waaruit het vers verrijst.\u2019, schrijft Rodenko aan het eind van zijn essay <i>Empirische po\u00ebziekritiek en de dichter.<\/i> Helemaal mee eens. Maar het zet ook de deur \r\nop een kier voor de vergelijking van de persoonlijkheid van de dichter met het al dan niet geslaagd geformuleerde paradigma van menselijk zijn. Wat nogal eens psychologische hoogstandjes oplevert. Altijd vanuit het gedicht, dat zeker, en nogmaals, de gedichten krijgen alle aandacht die ze verdienen, maar soms zijn we wel erg ver uit de buurt van het gedicht als taalmachine.<\/p>\r\n<div class=\"pb\">[p. 477]<\/div>\r\n<p>Vooral bij zijn verdediging van de experimentelen heeft hij telkens de vraag wat po\u00ebzie nu eigenlijk betekent betrokken.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Heel duidelijk heeft hij de inmiddels aanvaarde tegenstelling onder woorden gebracht, dat dichten voor vroegere generaties een proces was dat zich afspeelde in de geest, dat te maken had met de objectieve wereld van de idee\u00ebn: eerst een idee, of een geliefde of een verlangen, en dan werden daarbij de passende woorden gezocht. De experimentelen stoelen het dichten, uiteraard een geesteswerkzaamheid, op organische en zintuigelijke grondslagen. Dichten is maken van woorden, van taal, \u2018die niet gevoed wordt door abstracte vaagheden, maar die een zintuigelijke precisie nastreeft\u2019. En verderop: \u2018De experimentele po\u00ebzie is als iedere po\u00ebzie: vormgeving, maar waar de experimentelen vooral vorm willen geven aan bewustzijnslagen, die voor de ordenende geest nog voor een groot deel terra incognita zijn, kunnen zij met de traditionele dichtvormen, die corresponderen met reeds gestileerde, in een bepaald cultuurschema ge\u00efntegreerde gevoelens, weinig beginnen.\u2019 Altijd moet er dus een nieuwe po\u00ebzie geboren worden die op zoek gaat naar nieuwe vormen. Die po\u00ebzie heeft iets verwonderlijks, bevreemdends en zelfs schandaligs.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Dat de tegenstelling: vroegere po\u00ebzie start bij een idee, nieuwe po\u00ebzie start bij een woord, algemeen aanvaard is, zei ik wellicht iets te gemakkelijk. Zeker, degene die er over wil denken, hoor je zelden of nooit het tegendeel beweren. Maar of de gedichten die nu geschreven worden, zo overtuigend de triomf van de nieuwe po\u00ebzie verkondigen, waag ik bij een groot aantal te betwijfelen. En dan heb ik het uiteraard niet over de vorm. Terecht merkt Rodenko al op dat de experimentelen principieel tegen geen enkele vorm zijn gekant en er worden nu zowel \u2018experimentele sonnetten\u2019 geschreven als verouderde epigonistische vrije verzen. Neen, ik heb het over de vraag of er gaandeweg het schrijven iets gebeurt, of dat de schrijver er louter in slaagt zijn gedachte, geliefde, plezier of verdriet in al dan niet fraaie woorden te vangen. Hans Faverey, de strengste, de nieuwste, heeft duidelijk zijn plezier in het maken van een gedicht uitgesproken en daarbij vermeld dat degenen die in pijn en verdriet hun gedicht baarden te wantrouwen zijn. Waarom? Naar mijn vaste overtuiging omdat hij vermoedde dat die dichters op basis van verdrietige ervaringen hun werken schreven. Niet hadden begrepen wat de opdracht van de experimentelen van de jaren vijftig aan de po\u00ebzie uiteindelijk geweest was. Als we bovenstaande vraag als criterium hanteren bij de beslissing wie goede po\u00ebzie schrijven in dit decennium en wie niet, zouden we wellicht tot een\r\n<\/p><div class=\"pb\">[p. 478]<\/div><p>zinvolle en interessante deling kunnen komen. Want naast goede po\u00ebzie worden er ook veel produkten afgeleverd waarvan je het idee hebt dat ze als een zware en overtollige ballast de po\u00ebzie weer terugtrekken naar een stadium van lang geleden.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">In <i>Brief aan een kritische vriend<\/i> verbindt Rodenko de po\u00ebzie aan de anarchie. \u2018Ontstaan in \u00e9\u00e9n adem, synchroon, als historische parallelverschijnselen\u2019. Beide willen het vastgeroeste, het futloze, het clich\u00e9 ondermijnen en vernietigen. \u2018De permanente revolutie van het anarchisme en de moderne po\u00ebzie is het enige werkzame tegengif tegen mutisme, katatonie, apathie, slaapziekte, machtswellust, grootheidswaan, bureaucratisme en vetzucht\u2019. Hoger en idealistischer is de taak van de po\u00ebzie en tevens het belang ervan, niet vaak omschreven.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Toen Paul Rodenko deze tekst schreef was hij bijna aan het einde van zijn leven. Hoeveel moeite heeft het hem gekost de vlag van de po\u00ebzie zijn hele leven zo hoog, bijna boven zijn macht te dragen? De loodzware ernst van de essays doen bijna vergeten dat hij er ook lol in heeft gehad. Gelukkig hebben de essays een kolderieke pendant. Al vanaf 1964 bezit ik de <i>Vrijmoedige liefdesverhalen<\/i> in de bewerking van Rodenko. De verbazing waarmee ik die vreemde verhalen las, opwindend zonder pornografie te zijn (zoals de tekeningen van Peter Vos), bekend maar niet spanningsloos, spits en flauw, bewerking en origineel tegelijk. Meest verbijsterende was dat in deze op het zintuigelijke, lichamelijke geschreven verhalen om de bladzijde een lang gedicht werd geciteerd. Dat hoorde daar niet thuis, het leek een volstrekt belachelijke combinatie, maar het stoorde niet. Totdat je begreep dat de geciteerde po\u00ebzie perfect bij droeg aan de oosterse sfeer van de verhalen, niet voor niets ontbraken ze in het verhaal over Al-Merika en in de verhalen uit Itali\u00eb en Frankrijk, en totdat je er later achter kwam hoe zintuigelijk en lichamelijk de meeste van deze gedichten eveneens waren. Met overgroot plezier citeert Rodenko de po\u00ebzie en stelt hij de dichters voor: A&#8217;afjes de Egyptenaar, Abdoel Ed-Chornik, de dichteres die de Qasida voor de Voetstappen van de verre geliefde schreef, de dichter van de Bhang der Innerlijkheid, de dichter der jeugd de Lichtbrenger en Rodenko de sprookjesschrijver. Zonder op zijn minst de kennis van het bestaan van deze lichte kameelvoetige variant zijn de essays van Rodenko niet compleet.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Over veel meer gaan deze essays. Over de economische waarde van het boek, die Rodenko nog ondergeschikt achtte aan de inhoudelijke waarde; tegenwoordig lijkt vaak het omgekeerde het geval.<\/p>\r\n\r\n<div class=\"pb\">[p. 479]<\/div>\r\n<p>Over de beeldroman als het zwartste fascisme in de wereld van het boek. Mag dit al een overtrokken oordeel lijken, nog opvallender is dat Rodenko de beeldroman blijft zien als een literair probleem. De beeldroman heeft zich immers via de strip ontwikkeld in de richting van de beeldende kunst. Veel belangrijker dan de verhaaltjes zijn immers de tekeningen met technieken als bladvulling, perspectief, beweging en close-up versus overzicht.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Over de radio en de televisie als de <span class=\"small-caps\">a<\/span>&#8211; en de <span class=\"small-caps\">h<\/span>-bommen van de boekenwereld. In de boekenwinkel blijkt daar niets van en de elite blijft toch wel lezen.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Over de knusse, huisbakken adverteertechniek van het boekenbedrijf. Dat Rodenko dat scherp zag bewijst elke bladzijde van het jubileumboek van de <span class=\"small-caps\">cpnb<\/span> van 1990. \u2018Trek er op uit met een boek\u2019. Maar wat wil je in een tijd waarin \u2018luidruchtig gezelschap (schrijvers!) probeert touwtje te springen over het gordijnkoord van het Concertgebouw\u2019 en Juliana zich vermomd als goudvis met de eeuwige Chris Leeflang onderhoudt. \u2018Ook de meest experimentele dichter weet: een sigaar is geen experiment, maar een evenement.\u2019<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Over de radio, het hoorspel en het leesgedicht versus het radiofonisch gedicht. Dat radiofonisch gedicht is er gekomen, niet voor de radio maar op de podia van de voorleesavonden en de performances.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Over het zwaartepunt van de po\u00ebtische revolutie van de twintigste eeuw dat in Frankrijk zou liggen (Apollinaire, Tzara, Breton) waarbij de Angelsaksische po\u00ebzie buiten de ontwikkeling lijkt te staan. Dat onderschrijft nu niemand meer.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Over Eliot die behalve gelauwerd dichter ook een der elf bestgeklede mannen van het jaar was. Wat ik vreemd vind. Maar de Tailor&#8217;s Association kijkt wel uit een onbekend dichter uit te roepen tot vlaggedrager.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">Rodenko is al vijftien jaar dood en voor de po\u00ebzie valt dat nog steeds zeer te betreuren. Te hopen valt dat dit werk geen mausoleum zal worden maar een gids die er weer een lichtend vuur in jaagt.<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>\r\n<i>Tomas Lieske<\/i>\r\n<\/p>\r\n\r\n<p class=\"indent\">\u00a0<\/p>\r\n\r\n<p>Paul Rodenko. <i>Verzamelde essays en kritieken I.<\/i> Meulenhoff Amsterdam 1991.<\/p>\r\n\r\n\r\n<\/div><div class=\"wp-block-column dbnl-rechts is-layout-flow wp-block-column-is-layout-flow\" style=\"flex-basis:33.33%\"><div id=\"noten-apparaat\"><div class=\"interp\">\n<h3>Over dit hoofdstuk\/artikel<\/h3>\n<p><label>auteurs<\/label><\/p>\n<p> <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=lies003\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Tomas Lieske<\/a><\/p>\n<p>over  <a href=\"https:\/\/www.dbnl.org\/auteurs\/auteur.php?id=rode006\" target=\"_blank\" rel=\"noopener noreferrer\">Paul Rodenko<\/a><\/p>\n<br>\n<\/div><\/div><\/div><\/div>","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>[p. 472] Po\u00ebziekroniek \u2018Rodenko&#8217;s volzinnen zijn zwaar als gesmolten olifantenvet of vertaald Duits, ze zijn van elke humor gespeend, overladen met gerelativeerde termen, buitenlandse autoriteiten, naar de exacte wetenschappen scheelogende beeldspraak en aan de geesteswetenschappen ontleende toverformules. [&#8230;] Stop honderd barbaarse woorden en een Duitse grammatica in een electronische rekenmachine en wat komt eruit? Een&#8230; <a class=\"more-link\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/poeziekroniek-34\/\">Lees verder <span class=\"read-more-arrow\"><\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"featured_media":0,"comment_status":"closed","ping_status":"closed","template":"","class_list":["post-302288","dbnl","type-dbnl","status-publish","hentry"],"acf":[],"yoast_head":"<!-- This site is optimized with the Yoast SEO plugin v26.4 - https:\/\/yoast.com\/wordpress\/plugins\/seo\/ -->\n<title>Po\u00ebziekroniek &#183; Uitgeverij Van Oorschot<\/title>\n<meta name=\"robots\" content=\"index, follow, max-snippet:-1, max-image-preview:large, max-video-preview:-1\" \/>\n<link rel=\"canonical\" href=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/poeziekroniek-34\/\" \/>\n<meta property=\"og:locale\" content=\"en_US\" \/>\n<meta property=\"og:type\" content=\"article\" \/>\n<meta property=\"og:title\" content=\"Po\u00ebziekroniek &#183; Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"og:description\" content=\"[p. 472] Po\u00ebziekroniek \u2018Rodenko&#8217;s volzinnen zijn zwaar als gesmolten olifantenvet of vertaald Duits, ze zijn van elke humor gespeend, overladen met gerelativeerde termen, buitenlandse autoriteiten, naar de exacte wetenschappen scheelogende beeldspraak en aan de geesteswetenschappen ontleende toverformules. [&#8230;] Stop honderd barbaarse woorden en een Duitse grammatica in een electronische rekenmachine en wat komt eruit? Een... Lees verder\" \/>\n<meta property=\"og:url\" content=\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/poeziekroniek-34\/\" \/>\n<meta property=\"og:site_name\" content=\"Uitgeverij Van Oorschot\" \/>\n<meta property=\"article:modified_time\" content=\"2021-06-04T14:41:35+00:00\" \/>\n<meta name=\"twitter:card\" content=\"summary_large_image\" \/>\n<meta name=\"twitter:label1\" content=\"Est. reading time\" \/>\n\t<meta name=\"twitter:data1\" content=\"16 minutes\" \/>\n<script type=\"application\/ld+json\" class=\"yoast-schema-graph\">{\"@context\":\"https:\/\/schema.org\",\"@graph\":[{\"@type\":\"WebPage\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/poeziekroniek-34\/\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/poeziekroniek-34\/\",\"name\":\"Po\u00ebziekroniek &#183; Uitgeverij Van Oorschot\",\"isPartOf\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\"},\"datePublished\":\"1990-12-31T23:01:23+00:00\",\"dateModified\":\"2021-06-04T14:41:35+00:00\",\"breadcrumb\":{\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/poeziekroniek-34\/#breadcrumb\"},\"inLanguage\":\"en-US\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"ReadAction\",\"target\":[\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/poeziekroniek-34\/\"]}]},{\"@type\":\"BreadcrumbList\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/poeziekroniek-34\/#breadcrumb\",\"itemListElement\":[{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":1,\"name\":\"Home\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":2,\"name\":\"DBNL\",\"item\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/\"},{\"@type\":\"ListItem\",\"position\":3,\"name\":\"Po\u00ebziekroniek\"}]},{\"@type\":\"WebSite\",\"@id\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website\",\"url\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/\",\"name\":\"Uitgeverij Van Oorschot\",\"description\":\"\",\"potentialAction\":[{\"@type\":\"SearchAction\",\"target\":{\"@type\":\"EntryPoint\",\"urlTemplate\":\"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}\"},\"query-input\":{\"@type\":\"PropertyValueSpecification\",\"valueRequired\":true,\"valueName\":\"search_term_string\"}}],\"inLanguage\":\"en-US\"}]}<\/script>\n<!-- \/ Yoast SEO plugin. -->","yoast_head_json":{"title":"Po\u00ebziekroniek &#183; Uitgeverij Van Oorschot","robots":{"index":"index","follow":"follow","max-snippet":"max-snippet:-1","max-image-preview":"max-image-preview:large","max-video-preview":"max-video-preview:-1"},"canonical":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/poeziekroniek-34\/","og_locale":"en_US","og_type":"article","og_title":"Po\u00ebziekroniek &#183; Uitgeverij Van Oorschot","og_description":"[p. 472] Po\u00ebziekroniek \u2018Rodenko&#8217;s volzinnen zijn zwaar als gesmolten olifantenvet of vertaald Duits, ze zijn van elke humor gespeend, overladen met gerelativeerde termen, buitenlandse autoriteiten, naar de exacte wetenschappen scheelogende beeldspraak en aan de geesteswetenschappen ontleende toverformules. [&#8230;] Stop honderd barbaarse woorden en een Duitse grammatica in een electronische rekenmachine en wat komt eruit? Een... Lees verder","og_url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/poeziekroniek-34\/","og_site_name":"Uitgeverij Van Oorschot","article_modified_time":"2021-06-04T14:41:35+00:00","twitter_card":"summary_large_image","twitter_misc":{"Est. reading time":"16 minutes"},"schema":{"@context":"https:\/\/schema.org","@graph":[{"@type":"WebPage","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/poeziekroniek-34\/","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/poeziekroniek-34\/","name":"Po\u00ebziekroniek &#183; Uitgeverij Van Oorschot","isPartOf":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website"},"datePublished":"1990-12-31T23:01:23+00:00","dateModified":"2021-06-04T14:41:35+00:00","breadcrumb":{"@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/poeziekroniek-34\/#breadcrumb"},"inLanguage":"en-US","potentialAction":[{"@type":"ReadAction","target":["https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/poeziekroniek-34\/"]}]},{"@type":"BreadcrumbList","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/poeziekroniek-34\/#breadcrumb","itemListElement":[{"@type":"ListItem","position":1,"name":"Home","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/"},{"@type":"ListItem","position":2,"name":"DBNL","item":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/dbnl\/"},{"@type":"ListItem","position":3,"name":"Po\u00ebziekroniek"}]},{"@type":"WebSite","@id":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/#website","url":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/","name":"Uitgeverij Van Oorschot","description":"","potentialAction":[{"@type":"SearchAction","target":{"@type":"EntryPoint","urlTemplate":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/?s={search_term_string}"},"query-input":{"@type":"PropertyValueSpecification","valueRequired":true,"valueName":"search_term_string"}}],"inLanguage":"en-US"}]}},"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl\/302288","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/dbnl"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/dbnl"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=302288"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vanoorschot.nl\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=302288"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}